Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBROT:2016:6106

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
08-08-2016
Datum publicatie
08-08-2016
Zaaknummer
KTN-5077868_08082016
Rechtsgebieden
Arbeidsrecht
Bijzondere kenmerken
Beschikking
Inhoudsindicatie

Verzoek ontbinding arbeidsovereenkomst afgewezen. Werknemer is op basis van de cao al door werkgever gesanctioneerd voor verwijtbaar handelen door middel van een schorsing met inhouding van salaris voor twee weken. Beëindiging van dienstverband zou dubbele sanctie zijn. Schorsing opgeheven en tewerkstelling toegewezen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
AR-Updates.nl 2016-0892
AR 2016/2342

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

zaaknummer: 5077868 VZ VERZ 16-10444

uitspraak: 8 augustus 2016

beschikking van de kantonrechter, zitting houdende te Rotterdam,

in de zaak van

de stichting,

Stichting Regionale Omroep Rotterdam-Rijnmond en omgeving,

gevestigd te Rotterdam,

verzoekster,

verweerster in de zelfstandige (deels voorwaardelijke) tegenverzoeken,

gemachtigde: mr. H.E. Meerman te Dordrecht,

tegen

[verweerder] ,

wonende te [woonplaats] ,

verweerder,

verzoeker in de zelfstandige (deels voorwaardelijke) tegenverzoeken,

gemachtigde: mr. Y.B. [Berkeljon] te Amsterdam.

Partijen zullen hierna worden aangeduid als “RTV Rijnmond” resp. “ [verweerder] ”.

1 Het verloop van de procedure

1.1.

De kantonrechter heeft kennisgenomen van de volgende stukken:

 het verzoekschrift ex artikel 7:671b BW met producties, ter griffie ontvangen op

12 mei 2016;

 het verweerschrift ex artikel 7:671b BW tevens inhoudende een tegenverzoek tot tewerkstelling en uitbetaling ingehouden salaris en een voorwaardelijk tegenverzoek tot het toekennen van een transitievergoeding, een billijke vergoeding, alsmede tot het in acht nemen van de opzegtermijn, ter griffie ontvangen op 30 juni 2016.

1.2.

Het verzoek is op 11 juli 2016 mondeling behandeld. Namens RTV Rijnmond zijn verschenen de heer [K.] (interim-directeur) en de heer [L.] (hoofdredacteur) en mevrouw [S.] (P&O), bijgestaan door de heer mr. P.F. van den Brink en mevrouw mr. H. Meerman. [verweerder] is in persoon verschenen, bijgestaan door mevrouw mr. Y.B. Berkeljon vergezeld van haar kantoorgenoot mr. Van den Berg. Partijen hebben hun standpunten nader toegelicht, de gemachtigden van partijen onder overlegging van pleitaantekeningen.

1.3.

De uitspraak van de beschikking is vervolgens bepaald op heden.

2 De vaststaande feiten

In deze procedure wordt uitgegaan van de volgende feiten.

2.1.

RTV Rijnmond is de regionale publieke omroep voor Zuid-Holland-Zuid. De dagelijkse leiding is in handen van een directeur die benoemd wordt door de Raad van Commissarissen (hierna: de RvC). De RvC heeft verder tot taak het toezicht houden op het beleid van de directeur, hem met raad terzijde staan en toezicht houden op de algemene gang van zaken binnen RTV Rijnmond.

2.2.

[verweerder] , geboren op [geboortedatum] , is sinds 1 januari 1999 parttime werkzaam bij RTV Rijnmond in de functie van redacteur/verslaggever/radiopresentator. Het salaris van [verweerder] bedraagt € 3.221,46 bruto per maand exclusief 8% vakantietoeslag en overige emolumenten.

2.3.

Op de arbeidsovereenkomst van [verweerder] is de cao voor het omroeppersoneel (hierna: de cao) van toepassing. Artikel 5 van de cao luidt als volgt:

Artikel 5: Plichtsverzuim

1. Indien de werkgever het vermoeden heeft dat de werknemer verwijtbaar heeft gehandeld of nagelaten te handelen, zal de werkgever alvorens maatregelen of sancties te treffen een onderzoek verrichten waarbij partijen worden gehoord. Indien dat in het belang van het onderzoek noodzakelijk is en er sprake is van een vermoeden van ernstig plichtsverzuim, kan de werkgever de werknemer ten hoogste twee weken preventief schorsen met behoud van salaris.

