Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBROT:2016:4396

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
08-06-2016
Datum publicatie
15-06-2016
Zaaknummer
C/10/465964 / HA ZA 14-1246
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Op het Korpa-spel - een bingospel met speelkaarten - rust auteursrechtelijke bescherming. Gedaagde heeft daarop inbreuk gemaakt door twee spellen op de markt te brengen die veel op het Korpa-spel lijken.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK ROTTERDAM

Team haven en handel

zaaknummer / rolnummer: C/10/465964 / HA ZA 14-1246

Vonnis van 8 juni 2016

in de zaak van

[eiser],

wonende te [woonplaats] ,

eiser,

advocaat mr. R. Zwamborn te Goes,

tegen

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

ESVECO SPECIALTIES B.V.,

gevestigd te Molenaarsgraaf, gemeente Molenwaard

gedaagde,

advocaat mr. J.P.F.R. Bugter te Amsterdam.

Partijen zullen hierna [eiser] en Esveco genoemd worden.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

  • -

    het tussenvonnis van 20 januari 2016 en de daarin genoemde processtukken;

  • -

    de akte van [eiser] van 17 februari 2016;

  • -

    de akte van Esveco van 17 februari 2016;

  • -

    de antwoordakte van [eiser] van 16 maart 2016;

  • -

    de antwoordakte van Esveco van 16 maart 2016.

1.2.

Ten slotte is vonnis bepaald.

2 De verdere beoordeling

inleiding

2.1.

Bij tussenvonnis van 20 januari 2016 (hierna: het tussenvonnis) heeft de rechtbank a) [eiser] en Esveco - in verband met het gevorderde verbod en de stellingen van [eiser] dat inbreuk op het auteursrecht is gemaakt door de verhandeling van de spellen in Nederland én in Denemarken, Noorwegen en het Verenigd Koninkrijk en de stellingen daaromtrent van Esveco - in de gelegenheid gesteld zich bij akte uit te laten over de inhoud van het in deze landen toepasselijke recht (als zijnde de lex protectionis) en tevens b) [eiser] verzocht zich uit te laten over de door Esveco nader gespecificeerde (omvang van de) leveringen in de betreffende landen en de daarmee behaalde omzet en winst, en c) Esveco verzocht de aangekondigde accountantsverklaring over te leggen. Partijen zijn vervolgens in de gelegenheid gesteld op elkaars stukken bij antwoordakte te reageren.

2.2.

Naar aanleiding van hetgeen is opgedragen als weergegeven onder 2.1 sub a) heeft [eiser] bij akte van 17 februari 2016 laten weten dat hij niet heeft beoogd rechtsbescherming in een ander land dan in Nederland in te roepen en dat het hem gaat om de verveelvoudiging en verhandeling in en vanuit Nederland. Hij heeft vervolgens onderdeel b. van zijn vordering verminderd. Esveco heeft aangegeven daartegen geen bezwaar te hebben.

2.3.

Op grond van artikel 129 Rv kan de eisende partij zijn vordering te allen tijde verminderen zolang de rechter nog geen eindvonnis heeft gewezen. Dat leidt ertoe dat onderdeel b. van de vordering, weergegeven in het tussenvonnis onder 3.1 na wijziging als volgt luidt:

b. Esveco beveelt om binnen 48 uur na betekening van het te dezen te wijzen vonnis iedere inbreuk op de auteursrechten ter zake het Korpa-spelconcept te staken en gestaakt te houden, meer in het bijzonder het openbaar maken of veelvuldigen (kennelijk bedoeld: verveelvoudigen, Rb) van de inbreukmakende producten, waaronder begrepen het verkopen, leveren, distribueren, aanbieden of anderszins verhandelen van de inbreukmakende producten.

2.4.

Gelet op de eisvermindering onderzoekt de rechtbank hierna enkel of Esveco in Nederland inbreuk heeft gemaakt op de gestelde auteursrechten van [eiser] , hetgeen beoordeeld moet worden naar Nederlands recht.

2.5.

Volgens [eiser] heeft Esveco het door hem bedachte en in de handel gebrachte Korpa-spel geproduceerd en aan derden verkocht zonder dat zij daarvoor toestemming van hem had gekregen. Ter onderbouwing van de inbreuk heeft [eiser] afbeeldingen van speelvellen van het Korpa-spel en drie andere spellen overgelegd (zie de afbeeldingen hierna onder 2.9 en 2.16).

