Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBROT:2017:10084

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
21-12-2017
Datum publicatie
21-12-2017
Zaaknummer
10/710123-17
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

TBS met dwangverpleging voor de moord op [naam slachtoffer]. De verdachte verkeerde in de waan dat de AIVD hem in de gaten hield, hem het leven zuur maakte en dat [naam slachtoffer] met de AIVD samenwerkte.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Rechtbank Rotterdam

Team straf 3

Parketnummer: 10/710123-17

Datum uitspraak: 21 december 2017

Tegenspraak

Vonnis van de rechtbank Rotterdam, meervoudige kamer voor strafzaken, in de zaak tegen de verdachte:

[naam verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats verdachte] op [geboortedatum verdachte] ,

ingeschreven in de basisregistratie personen op het adres

[adres verdachte] , [woonplaats verdachte] ,

ten tijde van het onderzoek op de terechtzitting preventief gedetineerd in Penitentiaire Inrichting Haaglanden, locatie Scheveningen,

raadsvrouw mr. A.M.S. van Oversteeg, advocaat te Rotterdam.

1 Onderzoek op de terechtzitting

Gelet is op het onderzoek op de terechtzitting van 7 december 2017.

2 Tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd hetgeen is vermeld in de dagvaarding. De tekst van de tenlastelegging is als bijlage I aan dit vonnis gehecht.

3 Eis officier van justitie

De officier van justitie mr. M. van den Berg heeft gevorderd:

  • -

    bewezenverklaring van het ten laste gelegde;

  • -

    ontslag van alle rechtsvervolging wegens volledige ontoerekeningsvatbaarheid van de verdachte;

  • -

    ter beschikkingstelling van de verdachte met bevel tot dwangverpleging.

4 Waardering van het bewijs

4.1.

Bewezenverklaring zonder nadere motivering

Het ten laste gelegde feit is door de verdachte bekend. Dit feit zal zonder nadere bespreking bewezen worden verklaard.

4.2.

Bewijswaardering

In bijlage II heeft de rechtbank een opgave gedaan van wettige bewijsmiddelen, houdende voor de bewezenverklaring redengevende feiten en omstandigheden. Met deze opgave wordt volstaan, nu de verdachte het bewezen verklaarde feit heeft bekend en nadien geen vrijspraak is bepleit. Op grond daarvan is wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het ten laste gelegde feit heeft begaan op die wijze dat:

hij, op 9 april 2017 te [plaats delict] , opzettelijk en met voorbedachten rade een persoon genaamd [naam slachtoffer] van het leven heeft beroofd, immers heeft verdachte opzettelijk en na kalm beraad en rustig overleg, die [naam slachtoffer] meermalen met een mes in de hals gestoken en gesneden, ten gevolge waarvan voornoemde [naam slachtoffer] is overleden.

5 Strafbaarheid feit

Het bewezen feit levert op:

moord.

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het feit uitsluiten.

Het feit is dus strafbaar.

6 Strafbaarheid verdachte

6.1.

Standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd de verdachte te ontslaan van alle rechtsvervolging, omdat hij als volledig ontoerekeningsvatbaar moet worden beschouwd.

6.2.

Standpunt van de verdediging

De raadsvrouw heeft ook ontslag van alle rechtsvervolging bepleit wegens ontoerekeningsvatbaarheid van de verdachte.

6.3.

Het oordeel van de rechtbank

De verdachte is door twee gedragsdeskundigen afzonderlijk onderzocht. De psychiater C.J.F. Kemperman heeft op 14 september 2017 en 20 september 2017 rapporten over de verdachte opgemaakt. De psycholoog drs. T. ’t Hoen heeft op 19 september 2017 gerapporteerd. Deze rapporten komen tot een eensluidende conclusie ten aanzien van de toerekeningsvatbaarheid en houden op dat punt – kort samengevat – onder meer het volgende in.

De verdachte lijdt aan een waanstoornis van het achtervolgingstype. Daarvan was ten tijde van het plegen van het strafbare feit ook sprake en er bestaat causaal verband tussen deze ziekelijke stoornis en de gedragingen die hebben geleid tot het strafbare feit.

De deskundigen adviseren daarom de verdachte het tenlastegelegde niet toe te rekenen.

