Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBROT:2017:10247

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
20-12-2017
Datum publicatie
04-01-2018
Zaaknummer
10/700668-16 en 10/701264-16 (ttz.gev) / vorderingen TUL: 10/741338-15
Formele relaties
Hoger beroep: ECLI:NL:GHDHA:2021:873, (Gedeeltelijke) vernietiging en zelf afgedaan
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Bewezen is verklaard dat de verdachte tot drie keer toe iemand van de vrijheid heeft beroofd, bestolen en mishandeld. Bij een van die voorvallen heeft de verdachte met een vuurwapen op het vluchtende slachtoffer geschoten. Het slachtoffer is daarbij levensgevaarlijk gewond geraakt. Poging doodslag. Verder is bewezen verklaard dat de verdachte op verschillende data een vuurwapen in zijn bezit had. Twaalf jaar gevangenisstraf.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Rechtbank Rotterdam

Team straf 3

Parketnummers: 10/700668-16 en 10/701264-16 (ttz. gev.)

Parketnummers vorderingen TUL: 10/741338-15 en 22/005494-13

Datum uitspraak: 20 december 2017

Tegenspraak

Vonnis van de rechtbank Rotterdam, meervoudige kamer voor strafzaken, in de gevoegde zaken tegen de verdachte:

[naam verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats verdachte] op [geboortedatum verdachte] ,

ingeschreven in de basisregistratie personen op het adres

[adres verdachte] , [woonplaats verdachte] ,

ten tijde van het onderzoek op de terechtzitting preventief gedetineerd in de P.I. Torentijd, Torentijdseweg 1 in Middelburg,

raadsman mr. C.Y. Kekik, advocaat te Schiedam.

1 Onderzoek op de terechtzitting

Gelet is op het onderzoek op de terechtzittingen van 27, 28 en 29 november 2017. Het onderzoek is gesloten op de zitting van 20 december 2017.

2 Tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd hetgeen is vermeld in de dagvaardingen.

De tekst van de tenlastelegging met parketnummer 10/700668-16 is als bijlage I aan dit vonnis gehecht.

De tekst van de tenlastelegging met parketnummer 10/701264-16 is op de terechtzitting van 27 november 2017 overeenkomstig de vordering van de officier van justitie gewijzigd.

De tekst van de gewijzigde tenlastelegging is eveneens als bijlage I aan dit vonnis gehecht.

De rechtbank heeft de feiten die in de dagvaardingen zijn opgenomen van een doorlopende nummering voorzien: feiten 1 tot en met 11. Zij zal die nummering in dit vonnis aanhouden.

3 Eis officier van justitie

De officieren van justitie mr. L.C. Visser en mr. P. Wijnands (verder gezamenlijk aan te duiden als: de officier van justitie) hebben gevorderd:

  • -

    bewezenverklaring van het onder 1., 2., 3., 4., 5., 6., 7., 8., 9., 10. en 11. primair ten laste gelegde;

  • -

    veroordeling van de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van zestien jaren met aftrek van voorarrest;

  • -

    bevel gevangenneming ten aanzien van de feiten 6., 7., 8., 9., 10. en 11.;

  • -

    tenuitvoerlegging van het voorwaardelijk opgelegde strafdeel in de zaak met parketnummer 10/741338-15;

  • -

    tenuitvoerlegging van het voorwaardelijk opgelegde strafdeel in de zaak met parketnummer 22/005494-13.

4 Waardering van het bewijs

4.1.

Zaak Wiel (feiten 1 tot en met 3) en zaak Hotel (feit 4)

4.1.1.

Inleiding

In deze zaken worden [naam verdachte] en de medeverdachten [naam medeverdachte 1] , [naam medeverdachte 2] en [naam medeverdachte 3] beschuldigd van – kort gezegd – poging doodslag, diefstal met geweld, wederrechtelijke vrijheidsberoving en bezit van een vuurwapen op 9 december 2016. Deze vier verdachten zouden zich hieraan samen schuldig hebben gemaakt.

4.1.2.

Feiten en omstandigheden

De rechtbank is bij de beoordeling van de tenlastegelegde feiten op basis van het dossier en de behandeling ter zitting van het volgende uitgegaan.

-Op 9 december 2016 rond 04.45 uur kreeg de politie de melding dat in het trappenhuis van een portiek aan de [plaats delict] in Rotterdam een schietpartij was geweest. De politie ging naar die plaats en rook in het portiek kruitlucht, zag bloedsporen en beschadigingen. De politie sprak enkele bewoners van de portiekflat en deze hebben naderhand een uitgebreidere verklaring afgelegd. Een bewoner van het portiek vertelde de politie dat rond 04.40 uur langdurig aan zijn voordeur werd gebeld, dat hij iemand om hulp hoorde roepen en een andere stem hoorde zeggen: “ik ga hem pakken.” De bewoner wilde toen door zijn deurspionnetje kijken maar merkte dat dat door iemand of iets werd afgedekt. Hij hoorde even later dat er werd geschoten. Hij liep zijn woonkamer in en zag door het raam in zijn woonkamer vier mannen uit het portiek rennen en in een VW Golf auto stappen en wegrijden. Ook een andere bewoner hoorde om ongeveer 04.30 uur tumult op de gang. Zij hoorde dat om geld werd gevraagd en door iemand anders om hulp werd geroepen. Even later hoorde zij enkele klappen en zij dacht meteen dat er geschoten werd. Zij zag door het raam in haar woonkamer vier mannen het portiek uit naar een auto rennen. Een van de mannen trok de kentekenplaten van de auto eraf. De mannen reden heel hard weg in de auto.

-Kort daarna, tegen 05.00 uur, kwam een man, [naam slachtoffer 1] geheten, bij de politie. Hij vertelde dat hij in een shisha-lounge in het centrum van Rotterdam een paar bekenden van hem was tegengekomen met wie hij elders nog wat zou gaan drinken. Eenmaal bij hen in de auto gestapt, werd hij in de wijk Zevenkamp mishandeld en bedreigd met een vuurwapen. Zijn portemonnee werd afgenomen. Hij werd meegenomen naar Rotterdam-Zuid en moest daar een portiek inlopen. Op een gegeven moment zag hij kans om te ontsnappen en sprong hij naar beneden, waarbij hij kwam te vallen. Hij hoorde dat er geschoten werd. De politie zag dat [naam slachtoffer 1] gewond was, onder andere aan zijn rug, en dat hij veel pijn had. In het ziekenhuis vertelden de artsen dat [naam slachtoffer 1] door een kogel was geraakt. Het uit het lichaam verwijderde projectiel werd aan de politie overhandigd voor nader onderzoek. Later op de dag deed [naam slachtoffer 1] uitgebreid aangifte en in de dagen daarna legde hij aanvullende verklaringen af.

-Volgens de verklaringen van [naam slachtoffer 1] is het volgende gebeurd. [naam slachtoffer 1] was die avond op stap in de shisha-lounge Boudoir, gelegen aan de Pompenburg in het centrum van Rotterdam. Hij kwam daar vier bekenden tegen. Een van hen wilde weten of hij geld had. Op diens initiatief is [naam slachtoffer 1] met ze meegegaan en is hij met de vier anderen in een VW Golf gestapt. [naam slachtoffer 1] dacht dat ze naar een afterparty zouden gaan. [naam slachtoffer 1] heeft aanvankelijk van twee personen de voornaam genoemd en van twee anderen de bijnaam. Later heeft hij de vier personen op hem getoonde foto’s voor 100% herkend: [naam medeverdachte 2] ( [voornaam medeverdachte 2] ), [naam medeverdachte 3] (‘ [nickname medeverdachte 3] ’), [naam verdachte] ( [voornaam verdachte] ) en [naam medeverdachte 1] (‘ [nickname medeverdachte 1] ’). De auto reed naar Zevenkamp en daar kreeg hij te horen dat hij geld moest regelen en dat hij zou worden vastgehouden totdat het geld geregeld was. Er werden verschillende bedragen genoemd. Hij werd daarbij geschopt en geslagen en hij kreeg een klap met een vuurwapen op zijn hoofd. Hij moest weer in de auto stappen en werd in de auto opnieuw door diverse personen bedreigd en mishandeld. Hij zag toen dat verschillende inzittenden een wapen hadden. De auto reed naar Rotterdam-Zuid. Tijdens een korte plasstop in IJsselmonde werd [naam slachtoffer 1] geschopt en werden toespelingen gemaakt dat op hem zou worden geschoten. Hij moest weer in de auto stappen en werd meegenomen naar een straat in de buurt van Maashaven waar hij moest uitstappen en de trap van een portiekflat moest oplopen. Een van de daders wilde de deur van een woning op de bovenste verdieping openen en [naam slachtoffer 1] heeft toen in paniek, omdat hij dacht dat hij zou worden vermoord, bij een andere woning aangebeld en om hulp geschreeuwd. Hij heeft een van de daders vastgepakt. In de daarop ontstane worsteling, waarbij [naam verdachte] een vuurwapen in zijn handen had, zag hij kans om via het trapgat naar beneden te springen. Terwijl hij sprong hoorde hij schoten waarop hij omhoog keek en zag dat [naam verdachte] op hem richtte. Volgens [naam slachtoffer 1] hadden de daders een aantal spullen van hem meegenomen: sleutels, een jas, geld en zijn paspoort.

-Uit medische informatie blijkt dat [naam slachtoffer 1] diverse verwondingen in zijn gezicht had en dat hij in zijn rug was geschoten, waarbij de kogel in de ribbenkast terecht was gekomen. Deze schotverwonding was potentieel levensbedreigend letsel.

-Volgens de eigenaar van Boudoir kwam de hem bekende [voornaam verdachte] omstreeks 02.00 uur met drie andere personen, een negroïde jongen en twee Marokkanen, zijn zaak binnen. Enige tijd later vertrokken deze vier samen met de hem bekende [voornaam slachtoffer] ( [naam slachtoffer 1] ) en reden weg in een VW Golf.

-Op camerabeelden van Boudoir herkent de politie de vier personen die [naam slachtoffer 1] heeft genoemd. Deze personen gingen om 02.00 uur bij Boudoir naar binnen en vertrokken daar om 03.45 uur samen met [naam slachtoffer 1] . Ze reden weg in een VW Golf.

-Op basis van camerabeelden werd het vermoedelijke kenteken van de VW Golf vastgesteld: [kentekennummer] . Deze auto stond op naam van [naam 1] . [naam 1] had de auto uitgeleend aan [naam medeverdachte 2] . De auto werd op 9 december ’s avonds aangetroffen in Rotterdam-Zuid. Alleen aan de achterkant van de Golf zat een kentekenplaat, deze hing los en werd in de auto gelegd. In de auto lag nog een kentekenplaat. Op een van deze kentekenplaten zat een dactyloscopisch spoor van [naam verdachte] .

-Uit gegevens van het ARS (autoregistratiesysteem) blijkt dat de Golf tegen 04.00 uur op het Kralingseplein reed in noordelijke richting en 20 minuten later in tegenovergestelde richting naar Rotterdam-Zuid.

-Bij forensisch-technisch onderzoek in het portiek zijn twee afgevuurde projectielen aangetroffen en schietbanen gereconstrueerd. De politie concludeert op basis daarvan en mede gelet op het in het lichaam van [naam slachtoffer 1] aangetroffen projectiel dat in het portiek minimaal drie keer is geschoten. Verder werden bloedsporen aangetroffen en op de voordeur van een van de woningen op de bovenste verdieping van de portiekflat, ter hoogte van de deurspion, een dactyloscopisch spoor. Dit laatste blijkt van [naam verdachte] te zijn.

-Er heeft onderzoek plaatsgevonden naar het gebruik van een aantal mobiele telefoonnummers, die volgens de politie in gebruik zijn bij de vier verdachten. Dit onderzoek heeft op basis van mastgegevens het volgende uitgewezen. De telefoons van [naam medeverdachte 2] en [naam verdachte] straalden tijdens de periode dat zij volgens [naam slachtoffer 1] in Boudoir zouden zijn geweest, aan op een zendmast op het Weena, dit is in de directe omgeving van Boudoir. De telefoon van [naam verdachte] werd na 03.22 uur niet gebruikt tot 05.14 uur. Om 07.00 uur was de telefoon in Tilburg. De telefoon van [naam medeverdachte 2] ging omstreeks 04.00 uur vanaf het Weena in de richting van Rotterdam-Zevenkamp en werd daarna niet gebruikt tot 05.53 uur. De telefoon van [naam medeverdachte 1] werd niet gebruikt van 01.43 uur tot 04.52 uur. Rond 09.00 uur was deze telefoon in Zuid-Limburg. De twee bij [naam medeverdachte 3] in gebruik zijnde telefoonnummers werden die nacht niet gebruikt tot 06.00 uur respectievelijk 04.52 uur en verplaatsten in de loop van de vroege ochtend naar Zuid-Limburg. Aan het eind van de nacht straalden de telefoons van alle vier de verdachten gedurende enige tijd dezelfde zendmast dan wel bij elkaar in de buurt gelegen zendmasten in Rotterdam-Zuid aan.

