Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBROT:2017:10427

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
29-11-2017
Datum publicatie
01-03-2018
Zaaknummer
10/651059-17
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Voorhanden hebben van vuurwapens, aantreffen DNA-mengprofiel op de wapens.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Rechtbank Rotterdam

Team straf 2

Parketnummer: 10/651059-17

Datum uitspraak: 29 november 2017

Tegenspraak

Vonnis van de rechtbank Rotterdam, meervoudige kamer voor strafzaken, in de zaak tegen de verdachte:

[naam verdachte] ,

geboren op [geboortedatum verdachte] te [geboorteplaats verdachte] ,

ingeschreven in de basisregistratie personen op het adres:

[adres verdachte] , [woonplaats verdachte] ,

volgens eigen verklaring wonende te:

[feitelijk adres verdachte] , [feitelijke woonplaats verdachte] ,

raadsman mr. G.R. Stolk, advocaat te Rotterdam.

1 Onderzoek op de terechtzitting

Gelet is op het onderzoek op de terechtzitting van 15 november 2017.

2 Tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd hetgeen is vermeld in de dagvaarding, zoals deze op de terechtzitting overeenkomstig de vordering van de officier van justitie is gewijzigd.

De tekst van de gewijzigde tenlastelegging is als bijlage I aan dit vonnis gehecht.

3 Eis officier van justitie

De officier van justitie mr. C. de Bruijn heeft gevorderd:

  • -

    vrijspraak van het onder 2, 3, 4 en 5 ten laste gelegde;

  • -

    bewezenverklaring van het onder 1 ten laste gelegde;

  • -

    veroordeling van de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 20 maanden met aftrek van voorarrest, waarvan vier maanden voorwaardelijk, met een proeftijd van twee jaren;

  • -

    opheffing van het geschorste bevel gevangenhouding.

4 Waardering van het bewijs

4.1.

Vrijspraak feiten 2, 3, 4 en 5

Met de officier van justitie en de verdediging is de rechtbank van oordeel dat het onder 2, 3, 4 en 5 ten laste gelegde niet wettig en overtuigend is bewezen, zodat de verdachte daarvan zonder nadere motivering zal worden vrijgesproken.

4.2.

Bewijswaardering feit 1

4.2.1.

Standpunt verdediging

De verdachte heeft het ten laste gelegde ontkend. De raadsman heeft bepleit de verdachte vrij te spreken van het onder 1 ten laste gelegde feit. Daartoe is aangevoerd dat het vinden van een DNA-spoor op de wapens onvoldoende is voor bewezenverklaring, nu DNA geen hard bewijs is en overdraagbaar is. De verdachte verbleef in die periode in de woning en zijn DNA kan door indirecte overdracht op de wapens terecht zijn gekomen.

4.2.2.

Beoordeling

Op 5 augustus 2017 vindt er in de woning aan de [adres delict] te Rotterdam een doorzoeking plaats. Op dit adres waren op dat moment aanwezig de moeder van de verdachte, de zus van de verdachte en haar minderjarige zoon, en de vriendin van de verdachte. In die periode verbleef de verdachte met zijn vriendin in de woning van zijn moeder op het desbetreffende adres.

Op de tweede verdieping vinden de verbalisanten in een slaapkamer, later slaapkamer 3 genoemd, onder het matras van een bed twee vuurwapens en patronen. Deze vuurwapens en patronen worden in beslag genomen en veilig gesteld. De wapens blijken een pistool van het type Glock 17 (kaliber 9 x 19) en een pistool type FN 1922 (kaliber 7.65mm) te zijn. Beide wapens zijn vuurwapens in de zin van artikel 1 onder 3 van de Wet wapens en munitie. De wapens zijn bemonsterd op de aanwezigheid van mogelijke DNA-sporen.

