Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBROT:2016:9717

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
27-07-2016
Datum publicatie
16-12-2016
Zaaknummer
10/700388-13
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

161 sexies Wetboek van Strafrecht

138 ab Wetboek van Strafrecht

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Rechtbank Rotterdam

Team straf 2

Parketnummer: [parketnummer]

Datum uitspraak: 27 juli 2016

Tegenspraak

Vonnis van de rechtbank Rotterdam, meervoudige kamer voor strafzaken, in de zaak tegen de verdachte:

[verdachte],

geboren op [geboortedatum] te [geboorteplaats],

ingeschreven in de basisregistratie personen op het adres: [adres verdachte]

raadsman mr. J. van Riet, advocaat te Rotterdam.

1 Onderzoek op de terechtzitting

Gelet is op het onderzoek op de terechtzitting van 13 juli 2016.

2 Tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd hetgeen is vermeld in de dagvaarding. De tekst van de tenlastelegging is als bijlage I aan dit vonnis gehecht.

3 Eis officier van justitie

De officier van justitie mr. Bonnes heeft gevorderd:

  • -

    vrijspraak van het onder 5 en 6 ten laste gelegde;

  • -

    bewezenverklaring van het onder 1, 2, 3 en 4 ten laste gelegde;

  • -

    veroordeling van de verdachte tot een werkstraf voor de duur van 120 uren, subsidiair 60 dagen vervangende hechtenis, met aftrek van voorarrest en een gevangenisstraf voor de duur 3 maanden voorwaardelijk, met een proeftijd van 2 jaren en opheffing van het geschorste bevel tot bewaring.

4 Ontvankelijkheid officier van justitie

4.1.

Standpunt verdediging

Aangevoerd is dat het openbaar ministerie bij de aanhouding van de verdachte de beginselen van proportionaliteit en subsidiariteit niet in acht heeft genomen.

De verdachte werd de eerste keer op 12 februari 2014 aangehouden. Als gevolg van deze aanhouding moest zijn minderjarige zoon bij een pleeggezin worden ondergebracht. Hoewel de voorlopige hechtenis op 14 februari 2014 werd geschorst, moest de minderjarige zoon op last van Jeugdzorg bij het pleeggezin blijven. Pas na civielrechtelijke inspanningen kon de minderjarige zoon weer bij de verdachte komen wonen.

Op 15 december 2014 werd de verdachte wederom aangehouden door een arrestatieteam, daarbij werd de voordeur van de woning van de verdachte geforceerd. De verdachte kreeg een zak over zijn hoofd en werd geboeid afgevoerd. De minderjarige zoon moest door Jeugdzorg van school worden gehaald. Deze ingreep was onnodig kwellend en traumatisch voor vader en zoon. Er bestond bovendien geen rechtvaardiging voor, omdat de verdachte op eerste verzoek voor nader verhoor zou zijn verschenen en er niets aan in de weg had gestaan om dan een doorzoeking te laten plaatsvinden. Daarbij betreft het de verdenking van relatief lichte vergrijpen. De raadsman heeft verzocht het openbaar ministerie niet-ontvankelijk te verklaren in de vervolging van de verdachte, met name vanwege het tweede politieoptreden.

4.2.

Beoordeling

Van niet-ontvankelijkverklaring van het openbaar ministerie in de vervolging, als een in artikel 359a, eerste lid, aanhef en onder c, van het Wetboek van Strafvordering (Sv) bedoeld rechtsgevolg, kan slechts sprake zijn indien sprake is van een vormverzuim.

Bij het tweede politieoptreden is weliswaar stevig opgetreden, maar ten tijde van dat optreden was er de verdenking van een ernstig strafbaar feit. Voor het onderzoek daarnaar was het van groot belang dat de computers waaraan onderzoek zou moeten worden gedaan onversleuteld en werkend werden aangetroffen, zonder dat de verdachte de kans zou krijgen gegevens te wissen of te veranderen. Daarin is de rechtvaardiging gelegen voor het optreden van een arrestatieteam. Dat deze verdenking uiteindelijk niet bevestigd is door het verrichte onderzoek is wijsheid achteraf en levert geen verzuim van vormen op. Dat het optreden gevolgen heeft gehad voor de verblijfsplaats van de zoon van de verdachte is te betreuren, maar dat maakt nog niet dat vormen zijn verzuimd.

Ten slotte is geen sprake van een zeer fundamentele inbreuk op de beginselen van een behoorlijke procesorde waardoor het wettelijk systeem in de kern is geraakt (Hoge Raad 1 juni 1999, ECLI:NL:HR:1999:ZD1143).

