Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBROT:2016:7709

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
11-10-2016
Datum publicatie
12-10-2016
Zaaknummer
15/5971
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

maatregelen vanwege onvoldoende solliciteren.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

Rechtbank Rotterdam

Team Bestuursrecht 3

zaaknummer: ROT 15/5971

uitspraak van de meervoudige kamer van 11 oktober 2016 in de zaak tussen

[eiser] te Goudswaard, eiser,

gemachtigde: mr. J.M. Krommendijk,

en

de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, verweerder,

gemachtigde: P. Vliegenthart.

Procesverloop

Bij besluit van 29 januari 2015 (het primaire besluit I) heeft verweerder eisers uitkering op grond van de Werkloosheidswet (WW) per 27 januari 2015 gedurende vier maanden met 100% verlaagd, omdat eiser in de periode van 12 december 2014 tot en met 8 januari 2015 onvoldoende heeft gesolliciteerd.

Bij besluit van 3 maart 2015 (het primaire besluit II) heeft verweerder eisers WW-uitkering per 23 februari 2015 gedurende vier maanden met 25% verlaagd omdat eiser in de periode van 9 januari 2015 tot en met 5 februari 2015 onvoldoende heeft gesolliciteerd.

Bij besluit van 6 maart 2015 (het primaire besluit III) heeft verweerder eiser een WW-uitkering toegekend per 2 februari 2015. Hierbij is uitgegaan van een arbeidsurenverlies van 14 uur per week en een dagloon van € 85,80.

Bij besluit van 25 maart 2015 (het primaire besluit IV) heeft verweerder € 290,17 ingehouden op eisers WW-uitkering omdat te veel uitkering was verstrekt en eiser niet heeft meegewerkt aan een redelijk betalingsvoorstel.

Bij besluit van 13 mei 2015 (het primaire besluit V) is aan eiser met ingang van 12 mei 2015 een uitkering op grond van de Ziektewet toegekend. Het dagloon is vastgesteld op € 33,54. Bij besluit van 11 juni 2015 is het besluit van 13 mei 2015 herzien en is het dagloon vastgesteld op € 58,17.

Bij besluit van 31 augustus 2015 (het bestreden besluit) heeft verweerder de bezwaren van eiser gericht tegen de primaire besluiten I tot en met IV ongegrond verklaard. Ten aanzien van besluit V en het besluit van 11 juni 2015 is het bezwaar gegrond verklaard. Het dagloon wordt vastgesteld op € 61,16.

Eiser heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld.

Verweerder heeft een verweerschrift ingediend.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 9 juni 2016. Eiser is verschenen, bijgestaan door zijn gemachtigde. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde.

Bij beslissing van 17 juni 2016 heeft de rechtbank het onderzoek heropend en verweerder verzocht aan te geven op welke wet- en of regelgeving het bestreden besluit is gebaseerd en hoe het ZW-dagloon van € 61,16 tot stand is gekomen.

Bij brief van 29 juni 2016 heeft verweerder een reactie overgelegd.

Bij brief van 30 juni 2016 heeft de rechtbank verweerder verzocht in te gaan op de uitspraak van 8 juni 2016 van de Centrale Raad van Beroep (ECLI:NL:CRVB:2016:2146).

Bij brief van 28 juli 2016 heeft verweerder een gewijzigde beslissing op bezwaar van 28 juli 2016 overgelegd waarbij het ZW-dagloon is verhoogd naar € 93,36 bruto. Voor het overige is het bestreden besluit in stand gebleven.

Bij faxbericht van 12 augustus 2016 heeft verweerder een nadere reactie overgelegd.

Partijen hebben toestemming gegeven voor afdoening zonder nadere zitting en de rechtbank heeft het onderzoek gesloten.

Overwegingen

1. Eiser ontvangt een (gedeeltelijke) WAO-uitkering en daarnaast een WW-uitkering. In 2005 heeft eiser een opleidingstraject gevolgd. Bij besluit van 7 juni 2005 heeft verweerder eiser meegedeeld dat hij in de periode van 2 mei 2005 tot en met 2 februari 2006 niet hoefde te solliciteren en geen passend werk hoefde te accepteren. Bij besluit van 24 juni 2014 heeft verweerder besloten dat eiser onvoldoende sollicitatieactiviteiten heeft doorgegeven en is er een waarschuwing opgelegd. Eiser heeft tegen dit besluit geen bezwaar ingesteld.