Van het pistool type Glock 17 worden twee monsters afgenomen: van het pistool zelf ( [SIN-nummer 1] ) en van het patroonmagazijn ( [SIN-nummer 2] ). Van het pistool zelf is een DNA-mengprofiel verkregen van minimaal drie donoren. Daaruit is een DNA-hoofdprofiel verkregen. Dit DNA-hoofdprofiel matcht met het DNA-profiel van de verdachte. Daarnaast wordt de vriendin van de verdachte niet uitgesloten als donor van een relatief geringe hoeveelheid DNA in de bemonstering. Het NFI concludeert uit de resultaten van het onderzoek dat het extreem veel waarschijnlijker is dat de bemonstering DNA bevat van de verdachte, zijn vriendin en een onbekende, niet verwante persoon, dan wanneer het DNA bevat van de verdachte en twee onbekende, niet verwante personen.

Ook van de bemonstering van het patroonmagazijn van het pistool type Glock 17 is een DNA-mengprofiel verkregen van minimaal drie personen. De verdachte en zijn vriendin worden niet uitgesloten als donor hiervan. Het NFI concludeert daarbij uit de resultaten van het onderzoek blijkt dat het extreem veel waarschijnlijker is wanneer de bemonstering DNA bevat van de verdachte en twee onbekende, niet verwante personen, dan wanneer de bemonstering DNA bevat van drie onbekende, niet verwante personen.

Anders gezegd houdt dit in dat het extreem veel waarschijnlijker is dat de verdachte heeft bijgedragen aan de DNA-mengprofielen dan een willekeurig ander. Hoewel dit resultaat van het DNA-onderzoek om uitleg vraagt blijft de verdachte bij de ontkenning dat hij het wapen en de patroonhouder voorhanden heeft gehad.

Uit de bemonstering van het pistool type FN 1922 is een DNA-mengprofiel afkomstig van celmateriaal van minimaal drie personen verkregen. Het DNA-hoofdprofiel matcht met het DNA-profiel van de broer van verdachte. De verdachte wordt niet uitgesloten als donor van een relatief geringe hoeveelheid DNA in de bemonstering. Het NFI concludeert daarbij dat het veel waarschijnlijker is dat de bemonstering DNA bevat van de beide broers en een niet verwante persoon, dan dat de bemonstering DNA bevat van de broer van de verdachte en twee onbekende, niet verwante personen.

De rechtbank is van oordeel dat op grond van het voorgaande voldoende wettig en overtuigend bewezen is dat de verdachte het pistool type Glock 17 voorhanden heeft gehad. De rechtbank neemt hierbij in het bijzonder in aanmerking dat er op dit pistool geen DNA is aangetroffen dat overeenkomt met het DNA van de broer van de verdachte en juist wel met het DNA van de verdachte zelf en (niet uitgesloten) zijn vriendin. Daarom is niet aannemelijk dat dit DNA door overdracht, van de verdachte via diens broer, op het pistool terecht is gekomen, zoals de verdediging heeft betoogd. Dit pistool is gevonden naast het pistool type FN 1922, verstopt onder het matras in de woning waar de verdachte toentertijd verbleef met zijn vriendin. Onder deze omstandigheden, en mede gelet op de bevindingen van het NFI die hierboven zijn omschrijven acht de rechtbank wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte ook dit pistool voorhanden heeft gehad.

Uit het feit dat van het ene wapen een DNA-hoofdprofiel is verkregen van de verdachte en van het andere wapen een DNA-hoofdprofiel van de broer van de verdachte, in combinatie met het feit dat de wapens bij elkaar onder een matras zijn aangetroffen in de woning waar beide broers op dat moment verbleven, leidt de rechtbank af dat de broers samen de beschikkingsmacht over de wapens hebben gehad. Daarmee is ook bewezen dat de verdachte tezamen en in vereniging met een ander heeft gehandeld.

Het verweer van de raadsman wordt verworpen.

4.3.