De rechtbank zal daarom het verweer van de raadsman, strekkende tot niet-ontvankelijkheid van het openbaar ministerie, verwerpen.

4.3.

Conclusie

De officier van justitie is ontvankelijk.

5 Waardering van het bewijs

5.1.

Bewezenverklaring feit 1 zonder nadere motivering

Het onder 1 ten laste gelegde is door de verdachte bekend. Dit feit zal zonder nadere bespreking bewezen worden verklaard.

5.2.

Bewijswaardering feiten 2 en 3

5.2.1.

Standpunt verdediging

De verdediging heeft bij het tenlastegelegde feit 2 aangevoerd dat er geen sprake is geweest van binnendringen. De verdediging heeft ten aanzien van feit 3 aangevoerd dat de wederrechtelijkheid bij het binnendringen heeft ontbroken, nu de informatie (die weliswaar niet voor de verdachte bedoeld was) niet beveiligd was. Voor beide feiten dient derhalve vrijspraak te volgen.

5.4.2

Beoordeling feit 2

Ten aanzien van feit 2 heeft de verdachte ter zitting verklaard dat hij aan het openbare wifi-netwerk van de gemeente Hellevoetsluis heeft gemeld dat zijn laptop de hoofdrouter was. Daarmee is de computer van de verdachte het basisstation geworden die de taak van het basisstation van de gemeente heeft overgenomen. Hierdoor kwam iedereen die inlogde terecht op de plek waar verdachte ze naartoe leidde, in plaats van op de plek waar men normaal terecht zou komen.

De rechtbank is van oordeel dat de verdachte daarmee een door de gemeente ongewenste wijziging heeft aangebracht in de werking van de netwerkapparatuur (tezamen een geautomatiseerd werk) van de gemeente. Dat enkele gegeven leidt al tot de conclusie dat sprake is van binnendringen van een geautomatiseerd werk in de zin van artikel 138ab, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht (Sr), nu is komen vast te staan dat de verdachte zich de toegang tot een computer van de gemeente heeft verschaft. Dit binnendringen was wederrechtelijk (de verdachte had geen toestemming) en opzettelijk (hij wist heel goed wat hij deed). Het aan de verdachte onder 2 ten laste gelegde feit kan in derhalve bewezen worden geacht.

De rechtbank kan niet vaststellen welke software of instructies de verdachte precies heeft gebruikt; daarvoor is onvoldoende informatie beschikbaar. Daarom kan niet worden vastgesteld van welke van de tenlastelegging opgesomde middelen gebruik is gemaakt. Dat doet echter niet af aan conclusie dat sprake is van binnendringen in de zin van de wet, nu de wet slechts een niet-limitatieve opsomming geeft van de gevallen waarin (in ieder geval) sprake is van binnendringen. Het gegeven dat de router zodanig was geconfigureerd dat de verdachte deze handeling kon verrichten, zoals door de verdachte ter zitting nog naar voren gebracht, doet aan de bewezenverklaring van het wederrechtelijk binnendringen evenmin af. Weten of en hoe een deur geopend kan worden, geeft nog niet het recht de deur te openen, ook al is deze niet op slot gedraaid.

Het onder 2 ten laste gelegde is wettig en overtuigend bewezen.

5.4.2

Beoordeling feit 3

Ten aanzien van feit 3 heeft de verdachte ter zitting verklaard dat hij de gegevens

opgeslagen op de Network Attached Storage (NAS; een via een computernetwerk verbonden apparaat voor gegevensopslag) van/in gebruik bij [aangever] heeft gekopieerd.

De verdachte heeft verklaard waarschijnlijk meermalen bij de gegevens op de NAS te zijn geweest. Tevens heeft de verdachte, geconfronteerd met de datum van de kopieerbeweging op het screenshot van 20 juli 2013, verklaard dat hij een dag later heeft gekeken of het nog open stond en of de situatie nog steeds zo was zoals verdachte het had achtergelaten. Tevens heeft verdachte erkend dat hij, gelet op de waargenomen inhoud van de gegevens, direct begreep dat het niet de bedoeling kon zijn dat hij kennis kon nemen van die gegevens. Door de verdachte is verder naar voren gebracht dat hij rechtstreeks bij de bestanden kon door niet de gebruikelijke, maar een aangepaste Uniform Resource Locator (URL) te gebruiken, waardoor hem niet om een gebruikersnaam en wachtwoord werd gevraagd. De gebruiker van de NAS zal niet hebben geweten dat deze mogelijkheid bestond; hem werd waarschijnlijk wel telkens een gebruikersnaam en wachtwoord gevraagd.