De verdachte wordt dus door de psychiater en de psycholoog als volledig ontoerekeningsvatbaar beschouwd in verband met de door deze deskundigen vastgestelde waanstoornis.

De rechtbank neemt de conclusie over, nu deze wordt gedragen door de bevindingen van de twee deskundigen en ook door hetgeen overigens op de terechtzitting is gebleken. De verdachte wordt dus volledig ontoerekeningsvatbaar geacht. De verdachte is daarom niet strafbaar en zal om die reden worden ontslagen van alle rechtsvervolging.

7 Motivering maatregel

De maatregel die aan de verdachte wordt opgelegd, is gegrond op de ernst van het feit, de omstandigheden waaronder het feit is begaan en de persoon en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte. Daarbij wordt in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.

De verdachte heeft [naam slachtoffer] vermoord. Zij was zijn persoonlijk begeleidster binnen de instelling voor begeleid wonen, [naam GGZ-instelling] te [plaats delict] , waar de verdachte op dat moment woonde. Hij heeft haar op een afschuwwekkende brute wijze van het leven beroofd door haar met een mes meermalen in de hals te steken en te snijden.

De verdachte verkeerde in de waan dat de AIVD hem in de gaten hield en hem het leven zuur maakte. Bij hem had de overtuiging postgevat dat hij die bewuste dag zou worden aangehouden door of op last van de AIVD op basis van valse aantijgingen. Uit een brief die hij tevoren heeft geschreven en uit zijn verklaringen bij de politie en ter terechtzitting blijkt, in samenhang bezien, dat de verdachte met de moord op [naam slachtoffer] een statement wilde maken richting de AIVD en een onderzoek naar de AIVD wilde uitlokken. Hij heeft [naam slachtoffer] uitgekozen, omdat zij in zijn waan samenwerkte met de AIVD en “het meest op [zijn, verdachtes] gevoelens speelde”.

Voor de nabestaanden betekent de dood van [naam slachtoffer] een intens pijnlijk en onomkeerbaar verlies van hun dochter, zus en vriendin. Dit heeft diep ingegrepen in hun levens, zoals blijkt uit de schriftelijke slachtofferverklaringen die door de moeder en de zus van het slachtoffer ter terechtzitting zijn voorgelezen. Hierin brachten zij naar voren dat [naam slachtoffer] een vrouw was met een groot hart voor de personen om haar heen. Ook voor de verdachte. Zij gaf veel om hem, deed extra haar best voor hem en maakte zich zorgen over zijn toekomst. Dit maakt het onbegrip over de moord en daarmee het verdriet voor de nabestaanden des te groter.

Het spreekt voor zich dat een feit als het onderhavige de rechtsorde ook in het algemeen schokt en in de samenleving algemene gevoelens van onrust en onveiligheid oproept.

Psychiater C.J.F. Kemperman heeft in zijn hiervoor genoemde rapporten geadviseerd om aan de verdachte TBS met dwangverpleging op te leggen, gelet op de ernst van het nog steeds aanwezige ernstige psychotische toestandsbeeld. De psychiater neemt hiertoe in aanmerking dat het risico op recidive hoog is als de verdachte niet wordt behandeld. Ook psycholoog T. ‘t Hoen heeft in zijn hiervoor genoemde rapport geadviseerd om aan de verdachte TBS met dwangverpleging op te leggen, gelet op het hoge recidiverisico bij onvoldoende behandeling. Een TBS met voorwaarden is volgens de psycholoog geen optie, gezien de ervaringen met hulpverlening de laatste maanden voor het ten laste gelegde en het ontbrekende ziektebesef van de verdachte passend bij de waanstoornis.

Het bewezenverklaarde feit is een feit dat gericht is tegen de onaantastbaarheid van het lichaam van een persoon. Gelet op de hiervoor weergegeven adviezen, de aard en de ernst van het bewezenverklaarde feit is de rechtbank van oordeel dat de veiligheid van anderen en de algemene veiligheid van personen en goederen het opleggen van de maatregel van TBS met dwangverpleging vereist.

