Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBROT:2017:10823

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
16-11-2017
Datum publicatie
05-03-2018
Zaaknummer
10/960197-16
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan het voorhanden krijgen van een vuurwapen en in het bezit hebben van verboden wapens en munitie waaronder o.a. een ploertendoder en twee busjes pepperspray.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Rechtbank Rotterdam

Team straf 1

Parketnummer: 10/960197-16

Uitspraakdatum: 16 november 2017

Tegenspraak

Vonnis van de rechtbank Rotterdam, meervoudige kamer voor strafzaken, in de zaak tegen de verdachte:

[naam verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats verdachte] op [geboortedatum verdachte] ,

ingeschreven in de basisregistratie personen op het adres

[adres verdachte] , [woonplaats verdachte] ,

bijgestaan door mr. S. Makhloufi, advocaat te Utrecht.

1 Onderzoek op de terechtzitting

Gelet is op het onderzoek op de terechtzitting van 2 november 2017.

2 Tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd hetgeen is vermeld in de dagvaarding.

De tekst van de tenlastelegging is als bijlage I aan dit vonnis gehecht.

3 Eis officier van justitie

De officier van justitie mr. B.C. Niks heeft gerekwireerd tot

  • -

    bewezenverklaring van de onder 1 en 2 ten laste gelegde feiten;

  • -

    veroordeling van verdachte tot een geheel voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van één maand met een proeftijd van twee jaren, alsmede tot een taakstraf voor de duur van 120 uren, te vervangen door 60 dagen hechtenis, met aftrek van de tijd die de verdachte reeds in voorarrest heeft doorgebracht;

  • -

    verbeurdverklaring van het onder de verdachte in beslag genomen geldbedrag van € 1.300,-;

  • -

    onttrekking aan het verkeer van de overige onder de verdachte in beslag genomen voorwerpen omschreven op de lijst van inbeslaggenomen voorwerpen.

4 Waardering van het bewijs

Bewezenverklaring zonder nadere motivering

Het onder 1 en 2 tenlastegelegde is door de verdachte bekend. Deze feiten zullen zonder nadere bespreking bewezen worden verklaard.

In bijlage II heeft de rechtbank een opgave gedaan van wettige bewijsmiddelen, houdende voor de bewezenverklaring redengevende feiten en omstandigheden. Met deze opgave wordt volstaan, nu de verdachte het bewezen verklaarde heeft bekend en nadien geen vrijspraak is bepleit. Op grond daarvan is wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder 1 en 2 ten laste gelegde heeft begaan op die wijze dat:

1.

hij in de periode van 19 april 2016 tot en met 17 mei 2016 te Tiel en Berg en Dal,

ter uitvoering van het door hem, verdachte, voorgenomen misdrijf om een vuurwapen van categorie III (een vuurwapen: Glock 19) voorhanden te krijgen,

- e-mailberichten heeft gestuurd over de afname van een vuurwapen, en

- met de verkoper een afspraak heeft gemaakt op 11 mei 2016 om te spreken over de aankoop van een vuurwapen, en

- met de verkoper een overeenkomst heeft gesloten om voor 1300 euro een vuurwapen te kopen op 17 mei 2016 en

- ter overdracht van het vuurwapen op 17 mei 2016 is gegaan naar het Van der Valk hotel in Tiel

terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid.

2.

hij op 17 mei 2016 te Berg en Dal wapens en munitie als bedoeld in de Wet wapens en munitie voorhanden heeft gehad, immers heeft hij, verdachte,

wapens als bedoeld in artikel 2 lid 1 categorie III onder 1 van die wet, te weten vuurwapens in de zin van artikel 1 onder 3 van die wet, namelijk;

- een vuurwapen 7,92mm x 57 Mauser K98, en

- een vuurwapen 7.92mm x 57 K98

een wapen als bedoeld in artikel 2 lid 1 categorie I onder 3 van die wet, namelijk;

-een ploertendoder

wapens als bedoeld in artikel 2 lid 1 categorie II onder 6 van die wet, namelijk;