De tenlastelegging is, door het gebruik van “meermalen, althans eenmaal” en het opnemen van een vervolghandeling (het overnemen van gegevens uit het binnengedrongen werk), voor meer uitleg vatbaar. Er zou bedoeld kunnen zijn dat een of meermalen is binnengedrongen en vervolgens tijdens een of meer van die gelegenheden gegevens zijn overgenomen. Een andere uitleg is dat er een of meermalen gegevens zijn overgenomen en alleen het binnendringen wanneer er daadwerkelijk gegevens zijn overgenomen, is bedoeld. Omdat het zwaartepunt van het delict ligt bij de overname van gegevens, kiest de rechtbank voor de laatste uitleg.

De rechtbank is van oordeel dat sprake is van opzettelijk en wederrechtelijk binnendringen van een geautomatiseerd werk in de zin van artikel 138ab, eerste lid, Sr. De verdachte heeft zich immers meermalen de toegang verschaft tot de NAS van [aangever] en heeft daarop gegevens aangetroffen, waarvan hij direct begreep dat deze niet voor zijn ogen bestemd waren. Hij heeft zich vervolgens bewust nogmaals de toegang tot de NAS verschaft en heeft toen de op de NAS opgeslagen gegevens gekopieerd en op zijn eigen computer opgeslagen. Hij heeft hiervoor geen toestemming gekregen van [aangever] en dus handelde hij wederrechtelijk. Ook het aan de verdachte onder 3 tenlastegelegde kan daarom bewezen worden geacht.

De rechtbank laat in het midden welk van de in artikel 138ab, eerste lid, Sr opgesomde middelen is gebruikt, nu dit niet eenvoudig uit de bewijsmiddelen is af te leiden en het niet van belang is voor de beoordeling van de strafbaarheid van het handelen van de verdachte.

Het onder 3 ten laste gelegde is wettig en overtuigend bewezen.

5.3.

Vrijspraak feit 4

5.3.1.

Standpunt officier van justitie

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat verdachte de gegevens van de NAS van [aangever] en de logingegevens van [aangever 2] heeft gekopieerd en dat dit valt onder de strafbaarstelling van artikel 139e Sr.

5.3.2.

Beoordeling

Zoals deze rechtbank eerder heeft geoordeeld, is de kern van het ten laste gelegde artikel 139e Sr de bescherming tegen het aftappen van gegevens die ‘in beweging zijn’: een gesprek dat wordt gevoerd, uitgevoerde telecommunicatie, gegevensoverdracht of andere gegevensverwerking (vonnis van 4 september 2014, ECLI:NL:RBROT:2014:7379).

Er is echter niet meer bewijs voorhanden dan dat gegevens die zich in de NAS bevonden en inloggegevens van [aangever 2] zijn aangetroffen bij de verdachte. Alleen de verdachte verklaart hoe hij aan de gegevens is gekomen: hij heeft ze overgenomen, maar niet door gegevens die ‘in beweging zijn’ te onderscheppen.

5.3.3.

Conclusie

Het onder 4 ten laste gelegde is niet wettig en overtuigend bewezen. De verdachte wordt daarvan vrijgesproken.

5.4.

Vrijspraak feiten 5 en 6 zonder nadere motivering

Met de officier van justitie en de verdediging is de rechtbank van oordeel dat het onder 5 en 6 ten laste gelegde niet wettig en overtuigend is bewezen, zodat de verdachte daarvan zonder nadere motivering zal worden vrijgesproken.

5.5.

Bewezenverklaring

In bijlage II heeft de rechtbank de inhoud van wettige bewijsmiddelen opgenomen, houdende voor de bewezenverklaring redengevende feiten en omstandigheden. Op grond daarvan, en op grond van de redengevende inhoud van het voorgaande, is wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder 2 en 3 ten laste gelegde heeft begaan.

In bijlage III heeft de rechtbank een opgave gedaan van wettige bewijsmiddelen, houdende voor de bewezenverklaring redengevende feiten en omstandigheden. Met deze opgave wordt volstaan, nu de verdachte het bewezen verklaarde heeft bekend en nadien geen vrijspraak is bepleit. Op grond daarvan is wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder 1 ten laste gelegde heeft begaan.

