Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBROT:2016:9059

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
24-11-2016
Datum publicatie
28-11-2016
Zaaknummer
10/006023-04
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Woningoverval. Weliswaar kan vastgesteld worden dat de verdachte de woningovervallers in zijn auto naar de woning heeft vervoerd. Echter onvoldoende bewijs dat de verdachte op de hoogte was van de plannen van de overvallers. Vrijspraak voor medeplegen en medeplichtigheid bij de overval.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Rechtbank Rotterdam

Team straf 3

Parketnummer: 10/006023-04

Datum uitspraak: 24 november 2016

Verstek

Vonnis van de rechtbank Rotterdam, meervoudige kamer voor strafzaken, in de zaak tegen de verdachte:

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] (Irak) op [geboortedatum] ,

niet ingeschreven in de basisregistratie personen en

zonder bekende feitelijke woon- of verblijfplaats in Nederland.

1 Onderzoek op de terechtzitting

Gelet is op het onderzoek op de terechtzitting van 10 november 2016.

2 Tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd hetgeen is vermeld in de dagvaarding. De tekst van de tenlastelegging is als bijlage I aan dit vonnis gehecht.

3 Eis officier van justitie

De officier van justitie mr. D. Woei-A-Tsoi heeft gevorderd:

  • -

    bewezenverklaring van het primair ten laste gelegde;

  • -

    veroordeling van de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 27 maanden met aftrek van voorarrest.

4 Waardering van het bewijs

4.1.

Vrijspraak

4.1.1.

Beoordeling

Naar het oordeel van de rechtbank kan op basis van het dossier en het verhandelde ter zitting worden vastgesteld dat de verdachte, in het gezelschap van twee andere mannen, met zijn auto op 19 december 2003 in de buurt van de woning van aangeefster is geweest. Daarnaast biedt het dossier voldoende aanknopingspunten om aan te nemen dat de mannen die uit de auto van de verdachte kwamen de woningoverval hebben gepleegd. Ook staat vast dat de verdachte een zakelijk conflict had met de echtgenoot van aangeefster en dat hij voorafgaand aan de overval meerdere malen bij de onderhavige woning was geweest.

De verdachte is echter zelf niet in de woning te plaatsen. Hij past niet in het signalement dat de betrokkenen hebben gegeven van de overvallers. Bovendien heeft een van de getuigen verklaard de verdachte gedurende het tijdstip van de overval te hebben zien teruglopen naar zijn auto. Ook de verdachte ontkent ten tijde van de overval in de woning te zijn geweest.

De vraag is vervolgens of de betrokkenheid van de verdachte is te kwalificeren als die van medepleger of medeplichtige bij de woningoverval. De rechtbank beantwoordt deze vraag ontkennend en overweegt daartoe het volgende.

De auto van de verdachte is op 24 januari 2004 doorzocht, derhalve 5 weken nadat de woningoverval had plaatsgevonden. Er zijn daarbij onder meer een vouwmes, 2 mutsen, een vuurwapen en enkele buitenlandse muntstukken aangetroffen. Het vuurwapen, dat was verpakt in een plastic zak en in de rechterachterdeur achter een beschermplaat lag, is niet door de getuigen herkend. Het zou volgens de getuigen bij de overval om een (deels) bruin vuurwapen zijn gegaan en het aangetroffen vuurwapen was zwart. De overige aangetroffen voorwerpen (vouwmes, mutsen en muntjes) zijn niet van dusdanig onderscheidende aard - te minder gezien het ruime tijdsverloop tussen de overval en het aantreffen van de voorwerpen in de auto - dat deze tot het bewijs kunnen dienen. Bovendien zijn deze voorwerpen - evenmin als het vuurwapen - niet op sporen onderzocht.

Tot slot is er geen bewijs voorhanden waaruit blijkt dat de verdachte op de hoogte was van wat zich in de woning van de aangeefster heeft afgespeeld of dat de verdachte wist dat er een overval gepleegd zou gaan worden, zodat niet kan worden vastgesteld dat de verdachte in samenwerking met anderen bij de overval was betrokken. De rechtbank is van oordeel dat op basis van het onderhavige dossier onvoldoende is komen vast te staan dat de verdachte opzet - ook niet in voorwaardelijke zin - had op de gepleegde woningoverval. Van medeplegen of medeplichtigheid van de verdachte bij deze overval is mitsdien geen sprake.

