Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBROT:2017:10227

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
09-11-2017
Datum publicatie
28-12-2017
Zaaknummer
10/994511-15
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Verdachte is vrijgesproken van het overtreden van de EVOA. Zij was bezig metaalafval over te brengen van Duitsland, via Nederland, naar China. Er kan echter niet worden vastgesteld in welke mate het metaal was vermengd met andersoortige stoffen en aldus kan niet worden vastgesteld dat het vermengingspercentage zo hoog was, dat het regime van toestemming en/of kennisgeving gold.

ZIE OOK ECLI:NL:RBROT:2017:10228

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

VONNIS

Parketnummer: 10/994511-15 (Promis)

Datum uitspraak: 9 november 2017

Vonnis van de rechtbank Rotterdam, meervoudige economische strafkamer, in de strafzaak tegen

[naam verdachte rechtspersoon] ,

gevestigd op het adres [vestigingsadres verdachte rechtspersoon] , [vestigingsplaats verdachte rechtspersoon]

, Duitsland.

1 Het onderzoek ter terechtzitting

Dit vonnis is op tegenspraak gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van 26 oktober 2017.

De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie mr. R.M.J. de Rijck en van wat de wettelijk vertegenwoordiger van verdachte, [naam] , de raadsvrouw mr. M.M.A.J. Goris en dr. mr. A. Oexle, advocaat te Keulen (Duitsland) naar voren hebben gebracht.

2 Tenlastelegging

Aan verdachte is ten laste gelegd dat

zij in de periode van 1 november 2013 tot en met 2 december 2013 te Rotterdam, in ieder geval in Nederland, opzettelijk,

handelingen heeft verricht als bedoeld in artikel 2 onder 35 sub a en/of b van de EG-verordening overbrenging van afvalstoffen,

door een of meer container(s) (met nummer(s) [containernummer 1] , [containernummer 2] , [containernummer 3] , [containernummer 4] , [containernummer 5] ) beladen met afval bestaande uit onder andere kunststof, metaal, hout, papier, rubber, textiel, printplaten en/of kabelschroot en/of elektriciteitsdraad, in elk geval met niet in bijlage III of III A van genoemde verordening onder één code ingedeelde (mengsels van) afvalstoffen,

over te brengen van Duitsland naar China,

terwijl die overbrenging geschiedde zonder kennisgeving aan en/of toestemming van de betrokken autoriteiten.

3 Voorvragen

De dagvaarding is geldig, deze rechtbank is bevoegd tot kennisneming van het ten laste gelegde feit en de officier van justitie is ontvankelijk. Er zijn geen redenen voor schorsing van de vervolging.

4 Vrijspraak

4.1

Feiten en omstandigheden

Op 13 november 2013 heeft de Douane in de Rotterdamse haven vijf containers gecontroleerd, die door verdachte van Duitsland, via Nederland, naar China werden vervoerd. Op de begeleidende papieren stond vermeld dat de lading mixed metal scrap betrof, hetgeen door verdachte werd aangeduid met afvalcode B1050 . De Douane en een verbalisant van de Inspectie Leefomgeving en Transport (hierna: ILT) hebben waargenomen dat de containers verschillende materialen bevatten, zoals rubber, plastic, textiel, hout en grond/aarde. De vermenging van materialen was volgens hen zo groot, dat de lading als geheel niet meer kan worden aangeduid met afvalcode B1050 . Nu de lading niet onder een afvalcode van Bijlage III van de Verordening (EG) Nr. 1013/2006 betreffende de overbrenging van afvalstoffen (hierna: EVOA) valt, en aldus niet op grond van de groene lijst vrij vervoerd had mogen worden, had voor de overbrenging daarvan de procedure van toestemming en/of kennisgeving gevolgd moeten worden, aldus de Douane.

4.2.

Het standpunt van het Openbaar Ministerie

De officier van justitie heeft gerekwireerd tot bewezenverklaring van het ten laste gelegde. De onderhavige lading was te vervuild en om onder code B1050 te vallen. Dan geldt een regime van kennisgeving en toestemming. Dat regime is niet nageleefd. De EVOA bevat geen voorschriften hoeveel procent van een lading B1050 vervuild mag zijn. Wellicht gold in Duitsland destijds een percentage van maximaal 10%, maar in Nederland was dat niet het geval en inmiddels is men ook in Duitsland daarvan teruggekomen. De rechtbank Zeeland-West-Brabant heeft geoordeeld dat afvalstoffen geen enkele verontreiniging mogen bevatten, behoudens aan die afvalstof inherente stoffen (zoals nietjes in een lading oud papier)1. Voorkomen moet worden dat het soepelere regime dat geldt voor afvalstoffen die op de groene lijst voorkomen, wordt uitgebreid tot afvalstoffen die niet op die groene lijst voorkomen.

4.3.