8 Vordering benadeelde partijen en schadevergoedingsmaatregel

Als benadeelde partijen hebben zich in het geding gevoegd:

  • -

    [naam benadeelde 1] , moeder van het slachtoffer;

  • -

    [naam benadeelde 2] , vader van het slachtoffer;

  • -

    [naam benadeelde 3] , zus van het slachtoffer.

De moeder, vader en zus vorderen gezamenlijk een vergoeding van € 6.209,59 aan materiële schade bestaande uit de volgende kosten:

  • -

    Uitvaartkosten: € 4.584,59;

  • -

    Eigen risico kosten mentale begeleiding [naam benadeelde 1] en [naam benadeelde 2] : 2x € 385,00;

  • -

    Therapiekosten [naam benadeelde 3] : € 855,00.

Daarnaast vorderen zij een vergoeding van € 7.579,44 aan advocatenkosten.

8.1.

Standpunt verdediging

De raadsvrouw heeft primair bepleit dat de benadeelde partijen niet-ontvankelijk moeten worden verklaard in hun vorderingen omdat de behandeling van deze vorderingen een onevenredige belasting van het strafgeding oplevert.

Subsidiair heeft de raadsvrouw ten aanzien van de vorderingen het volgende aangevoerd:

  • -

    De uitvaartkosten zijn al vergoed door het Schadefonds Geweldsmisdrijven;

  • -

    Het is niet duidelijk of het gestelde eigen risico niet door een aanvullende verzekering wordt gedekt;

  • -

    Het is niet duidelijk of de gestelde therapiekosten daadwerkelijk te relateren zijn aan het bewezen verklaarde strafbare feit;

  • -

    De advocatenkosten zijn buitensporig hoog. Ook is niet duidelijk of de benadeelde partijen recht hadden op gefinancierde rechtsbijstand.

8.2.

Beoordeling

Aan de benadeelde partijen is door het bewezen verklaarde strafbare feit rechtstreeks schade toegebracht.

De gevorderde vergoeding van ‘Uitvaartkosten’ is voor toewijzing vatbaar. Aan de toewijzing hiervan staat niet in de weg dat aan de benadeelde partijen al een vergoeding van deze kosten is toegekend door het Schadefonds Geweldsmisdrijven, nu dit fonds zich het recht heeft voorbehouden het geld terug te vorderen als de benadeelde partijen een vergoeding van de dader krijgen. Het gaat immers om een voorwaardelijke uitkering als bedoeld in artikel 6 Wet Schadefonds Geweldsmisdrijven.

De rechtbank zal ook de vordering toewijzen die betrekking heeft op de posten ‘Eigen risico kosten mentale begeleiding [naam benadeelde 1] en [naam benadeelde 2] ’ en ‘Therapiekosten [naam benadeelde 3] ’. De rechtbank acht het voldoende aannemelijk dat deze kosten zijn gemaakt en een rechtstreeks gevolg zijn van het bewezen verklaarde strafbare feit.

De benadeelde partijen hebben gevorderd het te vergoeden bedrag te vermeerderen met wettelijke rente. Deze schadeposten zijn niet ontstaan op de datum waarop het strafbare feit is gepleegd, maar nadien. De rechtbank bepaalt dat het te vergoeden schadebedrag vermeerderd wordt met de wettelijke rente vanaf de datum waarop de vordering is ingediend, dus vanaf 7 december 2017.

Nu de vordering van de benadeelde partijen (in overwegende mate) zal worden toegewezen, zal de verdachte worden veroordeeld in de proceskosten aan de zijde van de benadeelde partij [naam benadeelde 2] (de nota van de advocaat is aan hem geadresseerd). De rechtbank zal daarbij zoals gebruikelijk aansluiten bij het liquidatietarief kantonzaken. Aan de hand daarvan waardeert de rechtbank de door de advocaat verrichte werkzaamheden als volgt:

  • -

    indienen vordering benadeelde partijen: 1 punt;

  • -

    bijwonen zitting 7 december 2017: 1 punt.

