Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBROT:2017:10291

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
05-10-2017
Datum publicatie
11-01-2018
Zaaknummer
10/115490-17
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Vernieling, oplegging ISD-maatregel.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Rechtbank Rotterdam

Team straf 1

Parketnummer: 10/115490-17

Datum uitspraak: 5 oktober 2017

Tegenspraak

Vonnis van de rechtbank Rotterdam, meervoudige kamer voor strafzaken, in de zaak tegen de verdachte:

[naam verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats verdachte] op [geboortedatum verdachte] ,

thans zonder bekende woon- of verblijfplaats,

ten tijde van het onderzoek op de terechtzitting preventief gedetineerd in de PI Rijnmond, HvB de IJssel,

raadsman mr. H.A.G.M Halfers, advocaat te Rotterdam.

1 Onderzoek op de terechtzitting

Gelet is op het onderzoek op de terechtzitting van 21 september 2017.

2 Tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd hetgeen is vermeld in de dagvaarding. De tekst van de tenlastelegging is als bijlage I aan dit vonnis gehecht.

3 Eis officier van justitie

De officier van justitie mr. C. de Kimpe heeft gevorderd:

  • -

    bewezenverklaring van het ten laste gelegde;

  • -

    oplegging van de maatregel tot plaatsing in een instelling voor stelselmatige daders (hierna: ISD-maatregel) voor de duur van maximaal twee jaren.

4 Waardering van het bewijs

4.1.

Bewijswaardering

Standpunt verdediging

De verdediging heeft zich op het standpunt gesteld dat de verdachte vrijgesproken dient te worden van het ten laste gelegde. Daartoe is aangevoerd dat er onvoldoende wettig en overtuigend bewijs is dat de verdachte diegene is geweest die de ruit heeft vernield.

Beoordeling

Verbalisanten ontvangen op 25 juni 2017 omstreeks 15.00 uur de melding dat er een ruit van een kampeerwagen met kenteken [kentekennummer] , gestald aan de Schiedamse Vest te Rotterdam, geforceerd en vernield was. Zij ontvangen het signalement van de man die de vernieling zou hebben gepleegd. Het zou gaan om een man tussen de 40 en 50 jaar oud, met een getinte huidskleur. Hij zou gekleed zijn in een bruine jas, een blauwe broek en een zwart lederen petje op zijn hoofd hebben.

De verbalisanten komen ter plaatse en zien kort daarna, op 100 meter afstand van de kampeerwagen, een man een Schotse kerk aan de Schiedamse Vest 121 te Rotterdam uitlopen die voldoet aan het signalement. Deze man, die bij aanhouding blijkt verdachte te zijn, heeft een bruine jas en een blauwe broek aan. Hij draagt een zwarte lederen baseballpet. Ook schatten de verbalisanten hem in tussen de 40 en 50 jaar oud in en heeft hij een getint uiterlijk.

Verdachte wordt diezelfde dag door de politie verhoord. Hij verklaart bij een kampeerwagen de ruit te hebben opengemaakt en daarna naar de Schotse kerk te zijn gegaan. Hij wilde daar blijven totdat het donker werd en vervolgens in de kampeerwagen slapen.

Op grond van het voorgaande acht de rechtbank wettig en overtuigend bewezen dat verdachte de persoon is geweest die bij de kampeerwagen met kenteken [kentekennummer] heeft gestaan en de ruit vernield heeft.

4.2.

Bewezenverklaring

In bijlage II heeft de rechtbank de inhoud van wettige bewijsmiddelen opgenomen, houdende voor de bewezenverklaring redengevende feiten en omstandigheden. Op grond daarvan, en op grond van de redengevende inhoud van het voorgaande, is wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het ten laste gelegde heeft begaan op die wijze dat:

hij op 25 juni 2017 te Rotterdam opzettelijk en wederrechtelijk een (zij)ruit van een kampeerwagen, toebehorende aan [naam slachtoffer] , heeft vernield.

Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd is niet bewezen. De verdachte moet daarvan worden vrijgesproken.

Voor zover in de tenlastelegging type- en taalfouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. Blijkens het verhandelde ter terechtzitting is de verdachte daardoor niet in de verdediging geschaad.

5 Strafbaarheid feit

Het bewezen feit levert op:

opzettelijk en wederrechtelijk enig goed dat geheel of ten dele aan een ander toebehoort, vernielen.

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het feit uitsluiten. Het feit is dus strafbaar.

6 Strafbaarheid verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluit. De verdachte is dus strafbaar.

7 Motivering straf

7.1.

Algemene overweging

De maatregel die aan de verdachte wordt opgelegd, is gegrond op de ernst van het feit, de omstandigheden waaronder het feit is begaan en de persoon en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte. Daarbij wordt in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.

7.2.

Feit waarop de maatregel is gebaseerd

De verdachte heeft zich op 25 juni 2017 schuldig gemaakt aan de vernieling van een ruit van een kampeerwagen. Hij wilde naar eigen zeggen die nacht in die kampeerwagen overnachten, omdat hij geen slaapplek had. Door aldus te handelen heeft de verdachte bij het slachtoffer overlast en financiële schade bezorgd.

7.3.

Persoonlijke omstandigheden van de verdachte

7.3.1.