-Het volgens de politie bij [naam medeverdachte 1] in gebruik zijnde telefoonnummer werd door de politie afgeluisterd. Op 8 december om 23.33 uur werd hij gebeld door [naam medeverdachte 2] . De volgende dag werd rond 09.00 uur met zijn nummer een kamer gereserveerd in hotel Lamerichs in Berg en Terblijt (Limburg). De politie heeft daarbij de stem van [naam medeverdachte 1] herkend.

-Op 9 december 2016 werden ’s avonds in een kamer in genoemd hotel in Berg en Terblijt twee van de vier door [naam slachtoffer 1] genoemde personen aangehouden: [naam verdachte] en [naam medeverdachte 3] . In deze kamer werd een vuurwapen aangetroffen, namelijk een pistool van het merk/type CZ 75-D met zeven patronen. Op basis van onderzoek van de drie projectielen (de twee in het portiek aangetroffen projectielen en het uit het lichaam van [naam slachtoffer 1] afkomstige projectiel) en dit vuurwapen heeft het NFI geconcludeerd dat er aanwijzingen zijn dat die projectielen zijn afgevuurd uit dit vuurwapen. In de hotelkamer werden ook kledingstukken in beslag genomen. Zowel op het vuurwapen als op enkele kledingstukken werd DNA-materiaal van zowel [naam slachtoffer 1] als van [naam verdachte] vastgesteld.

4.1.3.

Standpunt officier van justitie

De officier van justitie heeft in het op schrift gestelde requisitoir geconcludeerd tot bewezenverklaring van de tenlastegelegde feiten, met dien verstande dat de verdachte onder feit 2 wel dient te worden vrijgesproken van het element gijzeling.

4.1.4.

Standpunt verdediging

Namens de verdachte is vrijspraak bepleit van alle tenlastegelegde feiten omdat er geen wettig en overtuigend bewijs voorhanden is.

4.1.5.

Het oordeel van de rechtbank

De rechtbank is van oordeel dat voor zover de verdediging bewijsverweren heeft gevoerd, deze worden weerlegd door de bewijsmiddelen. De rechtbank merkt verder het volgende op.

feit 2

Ten aanzien van de tenlastegelegde diefstal met geweld is de rechtbank van oordeel dat geen relatie te leggen valt tussen het wegnemen van de in de tenlastelegging genoemde eigendommen van aangever en de tenlastegelegde geweldshandelingen. Uit het dossier blijkt immers niet op welk moment en op welke wijze de verdachten deze eigendommen hebben weggenomen. Evenmin blijkt dat daartoe geweldshandelingen hebben plaatsgehad. Daarvan wordt dan ook vrijgesproken. De rechtbank ziet echter geen reden om te twijfelen aan de verklaring van aangever dat spullen van hem zijn gestolen. De rechtbank acht aannemelijk dat deze eigendommen van aangever in de Golf zijn achtergebleven toen hij in de Wieldrechtstraat moest uitstappen. Vaststaat dat de vier verdachten na de schietpartij samen in die auto zijn gestapt en weggereden en dat de politie na aantreffen van de auto geen melding heeft gemaakt dat daarin goederen van [naam slachtoffer 1] lagen. Op grond hiervan komt de rechtbank tot het oordeel dat bewezen kan worden verklaard dat de verdachten de in de tenlastegelegde genoemde eigendommen van aangever samen hebben weggenomen, zij het met uitzondering van de telefoon omdat aangever deze volgens zijn aangifte in Boudoir had laten liggen.

feit 3

Met de officier van justitie is de rechtbank van oordeel dat in het kader van de vrijheidsberoving het oogmerk er niet op gericht was dat derden iets zouden moeten doen, maar in feite alleen dat [naam slachtoffer 1] geld zou moeten regelen. De rechtbank acht de tenlastegelegde gijzeling daarom niet bewezen, wel de vrijheidsberoving.

4.1.6.

Eindconclusie

Op grond van de hiervoor genoemde feiten en omstandigheden, in samenhang met de in bijlage II opgenomen bewijsmiddelen, is de conclusie van de rechtbank dat [naam verdachte] zich schuldig heeft gemaakt aan: poging doodslag (feit 1), diefstal in vereniging (feit 2), het medeplegen van wederrechtelijke vrijheidsberoving (feit 3) en het medeplegen van het voorhanden hebben van een pistool met munitie (feit 4).

4.2.

Zaak Wapen (feit 5)

Op 25 september 2016 trof de politie in Rotterdam in een auto, waarin onder andere [naam verdachte] was gezeten, een geladen vuurwapen aan. Op grond van de bewijsmiddelen verklaart de rechtbank bewezen dat hij toen en daar dat vuurwapen voorhanden heeft gehad.

4.3.

Zaak Wet (feiten 6 tot en met 8)

4.3.1.

Inleiding

In de zaak Wet worden [naam verdachte] en de medeverdachten [naam medeverdachte 1] en [naam medeverdachte 4] beschuldigd van – kort gezegd – vrijheidsberoving, diefstal met geweld en mishandeling, plaatsgevonden op 29 november 2016. De verdachten zouden zich hieraan samen schuldig hebben gemaakt.

4.3.2.

Feiten en omstandigheden

- In de nacht van 29 november 2016 is rond 04.00 uur bij de politie de melding binnengekomen dat er een gijzeling heeft plaatsgevonden. De politie spreekt die nacht met [naam slachtoffer 2] . Deze vertelt dat hij en een vriend van hem, [naam slachtoffer 3] , die nacht door een aantal mannen in een woning in Rotterdam zijn vastgebonden, mishandeld en bedreigd, en na een paar uur zijn vrijgelaten. De politie ziet verwondingen en maakt daarvan foto's. Zowel [naam slachtoffer 2] als [naam slachtoffer 3] doen in de loop van de dag aangifte bij de politie en op 12 januari 2017 zijn zij beiden nogmaals gehoord.

- Volgens de verklaringen van [naam slachtoffer 2] is het volgende gebeurd.

[naam slachtoffer 2] was die avond op stap geweest met zijn vriend [naam slachtoffer 3] . Net na middernacht, rond 00:15 uur, ontving hij via whatsapp een berichtje van [naam medeverdachte 4] met de vraag of hij bij hem langs wilde komen. [naam slachtoffer 2] kent [naam medeverdachte 4] van kleins af aan, maar hij had hem nu al een tijd niet gezien. [naam slachtoffer 2] heeft [naam slachtoffer 3] gevraagd met hem mee te gaan. Ze zijn samen in de auto van [naam slachtoffer 3] naar de woning van [naam medeverdachte 4] in de wijk Zevenkamp in Rotterdam gereden. [naam medeverdachte 4] stond buiten bij zijn woning, zodat ze wisten waar ze precies moesten zijn. Toen ze amper binnen waren, in de woonkamer, hoorde [naam slachtoffer 2] in de ruimte ernaast een pistool doorgeladen worden en toen kwamen er ineens tenminste zeven mannen de kamer in, waarvan een aantal met bivakmutsen en met pistolen. [naam slachtoffer 2] is naar de grond gewerkt, op zijn buik. Zijn handen en enkels werden vastgebonden en de capuchon van zijn trui werd over zijn hoofd getrokken. Hij is bedreigd, waarbij vuurwapens zijn getoond. Hij is geslagen en geschopt en mishandeld met diverse voorwerpen, waaronder een hamer en een mes. Zijn broek en boxershort zijn naar beneden getrokken en er zijn foto’s van hem gemaakt. Er zijn vuurwapens op zijn slapen gezet. Hij moest beloven geld te gaan betalen, waarbij gesproken is over € 10.000. Zijn portemonnee en zijn telefoon zijn afgepakt. Uiteindelijk gingen de mannen opruimen en mochten [naam slachtoffer 3] en hij gaan. De portemonnee lag de volgende ochtend voor de deur van de woning van zijn moeder.

- Volgens de verklaringen van [naam slachtoffer 3] is hij die nacht rond 00:30 uur gebeld door [naam slachtoffer 2] met de vraag of hij meeging naar een vriend van hem, die trainingspakken had van bekende voetbalclubs. In de auto van [naam slachtoffer 3] zijn ze naar Zevenkamp gereden. Bij een woning stond een man bij de voordeur, die [naam slachtoffer 2] een boks gaf. Ook [naam slachtoffer 3] heeft deze man een boks gegeven. [naam slachtoffer 2] en [naam slachtoffer 3] zijn daar naar binnen gegaan en op de bank gaan zitten. Toen kwamen er mannen binnen, met bivakmutsen en een aantal met een pistool. Hij is naar de grond gewerkt, zijn onderkleding werd uitgetrokken, en zijn handen en voeten werden vastgebonden. Zijn capuchon is over zijn hoofd getrokken. Hij is geschopt en met verschillende voorwerpen mishandeld. Meermalen is hij geslagen met een vuurwapen tegen zijn hoofd. Hij hoorde dat een wapen werd doorgeladen. Zijn autosleutels moest hij afgeven en zijn IPhone 6 is afgenomen. Uiteindelijk mochten ze vertrekken, rond 03.30 uur, en zijn ze met de auto van [naam slachtoffer 3] weggereden. [naam slachtoffer 3] heeft [naam slachtoffer 2] thuis in Ridderkerk afgezet en is daarna naar Schiedam gereden.

- [naam slachtoffer 2] en [naam slachtoffer 3] hebben, afzonderlijk, aan de politie de woning aan de [adres delict 1] te Rotterdam aangewezen als de woning waarin de gebeurtenissen hebben plaatsgevonden. [naam medeverdachte 4] is als enige bewoner ingeschreven op dit adres.

- Het NFI-rapport over het DNA-onderzoek naar de puntige zijde van een in de woning aangetroffen hamer houdt, op basis van een waarschijnlijkheidshypothese, in dat het DNA- profiel van [naam slachtoffer 2] daarop is aangetroffen.

- Er heeft onderzoek plaatsgevonden naar het gebruik van een aantal mobiele telefoonnummers, die volgens de politie in gebruik zijn bij de drie hiervoor genoemde verdachten in deze zaak. Dit onderzoek heeft het volgende uitgewezen. Tijdens of rond het gepleegde feit is er contact geweest tussen de mobiele telefoons en de zendmast aan de Rietdekkerweg. De plaats delict valt binnen het dekkingsgebied van die zendmast. Rond 04.00 uur 's nachts hebben de mobiele telefoons van de drie verdachten en die van [naam slachtoffer 3] verbinding gemaakt met een zendmast aan de Burg. Hazenberglaan [huisnummer] in Rotterdam-zuid.

- Uit registratiekaarten van eerdere detenties blijkt dat [naam slachtoffer 3] en [naam medeverdachte 4] tegelijkertijd in de PI De Schie hebben gezeten in de periode van 13 juni 2014 tot en met 20 augustus 2014, en dat [naam slachtoffer 3] en [naam verdachte] in de periode van 29 april 2016 tot en met 28 juni 2016 tegelijk waren gedetineerd in afdeling-D van PI De Schie.

Wat was volgens aangevers de rol van [naam verdachte] ?

Volgens [naam slachtoffer 2] was de jongen die het meest aan het woord was een Marokkaanse jongen, die de baas was. Hij was één van de jongens die steeds een pistool op hem gericht had, een zwart 9mm-pistool. Hij was heel erg aanwezig en bedreigend, maar [naam slachtoffer 2] weet niet of hij door hem is geslagen. Deze jongen was dun en hij droeg een zwarte jas, een (donker)blauwe spijkerbroek en zwarte Stan Smith Adidas-schoenen. Hij had wel een bivakmuts, maar die heeft hij even af gehad. Hij zei dat ze moesten betalen; eerst was het € 40.000 en daarna € 10.000. In zijn verklaring van 12 januari 2017 vertelt [naam slachtoffer 2] dat deze persoon [voornaam verdachte] is, welke naam hij heeft gehoord van [naam slachtoffer 3] , die een tijd tegelijk met [naam verdachte] gedetineerd heeft gezeten. [voornaam verdachte] heeft tijdens de mishandelingen foto's en filmpjes gemaakt van [naam slachtoffer 2] en [naam slachtoffer 3] .

[naam slachtoffer 3] noemt op 12 januari 2017 de naam [voornaam verdachte] als één van de daders, met wie hij in 2016 gedetineerd heeft gezeten in De Schie. Hij herkent [naam verdachte] op een hem getoonde politiefoto als [voornaam verdachte] . [naam slachtoffer 3] verklaart dat, naast [naam medeverdachte 4] , alleen [voornaam verdachte] geen gezichtsbedekking had. [voornaam verdachte] droeg een zwarte Canada Goose jas en een spijkerbroek.

4.3.3.

Standpunt officier van justitie

Volgens de officier van justitie komen de verklaringen van beide aangevers op essentiële punten overeen en geven zij een gedetailleerd beeld van de gebeurtenissen. Volgens [naam slachtoffer 2] was de dader die het meest aan het woord was en de rest aanspoorde om hem dood te schieten een Marokkaanse man. Korte tijd heeft deze dader zijn bivakmuts af gehad. [naam slachtoffer 3] heeft deze persoon herkend als [naam verdachte] , met wie hij enige tijd in dezelfde inrichting gedetineerd heeft gezeten. De aanwezigheid van [naam verdachte] wordt ondersteund door de historische gegevens van zijn mobiele telefoonnummer. Deze omstandigheden vragen om uitleg door [naam verdachte] , maar deze heeft daarvoor geen enkele verklaring gegeven.