4.1.2.

Conclusie

Het ten laste gelegde is niet wettig en overtuigend bewezen. De verdachte wordt vrijgesproken.

5 In beslag genomen voorwerpen

5.1.

Standpunt officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd de in beslag genomen zwarte en blauwe muts en het mes verbeurd te verklaren. Voor het overige refereert de officier van justitie zich aan het oordeel van de rechtbank.

5.2.

Beoordeling

Het in beslag genomen pistool (volgnr. 22) zal worden onttrokken aan het verkeer.

Het ongecontroleerde bezit daarvan is in strijd met de wet.

Ten aanzien van de overige in beslag genomen goederen (volgnrs. 12, 13, 14, 16, 17, 18, 19, 20, 21 en 23) zal een last worden gegeven tot teruggave aan degene die redelijkerwijs als rechthebbende kan worden aangemerkt. Het mes (volgnr. 15) dient te worden teruggegeven aan de verdachte.

6 Vordering benadeelde partij

Als benadeelde partij heeft zich in het geding gevoegd: [benadeelde 1] ter zake van het ten laste gelegde feit. De benadeelde partij vordert een vergoeding van € 26.200,- aan materiële schade.

6.1.

Standpunt officier van justitie

De uit de kluis weggenomen contante bedragen, € 3.900,- en $ 4.300,-, kunnen worden toegewezen. Voor het overige is de onderbouwing onvoldoende en moet de benadeelde partij niet ontvankelijk worden verklaard in de vordering.

6.2.

Beoordeling

De benadeelde partij zal in de vordering niet-ontvankelijk worden verklaard, nu aan de verdachte geen straf of maatregel is opgelegd en artikel 9a van het Wetboek van Strafrecht geen toepassing heeft gevonden.

Nu de benadeelde partij niet-ontvankelijk zal worden verklaard, zal de benadeelde partij worden veroordeeld in de kosten door de verdachte ter verdediging van de vordering gemaakt, welke kosten tot op heden worden begroot op nihil.

6.3.

Conclusie

De verdachte hoeft geen schadevergoeding te betalen aan de benadeelde partij.

7 Bijlagen

De in dit vonnis genoemde bijlagen maken deel uit van dit vonnis.

8 Beslissing

De rechtbank:

verklaart niet bewezen, dat de verdachte het ten laste gelegde feit heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij;

beslist ten aanzien van de voorwerpen, geplaatst op de lijst van inbeslaggenomen en nog niet teruggegeven voorwerpen, als volgt:
- verklaart onttrokken aan het verkeer: pistool (volgnr. 22)

- gelast de teruggave aan verdachte van: het mes (volgnr. 15)

- gelast de bewaring ten behoeve van de rechthebbende van: de overige goederen (volgnrs. 12, 13, 14, 16, 17, 18, 19, 20, 21 en 23);

verklaart de benadeelde partij niet-ontvankelijk in de vordering;

veroordeelt de benadeelde partij in de kosten door de verdachte ter verdediging tegen de vordering gemaakt, en begroot deze kosten op nihil.

Dit vonnis is gewezen door:

mr. E.I. Mentink, voorzitter,

en mr. I.W.M. Laurijssens en A.M.T.A. Verhagen, rechters,

in tegenwoordigheid van L. Koppenaal, griffier,

en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank op 24 november 2016.

De jongste rechter is buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.

Bijlage I

Tekst tenlastelegging

hij op of omstreeks 19 december 2003 te Gorinchem,

tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen.