Strafblad

De rechtbank heeft acht geslagen op een uittreksel uit de justitiële documentatie van 29 augustus 2017, waaruit blijkt dat de verdachte eerder is veroordeeld voor soortgelijke strafbare feiten.

7.3.2.

Rapportages

Uit het reclasseringsrapport d.d. 31 augustus 2017 komt naar voren dat de verdachte een stelselmatige dader is. Verdachte leidt een zwervend bestaan en komt door zijn status als ongewenst vreemdeling niet in aanmerking voor een uitkering, opvang- of huisvestingvoorziening. De verdachte heeft geen schooldiploma’s en kan niet deelnemen aan het arbeidsproces. Hij pleegt vermogensdelicten, omdat hij geen inkomen heeft. Het recidiverisico wordt daarom als hoog ingeschat.

Geadviseerd wordt om aan de verdachte een ISD-maatregel op te leggen, waarbij de maatregel gericht zal zijn op de terugkeer naar het land van herkomst. De verdachte zal dan in de penitentiaire inrichting Esserheem te Veenhuizen kunnen worden opgevangen, waarbij binnen het ISD-VRIS een traject doorlopen kan worden dat gericht is op resocialisatie en terugkeer naar het land van herkomst.

Psychiater H.S.M. Boedhoe heeft een rapport over de verdachte opgemaakt, gedateerd 29 juni 2017. Hoewel eerdere pogingen om de verdachte te laten terugkeren naar het land van herkomst niet zijn geslaagd, wordt hierin gerapporteerd dat er geen contra-indicatie is voor een ISD-maatregel.

Omdat de conclusies in het rapport worden gedragen door de bevindingen en door hetgeen tijdens de terechtzitting is gebleken, neemt de rechtbank de conclusies over.

De rechtbank heeft acht geslagen op hetgeen de verdachte en zijn raadsman ter terechtzitting naar voren hebben gebracht. De verdachte heeft uitdrukkelijk verklaard mee te willen werken aan de terugkeer naar zijn land van herkomst. Daarnaast heeft hij verklaard mee te willen werken aan de tenuitvoerlegging van een ISD-maatregel, ook als deze maatregel primair gericht is op uitzetting en resocialisatie in het land van herkomst.

7.4.

Conclusies van de rechtbank

Gelet op hetgeen de rechtbank hierboven heeft overwogen, komt zij tot de volgende conclusies.

De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan een misdrijf waarvoor voorlopige hechtenis is toegelaten. De verdachte is blijkens het op zijn naam gestelde uittreksel uit de justitiële documentatie d.d. 31 augustus 2017 in de vijf jaren voorafgaande aan de door hem begane feiten ten minste driemaal tot een vrijheidsbenemende straf veroordeeld. De desbetreffende vonnissen zijn onherroepelijk. Het onderhavige feit is begaan na tenuitvoerlegging van deze straffen. Er moet ernstig rekening mee worden gehouden dat de verdachte wederom een misdrijf zal begaan. Aan de formele vereisten voor het opleggen van de ISD-maatregel wordt daarmee voldaan.

De rechtbank stelt vast dat de tot op heden aan de verdachte opgelegde straffen en ISD-maatregel er niet toe hebben geleid dat het criminele gedrag van de verdachte is beëindigd. De rechtbank onderschrijft de conclusie van de reclassering dat opnieuw oplegging van de ISD-maatregel is aangewezen. Het belang van de samenleving staat voorop, omdat de verdachte steeds weer overlast en schade veroorzaakt. Daarnaast heeft de verdachte aangegeven hieraan mee te willen werken.

Daarbij heeft de rechtbank in aanmerking genomen dat de maatregel er mede toe strekt de maatschappij te beveiligen, de recidive van verdachte te beëindigen en een terugkeer naar het land van herkomst te bewerkstelligen.

Alles afwegend wordt na te noemen maatregel passend en geboden geacht.

8 Toepasselijke wettelijke voorschriften

Gelet is op de artikelen 38m, 38n en 350 van het Wetboek van Strafrecht.

9 Bijlagen

De in dit vonnis genoemde bijlagen maken deel uit van dit vonnis.

10 Beslissing

De rechtbank:

verklaart bewezen, dat de verdachte het ten laste gelegde feit, zoals hiervoor omschreven, heeft begaan;

verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte meer of anders ten laste is gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij;

stelt vast dat het bewezen verklaarde oplevert het hiervoor vermelde strafbare feit;

verklaart de verdachte strafbaar;


gelast dat de verdachte wordt geplaatst in een inrichting voor stelselmatige daders voor de duur van 2 (twee) jaren.

Dit vonnis is gewezen door:

mr. J. van der Groen, voorzitter,

en mrs. J. Holleman en E. Fels, rechters,

in tegenwoordigheid van mr. S. Salah-Hashim, griffier,

en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank op de datum die in de kop van dit vonnis is vermeld.

Bijlage I

Tekst tenlastelegging

Aan de verdachte wordt ten laste gelegd dat

hij op of omstreeks 25 juni 2017 te Rotterdam opzettelijk en wederrechtelijk (zij)ruit van een kampeerwagen, in elk geval enig goed, dat geheel of ten dele aan een ander, te weten aan [naam slachtoffer] toebehoorde, heeft vernield, beschadigd, onbruikbaar gemaakt en/of weggemaakt.

art 350 lid 1 Wetboek van Strafrecht