Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBROT:2017:10321

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
22-12-2017
Datum publicatie
15-01-2018
Zaaknummer
10/811177-17 / parketnummer vordering TUL VV: 10/661080-13
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Verdachte heeft politieambtenaren mishandeld en bedreigd onder invloed van een psychose. Naast een gevangenisstraf wordt een terbeschikkingstelling met voorwaarden opgelegd.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Rechtbank Rotterdam

Team straf 3

Parketnummer: 10/811177-17

Parketnummer vordering TUL VV: 10/661080-13

Datum uitspraak: 22 december 2017

Tegenspraak

Verkort vonnis van de rechtbank Rotterdam, meervoudige kamer voor strafzaken, in de zaak tegen de verdachte:

[naam verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats verdachte] op [geboortedatum verdachte] ,

ingeschreven in de basisregistratie personen op het adres

[adres verdachte] , [woonplaats verdachte] ,

ten tijde van het onderzoek op de terechtzitting preventief gedetineerd in de

Penitentiaire Inrichting Krimpen aan den IJssel,

raadsman mr. C.M.P. Jongsma, advocaat te Rotterdam.

1 Onderzoek op de terechtzitting

Gelet is op het onderzoek op de terechtzitting van 12 december 2017.

2 Tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd hetgeen is vermeld in de dagvaarding. De tekst van de tenlastelegging is als bijlage I aan dit vonnis gehecht.

3 Eis officier van justitie

De officier van justitie mr. D. van Zetten heeft gevorderd:

  • -

    bewezenverklaring van het onder 1, 2, 3 en 4 ten laste gelegde en het onder 5 ten laste gelegde, met uitzondering van de bedreiging van [naam slachtoffer 1] ;

  • -

    veroordeling van de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 6 maanden met aftrek van voorarrest, alsmede ter beschikkingstelling van de verdachte met de voorwaarden zoals geadviseerd door de reclassering;

  • -

    dadelijke uitvoerbaarheid van de bijzondere voorwaarden.

4 Waardering van het bewijs

4.1.

Bewezenverklaring zonder nadere motivering

De verdediging heeft geen bewijsverweren gevoerd ten aanzien van de onder 1, 2, 3 en 4 ten laste gelegde. Deze feiten zullen zonder nadere bespreking bewezen worden verklaard.

Met de officier van justitie en de verdediging is de rechtbank van oordeel dat het onder feit 5 ten laste gelegde, voor zover ziende op de bedreiging van [naam slachtoffer 1] , niet wettig en overtuigend is bewezen, zodat de verdachte daarvan zonder nadere motivering partieel zal worden vrijgesproken. Voor het overige zal feit 5 bewezen worden verklaard.

4.2.

Bewezenverklaring

Wettig en overtuigend is bewezen dat de verdachte het onder 1, 2, 3, 4 en 5 ten laste gelegde heeft begaan op die wijze dat:

1.

hij op 05 september 2017 te Berkel en Rodenrijs, gemeente Lansingerland,

[naam slachtoffer 2] en [naam slachtoffer 3] heeft bedreigd

met enig misdrijf tegen het leven gericht ,

door die [naam slachtoffer 2] en [naam slachtoffer 3] dreigend de woorden toe te voegen "Ik maak

jullie dood, ik maak jullie af", ;

2.

hij op 05 september 2017 te Berkel en Rodenrijs, gemeente Lansingerland,

zich met geweld , heeft verzet tegen een ambtenaar, [naam slachtoffer 3] , agent van de politie Eenheid Rotterdam en [naam slachtoffer 2] , aspirant van politie Eenheid Rotterdam, werkzaam in de rechtmatige uitoefening van hun bediening, te weten toen zij verdachte

vast hadden gegrepen en/of onder controle wilden krijgen/houden

teneinde verdachte over te leveren aan de Geneeskundige dienst,

door

- gewelddadig te rukken en/of te trekken in een richting tegengesteld waarin

voornoemde [naam slachtoffer 2] en/of [naam slachtoffer 3] verdachte trachtten te geleiden en

- zijn spieren aan te spannen en

- voornoemde [naam slachtoffer 2] en [naam slachtoffer 3] tegen het gezicht te trappen/schoppen

en

- met zijn benen wild in het rond te trappen,

terwijl dit misdrijf en/of de daarmede gepaard gaande feitelijkheden enig

lichamelijk letsel, te weten een beurs en/of opgezette wang bij die [naam slachtoffer 2] en/of

[naam slachtoffer 3] ten gevolge heeft gehad;

3.

