Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBROT:2017:10225

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
19-12-2017
Datum publicatie
28-12-2017
Zaaknummer
10/996548-17 (strafzaak)
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Verdachte is veroordeeld voor gewoontewitwassen. Hij handelde in Bitcoins onder omstandigheden die maakten dat hij moest vermoeden dat de Bitcoins van misdrijf afkomstig waren. Ook is hij veroordeeld voor het voorhanden hebben van goederen die dienen (ter voorbereiding) voor de handel in drugs. Hij krijgt strafvermindering door zijn persoonlijke omstandigheden en krijgt uiteindelijk een gevangenisstraf van 20 maanden, waarvan 8 voorwaardelijk.

ZIE OOK ECLI:NL:RBROT:2017:10226

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

VONNIS

Parketnummer: 10/996548-17 (strafzaak)

Datum uitspraak: 19 december 2017

Vonnis van de rechtbank Rotterdam, meervoudige economische strafkamer, in de strafzaak tegen

[naam verdachte]

geboren te [geboorteplaats verdachte] ( [geboorteland verdachte] ) op [geboortedatum verdachte] ,

zonder vaste woon- of verblijfplaats in Nederland,

gedetineerd in Penitentiaire Inrichting ‘Haaglanden’ te Scheveningen.

1 De zitting

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de zitting van 5 december 2017, waar de rechtbank kennis heeft genomen van de vordering van de officier van justitie mr. M. van der Zwan en van wat verdachte en zijn raadsman mr. R. Jonkers naar voren hebben gebracht.

2 De beschuldiging

Aan verdachte is ten laste gelegd dat hij zich schuldig heeft gemaakt aan witwassen met Bitcoins en dat hij de Opiumwet heeft overtreden. Verdachte zou goederen in huis hebben gehad die dienen ter voorbereiding van drugshandel.1

3 De zaak

De rechtbank acht deze feiten bewezen, en gaat daarbij uit van het volgende.2

- Handelen in Bitcoins

Verdachte was van 2014 tot en met 2017 betrokken bij handel in Bitcoins. Hij heeft daar op de zitting het volgende over verklaard. Verdachte bood Bitcoineigenaren aan om de Bitcoins om te zetten in contanten. Hij kwam in contact door middel van een advertentie op de website localbitcoins.com. Nadat het contact tussen verdachte en de eigenaren was gelegd via Twitter of Telegram werden de Bitcoins door de eigenaren overgeschreven, ofwel naar de wallet van verdachte ofwel naar de wallet van de Bitcoin verkoopmaatschappijen Bitonic of Coinvert. Bitonic en Coinvert betaalden de verkoopprijs uit per bank en maakte de bedragen telkens over naar de bankrekeningen van verdachte of van twee van zijn ex-vriendinnen, [naam ex-vriendin 1] en [naam ex-vriendin 2] .

In totaal is er in de ten laste gelegde periode een bedrag van € 447.882,65 naar deze bankrekeningen overgemaakt.3 Verdachte nam het grootste deel van dit geld contant op4 en overhandigde dat, naar eigen zeggen binnen 24 uur, aan de Bitcoineigenaren. Het restant dat achterbleef op de rekeningen was voor het grootste deel de fee die verdachte voor zijn diensten ontving. Verdachte fungeerde dus als tussenpersoon bij de omzetting van Bitcoins in contanten, waardoor de anonimiteit van de Bitcoineigenaar gewaarborgd bleef.5 Dit maakt dat de rechtbank bewezen acht dat verdachte Bitcoins heeft verworven, voorhanden gehad, omgezet en overgedragen. Ook heeft hij verhuld en verborgen wie de rechthebbenden waren en wie de Bitcoins voorhanden hebben gehad.

- Herkomst van de Bitcoins

De stortingen van de Bitcoingelden op de bankrekeningen van verdachte en [naam medeverdachte] hebben ertoe geleid dat SNS Bank drie meldingen van verdachte transacties heeft gemaakt bij FIU‑Nederland.6 Naar aanleiding van deze melding is onderzoek gedaan naar de door verdachte omgewisselde Bitcoinadressen. Uit dat onderzoek, dat is uitgevoerd met behulp van het programma Chainalysis, blijkt dat meer dan de helft van de Bitcoins binnen één of twee tussenstappen is terug te voeren naar Darkweb markten.7