2. De werkgever kan de werknemer die verwijtbaar heeft gehandeld of nagelaten te handelen de volgende sanctie opleggen:

• (…)

• schorsing met gehele of gedeeltelijke inhouding van salaris gedurende ten hoogste twee weken;

(…)

Dit onverminderd de bevoegdheid van de werkgever de arbeidsovereenkomst deswege, al dan niet wegens dringende reden, te beëindigen. In dat geval kan de werknemer tot het moment dat de arbeidsovereenkomst eindigt, worden geschorst me behoud van salaris.”

2.4.

Op 11 maart 2015 is in het AD Rotterdams Dagblad een artikel gepubliceerd over de hoogte van het salaris van de toenmalige directeur van RTV Rijnmond, de heer [W.] , en de door hem ontvangen bonussen in de periode 2010-2013. De heer [W.] was tot 1 maart 2016 directeur van RTV Rijnmond.

2.5.

Op 25 maart 2015 heeft [verweerder] aan de heer [W.] een e-mail gestuurd, waarvan de inhoud – voor zover relevant – als volgt luidt:

“ [voornaam W.] ,

Hierbij een signaal dat je me misschien niet in dank zult afnemen, maar dat ik in het belang van heel RTV Rijnmond toch kwijt wil.

Een signaal over – inderdaad – het salaris dat je ontvangt en over de pogingen om aandacht daarvoor in de kiem te smoren.

(…)

Wat zijn zoal de gevolgen van de publiciteit over je salaris en de pogingen om ons monddood te maken?

+ Verlies aan moreel gezag van de directeur.

(…)

+ Verlies aan geloofwaardigheid van de redactie.

(…)

+ Ondermijning van de positie van RTV Rijnmond bij zowel beleidsmakers als kijkers/luisteraars.

(…)

+ Scheve ogen binnen het bedrijf.

(…)

+ Bijdragen aan angstcultuur en aantasting zelfrespect van het persoon.

(…)

Ik weet wel: je bent alleen verantwoording verschuldigd aan de Raad van Commissarissen.

Maar de OR zal het onderwerp nogmaals agenderen.

(…)

Je hoeft niet te reageren op deze mail.

Het is geen uitnodiging tot een persoonlijk gesprek.

Het is ook niet bedoeld als persoonlijke aanval.

Ik wil vooral laten weten dat ik over de hele kwestie geen goed gevoel heb.

Hopelijk is met betere communicatie nog iets te redden.”

2.6.

Op 31 maart 2015 heeft [verweerder] aan de heer [W.] een e-mail gestuurd, waarvan de inhoud – voor zover relevant – als volgt luidt:

“ [voornaam W.] ,

het zou je sieren als je bij de vergadering van vanavond ingaat op de ophef die is ontstaan over je salaris en de ontvangen bonussen. Ook dat maakt wezenlijk deel uit van de toekomst van Rijnmond.

Als je denkt van niet: kijk naar ABN Amro en KPN.”

2.7.

De heer [W.] heeft op 31 maart 2015 het volgende per mail aan [verweerder] geantwoord:

“(…)

ik kan hier kort over zijn:

mijn salaris in 2013, noch huidige arbeidsvoorwaarden zijn onderdeel van de toekomst van RTV Rijnmond, in welk (groter) verband dan ook.

Bovendien is dit een zaak voor onze Raad van Commissarissen, die onder meer toeziet op een correcte toepassing van de WNT, anders dan bij de door jou genoemde voorbeelden.”

2.8.

Het antwoord van [verweerder] op bovenstaande mail van de heer [W.] luidt:

“En je voelt geen enkele morele verantwoordelijkheid om uitleg te geven aan het personeel?”

2.9.

