Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBROT:2016:7587

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
07-10-2016
Datum publicatie
11-10-2016
Zaaknummer
ROT 15/8351
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

intrekking bijstand wegens niet controleerbaar opstellen en geen vaste woon-of verblijfplaats, verblijven in auto voorzien van slaapplek, verblijven op opritten en weigeren gegevens te verstrekken van deze adressen

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

Rechtbank Rotterdam

Team Bestuursrecht 2

zaaknummer: ROT 15/8351

uitspraak van de meervoudige kamer van 7 oktober 2016 in de zaak tussen

[eiseres], eiseres,

gemachtigde: mr. J.M. Ytsma,

en

het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Lansingerland, verweerder, gemachtigde: mr. H.J. Kooistra.

Procesverloop

Bij besluit van 13 oktober 2015 (het primaire besluit) heeft verweerder de aan eiseres op grond van de Participatiewet (Pw) verstrekte bijstandsuitkering met ingang van 6 oktober 2015 ingetrokken omdat er geen sprake is van een vaste woon- of verblijfplaats en het recht op bijstand niet kan worden vastgesteld. Er bestaan geen dringende redenen om van de beëindiging af te zien.

Bij besluit van 22 december 2015 (het bestreden besluit) heeft verweerder de bezwaren van eiseres ongegrond verklaard.

Eiseres heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. Tevens is de voorzieningenrechter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.

Bij uitspraak van 1 februari 2016 [kenmerk] heeft de voorzieningenrechter bepaald dat aan eiseres vanaf 31 december 2015 een bijstandsuitkering dient te worden verstrekt naar de voor haar geldende norm totdat de rechtbank uitspraak heeft gedaan in de hoofdzaak. Partijen zijn doorverwezen naar mediation.

Op 14 juli 2016 heeft het mediationbureau gemeld dat partijen geen overeenstemming hebben bereikt.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 27 september 2016. Eiseres is verschenen, bijgestaan door haar gemachtigde. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde, die werd vergezeld door S. Gahrmann, senior consulent participatie bij verweerder.

Overwegingen

1.1.

Eiseres, geboren [datum], is sinds 2012 gediagnosticeerd met overgevoeligheid voor geluid (hyperacusis), waarbij zij bij blootstelling aan geluid psychische problematiek ervaart. Eiseres is enkele maanden opgenomen geweest in een GGZ-instelling. Zij heeft in 2014 tijdelijk kunnen wonen bij een vriendin maar heeft aansluitend in 2015 geen geschikte woning gevonden en verblijft sindsdien in een auto die is voorzien van een slaapplek.

1.2.

In het primaire besluit geeft verweerder aan dat de woonsituatie van eiseres sinds 1 januari 2015 is gewijzigd omdat eiseres per die datum niet langer over een vaste woon- of verblijfplaats beschikte. Het briefadres dat eiseres hanteerde is met ingang van 26 augustus 2015 door de bewoonster van dat adres opgezegd. De bijstandsuitkering wordt met ingang van 6 oktober 2015 ingetrokken omdat het recht op bijstand niet kan worden vastgesteld. Er bestaan volgens verweerder geen dringende redenen om van de beëindiging af te zien.

1.3.

Eiseres hanteert sinds december 2015 een nieuw briefadres binnen verweerders gemeente.

1.4.

Ter uitvoering van de uitspraak van de voorzieningenrechter heeft verweerder aan eiseres met ingang van 31 december 2015 een bijstandsuitkering verstrekt naar de voor haar geldende norm. Omdat er geen sprake is van woonlasten heeft verweerder de bijstandsnorm verlaagd met 20%.

1.5.

Tevens is ter uitvoering van de uitspraak van de voorzieningenrechter mediation gestart om de mogelijkheid te onderzoeken of aan eiseres een (geluidsarme) woning kan worden toegewezen binnen verweerders gemeente. Op 5 juli 2016 is de mediation geëindigd zonder een voor alle partijen passende oplossing.

1.6.