De officier van justitie concludeert tot bewezenverklaring van de tenlastegelegde wederrechtelijke vrijheidsberoving, diefstal met geweld en de mishandeling, tezamen en in vereniging gepleegd met de andere verdachten.

4.3.4.

Standpunt verdediging

De verdediging heeft aangevoerd dat de verklaringen van [naam slachtoffer 2] en [naam slachtoffer 3] uitgesloten dienen te worden van het bewijs omdat deze niet geloofwaardig zijn aangezien veel feiten in hun verklaringen niet blijken te kloppen.

4.3.5.

Het oordeel van de rechtbank

De rechtbank overweegt het volgende. De verklaringen van beide aangevers komen op hoofdlijnen en ook op een groot aantal detailpunten overeen, met name als het gaat om de gang van zaken voordat zij de woning binnengaan en over wat er in de woning is gebeurd. De bevindingen van het politieonderzoek, zoals hiervoor genoemd onder de feiten en omstandigheden, ondersteunen deze verklaringen op belangrijke onderdelen. [naam slachtoffer 2] en [naam slachtoffer 3] zijn vastgebonden aan handen en voeten. Fors geweld, bedreigingen, en een overmacht van personen met vuurwapens heeft hen verhinderd weg te gaan. De rechtbank acht op grond hiervan wettig en overtuigend bewezen dat [naam slachtoffer 2] en [naam slachtoffer 3] enige tijd wederrechtelijk van hun vrijheid beroofd zijn geweest. Ook de diefstal met geweld van de mobieltjes van de aangevers wordt bewezen geacht. De diefstal van de mobieltjes is gepaard gegaan met fors geweld.

[naam slachtoffer 2] heeft zijn portemonnee teruggevonden voor de woning van zijn moeder, zodat niet blijkt van een oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening. Dit laatste geldt ook voor de afgepakte autosleutels van [naam slachtoffer 3] . Hij is met [naam slachtoffer 2] in zijn eigen auto vertrokken, zodat aangenomen moet worden dat hij zijn autosleutels weer heeft teruggekregen.

Tot slot acht de rechtbank ook de mishandelingen wettig en overtuigend bewezen, op grond van de verklaringen van aangevers en de constatering van letsel van [naam slachtoffer 2] door de politie.

Wat was de rol van [naam verdachte] hierbij?

De verklaringen van [naam slachtoffer 2] en [naam slachtoffer 3] dat [naam verdachte] aanwezig was vindt steun in de historische gegevens van diens mobiele telefoonnummer. Op grond van de verklaringen van de aangevers, in onderling verband gelezen, neemt de rechtbank als vaststaand aan dat [naam verdachte] de persoon is die door [naam slachtoffer 2] wordt aangeduid als degene die de baas leek te zijn, steeds een pistool op hem gericht had, foto's en filmpjes van aangevers heeft gemaakt toen zij deels ontkleed waren, hen heeft bedreigd en geld heeft geëist.

Was er sprake van medeplegen?

Dit alles brengt de rechtbank tot de conclusie dat [naam verdachte] samen met andere verdachten aanwezig is geweest in de woning van [naam medeverdachte 4] en dat hij bij de daar door hen gezamenlijk gepleegde strafbare feiten jegens [naam slachtoffer 2] en [naam slachtoffer 3] een zeer actieve rol heeft gehad. Zoals ook uit de bewijsmiddelen voortvloeit, was er sprake van een nauwe en bewuste samenwerking.

4.3.6.

Conclusie

Op grond van het voorgaande, in samenhang met de in bijlage II opgenomen bewijsmiddelen, is de conclusie dat [naam verdachte] zich schuldig heeft gemaakt aan het medeplegen van: wederrechtelijke vrijheidsberoving, diefstal met geweld en mishandeling, zoals hierna onder 'de bewezenverklaring' nader zal worden omschreven.

4.4.

Zaak Berm (feiten 9 tot en met 11)

4.4.1.

Inleiding

In deze zaak worden [naam verdachte] , [naam medeverdachte 1] en [naam medeverdachte 3] beschuldigd van – kort gezegd – wederrechtelijke vrijheidsberoving, diefstal met geweld en diefstal door middel van een valse sleutel althans subsidiair medeplichtigheid aan diefstal door middel van een valse sleutel. De verdachten zouden zich hier tezamen schuldig aan gemaakt hebben.

4.4.2.

Feiten en omstandigheden

Bij de beoordeling van de ten laste gelegde feiten kan op basis van het dossier en de behandeling ter terechtzitting worden uitgegaan van de volgende feiten en omstandigheden.

-In de late avond van 26 november 2016 en de nacht van 26 op 27 november 2016 komen verschillende personen samen in de woning van aangever [naam slachtoffer 4] aan de [adres delict 2] te Rotterdam. Deze personen komen gefaseerd, in groepjes, binnen. Het is druk in de woning. Onder de aanwezigen zijn volgens aangever enkele personen die hij kent onder hun bijnamen: [nickname medeverdachte 3] , [nickname verdachte] en [nickname medeverdachte 1] .

-Aan aangever is een aantal foto’s getoond zonder dat hij op de hoogte is gebracht van de identiteit van de personen die op die foto’s waren afgebeeld. De foto met nummer 4 betreft een foto van de verdachte [voornaam verdachte] [naam verdachte] . Ten aanzien van deze foto verklaart aangever dat dit [nickname verdachte] is.

-Uit het onderzoek Triviaal is gebleken dat [voornaam verdachte] [naam verdachte] de bijnaam “ [nickname verdachte] ” heeft, dat [nickname medeverdachte 3] de bijnaam is van [naam medeverdachte 3] en dat [naam medeverdachte 1] ook wel [nickname medeverdachte 1] wordt genoemd .

-Aangever herkent [nickname medeverdachte 3] , [nickname verdachte] en [nickname medeverdachte 1] op de camerabeelden die zijn verkregen van de camera die is gesitueerd in de hal van het flatgebouw waarin de woning van aangever is gelegen. Die beelden wijzen uit dat [naam medeverdachte 3] , [naam medeverdachte 1] en [naam verdachte] die nacht gezamenlijk bij aangever zijn aangekomen en na circa twee uur en drie kwartier ook weer gezamenlijk zijn vertrokken.

-Aangever heeft op 5 december 2016 aangifte gedaan. Volgens de aangifte is het volgende in de woning van aangever gebeurd nadat [naam medeverdachte 3] , [naam medeverdachte 1] en [naam verdachte] in zijn woning waren aangekomen.

De sfeer was aanvankelijk goed, maar sloeg al snel om. Hij kreeg een paar keer een laken over zijn hoofd. Toen hij het laken er weer eens afhaalde, werd hij door drie jongens vastgepakt bij zijn armen en zij probeerden hem op een klapstoel te duwen die in de woonkamer stond. Hij hoorde dat daarbij gezegd werd: “Nu gaan we je vastbinden in je eigen huis”.

Het lukte de jongens niet om aangever op de stoel te duwen en hij kwam op de grond terecht. Vervolgens kreeg hij een laken over zijn hoofd en zijn voeten en polsen werden vastbonden.

Aangever hoorde dat tegen hem gezegd werd dat hij met zijn hoofd naar de grond moest blijven kijken en hoorde toen ineens een klik, alsof een wapen werd geladen. Hij voelde dat er een wapen tegen zijn achterhoofd werd gedrukt. Daarbij werd gevraagd hoeveel geld hij op zijn rekening had en wat zijn pincode was. Aangever was zo bang dat hij antwoordde dat hij € 1.000,- op zijn rekening had staan en hij vertelde wat zijn pincode was. Daarna werd gevraagd wat hij verder nog had, of hij nog goud had en dergelijke. Op een gegeven moment kon aangever zien dat een jongen een vuurwapen vast had. Hij werd met dat wapen een paar keer in zijn gezicht geslagen

Aangever werd vervolgens losgemaakt. Aangever durfde niet op te staan of zijn huis te verlaten omdat hij bang was voor het wapen. De jongen met het wapen bleef steeds naast hem zitten.

Die nacht is er tweemaal van zijn rekening gepind, eenmaal een bedrag van € 600,- en eenmaal een bedrag van € 380,-. Ook had hij € 60,- los in zijn zak en dat was hij nu ook kwijt.

-Blijkens een digitaal bankafschrift van de rekening van aangever is er op 27 november 2016 tweemaal een bedrag gepind bij een geldautomaat van de ING Bank in Rotterdam. Om 02.08 uur is een bedrag van € 600,- afgeschreven en om 02.09 uur een bedrag van € 380,-.

-Een kennis van aangever, [naam 2] , heeft verklaard dat hij van aangever had gehoord dat hij in zijn woning door een aantal jongens was vastgebonden en mishandeld.

-De moeder van aangever, genaamd [naam moeder] , heeft verklaard dat haar zoon op 27 november 2016 helemaal overstuur was toen hij bij haar kwam. Zij zag dat hij op zijn voorhoofd een grote blauwe plek en schrammen aan de zijkant van zijn hoofd had.

Wat was volgens aangever de rol van [naam verdachte] ?

[naam verdachte] was volgens aangever een van de drie mannen die hem bij de armen pakten en op de stoel probeerden te duwen, waarna hij op de grond terecht kwam. Verder was hij degene die een vuurwapen doorlaadde, dit wapen tegen het achterhoofd van aangever drukte, die vroeg naar het banksaldo, de pincode en naar goud, die met het vuurwapen meermalen op het voorhoofd van aangever sloeg, die aangever op een klapstoel zette met zijn gezicht naar de muur en die met het wapen naast aangever bleef zitten.

4.4.3.

Standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat de verdachte wordt veroordeeld voor het onder 9., 10. en 11. primair ten laste gelegde.

4.4.4.

Standpunt verdediging

Het pleidooi strekt er toe dat de verdachte wordt vrijgesproken van deze feiten.

4.4.5.

Het oordeel van de rechtbank

De rechtbank is van oordeel dat voor zover de verdediging bewijsverweren heeft gevoerd, deze worden weerlegd door de bewijsmiddelen. De rechtbank merkt verder het volgende op.

feit 10

Aangever heeft verklaard dat zijn twee pinpassen zijn weggenomen en dat ook het contante geld weg is dat ten tijde van het incident in zijn broek zat. Aangever verklaarde echter niet over het moment en de wijze waarop deze passen en het geld zouden zijn weggenomen en wie hier dan bij betrokken zijn geweest. Nu op basis van deze verklaring niet valt vast te stellen op welk moment, op welke wijze en door wie de pinpas en het contante geld zijn weggenomen, kan ook geen relatie worden gelegd tussen het jegens de aangever toegepaste geweld en het wegnemen van die goederen. Dit alles leidt ertoe dat de verdachte zal worden vrijgesproken van de ten laste gelegde afpersing en/of diefstal met geweld.

feit 11

Het voorgaande laat onverlet dat het medeplegen van diefstal van een bedrag van € 980,00 met behulp van een pinpas (die juridisch wordt aangemerkt als valse sleutel) wel bewezen zal worden verklaard. Aangever heeft immers onder druk van de vrijheidsberoving door andere de verdachte de pincode van zijn pinpas genoemd en met behulp van de op die manier verkregen pincode is door onbekend gebleven personen vervolgens tweemaal geld opgenomen van de rekening van aangever. Dat leidt ertoe dat degenen die zich schuldig hebben gemaakt aan de vrijheidsberoving, zoals de verdachte, als medepleger van de diefstal van dat geld zijn aan te merken.

4.4.6.

Eindconclusie

De verdachte zal worden veroordeeld voor het onder 9. en 11. primair ten laste gelegde en worden vrijgesproken van het onder 10. ten laste gelegde.

4.5.

