Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBROT:2017:10144

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
22-12-2017
Datum publicatie
02-01-2018
Zaaknummer
5774745 CV EXPL 17-7886
Rechtsgebieden
Verbintenissenrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Bestuurdersaansprakelijkheid op grond van onrechtmatige daad

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
AR 2018/25
WR 2018/89
INS-Updates.nl 2018-0104
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

zaaknummer: 5774745 CV EXPL 17-7886

uitspraak: 22 december 2017

vonnis van de kantonrechter, zitting houdende te Rotterdam,

in de zaak van

1 [eiser 1]

2. [eiser 2]

beiden wonende te [plaatsnaam] ,

eisers,

gemachtigden: mr. J. G. Verhaart en mr. E. Rutjes, advocaten te Rotterdam.

tegen

1. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

Rotterdamse Verhuur Makelaars B.V.,

gevestigd en kantoorhoudende te Rotterdam,

2. [gedaagde 2],

wonende te Papendrecht,

3. [gedaagde 3],

wonende te [plaatsnaam] ,

gedaagden,

gemachtigde: mr. D. L. A. Voskuilen, advocaat te Rotterdam,

Partijen worden hierna aangeduid als “ [eiser ] ” (waarbij de enkelvoudige vorm zal worden gebruikt), “RVM”, “ [gedaagde 2] ” en “ [gedaagde 3] ”.

1 Het verloop van de procedure

1.1

Het verloop van de procedure volgt uit de volgende processtukken, waarvan de kantonrechter kennis heeft genomen:

  • -

    de exploten van dagvaarding van 16 en 17 februari 2017 met 13 producties;

  • -

    de conclusie van antwoord;

  • -

    het vonnis d.d. 15 mei 2017, waarin de kantonrechter een comparitie van partijen heeft gelast;

  • -

    het proces-verbaal van de op 28 augustus 2017 gehouden comparitie van partijen en de naar aanleiding daarvan door mr. Verhaart ingezonden brief.

1.2

De kantonrechter heeft de uitspraak van dit vonnis nader op heden bepaald.

2 De vaststaande feiten

Als enerzijds gesteld en anderzijds erkend, dan wel niet of onvoldoende gemotiveerd weersproken, alsmede op grond van de in zoverre niet weersproken inhoud van de producties, staat tussen partijen het volgende vast.

2.1

RVM, opgericht op 9 november 2015, is een makelaarskantoor dat zich bezighoudt met bemiddeling bij de verhuur van woonruimte. Bestuurder en enig aandeelhouder van RVM is Rhodos Island B.V en bestuurder en enig aandeelhouder van deze vennootschap is [gedaagde 2] .

2.2

[gedaagde 2] was, tot haar ontbinding op 1 maart 2016, bestuurder en enig aandeelhouder van Ansas Vastgoed B.V. Ansas vastgoed was samen met E.J.S. Vastgoed B.V. bestuurder van MVM Wonen B.V. (verder MVM). Bestuurder en enig aandeelhouder van E.J.S. Vastgoed is [gedaagde 3] . MVM is op 1 februari 2016 ontbonden en op 5 april 2016 is geregistreerd dat het ontbonden MVM is opgehouden te bestaan met ingang van 1 februari 2016 omdat geen bekende baten meer aanwezig zijn.

2.3

[eiser ] heeft een woning gehuurd en hij heeft aan MVM op 10 juli 2014 een bemiddelingsvergoeding betaald van € 1.452,--.

Op 8 juli 2016 heeft de kantonrechter te Rotterdam (zaaknummer 4785583) MVM veroordeeld tot het betalen aan [eiser ] van de bemiddelingsvergoeding, rente en kosten, omdat deze vergoeding onverschuldigd werd betaald.

Het vonnis is gebaseerd op het bepaalde in de artikelen 7:417 lid 4 jo 7:427 BW, het verbod om dubbele bemiddelingskosten in rekening te brengen. Vanaf 12 februari 2016 heeft de kantonrechter te Rotterdam meerdere vonnissen gewezen waarin, vaak met een verwijzing naar het arrest van de Hoge Raad van 16 oktober 2015, (ECLI:NL:HR:2015:3099, NJ 2016,108), MVM (en ook andere bemiddelaars) is (zijn) veroordeeld tot terugbetaling van een bemiddelingsvergoeding.