Op 24 april 2015 heeft een gesprek plaatsgevonden tussen twee commissarissen van de RvC en [verweerder] , welk gesprek plaatsvindt op uitnodiging van de voorzitter van de RvC. Van dat gesprek is een verslag opgesteld. In dat verslag is onder meer het volgende opgenomen:

“De commissarissen benadrukken nogmaals dat het niet aan de individuele werknemer is een oordeel uit te spreken over de inhoud van de arbeidsovereenkomst, die de RvC met de directeur heeft afgesproken. Juridisch is de salariëring van de directeur in orde. Morele/politieke normen zijn met de Wet Normering Topinkomens beantwoord.

De commissarissen moeten constateren, dat de toonzetting van de emails geen bijdrage is geweest aan een optimale arbeidsverhouding. Integendeel. De toon, waarop de kritiek geuit is, draagt bij aan de vraag of de arbeidsverhouding wel/niet is verstoord is.

(…)

De commissarissen accepteren dat deze actie eenmalig is geweest, maar delen mee, dat herhaling niet getolereerd zal worden en gevolgen zal hebben voor de arbeidsrelatie.”

2.10.

Op 3 juni 2015 heeft [verweerder] gereageerd op het in 2.8 genoemde gespreksverslag waarin hij er, naast enkele inhoudelijke op- en aanmerkingen over de in het verslag opgenomen tekst, op wijst dat hij geen arbeidsrelatie heeft met de RvC.

2.11.

Op 3 juli 2015 heeft [verweerder] – kort gezegd – aan de RvC gemaild dat hij zich nog niet neerlegt bij het in 2.8 genoemde gespreksverslag en bij het plan om dat verslag toe te voegen aan zijn personeelsdossier, omdat hij geen formele arbeidsrelatie met de RvC heeft. Daarnaast maakt [verweerder] bezwaar tegen de inhoud van voornoemd gespreksverslag.

2.12.

Bij brief van 3 augustus 2015 heeft de heer [W.] aan [verweerder] meegedeeld dat hij de afdeling P&O heeft verzocht het in 2.8 genoemde verslag in het personeelsdossier van [verweerder] toe te voegen.

2.13.

Op 31 maart 2016 heeft de afscheidsreceptie van de heer [W.] als directeur van RTV Rijnmond plaatsgevonden. Voorafgaand daaraan heeft [verweerder] op diezelfde dag aan allen die werkzaam zijn bij RTV Rijnmond onder meer het volgende bericht:

“Vrienden, collega’s,

tot bijna niemands verbazing zal ik afwezig zijn bij de afscheidsreceptie van [W.] (…) aan boord van het SS Rotterdam.

(…)

Die afscheidsreceptie van vanmiddag staat wat mij betreft precies voor wat er mis was aan het ‘bewind’ van [voornaam W.] , en voor wat we mèt hem achter ons zouden mogen laten.

[voornaam W.] communiceerde matig, hij zonderde zich af van in elk geval een groot deel van het bedrijf, en hij leek zichzelf reuze belangrijk te vinden.

Een afscheidsreceptie…van 4 tot 7 (…)

In de wandelgangen heb ik al gehoord dat dat wordt gezien als opgestoken middelvinger naar de redactie. De meeste collega’s zijn tot vijf uur aan het werk, en tv-verslaggevers kijken samen naar de uitzending. (…)

Een afscheidsreceptie…aan boord van het SS Rotterdam.

Ik weet niet wat dat kost (…) maar het wekt de indruk van een prijzig onderonsje. En dat in een tijd waarin het bedrijf voor grote bezuinigingen staat. Alleen de indruk wekken van prijzigheid lijkt me al verkeerd. Zeker gezien de eerdere verhalen in de krant over het (…) riante salaris van [voornaam W.] en de bonussen die hem zijn toegeschoven.

(…)

Want niet in de laatste plaats dankzij hem zetelen wij in een soort imponeerburcht van glas, staal en beton, die wat mij betreft kwa uitstraling haaks staat op de gewone-mensen-radio en gewone-mensen-televisie waar Rijnmond het van moet hebben.

(…)

In zijn ogen zal [voornaam W.] vast heel belangrijk zijn geweest. Hij zal ook wel nuttige dingen voor het bedrijf hebben gedaan. Maar: wie niet?