De verdachte heeft de bewezen verklaarde feiten op die wijze begaan dat:

1.

hij in de periode van 26 mei 2013 tot en met 27 mei 2013 te

Hellevoetsluis,

opzettelijk stoornis in de gang of werking van enig geautomatiseerd werk, te weten de webserver van de overheidsinstantie gemeente Hellevoetsluis, heeft veroorzaakt

immers heeft hij, verdachte een denial of service aanval (DOS-aanval) gepleegd op de webserver/het geautomatiseerde werk waar vanaf de website www.hellevoetsluis.nl werd gepubliceerd, door die webserver systematisch te overvragen (door het verzenden van verbindingsverzoeken), terwijl daardoor wederrechtelijk verhindering of bemoeilijking van de overdracht van gegevens ten algemene nutte is ontstaan;

2.

hij op 29 mei 2013 te Hellevoetsluis

opzettelijk en wederrechtelijk in een geautomatiseerd werk voor

opslag of verwerking van gegevens, te weten

computer(s) van de overheidsinstantie

Gemeente Hellevoetsluis, is binnengedrongen;

3.

hij op 20 juli 2013 te Hellevoetsluis,

opzettelijk en wederrechtelijk in een geautomatiseerd werk voor

opslag of verwerking van gegevens, te weten

de Network Attached Storage (NAS) van/in gebruik bij de [aangever],

is binnengedrongen,

immers

- heeft hij, verdachte, zich toegang verschaft tot die NAS (door het intypen van een uniform resource locator (url)),

waarna hij, verdachte, vervolgens gegevens (waaronder e-mails en documenten

van die [aangever]) die waren opgeslagen op die NAS, voor zichzelf

heeft overgenomen.

Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd is niet bewezen. De verdachte moet daarvan worden vrijgesproken.

6 Strafbaarheid feiten

De bewezen feiten leveren op:

Ten aanzien van feit 1

Opzettelijk stoornis in de gang of in de werking van enig geautomatiseerd werk veroorzaken, terwijl daardoor wederrechtelijk verhindering of bemoeilijking van de overdracht van gegevens ten algemene nutte ontstaat

Ten aanzien van feit 2

Computervredebreuk

Ten aanzien van feit 3

Computervredebreuk, waarna de dader vervolgens gegevens die zijn opgeslagen door middel van het geautomatiseerde werk waarin hij zich wederrechtelijk bevindt, voor zichzelf heeft overgenomen.

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten.

De feiten zijn derhalve strafbaar.

7 Strafbaarheid verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluit.

De verdachte is derhalve strafbaar.

8 Motivering straf

8.1.

Algemene overweging

De straf die aan de verdachte wordt opgelegd, is gegrond op de ernst van de feiten, de omstandigheden waaronder de feiten zijn begaan en de persoon en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte. Daarbij wordt in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.

8.2.

Feiten waarvoor de straf wordt opgelegd

De verdachte heeft een website van de gemeente Hellevoetsluis tijdelijk onbruikbaar gemaakt. Deze website vervulde een publiek doel. De verdachte heeft het de inwoners van die gemeente en alle andere personen of instanties die informatie zochten, met zijn handelen onmogelijk gemaakt om de website van de gemeente te bezoeken. De verdachte heeft hiermee voor de nodige overlast gezorgd.

De verdachte heeft zich tevens schuldig gemaakt aan computervredebreuk door het publieke WiFi-netwerk van de gemeente anders in te stellen en een NAS van een min of meer willekeurig slachtoffer binnen te dringen en daarvan gegevens over te nemen.

Met name het feit dat er gegevens zijn overgenomen geeft de betrokkenen een gevoel van onveiligheid en houdt tevens het beangstigende risico op misbruik van die gegevens in. Dit rekent de rechtbank de verdachte aan.

8.3.

Persoonlijke omstandigheden van de verdachte

8.3.1.

Strafblad

De rechtbank heeft acht geslagen op een uittreksel uit de justitiële documentatie van 22 juni 2016, waaruit blijkt dat de verdachte eerder is veroordeeld, maar niet voor soortgelijke strafbare feiten.

8.3.2.

Rapportages

Psycholoog drs. J.J. van der Weele heeft een rapport over de verdachte opgemaakt gedateerd 25 april 2014. Dit rapport houdt onder meer het volgende in.