hij op 05 september 2017 te Rotterdam [naam slachtoffer 3] heeft mishandeld door hem in zijn arm te bijten;

4.

hij op 05 september 2017 te Berkel en Rodenrijs, gemeente Lansingerland,

opzettelijk een ambtenaar, te weten [naam slachtoffer 2] , aspirant bij de politie Eenheid Rotterdam

en [naam slachtoffer 3] , agent bij de politie Eenheid Rotterdam,

gedurende of ter zake van de rechtmatige uitoefening van hun bediening,

in zijn/haar tegenwoordigheid, mondeling heeft beledigd,

door hem/haar de woorden toe te voegen: "Vuile kankerlijers, kanker joden",

5.

hij op 05 september 2017 te Berkel en Rodenrijs, gemeente Lansingerland,

[naam slachtoffer 4] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht ,

door die [naam slachtoffer 4] dreigend de woorden toe te voegen " [voornaam slachtoffer 4] ik ga je dood maken" .

Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd is niet bewezen. De verdachte moet ook daarvan worden vrijgesproken.

Voor zover in de bewezenverklaarde tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. De verdachte is daardoor niet in zijn verdediging geschaad.

De overtuiging dat de verdachte het bewezen verklaarde heeft begaan is gegrond op de inhoud van de wettige bewijsmiddelen, houdende tot bewezenverklaring redengevende feiten en omstandigheden. Het vonnis zal in die gevallen waarin de wet dit vereist worden aangevuld met een later bij dit vonnis te voegen bijlage met daarin de inhoud dan wel de opgave van de bewijsmiddelen.

5 Strafbaarheid feiten

De bewezen feiten leveren op:

1.

bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht, meermalen gepleegd

2.

wederspannigheid, terwijl het misdrijf of de daarmee gepaard gaande feitelijkheden enig lichamelijk letsel ten gevolge hebben;

3.

mishandeling

4.

eenvoudige belediging, terwijl de belediging wordt aangedaan aan een ambtenaar gedurende of ter zake van de rechtmatige uitoefening van zijn bediening, meermalen gepleegd

5.

bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht.

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten.

De feiten zijn dus strafbaar.

6 Strafbaarheid verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluit.

De verdachte is dus strafbaar.

7 Motivering straf en maatregel

7.1.

Algemene overweging

De straf en maatregel die aan de verdachte worden opgelegd, zijn gegrond op de ernst van de feiten, de omstandigheden waaronder de feiten zijn begaan en de persoon en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte. Daarbij wordt in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.

7.2.

Feiten waarop de straf en maatregel zijn gebaseerd

Na een melding door buurtbewoners dat de verdachte zijn huis kort en klein had geslagen, bij een buurvrouw voor de deur stond te schreeuwen en doodsbedreigingen uitte in haar richting, is de politie ter plaatse gegaan. Zij troffen daar op de galerij van zijn woning de verdachte aan die onder het bloed zat, ernstig verward was en onder invloed van verdovende middelen beide politieambtenaren heeft bedreigd met de dood en hen tevens heeft beledigd. Toen de politieambtenaren de verdachte onder controle probeerden te krijgen om hem zo snel mogelijk medische hulp te kunnen bieden, heeft de verdachte zich hiertegen ernstig verzet. Hij heeft daarbij onder meer tegen het gezicht van beide politieambtenaren geschopt, waardoor zij lichamelijk letsel hebben opgelopen. Toen de verdachte naar het ziekenhuis was vervoerd en in onrustbanden op een bed lag heeft hij nog kans gezien om één van de politieambtenaren in zijn arm te bijten.

7.3.

Persoonlijke omstandigheden van de verdachte

7.3.1.

Strafblad

De rechtbank heeft acht geslagen op een uittreksel uit de justitiële documentatie van 23 november 2017, waaruit blijkt dat de verdachte meermalen is veroordeeld voor geweldsdelicten.

7.3.2.

Rapportages

Over de verdachte is gerapporteerd door A.C. Hoek (psychiater) en drs. R.K.F. Lemmens (klinisch psycholoog).

Uit het door A.C. Hoek over de verdachte uitgebrachte rapport van 8 december 2017 komt onder meer het volgende naar voren:

Bij de verdachte is sprake van een posttraumatische stressstoornis, een stoornis in alcoholgebruik en in het gebruik van een amfetamineachtig middel en een psychotische stoornis door gebruik van een middel.

Hier was ook sprake van ten tijde van het tenlastegelegde.

