Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBROT:2016:9010

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
23-11-2016
Datum publicatie
23-11-2016
Zaaknummer
10/660548-15
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Een 16-jarig slachtoffer wordt op straat bedreigd met vuurwapen, meegenomen in een auto en gedurende enkele uren oraal, vaginaal en anaal verkracht in een woning. Ze wordt geboeid en bedwelmd en er worden foto’s en filmpjes van het misbruik gemaakt. Zeven jaar gevangenisstraf. Schadevergoeding aan slachtoffer toegekend. Geen schadevergoeding aan de moeder toegekend; zij heeft geen rechtstreekse schade geleden.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
PS-Updates.nl 2016-0490
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Rechtbank Rotterdam

Team straf 2

Parketnummer: 10/660548-15

Datum uitspraak: 23 november 2016

Tegenspraak

Vonnis van de rechtbank Rotterdam, meervoudige kamer voor strafzaken, in de zaak tegen de verdachte:

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] ,

niet ingeschreven in de basisadministratie personen,

ten tijde van het onderzoek op de terechtzitting preventief gedetineerd in de Penitentiaire Inrichting Dordrecht,

raadsman mr. W. Suttorp, advocaat te Rotterdam.

1 Onderzoek op de terechtzitting

Gelet is op het onderzoek op de terechtzitting van 9 november 2016.

2 Tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd hetgeen is vermeld in de dagvaarding. De tekst van de tenlastelegging is als bijlage I aan dit vonnis gehecht.

3 Eis officier van justitie

De officier van justitie mr. R.E.I. Steen heeft gevorderd:

  • -

    bewezenverklaring van het onder 1 en 2 ten laste gelegde;

  • -

    veroordeling van de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 10 jaren met aftrek van voorarrest.

4 Waardering van het bewijs

4.1.

Bewijswaardering

4.1.1.

Standpunt verdediging

De verdediging heeft aangevoerd dat niet wettig en overtuigend kan worden bewezen dat er sprake is van ontvoering en seksuele handelingen tegen de wil van de aangeefster in. Daarvoor ontbreekt het wettig en het overtuigende bewijs. De verklaringen van de aangeefster vinden namelijk geen steun in enig ander objectief bewijs. Er is derhalve slechts bewijs afkomstig van één bron en dat voldoet niet aan het bewijsminimum. Bovendien zijn de verklaringen van de aangeefster onderling tegenstrijdig. Deze zijn dus niet betrouwbaar en er moet ernstig getwijfeld worden aan de juistheid daarvan. Daar staat tegenover dat de verklaring van de verdachte wel bevestiging vindt in de verklaringen van getuigen [getuige 1] en [getuige 2] . Hij heeft verklaard dat hij zich niet schuldig heeft gemaakt aan ontvoering en verkrachting en dat de aangeefster vrijwillig met hem is meegegaan en de handelingen heeft ondergaan. Ook heeft zij vrijwillig GBL (gamma-butyrolacton) gedronken.

4.1.2.

Beoordeling

4.1.2.1. Verklaring van de aangeefster

De aangeefster heeft een uitgebreide en gedetailleerde verklaring afgelegd over de bewuste avond en nacht van 22 op 23 november. Kort en zakelijk weergegeven houdt die verklaring het volgende in.