2.6.

Ter bestrijding van dit standpunt heeft Esveco, kort samengevat, allereerst aangevoerd dat het Korpa-spel geen auteursrechtelijk beschermd werk is en dat [persoon 1] het spel mee heeft ontwikkeld. Zij is voorts van mening dat zij geen inbreuk heeft gemaakt op een eventueel auteursrecht van [eiser] omdat zij niet het Korpa-spel heeft aangeboden maar een eigen product heeft ontwikkeld en geproduceerd, KortBingo geheten.

2.7.

De rechtbank onderzoekt hierna eerst of het Korpa-spel een werk is en of [eiser] daarvan de maker is.

een werk

2.8.

Voor het inroepen van auteursrechtelijke bescherming is vereist dat het Korpa-spel een werk is. Esveco is van mening dat sprake is van ontlening en heeft in dat verband betoogd dat het Korpa-spel eigenlijk het cijferbingospel is; de getallen zijn enkel vervangen door speelkaarten. Volgens haar is deze keuze banaal of triviaal - en dus geen creatieve keuze - dan wel is de keuze bepaald door technische uitgangspunten. Daarom komt het Korpa-spel in de visie van Esveco geen auteursrechtelijke bescherming toe. Voorts heeft zij gesteld dat KortBingo oftewel KortSpil al geruime tijd in Scandinavië wordt gespeeld en [eiser] niet heeft aangetoond dat hij de eerste was.

2.9.

[eiser] heeft over het Korpa-spel aangevoerd dat in plaats van getallen, speelkaarten op speelvellen zijn afgebeeld. Op elk speelvel zijn veertien speelkaarten in vier rijen geplaatst: twee maal een rij met naast elkaar vier kaarten, één maal een rij met aan beide zijkanten een kaart en daartussen de woorden "Korpa! SIMPEL SUPER SNEL KAARTSPEL" en daaronder nog één maal een rij met naast elkaar vier kaarten (zie de afbeelding hierna).

Korpa-spel

Voorts staan volgens [eiser] op vier opeenvolgende speelvellen (waarbij het nummer van het speelvel dat het hoogste is, deelbaar is door vier) steeds alle speelkaarten van het kaartspel, met op elk speelvel een joker. Op deze opeenvolgende speelvellen staat nooit dezelfde kaart.

2.10.

Voor auteursrechtelijke bescherming van een werk is noodzakelijk dat het een eigen oorspronkelijk karakter heeft en het persoonlijk stempel van de maker draagt dat niet enkel datgene betreft wat noodzakelijk is voor het verkrijgen van een technisch effect. Daarbuiten valt de vorm die zo triviaal of banaal is dat daarachter geen creatieve arbeid van welke aard dan ook valt aan te wijzen (zie o.a.: HR 30 mei 2008 (Endstra-arrest), ECLI:NL:HR:2008:BC2153). Het Hof van Justitie van de Europese Unie heeft de maatstaf in het Infopaq-arrest (HvJEU 16 juli 2009, nr. C-5/08, ECLI:EU:C:2009:BJ3749) aldus geformuleerd dat het moet gaan om "een eigen intellectuele schepping van de auteur van het werk". Het hof overwoog in hetzelfde arrest dat ook de combinatie van elementen die afzonderlijk beschouwd niet als eigen intellectuele schepping kunnen worden aangemerkt, door de keuze en schikking van die elementen tot een resultaat kunnen leiden dat een intellectuele schepping vormt (bevestigd door de Hoge Raad in 2013 in de Stokke-arresten).

2.11.

De rechtbank overweegt ter zake als volgt. Het Korpa-spel is een bingospel dat - anders dan het traditionele cijferbingo met een bingomolen - gebaseerd is op speelkaarten. Er zijn steeds veertien speelkaarten geplaatst op een speelvel en zij zijn op een bepaalde wijze gerangschikt.

