Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBROT:2017:1031

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
08-02-2017
Datum publicatie
09-02-2017
Zaaknummer
C/10/518977 / KG ZA 17-59
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Kort geding
Inhoudsindicatie

Kort geding. Voormalig patiënt vermeldt op Facebook herhaaldelijk dat zijn (ex) huisarts slecht werk heeft verricht. Vrijheid van meningsuiting. Artikel 10 EVRM. Eer en goede naam (artikel 6:106 lid 1 sub b BW).

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
GZR-Updates.nl 2017-0076

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK ROTTERDAM

Team Handel

zaaknummer / rolnummer: C/10/518977 / KG ZA 17-59

Vonnis in kort geding van 8 februari 2017

in de zaak van

[eiseres] ,

wonende te [woonplaats] ,

eiseres,

advocaat mr. J.W.G. van der Wallen te Voorburg,

tegen

[gedaagde] ,

wonende te [woonplaats] ,

gedaagde,

verschenen in persoon.

Partijen zullen hierna [eiseres] en [gedaagde] genoemd worden.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

  • -

    de dagvaarding

  • -

    de overgelegde producties

  • -

    de mondelinge behandeling.

1.2.

Ten slotte is vonnis bepaald.

2 De feiten

2.1.

[eiseres] is vanaf 1 oktober 1996 werkzaam als huisarts in het [huisartsenpraktijk] . [eiseres] woont met haar gezin in [woonplaats] .

2.2.

[gedaagde] was een patiënt van [eiseres] . [gedaagde] heeft zich op enig moment vervoegd bij [eiseres] met nierklachten. Bij [gedaagde] is op enig later moment de functionaliteit van één van zijn nieren in zeer grote mate uitgevallen.

2.3.

[gedaagde] heeft over [eiseres] de navolgende mededelingen gedaan op Facebook:

Op 20 mei 2016 om 20.24 uur:

Wel fijn zo ‘n huisarts [eiseres] die ontkende dat er een niersteen zat terwijl ze

me niet onderzocht had ... dit gaat nog wel n staartje voor d’r krijgen, eigenwijze

troll..

Op 21 mei 2016 om 15.45 uur:

maar had inderdaad een 020’er kunnne zijn met zo’n stomme kop

Op 15 juni 2016 om 19.54 uur:

en die huisarts [eiseres] gaat er voor bloeden

Op 17 augustus 2016 om 18:13 uur:

(waar die fijne huisarts [eiseres] uit [woonplaats] verantwoordelijk voor was)

Op 5 januari 2017 om 17.03 uur en herhaling op 10 januari 2017 om 17.15 uur:

[eiseres] Wanneer komt er een eind aan de praktijken van [eiseres]

? Een zich huisarts noemende vrouw in [woonplaats] en tevens maar dan ook

levensgevaarlijk voor haar patiënten. Mij heeft het een NIER gekost door de

eigenwijzigheid van die vrouw en dankzij kordaat ingrijpen van [persoon1] (de

nieuwe collega van [persoon2] ) leef ik nog.

Op 6 januari 2017 om 13.38 uur:

Ze heeft mij een nier gekost. Ze heeft bij die mevr tegen beter weten in geen ms geconstateerd, ze heeft tege de vragen en opmerkingen van de boer ontkent dat hij een longontsteking had. ondertussen heeft zich n vrouw gemeld die 50% van een oog mist omdat die [eiseres] wijgerde om haar door te sturen naar t oogziekenhuis. Er heeft zich ook een moeder gemeld waarvan n kind een longontsteking had en ook in het ziekenhuis is opgenomen terwijl [eiseres] 3 x zei dat het een verkoudheidje was… Alle gegevens van deze mensen zijn bij mij bekend [persoon3] dus ik ben niet bang.

het moet afgelopen zijn met de levensgevaarlijke praktijken van deze vrouw.

Op 9 januari 2017 om 9.57 uur en herhaling op 10 januari 2017 om 9.57 uur:

Huisarts [eiseres] deel 2. Naar aanleiding van mijn vorige stuk over deze

ondeskundige eigenwijze vrouw heb ik diverse reactie’s gehad van mensen die

ook hele serieuze klachten hadden.”

