Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBROT:2016:4500

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
19-05-2016
Datum publicatie
15-06-2016
Zaaknummer
500617
Rechtsgebieden
Personen- en familierecht
Bijzondere kenmerken
Beschikking
Inhoudsindicatie

Op grond van de stukken en het verhandelde ter zitting is gebleken dat de minderjarige al een geruime tijd bij Schakenbosch verblijft, een instelling die zich, ook via haar website, kenbaar maakt als een “gesloten behandelcentrum jeugdzorgplus”. Niet is gesteld of gebleken dat voor het verblijf van de minderjarige bij Schakenbosch een machtiging gesloten jeugdhulp, als bedoeld in de Jeugdwet, door de kinderrechter is afgegeven. Nu niet anders is gebleken en Schakenbosch zelf aangeeft gesloten jeugdhulp te bieden, moet het ervoor worden gehouden dat de minderjarige tijdens zijn verblijf bij Schakenbosch is onderworpen aan een regime van geslotenheid. In een dergelijke situatie is een rechterlijke machtiging op grond van artikel 6.1.2. van de Jeugdwet vereist.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
RFR 2016/130
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

beschikking

RECHTBANK ROTTERDAM

Team Jeugd

zaakgegevens: C/10/500617 / JE RK 16-1278

datum uitspraak: 19 mei 2016

beschikking machtiging gesloten jeugdhulp

in de zaak van

de gecertificeerde instelling William Schrikker Stichting Jeugdbescherming en Jeugdreclassering, hierna te noemen de GI, gevestigd te Amsterdam,

betreffende

[Naam minderjarige] , geboren op [geboortedatum] 1999 te [geboorteplaats] ,

hierna te noemen [roepnaam] .

De kinderrechter merkt als belanghebbende aan:

[Naam moeder] , hierna te noemen de moeder, wonende te [woonplaats] .

Het procesverloop
Het procesverloop blijkt uit de volgende stukken:

- het verzoekschrift met bijlagen van de GI van 29 april 2016, ingekomen bij de griffie op 2 mei 2016;

- de verklaring d.d. 29 april 2016 dat een voorziening nodig is op het gebied van jeugdhulp en verblijf niet zijnde verblijf bij een pleegouder;

- de instemmende verklaring d.d. 26 april 2016 van de gekwalificeerde gedragswetenschapper;

- een brief van de GI van 13 mei 2016, ingekomen bij de griffie op 13 mei 2016, waarbij onder meer het verzoek tot verlenging van de ondertoezichtstelling is ingetrokken.

Op 19 mei 2016 heeft de kinderrechter de zaak ter zitting met gesloten deuren behandeld.

Gehoord zijn:

- mr. H.E. Borgman, advocaat van de minderjarige [roepnaam] ,
- een vertegenwoordigster van de GI, te weten mw. [naam] .

Opgeroepen en niet verschenen is:

- de moeder.

De minderjarige is in de gelegenheid gesteld zijn mening kenbaar te maken.

De feiten
Het ouderlijk gezag over [de minderjarige] wordt uitgeoefend door de moeder.

[de minderjarige] verblijft bij jeugdhulpinstelling Schakenbosch.

Bij beschikking van 19 april 2016 is de ondertoezichtstelling van [de minderjarige] verlengd tot

15 april 2017.

Het verzoek en het standpunt van verzoeker

De gecertificeerde instelling heeft verzocht de ondertoezichtstelling van [de minderjarige] voor de duur van een jaar te verlengen en heeft een machtiging verzocht om [de minderjarige] in een gesloten accommodatie te doen opnemen en te doen verblijven voor de duur van een jaar.

Mevrouw [naam] heeft namens de GI ter zitting het verzoek met betrekking tot de uithuisplaatsing gehandhaafd.

Het standpunt van de minderjarige [de minderjarige]

Namens de minderjarige [de minderjarige] heeft zijn advocaat zich ter zitting gerefereerd aan het oordeel van de kinderrechter nu hij pas sinds 18 mei 2016 op de hoogte is van de zitting in deze zaak en hij om die reden nog geen contact met [de minderjarige] heeft gehad.

De beoordeling

Ten aanzien van ondertoezichtstelling

Gebleken is dat de GI het verzoek strekkende tot het verlengen van de ondertoezichtstelling van [de minderjarige] niet handhaaft. Derhalve kunnen de gronden voor dit verzoek niet meer worden onderzocht en zal de kinderrechter dit verzoek afwijzen.

Ten aanzien van de machtiging uithuisplaatsing

Gelet op het bepaalde in artikel 6.1.2., tweede lid, Jeugdwet kan een machtiging gesloten jeugdhulp slechts worden verleend indien naar het oordeel van de kinderrechter deze jeugdhulp noodzakelijk is in verband met ernstige opgroei- of opvoedingsproblemen die de ontwikkeling van de jeugdige naar volwassenheid ernstig belemmeren. Bovendien dient de opneming en verblijf noodzakelijk te zijn om te voorkomen dat de jeugdige zich aan deze jeugdhulp onttrekt of daaraan door anderen wordt onttrokken.