2. De rechtbank constateert dat de hoogte van het ZW-dagloon niet langer in geschil is, nu eiser heeft verklaard zich te kunnen verenigen met het ZW-dagloon als vastgesteld bij het besluit van 28 juli 2016.

In geschil is het bestreden besluit voor zover dit strekt tot handhaving van de primaire besluiten I – IV.

3. Wat betreft de handhaving bij het bestreden besluit van de primaire besluiten I en II oordeelt de rechtbank als volgt.

3.1

De primaire besluiten I en II betreffen maatregelen die zijn opgelegd in verband met het niet- of niet voldoende nakomen van de sollicitatieplicht. Naar de opvatting van verweerder was hij bevoegd tot het opleggen van deze maatregelen en zijn die maatregelen ook correct vastgesteld. Eiser heeft volgens verweerder geenszins aannemelijk gemaakt dat hij niet hoefde dan wel wegens ziekte niet kon solliciteren.

3.2

Eiser kan zich hiermee niet verenigen. Volgens eiser hoefde hij in de periode voor zijn ziekmelding op 10 februari 2015 geen sollicitatie-activiteiten te verrichten, omdat daarover een afspraak was gemaakt. Eiser heeft verweerder ook voortdurend geïnformeerd dat hij vanwege zijn medische problematiek niet kon solliciteren. Gelet op deze duidelijke signalen had verweerder moeten onderzoeken of eiser kon worden ontheven van zijn sollicitatieplicht. Eisers situatie voor en na zijn ziekmelding op 10 februari 2015 was immers feitelijk niet anders terwijl hij vanaf die ziekmelding wel vrijgesteld was van de sollicitatieplicht. Gelet daarop is er naar eisers opvatting in zijn situatie sprake van een dringende redenen om af te zien van het opleggen van maatregelen.

3.3

Op grond van artikel 24, eerste lid, aanhef en onder b, ten eerste, van de WW voorkomt de werknemer dat hij werkloos is of blijft doordat hij in onvoldoende mate tracht passende arbeid te verkrijgen.

Op grond van artikel 27, derde lid, van de WW, voor zover van belang, weigert verweerder de uitkering tijdelijk of blijvend, geheel of gedeeltelijk ter zake van het niet of niet behoorlijk nakomen door de werknemer van de sollicitatieplicht.

Op grond van het zesde lid van dat artikel wordt een dergelijke maatregel afgestemd op de ernst van de gedraging en de mate waarin de werknemer de gedraging verweten kan worden. Van het opleggen van een maatregel wordt in elk geval afgezien, indien elke vorm van verwijtbaarheid ontbreekt.

Op grond van artikel 27, achtste lid, van de WW kan het UWV afzien van het opleggen van een maatregel indien daarvoor dringende redenen aanwezig zijn.

Op grond van artikel 6, eerste lid, aanhef en onder a, en artikel 2, eerste lid, aanhef en onder c, van het Maatregelenbesluit sociale zekerheidswetten (Maatregelenbesluit) wordt de sollicitatieplicht ingedeeld in de derde categorie en wordt de hoogte en duur van een op te leggen maatregel vastgesteld op 25 procent van het uitkeringsbedrag, met een mogelijkheid van afwijking tot ten minste 15 procent of ten hoogste 100 procent van het uitkeringsbedrag, gedurende ten minste vier maanden, met een minimum van € 25,-.

Op grond van artikel 8, eerste lid, van het Maatregelenbesluit wordt, indien binnen twee jaar na het opleggen van een eerdere maatregel opnieuw dezelfde verplichting niet of niet behoorlijk wordt nagekomen, het percentage van de op te leggen maatregel met 50% verhoogd.

3.4

Tussen partijen is niet in geschil dat eiser in de periode van 12 december 2014 tot en met 8 januari 2015 en van 9 januari 2015 tot en met 5 februari 2015 niet heeft gesolliciteerd.

Verder is niet in geschil dat eiser eerder een waarschuwing heeft ontvangen vanwege onvoldoende solliciteren.

Eiser heeft ook in beroep niet aannemelijk gemaakt dat hij in de periode in geding was ontheven van de sollicitatieplicht volgens een daartoe met verweerder gemaakte afspraak. Voorts heeft eiser niet aannemelijk gemaakt dat hij om medische redenen door verweerder had moeten worden ontheven van zijn sollicitatieverplichting. Evenmin is gebleken van genoegzame feiten op grond waarvan verweerder eerder een onderzoek had behoren in te stellen naar eisers mogelijkheden arbeid te verrichten en te solliciteren dan naar aanleiding van eisers ziekmelding op 10 februari 2015.