In de aanloop naar het tenlastegelegde heeft de verdachte toenemende stress ervaren vanwege de geboorte van zijn dochter, relatieproblemen en een verhoogde werkbelasting. De PTSS-klachten zijn toen toegenomen en de verdachte heeft aangegeven dat hij de laatste dagen voor het tenlastegelegde fors alcohol en Ritalin heeft gebruikt om met deze klachten om te kunnen gaan. De verdachte was waarschijnlijk onder invloed van middelen tijdens het tenlastegelegde en daarnaast had hij last van wanen en een gestoord realiteitsbesef. Hypothetisch is het scenario denkbaar dat de verdachte onder invloed van deze

middelen toenemend psychotisch en agressief is geworden met het ten laste gelegde tot gevolg. Mogelijk zou er ook sprake geweest kunnen zijn van een dissociatieve toestand bij de verdachte als gevolg van de toenemende stress en het middelengebruik. Dat zou de geheugenproblemen rondom het ten laste gelegde kunnen verklaren.

De verslavingsproblematiek is bij de verdachte dusdanig ernstig, dat hij niet in staat kan worden geacht om in volledige vrijheid de keuze te maken om af te zien van het middelengebruik.

Hoewel het op basis van de ontbrekende herinnering bij de verdachte niet gespecificeerd kan worden of en hoe de verdachte vanuit de ontstane marginalisatie en in kennelijke staat tot het tenlastegelegde is gekomen, acht de rapporteur het tenlastegelegde op grond van het geschetste conditie van betrokkene op basis van een combinatie van middelengebruik, PTSS en psychotische klachten, verminderd aan hem toe te rekenen.

Psycholoog drs. R.K.F. Lemmens heeft in zijn rapport d.d. 5 december 2017 onder meer gerapporteerd dat bij de verdachte sprake is van een posttraumatische stress stoornis en een stoornis in het gebruik van middelen (alcohol, drugs) en dat deze stoornissen ten tijde van het tenlastegelegde aanwezig en actueel waren.

In de aanloop tot het ten laste gelegde was er sprake van de invloed van alcohol en Ritalin

in die zin dat deze middelen bij de verdachte de helderheid in het nadenken verminderden alsmede zijn vermogen conform de realiteit waar te nemen.

De verdachte was angstig en paranoïde als gevolg van zijn posttraumatische stress stoornis. Toen de agenten voor zijn huis verschenen leefde betrokkene al voor een groot deel in zijn herbeleving (van destijds in Bosnië) en verkeerde hij daarom in angst, reden om zich te verzetten tegen wat hij op dat moment zag als levensbedreigende personen.

Geadviseerd wordt om het ten laste gelegde aan betrokkene in een verminderde mate toe te

rekenen.

Nu de conclusies van de psychiater en psycholoog gedragen worden door hun bevindingen en door hetgeen ook overigens op de terechtzitting is gebleken, neemt de rechtbank die conclusies over en maakt die tot de hare. De verdachte wordt dus in verminderde mate toerekeningsvatbaar geacht.

Ten aanzien van het recidiverisico en behandeladviezen wordt door beide gedragsdeskundigen gerapporteerd dat het recidiverisico hoog is.

Er is sprake van ernstige psychiatrische problematiek, met zeer beperkt ziekte-inzicht, waarbij de verdachte beperkt gemotiveerd is tot behandeling. In het verleden is de verdachte meerdere malen in behandeling geweest voor de psychiatrische problematiek, met weinig succesvol resultaat. De verdachte viel op korte en lange termijn wederom terug in middelengebruik. Onder invloed van middelen en psychiatrische symptomen vertoont de verdachte gevaarlijk gedrag met gevaar voor het leven van andere personen en zichzelf.

Er is sprake van complexe en chronische psychiatrische problematiek. Langdurige afhankelijkheid van middelen is een hardnekkige stoornis, waarbij er meer nodig is dan alleen een opname voor abstinentie. De verdachte is gebaat bij een intensieve steunende behandeling, waarbij er veel aandacht is voor de psychosociale problematiek. Daarnaast dient de verdachte adequaat behandeld te worden voor de posttraumatische stress-stoornis en dient er diagnostiek te worden verricht naar persoonlijkheidsproblematiek.

Er wordt bij de verdachte een indicatie gezien voor intensief begeleid dan wel beschermd wonen na deze behandeling.