(…)

Iets zegt mij dat die afscheidsreceptie van [voornaam W.] ook nauwelijks bedoeld is voor Rijnmond-personeel. Zo populair was hij niet. Het is meer iets voor andere bestuurders. Voor de kringen waarin, denk ik, ook de leden van de Raad van Commissarissen zich bewegen. (…)”

2.14.

In reactie op het in 2.12 genoemde mail van [verweerder] heeft mevrouw [S.] diezelfde middag (P&O) per e-mail het volgende aan [verweerder] bericht:

“(…)

Hierbij kan ik je mededelen dat zowel de directeur als de hoofdredacteur niet gediend zijn van het onderstaande bericht.

Wij gaan ons nader beraden over de consequenties van jouw mail.

We behouden het recht voor om je te schorsen en ook eventueel over te gaan tot beëindiging van de arbeidsovereenkomst.”

2.15.

[verweerder] heeft op 31 maart 2016 op de in 2.13 genoemde e-mail onder meer als volgt gereageerd:

“(…)

hoewel mijn bericht ‘aan allen’ niet afbrekend bedoeld was, maar juist als aansporing om na het vertrek van [voornaam W.] het een en ander te verbeteren binnen het bedrijf – (…) – snap ik wel dat zo’n epistel van één werknemer aan het hele bedrijf jullie – zeker vlak voor de afscheidsreceptie van [voornaam W.] – enigszins rauw op het dak valt. De gangbare weg om zulke zaken aan te kaarten is de OR.

(…)

Of jullie het traject willen inzetten van schorsing of ontslag is uiteraard aan jullie. Maar is het niet handiger om eerst een gesprek te hebben?”

2.16.

Op 1 april 2016 is telefonisch aan [verweerder] meegedeeld dat hij met onmiddellijke ingang is geschorst naar aanleiding van zijn e-mail van 31 maart 2016. Tevens wordt [verweerder] uitgenodigd voor een gesprek op 4 april 2016. De inhoud van dat telefoongesprek is per e-mail van 1 april 2016 aan [verweerder] bevestigd.

2.17.

In het gesprek op 4 april 2016 is aan [verweerder] meegedeeld dat RTV Rijnmond de arbeidsovereenkomst met hem wenst te beëindigen.

2.18.

Op verzoek van [verweerder] heeft RTV Rijnmond de redenen voor zijn schorsing per e-mail van 6 april 2016 aan hem bevestigd. Tevens is in deze e-mail de inhoud van het gesprek van 4 april 2016 bevestigd. Deze e-mail luidt – voor zover relevant – als volgt:

“(…)

De reden voor de schorsing is het versturen aan allen binnen RTV Rijnmond van jouw e-mail van 31 maart 2016 (…) met als onderwerp: “Bij het afscheid van [voornaam W.] [W.] ”.

(…)

Vorig jaar ben je door de Raad van Commissarissen er al nadrukkelijk op gewezen dat een dergelijke handelwijze binnen onze organisatie niet wordt geaccepteerd. Nogmaals het staat je vrij je mening te uiten, maar niet op deze manier.

(…)

Zoals wij afgelopen maandag (…) met je hebben besproken zien wij geen mogelijkheden meer voor een zinvolle voortzetting van het dienstverband.

(…)

Jouw handelwijze zien wij als plichtsverzuim in de zin van artikel 5 van de cao en je bent in afwachting van de beëindiging van het dienstverband geschorst en over de periode 1-15 april 2016 ontvang je, conform het bepaalde in de cao geen salaris.”

2.19.

[verweerder] heeft over de periode van 1 april t/m 14 april 2016 geen salaris van RTV Rijnmond ontvangen.

3 Het verzoek

3.1.

Het verzoek van RTV Rijnmond strekt tot ontbinding van de tussen partijen bestaande arbeidsovereenkomst primair wegens verwijtbaar handelen of nalaten van [verweerder] en subsidiair wegens een verstoorde arbeidsverhouding, zonder rekening te houden met de opzegtermijn en zonder toekenning van een transitievergoeding aan [verweerder] wegens ernstig verwijtbaar handelen of nalaten van [verweerder] , met veroordeling van [verweerder] in de kosten van deze procedure.