Volgens de raadsman mogen de resultaten van Chainalysis niet gebruikt worden voor het bewijs, nu dat programma niet inzichtelijk en daarom niet controleerbaar is. Door dat programma toch te gebruiken zijn vormen verzuimd en is verdachtes recht op een eerlijk proces geschonden. Het aangewezen rechtsgevolg daarvan is volgens de raadsman bewijsuitsluiting. De rechtbank gaat niet mee in dit verweer. De raadsman heeft niet aangegeven op welke punten het programma mogelijk tekort schiet of niet inzichtelijk is. Ook zijn er geen aanknopingspunten genoemd die er op duiden dat het programma onjuiste resultaten laat zien. Het enkele feit dat er berekeningen in programmatuur gemaakt worden die voor een leek niet makkelijk te doorgronden zijn maakt niet dat een dergelijk programma niet gebruikt zou mogen worden omdat er dan sprake is van een oneerlijk proces. Dit geldt te meer als er tegenmaatregelen te nemen zijn om meer grip te krijgen op de resultaten van Chainalysis. De rechtbank constateert dat er naast Chainalysis andere onderzoeksprogramma’s bestaan waarmee de herkomst van de Bitcoins onderzocht zou kunnen worden. De raadsman heeft niet geprobeerd de uitkomst van Chainalysis te vergelijken met zo’n ander onderzoeksprogramma. Mocht uitvoering van zo’n onderzoek zelf te moeilijk zijn, dan heeft de raadsman ook niet gevraagd om een contra-expertise.. Omdat verdachte dus wel de mogelijkheid had zich tegen de uitkomsten van Chainalysis te verweren en verder ook niet aannemelijk is gemaakt dat de onderzoeksresultaten onjuist zouden zijn, kunnen de uitkomsten van dat onderzoek gewoon gebruikt worden en is het recht op een eerlijk proces niet geschonden.

De rechtbank gaat daarom uit van de juistheid van die resultaten en constateert dat een deel van de door verdachte verhandelde Bitcoins gelieerd zijn aan Darkweb markten.

- Witwassen als brondelict

Volgens de officier van justitie kan het niet anders dan dat verdachte wist dat de Bitcoins die hij in handen kreeg van witwassen afkomstig zijn, vanwege de connectie van de Bitcoins met Darkweb markten en de onmiskenbare wens van de Bitcoineigenaren om anoniem te blijven. Het witwassen door verdachte, met het witwassen door de Bitcoineigenaren als brondelict, kan volgens de officier van justitie dan ook tot een bedrag van ruim drie ton worden bewezen.

De rechtbank gaat niet mee in die conclusie. De rechtbank deelt wel het standpunt van de officier van justitie dat Darkweb markten in de regel worden gebruikt voor criminele doeleinden en dat daarbij Bitcoins worden gebruikt als betaalmiddelen.8 Uit het dossier kan echter niet worden vastgesteld dat verdachte wist, of daar ernstig rekening mee moest houden, dat de Bitcoins die hij verhandelde afkomstig waren van Darkweb markten en dus dat het criminele Bitcoins waren. Waar die bitcoins vandaan kwamen wist hij immers niet. Het witwassen van Bitcoins door de Bitcoineigenaren kan daarom volgens de rechtbank niet als brondelict worden aangenomen voor enige (witwas)handeling van verdachte.

- Het vermoeden van witwassen

Dat er geen brondelict kan worden vastgesteld voor een (witwas)handeling, betekent nog niet dat verdachte niet heeft witgewassen. Om dat vast te stellen moet de zaak beoordeeld worden aan de hand van het toetsingskader (ook wel genoemd het 6-stappenplan) dat is gegeven door het gerechtshof te Amsterdam.9 In het kader hiervan herhaalt de rechtbank de conclusie die hiervoor is weergegeven, dat er geen brondelict kan worden vastgesteld. Vervolgens moet de rechtsbank beoordelen of er een vermoeden was dat de Bitcoins afkomstig waren uit enig misdrijf en er aldus een vermoeden van witwassen bestaat.

De raadsman heeft op zitting gezegd dat als de uitkomsten van Chainalysis gebruikt mogen worden, hij begrijpt dat er sprake is van zo’n vermoeden. Verdachte heeft op de zitting verklaard dat hij weet dat Bitcoins in het criminele circuit worden gebruikt als betaalmiddel. Daarmee heeft verdachte het vermoeden van enig misdrijf gehad, zoals hij ook op de zitting heeft verklaard. Verdachte heeft verder verklaard dat hij adverteerde met anonimiteit en dat hij geen onderzoek deed naar de personen met wie hij handelde en de herkomst van de Bitcoins.10 Bij de politie heeft verdachte verklaard dat zijn klanten waarschijnlijk anoniem wilden blijven om de FIOD niet op hun dak te krijgen11.

