Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBROT:2017:10932

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
15-12-2017
Datum publicatie
11-12-2018
Zaaknummer
10/680071-17
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Proces-verbaal
Inhoudsindicatie

Verwerping art. 359a Sv verweer, doorzoeking voertuig maakt geen onderdeel uit van het voorbereidend onderzoek naar het tenlastegelegde feit. Veroordeling diefstal in vereniging. Voorhanden hebben van het van diefstal afkomstige goed kort na het misdrijf als bewijs voor daderschap.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Rechtbank Rotterdam

Team straf 1

Parketnummer: 10/680071-17

Proces-verbaal van de openbare terechtzitting van de politierechter in de rechtbank Rotterdam op 15 december 2017.

Tegenwoordig als:

politierechter mr. E. Rabbie,

officier van justitie mr. R.E.I. Steen,

griffier mr. F.M.H. van Mullekom.

De zaak tegen na te noemen verdachte worden uitgeroepen.

De verdachte, genaamd

[naam verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats verdachte] ( [geboorteland verdachte] ) op [geboortedatum verdachte] ,

ingeschreven in de basisregistratie personen op het adres [adres verdachte] , [woonplaats verdachte] ,

is niet verschenen.

Als raadsman van de verdachte is aanwezig mr. J.J.J.L. Maalsté, advocaat te Utrecht.

De raadsman verklaart door de niet verschenen verdachte uitdrukkelijk te zijn gemachtigd hem op de terechtzitting te verdedigen. De politierechter deelt mede daarmee in te stemmen.

De zaak wordt gelijktijdig maar niet gevoegd behandeld met de strafzaak tegen de medeverdachte [naam medeverdachte] . Dit proces-verbaal geeft slechts weer hetgeen in de strafzaak tegen de verdachte is voorgevallen.

De officier van justitie draagt de zaak voor.

De raadsman herhaalt zijn eerder aan de rechter-commissaris gericht onderbouwd verzoek tot het horen van getuigen. De politierechter deelt mede dat de rechter-commissaris het verzoek bij beschikking van 7 februari 2017 heeft afgewezen. De raadsman verklaart nimmer een afschrift van die beschikking te hebben ontvangen.

De officier van justitie verzet zich tegen het horen van de getuigen. Hij deelt mede:

Het verhaal van de raadsman komt erop neer dat de verbalisanten liegen. Ik zie hiervoor geen begin van aannemelijkheid.

De politierechter deelt mede dat hij bij vonnis een beslissing op dit verzoek zal geven.

De politierechter gelast dat in het proces-verbaal van de terechtzitting wordt aangetekend dat de stukken als bedoeld in artikel 301 van het Wetboek van Strafvordering zijn overgelegd.

De politierechter gaat over tot bespreking van de vordering van de benadeelde partij.

De officier van justitie houdt zijn requisitoir. Hij vordert dat de verdachte ter zake van het primair ten laste gelegde feit wordt veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van vier maanden. Hij vordert voorts hoofdelijke toewijzing van de vordering van de benadeelde partij tot een bedrag van € 3154,35 met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel (subsidiair 41 dagen hechtenis). De officier legt de vordering over.

De raadsman voert het woord ter verdediging. Hij bepleit primair niet-ontvankelijkverklaring van het Openbaar Ministerie omdat proces-verbaal is opgemaakt in strijd met de waarheid. Er was geen sprake van olieproblemen, maar van een lege tank. Verdachte ontkent voorts dat hij toestemming heeft gegeven om in de laadruimte van het busje te kijken, zoals de verbalisant relateert.

Subsidiair bepleit de raadsman bewijsuitsluiting wegens de onrechtmatigheid van de doorzoeking van het voertuig. Verdachtes recht op privacy is geschonden.

Meer subsidiair bepleit de raadsman vrijspraak voor de primair ten laste gelegde diefstal; ten aanzien van de heling refereert hij zich aan het oordeel van de politierechter. Hij verzoekt in dat geval oplegging van een deels voorwaardelijke straf, zodat het reclasseringscontact voortgezet kan worden.

Ten aanzien van de vordering van de benadeelde partij refereert de raadsman zich aan het oordeel van de politierechter.

De politierechter verklaart het onderzoek gesloten en zegt terstond mondeling vonnis te zullen geven.

De politierechter spreekt het vonnis uit ter openbare terechtzitting.

---------------------------------------------------------------------------------------------------------------

A a n t e k e n i n g van het m o n d e l i n g v o n n i s

--------------------------------------------------------------------

Het verzoek tot het horen van getuigen

De politierechter wijst het verzoek van de verdediging tot het horen van getuigen, zoals eerder aan de rechter-commissaris gedaan, af.

