Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBROT:2017:10405

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
05-07-2017
Datum publicatie
13-02-2018
Zaaknummer
C 10/486597 / HA ZA 15-1046
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Vervolg op ECLI:NL:RBROT:2016:3954. Scoutingwerkzaamheden in de voetbalwereld voor Engels bemiddelingskantoor. Waardering bewijslevering met betrekking tot totstandkoming overeenkomst tot lastgeving en commissieovereenkomst. Bewijs niet geleverd.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK ROTTERDAM

Team haven en handel

zaaknummer / rolnummer: Cl 10/486597 / HA ZA 15-1046

Vonnis van 5 juli 2017

in de zaak van

de rechtspersoon naar het recht van het Verenigd Koninkrijk

STELLAR FOOTBALL LIMITED,

gevestigd te Londen, Verenigd Koninkrijk, eiseres in conventie in de hoofdzaak,· verweerster in reconventie in de hoofdzaak, verweerster in het incident,

advocaat mr. J. Blakborn te Amsterdam, tegen

[gedaagde] ,

wonende te [woonplaats] ,

gedaagde in conventie in de hoofdzaak, eiser in reconventie in de hoofdzaak,

eiser in het incident,

advocaat mr. W.A. Vader te Amsterdam.

Partijen zullen hierna Stellar Football en [gedaagde] genoemd worden.

l. De procedure

1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit:

  • -

    het tussenvonnis van 18 mei 2016 en de daaraan ten grondslag liggende stukken:

  • -

    de akte uitlating bewijsverrichtingen van [gedaagde] ;

  • -

    de akte overlegging producties van [gedaagde] ;

  • -

    de akte overlegging producties van Stellar Football;

  • -

    het proces-verbaal van getuigenverhoor van 25 oktober 2016;

  • -

    de akte van depot van [gedaagde] ;

  • -

    het proces-verbaal van getuigenverhoor van 31 januari 2017:

  • -

    de conclusie na getuigenverhoor van [gedaagde] , met producties:

  • -

    de antwoordconclusie na getuigenverhoor van Stellar Football. met producties:

  • -

    de akte uitlating producties van [gedaagde] .

1.2. Ten slotte is vonnis bepaald.

2 De verdere beoordeling in conventie

2.1

Bij bovengenoemd tussenvonnis heeft de rechtbank beslist dat de vordering in conventie zal worden toegewezen, in die zin dat [gedaagde] zal worden veroordeeld tot betaling aan Stellar Football van £ 40.000, vermeerderd met de contractuele rente van 5,5% vanaf de vervaldata van de respectieve termijnen over de respectieve termijnbedragen. Voorts heeft de rechtbank beslist dat [gedaagde] zal worden veroordeeld in de proceskosten, die zullen worden begroot overeenkomstig het gebruikelijke liquidatietarief en dat de vordering voor het overige zal worden afgewezen.

2.2

De proceskosten zullen worden begroot op € 3.791,19. Dit bedrag bestaat uit

€ 1.909 aan griffierecht, € 94,19 aan explootkosten en € 1.788 aan advocaatsalaris (dagvaarding (1), comparitie van partijen (1)). Voorts heeft Stellar Football vergoeding

gevorderd van de beslagkosten. Op basis van de overgelegde beslagstukken worden deze begroot op € 1.901,89 (€ 452 voor advocaatsalaris, € 1.449,89 voor verschotten).

in reconventie

2.3

Bij tussenvonnis heeft de rechtbank beslist dat de gevorderde verklaringen voor recht, die samenhangen met het geschil in conventie, niet zullen worden gegeven. Voorts heeft de rechtbank [gedaagde] bewijs opgedragen van zijn stelling dat (1) tussen hem en zijn vennootschap Quickstar een overeenkomst van lastgeving bestaat en (2) tussen hem en Stellar Football, althans Quickstar en Stellar Football, een overeenkomst tot stand is gekomen inhoudende dat Stellar Football 25% van de door haar in verband met de voetballer [voetballer A] ontvangen commissie aan [gedaagde] althans aan Quickstar, dient te betalen.

2.4

De rechtbank is van oordeel dat het bestaan van de door [gedaagde] gestelde overeenkomst niet bewezen is , zodat hij geen aanspraak heeft op enige commissie. De rechtbank overweegt in dit verband het volgende.