Door de gemaakte keuzes en rangschikking is het Korpa-spel te kwalificeren als een werk in auteursrechtelijke zin. Anders dan Esveco heeft betoogd, is geen sprake van een banale of triviale vorm waarachter geen enkele creatieve arbeid schuilt. Dat beredeneerde, creatieve keuzes zijn gemaakt is ook op te maken uit een door [eiser] overgelegde bij het Kantoor der Rijksbelastingen Breda geregistreerde akte van 14 november 1990 waarin diverse varianten op het Korpa-spel zijn opgesomd. Eveneens anders dan Esveco meent, gaat het daarbij niet louter om strikt functioneel bepaalde keuzes; Esveco heeft ook niet geconcretiseerd waarom die keuzes slechts functioneel zijn bepaald.

2.12.

Met haar verweer dat KortBingo oftewel KortSpil al geruime tijd in Scandinavië wordt gespeeld en [eiser] niet heeft aangetoond dat hij de eerste was, suggereert Esveco dat [eiser] het Korpa-spel heeft ontleend aan het in Scandinavië gespeelde en door een ander bedachte KortBingo of Kortspil. Dit verweer wordt als onvoldoende onderbouwd verworpen, reeds omdat uit de door Esveco overgelegde printscreens geenszins blijkt dat de daarop getoonde spellen al in de jaren tachtig - toen het Korpa-spel is ontwikkeld - bestonden. Het had op de weg van Esveco gelegen - gelet op de gemotiveerde betwisting van [eiser] - haar verweer nader te onderbouwen omdat zij degene is die de oorspronkelijkheid van het Korpa-spel betwist (HR 16 juni 2006 (Lancôme/Kecofa) ECLI:NL:HR:2006:AU8940). Nu Esveco dit heeft nagelaten, zal zij niet worden toegelaten tot bewijslevering. Zij heeft daartoe overigens ook geen aanbod gedaan.

2.13.

De rechtbank komt op grond van het voorgaande tot de conclusie dat het Korpa-spel een auteursrechtelijk beschermd werk is. Daarbij zij opgemerkt dat dit oordeel zich beperkt tot de concrete uitwerking, nu [eiser] onvoldoende heeft gesteld om te kunnen aannemen dat hij een uitgewerkt, van de vormgeving van het Korpa-spel te onderscheiden, spelconcept heeft gemaakt en een spelidee als zodanig geen auteursrechtelijke bescherming geniet.

Esveco heeft nog betoogd dat de auteursrechtelijke beschermingsomvang in het onderhavige geval beperkt is. Het auteursrecht biedt hiervoor echter geen aanknopingspunt: zodra in een concreet geval is vastgesteld dat sprake is van een werk in auteursrechtelijke zin, zoals in casu het Korpa-spel, geniet het werk een bescherming die niet geringer is dan die waarvoor ieder ander werk in aanmerking komt (vgl. HvJEU 1 december 2011, zaak C-145/10 (Painer/Standard) ECLI:EU:C:2013:138 en HR 12 april 2013 (Hauck/Stokke) ECLI:NL:HR:2013:BY1533).

de maker

2.14.

Het verweer van Esveco dat niet [eiser] de maker/bedenker is geweest van het Korpa-spel omdat het zou zijn ontleend aan KortBingo of KortSpil is hiervoor reeds behandeld. Esveco heeft voor het overige niet betwist dat [eiser] de maker is van het (concreet uitgewerkte) Korpa-spel, maar heeft daarbij wel opgemerkt dat [persoon 1] , voormalig bestuurder van Esveco, heeft meegewerkt aan de ontwikkeling van de tweede versie daarvan. Zij heeft dit echter niet nader onderbouwd en daaraan ook niet de gevolgtrekking verbonden dat ook [persoon 1] - dan wel Esveco - moet worden aangemerkt als (mede) maker, reden waarom aan dit verweer voorbij wordt gegaan.

2.15.

Nu het Korpa-spel is te kwalificeren als een werk en [eiser] als de maker daarvan, is thans aan de orde de vraag of Esveco inbreuk heeft gemaakt op het auteursrecht van [eiser] .

inbreuk op het auteursrecht

2.16.

Van een ongeoorloofde verveelvoudiging is sprake wanneer het beweerdelijk inbreukmakende werk in zodanige mate de auteursrechtelijk beschermde trekken van het eerdere werk vertoont dat de totaalindrukken die de beide werken maken te weinig verschillen voor het oordeel dat het eerstbedoelde werk als een zelfstandig werk kan worden aangemerkt (HR 29 december 1995 (Decaux/Media, ECLI:NL:1995:ZC1942 en HR 29 november 2002 (Una Voce Particulare), ECLI:NL:2002:AE8456).