3.2.

Aan het verzoek heeft [verweerder] – zakelijk weergegeven en voor zover thans van
belang – het volgende ten grondslag gelegd.

a. a) Primair heeft [verweerder] ernstig verwijtbaar gehandeld door, ondanks de eerdere duidelijke waarschuwing van de RvC in 2015, op de dag van de afscheidsreceptie van de vertrekkend directeur de in 2.13 genoemde e-mail te sturen aan iedereen die bij RTV Rijnmond werkzaam is, waarbij hij alle grenzen van fatsoen heeft gepasseerd en waarvan [verweerder] de ernst niet lijkt in te zien. Dat is ernstig verwijtbaar.

b) Subsidiair is sprake van een verstoorde arbeidsverhouding, zodanig dat van RTV Rijnmond in redelijkheid niet gevergd kan worden de arbeidsovereenkomst met [verweerder] voort te zetten. De houding en het gedrag van [verweerder] en door hem gestarte discussie op Facebook zijn voor RTV Rijnmond onacceptabel en die maken dat niet gevergd kan worden de arbeidsovereenkomst nog langer voort te zetten.

3.3.

Herplaatsing van [verweerder] ligt niet in de rede gelet op de ernst van de vaststaande gedragingen van [verweerder] . Het valt niet te verwachten dat de verstoorde arbeidsrelatie nog kan worden hersteld.

3.4.

[verweerder] komt niet in aanmerking voor een transitievergoeding, nu zijn handelen gekwalificeerd moet worden als ernstig verwijtbaar en hij zich ondanks een duidelijke waarschuwing toch opnieuw schuldig heeft gemaakt aan de hem verweten gedragingen.

4 Het verweer en de zelfstandige (deels voorwaardelijke) tegenverzoeken

4.1.

Het verweer van [verweerder] strekt primair tot afwijzing van het verzoek, tot opheffing van de schorsing met de bepaling dat [verweerder] wordt toegelaten tot de werkzaamheden onder toekenning van een dwangsom van €1.000,- per dag dat RTV Rijnmond na betekening van de beschikking met de tewerkstelling in gebreke blijft en tot veroordeling van RTV Rijnmond tot betaling aan [verweerder] van het ingehouden salaris over de periode 1 t/m 14 april 2016, te vermeerderen met de wettelijke rente en de wettelijke verhoging.

Subsidiair, indien het verzoek van RTV Rijnmond wordt toegewezen, verzoekt [verweerder] om toekenning van een transitievergoeding ter hoogte van € 39.042,- alsmede een billijke vergoeding ter hoogte van € 76.000,-, met inachtneming van de opzegtermijn die bij rechtsgeldige opzegging in acht had behoren te worden genomen.

Primair en subsidiair met veroordeling van RTV Rijnmond in de kosten van deze procedure.

Daartoe heeft [verweerder] – zakelijk weergegeven en voor zover thans van belang – het volgende aangevoerd.

4.2.

Van (ernstig) verwijtbaar handelen is geen sprake. RTV Rijnmond is een journalistieke organisatie waar de vrijheid van meningsuiting zwaar behoort te wegen. De acties in 2015 rond de bezoldiging van de directeur hadden een professioneel en zakelijk karakter en betroffen bovendien het maatschappelijk omstreden verschijnsel van de beloning en bonussen van werknemers in de publieke sector. [verweerder] is met zijn kritiek niet naar buiten getreden. Ook de e-mail in 2016 is uitsluitend intern rondgestuurd en betrof een door velen binnen RTV Rijnmond als omstreden ervaren afscheidsfeestje, waarbij de uitingen op Facebook er door RTV Rijnmond worden bijgesleept. [verweerder] is van mening dat zijn persoonlijke omstandigheden ook een rol spelen, zoals leeftijd, duur van zijn dienstverband, kansen op de arbeidsmarkt en zijn goede staat van dienst.

4.3.