- twee busjes pepperspray

munitie als bedoeld in artikel 2 lid 2 categorie III van die wet, te weten munitie in de zin van artikel 1 onder 4 van die wet, namelijk;

- 49 kogelpatronen 7,92mm x 57

- 1 kogelpatroon, 6,35br. Hirtenberger/volmantel

- 10 kogelpatronen 7,92 x 57

- 10 kogelpatronen 5,56mm x 45

- 50 kogelpatronen 9mm x 19

- 20 kogelpatronen 9mm x 19 S&B Volmantel

- 4 kogelpatronen .45 acp S&B Volmantel

- 50 kogelpatronen 9mm kort S&B Volmantel

voorhanden gehad.

Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd is niet bewezen. De verdachte moet daarvan worden vrijgesproken.

5 Strafbaarheid van de feiten

De bewezen feiten leveren op:

ten aanzien van feit 1:

poging tot handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de Wet wapens en munitie en het feit begaan met betrekking tot een vuurwapen van categorie III.

ten aanzien van feit 2:

handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de Wet wapens en munitie, begaan met betrekking tot een vuurwapen van categorie III, meermalen gepleegd

en

handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de Wet wapens en munitie, begaan met betrekking tot een wapen van categorie I

en

handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de Wet wapens en munitie, begaan met betrekking tot een wapen van categorie II

en

handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de Wet wapens en munitie, begaan met betrekking tot munitie van categorie III, meermalen gepleegd

en

handelen in strijd met artikel 13 van de Wet wapens en munitie.

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten. De feiten zijn dus strafbaar.

6 Strafbaarheid van de verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluit. De verdachte is dus strafbaar.

7 Motivering van de straf

Bij de beslissing over de straf die aan de verdachte moet worden opgelegd, heeft de rechtbank zich laten leiden door de aard en de ernst van de feiten, de omstandigheden waaronder deze feiten zijn begaan, alsmede de persoon en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte.

In het bijzonder heeft de rechtbank het volgende in aanmerking genomen.

De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan overtreding van de Wet wapens en munitie door te trachten een vuurwapen aan te schaffen via het zogenoemde “Darkweb”. Hiertoe heeft de verdachte tot twee keer toe afgesproken met een persoon waarvan hij dacht dat het een wapenleverancier was. Dat bleek echter een undercoveragent te zijn. Direct na een ontmoeting met deze “leverancier” werd de verdachte dan ook aangehouden.

Tijdens de daaropvolgende doorzoeking in zijn woning zijn twee vuurwapens, een ploertendoder, twee busjes pepperspray en een hoeveelheid munitie aangetroffen. De verdachte heeft verklaard dat zijn handelen het gevolg is van een volledig uit de hand gelopen hobby. Hij verzamelde slechts wapens en oorlogsmemorabilia en had er geen slechte intenties mee. Dat is ook de indruk die de rechtbank ter terechtzitting heeft gekregen van de verdachte. Zulks laat evenwel onverlet dat de verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan ernstige strafbare feiten. Hij had zich moeten realiseren dat het ongecontroleerd bezit van dergelijke wapens en munitie een onaanvaardbaar gevaar voor de veiligheid van anderen in het leven roept. De ervaring leert namelijk dat het bezit hiervan al te gemakkelijk leidt tot het gebruik ervan, en dat het daarnaast ook kan leiden tot ongevallen met ernstige gevolgen. De rechtbank rekent dit de verdachte zwaar aan.

Met betrekking tot de persoon van de verdachte heeft de rechtbank acht geslagen op een uittreksel uit de justitiële documentatie van 6 oktober 2017, waaruit blijkt dat verdachte een zogenaamd blanco strafblad heeft. Daarnaast heeft de rechtbank acht geslagen op het over de verdachte uitgebrachte reclasseringsadvies gedateerd 30 september 2016 van [naam medewerker reclassering] , reclasseringswerker bij Reclassering Nederland, waaruit blijkt dat verdachte coöperatief en sociaal vaardig is en er geen aanknopingspunten zijn voor toezicht of begeleiding. De rechtbank houdt ook in het voordeel van verdachte rekening met zijn positieve houding op zitting. Verdachte betuigde spijt, wat verdachte duidelijk geëmotioneerd deed en wat de rechtbank ook oprecht overkwam.