“1 persoon etc want deze boosdoener moet gestopt worden,..”

Op 9 januari 2017 om 10.34 uur:

echt he, ze heeft n ongeluk gehad en is vanaf die tijd de weg kwijt en iedereen

laat het maar zo want het was altijd een goeie arts ... nou.. ik ga haar de nek

omdraaien voor wat ze mij en wie weet hoeveel anderen heeft aangedaan

voordat er dooien vallen (misschien zijn die er al)”

Op 10 januari 2017 om 17.32 uur:

Wat ik om me heen hoor komt het door dat zware ongeluk wat ze heeft gehad,

voor die tijd schijnt het een perfecte arts geweest te zijn maar ze is de weg kwijt

en wij moeten haar in bescherming nemen tegen zichzelf ze vermoord er anders

een paar die niet goed opletten”

Op 11 januari 2017 om 17.54 uur:

[eiseres] Deel 3. Ik lees als ik later verward ben, dat ze me

vastbinden. Nou [eiseres] , ik heb nieuws voor je, ‘t word tijd…”

Op 11 januari 2017 om 19.07 uur:

Hi Hi t gaat er om dat als ze zo verward is dat ze vastgebonden moet

worden zegt ze zelf”

2.4.

De Stichting VvAA Rechtsbijstand heeft namens [eiseres] een brief gestuurd naar [gedaagde] , gedateerd 12 januari 2017, met daarin onder meer het verzoek om in gesprek te treden met [eiseres] .

2.5.

[gedaagde] heeft bij e-mailbericht van 12 januari 2016 geantwoord geen behoefte te hebben aan een gesprek en dat hij de behandeling van zijn klacht bij het Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg wil afwachten.

2.6.

De Stichting VvAA Rechtsbijstand heeft [gedaagde] bij brief van 13 januari 2017 onder meer gesommeerd om onmiddellijk de negatieve berichtgeving over [eiseres] op Facebook te staken, bij gebreke waarvan [eiseres] aanzegt om een kort gedingprocedure te zullen aanspannen tegen [gedaagde] . Ook wordt in deze brief nogmaals verzocht om in gesprek te treden met [eiseres] .

2.7.

[gedaagde] heeft op 13 januari 2017 op Facebook gereageerd op deze brief met de navolgende tekst:

De ondeskundigheid en eigenwijsheid van mevrouw [eiseres] heeft mij een Nier en mijn bedrijf gekost, zou ik wakker liggen van uw onzinnige dreigementen denk u? Ik denk het niet

Ik ga niets van facebook verwijderen en niets nuanceren want de waarheid is de

waarheid en die mag en zal ik uitdragen op de manier die mij goed dunkt.”

2.8.

[gedaagde] heeft de beide brieven van Stichting VvAA Rechtsbijstand op Facebook geplaatst.

3. Het geschil

3.1.

[eiseres] vordert bij vonnis in kort geding, voor zover rechtens mogelijk geheel en al uitvoerbaar bij voorraad:

I. [gedaagde] te veroordelen om aan [eiseres] tegen behoorlijk bewijs van kwijting te betalen de kosten van deze procedure;

en

II. [eiseres] te gelasten om onmiddellijk te stoppen met de lastercampagne jegens haar onder verbeurte van een dwangsom van € 10.000,- voor iedere overtreding, althans in goede justitie te bepalen bedrag;

III. [gedaagde] te gelasten tot onmiddellijke verwijdering van de naam van [eiseres] en van de berichtgeving over [eiseres] op Facebook of ieder ander social medium en verwijderd te houden, onder verbeurte van een dwangsom van € 500,- voor iedere dag dat [gedaagde] in gebreke blijft, althans in goede justitie te bepalen bedrag, tot een maximum van € 50.000,-;

IV. [gedaagde] te gelasten om binnen 8 dagen na datum vonnis een rectificatie te doen uitgaan via de facebookpagina of ieder ander social medium waarop hij de berichtgeving over [eiseres] heeft geplaatst, waarin de navolgende tekst is opgenomen:

Op deze Facebookpagina c.q. site heb ik ten onrechte de naam genoemd van [eiseres]

en heb ik haar diverse verwijten gemaakt. Dat was niet de bedoeling.

onder verbeurte van een dwangsom van € 500,- voor iedere dag dat [gedaagde] in

gebreke blijft, althans in goede justitie te bepalen bedrag, tot een maximum van

€ 50.000,-.

