Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBROT:2016:7669

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
26-09-2016
Datum publicatie
17-10-2016
Zaaknummer
10/750246-13.v
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Minimega Furka. (Verlengde) invoer van ongeveer 1140 kilogram cocaïne vanuit Ecuador en voorbereidingshandelingen daarvoor. Algehele vrijspraak.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Rechtbank Rotterdam

Team straf 2

Parketnummer: 10/750246-13

Datum uitspraak: 26 september 2016

Tegenspraak

Vonnis van de rechtbank Rotterdam, meervoudige kamer voor strafzaken, in de zaak tegen de verdachte:

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] (Polen) op [geboortedag] 1955,

zonder vaste woon- of verblijfplaats in Nederland,

gemachtigd raadsvrouw mr. D.N. de Jonge, advocaat te Rotterdam.

Onderzoek op de terechtzitting

Gelet is op het onderzoek op de terechtzitting van 12 september 2016.

Tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd hetgeen is vermeld in de dagvaarding. De tekst van de tenlastelegging is als bijlage aan dit vonnis gehecht.

Eis officier van justitie

De officieren van justitie mrs. R.S. Dhoen en C.J.A. van der Maas (hierna: de officier van justitie) hebben gevorderd:

- bewezenverklaring van het onder 1 en 2 ten laste gelegde;

- veroordeling van de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 9 jaren met aftrek van voorarrest.

Waardering van het bewijs

Vrijspraak

Vaststaande feiten

Vanuit Ecuador is met het schip [naam schip] een partij bananen van het merk [merk] verscheept naar Nederland. Op 1 november 2013 is de [naam schip] aangekomen in de [haven] te Vlissingen Oost. Daar is de partij bananen, die was verpakt in dozen op - 280 stuks - pallets, gelost en overgebracht naar een loods van [bedrijf] (nader te noemen [bedrijf] ). Bij een controle door de douane, die direct daarop plaatsvond, zijn in 125 bananendozen 1237 pakketten met cocaïne aangetroffen. Het betrof in totaal netto 1138,86 kilogram cocaïne.

De cocaïne is verwijderd en een klein deel van de cocaïne (zogenoemde terugplaatsmonsters) is teruggeplaatst in vier van de dozen en voor het overige zijn deze dozen en de andere 121 dozen, naast bananen, gevuld met dummiemateriaal. Op 7 november 2013 is een gedeelte van de partij bananen gedurende de dag in zes koeltrailers overgebracht naar [adres] te Rotterdam. De pallets met bananen werden daar gelost en opgeslagen in een loods.

Uit het dossier kan worden opgemaakt dat de verdachte in het begin direct betrokken is geweest bij dit bananentransport. Hij heeft op een website vermeld dat hij een handel wilde opzetten en is vervolgens door het bedrijf [bedrijf in Ecuador] , het bedrijf in Ecuador dat de bananen heeft verzonden, benaderd om bananen te importeren vanuit Ecuador. Hij is vervolgens bezig geweest met het opzetten van die handel in bananen. Hij is bij besprekingen aanwezig geweest met betrekking tot deze zending en heeft diverse handelingen verricht met betrekking tot de ontvangst van de zending bananen. Onder meer heeft hij hierover contact gehad met [bedrijf] .

Standpunt officier van justitie

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat medeplegen van (verlengde) invoer van ongeveer 1140 kilogram cocaïne en het verrichten van voorbereidingshandelingen daarvoor wettig en overtuigend kan worden bewezen.

Zij heeft daartoe betoogd dat de verdachte wetenschap heeft gehad van de aanwezigheid van cocaïne in de zending bananen en derhalve opzet heeft gehad op de invoer en de voorbereidingshandelingen daartoe. Zij stelt dat de verklaringen van de verdachte dat hij niets wist van de cocaïne, niet aannemelijk zijn.

De gang van zaken rond het bananentransport was dermate vreemd, dat, ook gelet op wat de verdachte hier zelf over heeft verklaard, dit de nodige bellen bij de verdachte had moeten doen rinkelen. Daarnaast heeft de verdachte zelf uitlatingen gedaan, die erop wijzen dat hij wetenschap had van de cocaïne. De verdachte is in verband met zijn verwarde gedrag ten tijde van zijn aanhouding in het kader van een IBS naar het forensisch psychiatrisch instituut te [plaats] gebracht. Personeel daar heeft verklaard dat de verdachte zich heeft uitgelaten over de cocaïne in de lading bananen. De verdachte zou daar gezongen en gezegd hebben dat er cocaïne tussen de bananen zat en dat de beste cocaïne van hem komt. Blijkens de door de raadsvrouw overgelegde stukken zou hij daar ook geroepen hebben dat er een lading bananen met cocaïne via Vlissingen binnenkomt.