2.17.

[eiser] heeft afbeeldingen van de volgens hem door Esveco geproduceerde spellen in het geding gebracht. Deze zijn hierna afgebeeld.

spel 1 spel 2 spel 3

Op deze spellen zijn net als in het Korpa-spel (zie 2.9) veertien speelkaarten per speelvel afgebeeld, terwijl de verdeling van de kaarten over het speelvel dezelfde is als bij het Korpa-spel. Op één van de spellen (hierna: spel 1) staat in de derde rij tussen de twee speelkaarten "Korpa! KORT BINGO MED JOKER". Op een ander spel (hierna: spel 2) staat op die plaats "KORTBINGO CARDBINGO KAARTBINGO" en op een derde spel (hierna spel 3) staat "JE Bingo" op die plaats. [eiser] heeft naar aanleiding hiervan opgemerkt dat hij alleen maar overeenkomsten ziet tussen het Korpa-spel en deze drie spellen.

2.18.

Ten aanzien van spel 1 heeft Esveco opgemerkt dat het oude voorraad betreft, die zij ongeveer 27 jaar geleden heeft geproduceerd en die bij haar is achtergebleven (ongeveer 1.250 sets). Esveco heeft in dat verband aangevoerd dat in overleg met [eiser] en [persoon 2] (hierna: [persoon 2] ) - met wie [eiser] de licentieovereenkomst heeft gesloten - is afgesproken dat zij deze sets in Scandinavië zou proberen te verkopen. Zij stelt dat zij na een aantal jaren de resterende voorraad heeft vernietigd.

2.19.

Overwogen wordt dat Esveco in 1987 2.500 sets Korpa-spellen heeft geproduceerd (zie het tussenvonnis onder 2.3). Dat deze voorraad in één oplage is gedrukt volgt uit de verklaring van [persoon 1] , welke verklaring in 1993 is afgelegd in een tussen [eiser] en [persoon 2] gevoerde procedure bij de rechtbank Breda - betreffende een geschil over de licentieovereenkomst en de daaruit voortvloeiende verplichtingen - waarvan proces-verbaal is opgemaakt dat door [eiser] is overgelegd. Deze gang van zaken vindt bevestiging in de verklaring die ter comparitie (door [persoon 3] , bestuurder van Esveco) namens Esveco is afgelegd, te weten dat Esveco een oplage van 2.500 sets heeft gedrukt. Daar tegenover komt onvoldoende gewicht toe aan het bij conclusie van antwoord ingenomen - maar niet onderbouwde - standpunt van Esveco dat de 2.500 sets in twee oplages zijn gedrukt.

[eiser] heeft van de door Esveco in het kader van de licentieovereenkomst geproduceerde Korpa-spellen afbeeldingen overgelegd waarop de tekst staat zoals hiervoor weergegeven onder 2.9. Op spel 1 staat echter een andere, deels niet in het Nederlands gestelde tekst (zie 2.16). Hiervoor heeft Esveco geen - afdoende - verklaring gegeven. Gelet op de gedeeltelijk andere tekst in de derde rij is de rechtbank van oordeel dat spel 1 geen onderdeel uitmaakt van de oude voorraad van Esveco. Bij dit oordeel speelt een rol dat het voornemen om tot verkoop in Scandinavië over te gaan - naar door Esveco is aangevoerd - is ontstaan na het drukken van de oplage van 2.500 sets Korpa-spellen waardoor er toen geen aanleiding was om de tekst van spel 1 op te nemen.

De totaalindrukken van spel 1 stemmen voor het overige - met inbegrip van de naam Korpa - (vrijwel) geheel overeen met het Korpa-spel. Spel 1 is daarom niet als zelfstandig werk aan te merken. Nu [eiser] geen toestemming heeft gegeven aan Esveco om het Korpa-spel te verveelvoudigen, heeft zij door spel 1 te produceren inbreuk gemaakt op het auteursrecht van [eiser] .

2.20.