Gelet op het voorgaande was verweerder bevoegd tot het opleggen van maatregelen. Eiser heeft niet aannemelijk gemaakt dat er sprake was van een dringende reden om af te zien van het opleggen van de maatregelen of om minder zware maatregelen op te leggen in verband met verminderde verwijtbaarheid.

3.5

Het beroep is in zoverre ongegrond.

4. Inzake de handhaving bij het bestreden besluit van de primaire besluiten III en IV heeft eiser volstaan met een verwijzing naar hetgeen hij daartegen heeft aangevoerd in bezwaar. Nu eiser niet is ingegaan op de gemotiveerde weerlegging van deze bezwaren in het bestreden besluit en ook overigens niet van de onjuistheid daarvan is gebleken, is het beroep ook in zoverre ongegrond.

5. Eiser heeft verzocht verweerder te veroordelen tot vergoeding van de wettelijke rente over de bruto-uitkeringsbedragen die hem ten onrechte onthouden zijn. De rechtbank merkt dit verzoek aan als een verzoekschrift als bedoeld in artikel 8:91, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb).

5.1

Gelet op dit verzoek heeft eiser op de voet van artikel 6:19, zesde lid, van de Awb belang bij een inhoudelijke beoordeling van het bestreden besluit, voor zover daarbij het dagloon is bepaald op € 61,16. Gezien het besluit van 28 juli 2016, waarbij verweerder het ZW-dagloon heeft verhoogd naar € 93,36 staat vast dat het bestreden besluit in dit opzicht onrechtmatig is. Gelet hierop zal de rechtbank het beroep tegen het bestreden besluit in zoverre gegrond verklaren en dit besluit in zoverre vernietigen.

5.2

Verweerder is wettelijke rente verschuldigd over het verschil tussen hetgeen verweerder bruto aan ZW-uitkering aan eiser heeft betaald en hetgeen waarop eiser recht heeft op grond van het besluit van 28 juli 2016 in de periode tussen 12 mei 2015 tot aan de datum waarop verweerder is gaan uitkeren overeenkomstig dat besluit. De eerste dag waarop verweerder over het bedrag van de te laag uitbetaalde uitkering wettelijke rente is verschuldigd, moet worden gesteld op 1 juni 2015. Voor iedere verdere termijn gaat de rente lopen op de eerste dag van de daarop volgende kalendermaand. Deze rente is verschuldigd tot aan de dag van algehele voldoening. Voorts dient telkens na afloop van een jaar het bedrag waarover de wettelijke rente wordt berekend, te worden vermeerderd met de over dat jaar verschuldigde rente.

6.1

Omdat de rechtbank het beroep gegrond verklaart als in 5.1 bedoeld, bepaalt de rechtbank dat verweerder aan eiser het door hem betaalde griffierecht vergoedt.

6.2

De rechtbank veroordeelt verweerder in de door eiser gemaakte proceskosten. Deze kosten stelt de rechtbank op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht voor de door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand vast op € 992,- (1 punt voor het indienen van het beroepschrift en 1 punt voor het verschijnen ter zitting met een waarde per punt van € 496,- en wegingsfactor 1). De kosten in bezwaar zijn al voor vergoeding in aanmerking gekomen bij het bestreden besluit.

Beslissing

De rechtbank:

  • -

    verklaart het beroep gegrond voor zover bij het bestreden besluit het dagloon is bepaald op € 61,16;

  • -

    vernietigt het bestreden besluit in zoverre;

  • -

    verklaart het beroep voor het overige ongegrond;

  • -

    bepaalt dat verweerder aan eiser het betaalde griffierecht van € 45,- vergoedt;

  • -

    veroordeelt verweerder tot betaling van de wettelijke rente op de in deze uitspraak aangegeven wijze;

  • -

    veroordeelt verweerder in de proceskosten tot een bedrag van € 992,-, te betalen aan eiser.

Deze uitspraak is gedaan door mr. W.M.P.M. Weerdesteijn, voorzitter, en mr. T. Boesman en mr. A.M.E.A. Neuwahl, leden, in aanwezigheid van mr. H. van der Waal-de Vries, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 11 oktober 2016.

griffier voorzitter

Afschrift verzonden aan partijen op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken na de dag van verzending daarvan hoger beroep worden ingesteld bij de Centrale Raad van Beroep.