Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBROT:2016:5290

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
10-05-2016
Datum publicatie
12-07-2016
Zaaknummer
ZKN-4856303_10052016
Rechtsgebieden
Arbeidsrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

WWZ; ontbinding arbeidsovereenkomst; bedrijfseconomische reden; afspiegelingsbeginsel; uitwisselbaarheid van functie

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
AR 2016/2025
AR-Updates.nl 2016-0759
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

Zaaknummer: 4856303 \ VZ VERZ 16-3352

uitspraak: 10 mei 2016

beschikking ex artikel 7:671b lid 1 sub b Burgerlijk Wetboek van de kantonrechter, zitting houdende te Rotterdam

in de zaak van

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

NOMOT B.V.,
gevestigd te Nieuwegein,

verzoekster,

gemachtigde: mr. J. van der Woude,

tegen

[verweerder] ,

wonende te [woonplaats],

verweerder,
gemachtigde: mr. L.H.W.J. Rutten.

Partijen worden hierna aangeduid als “Nomot” en “[verweerder]”.

1 Het verloop van de procedure

Het verloop van de procedure volgt uit het volgende:

  • -

    het verzoekschrift met producties, ontvangen op 19 februari 2016;

  • -

    het verweerschrift met producties;

  • -

    de bij gelegenheid van de mondelinge behandeling overgelegde pleitaantekeningen van Nomot.


De mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden op 12 april 2016. Namens Nomot zijn de heer [G.] en de heer [K.] verschenen, vergezeld van de gemachtigde. [verweerder] is in persoon verschenen vergezeld van de gemachtigde.

De uitspraak van de beschikking is bepaald op heden.

2 De feiten

Uitgegaan wordt van de volgende feiten.

  1. [verweerder] is geboren op [geboortedatum] en met ingang van 15 augustus 2011 krachtens een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd in dienst bij Nomot in de functie van expert voor 32 uur per week tegen een loon van € 2.081,00 bruto per maand exclusief 8% vakantiebijslag en € 48,00 onkostenvergoeding.

  2. Nomot heeft op 30 oktober 2015 het UWV om toestemming gevraagd de arbeidsovereenkomst met [verweerder] op te zeggen wegens bedrijfseconomische redenen.

  3. Bij beslissing van 22 december 2015 heeft het UWV de gevraagde ontslagvergunning geweigerd, nu naar haar oordeel het afspiegelingsbeginsel door Nomot niet op de juiste wijze is toegepast.

3. Het verzoek en het verweer

3.1

Het verzoek strekt tot ontbinding van de tussen partijen bestaande arbeidsovereenkomst wegens een redelijke grond, te weten bedrijfseconomische omstandigheden als bedoeld in artikel 7:669 lid 1 jo lid 3 onder a BW, onder toekenning van een transitievergoeding van € 3.443,22 bruto, met veroordeling van [verweerder] in de kosten van de procedure.

3.2

Tegen de achtergrond van de vaststaande feiten heeft Nomot aan haar verzoek – verkort weergegeven en voor zover van belang – het volgende ten grondslag gelegd. Als gevolg van een structurele terugloop aan opdrachten voor experts heeft Nomot in 2015 een negatief resultaat behaald en zal zij ook in 2016 een negatief resultaat behalen. Nomot ziet zich daarom, nadat eerdere kostenbesparende maatregelen niet afdoende zijn gebleken, genoodzaakt maatregelen te treffen waarbij één van de werknemers in de functie van expert zal moeten afvloeien. De experts hebben een eigen werkgebied. Op deze wijze kan op een doelmatige en efficiënte wijze, met een zo beperkt mogelijke reistijd per expert en tegen zo laag mogelijke (reis)kosten per expert het gehele land worden bediend. Het specifieke werkgebied van de experts maakt dat hun werkzaamheden niet uitwisselbaar zijn. Nu de opdrachten in de regio Randstad / Midden-Nederland het sterkst zijn teruggelopen is, mede gelet op de voor de bedrijfsvoering van Nomot essentiële vereiste landelijke dekking, ervoor gekozen dat in deze regio een expert zal moeten afvloeien. [verweerder] is werkzaam als expert in de regio Randstad / Midden-Nederland, zodat hij op grond van het afspiegelingsbeginsel als eerste in aanmerking komt voor ontslag. Nomot bestrijdt het oordeel van het UWV dat experts in andere delen van het land bij de afspiegeling dienen te worden betrokken.

3.3

[verweerder] heeft gemotiveerd verweer gevoerd waarop – voor zover van belang – bij de beoordeling van het geschil zal worden ingegaan.

4 De beoordeling

4.1

Nu het UWV de door Nomot op grond van artikel 7:671a BW gevraagde toestemming de arbeidsovereenkomst met [verweerder] op te zeggen heeft geweigerd, is de kantonrechter op grond van artikel 7:671b lid 1 sub b BW bevoegd van het onderhavige verzoek kennis te nemen.