De aangeefster liep die avond omstreeks 19:45 uur van haar werk naar huis. Zij heeft onderweg haar moeder kort telefonisch gesproken met de mededeling dat zij bijna thuis was. Ook heeft zij gebeld met haar vriend, die in Brazilië woont. Onderweg zag zij de verdachte staan en zij wilde doorlopen. Toen hij zich omdraaide zag zij dat hij een bivakmuts op had en een pistool in zijn hand. Hij zei tegen haar dat zij haar telefoon uit moest doen. Zij was bang en raakte in paniek. Hij zei tegen haar dat hij geen moordenaar was, maar dat als zij niet zou doen wat hij wilde, hij vreesde dat dit de laatste dag was dat zij leefde. Daarop heeft zij meegewerkt. Hij heeft haar ogen afgedekt met een muts, haar handen vastgemaakt met handboeien, en haar gedwongen mee te lopen naar zijn auto en in te stappen. Toen zij moest huilen zei hij dat zij daar mee moest stoppen, omdat hij haar anders zou “afmaken”. Vervolgens heeft hij haar mee naar een huis genomen. Daar heeft hij haar ogen met tape afgeplakt en haar handen vastgebonden met tiewraps. Hij heeft haar iets laten drinken uit een plastic flesje, waardoor zij verminderd bij bewustzijn raakte, en daarna heeft hij haar tot de volgende ochtend 05:30 uur gedwongen tot het verrichten van seksuele handelingen. Die handelingen komen er op neer dat de verdachte de mond, de vagina en de anus van aangeefster herhaaldelijk seksueel is binnengedrongen met zijn tong, vinger, penis en een schroevendraaier. Hij heeft haar ook gedwongen diverse seksuele handelingen bij haarzelf te verrichten. Hij heeft haar ontkleed, haar gezegd dat zij haar benen wijd moest doen en zijn penis bij haar gezicht gehouden en haar gezegd “doe in je mond” en “zuigen [aangeefster] ”. Ook heeft hij haar in haar gezicht en op haar billen geslagen. Van de verschillende seksuele handelingen heeft de verdachte foto’s gemaakt. Hij heeft haar gezegd dat hij geen genoeg van haar kon krijgen en dat hij dit alles vaker met haar wilde doen. Omstreeks 05:30 uur moest zij zich weer aankleden, heeft hij haar telefoonnummer uit haar telefoon gehaald en haar adres gevraagd, en heeft hij haar in de buurt van haar huis afgezet. Enkele dagen later heeft hij nog diverse sms’en gestuurd, waarin hij dreigde de foto’s van de bewuste seksuele handelingen te verspreiden op internet, op haar school en op haar werk, als zij niet op zijn berichten zou reageren.

4.1.2.2. Verklaring van de verdachte

De verdachte heeft wisselende verklaringen afgelegd over de gebeurtenissen van 22 en 23 november 2015. Aanvankelijk heeft hij iedere betrokkenheid ontkend. Op 26 november 2015 werd de verdachte voor de eerste maal gehoord. Hij verklaarde dat hij niets had gedaan, maar dat ene [betrokkene] alles had gedaan. Hij had [betrokkene] een paar keer onderdak verleend en de laatste keer was zondag 22 november 2015. Hij had zondag zijn auto aan [betrokkene] uitgeleend. Hijzelf is vervolgens in een andere kamer gaan slapen in de woning van zijn ouders. Hij gebruikte een telefoon met het nummer dat eindigt op [nummer] dat op naam van zijn vriendin staat. [betrokkene] gebruikte ook wel eens zijn telefoon. Hij dacht dat [betrokkene] zijn vriendin had meegenomen naar de kamer waar hij sliep en dat het op een verkrachting was uitgelopen.

De politie heeft hem op 4 februari 2016 geconfronteerd met het aangetroffen spermaspoor. De verdachte reageert eerst met ongeloof en daarna met ontkenning. Hij poneert de theorie dat zijn sperma door een ander van zijn bed is geschraapt en bij vingeren in aangeefster terecht is gekomen. Hij suggereert dat een en ander misschien wel met een servetje is gebeurd. Hij verklaart echt niet te weten hoe zijn sperma diep in de aangeefster terecht is gekomen. Het zou misschien wel met een rietje gebeurd kunnen zijn. Na een pauze wijzigt de verdachte zijn verklaring en bekent seks met de aangeefster te hebben gehad. Hij zou dit niet eerder hebben willen verklaren uit angst zijn relatie te verliezen. Tijdens het verhoor op 11 april 2016 heeft hij een nieuwe verklaring afgelegd bij de politie die in grote lijnen overeenkomt met de verklaring van aangeefster, behalve ten aanzien van de door aangeefster verklaarde dwang.

4.1.2.3. Geloofwaardigheid van beide verklaringen

Anders dan de verdediging is de rechtbank van oordeel dat de verklaringen van de aangeefster in grote lijnen consistent zijn. Er zitten weliswaar kleine verschillen tussen, maar deze betreffen details van ondergeschikte aard. Zij kunnen mede worden verklaard door de relatief lange periode (ongeveer acht uur) waarover de aangeefster heeft verklaard, de veelheid aan handelingen die zijn verricht en de omstandigheid dat zij gedrogeerd is geweest. Deze verklaringen zijn dan ook op zichzelf bruikbaar voor het bewijs.

De verdachte daarentegen heeft zijn verklaringen keer op keer aangepast. Hij heeft lange tijd een verhaal bij elkaar verzonnen dat aantoonbaar onjuist is gebleken. Ieder nieuw gegeven uit het opsporingsonderzoek waarover de politie hem bevroeg, leidde tot een nieuwe draai in zijn verhaal. De verdachte heeft verklaard dat hij begonnen was met de leugen om zijn relatie te redden en dat zijn toenmalige advocaat hem adviseerde de leugen vol te houden. Zijn nieuwe raadsman, zo stelt de verdachte, zou hem hebben geadviseerd de waarheid te gaan verklaren en daarna heeft hij een verklaring afgelegd.