Aan de hand van het liquidatietarief passend bij de hoogte van de gevorderde materiële schade, komt de rechtbank uit op een bedrag van € 250,00 per punt, dus in totaal € 500,00. De rechtbank zijn geen bijzondere omstandigheden gebleken die tot een hogere vergoeding nopen. Dit brengt met zich dat de gevorderde advocaatkosten voor het overige in deze procedure niet voor vergoeding in aanmerking komen. De rechtbank zal de benadeelde partijen in zoverre in hun vordering niet-ontvankelijk verklaren. De benadeelde partijen kunnen de vordering in zoverre desgewenst nog aanbrengen bij de burgerlijke rechter.

8.3.

Conclusie

De verdachte moet de benadeelde partijen [naam benadeelde 1] , [naam benadeelde 2] en [naam benadeelde 3] een schadevergoeding betalen van € 6.209,59, vermeerderd met rente.

Tevens wordt oplegging van de hierna te noemen maatregel als bedoeld in artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht passend en geboden geacht.

9 Toepasselijke wettelijke voorschriften

Gelet is op de artikelen 36f, 37a, 37b en 289 van het Wetboek van Strafrecht.

10 Bijlagen

De in dit vonnis genoemde bijlagen maken deel uit van dit vonnis.

11 Beslissing

De rechtbank:

verklaart bewezen dat de verdachte het ten laste gelegde feit, zoals hiervoor omschreven, heeft begaan;

stelt vast dat het bewezen verklaarde oplevert het hiervoor vermelde strafbare feit;

verklaart de verdachte voor het bewezen verklaarde niet strafbaar en ontslaat de verdachte ten aanzien daarvan van alle rechtsvervolging;


gelast dat de verdachte ter beschikking wordt gesteld;

beveelt dat de terbeschikkinggestelde van overheidswege wordt verpleegd;

beveelt de onmiddellijke uitvoerbaarheid van de terbeschikkingstelling;

veroordeelt de verdachte om tegen behoorlijk bewijs van kwijting aan de benadeelde partijen [naam benadeelde 1] , [naam benadeelde 2] en [naam benadeelde 3] , te betalen een bedrag van € 6.209,59 (zegge: zesduizendtweehonderdnegen euro en negenenvijftig cent), te vermeerderen met de wettelijke rente hierover vanaf 7 december 2017 tot aan de dag der algehele voldoening;

veroordeelt de verdachte in de proceskosten door de benadeelde partij [naam benadeelde 2] gemaakt, tot op heden aan de zijde van [naam benadeelde 2] begroot op € 500,00;

verklaart de benadeelde partijen niet-ontvankelijk in het resterende deel van de vordering; bepaalt dat dit deel van de vordering slechts kan worden aangebracht bij de burgerlijke rechter;

legt aan de verdachte de maatregel tot schadevergoeding op, inhoudende de verplichting aan de staat ten behoeve van de benadeelde partijen [naam benadeelde 1] , [naam benadeelde 2] en [naam benadeelde 3] te betalen
€ 6.209,59 (hoofdsom, zegge: zesduizendtweehonderdnegen euro en negenenvijftig cent), vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 9 april 2017 tot aan de dag van de algehele voldoening; beveelt dat bij gebreke van volledige betaling en volledig verhaal van het bedrag van € 6.209,59 vervangende hechtenis zal worden toegepast voor de duur van 66 dagen; toepassing van de vervangende hechtenis heft de betalingsverplichting niet op;

verstaat dat betaling aan de benadeelde partijen tevens geldt als betaling aan de staat ten behoeve van de benadeelde partijen en omgekeerd.

Dit vonnis is gewezen door:

mr. A.M.H. Geerars, voorzitter,

en mrs. W.J.M. Diekman en E.B.J. van Elden, rechters,

in tegenwoordigheid van mr. G. van de Luijtgaarden, griffier,

en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank op de datum die in de kop van dit vonnis is vermeld.

Bijlage I

Tekst tenlastelegging

Aan de verdachte wordt ten laste gelegd dat

hij, op of omstreeks 09 april 2017 te Hellevoetsluis, opzettelijk (en met voorbedachten rade) een persoon genaamd [naam slachtoffer] van het leven heeft beroofd, immers heeft verdachte opzettelijk (en na kalm beraad en rustig overleg), die [naam slachtoffer] (meermalen) met een mes in de hals gestoken en/of gesneden en/of geprikt, tengevolge waarvan voornoemde [naam slachtoffer] is overleden.