Gelet op de ernst van de ten laste gelegde feiten achten de gedragsdeskundigen een externe vorm van motivatie of dwang noodzakelijk om de herhalingskans te doen verlagen. De problematiek blijkt te ernstig om een passende behandeling aan te kunnen bieden binnen de reguliere ambulante geestelijke gezondheidszorg in het kader van vrijwilligheid. Geadviseerd wordt om de verdachte strafrechtelijk te laten behandelen

binnen het kader van een TBS met voorwaarden, met als voorwaarden behandeling binnen

een forensisch psychiatrische kliniek, abstinentie van middelen en het zich houden aan de aanwijzingen van de reclassering. Daarnaast zou de verdachte mee dienen te werken aan het natraject na de klinische opname.

Reclassering Nederland heeft een rapport over de verdachte opgemaakt, gedateerd

11 december 2017. Dit rapport houdt – onder meer - het volgende in.

De verdachte was ten tijde van het ten laste gelegde ernstig verward. De dagen voor het tenlastegelegde was de verdachte terug gevallen in het gebruik van middelen. De verdachte had een baan en sinds kort een gezin en kon de druk van zijn leven niet meer aan. Hij kreeg last van nachtmerries en herbelevingen en zocht uiteindelijk zijn uitweg in middelengebruik. Dit is een terugkerend patroon in het leven van de verdachte. De reclassering sluit zich aan bij het gegeven advies vanuit het NIFP en acht een TBS met voorwaarden een haalbare optie. De verdachte is bereid om mee te werken aan een klinische opname en ziet de noodzaak van behandeling in. De verdachte zit al jaren in een vicieuze cirkel waarin middelengebruik centraal staat. Op het moment dat de klachten van zijn post traumatische

stressstoornis op de voorgrond komen te staan gaat hij overmatig gebruiken en raakt

hij emotioneel uit balans. Tijdens het hem ten laste gelegde resulteerde dit uiteindelijk

tot een drugspsychose. Binnen de klinische behandeling zal dan ook aandacht moeten

zijn voor zowel de posttraumatische stressstoornis alsmede het middelengebruik. Het

falen van eerdere klinische behandeling lijkt voort te vloeien uit middelengebruik.

Een verbod op het gebruik van middelen is dan ook noodzakelijk om de kans op slagen van de klinische behandeling te vergroten.

Op basis van de psychische problematiek en de ernstige verslaving van de verdachte, zijn delict geschiedenis en zijn houding, wordt het recidiverisico ingeschat als zeer hoog.

Op basis van het verloop van het huidige toezicht, waarbinnen de verdachte zijn

voorwaarden heeft overtreden en is gerecidiveerd, het onvoldoende slagen van

eerdere behandelingen en het voortijdig afbreken van behandelingen vanwege een

terugval in drugsgebruik, wordt het risico op onttrekken aan de voorwaarden eveneens op hoog ingeschat. Een strakker kader is dan ook wenselijk om de kans van slagen op een

succesvolle behandeling te vergroten en de kans op recidive in de toekomst te

verlagen.

Geadviseerd wordt om de verdachte in aanmerking te laten komen voor TBS met

voorwaarden waarbij de volgende bijzondere voorwaarden worden geadviseerd.

1. de verdachte onthoudt zich van het plegen van strafbare feiten;

2. de verdachte stelt zich onder toezicht van Reclassering en houdt zich aan de

voorschriften en aanwijzingen die door of namens de reclassering aan hem

gegeven worden. De verdachte zorgt ervoor dat hij te allen tijde bereikbaar is voor

de reclassering, zijn behandelaren en zijn begeleiders;

3. de verdachte werkt mee aan een klinische behandeling bij een FPK of soortgelijke

setting en werkt mee aan de behandeling zolang zijn behandelaren en de

reclassering noodzakelijk achten, geïndiceerd door het IFZ;

4. indien geïndiceerd werkt de verdachte na de klinische behandeling mee aan een

resocialisatie traject, ook als dit inhoud begeleid/beschermd wonen.

5. de verdachte werkt na zijn klinische behandeling mee aan een ambulante

forensische poliklinische behandeling in een nader te bepalen setting en volgt

alle aanwijzingen en gebruikt medicatie zolang zijn behandelaar dit noodzakelijk

acht;

6. de verdachte werkt mee aan ambulant forensisch psychiatrisch toezicht (FPT), en

houdt zich aan de aanwijzingen en afspraken van zijn behandelaar(s), voor

zolang zijn behandelaar(s) dat nodig acht(en). Tevens werkt de verdachte mee

aan (ambulant) forensisch psychiatrisch toezicht, ook indien dit betekent een

time-out opname in een nader te bepalen forensische kliniek van 14 weken per

kalanderjaar;