Dit relaas is niet alleen ongeloofwaardig, het is ook onjuist. Het is ongeloofwaardig, omdat het niet te rijmen valt met verdachtes verklaring dat hij al in december 2015 had opgebiecht aan zijn vriendin wat er was gebeurd. Waarom zou de verdachte, in voorlopige hechtenis verblijvend, dan nog anderhalve maand wachten met het afleggen van een voor hem ontlastende verklaring? Het is de rechtbank een raadsel.

Het relaas is bovendien onjuist, omdat de verdachte op 4 februari 2016 al de nieuwe raadsman had die hem later bijstond in het verhoor van 11 april 2016, waarin de verdachte zijn uitgebreide verklaring afgelegde. Het verhoor van 4 februari 2016 begint echter niet met een verklaring van de verdachte, waarin hij eindelijk zou opbiechten wat er nu gebeurd was op advies van zijn raadsman, maar - opnieuw - met een ontkennende verklaring van de verdachte. Geconfronteerd met alle bewijs voor de aanschaf van het wapen, wringt hij zich eerst in allerlei bochten om te kunnen blijven ontkennen, maar geeft uiteindelijk toe dat hij het wapen heeft gekocht. Hetzelfde gebeurt als het DNA-spoor ter sprake komt. Ten langen leste is de verdachte overstag gegaan, heeft hij bekend seks met de aangeefster te hebben gehad en dat alles zo is gegaan omdat de aangeefster dat graag wilde. De verdachte moest overigens, volgens diezelfde verklaring, nog met zijn advocaat gaan overleggen; het was kennelijk niet andersom, zoals hij later heeft willen doen geloven.

Voorts is de rechtbank van oordeel dat de uiteindelijke verklaring van de verdachte geen steun vindt in de verklaringen van de getuigen [getuige 1] en [getuige 2] . Uitsluitend [getuige 1] heeft verklaard dat zij samen met een vriendin (getuige [getuige 3] ) de verdachte vaker met de aangeefster heeft gezien, maar die verklaring wordt weerlegd door de verklaring van getuige [getuige 3] . Op andere onderdelen wordt de verklaring van getuige [getuige 1] weerlegd door de verklaring van getuige [getuige 4] . Daar komt bij dat getuige [getuige 2] onvoldoende concreet heeft verklaard om als ondersteuning voor de verklaring van de verdachte te kunnen dienen.

Nu de rechtbank geen ondersteuning voor de verklaring van de verdachte heeft aangetroffen, terwijl de – door de tijd op essentiële onderdelen consistente – verklaring van aangeefster op verschillende cruciale punten wordt ondersteund, acht de rechtbank de verklaring van de verdachte over de aanleiding tot en de context waarin hij seks met aangeefster heeft gehad, niet geloofwaardig en gaat zij uit van de andersluidende verklaring van aangeefster hierover.

4.1.2.4. Overig bewijs

De verklaring van de aangeefster wordt voor wat betreft de feitelijkheden op vrijwel alle punten ondersteund door de verklaring van de verdachte. Verder wordt zij ondersteund door de voorwerpen die bij de doorzoeking van de woning zijn aangetroffen, (de beschrijving van de politie van) de camerabeelden en foto’s die op de telefoon van de verdachte zijn aangetroffen en de bij het onderzoek van de auto van de verdachte aangetroffen tiewraps en bivakmuts. Ook de sms-berichten van de verdachte aan de aangeefster ondersteunen de andere bewijsmiddelen. De rechtbank acht het niet aannemelijk geworden dat deze sms-berichten door de verdachte zijn bedoeld als grap, zoals hij heeft verklaard, en dat die door de aangeefster ook zo dienden te worden begrepen.

Uit de bewijsmiddelenbijlage blijkt zonder nadere toelichting dat het wettelijk bewijsminimum is gehaald. Dit verweer van de verdediging wordt dus verworpen.

4.1.3.

Conclusie

Op grond van het voorgaande is de rechtbank van oordeel dat de verdachte de aangeefster tegen haar wil ertoe heeft gedwongen met hem mee naar zijn huis te gaan, daar tot de volgende ochtend te verblijven, en seksuele handelingen te ondergaan. De gehanteerde dwangmiddelen in onderlinge samenhang beschouwd, waren zodanig dat overgave van de aangeefster normaliter te verwachten viel. Het kan gezien dit samenstel van feiten en omstandigheden niet anders dan dat verdachte moet hebben begrepen dat er geen sprake was van vrijwilligheid aan de zijde van de aangeefster maar van dwang door hem. Het opzet van de verdachte vloeit derhalve voort uit deze bewijsmiddelen.