Verdachte heeft overigens verklaard dat zijn vermoeden van een criminele herkomst steeds werd ontkracht, doordat Bitonic de herkomst van de Bitcoins controleerde en om die reden ook één transactie heeft geweigerd. Verdachte mocht er volgens eigen zeggen daarom van uitgaan dat de andere transacties schoon waren. Ook waren zijn klanten gewone mensen, zoals huisvaders en studenten, en ging het om kleine bedragen van maximaal € 2.500,00, waardoor hij niet het vermoeden kreeg dat het schimmige types waren die iets verkeerd deden. Tot slot vindt verdachte dat hij voor transacties van minder dan € 15.000,00 niet hoeft te controleren waar de producten vandaan komen.

Hier gaat de rechtbank niet in mee. Uit niets van wat verdachte naar voren heeft gebracht is gebleken dat Bitonic de herkomst van de Bitcoins controleerde en voor zover dat al gebeurde, dan betekent dat niet dat verdachte niet zelf alsnog de plicht had om een eigen controle uit te voeren. Dit heeft verdachte echter nooit gedaan terwijl hij, zoals hij op de zitting heeft gezegd, van tevoren niet eens wist met wie hij zaken deed. De onderzoeksbevindingen van Chainalysis bevestigen het vermoeden dat de Bitcoins afkomstig zijn uit enig misdrijf.12

Het voorgaande betekent dat de rechtbank vindt dat er sprake is van een vermoeden van witwassen.

- Heeft verdachte een concrete, min of meer verifieerbare en op voorhand niet onaannemelijke verklaring voor de herkomst van het geld of de goederen?

De volgende stap die de rechtbank volgens de aangehaalde uitspraak van het Hof moet zetten, is te kijken of verdachte een concrete en te controleren verklaring heeft voor de herkomst van de Bitcoins.

Verdachte heeft gezegd dat een deel van de door hem via Bitonic geruilde Bitcoins afkomstig was van klanten voor wie hij als tussenpersoon optrad (zie hierboven). Het andere deel van de Bitcoins zegt verdachte ontvangen te hebben als betaalmiddel voor goederen die hij verkocht. Dit betrof handel in ditjes en datjes, zoals een fiets, zonnebrillen, pornobladen13.

De rechtbank stelt vast dat beide wijzen van verkrijgen van Bitcoins niet te verifiëren zijn. Verdachte heeft ook geen enkel aanknopingspunt gegeven om zijn verhaal te kunnen bevestigen. Daar waar verdachte naar eigen zeggen wel een aanknopingspunt had kunnen geven, bijvoorbeeld gegevens verstrekken van studenten die via hem Bitcoins zouden hebben ingewisseld, is hij niet bereid die te geven omdat die studenten anders eenzelfde behandeling van de politie zouden krijgen als verdachte.

De rechtbank stelt voorts vast dat verdachte ook niet consistent is in zijn verklaringen. Zo heeft hij bij de politie verteld dat hij 10 a 15 euro per transactie ontving terwijl hij op zitting zegt daarbovenop ook steeds een percentage van het te wisselen bedrag kreeg. Ook kwam verdachte pas op zitting met de verklaring dat hij Bitcoins inwisselde voor studenten. Naar eigen zeggen waren studenten zo’n 60 a 70% van zijn klanten. De rechtbank begrijpt niet waarom verdachte zulke omstandigheden, als het waar zou zijn, niet al bij de politie heeft verteld. Al met al; acht de rechtbank verdachte niet geloofwaardig in zijn verklaring over de herkomst van de bitcoins.

Omdat verdachte geen aanknopingspunten aanreikt voor onderzoek naar de herkomst van de Bitcoins, gaat de rechtbank ervan uit dat de Bitcoins een criminele herkomst hebben.

- De periode, de gewoonte en het bedrag

Verdachte heeft verklaard dat hij in 2013 of 2014 is begonnen met het handelen in Bitcoins en dat hij dit in ieder geval tot en met 2016 heeft gedaan. Soms ging het om zes of zeven transacties per dag. Ook in 2017 heeft hij nog meerdere Bitcoinstransacties uitgevoerd, maar aanzienlijk minder dan in de jaren daarvoor.14 De rechtbank acht de gehele ten laste gelegde periode bewezen.