7. de verdachte zet zich in voor een adequate dagbesteding naar draagkracht welke

is goedgekeurd door de reclassering;

8. de verdachte verschaft de reclassering zicht op de voortgang van zijn behandeling

en begeleiding en verleent de reclassering toestemming om relevante referenten

te raadplegen en contact te onderhouden met personen en instanties die deel

uitmaken van zijn netwerk;

9. de verdachte zal niet van adres wijzigen c.q. verhuizen zonder overleg met en

toestemming van de reclassering;

10. de verdachte zal zich niet buiten de Europese landsgrenzen van Nederland

begeven;

11. de verdachte zal ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit zijn

medewerking verlenen aan het nemen van één of meer vingerafdrukken of een

identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de Identificatieplicht ter

inzage aanbieden;

12. de verdachte zal medewerking verlenen aan het verstrekken van een pasfoto en

het verstrekken van informatie, zoals bedoeld in het kader van het landelijk

opgestelde opsporingsbeleid ten aanzien van TBS-gestelden;

13. de verdachte gebruikt geen alcohol en/of drugs en werkt mee aan controles en zo

nodig werkt hij mee aan een interventie;

14. de verdachte geeft openheid over alle leefgebieden.

Daarbij acht de reclassering het van belang dat er een dadelijk uitvoerbaarheid

van voorwaarden en toezicht (DUT) komt.

De rechtbank heeft acht geslagen op dit rapport.

De verdachte heeft ter terechtzitting verklaard dat hij achter de door de reclassering gestelde voorwaarden staat en dat hij bereid is daar aan mee te werken.

7.4.

Conclusies van de rechtbank

Gelet op hetgeen de rechtbank hierboven heeft overwogen, komt zij tot de volgende conclusies.

Gezien de ernst van de feiten kan niet anders worden gereageerd dan met het opleggen van een gevangenisstraf. Bij de bepaling van de duur van de gevangenisstraf heeft de rechtbank acht geslagen op straffen die in soortgelijke zaken plegen te worden opgelegd.

Voorts onderschrijft de rechtbank de conclusie dat oplegging van de terbeschikkingstelling met voorwaarden noodzakelijk is.
De veiligheid van anderen eist de terbeschikkingstelling van de verdachte met voorwaarden. Dat oordeel is gegrond op de ernst en aard van de bewezen verklaarde feiten en het gevaar voor herhaling.

Vastgesteld wordt dat de onder 1, 2 en 5 bewezen verklaarde feiten, ter zake waarvan de terbeschikkingstelling met voorwaarden zal worden opgelegd, misdrijven betreffen als bedoeld in artikel 37a eerste lid, aanhef en onder 1 Sr.

Aan de verdachte zal gelet op het voorgaande terbeschikkingstelling met voorwaarden worden opgelegd.

Gelet op het advies van de reclassering zal de rechtbank overeenkomstig het bepaalde in artikel 38 lid 6 (lees: lid 7) van het Wetboek van Strafrecht bevelen dat de terbeschikkingstelling met voorwaarden dadelijk uitvoerbaar is.

Alles afwegend acht de rechtbank de hierna te noemen straf en maatregel passend en geboden.

8 Vorderingen benadeelde partijen/ schadevergoedingsmaatregelen

Als benadeelde partijen hebben zich in het geding gevoegd:

  • -

    [naam benadeelde 1] voor een bedrag van € 250 aan immateriële schade, ter zake van de onder 2 en 3 ten laste gelegde feiten;

  • -

    [naam benadeelde 2] , voor een bedrag van € 250 aan immateriële schade, ter zake van het onder 3 ten laste gelegde feit.

8.1.

Standpunt officier van justitie

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat beide vorderingen voor toewijzing in aanmerking komen en voorts de schadevergoedingsmaatregel dient te worden opgelegd.

8.2.

Standpunt verdediging

De verdediging heeft geen verweer gevoerd tegen de hoogte van de vorderingen, doch de rechtbank verzocht af te zien van het opleggen van de schadevergoedingsmaatregel.

8.3.

Beoordeling

De rechtbank is van oordeel dat vast is komen te staan dat de benadeelde partijen

[naam benadeelde 1] en [naam benadeelde 2] door de bewezen verklaarde strafbare feiten, rechtstreeks immateriële schade is toegebracht.

Die schade zal naar maatstaven van billijkheid voor beide benadeelde partijen worden vastgesteld op € 250,- zodat de vorderingen zullen worden toegewezen.

