Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBROT:2016:6095

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
13-05-2016
Datum publicatie
05-08-2016
Zaaknummer
4885771 CV EXPL 16-10677
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Bemiddelingskosten huur woonruimte

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

zaaknummer: 4885771 CV EXPL 16-10677

uitspraak: 13 mei 2016

vonnis van de kantonrechter zitting houdende te Rotterdam,

in de zaak van

[eiser],

wonende te [plaatsnaam],

eiser,

gemachtigde: mr. A.L. Damen, advocaat te Gorinchem,

tegen

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

Wonen MVM B.V.,

gevestigd en kantoorhoudende te Rotterdam,

gedaagde,

gemachtigde: de heer [S.], directeur en eigenaar.

Partijen worden hierna aangeduid als “[eiser]” en “MVM”.

1 Het verloop van de procedure

1.1.

De kantonrechter heeft kennisgenomen van de volgende stukken:

  • -

    het inleidend exploot van dagvaarding van 1 maart 2016 met 6 producties;

  • -

    het schriftelijk antwoord;

  • -

    het tussenvonnis van 4 april 2016 waarbij een comparitie van partijen is bepaald;

  • -

    de brief met producties 7 en 8 van [eiser];

1.2.

De comparitie van partijen heeft op 21 april 2016 plaatsgevonden. [eiser] is in persoon verschenen, bijgestaan door de gemachtigde. MVM, althans haar gemachtigde, is zonder bericht niet verschenen. De griffier heeft aantekening gehouden van hetgeen ter zitting is besproken.

1.3.

De kantonrechter heeft bepaald dat heden vonnis wordt gewezen.

2 De vaststaande feiten

Als enerzijds gesteld en anderzijds erkend dan wel niet (voldoende) gemotiveerd weersproken alsmede op grond van de in zoverre niet weersproken inhoud van de producties staat tussen partijen – voor zover thans van belang – het volgende vast:

2.1.

MVM is een makelaarskantoor en bemiddelt bij handel en de huur of verhuur van onroerend goed. Bij haar werkzaamheden maakt zij, onder meer, gebruik van de huurwoningsite van Esteon. Op deze website worden woningen aangeboden voor de verhuur. MVM heeft ook zelf een website met haar woningaanbod.

2.2.

[eiser] was op zoek naar een huurwoning in Rotterdam. Op de website van Esteon vond hij een woning, maar hij kon alleen via MVM op deze woning reageren. Toen hij dat deed heeft MVM op 29 september 2015 per e-mail contact met hem opgenomen en uitgenodigd voor een bezichtiging van de gekozen woning op 7 oktober 2015.

2.3.

Op 7 oktober 2015 hebben [eiser] en zijn vriendin [K.] de woning, overigens in het gezelschap van ongeveer 20 andere woningzoekenden, bezichtigd. Diezelfde avond heeft [K.] laten weten de woning te willen huren en heeft zij een door MVM verstrekt formulier ingevuld en toegezonden. Op het formulier staan de adresgegevens van [eiser] en [K.] en het adres, alsmede de huurprijs en overige kosten voor de te huren woning. Op het formulier is ingevuld dat bij de eerste betaling een vergoeding moet worden betaald van € 650,-- verhoogd met BTW.

Verder staat er: ”U verklaart hierbij het bovengenoemde object te willen huren tegen de condities die hierboven vermeld zijn en u verklaart geen bezwaar te hebben tegen het betalen van een vergoeding. U bent hiervan van het begin af aan over geïnformeerd en stem hiermee in. (….) Met ondertekening van deze inschrijving heeft u de woonruimte geaccepteerd en indien u na ondertekening van deze inschrijving van uw deelname af wilt zien om wat voor reden dan ook, bent u MVM € 250,-- exclusief 21% BTW aan annulerings-en onkostenvergoeding verschuldigd. Indien u, na ondertekening van deze overeenkomst en reeds akkoord bent bevonden door een verhuurder, annuleert heeft MVM succesvol bemiddeld en bent u de volledige bemiddelingsvergoeding (exclusief 21% BTW) verschuldigd.(…) Kiest een verhuurder niet voor u als kandidaat op basis van bijvoorbeeld uw gegevens is het bovenstaande niet van toepassing. Indien u de gegevens die vermeld staan op de tweede pagina van deze inschrijving, niet binnen 3 dagen na de inschrijving aan ons kunt overleggen zonder geldige reden(…) beschouwen we dit als een annulering aan uw kant. Restitutie van reeds betaalde kosten is ook dan niet mogelijk.”