Ter zitting hebben partijen aangegeven dat aan eiseres tijdens het mediationtraject een sociale huurwoning is aangeboden die geluidsarm gemaakt kon worden. De rechtbank begrijpt dat het een sociale huurwoning betrof bestaande uit een woonkamer met half open keuken en slaapkamer. De woonkamer zou als grootste ruimte op kosten van verweerder geluidsarm worden gemaakt door het bouwen van een geïsoleerde ruimte in de ruimte. Van de vier ingeschakelde experts (op het gebied van WMO, technisch specialist woningbouw, de inbouwer en de psychiater) vonden de drie eerstgenoemde experts de woning geschikt maar achtte de psychiater de oppervlakte van 14m2 die in de woonkamer zou overblijven na isolatie te gering voor eiseres om daar de functies van wonen, slapen en werken langdurig te kunnen combineren. De slaapkamer zou niet op kosten van verweerder worden geïsoleerd maar voor eiseres als opslagruimte (kunnen) dienen. Op die grond heeft eiseres de woning, die inmiddels voor dit doel door verweerder tijdelijk was gehuurd van de woningcorporatie, afgewezen. Ter zitting heeft eiseres gesteld nog immer in haar auto te verblijven en te overnachten.

2. Met het bij het bestreden besluit gehandhaafde primaire besluit heeft verweerder de bijstandsuitkering van eiseres ingetrokken per 6 oktober 2015.

Omdat eiseres weigert gegevens te verstrekken over de adressen van vrienden waar zij stelt te verblijven in haar auto op de oprit, is er volgens verweerder niet alleen geen sprake van het niet hebben van een vaste woon- of verblijfplaats in de gemeente, maar ontbreken daarnaast controleerbare gegevens over de feitelijke verblijfplaats van eiseres. Het recht op bijstand kan volgens verweerder met verwijzing naar de artikelen 11, 17 en 40 van de Pw niet worden vastgesteld. Er bestaat geen aanleiding om de uitkering op basis van artikel 16, van de Pw voort te zetten omdat dit artikel slechts tijdelijk een basis biedt voor een bijstandsuitkering en de oplossing volgens verweerder moet worden gezocht in een vaste woon- of verblijfplaats.

3. Eiseres voert als beroepsgrond aan dat verweerder ten onrechte stelt dat het recht op bijstand niet kan worden vastgesteld omdat eiseres geen controleerbare gegevens (heeft) verschaft over haar feitelijke verblijfplaats. Zij stelt zich wel controleerbaar op. Zij overnacht op opritten bij huizen van bekenden in de gemeente en soms bij de brandweer in de gemeente. Dat zij de adressen en namen van de bewoners bij wie haar auto op de oprit staat niet wil verstrekken maakt niet dat haar feitelijk verblijf binnen de gemeente niet aannemelijk is. Ze is bereid met aankoopbonnen haar dagelijkse aanwezigheid binnen de gemeente aan te tonen.

3.1.

Artikel 11, eerste lid, van de Pw bepaalt dat iedere Nederlander die hier te lande in zodanige omstandigheden verkeert of dreigt te geraken dat hij niet over de middelen beschikt om in de noodzakelijke kosten van het bestaan te voorzien, recht heeft op bijstand van overheidswege.

Artikel 16, van de Pw bepaalt dat aan een persoon die geen recht op bijstand heeft toch bijstand kan worden verstrekt indien zeer dringende redenen daartoe noodzaken.

Artikel 17, eerste lid, van de Pw bepaalt dat de belanghebbende aan het college van burgemeester en wethouders op verzoek of onverwijld uit eigen beweging mededeling doet van alle feiten en omstandigheden waarvan hem redelijkerwijs duidelijk moet zijn dat zij van invloed kunnen zijn op het recht op bijstand.

Volgens artikel 40, van de Pw bestaat er recht op bijstand bij de gemeente waar betrokkene woonplaats heeft.

3.2.

Volgens vaste jurisprudentie van de Centrale Raad van Beroep (de Raad), zie bijvoorbeeld ECLI:NL:CRVB:2014:3885, is het niet voldoen aan de inlichtingenverplichting een grond voor weigering van bijstand indien als gevolg van schending van die verplichting niet kan worden vastgesteld of, en in welke mate, betrokkene recht op bijstand heeft.

De vraag waar iemand woont, moet worden beantwoord aan de hand van concrete feiten en omstandigheden. De bijstandsgerechtigde moet juiste en volledige informatie verstrekken over zijn feitelijke verblijfplaats, omdat dit van belang is voor de vaststelling van het recht op bijstand. Doet een betrokkene dit niet, dan kan verweerder het recht op bijstand intrekken als dit recht door het niet nakomen van de inlichtingenplicht niet langer kan worden vastgesteld.