De benadeelde partijen hebben gevorderd het te vergoeden bedrag te vermeerderen met wettelijke rente. De rechtbank bepaalt dat de te vergoeden schadebedrag vermeerderd zullen worden met wettelijke rente vanaf 5 september 2017.

Nu de vorderingen van de benadeelde partijen zullen worden toegewezen, zal de verdachte worden veroordeeld in de kosten door de benadeelde partijen gemaakt tot op heden begroot op nihil.

8.4.

Conclusie

De verdachte moet de benadeelde partijen ieder een schadevergoeding betalen van € 250, vermeerderd met de wettelijke rente en kosten als hieronder in de beslissing vermeld.

Tevens wordt oplegging van de hierna te noemen maatregel als bedoeld in artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht passend en geboden geacht.

9 Vordering tenuitvoerlegging

9.1.

Vonnis waarvan tenuitvoerlegging wordt gevorderd

Bij vonnis van 4 oktober 2013 van de politierechter van deze rechtbank is de verdachte ter zake van verschillende feiten (waaronder mishandeling, bedreiging met een misdrijf tegen het leven gericht en belediging van een ambtenaar in de rechtmatige uitoefening van zijn bediening) veroordeeld voor zover van belang tot een gevangenisstraf van 3 maanden voorwaardelijk, met een proeftijd van 3 jaar.

De proeftijd is ingegaan op 19 oktober 2013 en is geëindigd op 14 december 2017.

9.2.

Standpunt officier van justitie/Standpunt verdediging

De officier van justitie heeft bij vordering van 27 november 2017 gevorderd dat – gelet op de thans gepleegde strafbare feiten - last zal worden geven tot tenuitvoerlegging van de voormelde straf. Ter terechtzitting heeft de officier van justitie de rechtbank verzocht af te zien van de tenuitvoerlegging aangezien bij toewijzing van de in onderhavige strafzaak gevorderde gevangenisstraf en TBS met voorwaarden de effectiviteit van de behandeling in het kader van de TBS met voorwaarden mogelijk door de gevangenisstraf zou worden doorkruist.

De verdediging heeft de rechtbank verzocht de vordering tenuitvoerlegging af te wijzen.

9.3.

Beoordeling

De hierboven bewezen verklaarde feiten zijn na het wijzen van dit vonnis en voor het einde van de proeftijd gepleegd. Door het plegen van de bewezen feiten heeft de verdachte de aan het vonnis verbonden algemene voorwaarde, dat hij voor het einde van de proeftijd geen nieuwe strafbare feiten zou plegen, niet nageleefd.

In beginsel kan daarom de tenuitvoerlegging van de voorwaardelijk opgelegde straf worden gelast. In hetgeen hiervoor is weergegeven in de standpunten van de officier van justitie en de verdediging worden evenwel termen aanwezig geacht die last niet te geven en de vordering af te wijzen.

10 Toepasselijke wettelijke voorschriften

Gelet is op de artikelen 36f, 37a, 38, 38a, 57, 181, 266, 267, 285 en 300 van het

Wetboek van Strafrecht.

11 Bijlagen

De in dit vonnis genoemde bijlagen maken deel uit van dit vonnis.

12 Beslissing

De rechtbank:

verklaart bewezen, dat de verdachte de onder 1, 2, 3, 4 en 5 ten laste gelegde feiten, zoals hiervoor omschreven, heeft begaan;

verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte meer of anders ten laste is gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij;

stelt vast dat het bewezen verklaarde oplevert de hiervoor vermelde strafbare feiten;

verklaart de verdachte strafbaar;

veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 6 (zes) maanden;

beveelt dat de tijd die door de veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering wordt gebracht, voor zover deze tijd niet reeds op een andere vrijheidsstraf in mindering is gebracht;


gelast dat de verdachte ter beschikking wordt gesteld;

  • -

    stelt daarbij de navolgende voorwaarden betreffende het gedrag van de terbeschikkinggestelde:

  • -

    de ter beschikking gestelde verleent ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit medewerking aan het nemen van één of meer vingerafdrukken of biedt een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht ter inzage aan;

  • -

    de ter beschikking gestelde onthoudt zich van het plegen van strafbare feiten;

  • -

    de ter beschikking gestelde stelt zich onder toezicht van Reclassering Nederland en houdt zich aan de voorschriften en aanwijzingen die door of namens de reclassering aan hem gegeven worden. De ter beschikking gestelde zorgt ervoor dat hij te allen tijde bereikbaar is voor de reclassering, zijn behandelaren en zijn begeleiders;

  • -

    de ter beschikking gestelde werkt mee aan een klinische behandeling bij een FPK of soort gelijke setting en werkt mee aan de behandeling zolang zijn behandelaren en de

reclassering noodzakelijk achten geïndiceerd door het IFZ;

indien geïndiceerd werkt de ter beschikking gestelde na de klinische behandeling mee aan een resocialisatie traject ook als dit inhoud begeleid/beschermd wonen.