2.4

[eiser ] heeft het onverschuldigd betaalde bedrag niet terug ontvangen.

3 Het geschil

3.1

[eiser ] vordert, samengevat:

Primair:

i. voor recht te verklaren dat [gedaagde 3] en [gedaagde 2] als bestuurders van MVM persoonlijk en hoofdelijk aansprakelijk zijn jegens [eiser ] op grond van een onrechtmatige daad, omdat hen een persoonlijk en ernstig verwijt kan worden gemaakt terzake:

a) het namens MVM aangaan van verbintenissen, terwijl zij wisten dan wel behoorden te begrijpen dat MVM niet aan haar verplichtingen uit hoofde van de bemiddelingsvergoeding en/of de bij het vonnis toegewezen vordering kon voldoen en geen verhaal zou bieden jegens [eiser ] en/of

b) het toelaten en/of bewerkstelligen van het niet nakomen van verplichtingen door MVM, terwijl [gedaagde 3] en [gedaagde 2] wisten of behoorden te begrijpen dat MVM de bemiddelingsvergoeding en/of de bij vonnis toegewezen vordering niet zou nakomen en ook geen verhaal zou kunnen bieden jegens Van er Vliet en/of

[gedaagde 3] en [gedaagde 2] op grond van het voorgaande hoofdelijk te veroordelen tot de betaling van de in het vonnis toegewezen vordering en de kosten in verband met de onderhavige procedure, althans

Subsidiair:

Voor recht te verklaren dat [gedaagde 3] en/of [gedaagde 2] als de personen met de (volledige of overheersende) zeggenschap over MVM en RVM misbruik hebben gemaakt van het identiteitsverschil tussen deze twee rechtspersonen, hetgeen dient te worden gekwalificeerd als onrechtmatige daad door [gedaagde 3] en/of [gedaagde 2] jegens [eiser ] en/of

[gedaagde 3] , [gedaagde 2] en /of RVM op grond van het voorgaande hoofdelijk te veroordelen tot betaling van de in het vonnis toegewezen vordering en de kosten in verband met de onderhavige procedure;

Voorts vordert [eiser ] zowel primair als subsidiair rente en buitengerechtelijke- en proceskosten.

Ter onderbouwing van de vorderingen stelt hij na ontvangst van het vonnis van de kantonrechter vergeefs te hebben gepoogd het toegewezen bedrag te executeren. Na onderzoek is gebleken dat MVM is ontbonden en dat de activiteiten van MVM zijn voortgezet door RVM. Aldaar werden zij te woord gestaan door [gedaagde 3] . Uit de website van RVM blijkt dat deze website nagenoeg gelijk is aan de website van MVM, behoudens de naam en het logo. Het webadres is gelijk aan dat van MVM. De telefoonnummers van MVM en RVM zijn gelijk. De algemene voorwaarden van RVM verwijzen naar de MVM voorwaarden. De LinkedIn pagina van RVM verwijst naar een twitter account van MVM. [gedaagde 2] is bestuurder van RVM en was, samen met [gedaagde 3] , bestuurder van MVM. RVM reageert niet op betalingsverzoeken. MVM is ontbonden met het oog op de procedure waarin [eiser ] de bemiddelingskosten terugvorderde. Dit blijkt uit het feit dat de vennootschap werd ontbonden vlak voor het wijzen van het eerste vonnis tegen MVM. Op grond van het arrest van de Hoge Raad van 8 december 2008 (Ontvanger-Roelofsen) zijn [gedaagde 3] en [gedaagde 2] persoonlijk aansprakelijk voor het niet voldoen aan het vonnis. Door mee te werken aan de turboliquidatie van MVM, terwijl zij wisten of behoorden te weten dat aantoonbare schulden daardoor niet meer betaald zouden kunnen worden hebben zij onrechtmatig gehandeld. Dit handelen kan hen als bestuurders worden aangerekend. Subsidiair is sprake van vereenzelviging tussen RVM en MVM dan wel het maken van misbruik van identiteitsverschil. Op grond van het Rainbow arrest (HR 13 oktober 2000, NJ 2000,698, ECLI:NL:HR:2000:AA7480) hebben [gedaagde 3] en [gedaagde 2] misbruik gemaakt van het identiteitsverschil tussen de twee vennootschappen om zo aan de betalingsverplichtingen van MVM te ontkomen.