Er is evenmin sprake van een dusdanig verstoorde arbeidsverhouding dat deze niet meer zou kunnen worden hersteld. De kritiek van [verweerder] was gericht op het functioneren van een inmiddels vertrokken directeur en met de nieuwe interim-directeur is geen conflict geweest. Uit de overlegde verklaringen van een aantal collega’s van [verweerder] blijkt dat er geen sprake is van verstoorde verhoudingen op de werkvloer en dat [verweerder] een gewaardeerde collega is. Er is door RTV Rijnmond ook geen enkele poging gedaan om eventueel verstoorde verhoudingen te herstellen.

De zelfstandig tegenverzoeken (schorsing, tewerkstelling, betaling ingehouden salaris)

4.4.

Aan zijn vordering tot tewerkstelling heeft [verweerder] – zakelijk weergegeven en voor zover thans van belang – het volgende ten grondslag gelegd. De schorsing heeft in strijd met artikel 5 van de cao plaatsgevonden, omdat [verweerder] voorafgaand aan de schorsing niet is gehoord, van plichtsverzuim geen sprake is en [verweerder] niet verwijtbaar heeft gehandeld. Bovendien is zijn salaris twee weken ingehouden, waarna hem vrijwel onmiddellijk ontslag werd aangezegd. De kritiek op de handelwijze van de directeur is uitsluitend intern geuit, terwijl de schorsing [verweerder] publiekelijk heeft beschadigd. [verweerder] heeft in het licht van het voorgaand een groot belang bij wedertewerkstelling.

4.5.

RTV Rijnmond heeft tijdens de mondelinge behandeling gemotiveerd verweer gevoerd tegen de tegenverzoeken van [verweerder] . Op dit verweer zal hierna – voor zover van belang – worden ingegaan.

De voorwaardelijke verzoeken (transitievergoeding, billijke vergoeding, opzegtermijn)

4.6.

Ingeval van ontbinding van de tussen partijen bestaande arbeidsovereenkomst, maakt [verweerder] aanspraak op een transitievergoeding en een billijke vergoeding nu in zijn ogen geen sprake is van ernstige verwijtbaarheid. In dat kader verzoekt [verweerder] rekening te houden met de voor hem geldende opzegtermijn.

4.7.

RTV Rijnmond heeft tijdens de mondelinge behandeling gemotiveerd verweer gevoerd tegen de voorwaardelijke tegenverzoeken van [verweerder] . Op dit verweer zal hierna – voor zover van belang – worden ingegaan.

5 De beoordeling

Opzegverboden

5.1.

Van opzegverboden zoals bedoeld in artikel 7:671b lid 2 BW is ten aanzien van het onderhavige verzoek niet gebleken.

Juridisch kader

5.2.

Uit artikel 7:669 lid 1 BW volgt dat de arbeidsovereenkomst alleen kan worden ontbonden, indien daar een redelijke grond voor is en herplaatsing van de werknemer binnen een redelijke termijn niet mogelijk is of niet in de rede ligt. Die eisen gelden volgens artikel 7:671b lid 2, eerste volzin, BW ook voor de ontbinding van de arbeidsovereenkomst door de kantonrechter. In artikel 7:669 lid 3 BW is (limitatief) omschreven wat onder een redelijke grond moet worden verstaan.

Rol van de RvC

5.3.

Vooropgesteld wordt dat tussen de RvC en [verweerder] geen arbeidsrechtelijke verhouding bestaat. Waar RTV Rijnmond dus verwijst naar de eerdere waarschuwing die [verweerder] in 2015 reeds van de RvC heeft gekregen over de in 2.5 en 2.6 genoemde mails, kan die waarschuwing niet worden gezien als een waarschuwing gegeven in het kader van de gezagsverhouding tussen een werkgever en een werknemer die gevolgen heeft voor de arbeidsrelatie tussen RTV Rijnmond en [verweerder] . Het is derhalve niet aan de orde dat de RvC [verweerder] wijst op eventuele gevolgen voor de arbeidsrelatie. Dat een dergelijke taak ook niet tot de taken van de RvC behoort, volgt ook uit de stukken van RTV Rijnmond waarin zij vermeldt dat de RvC de directeur benoemt, toezicht houdt op het beleid van de directeur en op de algemene gang van zaken binnen RTV Rijnmond. De dagelijkse leiding is echter in handen van de directeur en hij is degene die RTV Rijnmond in en buiten rechte vertegenwoordigt. Het had dan ook op zijn weg gelegen om [verweerder] voor zijn handelen ter verantwoording te roepen in maart 2015. Het staat de RvC weliswaar vrij om te bemiddelen indien er een conflict dreigt of is ontstaan tussen een werknemer en de directeur, maar het staat haar niet vrij om sancties aan een werknemer op te leggen of daarmee te dreigen.

