Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBROT:2017:10837

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
31-03-2017
Datum publicatie
04-04-2018
Zaaknummer
4935569
Rechtsgebieden
Arbeidsrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Tussenvonnis

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
AR-Updates.nl 2018-0433
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

zaaknummer: 4935569 \ CV EXPL 16-13825

uitspraak: 31 maart 2017

vonnis van de kantonrechter, zitting houdende te Rotterdam,

in de zaak van

[eiser] ,

woonplaats: [plaatsnaam],

eiser in conventie bij exploot van dagvaarding van 18 maart 2016,

verweerder in reconventie,

voorheen als gemachtigde: mr. J.P. Vandervoodt,

thans procederend in persoon,

tegen

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

Seebregts & Saey Strafrechtadvocaten B.V.,

gevestigd te Rotterdam,

gedaagde in conventie,

eiseres in reconventie,

gemachtigde: mr. O. Diels.

Partijen worden hierna aangeduid als “[eiser]” en ook als “Seebregts”.

1 Het verloop van de procedure

Het verloop van de procedure volgt uit de volgende processtukken, waarvan de kantonrechter kennis heeft genomen.

  • -

    het exploot van dagvaarding van 18 maart 2016, met producties;

  • -

    de conclusie van antwoord, tevens eis in reconventie, met producties;

  • -

    het vonnis van 25 mei 2016, waarbij een comparitie van partijen is gelast, die op 25 augustus 2016 is gehouden;

  • -

    de conclusie van antwoord in reconventie;

  • -

    de fax van 14 oktober 2016 van Seebregts;

  • -

    de fax van 26 oktober 2016 van mr. Vandervoodt, inhoudende de mededeling dat hij zich onttrekt als gemachtigde van [eiser];

  • -

    de fax van 8 november 2016 van [eiser] met het verzoek hem een termijn te verlenen om zich van adequate rechtsbijstand te voorzien.

[eiser] heeft, hoewel daartoe in de gelegenheid gesteld, niet meer gereageerd.

De kantonrechter heeft de uitspraak van het vonnis nader bepaald op heden.

2 De vaststaande feiten

Als enerzijds gesteld en anderzijds erkend, dan wel niet of onvoldoende gemotiveerd weersproken, staat tussen partijen het volgende vast.

2.1.

[eiser] is op 6 juni 2011 in dienst getreden als advocaat bij Seebregts. Het laatstverdiende salaris bedraagt € 5.386,63 bruto per maand.

2.2

In de arbeidsovereenkomst staat, voor zover van belang, het volgende:

5. Werknemer ontvangt jaarlijks een bonus ter grootte van een percentage van het positieve verschil tussen de door werknemer gerealiseerde omzet ex btw en een drempelomzet. De drempelomzetten en de respectievelijke percentages luiden per dag van indiensttreding als volgt:

1. vanaf € 102.313,- omzet : 10% bruto over het meerdere

2. vanaf € 153.469,56 omzet : 13% bruto over het meerdere

3. vanaf € 204.626,- omzet : 15% bruto over het meerdere

4. vanaf € 255.782,50 omzet : 20% bruto over het meerdere

6. Onder gerealiseerde omzet wordt verstaan omzet die daadwerkelijk door de BV per bank of per kas is ontvangen.

(…)

8. De bonusregeling zoals verwoord in de punten 5 tot en met 7 wordt in 2011 naar rato toegepast.

(…)

12. Werknemer verklaart zich akkoord met een relatiebeding inhoudende dat per lopende zaak die door werknemer bij beëindiging van de arbeidsovereenkomst wordt meegenomen, zij aan werkgever een vergoeding betaalt ad € 1.000,- ex btw, zulks naast de gebruikelijke verrekening naar rato van de aan de zaak bestede tijd. Het beding geldt niet voor relaties die werknemer reeds had ten tijde van het aangaan van de onderhavige arbeidsovereenkomst.