2.5

In het kader van de bewijslevering heeft [gedaagde] twee getuigen doen horen: zichzelf en mevrouw [moeder voetballer A] de moeder van [voetballer A] (de getuige wordt hierna aangeduid als de moeder , de voetballer als [voetballer A] ). Verder heeft [gedaagde] onder andere een transcriptie overgelegd van een gesprek dat hij en de moeder in december 2015 hebben gevoerd. Stellar Football heeft enkele schriftelijke verklaringen overgelegd.

2.6

[gedaagde] heeft als getuige bevestigd dat tijdens het gesprek van 11 juli 2011 de mondelinge afspraak is gemaakt dat de commissie voor mogelijk door [voetballer A] af te sluiten voetbalcontracten zou worden verdeeld volgens de sleutel 50% voor Stellar Football, 25% voor de familie van [voetballer A] en 25% voor [gedaagde] . [gedaagde] geldt als partijgetuige in de zin van artikel 164 Rv. Dat betekent dat zijn verklaring alleen tot het bewijs kan bijdragen indien sprake is van aanvullende bewijzen die zodanig sterk zijn en zodanig essentiële punten betreffen dat zij de partijgetuigenverklaring voldoende geloofwaardig maken. Dat aanvullende bewijs is er niet.

2.7

De moeder heeft onder ede uitdrukkelijk verklaard dat de in de bewijsopdracht vermelde afspraak niet is gemaakt. Wel heeft er volgens haar verklaring op 11 juli 2011 een

gesprek plaatsgevonden tussen een vertegenwoordiger van Stellar Football, [gedaagde] en

haarzelf, maar bij die gelegenheid is geen afspraak gemaakt. Het betrof enkel een eerste gesprek, aldus de moeder. Daarna hebben nog verschillende andere gesprekken plaatsgevonden, maar zij herinnert zich niet of daarbij [gedaagde] steeds aanwezig is geweest. Deze verklaring komt in grote lijnen overeen met hetgeen zij heeft geschreven in haar brief aan de rechtbank van 1 oktober 2016. De rechtbank deelt niet de opvatting van [gedaagde] dat geen geloof kan worden gehecht aan de getuigenverklaring van de moeder, omdat zij geen specifieke herinneringen heeft aan het verloop van de verschillende gesprekken maar wel zou weten dat er geen commissieafspraak als bedoeld door [gedaagde] is gemaakt. De rechtbank acht het heel wel denkbaar dat verschillende details over de gesprekken met Stellar Football zijn vergeten, maar dat tegelijkertijd wel een scherpe herinnering bestaat aan het al dan niet maken van een afspraak over de verdeling van commissie. Met dat laatste is immers direct een (groot) financieel belang gemoeid. Nu de moeder hoe dan ook niet

heeft verklaard dat de door [gedaagde] gestelde afspraak is gemaakt, biedt haar verklaring al met al niet het vereiste aanvullend bewijs dat [gedaagde] nodig heeft.

2.8

[gedaagde] hecht veel waarde aan de transcriptie van zijn gesprek met de moeder in

december 20 I 5. Uit de omvang van de transcriptie (33 A4-tjes) leidt de rechtbank af dat het een langdurig gesprek is geweest. In zijn conclusie na enquête (onder randnummer 2.7) heeft [gedaagde] een groot aantal regels uit die transcriptie gekopieerd, waaruit in zijn visie volgt dat de moeder het bestaan van de gestelde commissieafspraak heeft bevestigd. De rechtbank trekt die conclusie echter niet uit de transcriptie. Uit het stuk blijkt naar het oordeel van de rechtbank vooral dat [gedaagde] zich tijdens het gesprek veel moeite heeft getroost om de moeder het bestaan van de commissieafspraak te laten bevestigen. Zowel de vragen van [gedaagde] als de antwoorden van de moeder zijn echter weinig scherp en duidelijk, en voor meerdere uitleg vatbaar. Bij wijze van voorbeeld wijst de rechtbank op de volgende uitlating van de moeder (zoals gekopieerd door [gedaagde] in zijn conclusie na enquête):

“Zij gaan mij niet meer betalen ze gaan zeggen nee, wij gaan vijf vijfentwintig betalen. Komt ook wij hebben afspraak met Steve. Jij krijgt vijfentwintig je moet met Steve gaan kijken."

