Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBROT:2016:9788

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
23-12-2016
Datum publicatie
23-12-2016
Zaaknummer
3202784--CV-EXPL--14-31240
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Telefoonabonnement. Erkenning van de vordering door de gedaagde. Verkoopwaarde van het toestel niet vermeld. Vergelijking met sim-only gaat niet op. Overeenkomst tav toestelgedeelte niet van kracht geworden. Volledige afwijzing van de vordering.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

zaaknummer: 3202784 \ CV EXPL 14-31240

uitspraak: 23 december 2016

vonnis van de kantonrechter, zitting houdende te Rotterdam,

in de zaak van

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

Intrum Justitia Nederland B.V.,

woonplaats: 's-Gravenhage,

eiseres bij exploot van dagvaarding van 24 juni 2014,

gemachtigde: Van Arkel gerechtsdeurwaarders te Leiden,

tegen

[gedaagde] ,

woonplaats: Rotterdam,

gedaagde,

procederend in persoon.

1 Het verloop van de procedure

Eiseres heeft gevorderd bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad, gedaagde te veroordelen aan eiseres te betalen € 872,00 met rente en kosten zoals in de dagvaarding omschreven.

Gedaagde heeft schriftelijk op de eis geantwoord.

Eiseres is in de gelegenheid gesteld zich, mede gezien de arresten van de Hoge Raad van

13 juni 2014 (ECLI:NL:HR:2014:1385) en van 12 februari 2016 (ECLI:NL:HR:2016:236), uit te laten zoals in de betreffende rolbeslissing(en) is omschreven.

Van die mogelijkheid heeft eiseres gebruik gemaakt.

Gedaagde heeft, hoewel daartoe behoorlijk in de gelegenheid te zijn gesteld, niet meer gereageerd.

Daarop is de datum voor de uitspraak van dit vonnis (nader) bepaald op heden.

2 De beoordeling van de vordering

Gedaagde heeft de feiten waarop de vordering is gebaseerd niet betwist.

Uit de in het geding gebrachte stukken blijkt dat eiseres stelt dat gedaagde een overeenkomst is aangegaan, op grond waarvan gedaagde tegen betaling van maandelijkse abonnementskosten en gebruikskosten gebruik kon maken van het mobiele telecommunicatienetwerk van de telefoonprovider. Bij het aangaan van die overeenkomst is aan gedaagde een mobiele telefoon verstrekt. De vordering op gedaagde is overgedragen aan eiseres, aldus nog steeds eiseres.

Een dergelijke overeenkomst wordt conform voornoemd arrest van de Hoge Raad van 13 juni 2014 ter zake de verkrijging van de mobiele telefoon aangemerkt als koop op afbetaling als bedoeld in artikel 7A:1576 lid 1 Burgerlijk Wetboek, nu niet aannemelijk is dat de door gedaagde verschuldigde abonnementskosten niet (mede) strekken tot afbetaling van de door gedaagde ontvangen telefoon.

Uit de door eiseres in het geding gebrachte gegevens blijkt niet dat de koopprijs van het aan gedaagde verstrekte telefoontoestel afzonderlijk is bepaald in de overeenkomst. Daarom wordt de overeenkomst ten aanzien van het toestelgedeelte geacht niet van kracht te zijn geworden.

Voor de verkoopwaarde van het toestel heeft eiseres verwezen naar een sim only vergelijking. Deze vergelijking is echter niet of niet door voldoende controleerbare en op de zaak toegespitste gegevens toegelicht en/of onderbouwd, zodat op grond hiervan geen betrouwbare verkoopwaarde van het toestel kan worden aangenomen.

Als gevolg daarvan kan niet worden vastgesteld welk gedeelte van de door gedaagde verschuldigde maandtermijnen betrekking heeft op het toestelgedeelte en welk gedeelte betrekking heeft op de door de provider geleverde telecommunicatiediensten. Hierdoor moet worden aangenomen dat de beide onderdelen zodanig met elkaar verweven zijn dat zij niet los van elkaar kunnen worden gezien en daardoor allebei niet van kracht zijn geworden.

Daarom wordt de gehele vordering van eiseres afgewezen. Hetgeen door gedaagde is aangevoerd kan om die reden onbesproken blijven.

Als de in het ongelijk gestelde partij wordt eiseres veroordeeld in de proceskosten, die aan de zijde van gedaagde worden vastgesteld op nihil.

3 De beslissing

De kantonrechter:

wijst de vordering af;

veroordeelt eiseres in de proceskosten, tot aan deze uitspraak aan de zijde van gedaagde vastgesteld op nihil.

Dit vonnis is gewezen door mr. W.J.J. Wetzels en uitgesproken ter openbare terechtzitting.

922