2.3

[eiser] wilde zijn meer algemene rechtspraktijk wijzigen en zich volledig gaan toeleggen op de strafpraktijk. Seebregts voert een dergelijk gespecialiseerde praktijk.

2.4

Vanaf 2013 ontstonden er bij [eiser] problemen en incidenten. Op 24 november 2014 besliste de Raad van Discipline op een ambtshalve klacht van de deken van de Orde van Advocaten in het arrondissement Rotterdam tot een voorwaardelijke schorsing voor de duur van 2 maanden met een proeftijd van 2 jaar. De klacht had onder meer betrekking op meerdere malen in aanraking komen met de politie, strafrechtelijk veroordelingen en integriteitskwesties.

2.5

Op 8 juli 2015 is [eiser] door Seebregts op non-actief gesteld. In de schorsingsbrief van 8 juli 2015 staat dat Seebregts heeft vernomen dat [eiser] brand heeft gesticht in de woning waar [eiser] tijdens de vakantie in Italië verbleef en waarbij sprake was van drank en/of drugs.

2.6

Bij brief van 16 juli 2015 wordt [eiser] op staande voet ontslagen. In die brief staat, voor zover van belang, het volgende: “De dringende reden bestaat daaruit dat uw cliënt wederom in contact is gekomen met politie, dat niet de waarheid is verteld ten aanzien van de omstandigheden daarvan en de Ipad met vertrouwelijke gegevens buiten controle van uw cliënt is geraakt”.

3 Het geschil in conventie

3.1

[eiser] heeft bij dagvaarding gevorderd in conventie bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad,

1. te verklaren voor recht dat het ontslag als gegeven bij brief van 16 juli 2015 is gegeven

zonder inachtneming van de daarvoor geldende opzegtermijn;

2. te verklaren voor recht dat het beding als verwoord in 12 van de arbeidsovereenkomst

door Seebregts niet jegens [eiser] kan worden ingeroepen, althans dit beding te

vernietigen;

3. Seebregts te veroordelen om tot het einde van het dienstverband, zijnde 16 juli 2015, het

gebruikelijke salaris (bruto per maand € 5.354,50) uit te betalen;

4. Seebregts te veroordelen tot betaling van de wettelijk verhoging wegens te late betaling

van het loon, openstaande vakantiedagen en verschuldigde bonussen;

5. Seebregts te veroordelen binnen 2 dagen na betekening van dit vonnis alle gegevens te overleggen die nodig zijn voor de vaststelling van de aan [eiser] toekomende bonus, zulks op straffe van een dwangsom van € 50.000,- voor iedere dag dat Seebregts hiermee in gebreke blijft;

6. te bepalen dat Seebregts aan [eiser] voldoet het netto equivalent van het niet uitbetaalde deel van de bonussen van 2013 en 2014 ad € 4.000,- ;

7. te bepalen dat Seebregts aan [eiser] voldoet de onkostenvergoeding ad € 195,68;

8. te bepalen dat Seebregts aan [eiser] voldoet de wettelijke rente over voormelde bedragen vanaf 16 juli 2015, althans vanaf de dag der dagvaarding tot aan de dag der algehele voldoening;

9. met veroordeling van Seebregts in de kosten van de procedure.

3.2

Aan zijn vordering in conventie legt [eiser] - zakelijk weergegeven en voor zover thans van belang – ten grondslag dat hij ten onrechte op staande voet is ontslagen. Er is echter sprake van een onwerkbare situatie, zodat [eiser] in de beëindiging van de arbeidsovereenkomst zal berusten. Het relatiebeding is nietig, althans moet worden vernietigd. In Nederland geldt een vrije advocaatkeuze, hetgeen impliceert dat het een cliënt vrij moet zijn om te beslissen of hij met [eiser] meegaat om zijn belangen verder te laten behartigen als [eiser] elders werkzaam wordt. Het betalen van een vergoeding van € 1.000,- belemmert een cliënt in die mogelijkheden. Seebregts is gehouden tot betaling van de niet opgenomen vakantiedagen van in totaal 98,5 dagen en de onkostenvergoeding. Ook dient Seebregts overgaan tot het verstrekken van inlichtingen die noodzakelijk zijn om de hoogte van de bonus te kunnen berekenen.