Verwijtbaar handelen of nalaten

5.4.

Uit artikel 7:699 aanhef en lid 3 sub e BW volgt dat de arbeidsovereenkomst kan worden ontbonden als sprake is van zodanig verwijtbaar handelen of nalaten van de werknemer, dat van de werkgever in redelijkheid niet kan worden gevergd de arbeidsovereenkomst te laten voortduren. Hierbij is de mate van het verwijtbaar handelen of nalaten bepalend voor de vraag of sprake is van een redelijke grond voor ontslag. Hoewel de kantonrechter in het onderhavige geval van oordeel is dat [verweerder] door het verzenden van de e-mail op 31 maart 2016, gelet op de toonzetting, de context, de datum, de doelgroep en de in 2015 door [verweerder] verzonden mails van gelijksoortige inhoud, verwijtbaar jegens RTV Rijnmond heeft gehandeld, leidt dat verwijtbare gedrag in dit geval echter niét tot ontbinding van de tussen partijen bestaande arbeidsovereenkomst nu [verweerder] voor dat verwijtbare gedrag reeds door RTV Rijnmond is gesanctioneerd. Bij dit oordeel zijn de navolgende omstandigheden betrokken.

5.5.

Na verzending van de bewuste e-mail op 31 maart 2016 heeft RTV Rijnmond [verweerder] geschorst en is zijn salaris twee weken ingehouden. Uit de in 2.18 genoemde e-mail blijkt dat deze maatregelen zijn genomen op grond van artikel 5 van de cao. Volgens artikel 5 van de cao kan de werkgever (RTV Rijnmond) de werknemer ( [verweerder] ) die verwijtbaar heeft gehandeld sancties opleggen onverminderd de bevoegdheid om de arbeidsovereenkomst te beëindigen. Wanneer de werkgever ervoor kiest de arbeidsovereenkomst te beëindigen kan de werknemer worden geschorst met behoud van salaris, aldus artikel 5 van de cao. RTV Rijnmond heeft ervoor gekozen [verweerder] voor zijn verwijtbaar handelen de sanctie van schoring met gedeeltelijke inhouding van het salaris op te leggen . Uit de tekst van artikel 5 cao volgt dat in dat geval dan niet ook nog een beëindiging van de arbeidsovereenkomst kan volgen. Indien dat wel het geval zou zijn, zou sprake zijn van een dubbele sanctie ten aanzien van hetzelfde verwijtbare gedrag van [verweerder] , namelijk schorsing met inhouding van salaris én beëindiging van de arbeidsovereenkomst. Dat druist naar het oordeel van de kantonrechter in tegen de wijze van sanctionering in het arbeidsrecht en ook tegen de bedoeling van artikel 5 van de cao. Het bovenstaande betekent dan ook dat de door RTV Rijnmond verzochte ontbinding van de arbeidsovereenkomst op grond van verwijtbaar handelen van [verweerder] wordt afgewezen.

5.6.

