Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBROT:2017:10083

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
21-12-2017
Datum publicatie
21-12-2017
Zaaknummer
10/691067-16 / parketnummer vordering TUL VV: 10/691095-12 VI-nummer: 99/000893-31
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

De verdachte heeft zich gedurende een periode van enkele maanden - direct na zijn vrijlating uit een eerder opgelegde straf - schuldig gemaakt aan de oplichting van een grote groep personen. Aan de verdachte is opgelegd een voorwaardelijke gevangenisstraf met bijzondere voorwaarden.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Rechtbank Rotterdam

Team straf 3

Parketnummer: 10/691067-16

Parketnummer vordering TUL VV: 10/691095-12

VI-nummer: 99/000893-31

Datum uitspraak: 21 december 2017

Tegenspraak

Vonnis van de rechtbank Rotterdam, meervoudige kamer voor strafzaken, in de zaken tegen de verdachte:

[naam verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats verdachte] op [geboortedatum verdachte] ,

niet ingeschreven in de basisregistratie personen,

ten tijde van het onderzoek op de terechtzitting uit anderen hoofde gedetineerd in de

Penitentiaire Inrichting Nieuwegein,

raadsman mr. Th.U. Hiddema, advocaat te Maastricht.

1 Onderzoek op de terechtzitting

Gelet is op het onderzoek op de terechtzitting van 7 december 2017.

2 Tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd hetgeen is vermeld in de dagvaarding. De tekst van de tenlastelegging is als bijlage I aan dit vonnis gehecht.

3 Eis officier van justitie

De officier van justitie mr. M. van den Berg heeft gevorderd:

  • -

    bewezenverklaring van het onder 1, 2, 3, 4, 5 en 6 ten laste gelegde;

  • -

    veroordeling van de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 18 maanden met aftrek van voorarrest, waarvan 6 maanden voorwaardelijk, met een proeftijd van 2 jaar en als bijzondere voorwaarden dat de verdachte zich zal gedragen naar de aanwijzingen van de reclassering, alsmede ambulante behandeling bij het Dok of een soortgelijke instelling;

  • -

    tenuitvoerlegging van het voorwaardelijk opgelegde strafdeel in de zaak met parketnummer 10/691095-12;

  • -

    herroeping van de voorwaardelijke invrijheidstelling, in de zaak met VI-nummer
    99-000893-31.

4 Waardering van het bewijs

4.1.

Bewijswaardering feit 1

4.1.1.

Standpunt verdediging

De verdediging heeft betoogd dat de verdachte niet het oogmerk heeft gehad om zich wederrechtelijk te bevoordelen, zodat hij van dit feit vrijgesproken dient te worden.

4.1.2.

Beoordeling

De volgende feiten en omstandigheden kunnen op grond van de inhoud van de bewijsmiddelen als vaststaand worden aangemerkt. Deze feiten dienen als vertrekpunt voor de beoordeling van de bewijsvraag.

De verdachte heeft op 11 maart 2016 telefonisch betontegels besteld bij [naam bedrijf 1] , terwijl hij zich voordeed als ‘ [valse naam verdachte] van [naam bedrijf 2] ’. Aangever [naam slachtoffer 1] (namens [naam bedrijf 1] ) heeft verklaard dat de verdachte de tegels de volgende dag al geleverd wilde hebben, zodat “zijn werknemers vooruit konden met het project”. Een opdrachtbevestiging is gemaild naar [emailadres] en er is een factuur per post gestuurd naar [naam bedrijf 2] , [adres 1] te Ridderkerk. Op 12 maart 2016 is ongeveer 140 vierkante meter aan tegels geleverd op het adres [adres 2] te Rotterdam. De vrachtbon is door de verdachte ondertekend met ‘ [valse naam verdachte] ’.
Op 21 maart 2016 heeft een tweede levering plaatsgevonden op het adres [adres 2] te Rotterdam. Deze levering is door de verdachte ondertekend met ‘ [valse naam verdachte] ’. Terwijl de chauffeur deze tegels aan het lossen was, werd hij aangesproken door de ‘echte’ [naam hovenier] . Die maakte zich aan de chauffeur bekend, meldde dat hij niet verantwoordelijk was voor de bestelling en zei dat de chauffeur daarom de lading retour moest nemen. Een medewerker van [naam bedrijf 1] heeft toen contact opgenomen met de verdachte. Die beweerde dat hij met [naam hovenier] had afgesproken om op diens naam de bestellingen te doen, omdat dat handig was in verband met de BTW. De verdachte heeft de chauffeur vervolgens ertoe bewogen een deel van de lading achter te laten. [naam hovenier] heeft daarna nog aan [naam bedrijf 1] gemeld dat hij geen toestemming heeft gegeven aan de verdachte om op zijn naam (en met gebruik van zijn zakelijke gegevens) bestellingen te plaatsen. [naam bedrijf 1] heeft nog contact opgenomen met de verdachte over de betaling van de geleverde stenen, maar de verdachte heeft ondanks toezeggingen om te betalen niet betaald.

Gelet op het voorgaande is de rechtbank van oordeel dat wettig en overtuigend bewezen kan worden verklaard dat de verdachte [naam bedrijf 1] heeft opgelicht. Hij heeft zich door het aannemen van een valse naam en een valse hoedanigheid voorgedaan als bonafide koper van de tegels en door een samenweefsel van verdichtsels [naam bedrijf 1] bewogen tot het leveren van tegels, met het oogmerk om zichzelf en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen. De rechtbank neemt daarbij in aanmerking dat de verdachte geld dat hij van enkele buren heeft gekregen voor de aanschaf van de tegels niet heeft gebruikt voor het betalen van [naam bedrijf 1] . Dat de verdachte de bestelling direct kon of wilde betalen is niet gebleken. Dat hij met [naam hovenier] had afgesproken dat [naam hovenier] zou betalen is ook niet gebleken. Dit is voldoende om het oogmerk van bevoordeling aan te nemen. Dat de verdachte volgens zijn raadsman met het regelen van de tegels goede sier wilde maken bij zijn buren, maakt dit niet anders.

4.1.3.

Conclusie

De rechtbank acht op grond van vorengaande het onder 1 ten laste gelegde wettig en overtuigend bewezen.

4.2.

Bewezenverklaring zonder nadere motivering

Het onder 2, 3, 4, 5 en 6 ten laste gelegde is door de verdachte bekend. Deze feiten zullen zonder nadere bespreking bewezen worden verklaard.

4.3.