Op de tweede bladzijde is vermeld welke documenten moeten worden ingeleverd. Verder staat er dat een afspraak zal worden gemaakt voor het ondertekenen van de huurovereenkomst wanneer de verhuurder de kandidaat accepteert. Op de tweede bladzijde is voorts vermeld: “Huurder is ermee bekend dat er, indien van toepassing, een marketing- en onderzoekvergoeding aan de verhuurder wordt doorberekend welke specifiek betrekking heeft op de in deze overeenkomst gehuurde woonruimte. Hieronder vallen o.a. de kosten voor het plaatsen van advertenties online en offline en het uitvoeren van antecedentenonderzoeken naar de juistheid van de gegevens die de huurder heeft verstrekt. Bij ondertekening bevestigt de kandidaat huurder nogmaals MVM de opdracht te hebben gegeven voor het zoeken van een woning.”

2.4.

Met ingang van 1 november 2015 is vervolgens een huurovereenkomst tot stand gekomen tussen [eiser], [K.] en [X.] als verhuurder.

2.5.

Op 13 oktober 2015 heeft MVM een bedrag van € 2.086,50 gefactureerd voor de eerste maand huur, borg en € 786,50 voor vergoeding. Dit bedrag is door [eiser] betaald.

2.6.

Op 2 november 2015 heeft [eiser] de betaalde vergoeding teruggevraagd van MVM. De gemachtigde heeft op 31 december 2015 gesommeerd binnen 7 dagen te betalen.

3 De stellingen van partijen

3.1.

[eiser] vordert betaling van een bedrag van € 786,50 te verhogen met rente, buitengerechtelijke en proceskosten. [eiser] stelt daartoe dat MVM geen recht heeft op de door hem betaalde vergoeding, omdat MVM zowel voor de huurder als voor de verhuurder heeft bemiddeld. Op grond van artikel 7:427 jo. 7:417 lid 4 BW is dit dwingendrechtelijk niet toegestaan.

3.2.

MVM voert een kort inhoudelijk verweer. Zij betwist dat de betaling onverschuldigd is gedaan. [eiser] heeft ervoor gekozen MVM te laten bemiddelen en daar hoort een beloning bij. MVM trad niet op voor de eigenaar.

4 De beoordeling van het geschil

4.1.

[eiser] stelt dat hij geen loon verschuldigd is, omdat sprake is van het dienen van twee heren. Bij de beoordeling van deze stelling is het arrest dat de Hoge Raad op

16 oktober 2015 heeft gewezen van belang (ECLI:NL:HR:2015:3099).

De Hoge Raad heeft, in antwoord op pre-judiciële vragen, geoordeeld:

  1. in beginsel heeft een overeenkomst tussen de verhuurder en de bemiddelaar waarbij de verhuurder het recht verkrijgt om niet woonruimte te huur aan te bieden op een website van de bemiddelaar te gelden als een bemiddelingsovereenkomst, waarop via artikel 7:427 BW artikel 7:417 lid 4 BW van toepassing is;

  2. het maakt geen verschil of de verhuurder de bemiddelaar benadert of omgekeerd;

  3. het voorgaande is alleen anders wanneer de bemiddelaar stelt en zo nodig bewijst dat de website alleen als elektronisch prikbord fungeert, dat wil zeggen dat de beheerder daarvan niet de aspirant verhuurder en –huurder van elkaar afschermt en het hun dus niet onmogelijk maakt met elkaar in contact te treden om over de totstandkoming van de huurovereenkomst te onderhandelen;

  4. voor beantwoording van vraag a maakt het dus verschil of de bemiddelaar in de advertentie van de woonruimte vermeldt dat de potentiële huurder contact dient op te nemen met de verhuurder, mits diens contactgegevens in de advertentie zijn vermeld.