De rechtbank acht dan ook wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte de aangeefster wederrechtelijk van haar vrijheid heeft beroofd en beroofd heeft gehouden. Ook acht de rechtbank de verkrachting wettig en overtuigend bewezen.

4.2.

Bewezenverklaring

In bijlage II heeft de rechtbank de inhoud van wettige bewijsmiddelen opgenomen, houdende voor de bewezenverklaring redengevende feiten en omstandigheden. Op grond daarvan, en op grond van de redengevende inhoud van het voorgaande, is wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder 1 en 2 ten laste gelegde heeft begaan op die wijze dat:

1.

hij in de periode van 22 november 2015 tot en met 23 november 2015 te Rotterdam

opzettelijk [aangeefster] wederrechtelijk van de vrijheid heeft beroofd en beroofd gehouden, immers heeft hij, verdachte

- met een door een muts afgedekt gezicht die [aangeefster] op de openbare weg medegedeeld dat zij haar telefoon moest uitzetten en

- die [aangeefster] een vuurwapen getoond en voorgehouden en

- de ogen, van die [aangeefster] afgedekt middels een muts, en

- die [aangeefster] aan haar jas meegetrokken en

- die [aangeefster] medegedeeld dat zij mee moest lopen en dat zij geen gekke dingen moest doen en dat hij geen moordenaar was, maar als zij niet zou doen wat hij wilde, hij vreesde dat dit de laatste dag was dat zij leefde en

- de handen van die [aangeefster] vastgebonden en

- nadat hij, verdachte, die [aangeefster] uit die auto had gehaald die [aangeefster] naar een woning en kamer geleid en

- die [aangeefster] meermalen een drank/vloeistof laten drinken met daarin een kalmerende/slaapverwekkende/versuffend middel, ten gevolge waarvan die [aangeefster] in een staat van verminderd bewustzijn terecht kwam, en

- de ogen van die [aangeefster] middels tape afgeplakt;

2.

hij in de periode van 22 november 2015 tot en met 23 november 2015 te Rotterdam

door geweld en andere feitelijkheden) en door bedreiging met geweld

[aangeefster] , heeft gedwongen tot het ondergaan van handelingen die

bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam, namelijk het brengen/duwen van zijn, verdachtes, tong en/of vinger en penis in de vagina en anus van die [aangeefster] en het brengen/duwen van zijn, verdachtes penis in de mond van die [aangeefster]

en het brengen/duwen van een schroevendraaier, in de anus van die [aangeefster] ;

het geweld en andere feitelijkheden en de bedreiging met geweld hebben bestaan uit het

- onder bedreiging van een vuurwapen in een auto meenemen van die [aangeefster] en

- vervolgens brengen en houden van die [aangeefster] in een woning/kamer, gelegen aan de [adres] en

- vastbinden van de handen van die [aangeefster] en

- afplakken van de ogen van die [aangeefster] en

- meermalen laten drinken van een drank/vloeistof met daarin een kalmerende/slaapverwekkende/versuffende middel door die [aangeefster] , ten gevolge waarvan die [aangeefster] in een staat van verminderd bewustzijn terecht kwam en

- ontkleden van het lichaam van die [aangeefster] en

- mededelen aan die [aangeefster] : "benen wijd" en

- houden van zijn, verdachtes, penis voor het gezicht van die [aangeefster] enof vervolgens die [aangeefster] mededelen "Doe in je mond" en "zuigen [aangeefster] , zuigen" en

- slaan in/op/tegen het gezicht en de billen van die [aangeefster] en

- aldus scheppen van een dusdanige dreigende en intimiderende sfeer waardoor die [aangeefster] zich niet meer kon of durfde te verweren en aldus het doen ontstaan van een bedreigende situatie voor die [aangeefster] .

Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd is niet bewezen. De verdachte moet daarvan worden vrijgesproken.

5 Strafbaarheid feiten

De bewezen feiten leveren op:

1. opzettelijk iemand wederrechtelijk van de vrijheid beroven en beroofd houden;

2 verkrachting

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten.

De feiten zijn dus strafbaar.

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluit.

De verdachte is dus strafbaar.

6 Motivering straf

6.1.