Bewezenverklaring

In bijlage II heeft de rechtbank de inhoud van wettige bewijsmiddelen opgenomen, houdende voor de bewezenverklaring van feit 1 redengevende feiten en omstandigheden. Op grond daarvan, en op grond van de redengevende inhoud van het voorgaande, is wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder 1 ten laste gelegde heeft begaan.

In bijlage III heeft de rechtbank een opgave gedaan van wettige bewijsmiddelen, houdende voor de bewezenverklaring van feiten 2 t/m 6 redengevende feiten en omstandigheden. Met deze opgave wordt volstaan, nu de verdachte het bewezen verklaarde heeft bekend en nadien geen vrijspraak is bepleit. Op grond daarvan is wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder 2, 3, 4, 5 en 6 ten laste gelegde heeft begaan.

De verdachte heeft de bewezen verklaarde feiten op die wijze begaan dat:

1.

hij in de periode van 11 maart 2016 tot en met 21 maart 2016 te Rotterdam meermalen, telkens met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen telkens door het aannemen van een valse naam en van een valse hoedanigheid en door een samenweefsel van verdichtsels, [naam slachtoffer 1] en [naam slachtoffer 2] heeft bewogen tot de afgifte van telkens een grote hoeveelheid betontegels, hebbende verdachte telkens met vorenomschreven oogmerk - zakelijk weergegeven - valselijk en listiglijk en bedrieglijk en in strijd met de waarheid

- telefonisch contact opgenomen met [naam slachtoffer 2] en

- zich daarbij voorgedaan als [valse naam verdachte] van [naam bedrijf 2] en

- meermalen afspraken gemaakt over de levering door [naam slachtoffer 2] aan verdachte van betontegels op adressen in Rotterdam en

- bij een levering van een hoeveelheid betontegels een vrachtbon ondertekend met de naam en/ handtekening van [naam hovenier] en

- zich aldus voorgedaan als bonafide koper van betontegels;

2.

hij op 12 maart 2016 te Rotterdam een geschrift dat bestemd was om tot bewijs van enig feit te dienen, te weten een vrachtbon, met als afzender [naam bedrijf 1] en als geadresseerde [naam bedrijf 2]

, betreffende de levering van een grote hoeveelheid Old London tegels Ardeche, valselijk heeft opgemaakt, door die vrachtbon te ondertekenen met een handtekening die moest doorgaan voor de handtekening van [naam hovenier] , met het oogmerk om het als echt en onvervalst te gebruiken of door anderen te doen gebruiken;

3.

hij in de periode van 11 maart 2016 tot en met 4 april 2016 te Rotterdam, telkens met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen telkens door het aannemen vaneen valse hoedanigheid en door een samenweefsel van verdichtsels, [naam slachtoffer 3] en [naam slachtoffer 4] en [naam slachtoffer 5] heeft bewogen tot de afgifte van geldbedragen (zoals hieronder nader aangeduid), hebbende verdachte telkens met vorenomschreven oogmerk - zakelijk weergegeven - valselijk en listiglijk en bedrieglijk en in strijd met de waarheid telkens

- een aanbod gedaan om voor een bepaald overeen te komen bedrag hoveniers-/ tuinierswerkzaamheden te laten verrichten en tuinen opnieuw te laten betegelen en de overeengekomen werkzaamheden op korte termijn te laten verrichten en aan te laten vangen en de overeengekomen werkzaamheden geheel te laten verrichten en/

- gezegd dat de tegels goedkoper werden naarmate er meer besteld zouden worden en

- een mondelinge prijsafspraak gemaakt en

- een voorschot op het overeengekomen bedrag en/of vooruitbetaling van het gehele overeengekomen bedrag gevraagd en

- aangegeven dat een voorschot / extra betaling nodig was om oude tegels af te voeren en om een grote afvalcontainer te regelen om alle oude tegels af te voeren en/of om nieuwe tegels te bestellen, waardoor de volgende personen op na te noemen tijdstippen telkens werden bewogen tot afgifte van de nagenoemde bedragen:

- [naam slachtoffer 3] in de periode van 11 maart 2016 tot en met 18 maart 2016 van een bedrag van 360 euro en

- [naam slachtoffer 4] op 12 maart 2016 van een bedrag van 360 euro en op 14 maart 2016 van een bedrag van 100 euro en

- [naam slachtoffer 5] op 15 maart 2016 van een bedrag van 100 euro;

4.

hij in de periode van 24 maart 2016 tot en met 17 april 2016 te Rotterdam, met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse hoedanigheid en door een samenweefsel van verdichtsels,
[naam slachtoffer 6] heeft bewogen tot de afgifte van een geldbedrag van 250 euro, hebbende verdachte telkens met vorenomschreven oogmerk - zakelijk weergegeven - valselijk en listiglijk en bedrieglijk en in strijd met de waarheid

- tegen die [naam slachtoffer 6] gezegd dat hij, verdachte, graag mensen hielp en dat hij in de partijhandel van faillissementen zat en

- tegen die [naam slachtoffer 6] gezegd dat hij, verdachte, een wasmachine en een droger te koop had, beide met een inhoud van 8 tot 9 kilo, en

- aan die [naam slachtoffer 6] gevraagd om een aanbetaling te doen en

- aan die [naam slachtoffer 6] via e-mail een kopie van zijn, verdachtes, legitimatiebewijs gestuurd en

- in dat e-mailbericht gemeld dat hij woonachtig was aan de [adres 3] , [postcode] te Rotterdam en dat hij daar pas woonde en

- aan die [naam slachtoffer 6] een sms-bericht gestuurd waarin werd aangekondigd dat de wasautomaat en de droger op 29 maart 2016 geleverd zouden worden, waardoor [naam slachtoffer 6] werd bewogen tot bovenomschreven afgifte;

5.

hij in de periode van 30 maart 2016 tot en met 31 maart 2016 te Rotterdam, met het oogmerk om zich wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse hoedanigheid en door een samenweefsel van verdichtsels, [naam slachtoffer 7] heeft bewogen tot de afgifte van enig goed, te weten een geldbedrag van 170 euro, hebbende verdachte telkens met vorenomschreven oogmerk - zakelijk weergegeven - valselijk en listiglijk en bedrieglijk en in strijd met de waarheid

- tegen die [naam slachtoffer 7] gezegd dat hij, verdachte, was opgelicht voor een bedrag van 2.800 euro, dat hij nu geen geld had om eten te kopen, omdat hij geen geld meer op de bank had staan en

- gezegd tegen die [naam slachtoffer 7] , dat als zij 170 euro aan hem, verdachte, zou lenen, dat zijn, verdachtes, vrouw, dan op 31 maart 2016 200 euro zou komen brengen omdat op 31 maart 2016 zijn, verdachtes, inkomen op zijn rekening gestort zou worden;