Volgens vaste jurisprudentie van de Raad, zie bijvoorbeeld ECLI:NL:CRVB:2014:1513, kan ook van iemand die stelt dakloos te zijn, worden gevergd dat hij controleerbare gegevens verstrekt over zijn feitelijke verblijfplaats.

3.3.

De rechtbank stelt vast dat eiseres geen controleerbare adresgegevens heeft verstrekt over haar feitelijke verblijfplaats. Dat eiseres deze gegevens niet wenst te verstrekken in verband met de privacy van de bewoners van de percelen waarop zij ’s nachts in haar auto verblijft, wat daar ook van zij, kan haar niet baten. Controleerbare gegevens omtrent de feitelijke verblijfplaats zijn immers voor verweerder noodzakelijk om het recht op bijstand vast te kunnen stellen.

Dat het voldoende is indien eiseres door middel van aankoopbonnen haar aanwezigheid binnen de gemeentegrenzen aannemelijk maakt, volgt de rechtbank niet. Terecht heeft verweerder benadrukt dat het van belang is om te bezien of sprake is van een hoofdverblijf op een bepaald adres binnen de gemeente en of in de situatie van eiseres de kostendelersnorm moet worden toegepast bij een (te verstrekken) uitkering. Dat de bewoners geen uitkering ontvangen, zoals ter zitting door eiseres naar voren is gebracht, doet daar niet aan af omdat het voor het bepalen van haar recht op bijstand reeds van belang is.

Eiseres heeft haar inlichtingenplicht geschonden zodat verweerder wordt gevolgd in zijn conclusie dat het recht op bijstand niet kan worden vastgesteld.

De beroepsgrond slaagt niet.

4. Eiseres voert aan dat verweerder ten onrechte heeft geconcludeerd dat er geen dringende redenen bestaan om van de beëindiging af te zien. Er is nog immer sprake van een levensbedreigende situatie indien zij geen bijstandsuitkering ontvangt.

4.1.

Volgens vaste jurisprudentie, zie bijvoorbeeld ECLI:NL:CRVB:2010:BL3224, is van dringende redenen in het algemeen slechts sprake in geval van een acute noodsituatie, dat wil zeggen een situatie die van levensbedreigende aard is of blijvend ernstig letsel of invaliditeit tot gevolg kan hebben. Ernstig letsel kan zowel psychisch als lichamelijk letsel omvatten, zie bijvoorbeeld ECLI:NL:CRVB:2015:678.

4.2.

Zoals hierboven is overwogen is de rechtbank van oordeel dat eiseres gehouden kan worden aan de inlichtingenplicht. Haar psychische problematiek staat daaraan niet in de weg. Op die grond is er naar het oordeel van de rechtbank geen aanleiding om in het geval van eiseres dringende redenen als bedoeld in de onder 4.1. genoemde uitspraak aan te nemen. Dat eiseres in een auditief rustige omgeving wenst te verblijven kan zij ook op een andere manier dan met een beroep op dringende redenen bereiken. In dat verband acht de rechtbank het opmerkelijk dat eiseres een woning die voor haar geschikt gemaakt kon worden, heeft geweigerd. Dat 14m2 geluidsarme ruimte onvoldoende zou zijn om dagelijks in te verblijven kan de rechtbank niet volgen. Immers de woning is groter dan de geluidsarme ruimte en daarnaast zijn er mogelijkheden om desgewenst de ruimte met opklapmeubelen slim in te richten zodat hij bruikbaar is voor een combinatie van functies.

De beroepsgrond slaagt niet.

5. De conclusie is dat verweerder zich op goede gronden op het standpunt heeft gesteld dat het recht op bijstand vanaf 6 oktober 2015 niet kon worden vastgesteld en er geen dringende redenen waren om van de beëindiging af te zien. Het bestreden besluit houdt in rechte stand. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.

Deze uitspraak is gedaan door mr. L.A.C. van Nifterick, voorzitter, en mr. I.M. Ludwig en

mr. W.P.M. Jurgens, leden, in aanwezigheid van mr. A. Hielkema, griffier.

De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 7 oktober 2016.

griffier voorzitter

Afschrift verzonden aan partijen op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken na de dag van verzending daarvan hoger beroep worden ingesteld bij de Centrale Raad van Beroep.