Ten aanzien van spel 2 heeft Esveco naar voren gebracht dat haar bestuurder M. den Ouden in opdracht van een Deense partij een eigen KortBingo-spel heeft ontwikkeld en geproduceerd. Volgens Esveco is dit spel gebaseerd op een eigen systeem - met een andere volgorde van de afgebeelde kaarten - en kent het een eigen lay-out met onder meer afbeeldingen van andere speelkaarten met afgeronde hoeken en een kleiner formaat van de speelvellen. Er is daarom in de visie van Esveco geen sprake is van een inbreuk op het auteursrecht van [eiser] .

2.21.

De rechtbank is van oordeel dat het door Esveco geproduceerde spel qua totaalindrukken te weinig van het Korpa-spel verschilt om als een zelfstandig, nieuw en oorspronkelijk werk te worden aangemerkt. Daarvoor is relevant dat hetzelfde aantal kaarten op een speelvel is afgebeeld en de kaarten op dezelfde wijze over het speelvel zijn verdeeld. Verder komen op vier opeenvolgende speelvellen (op dezelfde wijze als bij het Korpa-spel te herkennen aan de nummering) steeds alle speelkaarten van het kaartspel voor en is op elk speelvel een joker afgebeeld. Dat het formaat van het speelvel van spel 2 kleiner is en andere speelkaartafbeeldingen zijn gebruikt waarvan de hoeken enigszins zijn afgerond, doet onvoldoende af aan de overeenstemmende totaalindrukken.

Nu Esveco spel 2 zonder toestemming van [eiser] in Nederland heeft geproduceerd en - zoals volgt uit de door [eiser] overgelegde printscreens van Nederlandstalige websites - op de markt heeft gebracht, heeft zij het Korpa-spel op ongeoorloofde wijze verveelvoudigd en openbaar gemaakt waardoor zij inbreuk heeft gemaakt op het auteursrecht van [eiser] .

2.22.

Esveco heeft bestreden dat zij spel 3 heeft geproduceerd. Volgens Esveco heeft Jorgensen Engros dit spel zelf geproduceerd en op de markt gebracht.

[eiser] heeft daaromtrent opgemerkt dat op de website van Jorgensen Engros is vermeld dat zij samenwerkt met Esveco om bingo-programma's te ontwikkelen. Daarmee heeft [eiser] onvoldoende onderbouwd dat Esveco spel 3 in Nederland heeft geproduceerd en/of op de markt gebracht. Daarom wordt hij niet toegelaten tot bewijslevering op dit punt. De rechtbank is van oordeel dat niet is komen vast te staan dat Esveco met spel 3 inbreuk heeft gemaakt op de auteursrechten van [eiser] .

2.23.

Gelet op het voorgaande komt de rechtbank tot het oordeel dat de in het tussenvonnis onder 3.1 sub a. vermelde vordering in de primaire variant toewijsbaar is: Esveco heeft onrechtmatig jegens [eiser] gehandeld door inbreuk te maken op de auteursrechten van [eiser] ter zake van het Korpa-spel.

2.24.

Ook de gewijzigde vordering sub b. - hiervoor weergegeven onder 2.3 - is toewijsbaar. Duidelijkheidshalve zal deze worden beperkt tot Nederland. Daarover wordt nog opgemerkt dat Esveco heeft betoogd dat sprake is van een 'bagatel' en ter comparitie heeft verklaard dat zij de door haar aangeboden KortBingo-spellen van de markt heeft gehaald. Voor zover zij daarmee beoogd heeft te betogen dat [eiser] geen belang heeft bij toewijzing van vordering b., overweegt de rechtbank dat de omstandigheid dat in Nederland thans geen inbreukmakende spellen van Esveco verkrijgbaar zouden zijn, niet tot gevolg heeft dat het belang van [eiser] bij een gebod om openbaarmaking en/of verveelvoudiging te staken en gestaakt te houden is komen te ontvallen. Uit de verklaring van Esveco volgt immers niet dat zij een toezegging voor de toekomst heeft gedaan. Dit bevel strekt zich om de onder 2.13 genoemde reden niet uit tot het spelconcept.

schade als gevolg van de auteursrechtinbreuk

2.25.

