Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBROT:2017:10269

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
13-11-2017
Datum publicatie
05-01-2018
Zaaknummer
15-1726-1727 EA
Rechtsgebieden
Insolventierecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Artikel 350, derde lid, onder c, Faillissementswet, Tussentijdse beëindiging schuldsaneringsregelingen wegens niet nakomen informatieverplichting, afdrachtverplichting en sollicitatieverplichting.

Wetsverwijzingen
Faillissementswet 350
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Rechtbank Rotterdam

Team insolventie

tussentijdse beëindiging

insolventienummers: [nummer]

uitspraakdatum: 13 november 2017

Bij vonnis van deze rechtbank van 3 september 2015 is de toepassing van de

schuldsaneringsregeling uitgesproken ten aanzien van:

[naam 1] en [naam 2],

[adres]

[woonplaats] ,

schuldenaren,

bewindvoerder: mr. F.R. van der Stroom.

1 De procedure

De bewindvoerder heeft de rechter-commissaris verzocht de schuldsaneringsregeling voor tussentijdse beëindiging voor te dragen. De rechter-commissaris heeft op 11 mei 2017 met dit verzoek ingestemd.

Op 24 mei 2017 heeft de rechtbank een laatste stand van zaken van de bewindvoerder ontvangen.

De bewindvoerder en schuldenaren zijn gehoord ter terechtzitting van 1 juni 2017. De terechtzitting is aangehouden om, onder meer, schuldenaren in de gelegenheid te stellen beschermingsbewind aan te vragen.

Op 1 september 2017, 21 september 2017 en 24 oktober 2017 heeft de rechtbank een laatste stand van zaken van de bewindvoerder ontvangen. Op 11 oktober 2017 heeft de rechtbank een brief van schuldenaren ontvangen.

De bewindvoerder en schuldenaren zijn gehoord ter terechtzitting van 30 oktober 2017.

De uitspraak is bepaald op heden.

2 De standpunten

Als grond voor het verzoek tot tussentijdse beëindiging van de schuldsaneringsregeling is door de bewindvoerder onder meer aangevoerd dat schuldenaren hun informatieverplichting niet naar behoren nakomen. Doordat van schuldenares de inkomensspecificaties ontbreken, kan niet worden gecontroleerd of zij de aanvullende sollicitatieverplichting nakomt. Over juni, juli en augustus 2016 heeft schuldenares in elk geval minder dan 36 uur per week gewerkt en heeft zij geen aanvullende sollicitatiebewijzen overgelegd. Schuldenaren hebben voorts nagelaten om hun inkomen boven het vrij te laten bedrag af te dragen. Hierdoor is een geschatte achterstand van meer dan € 21.000,- ontstaan. Indien schuldenaren zich correct aan de afdrachtplicht hadden gehouden, had de schuldsaneringsregeling reeds kunnen zijn beëindigd door een volledige betaling van de schulden.

De bewindvoerder heeft op 24 mei 2017 bericht dat schuldenaren alleen naar aanleiding van het verhoor bij de rechter-commissaris een aantal ontbrekende gegevens hebben ingediend, maar dat verder niet aan de informatieverplichting is voldaan. Daarnaast heeft schuldenares geen sollicitatiebewijzen overgelegd. Voorts is ook nog steeds sprake van een forse boedelachterstand van meer dan € 22.000,- aldus de bewindvoerder.

Schuldenaren hebben ter terechtzitting van 1 juni 2017 aangevoerd dat zij de verplichtingen uit de schuldsaneringsregeling niet goed kunnen overzien en graag hulp willen. Gelet hierop is de behandeling aangehouden en zijn afspraken met schuldenaren gemaakt. Zo is afgesproken dat schuldenaren zo spoedig mogelijk beschermingsbewind zouden aanvragen en in afwachting van het realiseren daarvan budgetbeheer zouden aanvragen. Schuldenaren zouden de bewindvoerder voorts alle ontbrekende stukken doen toekomen, waaronder de voorlopige en definitieve aanslagen van de Belastingdienst over 2015 en 2016. De bewindvoerder zou na ontvangst van de ontbrekende stukken de boedelachterstand opnieuw berekenen en de rechtbank en schuldenaren hiervan op de hoogte stellen. Deze afspraken zijn vastgelegd in een proces-verbaal.

Op 1 september 2017 heeft de bewindvoerder bericht dat nog steeds niet is voldaan aan de informatieverplichting en dat door schuldenares geen bewijsstukken van sollicitaties zijn overgelegd. Voorts is gebleken dat er nieuwe schulden zijn ontstaan bij de Belastingdienst wegens de belastingaanslag over het jaar 2016 ten bedrage van € 6.027,- en € 1.158,-. Schuldenaren hebben hiervoor een betalingsregeling getroffen, maar geen betalingsbewijzen overgelegd. Er is daarnaast nog steeds sprake van een boedelachterstand van meer dan € 20.000,-. De bewindvoerder heeft verder aangegeven dat naar verwachting over het jaar 2017 een belastingaanslag van dezelfde omvang zal worden opgelegd. Voorts hebben schuldenaren de bewindvoerder niet geïnformeerd over een eventuele aanvraag voor beschermingsbewind of budgetbeheer.

In de laatste stand van zaken van 24 oktober 2017 heeft de bewindvoerder bericht dat zich geen wijzigingen hebben voorgedaan.