De subsidiaire grondslag die RTV Rijnmond aan haar verzoek ten grondslag heeft gelegd, te weten een verstoring van de arbeidsverhouding, treft hetzelfde lot als de primaire grondslag voor zover deze is gegrond op het verwijtbaar handelen van [verweerder] op 31 maart 2016. Voor zover de verstoring van de arbeidsverhouding is gegrond op het handelen van [verweerder] ná 31 maart 2016, zoals de door RTV Rijnmond aangehaalde discussie en berichten op Facebook, heeft RTV Rijnmond deze grondslag onvoldoende met feiten en stukken onderbouwd. Zo heeft RTV Rijnmond de context van de discussie en berichten op Facebook niet duidelijk gemaakt. Dit had wel op haar weg gelegen nu [verweerder] , ook nog tijdens de mondelinge behandeling, uitdrukkelijk heeft ontkend dat zijn berichten op Facebook aan de kwestie rondom de heer [W.] waren gerelateerd. RTV Rijnmond heeft het, ook tijdens de mondelinge behandeling, bij algemene bewoordingen gelaten, zodat aan het geven van een bewijsopdracht niet wordt toegekomen.

Het bovenstaande betekent dan ook dat de door RTV Rijnmond verzochte ontbinding van de arbeidsovereenkomst op grond van een verstoring van de arbeidsverhouding wordt afgewezen.

5.7.

Het bovenstaande leidt ten aanzien van de tegenverzoeken van [verweerder] tot de volgende conclusies.

De zelfstandige tegenverzoeken (schorsing, tewerkstelling, betaling ingehouden salaris)

5.8.

Uit de in 2.18 genoemde e-mail is [verweerder] sinds 1 april 2016 geschorst in afwachting van de beëindiging van het dienstverband. Nu het dienstverband van [verweerder] bij RTV Rijnmond in het kader van deze procedure niet wordt beëindigd en [verweerder] thans vier maanden is geschorst, bestaat er geen reden meer om de schorsing van [verweerder] te laten voortduren. De door [verweerder] verzochte opheffing van de schorsing wordt dan ook toegewezen met ingang van heden.

5.9.

Nu de verzochte beëindiging van het dienstverband van [verweerder] wordt afgewezen en de schorsing van [verweerder] wordt opgeheven, is de door [verweerder] verzochte tewerkstelling bij RTV Rijnmond toewijsbaar. De daarop gestelde dwangsom wordt afgewezen, aangezien de kantonrechter er vanuit gaat dat RTV Rijnmond als fatsoenlijk werkgever [verweerder] ook zonder dwangsom naar aanleiding van deze beschikking weer zal toelaten tot het verrichten van zijn werkzaamheden.

5.10.

Zoals in 5.4 reeds is overwogen, wordt het verzenden van de e-mail van 31 maart 2016 door [verweerder] gekwalificeerd als verwijtbaar handelen. De door RTV Rijnmond opgelegde sanctie van een schorsing met gedeeltelijke inhouding van salaris gedurende twee weken was dan ook terecht. Dit betekent dat het door [verweerder] gevorderde salaris over de periode van 1 april t/m 14 april 2016 wordt afgewezen.

5.11.

Nu de tussen RTV Rijnmond en [verweerder] bestaande arbeidsovereenkomst niet wordt ontbonden, behoeven de voorwaardelijke verzoeken van [verweerder] ter zake van transitievergoeding, billijke vergoeding en opzegtermijn geen bespreking meer.

5.12.

RTV Rijnmond wordt als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten veroordeeld.

6 De beslissing

De kantonrechter,

ten aanzien van het verzoek van RTV Rijnmond:

wijst het verzoek tot ontbinding van de tussen partijen bestaande arbeidsovereenkomst af;

veroordeelt RTV Rijnmond in de proceskosten, die tot aan deze uitspraak worden vastgesteld op € 600,- aan salaris voor de gemachtigde van [verweerder] ;

verklaart de beschikking ten aanzien van de proceskostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad;

ten aanzien van de tegenverzoeken van [verweerder] :

heft de door RTV Rijnmond opgelegde schorsing van [verweerder] per direct op;

veroordeelt RTV Rijnmond om [verweerder] per direct toe te laten tot zijn werkzaamheden als redacteur/verslaggever/radiopresentator;

veroordeelt RTV Rijnmond in de proceskosten, die tot aan deze uitspraak worden vastgesteld op € 200,- aan salaris voor de gemachtigde van [verweerder] ;

verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad en wijst af het meer of anders gevorderde.

Deze beschikking is gegeven door mr. A.J.L.M. van der Wildt en uitgesproken ter openbare terechtzitting.

879