3.3

Seebregts heeft tegen de vordering in conventie verweer gevoerd. Zij heeft – zakelijk weergegeven en voor zover thans van belang – aangevoerd dat het ontslag op staande voet onherroepelijk is en dat er nog een aantal zaken praktisch dient te worden afgewikkeld. De discussiepunten tussen partijen betroffen onder meer de afwikkeling bij de Raad voor Rechtsbijstand en praktische overdracht van zaken. Seebregts heeft belang bij (handhaving van) het relatiebeding. De vergoeding is passend omdat aan een zaak (die [eiser] meeneemt) ook een relatie met die klant is verbonden. [eiser] heeft 128 zaken meegenomen en daarmee in feite een volledige, lopende strafpraktijk meegenomen.

3.4

Seebregts heeft haar aanspraak op de vergoeding op basis van het relatiebeding op grond van artikel 7:632 BW verrekend met het nog uit te betalen loon en bijkomende aanspraken van [eiser].

3.5

De aanspraken van [eiser] terzake de eindafrekening zijn als volgt:

- bruto loon over de periode 1 tot en met 16 juli 2015 : € 3.725,00

- bruto vakantiegeld (juni tot en met 16 juli 2016) : € 726,00

- ‘ potje’ (reservering voor vrije besteding) : € 1.075,00

- uitkering openstaande vakantiedagen : € 8.699,00

- vakantiegeld over de openstaande vakantiedagen : € 696,00

De totale aanspraak van [eiser] bedraagt totaal € 14.921,00.

3.6

[eiser] gaat ten onrechte uit van 98,5 uren niet opgenomen vakantiedagen. Rekening houdend met de verjaringstermijn en verval van aanspraken op grond van artikel 7:640 a BW resteert namelijk een saldo van 35,2 dagen, dat is € 8.698,62.

3.7

Op grond van artikel 5,6 en 7 van de arbeidsovereenkomst heeft [eiser] aanspraak op een bonus ter grootte van een percentage van het positieve verschil tussen de door [eiser] gerealiseerde omzet exclusief btw en een drempelomzet. De omzet tot en met juli 2015 bedraagt € 93.107,00. De drempelomzet voor 2015 bedroeg € 111.065,00, zodoende bestaat voor het jaar 2015 geen recht op een bonus. Omzet uit eerdere jaren die zijn geïncasseerd in 2014 zijn betrokken bij de berekende omzet.

3.8

Seebregts heeft middels de conclusie van antwoord de noodzakelijke informatie reeds verstrekt. Er bestaat subsidiair geen grond voor een dwangsom. Seebregts betwist voorts de onkostenvergoeding van € 195,68.

4 Het geschil in reconventie

4.1

Seebregts heeft gevorderd in reconventie, bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad,

a. [eiser] te veroordelen tot betaling binnen 3 dagen na betekening van dit vonnis van € 139.959,- subsidiair voor zover verrekening niet (geheel) mogelijk zou zijn

€ 154.880,- althans een in goede justitie vast te stellen vergoeding te vermeerderen met de wettelijke handelsrente, subsidiair wettelijke rente vanaf 27 maart 2016 tot aan de dag der algehele voldoening alsmede de buitengerechtelijke kosten van rechtsbijstand ad € 2.135,- althans door een in goede justitie te bepalen bedrag;

b. [eiser] te veroordelen tot afgifte aan Seebregts & Saey van de volgende informatie, te weten

1. een overzicht van de zaken die [eiser] heeft meegenomen en inmiddels zijn afgerond;

2. een overzicht van de zaken die [eiser] heeft meegenomen en nog niet zijn afgerond, voorzien van de actuele status;