[gedaagde] legt dit uit als bevestiging van de gestelde commissieafspraak. Naar het oordeel van de rechtbank kan een uitlating als deze ook heel wel worden begrepen in het licht van de zorgen die de moeder had over de haar toekomende commissie indien zou worden aangenomen dat ook [gedaagde] recht had op een deel van de commissie met betrekking tot [voetballer A] . Zo begrepen zegt dit nog niet dat de moeder het bestaan van de commissieafspraak heeft bevestigd. Het gesprek is te rommelig verlopen en de gedane uitspraken zijn te

onvolledig en te vaag om deze alternatieve lezing te kunnen uitsluiten. Waar vervolgens de moeder zowel in haar schriftelijke verklaring als in haar onder ede afgelegde verklaring het bestaan van de commissieafspraak uitdrukkelijk heeft ontkend, kan ook de transcriptie van het gesprek niet het noodzakelijke aanvullende bewijs bieden.

2.9

De aan de zijde van Stellar Football overgelegde schriftelijke verklaringen,

waaronder die van haar directeur die bij het gesprek van 11 juli 2011 aanwezig was, houden in de kern allemaal een betwisting in van het bestaan van de in de bewijsopdracht bedoelde afspraak.

2.10

De slotsom moet zijn dat [gedaagde] niet is geslaagd in het bew ijs van de door hem gestelde commissieafspraak, zodat hij met betrekking tot de door [voetballer A] afgesloten contracten geen aanspraak heeft op enige vergoeding .

2.11

Bij tussenvonnis heeft de rechtbank al beslist dat de vordering van [gedaagde] voor zover deze betrekking heeft op commissie in verband met de voetballer [voetballer B] niet toewijsbaar is.

2.12

Het voorgaande leidt ertoe dat de vordering in reconventie niet toewijsbaar is. In het midden kan blijven of tussen [gedaagde] en Quickstar een overeenkomst van lastgeving bestaat.

2.13

De reconventionele vordering zal dus worden afgewezen. [gedaagde] zal worden veroordeeld in de proceskosten. Deze worden begroot op € 1.130 voor advocaatsalaris (conclusie van antwoord in reconventie (1), bijwonen getuigenverhoren (1), antwoordconclusie na enquête (0,5)).

in het incident

2.14

Bij tussenvonnis heeft de rechtbank de beslissing in het incident ex artikel 843a Rv aangehouden. De door [gedaagde] ingestelde incidentele vordering strekt ertoe stukken te verkrijgen op basi,s waarvan hij kan beoordelen hoe hoog de commissie is waarop hij aanspraak heeft. Uit het voorgaande volgt dat [gedaagde] in het geheel geen aanspraak heeft op enige commissie, zodat hij geen belang heeft bij de gevorderde inzage . De incidentele vordering zal daarom worden afgewezen en [gedaagde] zal worden veroordeeld in de proceskosten in het incident (€ 452 voor advocaatsalaris).

3 De beslissing

De rechtbank

in conventie

3.1

veroordeelt [gedaagde] tot betaling aan Stellar Football van f 40.000 (veertigduizend Britse ponden), te vermeerderen met de contractuele rente van 5,5% over de respectieve termijnbedragen vanaf de vervaldata van de respectieve termijnen, zoals blijkend uit 2.7 van het tussenvonnis van 18 mei 2016. tot aan de dag van voldoening;

3.2

veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten van Stellar Football. tot op heden begroot op

€ 3.791,19 ;

3 . 3. veroordeelt [gedaagde] in de beslagkosten van Stellar Football, begroot op € 1.901.89:

3.4.

verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad:

3.5.

wijst af het meer of anders gevorderde.

in reconventie

3.6.

wijst de vordering af;

3.7.

veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten van Stellar Football, tot op heden begroot op € l.130;

3.8.

verklaart dit vonnis voor wat betreft de proceskostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad;

in het incident

3.9.

wijst de vordering af;

3.10

veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten van Stellar Football, tot op heden begroot op € 452;

3.11

verklaart dit vonnis voor wat betreft de proceskostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen door mr. Th. Veling en in het openbaar uitgesproken op 5 juli 2017.

1980/2111