Bij de verdachte is sprake van een pervasieve ontwikkelingsstoornis (PDD-NOS). Dit was ook het geval ten tijde van het ten laste gelegde. De verdachte kent door de pervasieve ontwikkelingsstoornis een relatief rechtlijnige denktrant, een duidelijk onvermogen om zich in de ander te verplaatsen en een zeer fanatiek streven om het eigen gelijk te halen, waardoor vaak het tegenovergestelde wordt bereikt en verhoudingen alleen maar meer onder druk komen te staan. Inzicht in dit scenario ontbreekt in zijn geval vanwege deze stoornis. De verdachte kan als verminderd toerekeningsvatbaar worden beschouwd. De rigiditeit in de manier van denken kan van belang zijn bij eventuele recidive. Als hij weer meer structuur en perspectief in zijn leven krijgt, inclusief de zorg voor zijn zoontje, zou dit de kans op recidive al aanzienlijk beperken. Ambulante begeleiding en behandeling bij Delta Psychiatrisch Ziekenhuis is aan te bevelen, omdat hij hier reeds bekend is. Dit contact kan binnen het kader van bijzondere voorwaarden worden geplaatst bij een (deels) voorwaardelijke straf met proeftijd en toezicht door de reclassering.

Reclassering Nederland heeft over de verdachte verschillende rapporten opgemaakt, het meest recente rapport is gedateerd 1 april 2016. Dit rapport houdt onder meer het volgende in.

De verdachte is in 2014 aangemeld bij Delta Psychiatrisch Centrum. Deze begeleiding was in eerste instantie gericht op praktische zaken. De begeleiding bij Delta is eind 2015 formeel stop gezet en door Yulius in Dordrecht overgenomen. Uit een eerdere relatie heeft de verdachte drie kinderen. Eén daarvan woont inmiddels bij hem in Zwijndrecht. Dit gaat goed. De reclassering is van mening dat verdere begeleiding in de vorm van reclasseringstoezicht nu geen meerwaarde meer heeft. De verdachte heeft de belangrijkste zaken weer redelijk op de rails gekregen. De contacten met de belangrijkste instellingen verlopen redelijk naar wens. De psychische problematiek blijft, maar betrokkene heeft geleerd hier mee om te gaan. Gedurende het reclasseringstoezicht is veel gedaan om de situatie rondom betrokkene rustig te houden. De reclassering acht een proeftijd van 5 jaren wenselijk en acht daarnaast een voorwaardelijke werkstraf aangewezen. De kans op recidive wordt, met de situatie van nu, als laag ingeschat. Geadviseerd wordt een (gedeeltelijk) voorwaardelijke gevangenisstraf en/of een voorwaardelijke werkstraf op te leggen. Hierbij worden geen bijzondere voorwaarden geadviseerd.

De rechtbank heeft acht geslagen op deze rapportages.

8.4.

Conclusies van de rechtbank

Gelet op hetgeen de rechtbank hierboven heeft overwogen, komt zij tot de volgende conclusies.

Toerekeningsvatbaarheid

Nu de conclusie van de psycholoog gedragen wordt door de bevindingen en door hetgeen ook overigens op de terechtzitting is gebleken, neemt de rechtbank die conclusie over en maakt die tot de hare. De verdachte wordt in verminderde mate toerekeningsvatbaar geacht.

Straf

De rechtbank stelt voorop dat op feiten als de bewezenverklaarde in beginsel niet anders kan worden gereageerd met strafoplegging, ook nu vervolging langer heeft geduurd dan wenselijk en ook nu de aanhoudingen van de verdachte voor hem, en zijn zoon, vervelende bijkomende gevolgen heeft gehad. De verzoeken een straf geheel achterwege te laten of deze geheel voorwaardelijk op te leggen, worden dan ook afgewezen.

De verdachte heeft zijn leven inmiddels goed op de rit en is in de tussentijd niet opnieuw in aanraking gekomen met politie en justitie. Begeleiding van de reclassering lijkt niet meer nodig. Gelet op dit alles, ziet de rechtbank geen aanleiding voor een voorwaardelijk strafdeel in enige vorm.

Wel zal een onvoorwaardelijke straf worden opgelegd als vergelding voor hetgeen de verdachte heeft gedaan. Gezien de lange tijd die is verstreken sinds de feiten zijn gepleegd, de verminderde toerekeningsvatbaarheid van de verdachte en de goede wending die het leven van de verdachte heeft genomen, zal de rechtbank afzien van een gevangenisstraf en acht zij een werkstraf passend.

9 Vordering benadeelde partij

Als benadeelde partij heeft zich in het geding gevoegd: de gemeente Hellevoetsluis ter zake van de onder 1 en 2 ten laste gelegde.

De benadeelde partij vordert een vergoeding van € 22.687,50 aan materiële schade.

9.1.

Standpunt officier van justitie

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat de benadeelde partij niet-ontvankelijk dient te worden verklaard in de vordering, omdat het de vraag is of de gevorderde schade kan worden gezien als rechtstreeks als gevolg van het strafbare feit geleden schade. Niet duidelijk is of er sprake is van kosten die zien op een herstelactie, dan wel kosten die zien op voorkoming van herhaling in de toekomst. De bewezen feiten dateren van mei 2013 en de ingediende factuur van juli 2013.