3. zaken waarin de Raad voor Rechtsbijstand vergoedingen heeft vastgesteld en/of uitgekeerd ten behoeve van [eiser] en waarvan de behandeling reeds was aangevangen ten tijde van het dienstverband met Seebregts & Saey voorzien van een opgave van door [eiser] terzake bestede tijd en kopieën van de vaststellingen, waarbij het bij de categorie onder ‘c’ (kntr: bedoeld zal zijn categorie onder “3”) zowel om zaken gaat die [eiser] heeft meegenomen en vaststellingen en/of vergoedingen voor zaken die aan [eiser] zijn uitgekeerd, maar bij Seebregts & Saey in behandeling bleven, althans ten tijde van het dienstverband zijn afgerond.

c. [eiser] te veroordelen om telkens bij de vaststelling van enige vergoeding door de Raad voor Rechtsbijstand aan [eiser] in zaken waarbij [eiser] werkzaamheden heeft verricht tijdens het dienstverband met Seebregts & Saey binnen 10 werkdagen na ontvangst van de vergoeding, aan Seebregts & Saey per vergoeding de volgende informatie te verschaffen

- een schriftelijk verrekeningsvoorstel doet, met gelijktijdige schriftelijke verstrekking van

- de totale urenspecificatie van [eiser] en eventueel andere advocaten die werkzaamheden hebben verricht in die zaak,

- een afschrift van de vergoedingsaanvraag bij de Raad voor Rechtsbijstand, en

- de vaststelling van de vergoeding door de Raad voor Rechtsbijstand;

d. de vorderingen in reconventie sub b en c op straffe van een dwangsom van € 500,00 voor iedere dag dat [eiser] met de nakoming van de verplichtingen in gebreke blijft.

e. [eiser] te veroordelen in de kosten van de procedure.

4.2

Aan haar vordering in reconventie legt Seebregts - zakelijk weergegeven en voor zover thans van belang – ten grondslag dat [eiser] in de periode van ontslag tot eind maart 2016 in totaal 128 lopende dossiers heeft meegenomen. Op grond van artikel 12 van de arbeidsovereenkomst is [eiser] een bedrag van € 154.880,00 (128 x € 1.000,00 x 1.21 BTW) aan Seebregts verschuldigd. Seebregts heeft haar aanspraak op de vergoeding op basis van het voormelde relatiebeding op grond van artikel 7:632 BW verrekend met het nog uit te betalen loon en bijkomende aanspraken van [eiser]. Er resteert nog een vordering van (€ 154.880,00 - € 14.921,- = ) € 139.959,00.

4.2.1

De door [eiser] meegenomen zaken zijn overwegend zaken op basis van door de Raad voor Rechtsbijstand verstrekte toevoegingen. De Raad voor Rechtsbijstand verstrekt de toevoeging op naam van de behandelende advocaat en rekent met die advocaat ook af. Op de dag dat [eiser] werd geschorst heeft hij de Raad voor Rechtsbijstand meteen geïnstrueerd om aan Seebregts geen enkele informatie meer te verschaffen omtrent lopende zaken en opdracht gegeven alle vergoedingen in verband met zaken die op dat moment op zijn naam stonden, over te maken naar een nieuwe, door [eiser] opgegeven bankrekening.

4.2.2

Voor zover de vergoedingen die de Raad voor Rechtsbijstand heeft overgemaakt naar de door [eiser] opgegeven bankrekening deels betrekking hebben op werkzaamheden die [eiser] heeft verricht toen hij nog in dienst was bij Seebregts en deels op werkzaamheden die hij heeft verricht na beëindiging van het dienstverband, dient genoemde vergoeding naar rato van de aan de zaak bestede tijd te worden verdeeld tussen [eiser] en Seebregts.

4.2.3

Tot op heden heeft [eiser] nog geen enkele vergoeding doorgestort, daartoe een voorstel gedaan of daadwerkelijk verrekend. Gezien de inmiddels verlopen tijd vanaf de overdracht van de dossiers heeft [eiser] ongetwijfeld reeds geldsommen van de Raad voor Rechtsbijstand, althans cliënten, ontvangen. Seebregts heeft thans recht en belang bij deze informatie teneinde de overgedragen dossiers financieel te kunnen afwikkelen.