6.

hij in de periode van 16 april 2016 tot en met 17 april 2016 te Hoorn, tezamen en in vereniging met een ander, met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse hoedanigheid en door een samenweefsel van verdichtsels, [naam slachtoffer 8] heeft bewogen tot de afgifte van een geldbedrag van 600 euro, hebbende verdachte telkens met vorenomschreven oogmerk - zakelijk weergegeven - valselijk en listiglijk en bedrieglijk en in strijd met de waarheid

- tegen die [naam slachtoffer 8] gezegd dat hij, verdachte, handelde in faillissementsgoederen en

- via WhatsApp aan die [naam slachtoffer 8] laten weten dat hij, verdachte, een televisie van het merk en type LG 55EG9109 kon leveren en

- per e-mail een bevestiging van de bestelling en een factuurnummer aan die [naam slachtoffer 8] gezonden en

- aan die [naam slachtoffer 8] gevraagd om de betaling voor de televisie over te maken op het rekeningnummer [bankrekeningnummer] ten name van [naam] , waardoor [naam slachtoffer 8] werd bewogen tot bovenomschreven afgifte.

Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd is niet bewezen. De verdachte moet daarvan worden vrijgesproken.

Voor zover in de bewezenverklaarde tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. De verdachte is daardoor niet in zijn verdediging geschaad.

5 Strafbaarheid feiten

De bewezen feiten leveren op:

1.

oplichting, meermalen gepleegd.

2.

valsheid in geschrift.

3.

oplichting, meermalen gepleegd.

4.

oplichting.

5.

oplichting.

6.

medeplegen van oplichting.

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten.

De feiten zijn dus strafbaar.

6 Strafbaarheid verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluit.

De verdachte is dus strafbaar.

7 Motivering straf

7.1.

Algemene overweging

De straf die aan de verdachte wordt opgelegd, is gegrond op de ernst van de feiten, de omstandigheden waaronder de feiten zijn begaan en de persoon en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte. Daarbij wordt in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.

7.2.

Feiten waarop de straf is gebaseerd

De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan oplichting van een bedrijf voor een bedrag van ruim € 3.600,- en heeft daarbij ook nog valsheid in geschrifte gepleegd. Daarnaast heeft de verdachte een groep buurtbewoners opgelicht. Hij heeft hen bewogen om aan hem honderden euro’s aan voorschotten te betalen voor het opknappen van hun tuinen, maar hij heeft deze werkzaamheden niet verricht of laten verrichten.

Verder heeft de verdachte nog een buurtbewoonster opgelicht voor € 170,- door haar wijs te maken dat hij geld nodig had om eten te kopen. Hij heeft haar beloofd dat hij haar enkele dagen later terug zou betalen, maar dat heeft hij niet gedaan.

De verdachte heeft ook nog een man en een vrouw opgelicht door hen te laten betalen voor respectievelijk een televisie en een wasmachine. De verdachte had, in strijd met de waarheid, gezegd dat hij handelde in faillissementsgoederen. Levering van deze producten heeft echter nooit plaatsgevonden. Ook heeft hij de (aan)betaalde aankoopsommen niet terugbetaald.

De verdachte heeft zich met de genoemde handelingen gedurende een periode van slechts enkele maanden direct na zijn vrijlating uit een eerder opgelegde straf schuldig gemaakt aan de oplichting van een grote groep personen. De verdachte heeft daarbij misbruik gemaakt van het door die personen in hem gestelde vertrouwen en heeft kennelijk slechts eigen gewin als doel gehad. De verdachte heeft daardoor aan anderen financieel nadeel toegebracht en het vertrouwen dat partijen in het economisch verkeer in elkaar mogen stellen op ernstige wijze beschaamd.

7.3.

Persoonlijke omstandigheden van de verdachte

Strafblad

De rechtbank heeft acht geslagen op een uittreksel uit de justitiële documentatie van
20 november 2017, waaruit blijkt dat de verdachte eerder meermalen is veroordeeld voor soortgelijke strafbare feiten. De rechtbank rekent dit de verdachte in strafverzwarende zin aan.

Toerekenbaarheid

Psychiater C.J.F. Kemperman heeft een rapport over de verdachte opgemaakt, gedateerd
6 december 2017. Dit rapport houdt - voor zover hier van belang - het volgende in.

Bij de verdachte is sprake van een persoonlijkheidsstoornis. Ook ten tijde van het ten laste gelegde was dit aanwezig en dit beïnvloedde zijn gedragskeuzes en gedragingen. Het recidiverisico wordt zonder behandeling als hoog ingeschat. Geadviseerd wordt het ten laste gelegde verminderd toe te rekenen en, in geval van een veroordeling, reclasseringstoezicht en behandeling door het Dok op te leggen.

Ook klinisch psycholoog R.A.R. Bullens heeft een rapport over de verdachte opgemaakt, gedateerd 6 december 2017. Dit rapport houdt - voor zover hier van belang - het volgende in.

Bij de verdachte is sprake van persoonlijkheidsproblematiek, waaronder een persoonlijkheidsstoornis. Er kan een verband worden gelegd tussen deze problematiek en het ten laste gelegde. Geadviseerd wordt om het ten laste gelegde in verminderde mate toe te rekenen en de verdachte te laten behandelen. Deze behandeling kan in een ambulant kader bij een forensische polikliniek als de Waag of het Dok plaatsvinden. Dit kan, in geval van een veroordeling, als bijzondere voorwaarde gekoppeld worden aan een voorwaardelijk strafdeel. Gezien het delictpatroon dient de behandeling gecombineerd te worden met een langdurig reclasseringscontact. Voorts dient aandacht besteed te worden aan de financiële-, woon- en werkproblematiek van de verdachte.

7.4.

Conclusies van de rechtbank

Gelet op hetgeen de rechtbank hierboven heeft overwogen, komt zij tot de volgende conclusies.

Nu de conclusies van de psychiater en psycholoog gedragen worden door hun bevindingen en door hetgeen ook overigens op de terechtzitting is gebleken, neemt de rechtbank die conclusies over en maakt die tot de hare. Bij de verdachte bestond tijdens het begaan van de feiten een gebrekkige ontwikkeling of ziekelijke stoornis van de geestesvermogens in verband waarmee hij in verminderde mate toerekeningsvatbaar wordt geacht.

