Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBROT:2017:10425

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
13-10-2017
Datum publicatie
25-02-2018
Zaaknummer
14-2165 EA
Rechtsgebieden
Insolventierecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Schuldenaar heeft tijdens de looptijd van de schuldsaneringsregeling heroïne gedeald en daarvoor vastgezeten in België, daarnaast is een hennepkwekerij in zijn woning aangetroffen. Naar het oordeel van de rechtbank is het plegen van een misdrijf gedurende de schuldsaneringsregeling in strijd met het doel en de strekking van die regeling. Dit levert voldoende grond op voor het weigeren van de schone lei. Dat de schuldeisers niet zijn benadeeld, doet daaraan niet af.

Wetsverwijzingen
Faillissementswet 354
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Rechtbank Rotterdam

Team insolventie

weigering schone lei

insolventienummer: [nummer]

uitspraakdatum: 13 oktober 2017

Bij vonnis van deze rechtbank van 6 oktober 2014 is de toepassing van de schuldsaneringsregeling uitgesproken ten aanzien van:

[naam 1] ,

[adres]

[woonplaats] ,

schuldenaar,

bewindvoerder: P.R. Suvaal-Laurens.

1 De procedure

De bewindvoerder heeft op 21 juli 2017 schriftelijk verslag uitgebracht over de beëindiging van de toepassing van de schuldsaneringsregeling.

Op 25 september 2017 en op 5 oktober 2017 heeft de bewindvoerder de rechtbank bericht omtrent de laatste stand van zaken. Mr. R.W. de Gruijl, advocaat van schuldenaar, heeft op 4 oktober 2017 aanvullende stukken aan de rechtbank gestuurd.

De beëindiging is behandeld ter terechtzitting van 6 oktober 2017. De bewindvoerder, schuldenaar, bijgestaan door zijn beschermingsbewindvoerder, mevrouw [naam 2] , en mr. R. Tamboenan, kantoorgenoot van mr. De Gruijl, alsmede de heer [naam 3] , schuldeiser, zijn verschenen.

De uitspraak is bepaald op heden.

2 De standpunten

De bewindvoerder heeft in haar eindverslag van 21 juli 2017 de rechtbank geadviseerd de schone lei niet te verlenen aan schuldenaar. Schuldenaar heeft niet volledig aan de informatieverplichting voldaan en hij heeft nieuwe bovenmatige schulden laten ontstaan. Het betreft een schuld aan Eneco van € 553,59 en een schuld aan de gemeente Vlaardingen van € 1.293,75. De schuld aan de gemeente Vlaardingen is ontstaan in verband met de ontmanteling van de hennepkwekerij die in de woning van schuldenaar is aangetroffen. De bewindvoerder heeft haar advies herhaald in haar stand van zaken van 25 september 2017. In haar laatste stand van zaken van 5 oktober 2017 heeft de bewindvoerder, in reactie op de brief met bijlagen van mr. De Gruijl van 4 oktober 2017, bericht dat de schuld aan de gemeente Vlaardingen is voldaan. Tevens zouden er nog schulden zijn ontstaan aan GGN inzake Waterweg Wonen en aan Stedin. De schulden aan GGN en Eneco zijn door schuldenaar voldaan. De schuld aan Stedin bedraagt € 1.806,79. Voor deze schuld is een betalingsregeling getroffen. Verder heeft de bewindvoerder aangegeven dat er een voorstand van € 236,20 is ontstaan. De bewindvoerder heeft tot slot bericht dat schuldenaar niet heeft gereageerd op haar verslag met daarin de melding van de hennepkwekerij. Schuldenaar heeft voorts nagelaten te melden dat hij van 5 oktober 2016 tot en met 30 november 2016 in detentie heeft gezeten. Ter terechtzitting heeft de bewindvoerder te kennen gegeven dat er geen wijzigingen zijn ten aanzien van de laatste stand van zaken. De bewindvoerder heeft haar advies om de schone lei te weigeren gehandhaafd.