Algemene overweging

De straf die aan de verdachte wordt opgelegd, is gegrond op de ernst van de feiten, de omstandigheden waaronder de feiten zijn begaan en de persoon en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte. Daarbij wordt in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.

6.2.

Feiten waarop de straf is gebaseerd

Verdachte heeft de toen zestienjarige aangeefster, terwijl zij onderweg was van haar werk naar huis, onder bedreiging van een vuurwapen tegen haar wil gedwongen bij hem in de auto te stappen en met hem mee naar zijn ouderlijk huis te gaan. Vervolgens heeft hij haar meegenomen naar zijn slaapkamer. Daar heeft hij haar gedrogeerd, gedwongen zich uit te kleden en haar vervolgens met geweld langdurig verkracht. De verkrachting heeft hij vastgelegd op foto’s en filmpjes. Hij heeft haar daarbij vanaf ongeveer 19.45 uur tot de volgende ochtend rond 5.30 uur van haar vrijheid beroofd. Uiteindelijk heeft hij haar telefoonnummer en adres gevraagd en haar in de buurt van haar huis afgezet, waarbij hij haar voorhield dat hij dit vaker met haar wilde doen.

Enkele dagen later heeft hij haar nog sms’en gestuurd waarin hij dreigde de camerabeelden en de foto’s van de verkrachting te openbaren, als zij niet op zijn sms’en zou reageren. Uit het bewezenverklaarde spreekt een gebrek aan inlevingsvermogen en een gebrek aan respect van de verdachte voor andermans lichaam en geest. Dat de verdachte enig besef heeft van de gevolgen die zijn handelen voor de aangeefster hebben gehad, is de rechtbank niet gebleken. Die gevolgen zijn, zo blijkt uit het voegingsformulier, de daarop door de advocaat van de aangeefster gegeven toelichting en de ter zitting voorgedragen slachtofferverklaring, dat de aangeefster lijdt aan een posttraumatische stressstoornis. Zij voelt zich nergens meer veilig, ook niet in haar eigen huis, omdat de verdachte haar adres weet. Voorafgaand aan de gebeurtenissen was zij een meisje dat bruisend in het leven stond en naast haar school bijverdiende om te sparen voor een reis naar haar geboorteland Brazilië. Sinds het bewuste weekend is het bergafwaarts met haar gegaan. Ondanks dat zij haar best doet om de draad weer op te pakken, is zij niet meer in staat om onderwijs te volgen en heeft zij haar bijbaantje moeten opgeven. Zij heeft traumabehandelingen moeten ondergaan om te leren de traumatische gebeurtenissen te verwerken.

Hoewel zij geen direct slachtoffer zijn, heeft dit alles vanzelfsprekend ook grote gevolgen voor de (stief)ouders van de aangeefster. Zij moeten nu zien hoe hun (stief)dochter lijdt onder de gebeurtenissen. Daar komt nog bij dat zij die bewuste avond en nacht in grote bezorgdheid hebben moeten doorbrengen, niet wetend wat er met hun zestienjarige (stief)dochter gebeurde toen deze niet op het aangegeven tijdstip was thuisgekomen. Een grote zoekactie van de familie en de politie, bleef zonder resultaat.

Ten slotte heeft de verdachte geen spijt of berouw getoond van wat hij de aangeefster heeft aangedaan. Deze houding rekent de rechtbank verdachte aan.

6.3.

Persoonlijke omstandigheden van de verdachte

6.3.1.

Strafblad

De rechtbank heeft acht geslagen op een uittreksel uit de justitiële documentatie van 12 oktober 2016, waaruit blijkt dat de verdachte niet eerder is veroordeeld voor soortgelijke strafbare feiten.

6.3.2.

Rapportages

Er zijn verschillende rapportages uitgebracht over de verdachte, te weten door:

  • -

    Reclassering Nederland;

  • -

    psychiater [deskundige 1] ;

  • -

    psycholoog [deskundige 2] ;

  • -

    milieuonderzoeker [deskundige 3] ;

  • -

    het Pieter Baan Centrum (onder andere psychiater [deskundige 4] en psycholoog [deskundige 5] ).

De verdachte heeft slechts in beperkte mate medewerking verleend aan de rapporteurs. Geen van de gedragsdeskundigen heeft een stoornis in of een gebrekkige ontwikkeling van de geestvermogens van de verdachte kunnen vaststellen. Evenmin heeft een van hen geadviseerd de verdachte in enige vorm verminderd toerekeningsvatbaar te achten. Alle rapporteurs onthouden zich van een strafadvies.