Gezien de ernst van de feiten kan niet anders worden gereageerd dan met het opleggen van een gevangenisstraf. Bij de bepaling van de duur van de gevangenisstraf heeft de rechtbank acht geslagen op straffen die in soortgelijke zaken plegen te worden opgelegd. Nu de reclassering begeleiding en bijzondere voorwaarden noodzakelijk acht en de rechtbank zich daar in kan vinden, zal een deel van de voorgenomen straf voorwaardelijk worden opgelegd, met de voorwaarden die hierna worden genoemd. Dit voorwaardelijk strafdeel dient er tevens toe de verdachte ervan te weerhouden in de toekomst opnieuw strafbare feiten te plegen.

Alles afwegend acht de rechtbank de hierna te noemen straf passend en geboden.

8 Vorderingen benadeelde partijen

Als benadeelde partijen hebben zich in het geding gevoegd:

  1. [naam benadeelde 1] , ter zake van de onder 1 en 2 ten laste gelegde feiten. De benadeelde partij vordert een vergoeding van € 3.650,50 aan materiële schade;

  2. [naam benadeelde 2] , ter zake van het onder 3 ten laste gelegde feit. De benadeelde partij vordert een vergoeding van € 782,63 aan materiële schade en een niet gespecificeerd bedrag aan immateriële schade;

  3. [naam benadeelde 3] , ter zake van het onder 3 ten laste gelegde feit. De benadeelde partij vordert een vergoeding van € 794,78 aan materiële schade en een niet gespecificeerd bedrag aan immateriële schade;

  4. [naam benadeelde 4] , ter zake van het onder 3 ten laste gelegde feit. De benadeelde partij vordert een vergoeding van € 798,24 aan materiële schade;

  5. [naam benadeelde 5] , ter zake van het onder 4 ten laste gelegde feit. De benadeelde partij vordert een vergoeding van € 250,- aan materiële schade en een bedrag van € 250,- aan immateriële schade;

  6. [naam benadeelde 6] , ter zake van het onder 5 ten laste gelegde feit. De benadeelde partij vordert een vergoeding van € 170,- aan materiële schade en een bedrag van € 5,25 aan proceskosten;

  7. [naam benadeelde 7] , ter zake van het onder 6 ten laste gelegde feit. De benadeelde partij vordert een vergoeding van € 600,- aan materiële schade en een niet gespecificeerd bedrag aan immateriële schade.

8.1.

Standpunt officier van justitie

De officier van justitie heeft geconcludeerd dat de vorderingen van de benadeelde partijen [naam benadeelde 1] , [naam benadeelde 6] en [naam benadeelde 7] geheel toegewezen dienen te worden. De vorderingen van de benadeelde partijen [naam benadeelde 2] , [naam benadeelde 3] en [naam benadeelde 4] dienen te worden toegewezen, met uitzondering van de gevorderde bedragen aan (vervangende) tegels, omdat die bedragen niet als rechtstreekse schade van het ten laste gelegde aan te merken zijn. De officier van justitie heeft ook verzocht de te vergoeden bedragen te vermeerderen met de wettelijke rente en de maatregel als bedoeld in artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht op te leggen.

8.2.

Standpunt verdediging

De raadsman heeft in het verlengde van de bepleite vrijspraak voor feit 1 betoogd dat de benadeelde partij [naam benadeelde 1] niet-ontvankelijk dient te worden verklaard.

8.3.

Beoordeling

[naam benadeelde 1]

Aan de benadeelde partij is door het onder 1 bewezen verklaarde strafbare feit rechtstreeks materiële schade toegebracht. [naam bedrijf 1] heeft immers tegels geleverd, die niet zijn betaald. De hoogte van de gevorderde schadevergoeding is door de verdachte niet inhoudelijk weersproken. Deze zal worden toegewezen.

[naam benadeelde 2]

De vordering van de benadeelde partij zal worden toegewezen tot een bedrag van € 410,-. Vast staat dat aan de benadeelde partij door het onder 3 bewezen verklaarde strafbare feit rechtstreeks materiële schade is toegebracht. De verdachte heeft de tuin immers niet opgeknapt.

Voor zover de vordering betrekking heeft op de post ‘Tegels tuin’ zal de benadeelde partij niet-ontvankelijk worden verklaard, omdat niet is komen vast te staan dat deze post rechtstreeks verband houdt met het onder 3 bewezen verklaarde feit.

Het deel van de vordering dat betrekking heeft op immateriële schade is onvoldoende onderbouwd. Ook daarin zal de benadeelde partij niet-ontvankelijk worden verklaard.

[naam benadeelde 3]

De vordering van de benadeelde partij zal worden toegewezen tot een bedrag van € 410,-,

nu is komen vast te staan dat aan de benadeelde partij door het onder 3 bewezen verklaarde strafbare feit rechtstreeks materiële schade is toegebracht en de gevorderde

schadevergoeding in zoverre door de verdachte niet is weersproken.

Voor zover de vordering betrekking heeft op de posten ‘tegels’ en ‘zilverzand’ zal de benadeelde partij niet-ontvankelijk worden verklaard, omdat niet is komen vast te staan dat deze posten rechtstreeks verband houden met het onder 3 bewezen verklaarde feit.

Het deel van de vordering dat betrekking heeft op immateriële schade is onvoldoende onderbouwd. Ook daarin zal de benadeelde partij niet-ontvankelijk worden verklaard.

[naam benadeelde 4]

De vordering van de benadeelde partij zal worden toegewezen tot een bedrag van € 350,-,

nu is komen vast te staan dat aan de benadeelde partij door het onder 3 bewezen verklaarde strafbare feit rechtstreeks materiële schade is toegebracht en de gevorderde

schadevergoeding door de verdachte in zoverre niet is weersproken.

Voor zover de vordering betrekking heeft op de posten ‘Tegels Hornbach’ en ‘opsluitband 16x 2,39 (Karwei)’ zal de benadeelde partij niet-ontvankelijk worden verklaard, omdat niet is komen vast te staan dat deze posten rechtstreeks verband houden met het onder 3 bewezen verklaarde feit.

[naam benadeelde 5]

De vordering van de benadeelde partij zal worden toegewezen tot een bedrag van € 250,-,

nu is komen vast te staan dat aan de benadeelde partij door het onder 4 bewezen verklaarde strafbare feit rechtstreeks materiële schade is toegebracht en de gevorderde

schadevergoeding door de verdachte in zoverre niet is weersproken.

Het deel van de vordering dat betrekking heeft op immateriële schade is onvoldoende onderbouwd. De benadeelde partij zal daarin niet-ontvankelijk worden verklaard.

[naam benadeelde 6]

De vordering van de benadeelde partij zal worden toegewezen tot een bedrag van € 170,- nu is komen vast te staan dat aan de benadeelde partij door het onder 5 bewezen verklaarde strafbare feit rechtstreeks materiële schade is toegebracht en de gevorderde

schadevergoeding door de verdachte niet is weersproken.