Het verzoek is gedaan met het oog op een eventueel beroep op een vormverzuim tijdens het voorbereidend onderzoek ex artikel 359a van het Wetboek van Strafvordering. "Het voorbereidend onderzoek" uit art. 359a Sv heeft blijkens het arrest van de Hoge Raad van 30 maart 2004, LJN AM2533, r.o. 3.4.2., uitsluitend betrekking op het voorbereidend onderzoek tegen de verdachte terzake van het aan hem tenlastegelegde feit waarover de rechter die in art. 359a Sv wordt bedoeld, heeft te oordelen. Art. 359a Sv is dus niet van toepassing indien het verzuim is begaan buiten het verband van dit voorbereidend onderzoek. Dat geval doet zich hier voor. Het doorzoeken van het voertuig, wat daar verder van zij, maakt geen onderdeel uit van het voorbereidend onderzoek naar de tenlastegelegde diefstal, aangezien de verbalisanten op het moment van de doorzoeking (ca. 3.30 u des nachts op 20 januari 2017) niet wisten dat deze begaan was. Dit volgt uit het feit dat de diefstal pas de volgende ochtend rond 8.00 u is ontdekt.

Art. 359a Sv mist dus toepassing. De verdachte heeft daarom geen belang bij het horen van de getuigen en wordt derhalve niet in zijn verdediging geschaad door het afzien daarvan.

Uit het voorgaande volgt tevens dat er geen grond bestaat voor de niet-ontvankelijkverklaring van de officier van justitie noch voor bewijsuitsluiting; de daartoe strekkende verweren worden verworpen.

Inhoud van de tenlastelegging

Bij de dagvaarding is aan de verdachte ten laste gelegde dat

hij op of omstreeks 20 januari 2017 te [plaats] , gemeente [naam gemeente] ,

tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,

met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen

een of meerdere velgen en/of autobanden, in elk geval enig goed,

geheel of ten dele toebehorende aan [naam bedrijf] en/of [naam slachtoffer] , in

elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn

mededaders waarbij verdachte en/of zijn mededaders zich de toegang tot de plaats des

misdrijfs heeft/hebben verschaft en/of de/het weg te nemen goed(eren) onder

zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van inklimming;

Subsidiair, voorzover het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou

kunnen leiden:

hij op of omstreeks 20 januari 2017 te Numansdorp, gemeente Cromstrijen, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,

meermalen, althans eenmaal een of meer goederen, te weten velgen en/of autobanden heeft verworven, voorhanden gehad en/of overgedragen,

terwijl hij en zijn mededader(s) ten tijde van de verwerving of het voorhanden

krijgen van deze goederen wist(en) danwel redelijkerwijs moest(en) vermoeden

dat het (een) door misdrijf verkregen goed(eren) betrof.

Bewijsmiddelen en voor bewijs redengevende feiten en omstandigheden

1. Het ambtsedig proces-verbaal van de politie eenheid Rotterdam, nummer [proces-verbaalnummer 1] , opgemaakt en op 24 januari 2017 ondertekend door de opsporingsambtenaar [naam opsporingsambtenaar 1] , voor zover inhoudende als de op die datum tegenover de verbalisant afgelegde verklaring van de aangever [naam slachtoffer]:

Op 20 januari 2017, omstreeks 8:00 uur, werd bij ons bedrijf ontdekt dat van 9 auto’s de velgen met banden waren weggenomen. Ik heb van dit feit namens mijn bedrijf [naam bedrijf] aangifte gedaan, proces-verbaalnummer [proces-verbaalnummer 2] .

De betreffende auto’s stonden op straatklinkers toen we de diefstal ontdekten. Deze straatklinkers komen ons niet bekend voor.

2. Een ander geschrift, te weten een afschrift van aangifte met proces-verbaalnummer [proces-verbaalnummer 2] d.d. 24 januari 2017, inhoudende:

Aangifte van diefstal uit een bedrijf

Gegevens aangever

Bedrijfsnaam [naam bedrijf] .

Bezoekadres bedrijf [adres]

[woonplaats]

Tijstip achtergelaten 19-01-2017 18:00 uur

Tijdstip geconstateerd 20-01-2017 07:45 uur

Omschrijving voorval Bij 9 auto’s op ons terrein zijn banden en velgen van de auto’s gestolen.

Aan niemand werd het recht of de toestemming gegeven tot het plegen van het feit.

3. Het ambtsedig proces-verbaal van de politie eenheid Rotterdam, nummer [proces-verbaalnummer 3] , opgemaakt en op 20 januari 2017 ondertekend door de opsporingsambtenaren [naam opsporingsambtenaar 2] , [naam opsporingsambtenaar 3] en [naam opsporingsambtenaar 4] , voor zover inhoudende als de bevindingen van de verbalisanten of een van hen:


Op 20 januari 2017 omstreeks 03.10 uur reden wij op de A29 te Numandsdorp. Wij kwamen uit de richting van Brabant en reden in de richting van Rotterdam. Wij zagen een voertuig stilstaan op de vluchtstrook.