9.2.

Standpunt verdediging

De raadsman heeft zich op het standpunt gesteld dat de benadeelde partij niet-ontvankelijk dient te worden verklaard in de vordering. Dit nu de vordering buitensporig hoog is en niet gespecificeerd en daarmee een te grote belasting vormt voor het strafproces.

9.3.

Beoordeling

De behandeling van de vordering van de benadeelde partij levert een onevenredige belasting van het strafgeding op, nu er zonder nadere bewijsvoering waarvoor in het strafproces geen plaats is, niet valt vast te stellen of de gevorderde kosten kunnen worden aangemerkt als rechtstreeks als gevolg van het strafbare feit geleden schade. De benadeelde partij zal in de vordering niet-ontvankelijk worden verklaard. De vordering kan slechts bij de burgerlijke rechter worden aangebracht.

Nu de benadeelde partij niet-ontvankelijk zal worden verklaard, zal de benadeelde partij worden veroordeeld in de kosten door de verdachte ter verdediging van de vordering gemaakt, welke kosten tot heden worden begroot op nihil.

9.4.

Conclusie

De verdachte hoeft geen schadevergoeding te betalen aan de benadeelde partij.

10 Toepasselijke wettelijke voorschriften

Gelet is op de artikelen 9, 22c, 22d, 57, 138ab (oud) en 161sexies (oud) van het Wetboek van Strafrecht.

11 Bijlagen

De in dit vonnis genoemde bijlagen maken deel uit van dit vonnis.

12 Beslissing

De rechtbank:

verklaart niet bewezen, dat de verdachte de onder 4, 5 en 6 ten laste gelegde feiten heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij;

verklaart bewezen, dat de verdachte de onder 1, 2 en 3 ten laste gelegde feiten, zoals hiervoor omschreven, heeft begaan;

verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte meer of anders ten laste is gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard en spreekt de verdachte ook daarvan vrij;

stelt vast dat het bewezen verklaarde oplevert de hiervoor vermelde strafbare feiten;

verklaart de verdachte strafbaar;

veroordeelt de verdachte tot een taakstraf voor de duur van 120 uren, waarbij de Reclassering Nederland dient te bepalen uit welke werkzaamheden de taakstraf dient te bestaan;

beveelt dat de tijd die door de veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde taakstraf in mindering wordt gebracht volgens de maatstaf van twee uren per dag, zodat na deze aftrek 112 uren te verrichten taakstraf resteert;

beveelt dat, voor het geval de veroordeelde de taakstraf niet naar behoren verricht, vervangende hechtenis zal worden toegepast voor de duur van 56 dagen;

heft op het bevel tot voorlopige hechtenis van de verdachte, die bij eerdere beslissing is geschorst;

verklaart de benadeelde partij gemeente Hellevoetsluis niet-ontvankelijk in de vordering;

bepaalt dat de vordering slechts kan worden aangebracht bij de burgerlijke rechter;

veroordeelt de benadeelde partij in de kosten door de verdachte ter verdediging tegen de vordering gemaakt, en begroot deze kosten op nihil.

Dit vonnis is gewezen door:

mr. J. van den Bos, voorzitter,

en mrs. W.L. van der Bijl-de Jong en M. Smit, rechters,

in tegenwoordigheid van mr. Van Wingerden, griffier,

en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank op de datum die in de kop van dit vonnis is vermeld.

Bijlage I

Tekst tenlastelegging

Aan de verdachte wordt ten laste gelegd dat

1.

hij in of omstreeks de periode van 26 mei 2013 tot en met 29 mei 2013 te

Hellevoetsluis, althans in Nederland, meermalen, althans éénmaal,

opzettelijk enig geautomatiseerd werk, althans enig werk voor

telecommunicatie, te weten de website en/of webserver van de

overheidsinstantie gemeente Hellevoetsluis,

heeft vernield en/of beschadigd en/of onbruikbaar gemaakt en/of stoornis in

gang of werking van zodanig werk heeft veroorzaakt, immers heeft hij,

verdachte, (telkens)

(een) denial of service aanval(len) (DOS-aanvallen)) gepleegd op de website

www.hellevoetsluis.nl, althans op de webserver/het geautomatiseerde werk waar

vanaf die website werd gepubliceerd, door die website en/of webserver

systematisch te overvragen (door het verzenden van een grote hoeveelheid

verbindingsverzoeken),ten gevolge waarvan bedoelde website, althans webserver,

buiten gebruik is geraakt;

terwijl daardoor wederrechtelijk verhindering of bemoeilijking van de opslag,

verwerking of overdracht van gegevens ten algemene nutte of stoornis in een

openbaar telecommunicatienetwerk of in de uitvoering van een openbare

telecommunicatiedienst is ontstaan;