[naam benadeelde 7]

De vordering van de benadeelde partij zal worden toegewezen tot een bedrag van € 600,-,

nu is komen vast te staan dat aan de benadeelde partij door het onder 3 bewezen verklaarde strafbare feit rechtstreeks materiële schade is toegebracht en de gevorderde

schadevergoeding door de verdachte in zoverre niet is weersproken.

Het deel van de vordering dat betrekking heeft op immateriële schade is onvoldoende onderbouwd. De benadeelde partij zal daarin niet-ontvankelijk worden verklaard.

Ten aanzien van alle benadeelde partijen

Het deel van de vordering waarin de benadeelde partijen niet-ontvankelijk worden verklaard kan desgewenst bij de burgerlijke rechter worden aangebracht.

De benadeelde partijen hebben gevorderd de te vergoeden bedragen te vermeerderen met de wettelijke rente. De rechtbank bepaalt dat de te vergoeden schadebedragen vermeerderd worden met wettelijke rente vanaf het moment waarop die betreffende schadebedragen zijn ontstaan.

Nu de vorderingen van de benadeelde partijen (in overwegende mate) worden toegewezen, zal de verdachte worden veroordeeld in de kosten door de benadeelde partijen gemaakt, tot op heden begroot op € 5,25 aan de zijde van de benadeelde partij [naam benadeelde 6] en aan de zijde van de overigen op nihil.

8.4.

Conclusie

De verdachte moet de volgende benadeelde partijen de hierna te noemen schadevergoeding betalen:

  1. [naam benadeelde 1] een bedrag van € 3.650,50;

  2. [naam benadeelde 2] een bedrag van € 410,-;

  3. [naam benadeelde 3] een bedrag van € 410,-;

  4. [naam benadeelde 4] een bedrag van € 350,-;

  5. [naam benadeelde 5] een bedrag van € 250,-;

  6. [naam benadeelde 6] een bedrag van € 175,25;

  7. [naam benadeelde 7] een bedrag van € 600,-;

te vermeerderen met de wettelijke rente en kosten als hieronder in de beslissing vermeld. Tevens wordt oplegging van de hierna te noemen maatregel als bedoeld in artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht passend en geboden geacht.

9 Vordering tenuitvoerlegging

9.1.

Vonnis waarvan tenuitvoerlegging wordt gevorderd

Bij vonnis van 26 november 2013 van de politierechter van deze rechtbank is de verdachte ter zake van oplichting veroordeeld voor zover van belang tot een voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 2 maanden, met een proeftijd van 2 jaar.

De proeftijd is ingegaan op 30 juni 2015.

9.2.

Beoordeling

De hierboven bewezen verklaarde feiten zijn na het wijzen van dit vonnis en voor het einde van de proeftijd gepleegd. Door het plegen van de bewezen feiten heeft de verdachte de aan het vonnis verbonden algemene voorwaarde, dat hij voor het einde van de proeftijd geen nieuwe strafbare feiten zou plegen, niet nageleefd.

Daarom zal de tenuitvoerlegging worden gelast van de bij dat vonnis aan de verdachte opgelegde voorwaardelijke straf.

10 Vordering herroeping voorwaardelijke invrijheidstelling

10.1.

Beslissing waarvan herroeping wordt gevorderd

Bij arrest van 14 december 2015 van het gerechtshof Den Haag met parketnummer
22-000595-15, is de verdachte veroordeeld - voor zover van belang - tot een gevangenisstraf voor de duur van 24 maanden.

De verdachte is op 5 februari 2016 voorwaardelijk in vrijheid gesteld, onder de algemene voorwaarde dat hij zich voor het einde van de hierbij gestelde proeftijd van 237 dagen, die is ingegaan op 11 maart 2016, niet schuldig maakt aan een strafbaar feit.

10.2.

Beoordeling

Door het plegen van de bewezen feiten heeft de verdachte de aan de voorwaardelijke invrijheidstelling verbonden algemene voorwaarde niet nageleefd.

Daarom zal de rechtbank de vordering van de officier van justitie tot herroeping van de voorwaardelijke invrijheidstelling toewijzen en gelasten dat het gedeelte van de vrijheidsstraf dat niet ten uitvoer is gelegd, alsnog geheel, te weten 237 dagen, moet worden ondergaan.

11 Toepasselijke wettelijke voorschriften

Gelet is op de artikelen 14a, 14b, 14c, 36f, 57, 63, 225 en 326 van het Wetboek van Strafrecht.

12 Bijlagen

De in dit vonnis genoemde bijlagen maken deel uit van dit vonnis.

13 Beslissing

De rechtbank:

verklaart bewezen dat de verdachte de onder 1, 2, 3, 4, 5 en 6 ten laste gelegde feiten, zoals hiervoor omschreven, heeft begaan;

verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte meer of anders ten laste is gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij;

stelt vast dat het bewezen verklaarde oplevert de hiervoor vermelde strafbare feiten;

verklaart de verdachte strafbaar;

veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 18 (achttien) maanden;

bepaalt dat van deze gevangenisstraf een gedeelte, groot 6 (zes) maanden niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechtbank later anders mocht gelasten, omdat de veroordeelde voor het einde van de proeftijd, die hierbij wordt gesteld op 2 jaar, na te melden voorwaarden overtreedt;

stelt als algemene voorwaarden:

  • -

    de veroordeelde zal zich vóór het einde van de proeftijd niet aan een strafbaar feit schuldig maken;

  • -

    de veroordeelde zal ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit medewerking verlenen aan het nemen van één of meer vingerafdrukken of een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht ter inzage aanbieden;

  • -

    de veroordeelde zal medewerking verlenen aan reclasseringstoezicht, de medewerking aan huisbezoeken daaronder begrepen;

stelt als bijzondere voorwaarden:

1. de veroordeelde zal zich melden bij Reclassering Nederland, zolang en frequent als die reclasseringsinstelling noodzakelijk vindt;