Bewezenverklaring

In bijlage II heeft de rechtbank de inhoud van wettige bewijsmiddelen opgenomen, houdende voor de bewezenverklaring redengevende feiten en omstandigheden. Op grond daarvan, en op grond van de redengevende inhoud van het voorgaande, is wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder 1., 2., 3., 4., 5., 6., 7., 8., 9. en 11. primair ten laste gelegde heeft begaan op die wijze dat:

1.

hij, op 09 december 2016 te Rotterdam,

ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om

opzettelijk een persoon genaamd [naam slachtoffer 1] van het leven te beroven met dat opzet met een vuurwapen kogels heeft afgevuurd in de richting van de rug, althans het lichaam,

van die [naam slachtoffer 1] , terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

2.

hij, op 09 december 2016 te Rotterdam tezamen en in vereniging met anderen

met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen

sleutels en een jas (merk Canada Goose) en 350 euro en een paspoort

toebehorende aan [naam slachtoffer 1] , ;

3.

hij, op 09 december 2016 te Rotterdam, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met anderen opzettelijk [naam slachtoffer 1] wederrechtelijk van de vrijheid heeft beroofd en beroofd gehouden, immers hebben hij verdachte en zijn mededaders

- die [naam slachtoffer 1] meegenomen in een auto en met die [naam slachtoffer 1] rondgereden en

- die [naam slachtoffer 1] de woorden toegevoegd: "Je moet geld en/of 40.000 en/of 50.000 euro regelen" en "We houden je vast totdat je familie geld heeft geregeld", en

- die [naam slachtoffer 1] met een kolf van een vuurwapen geslagen en

- die [naam slachtoffer 1] uitgescholden en

- naar die [naam slachtoffer 1] gespuugd en

- ( meermalen) die [naam slachtoffer 1] (op/tegen het hoofd) geslagen en/of gestompt en

- in het kruis van die [naam slachtoffer 1] geschopt en/of getrapt en

- vuurwapens, althans op vuurwapens gelijkende voorwerpen, aan die [naam slachtoffer 1] getoond en

- in de nabijheid van die [naam slachtoffer 1] gezegd: "Moet ik hem schieten?" en "Nee, dat verdient hij niet, hij krijgt er straks een kogel door zijn kop" en

- die [naam slachtoffer 1] meegenomen naar een portiek/woning;

4.

hij, op 09 december 2016 te Berg en Terblijt, gemeente Valkenburg aan

de Geul en Rotterdam, althans in Nederland,

tezamen en in vereniging met een of meer anderen

een wapen als bedoeld in artikel 2 lid 1 van categorie III onder sub 1 van de

Wet wapens en munitie, te weten een vuurwapen in de zin van artikel 1 onder

sub 3 van die wet in de vorm van een pistool van het merk/type CZ 75-D,

kaliber 9x19 mm, en bijbehorende munitie, voorhanden heeft gehad;

5.

hij, op 24 september 2016 en 25 september 2016 te Rotterdam,

een vuurwapen van categorie III onder 1º, in de vorm van een pistool, te weten

een pistool, merk/type: Glock 17, kaliber: 9 x19mm, en (voor dat pistool

geschikte) munitie van categorie III, te weten een aantal (16 stuks)

kogelpatronen, voorhanden heeft gehad;

6.

hij op 29 november 2016 te Rotterdam tezamen en in vereniging met anderen

opzettelijk [naam slachtoffer 2] en [naam slachtoffer 3] wederrechtelijk van de vrijheid

heeft beroofd en beroofd gehouden, immers hebben hij verdachte en zijn mededaders

- met die [naam slachtoffer 2] afgesproken naar een woning aan de Zevenkampsering te komen en

- in die woning een of meer vuurwapens doorgeladen en- vuurwapens en een mes en een hamer en een (vlees)vork getoond aan die [naam slachtoffer 2] en [naam slachtoffer 3] en

- hun, verdachtes, gezichten afgeschermd met bivakmutsen en/of capuchons

en/of doeken en- (meermalen) die [naam slachtoffer 2] en/of [naam slachtoffer 3] in het gezicht en/of tegen het hoofd

en/of tegen het lichaam geslagen en/of gestompt en/of geschopt en/of getrapt

en

- die [naam slachtoffer 2] en [naam slachtoffer 3] de woorden toegevoegd: "Op de grond liggen. Liggen!"

en

(vervolgens) die [naam slachtoffer 2] en [naam slachtoffer 3] over de grond getrokken en/of gesleept en- het gezicht en/of hoofd van die [naam slachtoffer 2] en/of [naam slachtoffer 3] met een capuchon

en theedoek afgedekt en- de handen en enkels van die [naam slachtoffer 2] en/of [naam slachtoffer 3] (met veters en tyraps) vastgebonden en- met een hamer die [naam slachtoffer 2] en/of [naam slachtoffer 3] op een oog geslagen en- met een vleesvork in het dijbeen van die [naam slachtoffer 2] en/of [naam slachtoffer 3] geprikt en/of gestoken

en- met een mes in de arm van die [naam slachtoffer 2] en/of [naam slachtoffer 3] gesneden en

- sigaretten op de billen van die [naam slachtoffer 2] en/of [naam slachtoffer 3] uitgedrukt en as van een of meer sigaretten op de billen van die [naam slachtoffer 2] en/of [naam slachtoffer 3] afgetikt en

- op de rug van die [naam slachtoffer 2] en/of [naam slachtoffer 3] gestaan en- (meermalen) met een zweep en/of een kabel en/of riem die [naam slachtoffer 2] en/of [naam slachtoffer 3]

geslagen en- de broek en het boxershort van die [naam slachtoffer 2] en [naam slachtoffer 3] naar beneden

getrokken en/of (vervolgens) foto's gemaakt van de billen van die [naam slachtoffer 2] en/of [naam slachtoffer 3]

en

- in de nabijheid van die [naam slachtoffer 3] gezegd: "Houd zijn kont open" en vervolgens een

wc-borstel in de kont van die [naam slachtoffer 3] geduwd en

- een of meer (vuur)wapens op de slapen van die [naam slachtoffer 2] en/of [naam slachtoffer 3] gezet

en met die (vuur)wapens over het gezicht van die [naam slachtoffer 2] en/of [naam slachtoffer 3] geaaid en

met een of meer (vuur)wapens tegen het hoofd van die [naam slachtoffer 3] en/of [naam slachtoffer 2] geslagen en- die [naam slachtoffer 2] en/of [naam slachtoffer 3] gedreigd zijn/hun moeder en/of vriendin en/of

familie te zullen vermoorden en/of open te zullen snijden en

- in de nabijheid van die [naam slachtoffer 2] en/of [naam slachtoffer 3] gezegd: "Ga hem voor mij

neerschieten, bewijs jezelf, schiet hem voor mij dood, ik zorg voor je

familie als je vast komt te zitten" en/of "Ik doe het broer, ik doe het",

en- een telefoon aan het oor van die [naam slachtoffer 2] en/of [naam slachtoffer 3] gehouden en/of

die [naam slachtoffer 2] en/of [naam slachtoffer 3] gedwongen te zeggen: "Sorry nee, ik ga terug betalen" en

- de portemonnee en/of telefoon van die [naam slachtoffer 2] afgepakt en/of

die [naam slachtoffer 3] zijn autosleutels en/of telefoon laten afgeven en

- die [naam slachtoffer 2] en/of [naam slachtoffer 3] de woorden toegevoegd: "Je weet waar het over

gaat, je weet dat het om die sieraden gaat, je weet dat het over die inbraak

gaat" en/of "We gaan je vermoorden als je aangifte gaat doen" en/of

"Je moet je bek houden", en/of "Je moet 40.000 en/of 10.000 euro, althans

veel geld, betalen" en/of "Waar gaan jullie de 10.000 euro vandaan halen?"

en/of "Waar zijn de sieraden?";

7.

hij op 29 november 2016 te Rotterdam tezamen en in vereniging met anderen

met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening heeft weggenomen

een portemonnee en een telefoon (Samsung S7)toebehorende aan [naam slachtoffer 2] , en een telefoon (merk iPhone)toebehorende aan [naam slachtoffer 3] ,

welke diefstal werd voorafgegaan en vergezeld van gewelden bedreiging met geweld tegen die [naam slachtoffer 2] en [naam slachtoffer 3] , gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden engemakkelijk te maken , welk geweld en welke bedreiging met geweld

bestonden uit het:

- in de nabijheid van die [naam slachtoffer 2] en [naam slachtoffer 3] vuurwapens doorladen

en- vuurwapens en een mes en een hamer en een

vleesvork tonen aan die [naam slachtoffer 2] en [naam slachtoffer 3] en- zijn/hun, verdachtes, gezichten afschermen met bivakmutsen en/of capuchons

en/of doeken en- (meermalen) die [naam slachtoffer 2] en/of [naam slachtoffer 3] in het gezicht en/of tegen het hoofd

en/of tegen het lichaam slaan en/of stompen en/of schoppen en/of trappen

en- die [naam slachtoffer 2] en/of [naam slachtoffer 3] de woorden toevoegen: "Op de grond liggen. Liggen!", en

(vervolgens) die [naam slachtoffer 2] en/of [naam slachtoffer 3] over de grond trekken en/of slepen

en

- het gezicht en/of hoofd van die [naam slachtoffer 2] en/of [naam slachtoffer 3] met een capuchon

en/of theedoek afdekken en

- de handen en enkels van die [naam slachtoffer 2] en [naam slachtoffer 3] (met veters en/of

tieraps) vastbinden en- met een hamer die [naam slachtoffer 2] en/of [naam slachtoffer 3] op een oog en/of het lichaam slaan en- met een (vlees)vork in het dijbeen van die [naam slachtoffer 2] en/of [naam slachtoffer 3] prikken en/of steken en met een mes in de arm van die [naam slachtoffer 2] en/of [naam slachtoffer 3] snijden en- een of meer sigaretten op de billen van die [naam slachtoffer 2] uitdrukken en/of

as van een of meer sigaretten op de billen van die [naam slachtoffer 2] aftikken en- op de rug van die [naam slachtoffer 2] en/of [naam slachtoffer 3] staan en- (meermalen) met een zweep en/of een kabel en/of riem die [naam slachtoffer 2] en/of [naam slachtoffer 3] slaan en- de broek en/of het boxershort van die [naam slachtoffer 2] en/of [naam slachtoffer 3] naar beneden trekken en/of (vervolgens) foto's maken van de billen van die [naam slachtoffer 2] en- een wc-borstel in de kont van die [naam slachtoffer 3] te duwen en- een of meer (vuur)wapens op de slapen en/of hoofd van die [naam slachtoffer 2] en/of [naam slachtoffer 3] zetten

en/of met die (vuur)wapens over het gezicht van die [naam slachtoffer 2] en/of [naam slachtoffer 3] aaien en/of

met een of meer (vuur)wapens tegen het hoofd van die [naam slachtoffer 2] en/of [naam slachtoffer 3] slaan en- die [naam slachtoffer 2] en/of [naam slachtoffer 3] dreigen zijn moeder en/of vriendin en/of

familie te zullen vermoorden en/of open te zullen snijden en- in de nabijheid van die [naam slachtoffer 2] of [naam slachtoffer 3] zeggen: "Ga hem voor mij neerschieten, bewijs jezelf, schiet hem voor mij dood, ik zorg voor je familie als je vast komt te zitten" en/of "Ik doe het broer, ik doe het",

en

- een telefoon aan het oor van die [naam slachtoffer 2] en/of [naam slachtoffer 3] houden en/of die [naam slachtoffer 2] en/of [naam slachtoffer 3] dwingen te zeggen: "Sorry nee, ik ga terug betalen" en- die [naam slachtoffer 2] en/of [naam slachtoffer 3] de woorden toevoegen: "Je weet waar het over gaat, je weet dat het om die sieraden gaat, je weet dat het over die inbraak gaat" en/of "We gaan je vermoorden als je aangifte gaat doen" en/of

"Je moet je bek houden", en/of "Je moet 40.000 en/of 10.000 euro, althans

veel geld, betalen" en/of "Waar gaan jullie de 10.000 euro vandaan halen?"

en/of "Waar zijn de sieraden?";

8.

hij op 29 november 2016 te Rotterdam, tezamen en in vereniging met anderen

meermalen [naam slachtoffer 2] en [naam slachtoffer 3] heeft mishandeld door:

- ( meermalen) die [naam slachtoffer 2] en/of [naam slachtoffer 3] in het gezicht en/of tegen het hoofd

en/of tegen het lichaam te slaan en/of te stompen en/of te schoppen en/of

te trappen en- met een hamer die [naam slachtoffer 2] en/of [naam slachtoffer 3] op een oog en of het lichaam te slaan en

- met een vleesvork in het dijbeen van die [naam slachtoffer 2] en/of [naam slachtoffer 3] te prikken en/of

te steken en

- met een mes in de arm van die [naam slachtoffer 2] en/of [naam slachtoffer 3] te snijden en

- een of meer sigaretten op de billen van die [naam slachtoffer 2] uit te drukken en

- op de rug van die [naam slachtoffer 2] en/of [naam slachtoffer 3] te staan en

- ( meermalen) met een zweep en/of een kabel en/of riem die [naam slachtoffer 2] en/of [naam slachtoffer 3] te

slaan en

- een wc-borstel in de kont van die [naam slachtoffer 3] te duwen en

- met een of meer (vuur)wapens tegen het hoofd van die [naam slachtoffer 3] en/of [naam slachtoffer 2] te slaan;

9.

hij, op 27 november 2016 te Rotterdam tezamen en in vereniging met anderen

opzettelijk [naam slachtoffer 5] wederrechtelijk van de vrijheid heeft beroofd en beroofd gehouden, immers hebben hij verdachte en zijn mededaders

- die [naam slachtoffer 5] vastgepakt en

- die [naam slachtoffer 5] op een stoel en de grond geduwd en

- die [naam slachtoffer 5] de woorden toegevoegd: "Nu gaan we je vastbinden in je eigen huis" en "Blijf naar de grond kijken" en "Hoeveel geld heb je op je rekening? " en "Wat is je pincode?" en

- een laken over het hoofd van die [naam slachtoffer 5] gelegd en

- de polsen en voeten van die [naam slachtoffer 5] met (een) (TV-/USB-)kabel(s) vastgebonden en

- het hoofd van die [naam slachtoffer 5] naar de grond en/of tegen de muur geduwd en

- een (vuur)wapen op het hoofd van die [naam slachtoffer 5] geduwd en gehouden en- met een (vuur)wapen in het gezicht van die [naam slachtoffer 5] geslagen;

11.

(primair)

hij, op 27 november 2016 te Rotterdam, tezamen en in vereniging met anderen

met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening hebben weggenomen

(in totaal) 980 euro toebehorende aan [naam slachtoffer 5] ,

zulks nadat hij, verdachte, en zijn mededaders dat weg te nemen geld onder

hun bereik had(den) gebracht door middel van een valse sleutel, te weten

door te pinnen met een bankpas (van die [naam slachtoffer 5] ) waartoe hij,

verdachte, en zijn mededaders niet gerechtigd waren.

Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd is niet bewezen. De verdachte moet ook daarvan worden vrijgesproken.

Voor zover in de bewezenverklaarde tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. De verdachte is daardoor niet in zijn verdediging geschaad.

5 Strafbaarheid feiten

De bewezen feiten leveren op:

1.

poging tot doodslag;

2.

diefstal door twee of meer verenigde personen;

3., 6. en 9., telkens:

medeplegen van opzettelijk iemand wederrechtelijk van de vrijheid beroven en beroofd houden;

4.

medeplegen van handelen in strijd met artikel 26, eerste lid van de Wet wapens en munitie en het feit begaan met betrekking tot een vuurwapen van categorie III

en

medeplegen van handelen in strijd met artikel 26, eerste lid van de Wet wapens en munitie en het feit begaan met betrekking tot munitie van categorie III;

5.

handelen in strijd met artikel 26, eerste lid van de Wet wapens en munitie en het feit begaan met betrekking tot een vuurwapen van categorie III

en

handelen in strijd met artikel 26, eerste lid van de Wet wapens en munitie en het feit begaan met betrekking tot munitie van categorie III;

7.

diefstal, voorafgegaan en vergezeld van geweld en bedreiging met geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden of gemakkelijk te maken, terwijl het feit gepleegd wordt door twee of meer verenigde personen;

8.

medeplegen van mishandeling, meermalen gepleegd;

11. (primair)

diefstal, door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldige het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van valse sleutels.

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten. De feiten zijn dus strafbaar.

6 Strafbaarheid verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluit. De verdachte is dus strafbaar.

7 Motivering straf

7.1.

Algemene overweging

De straf die aan de verdachte wordt opgelegd, is gegrond op de ernst van de feiten, de omstandigheden waaronder de feiten zijn begaan en de persoon en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte. Daarbij wordt in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.

7.2.

Feiten waarop de straf is gebaseerd

De verdachte heeft zich samen met anderen schuldig gemaakt aan drie wederrechtelijke vrijheidsbenemingen, een poging tot doodslag, het voorhanden hebben van meerdere vuurwapens, mishandelingen en gekwalificeerde diefstallen, waaronder één met geweld.

De verdachte heeft samen met anderen in de nacht van 26 op 27 november 2016 een kennis, genaamd [naam slachtoffer 5] , in diens woning vastgehouden, vastgebonden, mishandeld, bedreigd met een vuurwapen en hem gedwongen om geld af te staan. Op enig moment heeft [naam slachtoffer 5] aan de verdachte onder bedreiging van een vuurwapen zijn pincode gegeven. Anderen hebben vervolgens met de aldus verkregen pincode en de van aangever weggenomen pinpas geld van zijn rekening opgenomen.

De verdachte heeft kort daarna, op 29 november 2016, samen met anderen in de woning van een van hen een jongen, genaamd [naam slachtoffer 2] , en diens vriend, genaamd [naam slachtoffer 3] , tegen hun wil vast gehouden. Zij werden kort na hun aankomst in die woning door gemaskerde en gewapende mannen overvallen, vastgebonden, mishandeld, vernederd en bedreigd met vuurwapens. Volgens [naam slachtoffer 2] en [naam slachtoffer 3] was de verdachte de leider, voorzien van een pistool, en heeft hij een groot aantal van de voor [naam slachtoffer 2] en [naam slachtoffer 3] zeer bedreigende en vernederende handelingen verricht. De verdachte heeft van [naam slachtoffer 2] en [naam slachtoffer 3] een geldbedrag geëist. Dit diende binnen een bepaalde termijn na hun vrijlating te worden voldaan, anders zou dit gevolgen hebben voor de vriendinnen en de familie van [naam slachtoffer 2] en [naam slachtoffer 3] .

De verdachte is tot slot op 9 december 2016 samen met anderen tijdens een bezoek aan een shisha-lounge een bekende tegengekomen. Tussen de verdachte en deze jongen, genaamd [naam slachtoffer 1] , bestonden spanningen. Na een gesprek hierover heeft de verdachte geïnformeerd of [naam slachtoffer 1] geld had. Daarna hebben de verdachte en zijn medeverdachten [naam slachtoffer 1] uitgenodigd om naar een afterparty elders te gaan. Ze vertrokken met vijf personen, waaronder de verdachte en [naam slachtoffer 1] , in een auto naar de Rotterdamse wijk Zevenkamp. Daar werd [naam slachtoffer 1] door de verdachte en meerdere anderen mishandeld, bedreigd met vuurwapens en met een vuurwapen in zijn gezicht geslagen. De verdachte moest daarna weer in de auto stappen, die vervolgens naar de wijk IJsselmonde reed. [naam slachtoffer 1] werd duidelijk gemaakt dat hij binnen een aantal uren voor een geldbedrag diende te zorgen en dat de verdachte en zijn medeverdachten hem niet zouden laten gaan voordat er betaald was. In de [straatnaam] werd [naam slachtoffer 1] gedwongen om een portiek in te gaan en om via het trappenhuis naar een woning op de vierde etage te gaan. [naam slachtoffer 1] heeft daar uit doodsangst kans gezien in het trappenhuis naar beneden te springen en te vluchten. Tijdens zijn sprong hoorde hij schoten en zag hij, toen hij op zijn rug terecht kwam, dat de verdachte een vuurwapen op hem had gericht. Naderhand is gebleken dat [naam slachtoffer 1] daarbij in zijn rug was geschoten. [naam slachtoffer 1] mist na deze gebeurtenissen een aantal eigendommen waaronder zijn jas, portemonnee, sleutels en paspoort.

Voor al deze gebeurtenissen op de genoemde data geldt dat dit zeer ernstige misdrijven zijn. De wetgever heeft hiervoor dan ook forse gevangenisstraffen mogelijk gemaakt. Het toegepaste geweld, de bedreigingen en de vrijheidsberovingen hebben daarbij een grote inbreuk gemaakt op de veiligheid van de daarbij betrokken slachtoffers, op hun lichamelijke integriteit en op hun geestelijk welzijn. Op onderdelen is het toegepaste geweld vernederend geweest en zelfs sadistisch te noemen. De misdrijven getuigen van geen enkel respect voor het welzijn van anderen en zorgen voor grote onrust in de samenleving. Het gaat om egoïstische en laffe daden. De slachtofferverklaringen van [naam slachtoffer 1] en [naam slachtoffer 2] maken duidelijk dat de impact op hun psychische toestand enorm is en zij er erg onder hebben geleden en nog steeds lijden. Hetzelfde kan worden aangenomen voor [naam slachtoffer 3] en [naam slachtoffer 5] .

Daarnaast heeft de verdachte zich op verschillende data schuldig gemaakt aan het voorhanden hebben van vuurwapens en munitie.

Het ongecontroleerde bezit van vuurwapens en het gebruik daarvan zorgt voor gevoelens van onveiligheid en angst in de samenleving. De verdachte lijkt hier echter ongevoelig voor te zijn en blijkt telkens weer over vuurwapens te beschikken en deinst er zelfs niet voor terug om vuurwapens te gebruiken tegen personen.

Het zeer gewelddadige karakter van de door verdachte gepleegde strafbare feiten laat zien dat de verdachte er niet voor terugschrikt om al dan niet samen met anderen zwaar geweld tegen andere mensen te gebruiken. De verdachte heeft zich bij zijn strafbaar handelen niet bekommerd om de gevolgen voor een ander.

7.3.

Persoonlijke omstandigheden van de verdachte

7.3.1.

Strafblad

De rechtbank heeft acht geslagen op een uittreksel uit de justitiële documentatie van 9 november 2017, waaruit blijkt dat de verdachte eerder is veroordeeld voor vermogensdelicten en voor mishandeling.

7.3.2.

Rapportages

Reclassering Nederland heeft een rapport over de verdachte opgemaakt, gedateerd 9 maart 2017. Dit rapport houdt het volgende in.

“De betrokkene lijkt op sociaal/maatschappelijk gebied een redelijk stabiel leven te leiden. Hij woonde bij zijn vriendin en ontving een WAJONG uitkering. Behoudens het gebrek aan een zinvolle (legale) dagbesteding, zijn er op praktisch gebied geen (persistente) problemen geconstateerd.

Indien betrokkene veroordeeld wordt wegens onderhavige feiten, dan kan gesteld worden dat eerdere en huidige reclasseringstoezichten niet recidive verminderend hebben gewerkt. Hiernaast lijkt het dan aannemelijk dat hij zich aangetrokken voelt tot negatief gedrag en een vriendenkring waar een negatieve invloed vanuit gaat. Zijn gedrag lijkt nauwelijks te beïnvloeden o.a. omdat hij niet openstaat voor gedragsbeïnvloeding.

Betrokkene wordt verdacht van een delict waarvan de strafmaat hoger is dan vier jaar waardoor er indien hij veroordeeld wordt, behoudens het feit dat wij geen meerwaarde zien in een reclasseringstoezicht, ook geen ruimte is voor een voorwaardelijk strafdeel. Tijdens BB/VI zal er een plan van aanpak opgesteld moeten worden. Binnen een nieuw reclasseringstoezicht in combinatie met elektronische controle kan er enkel controle/zicht op betrokkene gehouden worden. Hiernaast kan er ingezet worden op praktische hulp bijvoorbeeld het verkrijgen van een zinvolle legale dagbesteding.

Het recidiverisico wordt ingeschat als hoog. De betrokkene ontkent het delict te hebben gepleegd en beroept zich op zijn zwijgrecht. Wij kunnen slechts een uitspraak doen over het recidiverisico op basis van het justitieel verleden van betrokkene en dossierinformatie. Gezien zijn delictgeschiedenis, de in het verleden vastgestelde persoonlijkheidsproblematiek en houding ten aanzien van delictgedrag en gedragsbeïnvloeding is de kans op recidive behoorlijk aanwezig.

Indien verdachte schuldig wordt bevonden, dan adviseren wij een onvoorwaardelijke gevangenisstraf op te leggen.”

7.4.

Conclusies van de rechtbank

Gelet op hetgeen de rechtbank hierboven heeft overwogen, komt zij tot de volgende conclusies.

Gezien de ernst van de feiten kan niet anders worden gereageerd dan met het opleggen van een langdurige gevangenisstraf. Bij de bepaling van de duur van de gevangenisstraf heeft de rechtbank acht geslagen op straffen die in soortgelijke zaken plegen te worden opgelegd. Daarbij is ook in aanmerking genomen de leidende rol die de verdachte in meerdere zaken heeft gehad. De rechtbank komt echter tot een lagere straf dan door de officieren van justitie is geëist. Dit komt in de eerste plaats doordat de rechtbank niet alles bewezen verklaart wat volgens de officier van justitie bewezen is. De verschillen op dit punt zijn van betekenis en dienen in de straf tot uitdrukking te komen.

In de tweede plaats is de officier van justitie tot de eis gekomen door een optelling van de straffen die volgens de OM-richtlijnen voor de onderhavige strafbare feiten gelden, waar nodig gecorrigeerd aan de hand van de wettelijke samenloopregels. De rechtbank vindt dat op deze wijze, in deze zaak, de nauwe samenhang in tijd en gedragingen van de verschillende bewezen delicten onvoldoende tot uitdrukking komt. Uiteraard heeft ook de rechtbank gelet op richtlijnen, maar zij heeft vervolgens de strafbare gedragingen als geheel gewogen en is op die manier tot een duur van de op te leggen gevangenisstraf gekomen die zij passend en geboden acht.

Alles afwegend acht de rechtbank de hierna te noemen straf passend en geboden.

8 In beslag genomen voorwerpen

8.1.

Standpunt officier van justitie

De officier van justitie heeft medegedeeld dat op het in beslag genomen geldbedrag conservatoir beslag is gevestigd.

8.2.

Standpunt verdediging

De raadsman heeft zich niet over het beslag uitgelaten.

8.3.

Beoordeling

Gebleken is dat onder de verdachte een geldbedrag van € 397,00 in beslag is genomen. Nu op het inbeslaggenomen geldbedrag conservatoir beslag rust, hoeft de rechtbank zich over het beslag niet uit te laten.

9 Vorderingen benadeelde partijen/ schadevergoedingsmaatregelen

Vordering benadeelde partij [naam benadeelde 1]

Als benadeelde partij heeft zich in het geding gevoegd: [naam benadeelde 1] ter zake van de onder 1., 2. en 3. ten laste gelegde feiten. De benadeelde partij vordert een vergoeding van € 3.184,89 aan materiële schade en een vergoeding van € 20.000,00 aan immateriële schade.

9.1.

Standpunt officier van justitie

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat de vordering van de benadeelde partij hoofdelijk dient te worden toegewezen tot een bedrag van € 21.792,90, met daaraan gekoppeld de schadevergoedingsmaatregel en dat het resterende gedeelte van de vordering niet-ontvankelijk dient te worden verklaard.

9.2.

Standpunt verdediging

De raadsman heeft zich niet over de vordering van de benadeelde partij uitgelaten.

9.3.

Beoordeling

Naar het oordeel van de rechtbank volgt uit de bewijsoverwegingen dat aan de benadeelde partij door de onder 1., 2., en 3. bewezen verklaarde strafbare feiten rechtstreeks materiële schade is toegebracht.