Gelet op de ernst van de gepleegde feiten, kan naar oordeel van de rechtbank in beginsel niet worden volstaan met een andere of lichtere sanctie dan een straf die onvoorwaardelijke vrijheidsbeneming met zich brengt. Evenals de officier van justitie voorstaat, zal daar in dit geval van worden afgezien. De verdachte heeft de gevolgen van zijn handelen niet overzien. Daar komt bij dat de verdachte ter terechtzitting te kennen heeft gegeven het laakbare van zijn handelen in te zien. Hij heeft zijn leven bovendien goed op orde. Een onvoorwaardelijke gevangenisstraf zou dat mogelijk in gevaar kunnen brengen, omdat dit tot gevolg kan hebben dat hij zijn baan als storingsmonteur kwijtraakt.

Een taakstraf is op zijn plaats. Het aantal uren te verrichten onbetaalde arbeid zal hoger zijn dan hetgeen de officier van justitie heeft geëist, namelijk 160. Een gedeelte daarvan, 40 uur, zal echter voorwaardelijk worden opgelegd. Hopelijk zal dit de verdachte er in de toekomst van weerhouden opnieuw strafbare feiten te plegen. Het daarnaast ook opleggen van een voorwaardelijke gevangenisstraf, zoals door de officier van justitie geëist, wordt niet noodzakelijk geacht.

8 In beslag genomen voorwerpen

8.1.

Onttrekking aan het verkeer

De in beslag genomen voorwerpen omschreven op de lijst van inbeslaggenomen voorwerpen, zoals omschreven in de aan dit vonnis gehechte bijlage III, zullen (behoudens het onder 2 genoemde geldbedrag) worden onttrokken aan het verkeer.

De voorwerpen behoren de verdachte toe en het ongecontroleerde bezit daarvan is in strijd met de wet. Het onder feit 2 bewezen feit is met betrekking tot voornoemde voorwerpen begaan.

8.2.

Verbeurdverklaring

Het onder de verdachte in beslag genomen en eveneens op voornoemde lijst vermelde geldbedrag van € 1.300,- zal conform de eis van de officier van justitie verbeurd worden verklaard. Het geldbedrag behoort immers de verdachte toe en het was bestemd voor het begaan van het onder 1 bewezen feit.

9 Toepasselijke wettelijke voorschriften

Gelet is op de artikelen

14a, 14b, 14c, 22c, 22d, 33, 33a, 36b, 36c, 45 en 57 van het Wetboek van Strafrecht, alsmede

13, 26 en 55 van de Wet wapens en munitie.

10 Bijlagen

De in dit vonnis genoemde bijlagen maken deel uit van dit vonnis.

11 Beslissing

De rechtbank:

verklaart bewezen, dat de verdachte de onder 1 en 2 ten laste gelegde feiten, zoals hiervoor omschreven, heeft begaan;

verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte meer of anders ten laste is gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij;

stelt vast dat het bewezen verklaarde oplevert de hiervoor vermelde strafbare feiten;

verklaart de verdachte strafbaar;

veroordeelt de verdachte tot een taakstraf voor de duur van 160 (honderdzestig) uren, waarvan 40 (veertig) uren voorwaardelijk, waarbij de Reclassering Nederland dient te bepalen uit welke werkzaamheden de taakstraf dient te bestaan;

bepaalt dat het voorwaardelijk deel van de taakstraf niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechtbank later anders mocht gelasten, omdat de veroordeelde voor het einde van de proeftijd, die hierbij wordt gesteld op 2 jaar, na te melden voorwaarde overtreedt;

stelt als algemene voorwaarde:

- de veroordeelde zal zich vóór het einde van de proeftijd niet aan een strafbaar feit schuldig maken;

beveelt dat de tijd die door de veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde taakstraf in mindering wordt gebracht volgens de maatstaf van twee uren per dag, zodat na deze aftrek 152 (honderdtweeënvijftig) uren te verrichten taakstraf resteert;

beveelt dat, voor het geval de veroordeelde de taakstraf niet naar behoren verricht, vervangende hechtenis zal worden toegepast voor de duur van 76 dagen;

beslist ten aanzien van de voorwerpen, geplaatst op de lijst van inbeslaggenomen en nog niet teruggegeven voorwerpen, als volgt:
- verklaart onttrokken aan het verkeer de op voornoemde lijst onder de voorwerpnummers 3 tot en met 13 vermelde goederen.

-verklaart verbeurd als bijkomende straf het onder voorwerpnummer 2 vermelde

geldbedrag van € 1.300,-;

heft op het bevel tot voorlopige hechtenis van de verdachte, die bij eerdere beslissing is geschorst.

Dit vonnis is gewezen door:

mr. M.M. Koevoets, voorzitter,

mr. F.W. van Lottum en mr. J.C. Tijink, rechters,

in tegenwoordigheid van mr. D. Ince, griffier,

en uitgesproken op de openbare terechtzitting van 16 november 2017.

Bijlage I

Tekst tenlastelegging

Aan de verdachte wordt ten laste gelegd dat

1.

hij in of omstreeks de periode van 19 april 2016 tot en met 17 mei 2016 te Tiel en/of Berg en Dal, althans in Nederland,

ter uitvoering van het door hem, verdachte, voorgenomen misdrijf om een vuurwapen van categorie II en/of III (een vuurwapen: Glock 19) voorhanden te krijgen,

- een of meer e-mailbericht(en) heeft gestuurd over de afname van een vuurwapen, en/of

- met de verkoper een afspraak heeft gemaakt op 11 mei 2016 om te spreken over de aankoop en/of verkoop van een vuurwapen, en/of

- met de verkoper een mondelinge overeenkomst heeft gesloten om voor 1300 euro een vuurwapen te kopen op 17 mei 2016

- ter overdracht van het vuurwapen op 17 mei 2016 is gegaan naar het Van der Valk hotel in Tiel

terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid.

2.

hij op of omstreeks 17 mei 2016 te Berg en Dal (een) wapen(s) en/of munitie als bedoeld in de Wet wapens en munitie voorhanden heeft gehad, immers heeft hij, verdachte,

- ( een) wapen(s) als bedoeld in artikel 2 lid 1 categorie III onder 1 van die wet, te weten (een) vuurwapen(s) in de zin van artikel 1 onder 3 van die wet, namelijk;

- een vuurwapen 7,92mm x 57 Mauser K98, en/of

- een vuurwapen 7.92mm x 57 K98

- een wapen als bedoeld in artikel 2 lid 1 categorie I onder 3 van die wet, namelijk;

-een ploertendoder

- ( een) wapen(s) als bedoeld in artikel 2 lid 1 categorie II onder 6 van die wet, namelijk;

- ( twee) busje(s) pepperspray

- munitie als bedoeld in artikel 2 lid 2 categorie III van die wet, te weten munitie in de zin van artikel 1 onder 4 van die wet, namelijk;

- 49, althans een of meer kogelpatro(o)n(en) 7,92mm x 57

- 1 kogelpatroon, 6,35br. Hirtenberger/volmantel

- 10, althans een of meer kogelpatro(o)n(en) 7,92 x 57 (2 keer 5 patronen)

- 10, althans een of meer kogelpatro(o)n(en) 5,56mm x 45

- 50, althans een of meer kogelpatro(o)n(en) 9mm x 19

- 20, althans een of meer kogelpatro(o)n(en) 9mm x 19 S&B Volmantel

- 4, althans een of meer kogelpatro(o)n(en) .45 acp S&B Volmantel

- 50, althans een of meer kogelpatro(o)n(en) 9mm kort S&B Volmantel

voorhanden gehad.