Zoals al genoemd is in totaal in deze gehele periode een bedrag van € 447.882,65 naar de bankrekeningen overgemaakt, hetgeen is gebeurd in zeer veel kleinere transacties. Op Darkweb markten wordt vrijwel uitsluitend in illegale goederen gehandeld en op die markten is een betaling in Bitcoins vereist. Op grond daarvan gaat de rechtbank ervan uit dat nagenoeg alle bitcoins die van Darkweb markten afkomstig zijn, een criminele herkomst hebben. Uit het onderzoek van Chainalysis kan zoals eerder genoemd worden afgeleid dat een groot deel van de door verdachte verhandelde Bitcoins indirect afkomstig is van dergelijke Darkweb markten. Op basis daarvan stelt de rechtbank vast dat in ieder geval een groot deel van de door verdachte verzilverde Bitcoins een criminele herkomst heeft. De rechtbank wijst verder op het arrest van de Hoge Raad van 23 november 2010.15 Hieruit volgt dat uit de wetgeschiedenis bij artikel 420bis en 420quater van het Wetboek van Strafrecht als bedoeling van de wetgever moet worden afgeleid dat deze met het oog op een effectieve bestrijding van het witwassen het noodzakelijk achtte om niet alleen voorwerpen onder het bereik van de witwasbepalingen te brengen die onmiddellijk of middellijk van misdrijf afkomstig zijn, maar ook voorwerpen die gedeeltelijk van misdrijf afkomstig zijn. Ook vertelt de wetsgeschiedenis dat in het geval dat van misdrijf afkomstige vermogensbestanddelen zijn vermengd met vermogensbestanddelen die zijn verkregen door middel van legale activiteiten, het vermengde vermogen kan worden aangemerkt als mede of deels uit misdrijf afkomstig. Daarom is de rechtbank van oordeel dat het gehele verzilverde bedrag aan Bitcoins door vermenging als - onmiddellijk of middellijk - van misdrijf afkomstig moet worden aangemerkt.

De duur van deze periode en de grote hoeveelheid aan transacties die verdachte heeft uitgevoerd maken dat de rechtbank bewezen acht dat verdachte van het witwassen een gewoonte heeft gemaakt.

- Medeplegen

Uit het dossier is gebleken dat een deel van de gelden door Bitonic is overgemaakt naar bankrekeningen van [naam medeverdachte] . Verdachte heeft hierover verklaard dat hij samenwerkte met [naam medeverdachte] .16 Dit vindt steun in onder meer de verklaring van [naam medeverdachte] dat zij haar bankpas, en daarmee haar bankrekening, ter beschikking stelde aan verdachte en het feit dat [naam medeverdachte] ook zelf het opnamelimiet van haar bankrekening heeft verhoogd.17 De rechtbank acht daarom bewezen dat hij en [naam medeverdachte] nauw en bewust hebben samengewerkt bij het witwassen van Bitcoins. Daarnaast hebben ook de klanten die Bitcoins via verdachte omwisselden nauw en bewust met verdachte samengewerkt.

- Voorbereiden van drugshandel

De verdenking van betrokkenheid bij witwassen heeft ertoe geleid dat verdachte op 12 juli 2017 is aangehouden. Na zijn aanhouding werd de woning van verdachte doorzocht. In verdachtes woning zijn onder meer aangetroffen grote hoeveelheden enveloppen en dozen, een weegschaal, acht plastic bakjes, laptops en telefoons en inloggegevens voor Darkweb markten.18 De plastic bakjes zijn onderzocht door het NFI en uit dat onderzoek blijkt dat op alle bakjes sporen van verschillende soorten drugs, onder meer amfetamine en heroïne als ook versnijdingsmiddel, bevatten.19

Verdachte heeft over deze spullen verklaard dat hij, zoals hierboven al aangehaald, handelde in ditjes en datjes, zoals zonnebrillen. Ook verkocht hij voor een vriend porno gerelateerde collectorsitems op Darkweb markten. Het verpakkingsmateriaal was bedoeld om deze goederen te sturen naar de kopers. Verdachte gebruikt ook recreatief drugs, die hij inkoopt met vrienden en die zij dan verdelen. Het is dus goed mogelijk dat er sporen van drugs in zijn woning zijn aangetroffen, maar verdachte heeft benadrukt dat het voor eigen gebruik is geweest.

De rechtbank passeert dit verweer. Het aantreffen van de combinatie van deze goederen tezamen maakt dat een verklaring wordt verlangd over het legitieme bezit daarvan. Ze duiden er immers op te zijn bedoeld voor het handelen in drugs en het voorbereiden daarvan. De verklaring die verdachte heeft gegeven voor deze goederen is niet consistent. Zo heeft verdachte bijvoorbeeld bij de politie verklaard dat hij maar 20 à 30 enveloppen had gebruikt terwijl hij op zitting toegeeft veel meer enveloppen gebruikt te hebben. Hij zou die gebruikt voor de overdracht van het contante geld aan de persoon van wie hij bitcoins zou hebben verkocht, aldus de verdachter ter zitting. Die enveloppen waren echter, zoals hij bij de politie heeft verklaard, niet alleen voor het verzenden van porno maar ook voor het verzenden van allerlei ander handelswaar. Verdachte heeft geen begrijpelijke reden kunnen geven waarom zijn verklaring op zitting zo verschilt van die bij de politie. Daarnaast zijn de verklaringen van verdachte ook ten aanzien van dit feit niet controleerbaar.