Het standpunt van de verdediging

De raadsvrouw heeft vrijspraak bepleit. De afvalstoffen in kwestie vallen wel degelijk onder code B1050 , zodat de notificatieplicht niet gold. De EVOA bevat geen voorschriften over de hoeveelheid andere (verontreinigende) stoffen die een lading afvalstoffen mag bevatten. Omdat hierover geen duidelijkheid is, wordt niet voldaan aan het lex-certabeginsel. Verdachte heeft in ieder geval gehandeld in de geest van en volgens de norm van de EVOA en heeft navraag gedaan bij de Duitse autoriteiten, de SAA. Zij hebben verdachte laten weten dat 10% verontreiniging was toegestaan. Kennelijk leggen de Nederlandse autoriteiten de Europese regelgeving anders uit, maar dat kon verdachte niet weten. Er was in Nederland op dat moment geen consensus over de vraag hoeveel verontreiniging was toegestaan ener is nagelaten te onderzoeken hoeveel procent verontreiniging de verzending in kwestie bevatte. Nu niet kan worden vastgesteld welk deel van de lading vervuild was en aldus niet kan worden vastgesteld dat voor het vervoeren van deze lading de kennisgeving en/of toestemmingsvoorschriften uit de EVOA van toepassing waren, dient vrijspraak te volgen.

4.4.

Het oordeel van de rechtbank

Code B1050 betreft - kort gezegd - gemengde non-ferrometalen of zware schrootfracties, oftewel: een mengsel van metalen. Dat mixed metal scrap per definitie is vermengd met enig ander materiaal door aan die metaalresten inherente stoffen, maakt niet zonder meer dat het niet meer als B1050 -afval gekwalificeerd kan worden en aldus dat het regime van kennisgeving en/of toestemming van toepassing is. Enige verontreiniging is immers inherent aan een mengsel van afvalstoffen. Van belang is om te bepalen of een vermengingsmarge is vastgesteld en zo ja, of die marge is overtreden.

- Toegestane mate van vermenging

Uit de EVOA volgt niet in welke mate verontreiniging is toegestaan.

Niet gebleken is dat voor 13 november 2013 door de Nederlandse autoriteiten een maximaal verontreinigingspercentage is vastgesteld.

In een beleidsregel van de Staatsecretaris van Infrastructuur en Milieu van 8 mei 20132 valt in artikel 5, vierde lid te lezen dat afval ijzer- en staal (ferro) schroot en non-ferro schroot maximaal tien gewichtsprocent aan andere componenten van ijzer- en staal (ferro) schroot en non-ferro schroot mag bevatten.

Hoewel deze beleidsregel is uitgevaardigd in het kader van de bestuursrechtelijke handhaving en niet in het kader van strafrechtelijke regelgeving, ziet de rechtbank daarin toch een aanwijzing dat (destijds) een verontreinigingspercentage van 10% acceptabel werd geacht. Ook de Duitse autoriteiten hanteerden dat percentage in de periode van 2007 tot april 2014.

- Geconstateerde vermenging

Dat de onderhavige lading afval bestond uit een vermenging van B1050 -metaal met andere materialen staat vast. Dat verklaren immers zowel de Douane als verdachte. Uit het dossier volgt echter niet dat de Douane of de ILT heeft vastgesteld van welk concrete vermengingspercentage sprake was. Op grond van de foto’s kan dat niet worden bepaald en er zijn geen monsters van het afval genomen en onderzocht. De ‘sortieranalysen’ en ‘Bemusterungs-Protokoll’ geven hierover evenmin uitsluitsel. Uit het dossier kan slechts worden geconcludeerd dat er sprake was van vermenging, en uit welke materialen die vermenging bestond.

- Conclusie

Het dossier bevat onvoldoende informatie over de mate van verontreiniging in de vijf containers. Als gevolg daarvan kan niet worden vastgesteld of de overschrijding nog binnen de grenzen van het acceptabele ligt en nog van afvalstoffen met code B1050 gesproken kan worden. Daarmee is niet komen vast te staan dat aan de zending voorafgaande kennisgeving en/of toestemming was vereist.

Nu ook niet is gebleken dat verdachte heeft gehandeld in strijd met een ander voorschrift uit Bijlage III of Bijlage III A van de EVOA, zal verdachte worden vrijgesproken van het ten laste gelegde.

5 Beslissing

De rechtbank komt op grond van het voorgaande tot de volgende beslissing.

Verklaart het ten laste gelegde niet bewezen en spreekt verdachte daarvan vrij.

Dit vonnis is gewezen door

mr. B. Vogel, voorzitter,

mrs. P.P.C.M. Waarts en J.M. Jongkind, rechters,

in tegenwoordigheid van mr. H.L.A. Haulo, griffier,

en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank van 9 november 2017.

1 Rechtbank Zeeland-West-Brabant, uitspraak van 24 januari 2017, ECLI:NL:RBZWB:2017:288

2 Zie de beleidsregel van de Staatsecretaris van Infrastructuur en Milieu van 8 mei 2013, Stcrt. 2013, 15248.