De rechtbank heeft acht geslagen op deze rapportages. Omdat niet vastgesteld is sprake is van een gebrekkige ontwikkeling van of ziekelijke stoornis in de geestesvermogens, beschouwt de rechtbank de verdachte als volledig toerekeningsvatbaar.

6.4.

Conclusies van de rechtbank

Gelet op hetgeen de rechtbank hierboven heeft overwogen, komt zij tot de volgende conclusies.

Gezien de ernst van de feiten kan niet anders worden gereageerd dan met het opleggen van een gevangenisstraf. Deze straf dient verschillende doelen. De straf moet de verdachte ervan doordringen dat hij zich aan ernstige misdrijven heeft schuldig gemaakt en hem ervan weerhouden dit in de toekomst opnieuw te doen. Daarnaast correspondeert de op te leggen straf met het leed dat de verdachte de aangeefster heeft toegebracht, leed dat zich niet anders laat vergelden dan door een aanzienlijke straf.

Bij het bepalen van de duur van de gevangenisstraf heeft de rechtbank niet alleen gelet op hetgeen de verdachte het slachtoffer heeft aangedaan, maar ook acht geslagen op straffen die in soortgelijke zaken plegen te worden opgelegd. Mede daarom komt de rechtbank uit op een lagere straf dan door de officier van justitie geëist.

Alles afwegend wordt na te noemen straf passend en geboden geacht.

7 Vorderingen benadeelde partijen/ schadevergoedingsmaatregel

7.1.

Benadeelde partij 1

Als benadeelde partij heeft zich in het geding gevoegd mevrouw [moeder aangeefster] , in haar hoedanigheid van wettelijk vertegenwoordiger van de aangeefster, ter zake van de onder 1 en 2 ten laste gelegde feiten. Zij vordert een vergoeding van € 4.479,50 aan materiële schade en een vergoeding van € 15.000,-- aan immateriële schade, geleden door de aangeefster.

7.1.1.

Oordeel over immateriële schade

Ten aanzien van de gevorderde vergoeding van immateriële schade oordeelt de rechtbank dat vast is komen te staan dat aan de benadeelde partij door de bewezen verklaarde feiten rechtstreeks immateriële schade is toegebracht. Die schade zal op dit moment op basis van de thans gebleken feiten en omstandigheden naar maatstaven van billijkheid worden vastgesteld op € 10.000,--. De benadeelde partij zal voor het overige niet-ontvankelijk worden verklaard, aangezien de bewijsstukken ter onderbouwing van het meerdere van de vordering thans ontoereikend zijn. Nader onderzoek naar omvang van de schade zou een nadere behandeling vereisen. De rechtbank is van oordeel dat de nadere behandeling van dit deel van de vordering een onevenredige belasting van het strafproces zou vormen. Dit deel van de vordering kan derhalve slechts bij de burgerlijke rechter worden aangebracht.

7.1.2.

Oordeel over materiële schade

Voor zover de benadeelde partij stelt materiële schade te hebben geleden door tijdelijke inbeslagname van haar telefoon in verband met het onderzoek, is zij niet ontvankelijk in de vordering. De inbeslagname is immers niet het rechtstreeks gevolg van het handelen van de verdachte, maar van het onderzoek door de politie.

Voor zover de benadeelde partij stelt materiële schade te hebben geleden door verlies aan verdiencapaciteit, is zij niet ontvankelijk in de vordering, omdat behandeling van die vordering een onevenredige belasting voor het strafproces oplevert. De vordering is gebaseerd op een groot aantal (deels arbeidsrechtelijke en fiscale) aannames, die in dit geding, zonder nadere bewijsvoering, niet goed waardeerbaar zijn. Voor een nadere bewijsronde is dit strafgeding niet geschikt. Dit deel van de vordering kan bij de burgerlijke rechter worden aangebracht.

7.2.

Benadeelde partij 2

Mevrouw [moeder aangeefster] heeft zich ook afzonderlijk als benadeelde partij in het geding gevoegd. Zij vordert een vergoeding van € 6.442,-- aan materiële schade en een vergoeding van € 2.500,-- aan immateriële schade.

7.2.1.

Oordeel van de rechtbank

Hoewel voorstelbaar is dat ook de moeder van het slachtoffer door de gebeurtenissen is benadeeld, is haar vordering in dit geding niet toewijsbaar.