2. de veroordeelde zal zich voor zijn problematiek onder ambulante behandeling stellen van het Dok, of een soortgelijke instelling, zolang als de reclassering verantwoord vindt;

geeft aan genoemde reclasseringsinstelling opdracht toezicht te houden op de naleving van de voorwaarden en de veroordeelde ten behoeve daarvan te begeleiden;

beveelt dat de tijd die door de veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering wordt gebracht, voor zover deze tijd niet reeds op een andere vrijheidsstraf in mindering is gebracht;


heft op de schorsing van de voorlopige hechtenis van de verdachte;

veroordeelt de verdachte om tegen behoorlijk bewijs van kwijting aan de benadeelde partij [naam benadeelde 1] , te betalen een bedrag van € 3.650,50 (zegge: drieduizendzeshonderdvijftig euro en vijftig cent), bestaande uit materiële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente hierover vanaf 21 maart 2016 tot aan de dag der algehele voldoening;

veroordeelt de verdachte in de proceskosten door de benadeelde partij [naam benadeelde 1] gemaakt, tot op heden aan de zijde van de benadeelde partij [naam benadeelde 1] begroot op nihil;

legt aan de verdachte de maatregel tot schadevergoeding op, inhoudende de verplichting aan de staat ten behoeve van de benadeelde partij [naam benadeelde 1] te betalen € 3.650,50 (hoofdsom, zegge: drieduizendzeshonderdvijftig euro en vijftig cent), vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 21 maart 2016 tot aan de dag van de algehele voldoening; beveelt dat bij gebreke van volledige betaling en volledig verhaal van het bedrag van € 3.650,50 vervangende hechtenis zal worden toegepast voor de duur van

46 dagentoepassing van de vervangende hechtenis heft de betalingsverplichting niet op;

verstaat dat betaling aan de benadeelde partij [naam benadeelde 1] tevens geldt als betaling aan de staat ten behoeve van de benadeelde partij [naam benadeelde 1] en omgekeerd;

veroordeelt de verdachte om tegen behoorlijk bewijs van kwijting aan de benadeelde partij [naam benadeelde 2], te betalen een bedrag van € 410,- (zegge: vierhonderdentien euro), bestaande uit materiële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente hierover vanaf 18 maart 2016 tot aan de dag der algehele voldoening;

verklaart de benadeelde partij [naam benadeelde 2] niet-ontvankelijk in het resterende deel van de vordering; bepaalt dat dit deel van de vordering slechts kan worden aangebracht bij de burgerlijke rechter;

veroordeelt de verdachte in de proceskosten door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden aan de zijde van de benadeelde partij [naam benadeelde 2] begroot op nihil;

legt aan de verdachte de maatregel tot schadevergoeding op, inhoudende de verplichting aan de staat ten behoeve van de benadeelde partij [naam benadeelde 2] te betalen € 410,- (hoofdsom, zegge: vierhonderdentien euro), vermeerderd met de wettelijke rente vanaf
18 maart 2016 tot aan de dag van de algehele voldoening; beveelt dat bij gebreke van volledige betaling en volledig verhaal van het bedrag van € 410,- vervangende hechtenis zal worden toegepast voor de duur van 8 dagen; toepassing van de vervangende hechtenis heft de betalingsverplichting niet op;

verstaat dat betaling aan de benadeelde partij [naam benadeelde 2] tevens geldt als betaling aan de staat ten behoeve van de benadeelde partij [naam benadeelde 2] en omgekeerd;

veroordeelt de verdachte om tegen behoorlijk bewijs van kwijting aan de benadeelde partij [naam benadeelde 3], te betalen een bedrag van € 410,- (zegge: vierhonderdentien euro), bestaande uit materiële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente hierover vanaf 14 maart 2016 tot aan de dag der algehele voldoening;

verklaart de benadeelde partij [naam benadeelde 3] niet-ontvankelijk in het resterende deel van de vordering; bepaalt dat dit deel van de vordering slechts kan worden aangebracht bij de burgerlijke rechter;

veroordeelt de verdachte in de proceskosten door de benadeelde partij [naam benadeelde 3] gemaakt, tot op heden aan de zijde van de benadeelde partij [naam benadeelde 3] begroot op nihil;

legt aan de verdachte de maatregel tot schadevergoeding op, inhoudende de verplichting aan de staat ten behoeve van de benadeelde partij [naam benadeelde 3] te betalen € 410,- (hoofdsom, zegge: vierhonderdentien euro), vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 14 maart 2016 tot aan de dag van de algehele voldoening; beveelt dat bij gebreke van volledige betaling en volledig verhaal van het bedrag van € 410,- vervangende hechtenis zal worden toegepast voor de duur van 8 dagen; toepassing van de vervangende hechtenis heft de betalingsverplichting niet op;

verstaat dat betaling aan de benadeelde partij [naam benadeelde 3] tevens geldt als betaling aan de staat ten behoeve van de benadeelde partij [naam benadeelde 3] en omgekeerd;

veroordeelt de verdacht om tegen behoorlijk bewijs van kwijting aan de benadeelde partij
[naam benadeelde 4], te betalen een bedrag van € 350,- (zegge: driehonderdenvijftig euro), bestaande uit materiële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente hierover vanaf 15 maart 2016 tot aan de dag der algehele voldoening;

verklaart de benadeelde partij [naam benadeelde 4] niet-ontvankelijk in het resterende deel van de vordering; bepaalt dat dit deel van de vordering slechts kan worden aangebracht bij de burgerlijke rechter;

veroordeelt de verdachte in de proceskosten door de benadeelde partij [naam benadeelde 4] gemaakt, tot op heden aan de zijde van de benadeelde partij [naam benadeelde 4] begroot op nihil;

legt aan de verdachte de maatregel tot schadevergoeding op, inhoudende de verplichting aan de staat ten behoeve van de benadeelde partij [naam benadeelde 4] te betalen € 350,- (hoofdsom, zegge: driehonderdenvijftig euro), vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 15 maart 2016 tot aan de dag van de algehele voldoening; beveelt dat bij gebreke van volledige betaling en volledig verhaal van het bedrag van € 350,- vervangende hechtenis zal worden toegepast voor de duur van 7 dagen; toepassing van de vervangende hechtenis heft de betalingsverplichting niet op;

verstaat dat betaling aan de benadeelde partij [naam benadeelde 4] tevens geldt als betaling aan de staat ten behoeve van de benadeelde partij [naam benadeelde 4] en omgekeerd;

veroordeelt de verdachte om tegen behoorlijk bewijs van kwijting aan de benadeelde partij [naam benadeelde 5], te betalen een bedrag van € 250,- (zegge: tweehonderdenvijftig euro), bestaande uit materiële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente hierover vanaf 17 april 2016 tot aan de dag der algehele voldoening;

verklaart de benadeelde partij [naam benadeelde 5] niet-ontvankelijk in het resterende deel van de vordering; bepaalt dat dit deel van de vordering slechts kan worden aangebracht bij de burgerlijke rechter;

veroordeelt de verdachte in de proceskosten door de benadeelde partij [naam benadeelde 5] gemaakt, tot op heden aan de zijde van de benadeelde partij [naam benadeelde 5] begroot op nihil;