Bewezenverklaring

In bijlage II heeft de rechtbank de inhoud van wettige bewijsmiddelen opgenomen, houdende voor de bewezenverklaring redengevende feiten en omstandigheden. Op grond daarvan, en op grond van de redengevende inhoud van het voorgaande, is wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder 1 ten laste gelegde heeft begaan op die wijze dat:

1.

hij op 05 augustus 2017 te Rotterdam, tezamen en in vereniging met een ander wapens als bedoeld in artikel 2 lid 1 Categorie III onder 1 van de Wet wapens en munitie, te weten

- een vuurwapen in de zin van artikel 1, onder 3 van die wet in de vorm van een pistool van het merk/type Glock 17 kaliber 9 X 19 (= gelijk aan 9 mm Luger) en een vuurwapen in de zin van artikel 1, onder 3 van die wet in de vorm van een pistool van het merk/type FN 1922 kaliber 7.65 mm, voorhanden heeft gehad.

Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd is niet bewezen. De verdachte moet (ook) daarvan worden vrijgesproken.

5 Strafbaarheid feit

Het bewezen feit levert op:

handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de Wet Wapens en munitie en het feit begaan met betrekking tot een wapen van categorie III, meermalen, tezamen en in vereniging gepleegd.

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het feit uitsluiten. Het feit is dus strafbaar.

6 Strafbaarheid verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluit. De verdachte is dus strafbaar.

7 Motivering straf

7.1.

Algemene overweging

De straf die aan de verdachte wordt opgelegd, is gegrond op de ernst van het feit, de omstandigheden waaronder het feit is begaan en de persoon en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte. Daarbij wordt in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.

7.2.

Feit waarop de straf is gebaseerd

De verdachte heeft zich op 5 augustus 2017 schuldig gemaakt aan het voorhanden hebben van twee pistolen. De vuurwapens zijn in een slaapkamer, onder het matras, gevonden in de woning van de moeder van de verdachte. Behalve de moeder, de zus en de broer van de verdachte, verbleven ook de verdachte en zijn vriendin in die periode in die woning. De vuurwapens lagen daarmee binnen handbereik voor verdachte, maar ook voor de overige familieleden. Vuurwapens kunnen worden gebruikt bij het plegen van ernstige strafbare feiten. Het bezit ervan brengt onaanvaardbare veiligheidsrisico’s voor en gevoelens van onveiligheid in de samenleving mee.

7.3.

Persoonlijke omstandigheden van de verdachte

De rechtbank heeft acht geslagen op een uittreksel uit de justitiële documentatie van 23 oktober 2017, waaruit blijkt dat de verdachte eerder is veroordeeld voor misdrijven tegen het leven gericht.

De rechtbank houdt bij het bepalen van de straf rekening met hetgeen de verdediging omtrent zijn persoonlijke omstandigheden naar voren heeft gebracht.

Gezien de ernst van het feit kan echter niet anders worden gereageerd dan met het opleggen van een onvoorwaardelijke gevangenisstraf. Bij de bepaling van de duur van de gevangenisstraf heeft de rechtbank acht geslagen op de straffen die voor soortgelijke feiten worden opgelegd.

De rechtbank acht, alles afwegend, de oplegging van een onvoorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van twaalf maanden, passend en geboden.

8 Toepasselijke wettelijke voorschriften

Gelet is op artikel 57 van het wetboek van Strafrecht en de artikelen 26 en 55 van de Wet Wapens en munitie.

9 Bijlagen

De in dit vonnis genoemde bijlagen maken deel uit van dit vonnis.

10 Beslissing

De rechtbank:

verklaart niet bewezen, dat de verdachte het de onder 2, 3, 4 en 5 ten laste gelegde feiten heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij;

verklaart bewezen, dat de verdachte het onder 1 ten laste gelegde feit, zoals hiervoor omschreven, heeft begaan;

verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte meer of anders ten laste is gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard en spreekt de verdachte (ook) daarvan vrij;

stelt vast dat het bewezen verklaarde oplevert het hiervoor vermelde strafbare feit;

verklaart de verdachte strafbaar;

veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 12 maanden, met aftrek van het voorarrest;

heft op de schorsing van de voorlopige hechtenis van de verdachte.