Persoonsgegevens bestuurder:

[naam verdachte]

[geboortedatum verdachte] [geboorteplaats verdachte] ( [geboorteland verdachte] )

Persoonsgegevens bijrijder:

[naam medeverdachte]

[geboortedatum medeverdachte] te [geboorteplaats medeverdachte] ( [geboorteland medeverdachte] )

Ik, verbalisant [naam opsporingsambtenaar 4] , trof in de laadruimte van het voertuig 36 banden inclusief velgen aan. Tevens zag ik ongeveer 13 betonnen straatklinkers.

4. Het ambtsedig proces-verbaal van de politie eenheid Rotterdam, nummer [proces-verbaalnummer 4] , met bijlage, opgemaakt en op 24 januari 2017 ondertekend door de opsporingsambtenaar [naam opsporingsambtenaar 1] , voor zover inhoudende als de bevindingen van de verbalisant:

In de bijlage bij dit proces-verbaal zijn foto’s gevoegd van de banden met velgen, die aangetroffen zijn onder de verdachten, en foto’s die door de heer Boogers aan ons zijn overhandigd van wielen die ontvreemd zijn. Die wielen zijn soortgelijk aan elkaar.

De inhoud van de bewijsmiddelen is steeds zakelijk weergegeven. Andere geschriften zijn (telkens) gebruikt in verband met de inhoud van de andere bewijsmiddelen.

Bewijsmotivering

De bewezenverklaring steunt op de inhoud van de hiervoor opgegeven bewijsmiddelen, voor zover redengevend voor het bewijs, leverende op de redengevende feiten en omstandigheden voor die bewezenverklaring.

Nadere bewijsoverweging

De politierechter is van oordeel (1) dat de autobanden en velgen die zijn aangetroffen in de Volkswagen Crafter in de onmiddellijke omgeving waarvan de verdachte en zijn medeverdachte zijn aangehouden de autobanden en velgen zijn die bij [naam bedrijf] te [plaats] zijn weggenomen en (2) dat verdachte en zijn medeverdachte die banden met velgen hebben weggenomen.

Ad 1. Dat het niet anders kan dan dat de in het Volkswagenbusje aangetroffen banden de weggenomen banden waren, volgt uit de navolgende feiten en omstandigheden, in onderling verband en samenhang beschouwd:

  • -

    Er lagen 36 banden/velgen in het busje. Bij de diefstal die in dezelfde nacht was gepleegd te [plaats] zijn bij 9 auto’s de banden weggenomen, in totaal dus 36 banden.

  • -

    Uit de foto’s op blz. 51 van het proces-verbaal en het daarbij behorende relaas (blz. 50) volgt dat de aangetroffen banden overeenkwamen met de weggenomen banden.

  • -

    Zowel de aangetroffen als de weggenomen banden/velgen waren in nieuwstaat (blz. 34 en 27 van het proces-verbaal).

  • -

    Het busje waarin verdachte en zijn medeverdachten reden, kwam uit de richting van [plaats] (rijdende over de A29 links) en bevonden zich op ca. 35 km van de plaats delict (Google Maps).

Ad 2. Uit het voorgaande volgt dat verdachte en zijn medeverdachte de in de aangfite bedoelde banden/velgen voorhanden hebben gehad. Aan het enkele voorhanden hebben van gestolen goederen kan niet zonder meer de conclusie worden verbonden dat de betrokkene die goederen ook heeft gestolen (HR 19.01.2010, LJN BK2880). Voor de beoordeling van de betekenis die aan dat voorhanden hebben moet worden gehecht, zijn de feiten en omstandigheden van het geval van belang. In dit verband moet daarbij het volgende worden betrokken:

  • -

    De banden/velgen waren blijkens de aangifte (blz. 27) eerder die nacht weggenomen.

  • -

    Tussen het tijdstip van de diefstal (niet vóór 18.00 u op 19 januari 2017, blz. 27) en het tijdstip waarop de verdachten met de banden zijn aangetroffen (20 januari 2017 om 3.10 u, blz. 33) zijn ten hoogste negen uren en tien minuten verlopen.

  • -

    In de eerdergenoemde Volkswagen bevonden zich naast de banden tevens een hydraulische krik, een wielsleutel en 13 betonnen straatklinkers (blz. 34).

  • -

    De auto’s te [plaats] waarvan de banden waren weggenomen stonden op straatklinkers. Deze straatklinkers waren niet van het terrein van het autobedrijf en evenmin uit de nabije omgeving ervan afkomstig (blz. 31).

  • -

    Verdachte was de bestuurder van het busje (blz. 33).

De politierechter overweegt dat niet aannemelijk is dat een alleen handelende persoon in staat is de banden/velgen van een auto te verwijderen op de wijze waarop dit hier is geschied.