legt aan de verdachte de maatregel tot schadevergoeding op, inhoudende de verplichting aan de staat ten behoeve van de benadeelde partij [naam benadeelde 5] te betalen € 250,- (hoofdsom, zegge: tweehonderdenvijftig euro), vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 17 april 2016 tot aan de dag van de algehele voldoening; beveelt dat bij gebreke van volledige betaling en volledig verhaal van het bedrag van € 250,- vervangende hechtenis zal worden toegepast voor de duur van 5 dagen; toepassing van de vervangende hechtenis heft de betalingsverplichting niet op;

verstaat dat betaling aan de benadeelde partij [naam benadeelde 5] tevens geldt als betaling aan de staat ten behoeve van de benadeelde partij [naam benadeelde 5] en omgekeerd;

veroordeelt de verdachte om tegen behoorlijk bewijs van kwijting aan de benadeelde partij [naam benadeelde 6], te betalen een bedrag van € 170,- (zegge: honderdzeventig euro), bestaande uit materiële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente hierover vanaf 31 maart 2016 tot aan de dag der algehele voldoening;

verklaart de benadeelde partij [naam benadeelde 6] niet-ontvankelijk in het resterende deel van de vordering; bepaalt dat dit deel van de vordering slechts kan worden aangebracht bij de burgerlijke rechter;

veroordeelt de verdachte in de proceskosten door de benadeelde partij [naam benadeelde 6] gemaakt, tot op heden aan de zijde van de benadeelde partij [naam benadeelde 6] begroot op € 5,25;

legt aan de verdachte de maatregel tot schadevergoeding op, inhoudende de verplichting aan de staat ten behoeve van de benadeelde partij [naam benadeelde 6] te betalen € 170,- (hoofdsom, zegge: honderdzeventig euro) ), vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 31 maart 2016 tot aan de dag van de algehele voldoening; beveelt dat bij gebreke van volledige betaling en volledig verhaal van het bedrag van € 170,- vervangende hechtenis zal worden toegepast voor de duur van 3 dagen; toepassing van de vervangende hechtenis heft de betalingsverplichting niet op;

verstaat dat betaling aan de benadeelde partij [naam benadeelde 6] tevens geldt als betaling aan de staat ten behoeve van de benadeelde partij [naam benadeelde 6] en omgekeerd;

veroordeelt de verdachte om tegen behoorlijk bewijs van kwijting aan de benadeelde partij [naam benadeelde 7], te betalen een bedrag van € 600,- (zegge: zeshonderd euro), bestaande uit materiële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente hierover vanaf 17 april 2016 tot aan de dag der algehele voldoening;

verklaart de benadeelde partij [naam benadeelde 7] niet-ontvankelijk in het resterende deel van de vordering; bepaalt dat dit deel van de vordering slechts kan worden aangebracht bij de burgerlijke rechter;

veroordeelt de verdachte in de proceskosten door de benadeelde partij [naam benadeelde 7] gemaakt, tot op heden aan de zijde van de benadeelde partij [naam benadeelde 7] begroot op nihil;

legt aan de verdachte de maatregel tot schadevergoeding op, inhoudende de verplichting aan de staat ten behoeve van de benadeelde partij [naam benadeelde 7] te betalen € 600,- (hoofdsom, zegge: zeshonderd euro) ), vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 17 april 2016 tot aan de dag van de algehele voldoening; beveelt dat bij gebreke van volledige betaling en volledig verhaal van het bedrag van € 600,- vervangende hechtenis zal worden toegepast voor de duur van 12 dagen; toepassing van de vervangende hechtenis heft de betalingsverplichting niet op;

verstaat dat betaling aan de benadeelde partij [naam benadeelde 7] tevens geldt als betaling aan de staat ten behoeve van de benadeelde partij [naam benadeelde 7] en omgekeerd;

gelast de tenuitvoerlegging van de bij vonnis van 26 november 2013 (met parketnummer 10/691095-12) van de politierechter van deze rechtbank aan de veroordeelde opgelegde voorwaardelijke gevangenisstraf voor de tijd van 2 maanden;

wijst toe de vordering tot herroeping van de voorwaardelijke invrijheidstelling met ingang van de datum waarop de detentieperiode van de verdachte inzake Maatregelen schadevergoeding eindigt.

Dit vonnis is gewezen door:

mr. A.M.H. Geerars, voorzitter,

en mrs. W.J.M. Diekman en E.B.J. van Elden, rechters,

in tegenwoordigheid van mr. G. van de Luijtgaarden, griffier,

en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank op de datum die in de kop van dit vonnis is vermeld.

Bijlage I

Tekst tenlastelegging

Aan de verdachte wordt ten laste gelegd dat

1.

hij op één of meer tijdstippen gelegen in of omstreeks de periode van 11 maart 2016 tot en met 21 maart 2016 te Rotterdam en/of Ridderkerk, in elk geval in Nederland, meermalen, althans eenmaal, (telkens) met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen (telkens) door het aannemen van een valse naam en/of van een valse hoedanigheid en/of door een of meer listige kunstgrepen en/of door een samenweefsel van verdichtsels, [naam slachtoffer 1] en/of [naam slachtoffer 2] heeft bewogen tot de afgifte van (telkens) een grote hoeveelheid (beton)tegels, in elk geval van enig goed, hebbende verdachte (telkens) met vorenomschreven oogmerk - zakelijk weergegeven - valselijk en/of listiglijk en/of bedrieglijk en/of in strijd met de waarheid

- telefonisch contact opgenomen met [naam slachtoffer 2] en/of

- zich (daarbij) voorgedaan als [valse naam verdachte] van [naam bedrijf 2] en/of

- ( meermalen) afspraken gemaakt over de levering door [naam slachtoffer 2] aan verdachte van (beton)tegels op (een) adres(sen) in Ridderkerk en/of Rotterdam en/of

- bij een levering van een hoeveelheid (beton)tegels een vrachtbon ondertekend met de naam en/of handtekening (van) [naam hovenier] en/of

- zich (aldus) voorgedaan als bonafide koper van (beton)tegels;

2.

hij op of omstreeks 12 maart 2016 te Rotterdam een geschrift dat bestemd was om tot bewijs van enig feit te dienen, te weten een administratiebewijs / bewijs van aflevering / vrachtbon, met als afzender [naam bedrijf 1] en als geadresseerde [naam bedrijf 2]

, betreffende de levering van een grote hoeveelheid Old London tegels Ardeche, valselijk heeft opgemaakt en/of heeft vervalst, door dat / die administratiebewijs / bewijs van aflevering / vrachtbon te ondertekenen met een handtekening die moest doorgaan voor de handtekening van [naam hovenier] , in ieder geval te voorzien van een valse ondertekening, met het oogmerk om het als echt en onvervalst te gebruiken of door anderen te doen gebruiken;