In het tussenvonnis is overwogen (zie aldaar onder 4.4) dat de rechtbank onvoldoende reden ziet voor verwijzing naar de schadestaat zoals [eiser] heeft gevorderd (zie in het tussenvonnis onder 3.1 sub f.). Teneinde onnodige vertraging van de procedure te voorkomen heeft de rechtbank partijen bij tussenvonnis op voorhand verzocht (aanvullende) gegevens aan te leveren aan de hand waarvan bij inbreuk de schade in de onderhavige procedure begroot zou kunnen worden en partijen in de gelegenheid gesteld daarop over en weer te reageren (zie 2.1 sub b) en c)).

2.26.

[eiser] heeft in reactie op het verzoek van de rechtbank aangevoerd dat geen waarde kan worden gehecht aan de door Esveco gepresenteerde cijfers omdat zij er belang bij heeft de omvang van de leveringen te bagatelliseren, terwijl de cijfers niet op juistheid zijn gecontroleerd door een onafhankelijke derde. Hij heeft daaraan toegevoegd dat zijn schade niet alleen is gebaseerd op de auteursrechtinbreuk, maar ook op de omstandigheid dat Esveco, althans haar toenmalige bestuurder, een grote rol heeft gespeeld bij het verbreken van de oorspronkelijke overeenkomst. Hij heeft vervolgens een schadeberekening opgesteld waarin hij aansluiting heeft gezocht bij de in de licentieovereenkomst genoemde aantallen en bedragen.

Esveco heeft verzocht die berekening buiten beschouwing te laten omdat dit buiten de in het tussenvonnis gegeven instructie valt.

Overwogen wordt dat [eiser] de genoemde berekening reeds gemaakt heeft in zijn brief van 9 juni 2015, voorafgaand aan de comparitie. Er is daarom geen reden de berekening in de akte van 17 februari 2016 - die gelet op de langere periode uitkomt op een iets hoger bedrag - niet in de beoordeling te betrekken.

2.27.

[eiser] heeft zijn schade berekend door uit te gaan van de in de licentie-overeenkomst afgesproken minimale afname van 2.500 sets per jaar. Hij zou op basis daarvan minimaal € 11.358,00 per jaar hebben ontvangen en hij komt daardoor op een schade van € 295.308,00 (26 × € 11.358,00).

Nu de licentieovereenkomst - naar door [eiser] is gesteld - is beëindigd na afloop van de eerste contractperiode op 1 april 1990, kan de in die overeenkomst genoemde minimale afname niet als uitgangspunt dienen voor de als gevolg van de auteursrechtinbreuk geleden schade.

Daarnaast is de omstandigheid dat Esveco onrechtmatig zou hebben gehandeld vanwege de rol die zij zou hebben gespeeld bij het beëindigen van de tussen [eiser] en [persoon 2] gesloten licentieovereenkomst, geen factor die bij het begroten van de schade als gevolg van de auteursrechtinbreuk een rol speelt.

2.28.

Esveco heeft ter voldoening aan het door de rechtbank gedane verzoek een rapport van Hoek en Blok Accountants, Belastingadviseurs, Juristen B.V. (hierna: Hoek en Blok) d.d. 3 augustus 2015 overgelegd. In dat rapport is erop gewezen dat Hoek en Blok geen controle- of beoordelingsopdracht heeft uitgevoerd, dat geen accountantscontrole is toegepast en dat evenmin een beoordelingsopdracht is uitgevoerd. Daaraan is toegevoegd dat aan de rapportage geen zekerheid kan worden ontleend omtrent de getrouwheid van het onderzochte cijfermateriaal en toelichtingen daarop.

De rechtbank maakt hieruit op dat Hoek en Blok zich beperkt heeft tot een onderzoek van het cijfermateriaal zoals dat aan haar is gepresenteerd. Dat betekent dat aan deze controle slechts beperkte waarde kan worden gehecht.

2.29.

De berekening van [eiser] én de door Esveco overgelegde accountantsverklaring bieden onvoldoende aanknopingspunten om de door [eiser] geleden schade als gevolg van de hiervoor vastgestelde auteursrechtinbreuk reeds thans - zoals de rechtbank bij tussenvonnis voor ogen stond - te begroten. Dat [eiser] enige schade heeft geleden acht de rechtbank wel voldoende aannemelijk. Gelet hierop zal verwijzing naar de schadestaat volgen. De rechtbank geeft partijen in verband met de mogelijk geringe omvang van de schade wel in overweging alsnog te proberen tot een minnelijke regeling te komen.