4.2.

Gelet op deze beslissingen van de Hoge Raad moet de overeenkomst tussen de verhuurder en MVM, waarbij MVM het recht heeft verkregen om een woning van de verhuurder te huur aan te bieden op de website Esteon en op de MVM website als een bemiddelingsovereenkomst worden gezien, ook als dat om niet is gebeurd. MVM heeft immers het recht verkregen om de woning van deze verhuurder op haar media te huur aan te bieden. Uit het bepaalde op de tweede bladzijde van de intentieverklaring, die hiervoor is geciteerd, blijkt bovendien dat MVM voor deze dienstverlening aan de verhuurder kosten in rekening brengt. Het leidt daarom geen twijfel dat MVM heeft bemiddeld in opdracht van de verhuurder.

4.3.

MVM vraagt ook van [eiser] een vergoeding voor bemiddelingswerkzaamheden, kennelijk op basis van het door [eiser] ingevulde en verstuurde formulier. Daarmee staat al vast dat MVM zowel met de verhuurder als met de huurder een bemiddelingsovereenkomst is aangegaan. Niet is betwist dat [eiser] een gewone woningzoekende was en dat hij niet zijn beroep maakte van het huren van woonruimte. Op grond van artikel 7:417 lid 4 BW heeft de bemiddelaar in dat geval geen recht op loon jegens de huurder, een bepaling die van dwingend recht is. Dit betekent dat [eiser] de vergoeding voor het bemiddelen onverschuldigd heeft betaald. Het gevorderde wordt toegewezen.

4.4.

De gevorderde buitengerechtelijke kosten worden niet toegewezen. [eiser] procedeert op basis van een toevoeging en in dat geval mogen hem geen buitengerechtelijke kosten in rekening worden gebracht. Het gevolg is dat [eiser] deze kosten niet van MVM kan vorderen.

[eiser] heeft ter zitting verzocht de buitengerechtelijke kosten wel toe te wijzen, omdat de toevoeging op grond van artikel 34g wet op de rechtsbijstand kan worden ingetrokken. Dit verzoek stuit alleen al af op het feit dat MVM niet aanwezig was tijdens de gehouden comparitie en dus niet heeft kunnen reageren op dit nadere verzoek. Bovendien is ongewis of de toevoeging zal worden ingetrokken. Dat de kosten van rechtsbijstand op een derde (MVM) kunnen worden verhaald is immers onduidelijk.

4.5.

De wettelijke rente over het gevorderde bedrag wordt toegewezen vanaf 15 januari 2016.

4.6.

Als de in het ongelijk gestelde partij wordt MVM belast met de kosten van het geding.

5 De beslissing

De kantonrechter,

veroordeelt MVM om aan [eiser] tegen behoorlijk bewijs van kwijting te betalen een bedrag van € 786,50 te vermeerderen met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 15 januari 2016 tot aan de dag van algehele voldoening;

veroordeelt MVM om aan [eiser] te voldoen de kosten van het geding, welke tot op dit moment aan de zijde van [eiser] worden vastgesteld op:

een bedrag van € 70,56 te weten 75% van de dagvaardingskosten, voor welk bedrag MVM van het Landelijk Dienstencentrum voor de Rechtspraak (LDCR) een nota met betaalinstructies ontvangt, alsmede

€ 200,-- (2 punten) aan salaris voor de gemachtigde,

€ 23,52 aan resterende dagvaardingskosten en

€ 79,-- voor het door [eiser] verschuldigde en door de gemachtigde betaalde griffierecht, van welke bedragen het totaal rechtstreeks aan die gemachtigde dient te worden voldaan;

wijst af het meer of anders gevorderde en verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen door de kantonrechter mr. L.J. van Die en is uitgesproken ter openbare terechtzitting.

401