Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBROT:2017:10271

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
12-12-2017
Datum publicatie
08-01-2018
Zaaknummer
Parketnummer 10/750390-17 / RK-nummer 17/3822
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Raadkamer
Inhoudsindicatie

Lichten van de verdachte. Bezwaarschrift tegen maatregelen in het belang van het onderzoek ongegrond; artikel 62 en 62a Sv.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK Rotterdam

Parketnummer: 10/750390-17

RK-nummer : 17/3822

Beslissing op het bezwaarschrift ex artikel 62a lid 4 Sv tegen het lichtingsbevel van de officier van

justitie.

De rechtbank te Rotterdam, raadkamer;

Gezien het op 08 december 2017 ter griffie van deze rechtbank ingediende bezwaarschrift van de

verdachte:

genaamd : [naam verdachte]

geboren te [geboorteplaats verdachte] op [geboortedatum verdachte]

wonende te : [adres verdachte] , [woonplaats verdachte]

thans verblijvende: PI De IJssel te Krimpen aan den IJssel,

tegen het lichtingsbevel van de officier van justitie d.d. 08 december 2017, teneinde verdachte

voor verhoor te laten lichten op 13 en 20 december 2017;

Gezien de stukken;

Gehoord de officier van Justitie;

Gehoord de raadsman;

Op grond van artikel 62, tweede lid, juncto artikel 76 van het Wetboek van Strafvordering (hierna:

Sv) zijn gedurende de voorlopige hechtenis maatregelen in het belang van het onderzoek

mogelijk. Deze bestaan, behoudens de maatregelen genoemd in artikel 61a Sv, onder meer uit

beperkingen met betrekking tot het ontvangen van bezoek, telefoonverkeer etc. (artikel 62,

tweede lid, aanhef en onder a, Sv) en uit overbrenging naar een ziekenhuis, of andere instelling of

verblijf in verband met medisch toezicht (artikel 62, tweede lid, aanhef en onder b, Sv). Blijkens

de tekst van de wet en onderstreept in de Memorie van Toelichting bij de wijziging van artikel 62

Sv in 2001 is de opsomming in de wet niet limitatief (IK 1999—2000, 26 983, nr. 3, p. 11). Verder

is met de invoering van de regeling in het Wetboek van Strafvordering bedoeld om de onder de

artikelen 222 en 225 Invoeringswet Strafvordering ontstane praktijk te continueren (TK 1999—

2000, 26 983, nr. 3, p. 11). Tot die praktijk behoort het lichten van de verdachte om in het kader

van een ander onderzoek te worden gehoord (T&C Sv, aant. 2 bij art. 62).

Eén en ander brengt naar het oordeel van de raadkamer mee, dat onder maatregelen in het

belang van het onderzoek als bedoeld in artikel 62, tweede lid, aanhef, Sv ook dient te worden

gerekend, het lichten van de verdachte tegen zijn wil in kader van het onderzoek waarin hij

voorlopig is gehecht. Of het lichten in het concrete geval is toegestaan hangt, anders dan de

raadsman heeft gesteld, af of dit in het belang van het onderzoek is en of dit proportioneel en

subsidiair is; anders gezegd, of de ernst van de verdenking dit rechtvaardigt en of het doel

redelijkerwijs niet met een ander, minder ingrijpend middel kan worden bereikt. De ernst van de

verdenking wordt bepaald door de verhouding tussen de mate van verdenking en de aard van het

feit. Dat de verdachte, zoals de raadsman heeft gesteld, zich op zijn zwijgrecht zal beroepen, doet

daar niet aan af.

In deze zaak is op 20 november 2017 een bevel bewaring gegeven omdat ernstige bezwaren tegen

de verdachte zijn gerezen dat hij (kort gezegd) een met name genoemde ander al dan niet met

voorbedachten rade van het leven zou hebben beroofd, althans (zwaar) zou hebben mishandeld,

de dood ten gevolg hebbend. Verder waren er ernstige bezwaren dat hij bij twee met name

genoemde anderen pogingen tot moord c.q. doodslag zou hebben begaan, althans (zware)

mishandeling zou hebben gepleegd. De slachtoffers betroffen steeds (hoog) bejaarden die met

insuline zouden zijn ingespoten. Op 30 november 2017 is door de raadkamer van deze rechtbank

een bevel gevangenhouding gegeven en een vordering tot wijziging van de feiten voorlopige

hechtenis toegewezen (de 67-b vordering). Die laatste vordering, zo heeft de officier van justitie in

raadkamer toegelicht, is een vordering waarbij aan de feiten voor voorlopige hechtenis worden

toegevoegd vergelijkbare feiten ten aanzien van twee met name genoemde personen en ook een

aantal onbepaalde personen, nu tijdens het onderzoek het vermoeden is gerezen dat de

verdachte meer vergelijkbare feiten zou hebben gepleegd. Blijkens een aanvullend proces-verbaal

van bevindingen dat de politie voor deze raadkamerzitting heeft opgemaakt ( [proces-verbaalnummer] ),

worden thans vijftien zaken van niet medisch geïndiceerde toediening van potentieel dodelijke

medicatie, waaronder in de meeste gevallen insuline, aan bejaarden onderzocht, de drie

hierboven bedoelde zaken meegerekend. In zeven van die gevallen is het slachtoffer overleden.

Gelet op bovenstaand wettelijk kader en op de feiten van deze zaak oordeelt de raadkamer als

volgt.

Het horen van de verdachte is zonder twijfel in het belang van het onderzoek naar alle feiten.

Gelet op de toewijzing van de 67-b vordering dient de raadkamer ervan uit te gaan, dat er

ernstige bezwaren zijn tegen de verdachte wat betreft de in die vordering genoemde feiten, die

met levenslange gevangenisstraf zijn bedreigd en dus zeer ernstig zijn te noemen. De maatregel

is, gelet op het feit dat de verdachte al van zijn vrijheid is beroofd, in zoverre niet extra belastend.

Weliswaar bepaalt ook de Aanwijzing lichten van gedetineerden, TBS-gestelden en jeugdigen van

1januari 2013 (Stct. 2012, 268B2) dat een verhoor zo mogelijk in het huis van bewaring dient

plaats te vinden, maar de officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat een verhoor

in een speciale verhoorkamer dient plaats te vinden met het oog op audio-visuele registratie.

Gelet op de ernst van de verdenking is dit laatste alleszins te billijken.

Bovenstaande brengt mee dat lichting van de verdachte tegen zijn wil op 13 december 2017 en op

20 december 2017 niet onrechtmatig is en het bezwaarschrift ongegrond zal worden verklaard.

Daaraan doet niet af, dat de verdachte steeds recht zal hebben op verhoorbijstand van zijn

raadsman en zich steeds kan beroepen op zijn zwijgrecht.

BESCHIKKENDE:

Verklaart het bezwaarschrift ongegrond.

Aldus gedaan in raadkamer op 12 december 2017

door de voorzitter mr. J.L.M. Boek,

in tegenwoordigheid van de griffier H.M. Terpstra-Bos