[eiseres] stelt daartoe het volgende.

3.2.

De uitlatingen die [gedaagde] op Facebook doet over de persoon van [eiseres] zijn bedreigend, beledigend en opruiend. [gedaagde] tast de eer en goede naam aan van [eiseres] . [eiseres] wordt geschonden in haar recht op bescherming van haar persoonlijke levenssfeer (artikel 8 EVRM) en [gedaagde] handelt in strijd met artikel 285b Wetboek van Strafrecht. [eiseres] lijdt schade door de lastercampagne van [gedaagde] , waarvoor [eiseres] [gedaagde] aansprakelijk heeft gesteld. Door toedoen van [gedaagde] wordt [eiseres] benaderd door derden en laten patiënten zich uitschrijven bij [eiseres] . De zorg voor de patiënten van [eiseres] loopt gevaar en er heerst onrust onder het personeel van [eiseres] / het Medisch Centrum. De negatieve berichtgeving over [eiseres] is begonnen vanaf mei 2016 en duurt nog steeds voort. De lastercampagne van [gedaagde] is ongefundeerd en leugenachtig. Wanneer er klachten zijn over haar werkzaamheden als huisarts, kunnen de patiënten van [eiseres] :

- haar rechtstreeks aanpreken.

- een klacht bij haar indienen via het klachtenformulier dat [eiseres] hanteert. Dit is te vinden op haar website.

- een klacht melden bij Landelijk Meldpunt Zorg.

- een klacht neerleggen bij het Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg.

- via een advocaat of verzekeraar een klacht bij eiseres indienen.

Wanneer er geen klacht wordt ingediend, kan [eiseres] zich niet verweren.

3.3.

[gedaagde] voert verweer.

3.4.

Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4 De beoordeling

4.1.

Het spoedeisend belang volgt uit de aard van de zaak en is ook niet betwist.

4.2.

Bij de beoordeling wordt voorop gesteld dat op grond van artikel 10 van het Europees Verdrag tot Bescherming van de Rechten van de Mens en de Fundamentele Vrijheden (EVRM) aan een ieder het recht op vrijheid van meningsuiting toekomt. Tegenover het recht op vrijheid van meningsuiting, staat in dit geval het recht van [eiseres] op bescherming van de persoonlijke levenssfeer, zoals vastgelegd in artikel 8 van het EVRM, waaronder begrepen is de bescherming van de eer en goede naam. Het antwoord op de vraag welk van deze, in beginsel gelijkwaardige, rechten in het onderhavige geval zwaarder weegt moet worden gevonden met inachtneming van alle ter zake dienende omstandigheden van het geval. Het belang van [gedaagde] is dat hij zich in het openbaar kritisch, informerend, opiniërend en waarschuwend moeten kunnen uitlaten over misstanden in de huisartsenzorg. Het belang van [eiseres] is erin gelegen dat zij niet lichtvaardig wordt blootgesteld aan voor haar ongewenste publiciteit. Welk van deze belangen de doorslag behoort te geven, hangt af van de omstandigheden van het geval. Daarop zal hierna worden ingegaan.

4.3.

Bij die beoordeling neemt de voorzieningenrechter in acht dat de vrijheid van meningsuiting juist bedoeld is voor situaties waarin niet iedereen gediend is van de verkondigde mening. Onschuldig praatjes over bijvoorbeeld het weer behoeven geen bescherming. De vrijheid van meningsuiting heeft nut juist waar het schrijnt. Het staat dan ook aan eenieder die meent dat hem een slechte geneeskundige behandeling ten deel is gevallen, vrij om deze onvrede publiekelijk te uiten. Deze uiting kan, bovendien, heel goed een maatschappelijk belang dienen, namelijk het belang om een eventuele misstand in de geneeskunde aan de kaak te stellen.