De heer [naam 3] is door de rechtbank in de gelegenheid gesteld om ex artikel 353 lid 2 van de Faillissementswet ter terechtzitting het woord te voeren. Hij heeft de rechtbank verzocht de schone lei niet aan schuldenaar te verlenen. Schuldenaar is veroordeeld voor zware mishandeling van de heer [naam 3] . De civiele rechter heeft schuldenaar veroordeeld tot het betalen van een schadevergoeding. De heer [naam 3] heeft naar zijn zeggen erg geleden en kampt tot aan de dag van vandaag met de psychische en lichamelijke gevolgen van voornoemde mishandeling.

Na het afleggen van zijn verklaring heeft de heer [naam 3] de zittingszaal verlaten.

Mr. De Gruijl heeft in zijn brief van 4 oktober 2017 aangevoerd dat de hennepkwekerij weliswaar in de woning van schuldenaar is aangetroffen, maar dat schuldenaar daar niets mee te maken had. Schuldenaar was gedetineerd in België toen de hennepkwekerij werd aangetroffen. Mr. De Gruijl heeft voorts in zijn brief gesteld dat de nieuwe schulden zijn voldaan en dat met Stedin een betalingsregeling is getroffen.

Schuldenaar heeft ter terechtzitting verklaard dat hij in de periode voorafgaand aan het ontdekken van de hennepkwekerij zwaar verslaafd was en bedreigd werd door criminelen. Volgens schuldenaar moest hij kiezen om of een hennepkwekerij in zijn woning op te zetten of heroïne in België te gaan dealen. Schuldenaar heeft verklaard dat hij ervoor heeft gekozen om heroïne te dealen. Dit heeft geleid tot een strafrechtelijke veroordeling in België in het kader waarvan hij van 5 oktober 2016 tot en met 30 november 2016 in België gedetineerd heeft gezeten. Toen hij nog dealde reed schuldenaar iedere avond terug naar zijn woning. Sporen van een hennepkwekerij heeft hij in zijn woning nooit gezien. Toen hij vast kwam te zitten in België heeft hij de sleutel van zijn woning aan de criminelen gegeven opdat zij voor zijn hond zouden zorgen. Schuldenaar heeft voorts verklaard dat hij periodes psychotisch en schizofreen is geweest. Thans is schuldenaar in behandeling bij Bouman en wordt hij begeleid door Stichting Pameijer.

3 De beoordeling

De schuldsaneringsregeling biedt een schuldenaar in een problematische schuldensituatie de mogelijkheid om na drie jaar een schone lei te verkrijgen. Dit betekent in de voorliggende regeling dat een groot deel van de schuld van € 96.502,90 niet langer opeisbaar is. De schuldsaneringsregeling is bedoeld om te bewerkstelligen dat een natuurlijk persoon die in een problematische financiële situatie terechtgekomen is, niet tot in lengte van jaren met zijn schulden achtervolgd kan worden. De regeling biedt het uitzicht op een schone lei. Om die schone lei te verkrijgen zal de schuldenaar in elk geval moeten voldoen aan de kernverplichtingen: hij dient de bewindvoerder gevraagd en ongevraagd te informeren, zijn inkomen boven het vrij te laten bedrag af te dragen aan de boedelrekening, zich aantoonbaar tot het uiterste in te spannen om een fulltime dienstbetrekking te verkrijgen en er mogen tijdens de toepassing van de schuldsaneringsregeling geen nieuwe schulden ontstaan. Van de schuldenaar wordt een actieve houding verwacht bij het naleven van voornoemde verplichtingen. Tevens kan van hem verwacht worden dat hij zich onthoudt van gedragingen die niet in overeenstemming zijn met het doel en de strekking van de regeling.