4.3

[eiser] heeft tegen de vordering in reconventie verweer gevoerd. Hij heeft – zakelijk weergegeven en voor zover thans van belang – aangevoerd dat hij de strafzaken van cliënten met wie hij een vertrouwensrelatie had en welke cliënten ook verder door hem wilden worden bijgestaan heeft meegenomen. Hij heeft zijn activiteiten als een eenmanszaak verder gecontinueerd en de dossiers verder behandeld. De dossiers betroffen tweeërlei: 1. Reeds afgedane zaken waarbij de inhoud van de dossiers van belang was in verband met een ingesteld appel; 2. Nog niet afgedane zaken die wel waren aangevangen in de periode dat [eiser] in loondienst als advocaat werkzaam was bij Seebregts. Het verstrekken van inlichtingen door de Raad voor Rechtsbijstand is van geen belang voor Seebregts. De opbrengst van de toevoegingen komt toe aan [eiser], tenzij Seebregts aannemelijk kan maken dat in de periode dat hij werkzaam was bij Seebregts uit die toevoegingen omzet is gegenereerd die Seebregts dan zou toekomen. Daartoe heeft Seebregts echter geen enkel stuk overgelegd. Indien de kantonrechter dit dienstig acht, is [eiser] bereid om de afrekenstaten van de Raad voor Rechtsbijstand over te leggen.

4.3.1

Voorts betwist [eiser] de geldigheid van het relatiebeding. Hij betwist dat hij “128 lopende dossiers” heeft meegenomen. Sommige dossiers bestonden uit meerdere mappen en sommige hebben geen betrekking op lopende dossiers. De zaken bestaan uit de volgende 4 categorieën:

  1. zaken die [eiser] reeds in behandeling had bij aanvang van het dienstverband bij Seebregts en die nog niet waren beëindigd;

  2. zaken van cliënten die reeds cliënt waren bij [eiser] voordat hij bij Seebregts in dienst trad;

  3. zaken van cliënten die ten tijde van de dienstbetrekking van [eiser] bij Seebregts nadrukkelijk vroegen om door [eiser] te worden bijgestaan en

  4. zaken van cliënten die door [eiser] worden voorzien van rechtsbijstand op het uitdrukkelijk verzoek van het kantoor van Seebregts.

Zonodig is [eiser] bereid om een lijst van overgenomen dossiers te overleggen, waarin deze bovengenoemde categorieën worden uitgesplitst.

5 De beoordeling van de vordering in conventie en in reconventie

5.1

De kantonrechter heeft ter comparitie van partijen de zaak met partijen besproken.

5.2

Ter comparitie van partijen zijn partijen het erover eens dat er geen rechtsmiddel is ingesteld tegen het op 16 juli 2015 gegeven ontslag op staande voet. Daarmee is het ontslag onherroepelijk geworden en dat dat betekent dat de arbeidsovereenkomst tussen partijen per

16 juli 2015 rechtsgeldig is geëindigd. Er is thans nog sprake van een aantal praktische afwikkelingspunten waarover partijen van mening verschillen en waarover overeenstemming dient te worden bereikt.

5.3

Op de comparitie van partijen hebben partijen onder meer afspraken gemaakt over verzoeken om informatie, verstrekking van informatie en de mogelijkheid om tot een minnelijke regeling te komen. De kantonrechter heeft de comparitie van partijen aangehouden teneinde partijen de gelegenheid te bieden uitvoering te geven aan de door hen gemaakte afspraken. Bij fax van 14 oktober 2016 heeft de gemachtigde van Seebregts laten weten dat partijen er niet in zijn geslaagd om tot een algehele minnelijke schikking te komen. Seebregts geeft aan dat [eiser] geen verzoeken om informatie heeft gedaan en dat de gemachtigde van [eiser] zich heeft onttrokken, alvorens de door Seebregts verzochte informatie aan haar te verstrekken. Seebregts verzoekt in reconventie

(tussen)vonnis te wijzen ten aanzien van informatieverstrekking over de meegenomen zaken, informatieverstrekking Raad voor Rechtsbijstand en de gevorderde dwangsom. Uitdrukkelijk wordt door Seebregts verzocht om de niet in omvang beperkte dwangsom toe te wijzen nu dat kennelijk nodig is om [eiser] tot handelen te bewegen.