Alvorens tot een inhoudelijk oordeel over de vordering te kunnen komen, zal de ontvankelijkheid ervan moeten worden beoordeeld. Leidend daarvoor is de strafrechtelijke definitie van benadeelde partij, niet de civielrechtelijke leer inzake aansprakelijkheid. Ingevolge artikel 51f van het Wetboek van Strafvordering kan degene die rechtstreeks schade heeft geleden door een strafbaar feit, zich ter zake van zijn vordering tot schadevergoeding als benadeelde partij voegen in het strafproces. Van rechtstreekse schade in de zin van dit artikel is sprake als iemand is getroffen in een belang dat door de overtreden strafbepaling wordt beschermd. In het algemeen beschermen strafbepalingen niet het belang van derdebelanghebbenden, zodat doorgaans alleen het rechtstreekse slachtoffer van het strafbaar feit zich op grond van dit artikellid kan voegen als benadeelde partij. Dat is in deze zaak niet anders: de belangen van de ouders van een slachtoffer worden niet beschermd door de strafbaarstelling van wederrechtelijke vrijheidsberoving en verkrachting.

De rechtbank zal Mevrouw [moeder aangeefster] daarom niet-ontvankelijk verklaren in haar vordering.

7.3.

Nevenvordering en proceskosten

De benadeelde partij 1 heeft gevorderd het te vergoeden bedrag te vermeerderen met wettelijke rente. De rechtbank bepaalt dat het te vergoeden schadebedrag vermeerderd wordt met wettelijke rente vanaf de datum dat de strafbare feiten zijn gepleegd.

Nu de vordering van de benadeelde partij 1 (in overwegende mate) zal worden toegewezen, zal de verdachte worden veroordeeld in de kosten door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op € 600,-- (2 punten) aan salaris voor de advocaat en in de kosten ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken.

Nu de benadeelde partij 2 niet-ontvankelijk zal worden verklaard, zal zij worden veroordeeld in de kosten door de verdachte ter verdediging van de vordering gemaakt, welke kosten tot op heden worden begroot op nihil.

7.4.

Conclusie

De verdachte moet de benadeelde partij een schadevergoeding betalen van € 10.000,-- te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 22 november 2015. Ook moet de verdachte proceskosten betalen.

Tevens wordt oplegging van de hierna te noemen maatregel als bedoeld in artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht passend en geboden geacht.

8 Toepasselijke wettelijke voorschriften

Gelet is op de artikelen 36f, 57, 242 en 282 van het Wetboek van Strafrecht.

9 Bijlagen

De in dit vonnis genoemde bijlagen maken deel uit van dit vonnis.

10 Beslissing

De rechtbank:

verklaart bewezen, dat de verdachte de onder 1 en 2 ten laste gelegde feiten, zoals hiervoor omschreven, heeft begaan;

verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte meer of anders ten laste is gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij;

stelt vast dat het bewezen verklaarde oplevert de hiervoor vermelde strafbare feiten;

verklaart de verdachte strafbaar;

veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 7 (zeven) jaren;

beveelt dat de tijd die door de veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering wordt gebracht, voor zover deze tijd niet reeds op een andere vrijheidsstraf in mindering is gebracht;

veroordeelt de verdachte om tegen behoorlijk bewijs van kwijting aan de benadeelde partij 1, te betalen een bedrag van € 10.000,-- (zegge: tienduizend euro), bestaande uit immateriële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente hierover vanaf 22 november 2015 tot aan de dag der algehele voldoening;

verklaart de benadeelde partij 1 niet-ontvankelijk in het resterende deel van de vordering;

bepaalt dat het deel van de vordering dat ziet op verlies aan verdiencapaciteit slechts kan worden aangebracht bij de burgerlijke rechter;

veroordeelt de verdachte in de proceskosten door de benadeelde partij 1 gemaakt, tot op heden aan de zijde van de benadeelde partij 1 begroot € 600,--, aan salaris voor de advocaat en in de kosten ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken;

verklaart de benadeelde partij 2 niet-ontvankelijk in de vordering;

veroordeelt de benadeelde partij 2 in de kosten door de verdachte ter verdediging tegen de vordering gemaakt, en begroot deze kosten op nihil;

legt aan de verdachte de maatregel tot schadevergoeding op, inhoudende de verplichting aan de staat ten behoeve van benadeelde partij 1 te betalen € 10.000,-- (zegge: tienduizend euro); beveelt dat bij gebreke van volledige betaling en volledig verhaal van het bedrag van € 10.000,-- vervangende hechtenis zal worden toegepast voor de duur van 85 dagen; toepassing van de vervangende hechtenis heft de betalingsverplichting niet op;

verstaat dat betaling aan de benadeelde partij, tevens geldt als betaling aan de staat ten behoeve van de benadeelde partij en omgekeerd.