3.2

RVM, [gedaagde 2] en [gedaagde 3] voeren verweer. MVM is ontbonden omdat de vennootschap al twee jaar verliezen leed. Door de uitspraak van de Hoge Raad viel haar verdienmodel weg, zodat er ook geen uitzicht bestond op het verbeteren van de resultaten. Met de verkoop van het telefoonnummer en de website voor € 1.800,-- zijn de crediteuren betaald. Faillissement was geen optie wegens het ontbreken van middelen. De ontbinding heeft niets te maken gehad met crediteurenbenadeling. De activiteiten van MVM werden na de Hoge Raad uitspraak onmogelijk en zijn dan ook niet overgedragen. Van een voortzetting is geen sprake. Er is een nieuw kantoor en slechts één van drie personeelsleden is overgenomen. De website en het telefoonnummer zijn gekocht om RVM makkelijker vindbaar te maken voor potentiële klanten. De website was nog niet aangepast omdat RVM op de kosten moet letten. De stellingen van [eiser ] berusten op onjuiste aannames.

Jegens [eiser ] is MVM niet tekortgeschoten. In 2014, toen werd gecontracteerd, was de wijze van bemiddelen en kosten berekenen volkomen legitiem. Het arrest van de Hoge Raad was een verrassing, waar in elk geval MVM en haar bestuurders geen rekening mee hebben gehouden. Het feit dat de uitspraak is gedaan na het stellen van prejudiciële vragen door de kantonrechter te Den Haag wijst er op dat zelfs professionals niet zeker wisten of de toenmalige praktijk geoorloofd was. Gelet op de Beklamel norm kan dan van verwijtbaar handelen van de bestuurders geen sprake zijn. Ook andere crediteuren konden niet worden betaald. MVM heeft voorrang gegeven aan de betaling van loon en huisvesting. Dat is een keuze die MVM vrij staat wanneer niet alle crediteuren betaald kunnen worden.

MVM kon niet aan het vonnis voldoen, omdat zij had opgehouden te bestaan. Er waren geen middelen meer. Het ontbindingsbesluit was niet onrechtmatig.

4 De beoordeling van de vorderingen

4.1

De bestuurdersaansprakelijkheid

4.1.1

De primaire vordering ziet niet op RVM, maar is gebaseerd op de persoonlijke en hoofdelijke aansprakelijkheid van [gedaagde 2] en [gedaagde 3] als bestuurder van een B.V. Deze B.V.’s waren samen bestuurder van MVM.

Een bestuurder van en vennootschap kan persoonlijk aansprakelijk zijn voor zijn handelen of nalaten als bestuurder als die gedraging als onrechtmatig kan worden aangemerkt.

4.1.2

In HR 5 september 2014, ECLI:NL:HR:2014:2627, NJ 2015,22(RCI/X) vat de Hoge Raad samen in welke gevallen de bestuurder van een vennootschap, naast de vennootschap, aansprakelijk kan zijn voor schade die een schuldeiser van de vennootschap lijdt:

“Indien een vennootschap tekortschiet in de nakoming van een verbintenis of een onrechtmatige daad pleegt, is uitgangspunt dat alleen de vennootschap aansprakelijk is voor daaruit voortvloeiende schade. Onder bijzondere omstandigheden is evenwel, naast aansprakelijkheid van die vennootschap, ook ruimte voor aansprakelijkheid van een bestuurder van de vennootschap. Voor het aannemen van zodanige aansprakelijkheid is vereist dat die bestuurder ter zake van de benadeling persoonlijk een ernstig verwijt kan worden gemaakt. Aldus gelden voor het aannemen van aansprakelijkheid van een bestuurder naast de vennootschap hogere eisen dan in het algemeen het geval is. Het antwoord op de vraag of de bestuurder persoonlijk een ernstig verwijt kan worden gemaakt, is afhankelijk van de aard en ernst van de normschending en de overige omstandigheden van het geval. Indien de bestuurder namens de vennootschap een verbintenis is aangegaan en de vordering van de schuldeiser onbetaald blijft en onverhaalbaar blijkt, kan persoonlijke aansprakelijkheid van de bestuurder worden aangenomen indien deze bij het aangaan van die verbintenis wist of redelijkerwijze behoorde te begrijpen dat de vennootschap niet aan haar verplichtingen zou kunnen voldoen en geen verhaal zou bieden, behoudens door de bestuurder aan te voeren omstandigheden op grond waarvan de conclusie gerechtvaardigd is dat hem persoonlijk ter zake van de benadeling geen ernstig verwijt kan worden gemaakt (zie onder meer HR 6 oktober 1989, ECLI:NL:HR:1989:AB9521, NJ 1990/286, m.nt. J.M.M. Maeijer (Beklamel) en HR 8 december 2006, ECLI:NL:HR:2006:AZ0758, NJ 2006/659 (Ontvanger/C). In de kern houdt dit zogenoemde ‘Beklamel-criterium’ de eis in dat de bestuurder bij het aangaan van de verbintenis wist of behoorde te begrijpen dat de schuldeiser van de vennootschap als gevolg van zijn handelen schade zou lijden”.

4.1.3

In deze zaak wordt het [gedaagde 2] en [gedaagde 3] verweten dat zij als bestuurders van de bestuurder van MVM jegens [eiser ] een verplichting zijn aangegaan terwijl zij wisten of redelijkerwijze behoorden te begrijpen dat de vennootschap deze verplichting niet zou kunnen nakomen en dat de vennootschap geen verhaal zou bieden voor de als gevolg daarvan optredende schade.

4.1.4

Concreet heeft MVM met [eiser ] gecontracteerd in verband met de bemiddeling voor woonruimte tegen betaling van € 1.452,--. De bemiddeling heeft plaatsgevonden en de betaling is verricht. Dit speelde zich af in 2014. Later, op 8 juli 2016, heeft de kantonrechter geoordeeld dat deze betaling onverschuldigd heeft plaatsgevonden omdat voor de bemiddeling aan de potentiële huurder kosten in rekening zijn gebracht. Het in rekening brengen van deze kosten is in strijd met het dwingendrechtelijk bepaalde in de artikelen 7:427 jo 7:417 lid 4 BW, zo blijkt uit het vonnis van de kantonrechter.

4.1.5

In het vonnis heeft de kantonrechter MVM, in de persoon van [gedaagde 3] , een tik op de vingers gegeven (in de woorden van [eiser ] ) omdat hij als gemachtigde in dat geding, in strijd met de verplichting om in een gerechtelijke procedure naar waarheid te verklaren, bewust onwaarheid heeft verteld over zijn relatie met de verhuurder (artikel 21 wetboek van burgerlijke rechtsvordering). De “tik” ziet op de proceshouding van [gedaagde 3] en niet op het ten onrechte berekenen van bemiddelingskosten. Daarmee is deze “tik” ook niet relevant voor de beoordeling van de aansprakelijkheid van [gedaagde 3] in deze zaak.

4.1.6

De verweten handeling vond plaats in 2014, voordat de Hoge Raad heeft gesproken. Op dat moment, zelfs al sedert 1 september 1993, waren de bewuste artikelen reeds opgenomen in boek 7 van het BW. In 2014 was geldend recht dat de bemiddelaar niet twee heren mocht dienen en dat bij strijd de kosten niet bij de aspirant koper of huurder in rekening mochten worden gebracht.

De uitspraak van de Hoge Raad heeft slechts verduidelijkt dat de praktijk om een aspirant huurder als het ware te dwingen eerst een bemiddelingsovereenkomst aan te gaan door het contact met de verhuurder onmogelijk te maken er toe moet leiden dat gehandeld wordt in strijd met de wet. Ook is duidelijk gemaakt dat het aanbieden van woonruimte op een website impliceert dat de eigenaar daartoe opdracht heeft gegeven, zelfs als de verhuurder daarvoor niet betaalt, zodat er in elk geval sprake is van het dienen van twee heren.