Vast staat dat schuldenaar tijdens de looptijd van de schuldsaneringsregeling heroïne heeft gedeald en daarvoor heeft vastgezeten in België. Naar het oordeel van de rechtbank is het plegen van een misdrijf gedurende de schuldsaneringsregeling in strijd met het doel en de strekking van die regeling. Deze is er immers mede op gericht dat schuldenaar de oorzaak of de oorzaken voor zijn financiële problemen onder controle krijgt. Het plegen van een misdrijf druist daar recht tegen in. Schuldenaar heeft zich bovendien willens en wetens blootgesteld aan het risico dat hij zou worden gestraft (hetgeen zich ook heeft gerealiseerd) en dat daardoor de uitvoering van de schuldsaneringsregeling zou kunnen worden belemmerd dan wel gefrustreerd.

Bovendien is in de woning van schuldenaar een hennepkwekerij ontdekt. Of schuldenaar hier voor vervolgd zal worden is thans onbekend. Weliswaar heeft schuldenaar gesteld dat hij niets te maken had met de hennepkwekerij omdat hij toen in België gedetineerd was, maar dit komt de rechtbank niet zonder meer waarschijnlijk voor, alleen al gelet op de korte tijdspanne die gelegen is tussen de datum waarop schuldenaar vast is komen te zitten

(5 oktober 2016) en de datum waarop de hennepkwekerij is ontdekt (13 oktober 2016). Bovendien valt het schuldenaar in elk geval te verwijten dat hij de sleutel van zijn woning aan criminelen heeft afgegeven en het daarmee mogelijk heeft gemaakt dat zijn woning voor criminele activiteiten zou worden gebruikt.

De hiervoor genoemde gedragingen van schuldenaar zijn zodanig in strijd met het doel en de strekking van de schuldsaneringsregeling dat deze reeds voldoende grond opleveren voor het weigeren van de schone lei. Dat de schuldeisers niet zijn benadeeld, doet daaraan niet af.

Daar komt nog bij dat schuldenaar de bewindvoerder niet heeft ingelicht over zijn veroordeling voor het dealen van heroïne in België. Dat schuldenaar niet in staat zou zijn geweest om deze informatie – al dan niet door tussenkomst van zijn beschermingsbewindvoerder – te verstrekken, is niet gesteld of gebleken. Bovendien heeft schuldenaar als gevolg van de ontmanteling van de hennepkwekerij nieuwe schulden laten ontstaan. Als zodanig is schuldenaar ook toerekenbaar tekortgeschoten is in de op hem rustende inlichtingenverplichting en de verplichting om geen nieuwe schulden te maken tijdens de schuldsaneringsregeling.

De schone lei zal gelet op het voorgaande worden geweigerd.

De rechtbank zal het salaris van de bewindvoerder en de door deze gemaakte kosten vaststellen.

4 De beslissing

De rechtbank:

- stelt vast dat de schuldenaar toerekenbaar in de nakoming van een of meer uit de schuldsaneringsregeling voortvloeiende verplichtingen is tekortgeschoten;

- bepaalt dat de toepassing van de schuldsaneringsregeling eindigt op het moment dat de slotuitdelingslijst verbindend is geworden, doch dat de uit de schuldsaneringsregeling voortvloeiende verplichtingen van schuldenaar eindigen op 6 oktober 2017;

- stelt het salaris voor de bewindvoerder, één en ander inclusief onkosten en omzetbelasting, vast op het aanwezig actief tot een bedrag van maximaal € 3.195,02.

Dit vonnis is gewezen door mr. A.M. van Kalmthout, rechter, en in aanwezigheid van

mr. S. Verberne, griffier, in het openbaar uitgesproken op 13 oktober 2017. 1

1 Tegen deze uitspraak kan degene aan wie de Faillissementswet dat recht toekent, gedurende acht dagen na de dag van deze uitspraak, hoger beroep instellen. Het hoger beroep kan uitsluitend door een advocaat worden ingesteld bij een verzoekschrift, in te dienen ter griffie van het gerechtshof dat van deze zaak kennis moet nemen.