Verder heeft een onbekend gebleven persoon in een chatgesprek aan verdachte gevraagd of hij voor hem iets met een L een S en een D kan regelen. Verdachte antwoordt in die chat dat hij dit kan. Ter zitting heeft verdachte erkend dat dit gesprek om de drug LSD ging20.

De rechtbank gaat er daarom van uit dat verdachte de in zijn woning aangetroffen goederen had voor - de voorbereiding van - zijn drugshandel en acht dat feit dus bewezen.

4 De bewezenverklaring

De rechtbank oordeelt op grond van de bewijsmiddelen dat verdachte

1.

in de periode van 1 januari 2014 tot en met 12 juli 2017, te Nijmegen, tezamen en in vereniging met anderen,

a)

telkens van voorwerpen, te weten Bitcoins en geldbedragen van in totaal 447.882,65 euro, de herkomst heeft verhuld, heeft verborgen en verhuld wie de rechthebbende(n) op genoemde voorwerpen was/waren en heeft verborgen en verhuld wie genoemde voorwerpen voorhanden heeft/hebben gehad, en

b)

telkens voorwerpen, te weten Bitcoins en geldbedragen van in totaal 447.882,65 euro, heeft verworven, voorhanden heeft gehad, heeft overgedragen en heeft omgezet,

terwijl hij en zijn mededaders wist(en), althans redelijkerwijs moest(en) vermoeden dat bovenomschreven goederen en geldbedragen – onmiddellijk of middellijk - afkomstig waren uit enig misdrijf, terwijl hij, verdachte, en zijn mededaders van het plegen van dat feit een gewoonte hebben gemaakt;

2.

op 12 juli 2017, te Nijmegen, om een feit, bedoeld in het vierde lid van artikel 10 van de Opiumwet, te weten het opzettelijk bewerken, verwerken, verkopen, afleveren en verstrekken van een hoeveelheid van een materiaal bevattende DMT (dimethyltryptamine), MDA, MDMA, MDEA, N-ethylMDA, amfetamine (te weten zogeheten XTC-pillen) en heroine (4,5-epoxy-17-methylmorfinan-3,6-diyl-diacetaat), zijnde telkens middelen vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst I, voor te bereiden, voorwerpen te weten verpakkingsmaterialen, enveloppen, adressenbestanden, een grammenweegschaal, laptops, mobiele telefoons, bitcoins en accountgegevens van Darkweb markten, voorhanden heeft gehad, waarvan verdachte wist dat die bestemd waren tot het plegen van dat feit.

5 De strafbaarheid

Het staat dus vast dat verdachte strafbare feiten heeft begaan. Om een straf te kunnen opleggen, moet de verdachte strafbaar zijn. De rechtbank vindt dat de verdachte in dit geval strafbaar is. Er zijn namelijk geen omstandigheden genoemd of gebleken die maken dat de verdachte niet strafbaar is (zoals bijvoorbeeld dat de verdachte geheel ontoerekeningsvatbaar zou zijn).

6 De straf

De officier van justitie vindt dat verdachte voor de bewezen feiten 24 maanden gevangenisstraf moet krijgen. De dagen die verdachte al vastzit kunnen daarvan afgetrokken worden. De verdediging vindt dat als er straf opgelegd moet worden, de tijd die verdachte nu al in voorarrest heeft doorgebracht voldoende is.

De rechtbank is van oordeel dat de eis te hoog is, maar dat ook niet kan worden volstaan met een straf gelijk aan de tijd die verdachte tot nu toe vastzit. De rechtbank vindt een gevangenisstraf van 20 maanden, waarvan 8 maanden voorwaardelijk passend.

De rechtbank weegt bij de strafoplegging en de duur daarvan het volgende mee. Verdachte heeft zich samen met [naam medeverdachte] en meerdere Bitcoineigenaren gedurende ruim drie jaar bezig gehouden met witwassen. Dat is een ernstig feit dat de integriteit van het financiële handelsverkeer schaadt als ook het vertrouwen dat mensen in dat handelsverkeer moeten kunnen hebben. Om zoveel als mogelijk in gelijke gevallen dezelfde straf op te leggen heeft het Landelijk Overleg Vakinhoud Strafrecht van de gerechtshoven en de rechtbanken (LOVS) oriëntatiepunten voor straftoemeting opgesteld. Hier houdt de rechtbank rekening mee. In de oriëntatiepunten staat dat een gevangenisstraf van 12 tot 18 maanden een passende straf is voor het witwassen van een bedrag gelegen tussen de €250.000,- en €500.000. In dit geval is een bedrag van 447.000 euro witgewassen. De rechtbank acht gelet op de oriëntatiepunten voor dit feit in beginsel dan ook een gevangenisstraf van 17 maanden op zijn plaats.

