Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBROT:2017:10888

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
03-10-2017
Datum publicatie
29-05-2018
Zaaknummer
10/741287-17 / parketnummer vordering TUL: 15/821187-14 en 23/001459-16
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Veroordeling voor diefstal, gevolgd van geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf de vlucht mogelijk te maken.

Plaatsing in een inrichting voor stelselmatige daders voor de duur van 2 jaren.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Rechtbank Rotterdam

Team straf 2

Parketnummer: 10/741287-17

Parketnummer vordering TUL: 15/821187-14; 23/001459-16

Datum uitspraak: 3 oktober 2017

Tegenspraak

Vonnis van de rechtbank Rotterdam, meervoudige kamer voor strafzaken, in de zaak tegen de verdachte:

[naam verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats verdachte] op [geboortedatum verdachte] ,

niet ingeschreven in de basisregistratie personen op het adres

ten tijde van het onderzoek op de terechtzitting preventief gedetineerd in de Justitieel Complex Zaanstad, locatie Westzaan,

raadsman mr. W.M. Blaauw, advocaat te Haarlem.

1 Onderzoek op de terechtzitting

Gelet is op het onderzoek op de terechtzitting van 19 september 2017.

2 Tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd hetgeen is vermeld in de dagvaarding, zoals deze op de terechtzitting overeenkomstig de vordering van de officier van justitie is gewijzigd.

De tekst van de gewijzigde tenlastelegging is als bijlage I aan dit vonnis gehecht.

3 Eis officier van justitie

De officier van justitie mr. R. van Loon heeft gevorderd:

  • -

    bewezenverklaring van het ten laste gelegde;

  • -

    veroordeling van de verdachte tot oplegging van de maatregel tot plaatsing in een inrichting voor stelselmatige daders voor de duur van 2 jaar;

  • -

    primair afwijzing van de vorderingen tot tenuitvoerlegging in de zaken met parketnummers 15/821187-14; 23/001459-16 indien de rechtbank de ISD maatregel zal opleggen, subsidiair toewijzing van de vordering in de zaak met parketnummer 15/821187-14, indien de rechtbank een andere straf oplegt dan de gevorderde ISD maatregel.

4 Waardering van het bewijs

4.1.

Bewijswaardering

4.1.1.

Standpunt verdediging

De verdachte heeft bekend geweld te hebben gebruikt, maar heeft verklaard te hebben betaald voor het bier. Hij heeft één Engelse pond neergelegd, en dat is door een ander omgewisseld voor twee euro, aldus de verdachte. De diefstal kan niet wettig en overtuigend bewezen worden verklaard. Wat over blijft is het geweldsbestanddeel, maar dit is niet los ten laste gelegd waardoor vrijspraak dient te volgen.

4.1.2.

Beoordeling

De verdachte heeft, toen hij in de gelegenheid werd gesteld het laatste woord te voeren op de zitting van 19 september 2017, een bekentenis op schrift overhandigd. De bekentenis is voorgelezen door de voorzitter. De verdachte heeft ter terechtzitting op de vraag van zijn raadsman geantwoord dat deze brief door hem geschreven is en dat die brief zijn huidige standpunt weergeeft. In het strafdossier van verdachte bevinden zich verder een aangifteformulier van [naam slachtoffer 1] en een proces-verbaal van bevindingen met daarin een verklaring van [naam slachtoffer 2] . Beide bewijsmiddelen ondersteunen deze bekennende verklaring.

4.1.3.

Conclusie

Het ten laste gelegde is wettig en overtuigend bewezen.

4.2.

Bewezenverklaring

In bijlage II heeft de rechtbank de inhoud van wettige bewijsmiddelen opgenomen, houdende voor de bewezenverklaring redengevende feiten en omstandigheden. Op grond daarvan, en op grond van de redengevende inhoud van het voorgaande, is wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder ten laste gelegde heeft begaan op die wijze dat:

hij op 14 juni 2017 te Rotterdam met het oogmerk van

wederrechtelijke toe-eigening in/uit supermarkt [naam supermarkt] (gevestigd aan [adres delict] ) heeft weggenomen de inhoud van een fles bier (merk Duvel), toebehorende aan [naam supermarkt] , welke diefstal werd gevolgd van geweld tegen [naam slachtoffer 1] en/of [naam slachtoffer 2] , gepleegd met het oogmerk om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf de vlucht mogelijk te maken,

welk geweld bestond uit het duwen tegen het lichaam van die [naam slachtoffer 1] en/of [naam slachtoffer 2] ,

Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd is niet bewezen. De verdachte moet daarvan worden vrijgesproken.

5 Strafbaarheid feit

Het bewezen feit levert op:

diefstal, gevolgd van geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf de vlucht mogelijk te maken

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het feit uitsluiten. Het feit is dus strafbaar. Het feit is dus strafbaar.

6 Strafbaarheid verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluit. De verdachte is dus strafbaar.

7 Motivering maatregel

7.1.