Art 161sexies Wetboek van Strafrecht (oud)

art 161sexie lid 1 ahf/sub 1 Wetboek van Strafrecht

2.

hij in of omstreeks de periode van 30 april 2013 tot en met 29 mei 2013 te

Hellevoetsluis en/of Rotterdam, althans in Nederland,

meermalen, althans éénmaal,

opzettelijk en wederrechtelijk in (een) geautomatiseerd(e) werk(en) voor

opslag of verwerking van gegevens, te weten

de webserver en/of website en/of computer(s) van de overheidsinstantie

Gemeente Hellevoetsluis, of in een deel daarvan, is binnengedrongen,

immers heeft hij, verdachte, enige beveiliging doorbroken en/of de toegang

verworven door een technische ingreep en/of met hulp van valse signalen en/of

valse sleutel en/of door het aannemen van een valse hoedanigheid, door (onder

meer)

gebruik te maken van één of meerdere (kwaadaardig(e)) software

programma('s)/script(s), te weten Htexploit en/of Metasploit en/of Dirbuster

(DIRB) en/of airmon en/of fimap en/of golismero en/of Airmon/Aircrack-NG, dan

wel een ander software programma, welk(e) programma('s) de (beveiliging van

die/het) webserver(s) en/of website en/of netwerk en/of computer(s)

ontsleutelt/kan ontsleutelen en heeft hij, verdachte, zich aldus (vervolgens)

toegang verschaft tot die/dat webserver en/of website en/of netwerk en/of

computer(s);

Art 138ab Wetboek van Strafrecht (oud)

art 138ab lid 1 ahf/ond a Wetboek van Strafrecht

art 138ab lid 1 ahf/ond b Wetboek van Strafrecht

art 138ab lid 1 ahf/ond c Wetboek van Strafrecht

art 138ab lid 1 ahf/ond d Wetboek van Strafrecht

3.

hij in of omstreeks de periode van 15 juli 2013 tot en met 26 juli 2013 te

Hellevoetsluis, althans in Nederland, meermalen, althans éénmaal,

opzettelijk en wederrechtelijk in (een) geautomatiseerd(e) werk(en) voor

opslag of verwerking van gegevens, te weten

de Network Attached Storage (NAS) van/in gebruik bij de [aangever], of in

een deel daarvan, is binnengedrongen,

immers heeft hij, verdachte, (telkens) enige beveiliging doorbroken en/of de

toegang verworven door een technische ingreep en/of met hulp van valse

signalen en/of valse sleutel en/of door het aannemen van een valse

hoedanigheid, door (onder meer) (telkens)

- gebruik te maken van één of meerdere (kwaadaardig(e)) software

programma('s)/script(s), welk(e) programma('s) de (beveiliging van die) NAS

scande(n)/ontsleutelde(n) en/of

- heeft hij, verdachte, zich (aldus) (vervolgens) toegang verschaft tot die

NAS (door het intypen van een (aldus gevonden) uniform resource locator

(url)),

waarna hij, verdachte, vervolgens gegevens (waaronder e-mails en documenten

van die [aangever]) die waren opgeslagen in die NAS, voor zichzelf of een ander

heeft overgenomen;

Artikel 138ab lid 2 Wetboek van Strafrecht (oud)

art 138ab lid 3 ahf/ond a Wetboek van Strafrecht

4.

hij in of omstreeks de periode van 25 juni 2013 tot en met 26 juli 2013 te

Hellevoetsluis, althans in Nederland,

de beschikking had over een voorwerp, te weten een laptop/computer (Acer

Aspire), althans een gegevensdrager, waarop, naar hij, verdachte, wist of

redelijkerwijs moest vermoeden, gegevens (zijnde screenshots van) de inhoud

van een Network Attached Storage (NAS) van de [aangever] en/of

logingegevens van de [aangever 2]) waren vastgelegd die door wederrechtelijk

aftappen of opnemen van telecommunicatie of andere gegevensoverdracht of

andere gegevensverwerking door (een) geautomatiseerd(e) werk(en) waren

verkregen;

Artikel 139e lid 1 Wetboek van Strafrecht (oud)

art 139e ahf/sub 1 Wetboek van Strafrecht

5.

