Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBROT:2017:1198

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
02-02-2017
Datum publicatie
22-02-2017
Zaaknummer
5484694
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

ziektenkosten zorgverzekeraar; afwijzen proceskosten; gevolgen werkwijze onaanvaardbaar: betalingsregeling maar bij zesde termijn wordt vergeten alle dossiernummers te vermelden waarop regeling als vervallen wordt beschouwd en direct gedagvaard wordt

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

zaaknummer: 5484694 CV EXPL 16-8380

uitspraak: 2 februari 2017

vonnis van de kantonrechter, zitting houdende te Dordrecht,

in de zaak van

de naamloze vennootschap Zilveren Kruis Zorgverzekeringen N.V.,

gevestigd te Utrecht,

eiseres,

gemachtigde: GGN Mastering Credit N.V.,

tegen

[gedaagde],

wonende te [plaatsnaam],

gedaagde,

in persoon procederend.

Partijen worden hierna aangeduid als Zilveren Kruis en [gedaagde].

Het verloop van het proces

Het verloop van de procedure volgt uit de volgende processtukken:

  • -

    het exploot van dagvaarding van 28 oktober 2016, met producties;

  • -

    de aantekeningen van het mondelinge antwoord van [gedaagde], met producties;

  • -

    de conclusie van repliek, met producties;

  • -

    de conclusie van dupliek.

De omschrijving van het geschil

De vaststaande feiten

1.1

[gedaagde] heeft destijds bij Agis Zorgverzekeringen N.V. en Agis Ziektekostenverzekeringen N.V. een ziektekostenverzekering afgesloten. Op grond van deze tussen partijen gesloten overeenkomst is [gedaagde] (onder meer) premie verschuldigd. De premies dienen maandelijks bij vooruitbetaling te worden voldaan.

1.2

De premies met betrekking tot de periode van november 2012 tot en met februari 2013 zijn niet (volledig en/of op tijd) voldaan.

1.3

Door cessie en/of rechtsopvolging is Zilveren Kruis eigenaresse van de vordering geworden.

De vordering, de grondslag en het verweer

2.1

Zilveren Kruis heeft gevorderd om bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad, [gedaagde] te veroordelen aan haar te betalen een totaal van € 260,66, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de dag der dagvaarding tot aan de dag der algehele voldoening, met proceskostenveroordeling.

2.2

Aan haar vordering legt Zilveren Kruis ten grondslag nakoming van de overeenkomst. Naast een hoofdsom van € 438,- vordert Zilveren Kruis een bedrag van

€ 48,40 aan buitengerechtelijke kosten en € 10,88 aan verschenen rente minus betalingen na sommatie voor een totaalbedrag van € 236,62.

2.3

[gedaagde] betwist de vordering. Voor de betalingsachterstand is een betalingsregeling getroffen met de gemachtigde van Zilveren Kruis. Deze betalingsregeling wordt nagekomen zodat [gedaagde] geen bijkomende kosten verschuldigd is.

De beoordeling van de vordering

3.1

[gedaagde] betwist niet dat de gevorderde premies door haar onbetaald zijn gelaten zodat de hoofdsom (minus de gedane betalingen) zal worden toegewezen.

3.2

Op grond van de overeenkomst tussen Zilveren Kruis en [gedaagde] dient de premie voor de eerste van de nieuwe maand voldaan te zijn. De wet bepaalt dat als niet voor dit overeengekomen tijdstip betaald wordt, direct rente verschuldigd is. De gevorderde rente zal dan ook worden toegewezen op de hierna te vermelden wijze.

3.3

[gedaagde] is verantwoordelijk voor een tijdige betaling van de maandelijkse termijnen. Door dit niet te doen, is zij in verzuim geraakt en mag Zilveren Kruis volgens de wet aanspraak maken op een vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten. De gevorderde vergoeding komt echter niet voor toewijzing in aanmerking, nu in de aanmaning d.d. 21 november 2012 aan [gedaagde] niet een betalingstermijn van 14 dagen is gegeven ingaande de dag na ontvangst van de aanmaning, zoals vereist in artikel 6:96 lid 6 BW. In dit verband wordt verwezen naar het arrest van de Hoge Raad van 25 november 2016, ECLI:NL:HR:2016:2704.

3.4

[gedaagde] is derhalve aan Zilveren Kruis verschuldigd: € 438,- (hoofdsom) en € 10,88 (verschenen rente) minus € 236,62, ofwel € 212,26, te vermeerderen met de wettelijke rente.

3.5

[gedaagde] betwist proceskosten verschuldigd te zijn nu zij de eerder overeengekomen betalingsregeling nakomt.

Door Zilveren Kruis is bij conclusie van repliek het volgende aangevoerd. Op 7 maart 2016 hebben partijen een betalingsregeling getroffen van € 65,- per maand voor onderhavige vordering. Deze vordering heeft bij de gemachtigde van Zilveren Kruis het kenmerk 1329431. De betalingsregeling geldt ook voor de dossiers 1294374 en 1314321. Later is ook dossier 3602520 nog aan de betalingsregeling toegevoegd. De termijnen over de maanden maart tot en met september 2016 zijn door [gedaagde] voldaan. De termijn van oktober 2016 van deze betalingsregeling is niet door [gedaagde] voldaan zodat de regeling is komen te vervallen. De gemachtigde van Zilveren Kruis heeft in oktober 2016 wel een bedrag van € 65,- ontvangen van [gedaagde], maar bij deze betaling stond alleen het kenmerk 1294374 vermeld, zodat dat bedrag op dat dossier is afgeboekt, aldus Zilveren Kruis.

3.6

Wettelijk gezien staat Zilveren Kruis in haar recht om de betaling van oktober 2016 enkel op dossier 1294374 af te boeken nu [gedaagde] alleen dit dossiernummer als betalingskenmerk vermeld heeft. Toch zal de kantonrechter geen proceskostenveroordeling uitspreken en wel om het volgende. Zonder dat (de gemachtigde van) Zilveren Kruis de moeite heeft genomen om één telefoontje te plegen of één e-mail/brief te versturen om navraag te doen bij [gedaagde] over de vermeende ‘gewijzigde’ bestemming van de betaling – hier is uit de processtukken in ieder geval niets van gebleken – wordt twee dagen na ontvangst van de bewuste betaling de dagvaarding uitgebracht en een gerechtelijke procedure met alle bijkomende kosten van dien opgestart. Deze werkwijze siert Zilveren Kruis allerminst en hierom acht de kantonrechter het onaanvaardbaar dat [gedaagde] in de proceskosten wordt veroordeeld. De proceskosten zullen worden gecompenseerd in die zin dat ieder de eigen kosten draagt.

De beslissing

De kantonrechter:

veroordeelt [gedaagde] om aan Zilveren Kruis tegen kwijting te betalen € 212,26, vermeerderd met de wettelijke rente in de zin van artikel 6:119 BW over dit bedrag vanaf 28 oktober 2016 tot de dag der algehele voldoening;

wijst af het anders of meer gevorderde;

compenseert de proceskosten in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt;

verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen door mr. G.A.F.M. Wouters en uitgesproken ter openbare terechtzitting.

745