4.1.7

MVM is aansprakelijk voor het terugbetalen van de onverschuldigd betaalde kosten. De vraag is of er daarnaast ook ruimte is voor aansprakelijkheid van de beide bestuurders, althans de natuurlijke personen achter die bestuurders. Voor het aannemen van die persoonlijke aansprakelijkheid moet aan zware eisen worden voldaan, in die zin dat de natuurlijke personen persoonlijk een ernstig verwijt kan worden gemaakt.

Hoewel de wet het in rekening brengen van deze kosten aan de huurder al verbood, moet worden vastgesteld dat op het moment van contracteren de Hoge Raad zich nog niet had uitgesproken. Uit het grote aantal vorderingen dat sindsdien door de rechtbank in behandeling is genomen kan worden afgeleid dat het een gewone praktijk was onder bemiddelaars om te handelen zoals MVM dat deed, dat wil zeggen de aspirant huurder laten tekenen voor de bemiddeling voordat de concrete woning werd aangeboden. Daarbij werd gesteld dat aan de verhuurder geen kosten in rekening werden gebracht, zodat slechts door een partij zou worden betaald en er geen sprake was van het dienen van twee heren. De vragen die de Hoge Raad heeft beantwoord ziet op voornoemde werkwijze en dus niet op de vraag of het is toegestaan bij twee partijen, in dit geval huurder en verhuurder, bemiddelingskosten in rekening te brengen. Het is voorstelbaar dat de bemiddelaars tot de uitspraak van de Hoge Raad niet konden begrijpen dat die werkwijze als het dienen van twee heren zou worden aangemerkt. Het door de Hoge Raad beoordeelde handelen kan om die reden niet een persoonlijk en ernstig verwijt aan de bestuurder opleveren.

4.1.8

Uit het vonnis van de kantonrechter van 8 juli 2016, dat onderdeel is van de processtukken, blijkt evenwel dat MVM niet alleen kosten in rekening heeft gebracht aan de aspirant huurder, maar ook aan de verhuurder. Doordat de huurder het contract dat MVM had gesloten met de verhuurder in het geding heeft gebracht is duidelijk geworden dat MVM niet alleen twee heren diende maar ook dubbele bemiddelingskosten in rekening heeft gebracht. Het vonnis is dan ook niet gebaseerd op het arrest van de Hoge Raad, maar op de hiervoor bedoelde wetsbepalingen. Ook voordat het arrest van de Hoge Raad werd gewezen was in 2014 volstrekt duidelijk dat deze handelwijze verboden was. MVM handelde welbewust in strijd met de dwingende wetsbepaling van artikel 7:417 lid 4 jo. 7:427 BW. Door dit feit is sprake van een bijzondere omstandigheid die een ernstig verwijt oplevert aan de zijde van de beide bestuurders van MVM. Bij het aangaan van de bemiddelingsovereenkomst behoorden de bestuurders te weten dat zij bemiddelingskosten in rekening brachten, hoewel dat wettelijk niet was toegestaan. Zij behoorden daarom ook te weten dat het bedrag terugbetaald zou moeten worden. Door daar geen rekening mee te houden hebben zij onrechtmatig gehandeld jegens [eiser ] .

De kantonrechter komt daarom tot het oordeel dat [gedaagde 3] en [gedaagde 2] als bestuurders van MVM persoonlijk een ernstig verwijt treft en als bestuurders, naast de vennootschap MVM, aansprakelijk zijn voor het terugbetalen van de onverschuldigd betaalde bemiddelingskosten. Het primair gevorderde wordt dan ook toegewezen.

4.1.9

Nu de kantonrechter de primaire vordering toewijst wordt niet toegekomen aan de subsidiaire vorderingen. De primaire vorderingen bevatten dubbeltellingen, zodat de kantonrechter de vorderingen gewijzigd zal toewijzen.