- de ter beschikking gestelde werkt na zijn klinische behandeling mee aan een ambulante

forensische poliklinische behandeling in een nader te bepalen setting en volgt

alle aanwijzingen en gebruikt medicatie zolang zijn behandelaar dit noodzakelijk

acht;

- de ter beschikking gestelde werkt mee aan ambulant forensisch psychiatrisch toezicht (FPT), en houdt zich aan de aanwijzingen en afspraken van zijn behandelaar(s), voor

zolang zijn behandelaar(s) dat nodig acht(en). Tevens werkt de ter beschikking gestelde mee aan (ambulant) forensisch psychiatrisch toezicht, ook indien dit betekent een

time-out opname in een nader te bepalen forensische kliniek van 14 weken per

kalenderjaar;

  • -

    de ter beschikking gestelde zet zich in voor een adequate dagbesteding naar draagkracht welke is goedgekeurd door de reclassering;

  • -

    de ter beschikking gestelde verschaft de reclassering zicht op de voortgang van zijn behandeling en begeleiding en verleent de reclassering toestemming om relevante referenten te raadplegen en contact te onderhouden met personen en instanties die deel uitmaken van zijn netwerk;

  • -

    de ter beschikking gestelde zal niet van adres wijzigen c.q. verhuizen zonder overleg met en toestemming van de reclassering;

  • -

    de ter beschikking gestelde zal zich niet buiten de Europese landsgrenzen van Nederland

begeven;

- de ter beschikking gestelde zal medewerking verlenen aan het verstrekken van een pasfoto en het verstrekken van informatie, zoals bedoeld in het kader van het landelijk

opgestelde opsporingsbeleid ten aanzien van TBS-gestelden;

  • -

    de ter beschikking gestelde gebruikt geen alcohol en/of drugs en werkt mee aan controles en zo nodig werkt hij mee aan een interventie;

  • -

    de ter beschikking gestelde geeft openheid over alle leefgebieden.

geeft aan Reclassering Nederland opdracht de terbeschikkinggestelde bij de naleving van de voorwaarden hulp en steun te verlenen;

beveelt de onmiddellijke uitvoerbaarheid van de terbeschikkingstelling met voorwaarden;

[naam benadeelde 1]

veroordeelt de verdachte om tegen behoorlijk bewijs van kwijting aan de benadeelde partij [naam benadeelde 1] , te betalen een bedrag van € 250,- (zegge: tweehonderdvijftig euro) aan immateriële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente hierover vanaf 5 september 2017 tot aan de dag der algehele voldoening;

veroordeelt de verdachte in de proceskosten door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden aan de zijde van de benadeelde partij begroot op nihil;

legt aan de verdachte de maatregel tot schadevergoeding op, inhoudende de verplichting aan de staat ten behoeve van de benadeelde partij [naam benadeelde 1] te betalen € 250,- (hoofdsom, zegge: tweehonderdvijftig euro), vermeerderd met de wettelijke rente vanaf

5 september 2017 tot aan de dag van de algehele voldoening;

beveelt dat bij gebreke van volledige betaling en volledig verhaal van het bedrag van € 250,- vervangende hechtenis zal worden toegepast voor de duur van 5 (vijf) dagen;

toepassing van de vervangende hechtenis heft de betalingsverplichting niet op;

verstaat dat betaling aan de benadeelde partij tevens geldt als betaling aan de staat ten behoeve van de benadeelde partij en omgekeerd;

[naam benadeelde 2]

veroordeelt de verdachte om tegen behoorlijk bewijs van kwijting aan de benadeelde partij [naam benadeelde 2] , te betalen een bedrag van € 250,- (zegge: tweehonderdvijftig euro) aan immateriële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente hierover vanaf 5 september 2017 tot aan de dag der algehele voldoening;

veroordeelt de verdachte in de proceskosten door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden aan de zijde van de benadeelde partij begroot op nihil;

legt aan de verdachte de maatregel tot schadevergoeding op, inhoudende de verplichting aan de staat ten behoeve van de benadeelde partij [naam benadeelde 2] te betalen € 250,- (hoofdsom, zegge: tweehonderdvijftig euro), vermeerderd met de wettelijke rente vanaf