Beoordeling

De rechtbank is van oordeel dat het bewijs voor de wetenschap bij de verdachte van de cocaïne in de lading bananen voor het overgrote deel zou moeten worden gestoeld op verklaringen van de verdachte zélf en de uitlatingen, die de verdachte zou hebben gedaan in de instelling te [plaats] . Er zijn geen andere bewijsmiddelen waaruit die wetenschap in voldoende mate zou kunnen volgen.

Vastgesteld kan worden dat de verdachte lange tijd in een psychose heeft verkeerd. Van een psychose was in ieder geval al sprake op 9 november 2013 toen hij in verwarde en overspannen toestand door de [politie] is aangehouden in [plaats] en korte tijd later is opgenomen met een IBS in het kader van de Wet BOPZ. Gelet op verklaringen van andere betrokkenen bij het bananentransport, die zeggen dat de verdachte zich eerder ook al vreemd of abnormaal gedroeg, was verdachte hoogstwaarschijnlijk eerder ook al (in enige mate) psychotisch. Gezien de inhoud van de aantekeningen die zijn opgemaakt door het personeel in de instelling te [plaats] gedurende verdachtes opname aldaar, is het meer dan aannemelijk dat de verdachte nog steeds psychotisch was toen hij de voor hem belastende verklaringen heeft afgelegd.

Daarbij kan nog worden opgemerkt dat de officier van justitie de psychose als zodanig ook niet betwist.

Gelet op deze vaststellingen zijn de verklaringen en uitlatingen van de verdachte niet als voldoende betrouwbaar aan te merken om de basis te kunnen vormen voor de vaststelling van wetenschap van de cocaïne bij de verdachte. Minst genomen zijn die verklaringen, zo zij al voor het bewijs zouden kunnen worden gebruikt, onvoldoende overtuigend.

Dit maakt dat niet wettig en overtuigend bewezen is dat de verdachte wetenschap had van de cocaïne in de lading bananen. Er is daarom geen bewijs voor opzet op de ten laste gelegde feiten.

Conclusie

Het onder 1 en 2 ten laste gelegde is niet wettig en overtuigend bewezen. De verdachte wordt daarvan vrijgesproken.

Bijlage

De in dit vonnis genoemde bijlage maakt deel uit van dit vonnis.

Beslissing

De rechtbank:

verklaart niet bewezen, dat de verdachte de onder 1 en 2 ten laste gelegde feiten heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij;

heft op het bevel tot voorlopige hechtenis van de verdachte met ingang van heden en beveelt de onmiddellijke invrijheidstelling.

Dit vonnis is gewezen door:

mr. J.H. Janssen, voorzitter,

en mrs. K. Bakker en K.T. van Barneveld, rechters,

in tegenwoordigheid van mr. A.K. van Zanten, griffier,

en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank op de datum die in de kop van dit vonnis is vermeld.

De oudste rechter is buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.

Bijlage

Tekst tenlastelegging

Aan de verdachte wordt ten laste gelegd dat

1.

hij in of omstreeks de periode van 12 oktober 2013 tot en met 7 november 2013

te Rotterdam en/of Vlissingen en/of [plaats in Nederland] , althans in Nederland,

tezamen en in vereniging met een ander en/of anderen, althans alleen,

opzettelijk binnen het grondgebied van Nederland heeft gebracht, (hieronder

mede te verstaan invoer als bedoeld in artikel 1 lid 4 van de Opiumwet),

ongeveer 1140 kilogram cocaïne, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal

bevattende cocaïne, zijnde cocaïne een middel als bedoeld in de bij die wet

behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a

van die wet;

(art. 2/A jo 10 Opiumwet jo art. 47 Wetboek van Strafrecht)

art 2 ahf/ond A Opiumwet

art 47 lid 1 ahf/sub 1 Wetboek van Strafrecht

art 10 lid 5 Opiumwet

2.