Algemene overweging

De maatregel die aan de verdachte wordt opgelegd, is gegrond op de ernst van het feit, de omstandigheden waaronder het feit is begaan en de persoon en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte. Daarbij wordt in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.

7.2.

Feiten waarop de maatregel is gebaseerd

De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan een winkeldiefstal. Winkeldiefstallen zijn ergerlijke feiten die schade en overlast voor de winkelbedrijven opleveren. Deze winkeldiefstal ging bovendien gepaard met (licht) geweld tegen een beveiliger van de winkel die verdachte aansprak op de door verdachte gepleegde diefstal. Het door verdachte gepleegde geweld maakt de diefstal ernstiger, omdat hij met geweld heeft gereageerd op rechtmatig handelen van de winkelmedewerker. Dergelijk handelen tast bovendien het algemene gevoel van veiligheid aan bij medewerkers van winkels, maar ook dat van klanten in die winkels die werden geconfronteerd met het geweld van verdachte.

7.3.

Persoonlijke omstandigheden van de verdachte

7.3.1.

Rapportage Reclassering

Bouman GGZ heeft een rapport over de verdachte opgemaakt, gedateerd 11 september 2017. Dit rapport houdt het volgende in.

De verdachte is bekend met schizofrenie van het paranoïde type, antisociale persoonlijkheidsproblematiek, middelenafhankelijkheid en een verstandelijke beperking. Hieruit voortvloeiend is er sprake van een zeer beperkt ziekte- en probleembesef. De sociaalmaatschappelijke integratie is slecht en de verdachte verblijft vooral in de omgeving van de luchthaven Schiphol waar hij veelvuldig overlast veroorzaakt, vaak onder invloed van (verdovende) middelen.

De afgelopen jaren zijn er meerdere civiele en strafrechtelijke kaders ingezet om de

recidiverisico’s te verminderen, de verdachte te behandelen en een stabiele leefsituatie te creëren. Alle kaders blijken echter ontoereikend om hem bij te sturen. De delictplegingen blijven continueren. Vanuit het onderzoek blijkt dat de verdachte zeer beperkt behandelbaar en stuurbaar is en hij laat zowel binnen als buiten klinische settingen gewelddadig en ontwrichtend gedrag zien.

De risico’s op recidive en letselschade daarbij worden ingeschat als hoog. Een interventie in een gedwongen kader is noodzakelijk Gelet op de complexiteit van de problematiek, het beperkte probleembesef en het gegeven dat de afgelopen jaren meerdere civiele als strafrechtelijke kaders zijn gestagneerd, wordt een onvoorwaardelijke ISD maatregel geadviseerd.

7.3.2.

Rapportage Psychiater

Psychiater drs. C. Basaran heeft op 27 juni 2017 een rapport en op 8 augustus 2017 een aanvullend rapport over de verdachte opgemaakt. Deze rapportages houden het volgende in.

Er zijn geen contra-indicaties voor een ISD-traject op basis van psychiatrische problematiek. Na kennis genomen te hebben van het reclasseringsadvies van 9 juni 2017, kan worden geconcludeerd dat er bij de verdachte diagnostisch gezien sprake is van schizofrenie van het paranoïde type, een antisociale persoonlijkheidsstoornis en een verstandelijke beperking. Ten tijde van de beoordeling door de psychiater was er geen sprake van psychotische ontregeling, of een andere psychiatrische stoornis in engere zin, en was de verdachte psychiatrisch gezien stabiel. Geadviseerd wordt het inzetten van een ISD-traject gezien de uitgebreide justitiële voorgeschiedenis en het psychiatrische toestandsbeeld.

7.4.

Conclusies van de rechtbank

Gelet op hetgeen de rechtbank hierboven heeft overwogen, komt zij tot de volgende conclusies.

De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan een misdrijf waarvoor voorlopige hechtenis is toegelaten. De verdachte is blijkens het op zijn naam gestelde uittreksel uit de justitiële documentatie van 23 augustus 2017 in de vijf jaren voorafgaande aan het door hem begane feit ten minste driemaal tot een vrijheidsbenemende straf veroordeeld. De desbetreffende vonnissen zijn onherroepelijk. Het onderhavige feit is begaan na tenuitvoerlegging van deze straffen. Er moet ernstig rekening mee worden gehouden dat de verdachte wederom een misdrijf zal begaan.

De rechtbank stelt vast dat de tot op heden aan de verdachte opgelegde straffen en daaraan verbonden begeleidingskaders er niet toe hebben geleid dat het criminele gedrag van de verdachte is beëindigd.

Verder onderschrijft de rechtbank de conclusies van de reclassering en de psychiater dat oplegging van de ISD-maatregel noodzakelijk is.

Gelet op de door verdachte steeds weer veroorzaakte overlast en schade staat thans het belang van de samenleving voorop. De veiligheid van personen of goederen vereist dat aan de verdachte wordt opgelegd de maatregel plaatsing in een inrichting voor stelselmatige daders voor de duur van twee jaren. Daarbij is gelet op de veelvuldigheid van de voorafgaande veroordelingen.