Voor het deel van de vordering van de benadeelde partij dat betrekking heeft op de door de officier van justitie in beslaggenomen schoenen van het merk Reebok, de broek en een Samsung J2 is de rechtbank van oordeel dat de benadeelde partij daarin niet-ontvankelijk dient te worden verklaard, nu de officier van justitie ter terechtzitting heeft verklaard dat deze goederen alsnog aan de benadeelde partij worden geretourneerd.

Ten aanzien van het deel van de vordering dat betrekking heeft op de post nieuwe kleding voor in het ziekenhuis is de rechtbank van oordeel dat dit gedeelte van de vordering thans onvoldoende is onderbouwd en dat een nadere onderbouwing door de benadeelde partij een onevenredige belasting van het strafgeding oplevert. De benadeelde partij zal in dit gedeelte van de vordering daarom niet-ontvankelijk worden verklaard. Dit deel van de vordering kan slechts bij de burgerlijke rechter worden aangebracht.

Voor het overige is de vordering tot vergoeding van materiële schade deugdelijk onderbouwd en zal deze worden toegewezen tot een bedrag van € 2.542,89.

Voorts volgt naar het oordeel van de rechtbank uit de aard en ernst van hetgeen de benadeelde partij is aangedaan en diens onderbouwing van de gevolgen daarvan voor hem, dat hij door de voornoemde bewezen verklaarde strafbare feiten rechtstreeks immateriële schade heeft geleden en lijdt. Die schade, voor zover deze nu is kunnen blijken, zal naar maatstaven van billijkheid worden vastgesteld op € 15.000,00, zodat de vordering tot dit bedrag zal worden toegewezen. De benadeelde partij zal voor het overige niet-ontvankelijk worden verklaard, aangezien nader onderzoek naar de gegrondheid van het resterende, mogelijk toekomstige, gedeelte van de vordering een uitgebreide nadere behandeling zou vereisen. De rechtbank is van oordeel dat de nadere behandeling van dit deel van de vordering een onevenredige belasting van het strafproces zou vormen. Ook dit deel van de vordering kan derhalve slechts bij de burgerlijke rechter worden aangebracht.

Nu de verdachte de strafbare feiten, ter zake waarvan schadevergoeding zal worden toegekend, samen met mededaders heeft gepleegd, zijn zij daarvoor ieder hoofdelijk aansprakelijk. Indien en voor zover de mededaders de benadeelde partij betalen is de verdachte in zoverre jegens de benadeelde partij van deze betalingsverplichting bevrijd.

De benadeelde partij heeft gevorderd het te vergoeden bedrag te vermeerderen met wettelijke rente. De rechtbank bepaalt dat het te vergoeden schadebedrag vermeerderd wordt met wettelijke rente vanaf 9 december 2016.

Nu de vordering van de benadeelde partij (in overwegende mate) zal worden toegewezen, zal de verdachte worden veroordeeld in de kosten door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil.

9.4.

Conclusie

De verdachte moet de benadeelde partij een schadevergoeding betalen van € 17.542,89, vermeerderd met de wettelijke rente en kosten als hieronder in de beslissing vermeld.

Tevens wordt oplegging van de hierna te noemen maatregel als bedoeld in artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht, gevorderd door de officier van justitie, passend en geboden geacht.

Over een deel van de gevorderde schadevergoeding wordt in deze procedure geen inhoudelijke beslissing genomen.

Vordering benadeelde partij [naam benadeelde 2]

Als benadeelde partij heeft zich in het geding gevoegd: [naam benadeelde 2] ter zake van de onder 6., 7. en 8. ten laste gelegde feiten. De benadeelde partij vordert een vergoeding van € 1.028,00 aan materiële schade,een vergoeding van € 10.000,00 aan immateriële schade en verder een bedrag van € 199 aan al verschenen rente, in totaal dus een bedrag van € 11.227,00.

9.5.

Standpunt officier van justitie

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat de vordering van de benadeelde partij hoofdelijk dient te worden toegewezen tot een bedrag van € 11.227,00, met daaraan gekoppeld de schadevergoedingsmaatregel en dat het resterende gedeelte van de vordering niet-ontvankelijk dient te worden verklaard.

9.6.

Standpunt verdediging

De raadsman heeft zich niet over de vordering van de benadeelde partij uitgelaten.

9.7.

Beoordeling

Naar het oordeel van de rechtbank volgt uit de bewijsoverwegingen dat aan de benadeelde partij door de bewezen verklaarde strafbare feiten rechtstreeks materiële schade is toegebracht. De vordering tot vergoeding hiervan is deugdelijk onderbouwd en zal worden toegewezen tot een bedrag van € 1.028,00.

Voorts volgt naar het oordeel van de rechtbank uit de aard en ernst van hetgeen de benadeelde partij is aangedaan en diens onderbouwing van de gevolgen daarvan voor hem, dat hij door de bewezen verklaarde strafbare feiten rechtstreeks immateriële schade heeft geleden en lijdt. Die schade, voor zover deze nu is kunnen blijken, zal naar maatstaven van billijkheid worden vastgesteld op € 5.000,00. De benadeelde partij zal voor het overige niet-ontvankelijk worden verklaard, aangezien de stukken geen uitsluitsel geven over de ernst en de duur van de psychische schade, nu er slechts een intakegesprek met de benadeelde partij heeft plaatsgevonden. Nader onderzoek naar de gegrondheid van dit resterende, mogelijk toekomstige, gedeelte van de vordering zou een uitgebreide nadere behandeling vereisen. De rechtbank is van oordeel dat de nadere behandeling van dit deel van de vordering een onevenredige belasting van het strafproces zou vormen. Dit deel van de vordering kan derhalve slechts bij de burgerlijke rechter worden aangebracht.

Nu de verdachte de strafbare feiten ter zake waarvan schadevergoeding zal worden toegekend, samen met mededaders heeft gepleegd, zijn zij daarvoor ieder hoofdelijk aansprakelijk. Indien en voor zover de mededaders de benadeelde partij betalen, is de verdachte in zoverre jegens de benadeelde partij van deze betalingsverplichting bevrijd.

De benadeelde partij heeft gevorderd het te vergoeden bedrag te vermeerderen met wettelijke rente. De rechtbank bepaalt dat het te vergoeden schadebedrag vermeerderd wordt met wettelijke rente vanaf 29 november 2016.

Nu de vordering van de benadeelde partij (in overwegende mate) zal worden toegewezen, zal de verdachte worden veroordeeld in de kosten door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil.

Verder is een contactverbod gevorderd, als vorm van schadevergoeding in de zin van artikel 6:103 BW. Naar het oordeel van de rechtbank biedt deze bepaling geen juridische grondslag om een contactverbod op te leggen, omdat dit verbod niet gericht zou zijn op compensatie van schade die wordt veroorzaakt door de bewezen feiten. De juridische grondslag voor een vrijheidsbeperkende maatregel zou gevonden kunnen worden in artikel 38v Wetboek van Strafrecht, welke bepaling een zodanige maatregel mogelijk maakt voor een periode van ten hoogste twee jaren. Gelet evenwel op de op te leggen gevangenisstraf en het voortduren van de voorlopige hechtenis ziet de rechtbank onvoldoende aanleiding nu een contactverbod op te leggen.

9.8.

Conclusie

De verdachte moet de benadeelde partij een schadevergoeding betalen van € 6.028,00, vermeerderd met de wettelijke rente en kosten als hieronder in de beslissing vermeld.

Tevens wordt oplegging van de hierna te noemen maatregel als bedoeld in artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht, gevorderd door de officier van justitie, passend en geboden geacht.

Over een deel van de gevorderde schadevergoeding wordt in deze procedure geen inhoudelijke beslissing genomen.

10 Vorderingen tenuitvoerlegging

Parketnummer 10/741338-15

10.1.

Vonnis waarvan tenuitvoerlegging wordt gevorderd

Bij vonnis van 22 september 2015 van de politierechter in deze rechtbank is de verdachte ter zake van diefstal veroordeeld voor zover hier van belang – tot een gevangenisstraf van acht weken, waarvan een gedeelte groot vijf weken voorwaardelijk, met een proeftijd van twee jaar. De proeftijd is ingegaan op 7 oktober 2015.

10.2.

Standpunt officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat de vordering na voorwaardelijke veroordeling wordt toegewezen.

10.3.

Standpunt verdediging

De raadsman heeft zich niet over de vordering na voorwaardelijke veroordeling uitgelaten.

10.4.

Beoordeling

De hierboven bewezen verklaarde feiten zijn na het wijzen van dit vonnis en voor het einde van de proeftijd gepleegd. Door het plegen van de bewezen feiten heeft de verdachte de aan het vonnis verbonden algemene voorwaarde, dat hij voor het einde van de proeftijd geen nieuwe strafbare feiten zou plegen, niet nageleefd.

Daarom zal de tenuitvoerlegging worden gelast van het voorwaardelijk gedeelte van de bij dat vonnis aan de verdachte opgelegde straf.

Parketnummer 22/005494-13

10.5.

Vonnis waarvan tenuitvoerlegging wordt gevorderd

Bij vonnis van 3 februari 2015 van het Gerechtshof in Den Haag is de verdachte ter zake van mishandeling veroordeeld – voor zover hier van belang – tot een gevangenisstraf van drie weken voorwaardelijk, met een proeftijd van twee jaar. De proeftijd is ingegaan op 18 februari 2015.

10.6.

Standpunt officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat de vordering na voorwaardelijke veroordeling wordt toegewezen.

10.7.

Standpunt verdediging

De raadsman heeft zich niet over de vordering na voorwaardelijke veroordeling uitgelaten.

10.8.

Beoordeling

De hierboven bewezen verklaarde feiten zijn na het wijzen van dit vonnis en voor het einde van de proeftijd gepleegd. Door het plegen van de bewezen feiten heeft de verdachte de aan het vonnis verbonden algemene voorwaarde, dat hij voor het einde van de proeftijd geen nieuwe strafbare feiten zou plegen, niet nageleefd.

Daarom zal de tenuitvoerlegging worden gelast van de bij dat vonnis aan de verdachte opgelegde voorwaardelijke straf.

11 Toepasselijke wettelijke voorschriften

Gelet is op de artikelen 36f, 45, 47, 57, 282, 287, 300, 310, 311 en 312 van het Wetboek van Strafrecht en de artikelen 26 en 55 van de Opiumwet.

12 Voorlopige hechtenis/bevel gevangenneming

De vordering van de officier van justitie tot gevangenneming van de verdachte voor de feiten zal worden toegewezen ten aanzien van de feiten 6, 7, 9 en 11, gelet op het navolgende.

De verdachte zal worden veroordeeld voor misdrijven waarvoor voorlopige hechtenis toegelaten is, omdat deze feiten misdrijven betreffen waarop naar de wettelijke omschrijving een gevangenisstraf van vier jaar of meer is gesteld. Tevens zijn er gronden voor toepassing van voorlopige hechtenis. Er is sprake van een gewichtige redenen van maatschappelijke veiligheid, die de onverwijlde vrijheidsbeneming van de verdachte vorderen. Naar het oordeel van de rechtbank moet er ernstig rekening mee worden gehouden dat de verdachte een misdrijf zal begaan waarop naar de wettelijke omschrijving een gevangenisstraf van zes jaren of meer is gesteld en dat hij een misdrijf zal begaan waardoor de gezondheid en/of veiligheid van personen in gevaar kan worden gebracht.

13 Bijlagen

De in dit vonnis genoemde bijlagen maken deel uit van dit vonnis.