5.4

De kantonrechter heeft [eiser] in de gelegenheid gesteld om op de fax van 14 oktober 2016 van Seebregts te reageren. Ook na het gegeven uitstel aan [eiser] heeft [eiser] niet gereageerd. Nu [eiser] niet heeft gereageerd, terwijl hij daartoe wel in de gelegenheid is gesteld, zal het door Seebregts gevorderde als niet langer gemotiveerd betwist worden toegewezen, zoals hierna vermeld.

5.5

De overige vorderingen, zowel in conventie als in reconventie, zullen voor 3 maanden worden aangehouden, teneinde partijen in de gelegenheid te stellen om alsnog tot een minnelijke regeling te komen.

6 De beslissing

De kantonrechter:

in reconventie

veroordeelt [eiser] om binnen 10 werkdagen na betekening van dit vonnis tot afgifte over te gaan aan Seebregts & Saey van de volgende informatie, te weten:

1. een overzicht van de zaken die [eiser] heeft meegenomen en inmiddels zijn afgerond;

2. een overzicht van de zaken die [eiser] heeft meegenomen en nog niet zijn afgerond, voorzien van de actuele status;

3. zaken waarin de Raad voor Rechtsbijstand vergoedingen heeft vastgesteld en/of uitgekeerd ten behoeve van [eiser] en waarvan de behandeling reeds was aangevangen ten tijde van het dienstverband met Seebregts & Saey voorzien van een opgave van door [eiser] terzake bestede tijd en kopieën van de vaststellingen, waarbij het bij de categorie onder ‘c’ (kntr: bedoeld zal zijn categorie onder “3”) zowel om zaken gaat die [eiser] heeft meegenomen en vaststellingen en/of vergoedingen voor zaken die aan [eiser] zijn uitgekeerd, maar bij Seebregts & Saey in behandeling bleven, althans ten tijde van het dienstverband zijn afgerond, op straffe van een dwangsom van

€ 500,00 voor iedere dag dat [eiser] met de nakoming van de afgifte in gebreke blijft, tot een maximumbedrag van € 25.000,00;

veroordeelt [eiser] om telkens bij de vaststelling van enige vergoeding door de Raad voor Rechtsbijstand aan [eiser] in zaken waarbij [eiser] werkzaamheden heeft verricht tijdens het dienstverband met Seebregts & Saey binnen 10 werkdagen na betekening van dit vonnis, aan Seebregts & Saey per vergoeding de volgende informatie te verschaffen

- een schriftelijk verrekeningsvoorstel doet, met gelijktijdige schriftelijke verstrekking van

- de totale urenspecificatie van [eiser] en eventueel andere advocaten die werkzaamheden hebben verricht in die zaak,

- een afschrift van de vergoedingsaanvraag bij de Raad voor Rechtsbijstand, en

- de vaststelling van de vergoeding door de Raad voor Rechtsbijstand,

op straffe van een dwangsom van € 500,00 voor iedere dag dat [eiser] met de nakoming hiervan in gebreke blijft, tot een maximumbedrag van € 25.000,00;

houdt de beslissingen van de overige vorderingen in conventie en reconventie aan;

verwijst de zaak naar de rolzitting van woensdag 19 juli 2017 om 14:30 uur, teneinde partijen in de gelegenheid te stellen zich uit te laten over het door hen gewenste verdere verloop van de procedure;

verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen door mr. K.J. Bezuijen en uitgesproken ter openbare terechtzitting.

821