De rechtbank heeft in aanmerking genomen dat de maatregel er toe strekt de maatschappij te beveiligen en de recidive van verdachte te beëindigen.

8 Vordering tenuitvoerlegging

8.1.

Vonnis waarvan tenuitvoerlegging wordt gevorderd

Bij vonnis van 4 februari 2015 van de politierechter in de Rechtbank Noord-Holland, parketnummer 15/821187-14, is de verdachte veroordeeld tot een gevangenisstraf van 30 dagen, waarvan een gedeelte - groot 28 dagen - voorwaardelijk, met een proeftijd van 3 jaar. De proeftijd is ingegaan op 19 februari 2015. Een deel van deze voorwaardelijk opgelegde straf is reeds tenuitvoergelegd, zodat 8 dagen over zijn gebleven.

Bij vonnis van 9 februari 2017 van de meervoudige kamer van het Gerechtshof Amsterdam, parketnummer 23/001459-16, is de verdachte veroordeeld tot een gevangenisstraf van 1 week, geheel voorwaardelijk, met een proeftijd van 2 jaar. De proeftijd is ingegaan op 24 februari 2017.

8.2.

Standpunt officier van justitie

De officier van justitie heeft afwijzing van de vordering tot tenuitvoerlegging met parketnummer 23/001459-16 gevorderd, omdat deze straf reeds ten uitvoer is gelegd bij vonnis van 6 juli 2017. De officier van justitie heeft ten aanzien van de vordering tot tenuitvoerlegging met parketnummer 15/821187-14 primair afwijzing bepleit, indien de rechtbank de ISD maatregel zou opleggen. Subsidiair heeft hij toewijzing van deze vordering bepleit.

8.3.

Beoordeling

De rechtbank wijst de vordering tot tenuitvoerlegging met parketnummer 23/001459-16 af, omdat deze reeds ten uitvoer is gelegd bij vonnis van 6 juli 2017.

Het hierboven bewezen verklaarde feit is na het wijzen van dit vonnis en voor het einde van de proeftijd van de voorwaardelijke straf onder parketnummer 15/821187-14 gepleegd. Door het plegen van het bewezen feit heeft de verdachte de aan het vonnis verbonden algemene voorwaarde, dat hij voor het einde van de proeftijd geen nieuwe strafbare feiten zou plegen, niet nageleefd.

In beginsel kan daarom de tenuitvoerlegging van de voorwaardelijk opgelegde straf onder parketnummer 15/821187-14 worden gelast. De rechtbank zal echter, omdat verdachte de ISD-maatregel wordt opgelegd, de vordering tot tenuitvoerlegging afwijzen.

9 Toepasselijke wettelijke voorschriften

Gelet is op de artikelen 38m, 38n en 312 van het Wetboek van Strafrecht.

10 Bijlagen

De in dit vonnis genoemde bijlagen maken deel uit van dit vonnis.

11 Beslissing

De rechtbank:

verklaart bewezen, dat de verdachte het ten laste gelegde feit, zoals hiervoor omschreven, heeft begaan;

verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte meer of anders ten laste is gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij;

stelt vast dat het bewezen verklaarde oplevert het hiervoor vermelde strafbare feit;

verklaart de verdachte strafbaar;


gelast dat de verdachte wordt geplaatst in een inrichting voor stelselmatige daders voor de duur van 2 (twee) jaren;

wijst af de gevorderde tenuitvoerlegging van de bij vonnis van 4 februari 2015 van de politierechter in de Rechtbank Noord-Holland aan de veroordeelde opgelegde voorwaardelijke gevangenisstraf;

wijst af de gevorderde tenuitvoerlegging van de bij vonnis 9 februari 2017 van de meervoudige kamer van het Gerechtshof Amsterdam aan de veroordeelde opgelegde voorwaardelijke gevangenisstraf.

Dit vonnis is gewezen door:

mr. W.A.F. Damen, voorzitter,

en mrs. M. Smit en G.P. van de Beek, rechters,

in tegenwoordigheid van mr. L. van Hemert, griffier,

en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank op de datum die in de kop van dit vonnis is vermeld.

Bijlage I

Tekst gewijzigde tenlastelegging

Aan de verdachte wordt ten laste gelegd dat

hij op of omstreeks 14 juni 2017 te Rotterdam met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit supermarkt [naam supermarkt] (gevestigd aan [adres delict] ) heeft weggenomen (de inhoud van) een fles bier (merk Duvel), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [naam supermarkt] in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte, welke diefstal werd voorafgegaan, vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen [naam slachtoffer 1] en/of [naam slachtoffer 2] , althans een beveiliger, gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden, gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit

van het gestolene te verzekeren, welk geweld en/of welke bedreiging met geweld bestond uit het meermalen, althans eenmaal, duwen tegen het lichaam van die [naam slachtoffer 1] en/of [naam slachtoffer 2] , en/of beveiligers;