14 Beslissing

De rechtbank:

verklaart niet bewezen, dat de verdachte het onder 10. ten laste gelegde feit heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij;

verklaart bewezen, dat de verdachte de onder 1., 2., 3., 4., 5., 6., 7., 8., 9. en 11. primair ten laste gelegde feiten, zoals hiervoor omschreven, heeft begaan;

verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte meer of anders ten laste is gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij;

stelt vast dat het bewezen verklaarde oplevert de hiervoor vermelde strafbare feiten;

verklaart de verdachte strafbaar;

veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 12 (twaalf) jaar;

beveelt dat de tijd die door de veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering wordt gebracht, voor zover deze tijd niet reeds op een andere vrijheidsstraf in mindering is gebracht;

Benadeelde partij [naam benadeelde 1]

veroordeelt de verdachte hoofdelijk met diens mededaders, des dat de een betalende de ander zal zijn bevrijd, om tegen behoorlijk bewijs van kwijting aan de benadeelde partij [naam benadeelde 1] , te betalen een bedrag van € 17.542,89 (zegge: zeventienduizendvijfhonderdtweeënveertig euro en negenentachtig cent), bestaande uit € 2.542,89 aan materiële schade en € 15.000,00 aan immateriële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente hierover vanaf 9 december 2016 tot aan de dag der algehele voldoening;

verklaart de benadeelde partij niet-ontvankelijk in het resterende deel van de vordering; bepaalt dat dit deel van de vordering slechts kan worden aangebracht bij de burgerlijke rechter;

veroordeelt de verdachte in de proceskosten door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden aan de zijde van de benadeelde partij begroot op nihil;

legt aan de verdachte de maatregel tot schadevergoeding op, inhoudende de verplichting aan de staat ten behoeve van de benadeelde partij [naam benadeelde 1] te betalen € 17.542,89 (hoofdsom, zegge: zeventienduizendvijfhonderdtweeënveertig euro en negenentachtig cent), vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 9 december 2016 tot aan de dag van de algehele voldoening; beveelt dat bij gebreke van volledige betaling en volledig verhaal van het bedrag vervangende hechtenis zal worden toegepast voor de duur van 122 (honderdtweeëntwintig dagen); toepassing van de vervangende hechtenis heft de betalingsverplichting niet op;

verstaat dat betaling aan de benadeelde partij, waaronder begrepen betaling door zijn mededaders, tevens geldt als betaling aan de staat ten behoeve van de benadeelde partij en omgekeerd;

Benadeelde partij [naam benadeelde 2]

veroordeelt de verdachte hoofdelijk met diens mededaders, des dat de een betalende de ander zal zijn bevrijd, om tegen behoorlijk bewijs van kwijting aan de benadeelde partij [naam benadeelde 2] , te betalen een bedrag van € 6.028,00 (zegge: zesduizendachtentwintig euro), bestaande uit € 1.028,00 aan materiële schade en € 5.000,00 aan immateriële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente hierover vanaf 29 november 2016 tot aan de dag der algehele voldoening;

verklaart de benadeelde partij niet-ontvankelijk in het resterende deel van de vordering; bepaalt dat dit deel van de vordering slechts kan worden aangebracht bij de burgerlijke rechter;

veroordeelt de verdachte in de proceskosten door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden aan de zijde van de benadeelde partij begroot op nihil;

legt aan de verdachte de maatregel tot schadevergoeding op, inhoudende de verplichting aan de staat ten behoeve van de benadeelde partij [naam benadeelde 2] te betalen € 6.028,00 (hoofdsom, zegge: zesduizendachtentwintig euro), vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 29 november 2016 tot aan de dag van de algehele voldoening; beveelt dat bij gebreke van volledige betaling en volledig verhaal van het bedrag vervangende hechtenis zal worden toegepast voor de duur van 65 (vijfenzestig) dagen; toepassing van de vervangende hechtenis heft de betalingsverplichting niet op;

verstaat dat betaling aan de benadeelde partij, waaronder begrepen betaling door zijn mededaders, tevens geldt als betaling aan de staat ten behoeve van de benadeelde partij en omgekeerd;

TUL

gelast de tenuitvoerlegging van de bij vonnis van 22 september 2015 van de politierechter in deze rechtbank aan de veroordeelde opgelegde voorwaardelijke gevangenisstraf voor de tijd van vijf weken;

gelast de tenuitvoerlegging van de bij vonnis van 3 februari 2015 van het Gerechtshof in Den Haag aan de veroordeelde opgelegde voorwaardelijke gevangenisstraf voor de tijd van drie weken.

beveelt de gevangenneming van de verdachte ten aanzien van de feiten 6., 7., 9. en 11.

Dit vonnis is gewezen door:

mr. G.M. Munnichs, voorzitter,

en mr. R.J.A.M. Cooijmans en mr. K. Bakker, rechters,

in tegenwoordigheid van mr. L.C. de Hooge, griffier,

en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank op de datum die in de kop van dit vonnis is vermeld.

Bijlage I

Tekst gewijzigde tenlastelegging

Aan de verdachte wordt ten laste gelegd dat

1.

[zaak Wiel]

hij,

op of omstreeks 09 december 2016 te Rotterdam,

ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om

tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,

opzettelijk een persoon genaamd [naam slachtoffer 1] van het leven te beroven, althans

zwaar lichamelijk letsel toe te brengen, met dat opzet met een vuurwapen een

of meer kogels heeft afgevuurd in de richting van de rug, althans het lichaam,

van die [naam slachtoffer 1] ,

terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

2.

[zaak Wiel]

hij,

op of omstreeks 09 december 2016 te Rotterdam, althans in Nederland,

tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,

met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een of meer

sleutels en/of een jas (merk Canada Goose) en/of 350 euro en/of een paspoort

en/of een telefoon, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende

aan [naam slachtoffer 1] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of

zijn mededaders,

welke diefstal werd voorafgegaan, vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of

bedreiging met geweld tegen die [naam slachtoffer 1] , gepleegd met het oogmerk om die

diefstal voor te bereiden, gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping op

heterdaad aan zichzelf en/of zijn mededaders hetzij de vlucht mogelijk te

maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren,

welk geweld en/of welke bedreiging met geweld bestond(en) uit het:

- meenemen van die [naam slachtoffer 1] in een auto en/of rondrijden met die [naam slachtoffer 1]

en/of

- die [naam slachtoffer 1] de woorden toevoegen: "Jij verbergt iets!" en/of "Je moet

geld en/of 40.000 en/of 50.000 euro regelen" en/of "We houden je vast totdat

je familie geld heeft geregeld", althans woorden van gelijke (dreigende)

aard en/of strekking, en/of

- slaan van die [naam slachtoffer 1] met een kolf van een vuurwapen, althans een voorwerp,

en/of

- uitschelden van die [naam slachtoffer 1] en/of

- spugen naar die [naam slachtoffer 1] en/of

- ( meermalen) die [naam slachtoffer 1] (op/tegen het hoofd) slaan en/of stompen en/of

schoppen en/of trappen en/of

- in het kruis van die [naam slachtoffer 1] schoppen en/of trappen en/of

- een of meer vuurwapens, althans op vuurwapens gelijkende voorwerpen, aan die

[naam slachtoffer 1] tonen en/of

- in de nabijheid van die [naam slachtoffer 1] zeggen: "Moet ik hem schieten?" en/of "Nee,

dat verdient hij niet, hij krijgt er straks een kogel door zijn kop",

althans woorden van gelijke (dreigende) aard en/of strekking, en/of

- die [naam slachtoffer 1] meenemen naar een portiek/woning;

3.

[zaak Wiel]

hij,

op of omstreeks 09 december 2016 te Rotterdam, althans in Nederland,

tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,

opzettelijk [naam slachtoffer 1] wederrechtelijk van de vrijheid heeft beroofd en/of

beroofd gehouden,

(met het oogmerk (een) ander(en), te weten familie van die [naam slachtoffer 1] ,

te dwingen iets te doen of niet te doen),

immers heeft/hebben hij verdachte en/of zijn mededader(s)

- die [naam slachtoffer 1] meegenomen in een auto en/of met die [naam slachtoffer 1] rondgereden en/of

- die [naam slachtoffer 1] de woorden toegevoegd: "Jij verbergt iets!" en/of "Je moet

geld en/of 40.000 en/of 50.000 euro regelen" en/of "We houden je vast totdat

je familie geld heeft geregeld", althans woorden van gelijke (dreigende)

aard en/of strekking, en/of

- die [naam slachtoffer 1] met een kolf van een vuurwapen, althans een voorwerp, geslagen

en/of

- die [naam slachtoffer 1] uitgescholden en/of

- naar die [naam slachtoffer 1] gespuugd en/of

- ( meermalen) die [naam slachtoffer 1] (op/tegen het hoofd) geslagen en/of gestompt en/of

- in het kruis van die [naam slachtoffer 1] geschopt en/of getrapt en/of

- een of meer vuurwapens, althans op vuurwapens gelijkende voorwerpen, aan die

[naam slachtoffer 1] getoond en/of

- in de nabijheid van die [naam slachtoffer 1] gezegd: "Moet ik hem schieten?" en/of "Nee,

dat verdient hij niet, hij krijgt er straks een kogel door zijn kop",

althans woorden van gelijke (dreigende) aard en/of strekking, en/of

- die [naam slachtoffer 1] meegenomen naar een portiek/woning;

art 282a lid 1 Wetboek van Strafrecht

4.

[zaak hotel]

hij,

op of omstreeks 09 december 2016 te Berg en Terblijt, gemeente Valkenburg aan

de Geul en/of Rotterdam, althans in Nederland,

tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,

een wapen als bedoeld in artikel 2 lid 1 van categorie III onder sub 1 van de

Wet wapens en munitie, te weten een vuurwapen in de zin van artikel 1 onder

sub 3 van die wet in de vorm van een pistool van het merk/type CZ 75-D,

kaliber 9x19 mm, en/of bijbehorende munitie, voorhanden heeft gehad;

5.

[parketnummer 10/701264-16]

hij,

op of omstreeks 24 september 2016 en/of 25 september 2016 te Rotterdam,

alleen, althans tezamen en in vereniging met (een) ander(en),

een vuurwapen van categorie III onder 1º, in de vorm van een pistool, te weten

een pistool, merk/type: Glock 17, kaliber: 9 x19mm, en/of (voor dat pistool

geschikte) munitie van categorie III, te weten een aantal (16 stuks)

kogelpatronen, voorhanden heeft gehad;

6.

hij op of omstreeks 29 november 2016 te Rotterdam, althans in Nederland,

tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,

opzettelijk [naam slachtoffer 2] en/of [naam slachtoffer 3] wederrechtelijk van de vrijheid

heeft beroofd en/of beroofd gehouden,

immers heeft/hebben hij verdachte en/of zijn mededader(s)

- met die [naam slachtoffer 2] en/of [naam slachtoffer 3] afgesproken naar een woning aan de

Zevenkampsering te komen en/of

- in die woning een of meer (vuur)wapens doorgeladen en/of

- een of meer (vuur)wapens en/of messen en/of een (klauw)hamer en/of een

(vlees)vork getoond aan die [naam slachtoffer 2] en/of [naam slachtoffer 3] en/of

- zijn/hun, verdachtes, gezichten afgeschermd met bivakmutsen en/of capuchons

en/of doeken en/of

- ( meermalen) die [naam slachtoffer 2] en/of [naam slachtoffer 3] in het gezicht en/of tegen het hoofd

en/of tegen het lichaam geslagen en/of gestompt en/of geschopt en/of getrapt

en/of

- die [naam slachtoffer 2] en/of [naam slachtoffer 3] de woorden toegevoegd: "Op de grond liggen. Liggen!", althans woorden van gelijke (dreigende) aard en/of strekking, en/of

(vervolgens) die [naam slachtoffer 2] en/of [naam slachtoffer 3] op en/of over de grond getrokken

en/of gesleept en/of

- het gezicht en/of hoofd van die [naam slachtoffer 2] en/of [naam slachtoffer 3] met een capuchon

en/of theedoek afgedekt en/of

- de handen en/of enkels van die [naam slachtoffer 2] en/of [naam slachtoffer 3] (met veters en/of

tyraps) vastgebonden en/of

- met een (klauw)hamer die [naam slachtoffer 2] en/of [naam slachtoffer 3] op een oog geslagen en/of

- met een (vlees)vork in het dijbeen van die [naam slachtoffer 2] en/of [naam slachtoffer 3] geprikt

en/of gestoken en/of

- met een mes in de arm van die [naam slachtoffer 2] en/of [naam slachtoffer 3] gesneden en/of

- een of meer sigaretten op de billen van die [naam slachtoffer 2] en/of [naam slachtoffer 3] uitgedrukt en/of

as van een of meer sigaretten op de billen van die [naam slachtoffer 2] en/of [naam slachtoffer 3] afgetikt en/of

- op de rug van die [naam slachtoffer 2] en/of [naam slachtoffer 3] gestaan en/of

- ( meermalen) met een zweep en/of een kabel en/of riem die [naam slachtoffer 2] en/of [naam slachtoffer 3]

geslagen en/of

- de broek en/of het boxershort van die [naam slachtoffer 2] en/of [naam slachtoffer 3] naar beneden

getrokken en/of (vervolgens) foto's gemaakt van de billen van die [naam slachtoffer 2] en/of [naam slachtoffer 3]

en/of

- in de nabijheid van die [naam slachtoffer 3] gezegd: "Houd zijn kont open", althans woorden

van gelijke (dreigende) aard en/of strekking, en/of (vervolgens) een

wc-borstel in de kont van die [naam slachtoffer 3] geduwd en/of

- een of meer (vuur)wapens op de slapen van die [naam slachtoffer 2] en/of [naam slachtoffer 3] gezet

en/of met die (vuur)wapens over het gezicht van die [naam slachtoffer 2] en/of [naam slachtoffer 3] geaaid en/of

met een of meer (vuur)wapens tegen het hoofd van die [naam slachtoffer 3] en/of [naam slachtoffer 2] geslagen en/of

- die [naam slachtoffer 2] en/of [naam slachtoffer 3] gedreigd zijn/hun moeder en/of vriendin en/of

familie te zullen vermoorden en/of open te zullen snijden en/of

- in de nabijheid van die [naam slachtoffer 2] en/of [naam slachtoffer 3] gezegd: "Ga hem voor mij

neerschieten, bewijs jezelf, schiet hem voor mij dood, ik zorg voor je

familie als je vast komt te zitten" en/of "Ik doe het broer, ik doe het",

althans woorden van gelijke (dreigende) aard en/of strekking, en/of

- een telefoon aan het oor van die [naam slachtoffer 2] en/of [naam slachtoffer 3] gehouden en/of die [naam slachtoffer 2] en/of [naam slachtoffer 3] gedwongen te zeggen: "Sorry nee, ik ga terug betalen", althans woorden van

gelijke aard en/of strekking, en/of

- de portemonnee en/of telefoon van die [naam slachtoffer 2] afgepakt en/of

die [naam slachtoffer 3] zijn autosleutels en/of telefoon laten afgeven en/of

- die [naam slachtoffer 2] en/of [naam slachtoffer 3] de woorden toegevoegd: "Je weet waar het over

gaat, je weet dat het om die sieraden gaat, je weet dat het over die inbraak

gaat" en/of "We gaan je vermoorden als je aangifte gaat doen" en/of

"Je moet je bek houden", en/of "Je moet 40.000 en/of 10.000 euro, althans

veel geld, betalen" en/of "Waar gaan jullie de 10.000 euro vandaan halen?"