Daar komt bij dat verdachte goederen in huis heeft gehad die dienen ter voorbereiding van drugshandel. Het is algemeen bekend dat het gebruik van harddrugs een groot gevaar oplevert voor de gezondheid van anderen. Dit maakt drugshandel, en dus ook het handelen van verdachte, een erg kwalijk feit. De rechtbank zal voor dit feit een gevangenisstraf van 8 maanden als uitgangspunt nemen. In totaal neemt de rechtbank 25 maanden gevangenisstraf tot uitgangspunt.

De medische situatie van verdachte is echter een sterk strafverminderende factor. Uit het dossier en op de zitting is gebleken dat verdachte ernstige nierproblemen heeft. Hij heeft een niertransplantatie ondergaan waarna afstotingsverschijnselen ontstonden. Problemen met het inregelen van medicatie tijdens zijn detentie hebben ertoe geleid dat hij gedurende deze detentie intensieve medische zorg nodig heeft en zijn mogelijk mede de oorzaak van de afstotingsverschijnselen. Hoewel niet is gebleken dat verdachte detentieongeschikt is, constateert de rechtbank wel dat detentie verdachte zwaarder valt dan een ander persoon. De rechtbank zal dit strafverminderend laten doorwerken en daarom vijf maanden minder opleggen dan het uitgangspunt van 25 maanden; te weten 20 maanden en daarvan een groot deel voorwaardelijk opleggen.

De rechtbank heeft tot slot kennis genomen van het strafblad van verdachte. Daaruit blijkt dat hij in zijn leven vaak is veroordeeld voor verschillende soorten strafbare feiten. De straffen die steeds aan verdachte zijn opgelegd hebben hem er niet van weerhouden opnieuw de fout in te gaan. De rechtbank vindt het daarom extra van belang om een deel van de straf voorwaardelijk op te leggen, zodat verdachte aangespoord wordt om zich na zijn detentie niet opnieuw in te laten met strafbare feiten. De rechtbank acht een voorwaardelijk strafdeel van 8 maanden passend.

7 Het beslag

Onder verdachte zijn verschillende voorwerpen in beslag genomen. Het gaat hierbij met name om papieren, administratie, verpakkingen, elektronica en drugs.21

- Verbeurdverklaring

De in beslag genomen voorwerpen zijn van verdachte en hij kan met deze voorwerpen doen wat hij wil. De voorwerpen genoemd onder nummers 10 tot en met 24, 27 tot en met 31 en 34 tot en met 37 van de beslaglijst heeft verdachte gebruikt om de bewezen feiten te begaan. Om die reden verklaart de rechtbank deze voorwerpen verbeurd.

- Onttrekking aan het verkeer

De voorwerpen onder nummers 25, 26, 32 en 33 van de beslaglijst zijn drugs en drugs gerelateerde goederen. Het bezit daarvan is in strijd met de wet en het algemeen belang en daarom onttrekt de rechtbank deze goederen aan het verkeer.

8 De wet

De beslissing, de op te leggen straffen en de op te leggen maatregel vinden hun oorsprong in de artikelen 33, 33a, 36b, 36c, 36d, 47, 57 en 420ter van het Wetboek van Strafrecht en artikel 10a van de Opiumwet.

9 De beslissing in het kort

De rechtbank komt op grond van het voorgaande tot de volgende beslissing.

Verklaart bewezen dat verdachte het ten laste gelegde heeft begaan zoals zij hiervoor in rubriek 4 heeft vermeld.

Verklaart niet bewezen wat aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor is bewezen verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij.

Het onder 1 bewezen verklaarde levert op: ‘medeplegen van gewoontewitwassen’.

Het onder 2 bewezen verklaarde levert op: ‘om een feit, bedoeld in het vijfde lid van artikel 10 van de Opiumwet, voor te bereiden, voorwerpen voorhanden hebben, waarvan hij weet dat zij bestemd zijn tot het plegen van dat feit’.

Verklaart het bewezene strafbaar.

Verklaart verdachte, [naam verdachte] , daarvoor strafbaar.

Veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf van 20 (twintig) maanden.

Beveelt dat de tijd die door veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van die straf in mindering gebracht zal worden.

Beveelt dat een gedeelte, groot 8 (acht) maanden, van deze gevangenisstraf niet zal worden ten uitvoer gelegd, tenzij later anders wordt gelast.

Stelt daarbij een proeftijd van 2 (twee) jaren vast.

De tenuitvoerlegging kan worden gelast indien veroordeelde zich voor het einde van de proeftijd aan een strafbaar feit schuldig maakt.