Deze feiten en omstandigheden, in onderling verband en samenhang beschouwd, zijn zeer belastend en ‘schreeuwen om uitleg’. Van de verdachte mag dus worden gevergd dat hij een aannemelijke, ontzenuwende verklaring geeft voor zijn aanwezigheid kort na een diefstal in/nabij een busje waarin zich niet alleen de buit van die diefstal bevindt maar ook de hulpmiddelen waarmee die diefstal klaarblijkelijk is begaan. De verdachte heeft zo een verklaring niet kunnen of willen geven. Onder die omstandigheden acht de politierechter zijn betrokkenheid bij de diefstal wettig en overtuigend bewezen.

Bewezenverklaring

Wettig en overtuigend is bewezen dat de verdachte het laste gelegde feit heeft begaan op die wijze dat

hij omstreeks 20 januari 2017 te [plaats] , gemeente [naam gemeente] ,

tezamen en in vereniging met een ander,

met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen

een of meerdere velgen en autobanden, toebehorende aan [naam bedrijf] .

Kwalificatie

Het bewezen feit levert op:

Diefstal door twee of meer verenigde personen

Strafbaarheid feit

Het feit is strafbaar.

Strafbaarheid verdachte

De verdachte is strafbaar

Toegepaste wetsartikelen

Artikelen 63 en 311 van het Wetboek van Strafrecht.

Motivering strafoplegging

De straf die aan de verdachte wordt opgelegd, is gegrond op de ernst van het feit, de omstandigheden waaronder het feit is begaan en de persoon en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte.

Daarbij wordt in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.

De verdachte heeft zich, samen met een ander, schuldig gemaakt aan diefstal van 36 autobanden en velgen. Gelet op de wijze waarop deze diefstal heeft plaatsgevonden, moet sprake zijn geweest van een vooropgezet plan en moeten de verdachte en zijn medeverdachte enige tijd en moeite in de diefstal hebben gestopt. Met de diefstal heeft de verdachte inbreuk gemaakt op het eigendomsrecht van de aangever.

De politierechter heeft acht geslagen op een de verdachte betreffend uitttreksel uit de justitiële documentatie van 13 november 2017, waaruit blijkt dat hij zich eerder meerdere malen aan soortgelijke strafbare feiten schuldig heeft gemaakt.

Gezien deze omstandigheden feiten kan niet anders worden gereageerd dan met het opleggen van een gevangenisstraf. De politierechter zoekt aansluiting bij de de oriëntatiepunten voor straftoemeting van het Landelijk Overleg Vakinhoud Strafrecht (LOVS). Die vermelden voor redidive bij een bedrijfsinbraak een gevangenisstraf van tien weken. Hoewel in het onderhavige geval geen sprake is van braak, ziet de politierechter vanwege de wijze waarop de diefstal is begaan (in vereniging, gedurende de voor de nachtrust bestemde tijd en kennelijk gepland) en de waarde van de gestolen goederen geen reden om van dit oriëntatiepunt af te wijken.

Het politierechter acht derhalve, alles afwegende, een gevangenisstraf van na te noemen duur passend en geboden.

Strafoplegging

Gevangenisstraf voor de duur van 10 (tien) weken,

met bevel, dat de tijd die door de veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering wordt gebracht, voor zover deze tijd niet reeds op een andere vrijheidsstraf in mindering is gebracht.

Bijkomende beslissing

Niet bewezen wordt geacht hetgeen meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven bewezen is verklaard. De verdachte wordt daarvan vrijgesproken.

Motivering beslissing op vordering benadeelde partij

De benadeelde partij heeft ter zake van feit als vergoeding van materiële schade een bedrag gevorderd van € 3.154,35, vermeerderd met de wettelijke rente.

Uit de vordering volgt dat de schade ten tijde van de ondertekening, te weten op 8 februari 2017, nog niet door de verzekering was vergoed. Onduidelijk is of de schade inmiddels wel is vergoed. Bovendien wordt vergoeding van BTW gevraagd, terwijl de BTW naar het oordeel van de politietrechter niet voor toewijzing vatbaar is, omdat de benadeelde partij de BTW kan verleggen.

De behandeling van de vordering van de benadeelde levert derhalve een onevenredige belasting van het strafgeding op. De benadeelde partij zal daarom niet-ontvankelijk worden verklaard in de vordering. De vordering kan slechts bij de burgerlijke rechter worden aangebracht.

Beslissing op vordering benadeelde partij

De benadeelde partij wordt niet-ontvankelijk verklaard in de vordering.

De verdachte en de benadeelde partij dienen ieder de eigen kosten te dragen.

_________________________________________________________________________

Dit proces-verbaal is vastgesteld en ondertekend door de politierechter en de griffier.