Dit vonnis is gewezen door:

mr. J. van den Bos, voorzitter,

en mrs. S. Riege en M. Smit, rechters,

in tegenwoordigheid van mr. W.A.J.A. Welten, griffier,

en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank op 23 november 2016.

Bijlage I

Tekst tenlastelegging

Aan de verdachte wordt ten laste gelegd dat

1.

hij in of omstreeks de periode van 22 november 2015 tot en met 23 november

2015 te Rotterdam

opzettelijk [aangeefster] wederrechtelijk van de vrijheid heeft

beroofd en/of beroofd gehouden,

immers heeft hij, verdachte

- met een door een muts/masker afgedekt gezicht die [aangeefster] op de

openbare weg medegedeeld dat zij haar telefoon moest uitzetten en/of

- die [aangeefster] een (op een) vuurwapen (gelijkend voorwerp) getoond

en/of voorgehouden en/of

- het gezicht, althans de ogen, van die [aangeefster] bedekt/afgedekt

middels een muts, althans een stof en/of

- die [aangeefster] aan haar jas meegetrokken en/of

- die [aangeefster] medegedeeld dat zij mee moest lopen en/of dat zij

geen gekke dingen moest doen en/of dat hij geen moordenaar was, maar als zij

niet zou doen wat hij wilde, hij vreesde dat dit de laatste dag was dat zij

leefde en/of

- de handen van die [aangeefster] vastgebonden en/of

- die [aangeefster] in een auto gezet en/of is hij (daarna) met die auto

gaan rijden en/of

- ( nadat hij, verdachte, die [aangeefster] uit die auto had gehaald) die

[aangeefster] naar een woning/pand en/of kamer geleid en/of

- die [aangeefster] meermalen een drank/vloeistof laten drinken met daarin

(een) kalmerende/slaapverwekkende/versuffende middel(en), ten gevolge waarvan

die [aangeefster] in een staat van verminderd bewustzijn terecht kwam,

en/of

- de ogen van die [aangeefster] middels tape afgeplakt/dichtgeplakt;

art 282 lid 1 Wetboek van Strafrecht

2.

hij in of omstreeks de periode van 22 november 2015 tot en met 23 november

2015 te Rotterdam

door geweld en/of (een) andere feitelijkhe(i)d(en) en/of door bedreiging met

geweld en/of bedreiging met (een) andere feitelijkhe(i)d(en) iemand, te weten

[aangeefster] , heeft gedwongen tot het ondergaan van handelingen die

bestonden uit of mede bestonden uit het seksueel binnendringen van het

lichaam, namelijk het brengen/duwen van zijn, verdachtes, tong en/of vinger

en/of penis in de vagina en/of anus van die [aangeefster] en/of het

brengen/duwen van zijn, verdachtes penis in de mond van die [aangeefster]

en/of het brengen/duwen van een schroevendraaier, althans een hard voorwerp,

in de anus van die [aangeefster] ;

het geweld en/of (een) andere feitelijkhe(i)d(en) en/of de bedreiging met

geweld en/of de bedreiging met (een) ander feitelijkhe(i)d(en) heeft/hebben

bestaan uit het

- onder bedreiging van een vuurwapen in een auto meenemen van die [aangeefster]

en/of

- ( vervolgens) brengen en/of houden van die [aangeefster] in een

woning/kamer, gelegen op/aan de [adres] en/of

- vastbinden van de handen van die [aangeefster] en/of

- afplakken/dichtplakken van de ogen van die [aangeefster] en/of

- meermalen laten drinken van een drank/vloeistof met daarin

(een) kalmerende/slaapverwekkende/versuffende middel(en) door die [aangeefster]

, ten gevolge waarvan die [aangeefster] in een staat van

verminderd bewustzijn terecht kwam en/of

- ( deels) ontkleden van het lichaam van die [aangeefster] en/of

- mededelen aan die [aangeefster] : "benen wijd" en/of

- houden van zijn, verdachtes, penis voor het gezicht van die [aangeefster]

en/of (vervolgens) die [aangeefster] mededelen "Doe in je mond"

en/of "zuigen [aangeefster] , zuigen" en/of

- slaan in/op/tegen het gezicht en/of de billen van die [aangeefster]

en/of

- ( aldus) scheppen van een dusdanige dreigende en intimiderende sfeer

waardoor die [aangeefster] zich niet meer kon of durfde te verweren en/of

(aldus) het doen ontstaan van een bedreigende situatie voor die [aangeefster]

;

art 242 Wetboek van Strafrecht