Verklaart verbeurd:

10. Document A4 met pin en wachtwoorden (in groen geschreven)

11. Document wit gescheurd blad met wachtwoorden

12. Laptop Kl:grijs HP zonder voeding

13. Laptop Kl:zwart ASUS [serie/typenummer] geen voeding

14. GSM zaktelefoon Kl:zwart IPHONE in gekleurd hoesje met bloemen

15. Document fact. FF'n auto huren, tnv verd. + 2 tankbonnen + aantekeningen

16. Document enveloppe open env. gem Nijmegen met aantek. op achterkant

17. Harddisk AIRY item [item-nummer]

18. GSM zaktelefoon ALCATEL Onetouch tel met zw. scherm en witte achtergrond

19. Computer QWARE [serienummer] blauw met zwart scherm

20. Telefoontoestel Kl:Zwart ACER

21. Document Kl:wit aantek/berekeningen op 1 groot wit blad

22. Hoes aantekeningen op hoesje cd rom

23. Weegschaal in cd hoesje met opschr." [naam opschrift]

24. Simkaart LYCA MOBILE pre paid hoesje en sim

27. GSM zaktelefoon Kl:zwart SAMSUNG Galaxy J3

28. Briefpost: 2x DeutschePost, 1x Post NL

29. Enveloppe Kl:rode+witte groot aantal rode en witte grote enveloppen

30. DS Doos doorzichtige plastic dozen met blauwe rand

31. Document div admin.bescheiden

34. Document diverse bonnen/verzendbewijzen/post

35. Harddisk PHILIPS 32 gb USB stick

36. Document fact.100002909 dd 8/8/12 [documentnaam] .

37. Pakketpost geen inhoud, [naam bedrijf] te Obdam tnv verdachte

Verklaart onttrokken aan het verkeer:

25. Pil potje met pillen met opschrift Tamoxifen Cit

26. Drugs soft drugs

32. Ampul plastic zakje met lege ampullen

33. Poeder 2 zakjes met wit poeder

Dit vonnis is gewezen door

mr. P.P.C.M. Waarts, voorzitter,

mrs. M. Vaandrager en R.H.G. Odink, rechters,

in tegenwoordigheid van de griffier,

en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank van 19 december 2017.

Bijlage I – De tenlastelegging

Aan verdachte is, na wijziging op de zitting van 5 december 2017, ten laste gelegd dat

1.

hij in of omstreeks de periode van 1 januari 2014 tot en met 12 juli 2017, te Alphen aan den Rijn en/of Nijmegen, in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, meermalen, althans eenmaal,

a)

(telkens) van één of meerdere voorwerpen, te weten een (grote) hoeveelheid bitcoins en/of een (grote) hoeveelheid chart(a)l(e) en/of gira(a)l(e) en/of contant(e) (grote) geldbedrag(en) van in totaal 447.882,65 euro, te weten 305.869,07 euro en/of 142.013,58 euro, althans enig(e) geldbedrag(en),

de werkelijke aard, de herkomst, de vindplaats, de vervreemding, de verplaatsing heeft verborgen en/of verhuld, en/of heeft verborgen en/of verhuld wie de rechthebbende(n) op genoemde voorwerpen was/waren, en/of heeft verborgen en/of verhuld wie genoemde voorwerpen voorhanden heeft/hebben gehad,

terwijl hij, verdachte, en/of zijn mededader(s) wist (en), althans redelijkerwijs moest (en) vermoeden dat bovenomschreven voorwerp (en) - onmiddellijk of middellijk - afkomstig was/waren uit enig(e) misdrijf/misdrijven,

terwijl hij, verdachte, en/of zijn mededader(s) van het plegen van dat feit een gewoonte heeft/hebben gemaakt,

en/of

b)

(telkens) een of meerdere voorwerpen, te weten een (grote) hoeveelheid bitcoins en/of een (grote) hoeveelheid charta(a)l(e) en/of gira(a)l(e) en/of contant(e) (grote) geldbedrag(en) van in totaal 447.882,65 euro, te weten 305.869,07 euro en/of 142.013,58 euro, althans enig(e) geldbedrag(en),

heeft verworven en/of voorhanden heeft gehad en/of heeft overgedragen en/of heeft omgezet, althans van een of meerdere voorwerp(en), te weten van vorengenoemd(e) goed(eren) en/of geldbedrag(en) gebruik heeft gemaakt,

terwijl hij en/of zijn mededader(s) wist(en),althans redelijkerwijs moest(en) vermoeden, dat bovenomschreven goed(eren) en/of geldbedrag(en) – onmiddellijk of middellijk - afkomstig was/waren uit enig(e) misdrijf/misdrijven,

terwijl hij, verdachte, en/of zijn mededader(s) van het plegen van dat feit een gewoonte heeft/hebben gemaakt.