Dit vonnis is gewezen door:

mr. P. van Dijken, voorzitter,

en mrs. J. van Dort en M. van Smit, rechters,

in tegenwoordigheid van mr. S. Salah-Hashim, griffier,

en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank op 29 november 2017.

De griffier is buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.

Bijlage I

Tekst gewijzigde tenlastelegging

Aan de verdachte wordt ten laste gelegd dat

1.

hij op of omstreeks 05 augustus 2017 te Rotterdam, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander, althans alleen, een of meer wapens als bedoeld in artikel 2 lid 1 Categorie III onder 1 van de Wet wapens en munitie, te weten

- een vuurwapen in de zin van artikel 1, onder 3 van die wet in de vorm van een pistool van het merk/type Glock 17 kaliber 9 X 19 (= gelijk aan 9 mm Luger) en/of

- een vuurwapen in de zin van artikel 1, onder 3 van die wet in de vorm van een pistool van het merk/type FN 1922 kaliber 7.65 mm,

en/of

(bijbehorende) munitie in de zin van artikel 1 onder 4 van de Wet wapens en munitie, te weten munitie als bedoeld in artikel 2 lid 2 van die wet, van de Categorie III onder 1, te weten

- 5 kogelpatronen van het merk/type Fiocchi, kaliber 9 mm Luger (= gelijk aan

9 X 19) en/of

- 6 kogelpatronen van het merk/type divers, kaliber 7.65 m, voorhanden heeft gehad;

artikel 26 jo 55 Wet wapens en munitie

artikel 26 lid 1 Wet wapens en munitie

2.

hij op of omstreeks 05 augustus 2017 te Rotterdam, althans in Nederland opzettelijk aanwezig heeft gehad ongeveer 33 gram, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal

bevattende cocaïne, zijnde cocaïne een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet;

artikel 2 onder C Opiumwet

artikel 10 lid 3 Opiumwet

3.

hij op of omstreeks 05 augustus 2017 te Rotterdam, althans in Nederland, een wapen als bedoeld in artikel 2 lid 1 Categorie II onder 5o van de Wet wapens en munitie, te weten een voorwerp waarmee door een elektrische stroomstoot personen weerloos kunnen worden gemaakt of pijn kan worden toegebracht, te weten een stroomstootwapen (met opschrift Police Flashlight) voorhanden heeft gehad;

artikel 26 lid 1 Wet wapens en munitie

artikel 26 lid 1 Wet wapens en munitie

4.

hij op of omstreeks 05 augustus 2017 te Rotterdam, althans in Nederland, (een) wapen(s) als bedoeld in art. 2 lid 1 Categorie I onder 79 van de Wet wapens en munitie gelet op 3, onder a van de Regeling wapens en munitie, te weten een door de Minister van Justitie aangewezen voorwerp dat zodanig op een wapen gelijkt dat het voor bedreiging of afdreiging geschikt is, namelijk een nabootsing van een vuurwapen, te weten

- een nabootsing van een revolver, welke door vorm en afmeting een sprekende

gelijkenis vertoont met een vuurwapen, namelijk een revolver van het merk Steith en Wesson, model 29 - 6.5 en/of

- een nabootsing van een pistool, welke door vorm en afmeting een sprekende gelijkenis vertoont met een vuurwapen, namelijk een pistool van het merk Walther type P99,

voorhanden heeft gehad;

artikel 13 jo 55 Wet wapens en munitie

artikel 13 lid 1 Wet wapens en munitie

5.

hij op of omstreeks 05 augustus 2017 te Rotterdam, althans in Nederland, opzettelijk aanwezig heeft gehad ongeveer 44 gram, in elk geval een hoeveelheid van meer dan 30 gram hennep, zijnde hennep een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst II, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet;

artikel 3 onder C Opiumwet

artikel 11 lid 2 Opiumwet