4.1.10

De gevorderde wettelijke rente over de hoofdsom en de proceskosten is toewijsbaar vanaf het moment van opeisbaarheid van deze bedragen. De wettelijke rente over de, niet weersproken, betekeningskosten wordt toegewezen vanaf de dag van dagvaarden, nu niet bekend is wanneer het vonnis betekend werd. Ook de kostenveroordeling uit het vonnis van 8 juli 2016 wordt toegewezen.

4.1.11

De buitengerechtelijke kosten worden eveneens toegewezen. Uit de processtukken blijkt voldoende dat voldoende werkzaamheden zijn uitgevoerd om [gedaagde 3] en [gedaagde 2] buiten rechte te bewegen tot betaling. De hoogte van de gevorderde kosten is evenwel niet in overeenstemming met de geldende tarieven. Toewijsbaar is een bedrag van € 263,54 (inclusief BTW).

4.1.12

Als de in het ongelijk gestelde partijen worden [gedaagde 3] en [gedaagde 2] belast met de kosten van het geding.

5 De beslissing

De kantonrechter:

verklaart voor recht dat [gedaagde 3] en [gedaagde 2] als bestuurders van MVM persoonlijk en hoofdelijk aansprakelijk zijn jegens [eiser ] op grond van een onrechtmatige daad, omdat hen een persoonlijk en ernstig verwijt kan worden gemaakt terzake:

het namens MVM aangaan van verbintenissen, terwijl zij wisten dan wel behoorden te begrijpen dat MVM niet aan haar verplichtingen uit hoofde van de bemiddelingsvergoeding en/of de bij het vonnis toegewezen vordering kon voldoen en geen verhaal zou bieden jegens [eiser ] en/of het toelaten en/of bewerkstelligen van het niet nakomen van verplichtingen door MVM, terwijl [gedaagde 3] en/ [gedaagde 2] wisten of behoorden te begrijpen dat MVM de bemiddelingsvergoeding en/of de bij vonnis toegewezen vordering niet zou nakomen en ook geen verhaal zou kunnen bieden jegens [eiser ] ;

veroordeelt [gedaagde 3] en [gedaagde 2] hoofdelijk, des dat de een betalend de ander zal zijn bevrijd, tot de betaling aan [eiser ] van de in het vonnis van de kantonrechter te Rotterdam op
8 juli 2016 (zaaknummer 478558328) toegewezen vordering van € 1.452,--;

veroordeelt [gedaagde 3] en [gedaagde 2] hoofdelijk, des dat de een betalend de ander zal zijn bevrijd, tot de betaling aan [eiser ] van de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW over
€ 1.452,-- vanaf 28 juli 2016 tot aan de dag der algehele voldoening;

veroordeelt [gedaagde 3] en [gedaagde 2] hoofdelijk, des dat de een betalend de ander zal zijn bevrijd, tot de betaling aan [eiser ] van de in het vonnis van de kantonrechter te Rotterdam op
8 juli 2016 (zaaknummer 478558328) toegewezen proceskosten ad € 622,88 te verhogen met de wettelijke rente daarover vanaf veertien dagen na 8 juli 2016 tot de dag der algehele voldoening;

veroordeelt [gedaagde 3] en [gedaagde 2] hoofdelijk, des dat de een betalend de ander zal zijn bevrijd, tot de betaling aan [eiser ] van de wettelijke rente over de betekeningskosten van €102,14 vanaf 17 februari 2017 tot aan de dag van voldoening;

veroordeelt [gedaagde 3] en [gedaagde 2] hoofdelijk, des dat de een betalend de ander zal zijn bevrijd, tot de betaling aan [eiser ] van de buitengerechtelijke kosten van € 263,54;

veroordeelt [gedaagde 3] en [gedaagde 2] hoofdelijk, des dat de een betalend de ander zal zijn bevrijd, tot de betaling aan [eiser ] van de kosten van het geding, tot op het moment van wijzen van dit vonnis vastgesteld op € 78,-- voor het griffierecht, op € 213,80 voor de exploten van dagvaarding en op € 300,-- voor het salaris van de gemachtigde van [eiser ] ;

wijst af het meer of anders gevorderde en verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen door de kantonrechter mr. L.J. van Die en uitgesproken ter openbare terechtzitting.

401