4.2

Partijen hebben medegedeeld dat het ontbindingsverzoek geen verband houdt met een opzegverbod en er is geen aanleiding aan de juistheid van die mededeling te twijfelen.

4.3

[verweerder] heeft de stelling van Nomot dat de resultaten van Nomot dusdanig onder druk staan dat zij genoodzaakt is maatregelen te treffen in de personele sfeer en dat het verval van een arbeidsplaats in de functiegroep expert aangewezen is, niet weersproken. [verweerder] voert echter aan dat ten aanzien van het ontslag op bedrijfseconomische gronden binnen zijn functie landelijk moet worden afgespiegeld. Alle experts verrichten soortgelijke werkzaamheden die onderling uitwisselbaar zijn. Nomot heeft, volgens [verweerder], met het aanwijzen van hem voor ontslag een verkeerde ontslagvolgorde gehanteerd, nu een andere expert op grond van het afspiegelingsbeginsel als eerste voor ontslag in aanmerking komt. Voorts heeft [verweerder] aangevoerd dat er andere functies binnen Nomot beschikbaar zijn waarop hij kan worden ingezet.

4.4

Nomot heeft niet weersproken dat indien de functies van expert in de verschillende regio’s uitwisselbaar zijn [verweerder] niet in aanmerking komt voor ontslag, maar een expert in Friesland. Zij betwist echter dat de functies van expert in de regio Randstad / Midden-Nederland en de regio Noordoost-Nederland uitwisselbaar zijn. Beoordeeld dient te worden of daarvan sprake is.

4.5

De stelling van Nomot dat de experts in de verschillende regio’s niet uitwisselbaar zijn vanwege verschillende dialecten en regionale verschillen volgt de kantonrechter niet. Nomot heeft onvoldoende aannemelijk gemaakt dat specifieke kennis en/of vaardigheden noodzakelijk zijn om in andere regio’s de functie van expert te kunnen verrichten. Dat voor de experts in de verschillende regio’s sprake is van een (substantieel) verschil in functie-inhoud, vereiste kennis, vaardigheden en vereiste competenties is dan ook niet komen vast te staan.

4.6

Bij de beoordeling van de vraag binnen welke groep door de werkgever moet worden afgespiegeld, kunnen echter ook andere factoren een rol spelen. Nomot heeft voldoende duidelijk gemaakt dat de experts hun werkzaamheden verrichten in een eigen werkgebied om op een doelmatige en efficiënte wijze, met een zo beperkt mogelijke reistijd per expert en tegen zo laag mogelijke (reis)kosten per expert het gehele land te kunnen bedienen. [verweerder] heeft niet weersproken dat, wanneer hij zijn werkzaamheden in Friesland zou moeten uitvoeren, hij buiten zijn afspraken om 4,5 uur per dag aan reistijd kwijt zou zijn en dat dientengevolge beperkte tijd zou overblijven om expertisebezoeken af te leggen en de reiskosten aanzienlijk zouden toenemen. Hij heeft weliswaar terecht aangevoerd dat eventuele extra reistijd en reiskosten als gevolg van wijzigingen in de organisatie in beginsel voor rekening en risico van de werkgever komen, maar door te wijzen op het grote verlies aan effectieve arbeidsuren en de extra (reis)kosten die ontstaan als een expert uit het westen Noordoost Nederland zou moeten bedienen heeft Nomot voldoende aangetoond dat de functie van expert in de regio Randstad / Midden-Nederland en die van expert in de regio Noordoost-Nederland niet zonder meer uitwisselbaar is. Het nastreven van een doelmatige en (kosten) efficiënte bedrijfsvoering is in dit verband een voor een bedrijf gebruikelijke en te begrijpen doelstelling. [verweerder] heeft aangevoerd dat de extra reistijd beperkt kan worden door het werkgebied van de verschillende experts in de regio’s te verleggen, maar – los van het feit dat het Nomot in beginsel vrij staat haar bedrijfsvoering (regio’s) in te richten op de wijze die zij goed acht – is niet gebleken dat Nomot daarmee de extra reistijd en/of -kosten van haar experts daadwerkelijk en in relevante mate kan inperken. Evenmin is gebleken dat [verweerder] bereid zou zijn in het kader van zijn werkzaamheden te verhuizen naar de regio Noordoost-Nederland. Integendeel, ter zitting heeft hij verklaard dat dat niet aan de orde is.

4.7

[verweerder] heeft nog naar voren gebracht dat Nomot in het verleden niet de door haar nu genoemde indelingen Randstad / Midden-Nederland, Noordoost-Nederland en Zuidoost-Nederland toepaste. Als dat juist is, wat niet is komen vast te staan, doet dat echter niet af aan hetgeen hierboven is overwogen nu [verweerder] heeft erkend dat de experts hun eigen werkgebied hebben. Volgens eigen opgave van [verweerder] behelst zijn werkgebied gedeeltelijk Zuid Holland, Zeeland en voor een gedeelte Brabant. Anderen bedienen andere regio’s.