hij in of omstreeks de periode van 1 augustus 2013 tot en met 7 november 2013

te Rotterdam en/of Vlissingen en/of [plaats in Nederland] en/of elders in Nederland en/of

buiten Nederland,

tezamen en in vereniging met een ander en/of anderen, althans alleen,

om een feit, bedoeld in het vierde of vijfde lid van artikel 10 van de

Opiumwet, te weten het opzettelijk telen, bereiden, bewerken, verwerken,

verkopen, afleveren, verstrekken, vervoeren en/of binnen het grondgebied van

Nederland brengen van ongeveer 1140 kilogram cocaïne, in elk geval een

hoeveelheid van een materiaal bevattende cocaïne, zijnde cocaïne een middel

vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst I, voor te bereiden en/of te

bevorderen,

- een of meer anderen heeft getracht te bewegen om dat/die feit(en) te plegen,

te doen plegen, mede te plegen, uit te lokken en/of om daarbij behulpzaam te

zijn en/of om daartoe gelegenheid, middelen en/of inlichtingen te

verschaffen en/of

- zich en/of (een) ander(en) gelegenheid en/of middelen en/of inlichtingen tot

het plegen van dat/die feit(en) heeft getracht te verschaffen en/of

- voorwerpen en/of vervoermiddelen en/of stoffen en/of gelden en/of andere

betaalmiddelen voorhanden heeft gehad, waarvan hij wist of ernstige reden had

te vermoeden dat zij bestemd waren tot het plegen van het hierboven bedoelde

feit,

hebbende/zijnde verdachte en/of (een of meer van) zijn mededader(s)

- een partij bananen (als deklading voor het materiaal bevattende cocaïne)

aangekocht en/of voorhanden gehad en/of

- het materiaal bevattende cocaïne in dozen met bananen verpakt en/of

- dozen met daarin het materiaal bevattende cocaïne op pallets geplaatst en/of

- ( meermalen) naar Nederland afgereisd vanuit Polen en/of Equador en/of

Colombia, in elk geval vanuit het buiteland en/of

- hotelreserveringen gemaakt voor het [hotel 1] en/of het [hotel 2]

en/of het [hotel 3] en/of

- ( een) ontmoeting(en) gehad met zijn mededader(s) in Rotterdam en/of elders

in Nederland en/of informatie uitgewisseld met zijn mededader(s) en/of

- zijn mededader(s) voorzien van mobiele telefoons en/of (werk)telefoon(s)

voorhanden gehad en/of

- telefonisch contacten onderhouden met zijn mededader(s) en/of

- ( een) ontmoeting(gen) gehad en/of telefonisch contact onderhouden met (een)

medewerker(s) van [bedrijf] teneinde afspraken te maken over

de lading bananen (met daarin het materiaal bevattende cocaïne) en/of

- een loods (gelegen aan [adres] te Rotterdam) gehuurd voor de opslag

van de lading, met daarin het materiaal bevattende cocaïne, en/of

foto-opnames van die loods gemaakt en/of

- de lading, met daarin het materiaal bevattende cocaïne, vervoerd/laten

vervoeren naar een loods (gelegen aan [adres] te Rotterdam) en/of

- de lading, met daarin het materiaal bevattende cocaïne, in ontvangst genomen

en/of gelost en/of (vervolgens) opgeslagen en/of

- een (pallet)vorkheftruck en/of pompwagen aangekocht en/of voorhanden gehad

en/of

- ( in een loods) de dozen met daarin het materiaal bevattende cocaïne

gemarkeerd (met een zwarte stift) en/of

- ( in een loods) de dozen met daarin het materiaal bevattende cocaïne

gecontroleerd en/of geselecteerd en/of

- ( een) geldbedrag(en) van 1300 en/of 1000 euro, in elk geval (een)

geldbedrag(en) aan zijn mededader(s) betaald en/of gegeven (als voorschot)

en/of van zijn mededader(s) in ontvangst genomen en/of

- twee, in elk geval één, controlerapport(en)/protocollen betreffende de

partij bananen (met daarin het materiaal bevattende cocaïne) geschreven;

(art. 10a Opiumwet jo art 47 Wetboek van Strafrecht)

art 10a lid 1 ahf/sub 1 alinea Opiumwet

art 47 lid 1 ahf/sub 1 Wetboek van Strafrecht

art 10 lid 4 Opiumwet

art 10 lid 5 Opiumwet