4.4.

Daar staat echter tegenover dat de persoon die publiekelijk het standpunt inneemt dat zijn huisarts slecht werk heeft verricht (in dit geval: bij zowel zichzelf als bij andere patiënten) dit standpunt uiteindelijk ook moet kunnen waarmaken. Anders is op een gegeven moment geen sprake (meer) van het aan de kaak stellen van een zaak van maatschappelijk belang, maar van laster, enkel gericht op het beschadigen van een persoon of organisatie. Het is [gedaagde] die moet kunnen waarmaken dat [eiseres] werk verricht heeft. Het is niet aan [eiseres] om aan te tonen dat zij goed werk heeft verricht. In juridische woorden: het is aan [gedaagde] om aan te tonen dat [eiseres] tekort is geschoten in de uitvoering van de (geneeskundige behandelings)overeenkomst met hem en met de andere personen waarover hij zich heeft uitgelaten.

4.5.

Ter zitting bleek dat [gedaagde] tot op heden niet over relevant bewijsmateriaal beschikt. [gedaagde] heeft geen verklaring overgelegd van een andere medicus die zijn standpunt onderbouwt. [gedaagde] heeft ook niet de gang naar de rechter gemaakt om zijn gelijk te halen. [gedaagde] heeft evenmin de gang gemaakt naar het Regionale Tuchtcollege (voor de gezondheidszorg). [gedaagde] heeft ter zitting wel verklaard dat hij een klacht had ingediend bij dit college, maar dat zijn klacht aldaar zoek was geraakt. [gedaagde] heeft ook verklaard dat hij voornemens is om een nieuwe klacht in te dienen zodra zijn uitkering is gestort, zodat hij financieel in staat is om deze klacht aangetekend te versturen. Wat hiervan echter ook van zij, in ieder geval staat vast dat het Regionaal Tuchtcollege tot op heden geen uitspraak heeft gedaan, noch beschikt over een klacht van [gedaagde] , terwijl sinds de eerste uitlating al bijna negen maanden zijn verstreken.

4.6.

[gedaagde] heeft inmiddels ruim voldoende tijd gehad om zijn standpunt te schragen met relevant bewijsmateriaal, of om in ieder geval met het vergaren van dit bewijs te beginnen. De uitlatingen van [gedaagde] over [eiseres] op Facebook zijn (in ieder geval) begonnen op 20 mei 2016. Het verwijt dat [gedaagde] aan [eiseres] maakt moet dus voor die datum zijn opgekomen. Thans is het februari 2017. Dat [gedaagde] zijn standpunt nog steeds niet weet te onderbouwen met relevant bewijsmateriaal, noch daartoe kenbare pogingen heeft gedaan, moet inmiddels voor zijn rekening en risico komen. [eiseres] hoeft op dit moment niet meer te dulden dat [gedaagde] nog negatieve uitlatingen doet over de kwaliteit van haar werk. Door deze uitlatingen wordt [eiseres] in haar eer en goede naam geschaad. Dat is op zich al onrechtmatig (artikel 6:106 lid 1 sub b BW). De voorzieningenrechter acht bovendien aannemelijk dat [eiseres] financiële schade lijdt omdat zij patiënten verliest door de uitlatingen van [gedaagde] . Partijen wonen in een relatief kleine gemeente. Dan zal publieke kritiek op een plaatselijke huisarts makkelijk onder de aandacht van veel patiënten gebracht kunnen worden. Het is aannemelijk dat een aantal van hen een andere huisarts heeft aangezocht vanwege de kritiek van [gedaagde] .

4.7.

Ook als [eiseres] wel slecht werk mocht hebben verricht (hetgeen dus nog niet vaststaat), mag [gedaagde] zich nog steeds niet onnodig grievend uitlaten over [eiseres] . Woorden als “eigenwijze troll” en “met zo’n stomme kop” zijn onnodig grievend en mogen dus sowieso niet worden gebezigd in openbare uitlatingen.

4.8.

Wat helemaal niet mag is [eiseres] bedreigen. Woorden als “nou.. ik ga haar de nek omdraaien voor wat ze mij en wie weet hoeveel anderen heeft aangedaan” en

die huisarts [eiseres] gaat er voor bloeden” heeft [eiseres] als bedreigingen mogen opvatten.