4.8

Het komt erop neer dat Nomot voldoende heeft aangetoond dat zij haar onderneming op zodanige wijze heeft georganiseerd dat het werkgebied van de experts met hun functie is verbonden. Dat geldt wellicht in mindere mate wanneer de werkgebieden dicht bij elkaar liggen, of de experts regelmatig over en weer in elkaars werkgebied worden ingezet, maar wel wanneer, zoals in het onderhavige geval, de werkgebieden ver van elkaar liggen en de experts, anders dan bij calamiteiten, niet ook in elkaars gebied werkzaam zijn.

4.9

Nomot heeft onweersproken gesteld en voldoende onderbouwd dat sprake is van bedrijfseconomische omstandigheden als bedoeld in artikel 7:669 lid 1 jo lid 3 onder a BW. Nu zij, gelet op het vorenoverwogene, mocht afgespiegelen binnen de groep experts regio Randstad / Midden-Nederland komt [verweerder], dat is niet betwist, als eerste in aanmerking voor ontslag.

4.10

Voorts is van belang of Nomot voldoende aannemelijk heeft gemaakt dat [verweerder], al dan niet met behulp van scholing, niet binnen een redelijke termijn herplaatsbaar is in een andere passende functie binnen haar organisatie. Naar het oordeel van de kantonrechter heeft Nomot dat voldoende inzichtelijk gemaakt. Ten aanzien van de functie van chauffeur en die van transport-bijrijder heeft [verweerder] niet weersproken dat er sprake is van een aanzienlijk verschil in salaris en dat de woon-werkafstand, gelet op de tijd van aanvang van de werkzaamheden om zes uur ’s ochtends op het hoofdkantoor van Nomot in Nieuwegein en de woonplaats van [verweerder] ([woonplaats]), te groot is. Deze functies moeten dan ook reeds om deze redenen als niet-passend worden aangemerkt. Ten aanzien van de functies reparatie leder en reparatie hout heeft Nomot gesteld dat het in beide functies gaat het om specifieke werkzaamheden voor het kleuren van leer respectievelijk hout. Voor de werkzaamheden aan het leer en de restauratietechnieken stelt zij dat de huidige flex-medewerker een specifieke dagopleiding heeft gevolgd en dat de medewerker van de afdeling hout beschikt over specifieke kennis en werkervaring op dat gebied. Volgens Nomot beschikt [verweerder] niet over de juiste specifieke opleiding, ervaring en kennis en kunnen deze niet binnen de in de wet bedoelde redelijke termijn van een maand worden bijgebracht. [verweerder] heeft dit weliswaar betwist, en er op gewezen dat hij in de periode 1983 – 1990 in de meubelmakerij/stoffeerderij van zijn vader heeft gewerkt, maar dit is onvoldoende om aan te nemen dat hij in korte tijd de functies van de huidige gespecialiseerde medewerkers zou kunnen overnemen. Met betrekking tot de functies medewerker binnendienst en planning heeft Nomot gesteld dat – los van het feit dat zij deze functies voor [verweerder] niet passend acht – hier geen vacatures beschikbaar zijn of op korte termijn te verwachten zijn, zodat herplaatsing reeds om deze reden niet mogelijk is. [verweerder] heeft daartegenover gesteld dat hij als expert ervaring heeft met het computersysteem van Nomot en dat hij genoeg taalvaardig is om die functies uit te voeren. Bovendien zouden er in die functies flex-medewerkers werkzaam zijn. De kantonrechter heeft echter op grond van hetgeen [verweerder] naar voren heeft gebracht, en gelet op hetgeen Nomot hierover heeft gezegd, onvoldoende aanknopingspunt om te concluderen dat herplaatsing in een van deze laatste functies haalbaar is.

4.11

Gelet op het voorgaande zal het verzoek tot ontbinding van de arbeidsovereenkomst worden toegewezen. De onbetwiste transitievergoeding bedraagt € 3.443,22 bruto. De datum van ontbinding wordt, conform artikel 7:671b lid 8 sub a BW, vastgesteld op 1 juli 2016.

4.12

Gezien de aard van de procedure ziet de kantonrechter in dit geval aanleiding de proceskosten te compenseren.

5 De beslissing

De kantonrechter:


ontbindt de arbeidsovereenkomst tussen partijen per 1 juli 2016;

verstaat dat Nomot aan [verweerder] de transitievergoeding dient te betalen van € 3.443,22 bruto;
compenseert de proceskosten in die zin dat elk van partijen de eigen kosten draagt;


verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad en wijst af het méér of anders gevorderde.

Deze beschikking is gegeven door mr. J.W. Langeler en uitgesproken ter openbare terechtzitting.

590