en/of "Waar zijn de sieraden?", althans woorden van gelijke (dreigende) aard

en/of strekking;

7.

hij op of omstreeks 29 november 2016 te Rotterdam, althans in Nederland,

tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,

met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening heeft weggenomen

een portemonnee en/of een telefoon (Samsung S7), in elk geval enig goed,

geheel of ten dele toebehorende aan [naam slachtoffer 2] , en/of een telefoon (merk iPhone), in elk geval enig goed, toebehorende aan [naam slachtoffer 3] ,

in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s),

welke diefstal werd voorafgegaan en/of vergezeld en/of gevolgd van geweld

en/of bedreiging met geweld tegen die [naam slachtoffer 2] en/of [naam slachtoffer 3] , gepleegd met het oogmerk om

die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of om bij

betrapping op heterdaad aan zichzelf en/of aan (een) andere deelnemer(s) van

voormeld misdrijf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het

gestolene te verzekeren, welk geweld en/of welke bedreiging met geweld

bestond(en) uit het:

- in de nabijheid van die [naam slachtoffer 2] en/of [naam slachtoffer 3] een of meer (vuur)wapens doorladen en/of

- een of meer (vuur)wapens en/of messen en/of een (klauw)hamer en/of een

(vlees)vork tonen aan die [naam slachtoffer 2] en/of [naam slachtoffer 3] en/of

- zijn/hun, verdachtes, gezichten afschermen met bivakmutsen en/of capuchons

en/of doeken en/of

- ( meermalen) die [naam slachtoffer 2] en/of [naam slachtoffer 3] in het gezicht en/of tegen het hoofd

en/of tegen het lichaam slaan en/of stompen en/of schoppen en/of trappen

en/of

- die [naam slachtoffer 2] en/of [naam slachtoffer 3] de woorden toevoegen: "Op de grond liggen. Liggen!", althans woorden van gelijke (dreigende) aard en/of strekking, en/of (vervolgens) die

[naam slachtoffer 2] en/of [naam slachtoffer 3] op en/of over de grond trekken en/of slepen en/of

- het gezicht en/of hoofd van die [naam slachtoffer 2] en/of [naam slachtoffer 3] met een capuchon

en/of theedoek afdekken en/of

- de handen en/of enkels van die [naam slachtoffer 2] en/of [naam slachtoffer 3] (met veters en/of

tieraps) vastbinden en/of

- met een (klauw)hamer die [naam slachtoffer 2] en/of [naam slachtoffer 3] op een oog en/of het lichaam slaan en/of

- met een (vlees)vork in het dijbeen van die [naam slachtoffer 2] en/of [naam slachtoffer 3] prikken en/of steken en/of

met een mes in de arm van die [naam slachtoffer 2] en/of [naam slachtoffer 3] snijden en/of

- een of meer sigaretten op de billen van die [naam slachtoffer 2] uitdrukken en/of

as van een of meer sigaretten op de billen van die [naam slachtoffer 2] aftikken en/of

- op de rug van die [naam slachtoffer 2] en/of [naam slachtoffer 3] staan en/of

- ( meermalen) met een zweep en/of een kabel en/of riem die [naam slachtoffer 2] en/of [naam slachtoffer 3] slaan en/of

- de broek en/of het boxershort van die [naam slachtoffer 2] en/of [naam slachtoffer 3] naar beneden

trekken en/of (vervolgens) foto's maken van de billen van die [naam slachtoffer 2]

en/of

- een wc-borstel in de kont van die [naam slachtoffer 3] te duwen en/of

- een of meer (vuur)wapens op de slapen en/of hoofd van die [naam slachtoffer 2] en/of [naam slachtoffer 3] zetten

en/of met die (vuur)wapens over het gezicht van die [naam slachtoffer 2] en/of [naam slachtoffer 3] aaien en/of

met een of meer (vuur)wapens tegen het hoofd van die [naam slachtoffer 2] en/of [naam slachtoffer 3] slaan en/of

- die [naam slachtoffer 2] en/of [naam slachtoffer 3] dreigen zijn moeder en/of vriendin en/of

familie te zullen vermoorden en/of open te zullen snijden en/of

- in de nabijheid van die [naam slachtoffer 2] of [naam slachtoffer 3] zeggen: "Ga hem voor mij

neerschieten, bewijs jezelf, schiet hem voor mij dood, ik zorg voor je

familie als je vast komt te zitten" en/of "Ik doe het broer, ik doe het",

althans woorden van gelijke (dreigende) aard en/of strekking, en/of

- een telefoon aan het oor van die [naam slachtoffer 2] en/of [naam slachtoffer 3] houden en/of die [naam slachtoffer 2] en/of [naam slachtoffer 3]

dwingen te zeggen: "Sorry nee, ik ga terug betalen", althans woorden van

gelijke aard en/of strekking, en/of

- die [naam slachtoffer 2] en/of [naam slachtoffer 3] de woorden toevoegen: "Je weet waar het over

gaat, je weet dat het om die sieraden gaat, je weet dat het over die inbraak

gaat" en/of "We gaan je vermoorden als je aangifte gaat doen" en/of

"Je moet je bek houden", en/of "Je moet 40.000 en/of 10.000 euro, althans

veel geld, betalen" en/of "Waar gaan jullie de 10.000 euro vandaan halen?"

en/of "Waar zijn de sieraden?", althans woorden van gelijke (dreigende) aard

en/of strekking;

(artikel 312 SR)

8.

hij op of omstreeks 29 november 2016 te Rotterdam,

tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,

meermalen, althans eenmaal, (telkens)

[naam slachtoffer 2] en/of [naam slachtoffer 3] heeft mishandeld door:

- ( meermalen) die [naam slachtoffer 2] en/of [naam slachtoffer 3] in het gezicht en/of tegen het hoofd

en/of tegen het lichaam te slaan en/of te stompen en/of te schoppen en/of

te trappen en/of

- met een (klauw)hamer die [naam slachtoffer 2] en/of [naam slachtoffer 3] op een oog en of het lichaam te slaan en/of

- met een (vlees)vork in het dijbeen van die [naam slachtoffer 2] en/of [naam slachtoffer 3] te prikken en/of

te steken en/of

- met een mes in de arm van die [naam slachtoffer 2] en/of [naam slachtoffer 3] te snijden en/of

- een of meer sigaretten op de billen van die [naam slachtoffer 2] uit te drukken en/of

- op de rug van die [naam slachtoffer 2] en/of [naam slachtoffer 3] te staan en/of

- ( meermalen) met een zweep en/of een kabel en/of riem die [naam slachtoffer 2] en/of [naam slachtoffer 3] te

slaan en/of

- een wc-borstel in de kont van die [naam slachtoffer 3] te duwen en/of

- met een of meer (vuur)wapens tegen het hoofd van die [naam slachtoffer 3] en/of [naam slachtoffer 2] te slaan;

(artikel 300 jo 47 SR)

9.

[tbg: parketnummer 10/662062-17; zaak Berm]

hij,

in of omstreeks de periode van 26 november 2016 tot en met 27 november 2016 te

Rotterdam, althans in Nederland,

tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,

opzettelijk [naam slachtoffer 4] wederrechtelijk van de vrijheid heeft beroofd

en/of beroofd gehouden,

immers heeft/hebben hij verdachte en/of zijn mededader(s)

- die [naam slachtoffer 4] vastgepakt en/of

- die [naam slachtoffer 4] op een stoel en/of de grond geduwd en/of

- die [naam slachtoffer 4] de woorden toegevoegd: "Nu gaan we je vastbinden in

je eigen huis" en/of "Blijf naar de grond kijken" en/of "Hoeveel geld heb je

op je rekening? " en/of "Wat is je pincode?", althans woorden van gelijke

(dreigende) aard en/of strekking, en/of

- een laken over het hoofd van die [naam slachtoffer 4] gelegd en/of

- de polsen/handen en/of voeten van die [naam slachtoffer 4] met (een)

(TV-/USB-)kabel(s) vastgebonden en/of

- het hoofd van die [naam slachtoffer 4] naar de grond en/of tegen de muur geduwd

en/of

- een (vuur)wapen in de nabijheid van die [naam slachtoffer 4] doorgeladen en/of

- een (vuur)wapen op het hoofd van die [naam slachtoffer 4] geduwd en/of gehouden

en/of

- met een (vuur)wapen in/tegen het gezicht van die [naam slachtoffer 4] geslagen

en/of

- twee bankpassen en/of 60 euro van die [naam slachtoffer 4] gepakt;

10.

[tbg: parketnummer 10/662062-17; zaak Berm]

hij,

in of omstreeks de periode van 26 november 2016 tot en met 27 november 2016 te

Rotterdam, althans in Nederland,

tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,

met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen door

geweld en/of bedreiging met geweld [naam slachtoffer 4] heeft gedwongen tot de

afgifte van twee (bank)passen en/of 60 euro, in elk geval van enig goed,

geheel of ten dele toebehorende aan [naam slachtoffer 4] , in elk geval aan een

ander of anderen dan aan verdachte,

en/of

met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening heeft weggenomen twee

(bank)passen en/of 60 euro, in elk geval enig goed, geheel of ten dele

toebehorende aan [naam slachtoffer 4] , in elk geval aan een ander of anderen dan

aan verdachte en/of zijn mededader(s),

welke diefstal werd voorafgegaan en/of vergezeld en/of gevolgd van geweld

en/of bedreiging met geweld tegen die [naam slachtoffer 4] , gepleegd met het oogmerk

om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of om bij

betrapping op heterdaad aan zichzelf en/of aan (een) andere deelnemer(s) van

voormeld misdrijf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het

gestolene te verzekeren,

welk geweld en/of welke bedreiging met geweld bestond(en) uit het:

- vastpakken van die [naam slachtoffer 4] en/of

- op een stoel en/of de grond duwen van die [naam slachtoffer 4] en/of

- die [naam slachtoffer 4] de woorden toevoegen: "Nu gaan we je vastbinden

in je eigen huis" en/of "Blijf naar de grond kijken" en/of "Hoeveel geld heb je

op je rekening? " en/of "Wat is je pincode?", althans woorden van gelijke

(dreigende) aard en/of strekking, en/of

- leggen van een laken over het hoofd van die [naam slachtoffer 4] en/of

- vastbinden van de polsen/handen en/of voeten van die [naam slachtoffer 4] met

(een) (TV-/USB-)kabel(s) en/of

- duwen van het hoofd van die [naam slachtoffer 4] naar de grond en/of tegen de muur

en/of

- doorladen van een (vuur)wapen in de nabijheid van die [naam slachtoffer 4] en/of

- duwen en/of houden van een (vuur)wapen op/tegen het hoofd van die [naam slachtoffer 4] en/of - met een (vuur)wapen slaan in/tegen het gezicht van die [naam slachtoffer 4] ;

11.

(primair)

[tbg: parketnummer 10/662062-17; zaak Berm]

hij, op of omstreeks 27 november 2016 te Rotterdam,

tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,

met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening heeft/hebben weggenomen

(in totaal) 980 euro, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende

aan [naam slachtoffer 4] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan hem,

verdachte, en/of zijn mededaders,

zulks nadat hij, verdachte, en/of zijn mededaders dat weg te nemen geld onder

zijn/hun bereik had(den) gebracht door middel van een valse sleutel, te weten

door te pinnen met een bankpas (van die [naam slachtoffer 4] ) waartoe hij,

verdachte, en/of zijn mededaders niet gerechtigd was/waren;

(subsidiair)

[naam medeverdachte 1] en/of [naam medeverdachte 3] en/of een of meer onbekend gebleven personen,

op of omstreeks 27 november 2016 te Rotterdam,

tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,

met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening heeft/hebben weggenomen

(in totaal) 980 euro, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende

aan [naam slachtoffer 4] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan hem,

verdachte, en/of zijn mededaders,

zulks nadat hij, verdachte, en/of zijn mededaders dat weg te nemen geld onder

zijn/hun bereik had(den) gebracht door middel van een valse sleutel, te weten

door te pinnen met een bankpas (van die [naam slachtoffer 4] ) waartoe hij,

verdachte, en/of zijn mededaders niet gerechtigd was/waren,

bij en/of tot het plegen van welk misdrijf verdachte in of omstreeks de

periode van 26 november 2016 tot en met 27 november 2016 te Rotterdam

opzettelijk behulpzaam is geweest en/of opzettelijk gelegenheid, middelen en/of

inlichtingen heeft verschaft, door die [naam slachtoffer 4] vast te binden en/of te

bedreigen (met een vuurwapen) en/of bovengenoemde bankpas te pakken en/of

(vervolgens) aan die [naam slachtoffer 4] zijn bijbehorende pincode te vragen;