hij in of omstreeks de periode van 1 januari 2013 tot en met 12 februari 2014

te Hellevoetsluis, althans in Nederland, meermalen, althans éénmaal,

opzettelijk en wederrechtelijk in (een) geautomatiseerd(e) werk(en) voor

opslag of verwerking van gegevens, te weten

de webserver(s) en/of website en/of netwerk en/of computer(s) van het bedrijf

[bedrijfsnaam], of in een deel daarvan, is binnengedrongen,

immers heeft hij, verdachte, (telkens) enige beveiliging doorbroken en/of de

toegang verworven door een technische ingreep en/of met behulp van valse

signalen en/of valse sleutel en/of door het aannemen van een valse

hoedanigheid, door (onder meer) (telkens) gebruik te maken van één of

meerdere (kwaadaardig(e)) software programma('s)/script(s), te weten jigsaw

en/of DPS en/of Dirbuster (DRIB) en/of HYDRA en/of Brute-force attack en/of

Metasploit, dan wel een ander software programma, welk(e) programma('s) de

(beveiliging van die/het) webserver(s) en/of website en/of netwerk en/of

computer(s) ontsleutelt/kan of kunnen ontsleutelen, en heeft verdachte zich

aldus (vervolgens) toegang verschaft tot die/dat webserver(s) en/of website

en/of netwerk en/of computer(s);

(Artikel 138ab Wetboek van Strafrecht (oud)

art 138ab lid 1 ahf/ond a Wetboek van Strafrecht

art 138ab lid 1 ahf/ond b Wetboek van Strafrecht

art 138ab lid 1 ahf/ond c Wetboek van Strafrecht

art 138ab lid 1 ahf/ond d Wetboek van Strafrecht

Subsidiair, voorzover het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou

kunnen leiden:

hij in of omstreeks de periode van 1 januari 2013 tot en met 12 februari 2014

te Hellevoetsluis, althans in Nederland, meermalen, althans éénmaal,

ter uitvoering van zijn voornemen om

opzettelijk en wederrechtelijk in (een) geautomatiseerd(e) werk(en) voor

opslag of verwerking van gegevens, te weten

de webserver(s) en/of website en/of netwerk en/of computer(s) van het bedrijf

[bedrijfsnaam], of in een deel daarvan, binnen te dringen,

door (telkens) enige beveiliging te doorbreken en/of de toegang te verwerven

door een technische ingreep en/of met hulp van valse signalen en/of valse

sleutel en/of door het aannemen van een valse hoedanigheid,

(telkens) jegens dat bedrijf [bedrijfsnaam] gebruik heeft gemaakt van één of

meerdere (kwaadaardig(e)) software programma('s)/script(s), te weten jigsaw

en/of DPS en/of Dirbuster (DRIB) en/of HYDRA en/of Brute-force attack en/of

Metasploit, dan wel een ander software programma, welk(e) programma('s) de

(beveiliging van die/het) webserver(s) en/of netwerk en/of computer(s)

ontsleutelt/kan of kunnen ontsleutelen, met het doel om zich aldus

(vervolgens) toegang te verschaffen tot die/dat webserver(s) en/of website

en/of netwerk en/of computer(s),

terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

(Artikel 138ab Wetboek van Strafrecht (oud)

art 138ab lid 1 Wetboek van Strafrecht

6.

hij in of omstreeks de periode van 26 juli tot en met 12 november 2013 te

Hellevoetsluis, althans in Nederland, meermalen, althans éénmaal

ter uitvoering van zijn voornemen om

opzettelijk en wederrechtelijk in (een) geautomatiseerd(e) werk(en) voor

opslag of verwerking van gegevens, te weten

de webserver en/of website en/of netwerk en/of computer(s) van de

overheidsinstantie UWV, of in een deel daarvan, binnen te dringen,

door (telkens) enige beveiliging te doorbreken en/of de toegang te verwerven

door een technische ingreep en/of met behulp van valse signalen en/of valse

sleutel en/of door het aannemen van een valse hoedanigheid,

(telkens) jegens UWV gebruik heeft gemaakt van één of meerdere

(kwaadaardig(e)) software programma('s)/script(s), te weten Dirbuster (DRIB)

en/of golismero en/of fimap, dan wel een ander software programma, welk(e)

programma('s) de (beveiliging van die/het) webserver(s) en/of website en/of

netwerk en/of computer(s) ontsleutelt/kan ontsleutelen,

met het doel om zich aldus (vervolgens) toegang te verschaffen tot die/dat

webserver(s) en/of website en/of netwerk en/of computer(s),

terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

(Artikel 138ab juncto 45 Wetboek van Strafrecht (oud))