2.

hij op een of meer tijdstippen in op of omstreeks de periode van 1 januari 2014 tot en met 12 juli 2017, te Nijmegen, in elk geval in Nederland,

om een feit, bedoeld in het vierde of vijfde lid van artikel 10 van de Opiumwet, te weten het opzettelijk binnen of buiten het grondgebied van Nederland brengen en/of telen, bereiden, bewerken, verwerken, verkopen, afleveren, verstrekken en/of vervoeren van een hoeveelheid van een materiaal bevattende DMT (dimethyltryptamine) en/of MDA en/of MDMA en/of MDEA en/of N-ethylMDA en/of amfetamine (te weten zogeheten XTC-pillen) en/of heroine

(4,5-epoxy-17-methylmorfinan-3,6-diyl-diacetaat), zijnde DMT (dimethyltryptamine) en/of MDA en/of MDMA en/of MDEA en/of N-ethylMDA en/of amfetamine (te weten zogeheten XTC-pillen) en/of heroine (4,5-epoxy-17-methylmorfinan-3,6-diyl-diacetaat),(telkens) een middel vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst I

en/of (een) ander(e) materia(a)l(en) bevattende (een) middel(en) vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst I,

voor te bereiden en/of te bevorderen voorwerpen en/of vervoermiddelen en/of stoffen en/of gelden en/of andere betaalmiddelen, te weten:

- verpakkingsmateria(a)l(en)en/of enveloppen en/of adressenbestanden en/of

- een (grammen)weegschaal en/of

- een of meerdere laptops en/of een of meerdere mobiele telefoons en/of

- bitcoins en/of

- inloggegevens en/of accountgegevens en/of verzendbewijzen van (darkweb)markt(en), zoals Valhalla en/of Hansa Market

en/of/althans andere voorwerpen en/of vervoermiddelen en/of stoffen en/of gelden en/of andere betaalmiddelen voorhanden heeft gehad, waarvan verdachte wist of ernstige redenen had te vermoeden dat dat/die bestemd was/waren tot het plegen van dat/die feit(en).

1 De tekst van de integrale tenlastelegging is opgenomen in bijlage I die aan dit vonnis is gehecht.

2 De weergegeven bewijsmiddelen bevinden zich, tenzij anders vermeld, in de dossiers van de FIOD-ECD met dossiernummer [dossiernummer] . De in de voetnoten als processen-verbaal aangeduide bewijsmiddelen zijn in de wettelijke vorm opgemaakt door daartoe bevoegde opsporingsambtenaren en voldoen aan de daaraan bij de wet gestelde eisen. Verwezen wordt naar de desbetreffende documentnummers en pagina’s in de dossiers.

3 [proces-verbaalnummer 1] (p.2-3), [proces-verbaalnummer 2] (p.1-2), [proces-verbaalnummer 3] (p.1) en [proces-verbaalnummer 4] (p.1).

4 [proces-verbaalnummer 1] (p.2,4), [proces-verbaalnummer 5] (p.1), [proces-verbaalnummer 2] (p.1-2) en [proces-verbaalnummer 6] (p.1).

5 De verklaring van verdachte zoals afgelegd ter zitting van 5 december 2017 en neergelegd in dat proces-verbaal.

6 [proces-verbaalnummer 7] (p.2).

7 [proces-verbaalnummer 7] (p.1-5) en [proces-verbaalnummer 8] (p.1-18).

8 [proces-verbaalnummer 9] (p.1-4).

9 Vlg. ECLI:NL:GHAMS:2013:BY8481.

10 De verklaring van verdachte zoals afgelegd ter zitting van 5 december 2017 en neergelegd in dat proces-verbaal.

11 [proces-verbaalnummer 10]

12 [proces-verbaalnummer 7] (p.1-5).

13 De verklaring van verdachte zoals afgelegd ter zitting van 5 december 2017 en neergelegd in dat proces-verbaal.

14 De verklaring van verdachte zoals afgelegd ter zitting van 5 december 2017 en neergelegd in dat proces-verbaal.

15 HR 23 november 2010, NJ 2011, 44.

16 De verklaring van verdachte zoals afgelegd ter zitting van 5 december 2017 en neergelegd in dat proces-verbaal.

17 [proces-verbaalnummer 11] (p.5-7).

18 [proces-verbaalnummer 12] Bijlage 1 (p.1-2) en de verklaring van verdachte zoals afgelegd ter zitting van 5 december 2017 en neergelegd in dat proces-verbaal.

19 [proces-verbaalnummer 13] (p.1-3) en [proces-verbaalnummer 14] (p.1-2).

20 De verklaring van verdachte zoals afgelegd ter zitting van 5 december 2017 en neergelegd in dat proces-verbaal.

21 De beslaglijst is opgenomen in bijlage II die aan dit vonnis is gehecht.