4.9.

[gedaagde] heeft ter zitting verklaard dat het op Facebook heel gebruikelijk is om de onder 4.7 en 4.8 genoemde woorden te gebruiken. Als dat al waar is dan kan dat [gedaagde] niet baten. Het woordgebruik op Facebook is niet de maat der dingen. Ook als bepaalde woorden veel gebruikt worden op Facebook kunnen ze onnodig grievend en bedreigend zijn. Het gaat er niet om wat [gedaagde] zelf van zijn woordkeus vindt, of hij het allemaal niet zo kwaad bedoelt en of zijn woordkeus in zijn kringen gebruikelijk is. Het gaat er om op welke manier [eiseres] de woorden van [gedaagde] mag opvatten. Nu zij in het algemeen spraakgebruik en naar algemene maatschappelijke opvattingen grievend en bedreigend zijn mocht [eiseres] de woorden en de daarachter liggende bedoeling ernstiger opvatten dan [gedaagde] zelf wellicht bedoelt.

4.10.

Niet gebleken is dat de gewraakte uitlatingen van [gedaagde] worden verkondigd op andere social media dan Facebook. Het valt echter niet uit te sluiten dat [gedaagde] zijn heil bij andere social media dan Facebook gaat zoeken, zoals Twitter of andere social media, indien de veroordeling zich slechts tot Facebook zou beperken. Daarom zal de veroordeling niet daartoe worden beperkt.

4.11.

De vordering van [eiseres] zal dan ook - grotendeels - worden toegewezen. Vordering IV zal niet worden toegewezen. [gedaagde] kan niet worden veroordeeld tot het doen van de mededeling dat het niet zijn bedoeling was om de naam van [eiseres] op Facebook te noemen en haar diverse verwijten te maken. Dat was nu precies wel de bedoeling van [gedaagde] . Van [gedaagde] mag niet gevergd worden dat hij in een rectificatie onwaarheden gaat verkondigen. Het is niet aan de voorzieningenrechter om zelf een passende tekst voor een rectificatie te verzinnen.

4.12.

De dwangsom zal worden beperkt en gematigd. Daarbij wordt in acht genomen dat [gedaagde] thans een uitkering geniet. Aan [gedaagde] zal een termijn worden gegund voor vrijwillige nakoming van het vonnis voor zover dat ziet op verwijdering van Facebook van de mededelingen. [gedaagde] kan daardoor niet al te snel een dwangsom verbeuren. Volledigheidshalve zij aangetekend dat een dwangsom niet kan worden verbeurd voordat het desbetreffende vonnis is betekend.

4.13.

[gedaagde] zal als de grotendeels in het ongelijk gestelde partij worden veroordeeld in de proceskosten van [eiseres] . Deze kosten worden begroot op € 1.202,21, zijnde € 816,- aan salaris advocaat (standaard tarief kort geding volgens de Liquidatietarieven), € 287,- aan griffierecht en € 99,21 aan explootkosten dagvaarding.

5 De beslissing

De voorzieningenrechter

5.1.

gelast [gedaagde] om direct te stoppen met de lastercampagne jegens [eiseres] , op straffe van verbeurte van een dwangsom van € 1.000,- per overtreding, met een maximum van € 20.000,-,

5.2.

gelast [gedaagde] tot verwijdering en verwijderd houden van de naam van [eiseres] en van de berichtgeving over [eiseres] op Facebook of ieder ander social medium binnen zeven dagen na betekening van onderhavig vonnis, op straffe van verbeurte van een dwangsom van € 500,- voor iedere dag dat [gedaagde] in gebreke blijft, tot een maximum van

€ 20.000,-,

5.3.

veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten van [eiseres] , tot op heden begroot op

€ 1.202,21,

5.4.

verklaart het vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad,

5.5.

wijst het meer of anders gevorderde af.

Dit vonnis is gewezen door mr. J.W. van den Hurk en in het openbaar uitgesproken op 8 februari 2017.1

1 2517/427