A)

met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening heeft weggenomen (een) geldbedrag(en) (ongeveer 3900 Euro en/of 4300 US Dollars en/of één of meerdere buitenlandse munt(en)) en/of een mobiele telefoon en/of een fototoestel en/of één of meerdere siera(a)d(en), in elk geval enig goed,

geheel of ten dele toebehorende aan [benadeelde 1] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s),

welke diefstal werd voorafgegaan en/of vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen die [benadeelde 1], gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf en/of aan zijn mededader(s) hetzij de vlucht mogelijk te hadden, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren.

en/of

B)

met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en/of bedreiging met geweld [benadeelde 2] heeft gedwongen tot de afgifte van (een) geldbedrag(en) (ongeveer 3900 Euro en/of 4300 US Dollars en/of één of meerdere buitenlandse munt(en)) en/of een mobiele telefoon en/of een fototoestel en/of één of meerdere siera(a)d(en), in elk geval van enig goed,

geheel of ten dele toebehorende aan die [benadeelde 2], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s),

welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond(en) dat hij, verdachte, en/of zijn, verdachtes, mededader(s), een vuurwapen (pistool), althans een op een vuurwapen gelijkend voorwerp, op die [benadeelde 2] heeft/hebben gericht;

art 317 Wetboek van Strafrecht art 312 lid 1 Wetboek van Strafrecht

U dient er rekening mee te houden dat degene die rechtstreeks schade heeft geleden door een op deze dagvaarding vermeld strafbaar feit, zich terzake van zijn vordering tot schadevergoeding als benadeelde partij kan voegen in het Strafproces. Conform het bepaalde in artikel 51 b van het Wetboek van Strafvordering is het mogelijk dat de vordering later schriftelijk, namelijk voor de aanvang van de terechtzitting, danwel mondeling tijdens de terechtzitting wordt ingediend. Indien thans aan het openbaar ministerie bekend is of benadeelde partij zich heeft gevoegd, treft u de inhoud van diens vordering en de daarbij vermelde gronden op deze dagvaarding aan."

art 310 Wetboek van Strafrecht

art 312 lid 2 ahf/sub 2 Wetboek van Strafrecht

SUBSIDIAIR: voorzover het vorenstaande onder 1 niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:

B. [medeverdachte] op of omstreeks 19 december 2003 te Gorinchem,

tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,

A)

met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening heeft weggenomen (een) geldbedrag(en) (ongeveer 3900 Euro en/of 4300 US Dollars en/of één of meerdere buitenlandse munt(en)) en/of een mobiele telefoon en/of een fototoestel en/of één of meerdere siera(a)d(en), in elk geval enig goed,

geheel of ten dele toebehorende aan [benadeelde 1] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan die [medeverdachte] en/of zijn mededader(s) en/of aan verdachte, welke diefstal werd voorafgegaan en/of vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen die [benadeelde 1] , gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/on om bij betrapping oi heterdaad aan zichzelf en/of aan (een) andere deelnemer(s) van voormeld misdrijf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren,

en/of

B)

met het oogmerk om zich en/o£ (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en/of bedreiging met geweld [benadeelde 2] heeft gedwongen tot de afgifte van (een) geldbedrag(en) (ongeveer 3900 Euro en/of 4300 US Dollars en/of één of meerdere buitenlandse muntten)) en/of een mobiele telefoon en/of een fototoestel en/of één of meerdere siera(a)d(en), in elk geval van enig goed,

geheel of ten dele toebehorende aan die [benadeelde 2], in elk geval aan een ander of anderen dan aan die [medeverdachte] en/of zijn mededader(s) en/of aan verdachte,

welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond(en) dat die [medeverdachte] en/of zijn mededader(s) een vuurwapen (pistool), althans een op een vuurwapen gelijkend voorwerp, op die Kheirallah heeft/hebben gericht.

tot en/of bij het plegen van welk misdrijf verdachte op of omstreeks 19 december 2003 te Gorinchem en/of elders in Nederland, opzettelijk gelegenheid, middelen en/of inlichtingen heeft verschaft en/of opzettelijk behulpzaam is geweest door die [medeverdachte] en/of zijn mededader(s) naar de plaats van het delict te vervoeren;

art 317 Weboek van Strafrecht

art 310 Wetboek van Strafrecht

art 312 lid 1 Wetboek van Strafrecht

art 312 lid 2 ahf/sub 2 Wetboek van Strafrecht

art 48 ahf/sub 1 Wetboek van Strafrecht

art 48 ahf/sub 2 Wetboek van Strafrecht

Terzake het/de in deze dagvaarding genoemde feit(en) heeft/hebben de volgende benadeelde(n) aangegeven een vordering tot schadevergoeding in te willen dienen;

Naam benadeelde: [benadeelde 1]

Feitnr: 1 Hoogte vordering: EUR 26200.00