5 september 2017 tot aan de dag van de algehele voldoening;

beveelt dat bij gebreke van volledige betaling en volledig verhaal van het bedrag van € 250,- vervangende hechtenis zal worden toegepast voor de duur van 5 (vijf) dagen;

toepassing van de vervangende hechtenis heft de betalingsverplichting niet op;

verstaat dat betaling aan de benadeelde partij tevens geldt als betaling aan de staat ten behoeve van de benadeelde partij en omgekeerd;

wijst af de gevorderde tenuitvoerlegging van de bij vonnis van 4 oktober 2013 van de politierechter in deze rechtbank aan de veroordeelde opgelegde voorwaardelijke gevangenisstraf.

Dit vonnis is gewezen door:

mr. C. Laukens, voorzitter,

mr. J. Bergen en mr. A.A.T. Werner, rechters,

in tegenwoordigheid van mr. C.Y. de Lange, griffier,

en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank op de datum die in de kop van dit vonnis is vermeld.

De oudste rechter is buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.

Bijlage I

Tekst tenlastelegging

Aan de verdachte wordt ten laste gelegd dat

1.

hij op of omstreeks 05 september 2017 te Berkel en Rodenrijs, gemeente

Lansingerland,

[naam slachtoffer 2] en/of [naam slachtoffer 3] heeft bedreigd

met enig misdrijf tegen het leven gericht en/of met zware mishandeling,

door die [naam slachtoffer 2] en/of [naam slachtoffer 3] dreigend de woorden toe te voegen "Ik maak

jullie dood, ik maak jullie af", althans woorden van gelijke dreigende aard of

strekking;

2.

hij op of omstreeks 05 september 2017 te Berkel en Rodenrijs, gemeente

Lansingerland,

zich met geweld en/of bedreiging met geweld,

heeft verzet

tegen een ambtenaar, [naam slachtoffer 3] , agent van de politie Eenheid Rotterdam

en/of [naam slachtoffer 2] , aspirant van politie Eenheid Rotterdam, werkzaam in de

rechtmatige uitoefening van zijn/haar bediening, te weten toen zij doende

waren verdachte te onderwerpen aan een veiligheidsfouillering en/of verdachte

hadden vast hadden gegrepen en/of onder controle wilden krijgen/houden

teneinde verdachte over te leveren aan de Geneeskundige dienst,

door

- gewelddadig te rukken en/of te trekken in een richting tegengesteld waarin

voornoemde [naam slachtoffer 2] en/of [naam slachtoffer 3] verdachte trachtten te geleiden en/of

- zijn spieren aan te spannen en/of

- voornoemde [naam slachtoffer 2] en/of [naam slachtoffer 3] in/op/tegen het gezicht te trappen/schoppen

en/of

- met zijn benen wild in het rond te trappen,

terwijl dit misdrijf en/of de daarmede gepaard gaande feitelijkheden enig

lichamelijk letsel, te weten een beurs en opgezette wang bij die [naam slachtoffer 2] en/of

[naam slachtoffer 3] ten gevolge heeft gehad;

3.

hij op of omstreeks 05 september 2017 te Rotterdam

[naam slachtoffer 3] heeft mishandeld door hem in zijn arm te bijten;

4.

hij op of omstreeks 05 september 2017 te Berkel en Rodenrijs, gemeente

Lansingerland,

opzettelijk

een ambtenaar, te weten [naam slachtoffer 2] , aspirant bij de politie Eenheid Rotterdam

en/of [naam slachtoffer 3] , agent bij de politie Eenheid Rotterdam,

gedurende of ter zake van de rechtmatige uitoefening van zijn/haar/hun bediening,

in zijn/haar tegenwoordigheid, mondeling heeft beledigd,

door hem/haar de woorden toe te voegen: "Vuile kankerlijers, kanker joden",

althans woorden van gelijke beledigende aard en/of strekking;

5.

hij op of omstreeks 05 september 2017 te Berkel en Rodenrijs, gemeente

Lansingerland,

[naam slachtoffer 4] en/of [naam slachtoffer 1] heeft bedreigd

met enig misdrijf tegen het leven gericht en/of met zware mishandeling,

door die [naam slachtoffer 4] dreigend de woorden toe te voegen

" [voornaam slachtoffer 4] ik ga je dood maken" en/of door die [naam slachtoffer 1] dreigend de woorden toe te voegen, "Buurman, ik ga je vermoorden! [voornaam slachtoffer 1] ik maak je dood" althans woorden van gelijke dreigende aard of strekking.