3.

hij op één of meer tijdstippen gelegen in of omstreeks de periode van 11 maart 2016 tot en met 4 april 2016 te Rotterdam, in elk geval in Nederland, (telkens) met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen (telkens) door het aannemen van

een valse naam en/of van een valse hoedanigheid en/of door een of meer listige kunstgrepen en/of door een samenweefsel van verdichtsels, [naam slachtoffer 3] en/of [naam slachtoffer 4] en/of [naam slachtoffer 5] heeft bewogen tot de afgifte van (een) geldbedrag(en) (zoals hieronder nader aangeduid), in elk geval van enig goed, hebbende verdachte (telkens) met vorenomschreven oogmerk - zakelijk weergegeven - valselijk en/of listiglijk en/of bedrieglijk en/of in strijd met de waarheid (telkens)

- een aanbod gedaan om voor een bepaald overeen te komen bedrag hoveniers-/ tuinierswerkzaamheden te (laten) verrichten en/of (een) tuin(en) (opnieuw) te (laten) betegelen en/of de overeengekomen werkzaamheden op korte termijn te (laten) verrichten en/of aan te (laten) vangen en/of de overeengekomen werkzaamheden geheel te (laten) verrichten en/of

- gezegd dat (de) tegels goedkoper werden naarmate er meer besteld zouden worden en/of

- een (mondelinge) prijsafspraak gemaakt en/of

- een voorschot op het overeengekomen bedrag en/of vooruitbetaling van het gehele overeengekomen bedrag gevraagd en/of

- aangegeven dat een voorschot / extra betaling nodig was om oude tegels af te voeren en/of om een grote afvalcontainer te regelen om alle oude tegels af te voeren en/of om nieuwe tegels te bestellen, waardoor de volgende personen op na te noemen tijdstip(pen) (telkens) werd(en) bewogen tot afgifte van de nagenoemde bedragen:

- [naam slachtoffer 3] in of omstreeks de periode van 11 maart 2016 tot en met 18 maart 2016 van een bedrag van 360 euro en/of

- [naam slachtoffer 4] op 12 maart 2016 van een bedrag van 360 euro en/of op 14 maart 2016 van een bedrag van 100 euro en/of

- [naam slachtoffer 5] op 15 maart 2016 van een bedrag van 100 euro;

4.

hij in of omstreeks de periode van 24 maart 2016 tot en met 17 april 2016 te Rotterdam, althans in Nederland, met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse naam en/of van een valse hoedanigheid en/of door een of meer listige kunstgrepen en/of door een samenweefsel van verdichtsels,
[naam slachtoffer 6] heeft bewogen tot de afgifte van een geldbedrag van 250 euro, in elk geval van enig goed, hebbende verdachte (telkens) met vorenomschreven oogmerk - zakelijk weergegeven - valselijk en/of listiglijk en/of bedrieglijk en/of in strijd met de waarheid

- tegen die [naam slachtoffer 6] gezegd dat hij, verdachte, graag mensen hielp en dat hij in de partijhandel van faillissementen zat en/of

- tegen die [naam slachtoffer 6] gezegd dat hij, verdachte, een wasmachine en een droger te koop had, beide met een inhoud van 8 tot 9 kilo, en/of

- aan die [naam slachtoffer 6] gevraagd om een aanbetaling te doen en/of

- aan die [naam slachtoffer 6] via e-mail een kopie van zijn, verdachtes, legitimatiebewijs gestuurd en/of

- in dat e-mailbericht gemeld dat hij woonachtig was aan de [adres 3] , [postcode] te Rotterdam en dat hij daar pas woonde en/of

- aan die [naam slachtoffer 6] uitleg gegeven over de warmtepomp van de droger en/of

- aan die [naam slachtoffer 6] een sms-bericht gestuurd waarin werd aangekondigd dat de wasautomaat en de droger op 29 maart 2016 geleverd zouden worden, waardoor [naam slachtoffer 6] (telkens) werd bewogen tot bovenomschreven afgifte(s);

5.

hij in of omstreeks de periode van 30 maart 2016 tot en met 31 maart 2016 te Rotterdam, althans in Nederland met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse naam en/of een valse hoedanigheid en/of door listige kunstgrepen en/of door een samenweefsel van verdichtsels, [naam slachtoffer 7] heeft bewogen tot de afgifte van enig goed, het verlenen van een dienst, het ter beschikking stellen van gegevens, het aangaan van een schuld en/of het teniet doen van een inschuld, te weten een geldbedrag van 170 euro, in elk geval van enig goed, hebbende verdachte (telkens) met vorenomschreven oogmerk - zakelijk weergegeven - valselijk en/of listiglijk en/of bedrieglijk en/of in strijd met de waarheid

- tegen die [naam slachtoffer 7] gezegd dat hij, verdachte, was opgelicht voor een bedrag van 2.800 euro, dat hij nu geen geld had om eten te kopen, omdat hij geen geld meer op de bank had staan en/of

- gezegd tegen die [naam slachtoffer 7] , dat als zij 170 euro aan hem, verdachte, zou lenen, dat zijn, verdachte's, vrouw, dan op 31 maart 2016 200 euro zou komen brengen omdat op 31 maart 2016 zijn, verdachte's, inkomen op zijn rekening gestort zou worden;

6.

hij in of omstreeks de periode van 16 april 2016 tot en met 17 april 2016 te Rotterdam en/of Hoorn, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse naam en/of van een valse hoedanigheid en/of door een of meer listige kunstgrepen en/of door een samenweefsel van verdichtsels, [naam slachtoffer 8] heeft bewogen tot de afgifte van een geldbedrag van 600 euro, in elk geval van enig goed, hebbende verdachte (telkens) met vorenomschreven oogmerk - zakelijk weergegeven - valselijk en/of listiglijk en/of bedrieglijk en/of in strijd met de waarheid

- tegen die [naam slachtoffer 8] gezegd dat hij, verdachte, handelde in faillissementsgoederen en/of

- ( via what's app) aan die [naam slachtoffer 8] laten weten dat hij, verdachte, een televisie van het merk en type LG 55EG9109 kon leveren en/of

- ( per e-mail) een bevestiging van de bestelling en/of (via what's app) een factuurnummer aan die [naam slachtoffer 8] gezonden en/of

- aan die [naam slachtoffer 8] gevraagd om de betaling voor de televisie over te maken op het rekeningnummer [bankrekeningnummer] ten name van [naam] , waardoor [naam slachtoffer 8] werd bewogen tot bovenomschreven afgifte.