Ter terechtzitting van 30 oktober 2017 hebben schuldenaren aangevoerd dat de bewindvoerder niets aan hen heeft uitgelegd en na het huisbezoek niet meer bij hen is langs gegaan. Volgens schuldenaar mocht hij dit wel van een bewindvoerder verwachten. Daarnaast hebben schuldenaren gesteld dat zij een gesprek hebben gehad met iemand van Humanitas als mogelijke beschermingsbewindvoerder. De persoon waarmee zij hebben gesproken achtte beschermingsbewind niet nodig, omdat schuldenaren hadden aangegeven dat de lopende rekeningen werden betaald en dat er geen achterstanden waren. Schuldenaren hebben geen andere beschermingsbewindvoerders benaderd. Schuldenaren hebben tot slot gesteld dat de nieuwe schuld bij de Belastingdienst over het jaar 2016 gedeeltelijk is betaald en hebben erkend dat over 2017 een nieuwe aanslag van dezelfde hoogte te verwachten is.

3 De beoordeling

De schuldsaneringsregeling biedt een schuldenaar in een problematische schuldensituatie de mogelijkheid om na drie jaar een schone lei te verkrijgen. Dit betekent in de voorliggende regeling dat een groot deel van de schuld van € 25.864,90 niet langer opeisbaar is. Tegenover dit perspectief staat een aantal niet lichtvaardig op te vatten verplichtingen. Zo dient de schuldenaar gedurende de toepassing van de regeling onder meer de bewindvoerder gevraagd en ongevraagd te informeren, zijn inkomen boven het vrij te laten bedrag af te dragen aan de boedelrekening en zich aantoonbaar tot het uiterste in te spannen om een fulltime dienstbetrekking te verkrijgen. Hiernaast mogen tijdens de toepassing van de schuldsaneringsregeling geen nieuwe schulden ontstaan. Van de schuldenaar wordt een actieve houding verwacht bij het naleven van voornoemde verplichtingen.

De rechtbank oordeelt dat schuldenaren toerekenbaar tekort zijn geschoten in de nakoming van de verplichtingen en overweegt daartoe als volgt. Schuldenaren hebben nagelaten om hun inkomen boven het vastgestelde vrij te laten bedrag volledig af te dragen aan de boedelrekening zodat er een zeer hoge boedelachterstand is ontstaan van meer dan

€ 20.000,-. Daarnaast hebben zij niet voldaan aan de informatieverplichting en heeft schuldenares niet voldaan aan de aanvullende sollicitatieverplichting, althans dit kan niet worden gecontroleerd nu informatie over de gewerkte uren ontbreekt. Tot slot hebben zij nieuwe schulden laten ontstaan.

Dat bovengenoemde tekortkomingen schuldenaren niet te verwijten zijn, is onvoldoende aannemelijk geworden. De rechtbank neemt hierbij in aanmerking dat schuldenaren, in elk geval na het verhoor door de rechter-commissaris van 8 november 2016, de waarschuwingsbrief van de rechter-commissaris van 24 januari 2017 en de terechtzitting van 1 juni 2017 van de verplichtingen uit hoofde van de schuldsaneringsregeling goed op de hoogte moeten zijn geweest. Steeds opnieuw zijn aan schuldenaren die verplichtingen uitgelegd. Bovendien heeft de bewindvoerder tijdens de terechtzitting medegedeeld dat zij ook meerdere malen telefonisch contact heeft gehad met schuldenaren. Indien schuldenaren niet in staat zijn zelfstandig de verplichtingen na te komen – hetgeen schuldenaren ter zitting van 1 juni 2017 hebben verklaard en hetgeen de rechtbank ook aannemelijk voorkomt – had het op hun weg gelegen om adequate hulp (in de vorm van beschermingsbewind en daaraan voorafgaand budgetbeheer) in te schakelen. Schuldenaren zijn hiertoe ook in de gelegenheid gesteld, maar hebben die kans niet benut.

De toepassing van de schuldsaneringsregeling zal daarom worden beëindigd op grond van artikel 350, derde lid, onder c, Faillissementswet (hierna: Fw).

De rechtbank zal het salaris van de bewindvoerder en de door deze gemaakte kosten vaststellen.

De rechtbank stelt vast dat er baten beschikbaar zijn om daaruit vorderingen geheel of gedeeltelijk te voldoen. Er is daarom, ingevolge artikel 350, vijfde lid, Fw, sprake van een faillissement van rechtswege zodra deze uitspraak in kracht van gewijsde gaat. De rechtbank zal een rechter-commissaris benoemen en een curator aanstellen. Er zal een postblokkade worden ingesteld.

4 De beslissing

De rechtbank:

- beëindigt de toepassing van de schuldsaneringsregeling;

- stelt het salaris van de bewindvoerder, één en ander inclusief onkosten en omzetbelasting, vast op het aanwezig actief tot een bedrag van maximaal € 3.122,00;

- benoemt in het faillissement van de schuldenaren tot rechter-commissaris

mr. A.J. van Spengen,

  • -

    stelt aan tot curator:
    mr. F.R. van der Stroom,
    postadres: Postbus 81145,
    3009 GC Rotterdam;

  • -

    geeft last aan de curator tot het openen van aan gefailleerde gerichte brieven en telegrammen.

Dit vonnis is gewezen door mrs. W.J. Roos-van Toor, A.M. van Kalmthout en M. Aukema, rechters, en in aanwezigheid van S.C.M. Tevel, griffier, in het openbaar uitgesproken op

13 november 2017.1

1 Tegen deze uitspraak kan degene aan wie de Faillissementswet dat recht toekent, gedurende acht dagen na de dag van deze uitspraak, hoger beroep instellen. Het hoger beroep kan uitsluitend door een advocaat worden ingesteld bij een verzoekschrift, in te dienen ter griffie van het gerechtshof dat van deze zaak kennis moet nemen.