Op grond van de stukken en het verhandelde ter zitting is gebleken dat [de minderjarige] al een geruime tijd bij Schakenbosch verblijft, een instelling die zich, ook via haar website, kenbaar maakt als een “gesloten behandelcentrum jeugdzorgplus”. Niet is gesteld of gebleken dat voor het verblijf van [de minderjarige] bij Schakenbosch een machtiging gesloten jeugdhulp, als bedoeld in de Jeugdwet, door de kinderrechter is afgegeven. Nu niet anders is gebleken en Schakenbosch zelf aangeeft gesloten jeugdhulp te bieden, moet het ervoor worden gehouden dat [de minderjarige] tijdens zijn verblijf bij Schakenbosch is onderworpen aan een regime van geslotenheid. In een dergelijke situatie is een rechterlijke machtiging op grond van artikel 6.1.2. van de Jeugdwet vereist.

[de minderjarige] heeft een verstandelijke beperking en hij is zeer beïnvloedbaar. Ook laat hij een patroon van verslavingsproblematiek zien. Daarom is de behandeling van [de minderjarige] bij Schakenbosch moeilijk van de grond gekomen en kost die behandeling veel tijd. Ter terechtzitting is gebleken dat [de minderjarige] na het weekend van 14 mei 2016 niet van zijn verlof bij Schakenbosch is teruggekeerd. De GI geeft aan dat [de minderjarige] wel gemotiveerd lijkt te zijn om zijn behandeling voort te zetten. Ook heeft [de minderjarige] stappen bij Schakenbosch gemaakt. De GI is bezig om een vervolgplaatsing voor [de minderjarige] te realiseren. Op 27 juni 2016 zal daartoe een kennismakingsgesprek bij Ipse de Bruggen plaatsvinden, gevolgd door een intake en een screening. Dan zal blijken of [de minderjarige] daar terecht kan en wat de wachtlijst voor deze plek is. Tot dat plaats is voor [de minderjarige] bij Ipse de Bruggen, zal [de minderjarige] bij Schakenbosch moeten blijven, met name om zijn veiligheid zo veel mogelijk te waarborgen. De gedragswetenschapper, de heer [naam] , die op 22 april 2016 met [de minderjarige] heeft gesproken, heeft in zijn schriftelijke verklaring van 26 april 2016, met een dergelijke plaatsing ingestemd.

Nu de huidige verblijfplaats van [de minderjarige] onbekend is en met hem geen contact kon worden verkregen, kon hij niet door de kinderrechter worden gehoord. Daarom zal de machtiging gesloten jeugdhulp worden verleend voor de duur van twee maanden en zal het verzoek voor het overig verzochte worden aangehouden tot de hierna vermelde zittingsdatum. Verwacht mag worden dat [de minderjarige] binnen deze periode zal worden gevonden en vervolgens ook door de kinderrechter zal kunnen worden gehoord.

De GI wordt verzocht om binnen twee weken vóór de hierna vermelde zittingsdatum een voortgangsrapportage aan de kinderrechter (met afschrift aan de belanghebbende en de advocaat van [de minderjarige] ) te overleggen, met daarin in ieder geval een weergave van het verloop van de afgelopen periode en van de kennismaking bij Ipse de Bruggen.

De beslissing

De kinderrechter:

verleent een machtiging gesloten jeugdhulp betreffende de minderjarige [de minderjarige] met ingang van 19 mei 2016 tot 19 juli 2016;

houdt het verzoek met betrekking tot de machtiging gesloten jeugdhulp voor het overige aan;

wijst af het verzoek strekkende tot verlenging van de ondertoezichtstelling van [de minderjarige] .

En alvorens verder te beslissen:

Bepaalt dat het verhoor van de GI en belanghebbende, de minderjarige en zijn advocaat in deze zaak zal plaatsvinden op 12 juli 2016 te 11:30 uur in het gerechtsgebouw te Rotterdam, Wilhelminaplein 100/125.

De zaak zal op genoemde datum en tijdstip, behoudens onvoorziene omstandigheden, worden behandeld door mr. J. van Driel, kinderrechter.

Bepaalt dat een afschrift van deze beschikking geldt als oproeping van de GI en belanghebbenden, de minderjarige en zijn advocaat.

Verzoekt de GI uiterlijk twee weken voor de genoemde datum de kinderrechter de verzochte rapportage te doen toekomen.

Deze beschikking is gegeven door mr. J. van Driel, kinderrechter, in tegenwoordigheid van

D. van der Aa als griffier en in het openbaar uitgesproken op 19 mei 2016.

Hoger beroep tegen deze beschikking kan worden ingesteld:

- door de verzoekers en degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak,

- door andere belanghebbenden binnen drie maanden na de betekening daarvan of nadat de beschikking aan hen op een andere wijze bekend is geworden.

Het hoger beroep moet, door tussenkomst van een advocaat, worden ingediend ter griffie van het gerechtshof
Den Haag.