2.30.

De vordering tot het doen van opgaves - als weergegeven in het tussenvonnis onder 3.1 sub c. - zal worden toegewezen. Ook de vordering tot vernietiging van het gehele oplage van spel 1 en spel 2 - als weergeven in het tussenvonnis onder 3.1 sub d. - zal worden toegewezen. Ook hier geldt dat dit bevel zich op de onder 2.13 genoemde grond niet uitstrekt tot het spelconcept.

2.31.

Aan de te geven bevelen zal - zoals [eiser] heeft gevorderd - een dwangsom worden verbonden. Esveco heeft verzocht die dwangsom te matigen vanwege het geringe belang van de inbreuk. De rechtbank zal de dwangsommen matigen en maximeren op € 100.000,00. Voorts wordt nog opgemerkt dat aan de toe te wijzen verklaring voor recht geen dwangsom kan worden verbonden.

2.32.

[eiser] heeft gevorderd dat Esveco op grond van artikel 1019h Rv wordt veroordeeld in de volledige proceskosten. Hij heeft echter geen gedetailleerde opgave van zijn kosten overgelegd. Daarom wordt uitgegaan van het liquidatietarief bij het begroten van de door Esveco als de in het ongelijk te stellen partij te betalen proceskosten. Esveco wordt veroordeeld in de proceskosten die worden begroot op:

- door de griffier betaalde explootkosten € 70,35

- overige kosten dagvaarding 35,45

- griffierecht 77,00

- salaris advocaat 1.808,00 (4,0 punten × tarief € 452,00)

Totaal € 1.990,80

3 De beslissing

De rechtbank

3.1.

verklaart voor recht dat Esveco onrechtmatig jegens [eiser] heeft gehandeld door inbreuk te maken op de auteursrechten van [eiser] ter zake van het Korpa-spel;

3.2.

beveelt Esveco om binnen 48 uur na betekening van dit vonnis iedere inbreuk in Nederland op de auteursrechten ter zake het Korpa-spel te staken en gestaakt te houden, meer in het bijzonder het openbaar maken of verveelvoudigen van de inbreukmakende producten, waaronder begrepen het verkopen, leveren, distribueren, aanbieden of anderszins verhandelen van de inbreukmakende producten;

3.3.

beveelt Esveco binnen één maand na betekening van dit vonnis, aan de advocaat van Esveco schriftelijk, door een accountant gecertificeerd, met bewijzen gestaafde, opgave te doen van:

  • -

    de totale hoeveelheid inbreukmakende producten die bij Esveco per datum van dit vonnis aanwezig zijn;

  • -

    de totale hoeveelheid inbreukmakende producten die door Esveco zijn verkocht sinds 1 april 1990 tot aan de dag van dit vonnis;

  • -

    de door Esveco intern gerekende kostprijzen, alsmede de door haar gehanteerde verkoopprijzen sinds 1 april 1990 tot aan de dag van het te dezen te wijzen vonnis;

  • -

    het totale bedrag van de door Esveco als gevolg van de verhandeling van de inbreukmakende producten gerealiseerde omzet, brutowinst en nettowinst, onder opgave van de daarbij in mindering gebrachte kosten;

  • -

    de namen en adressen van alle bij de verhandeling en vervaardiging van de inbreukmakende producten betrokken (rechts)personen, niet zijnde consumenten, alsook de namen en adressen van de (rechts)personen, niet zijnde consumenten, aan wie de inbreukmakende producten zijn geleverd;

3.4.

beveelt Esveco binnen veertien dagen na betekening van dit vonnis de gehele oplage van de inbreukmakende producten zoals die zonder toestemming van [eiser] gedrukt is, te vernietigen en daarvan bewijs te leveren;

3.5.

veroordeelt Esveco om aan [eiser] een dwangsom te betalen van € 5.000,00 voor iedere dag of gedeelte daarvan of van € 5.000,00 per inbreukmakend product, zulks ter keuze van [eiser] , dat zij niet aan de in 3.2, 3.3 en 3.4 uitgesproken hoofdveroordeling voldoet, tot een maximum van € 100.000,00 is bereikt;

3.6.

veroordeelt Esveco in de proceskosten, aan de zijde van [eiser] tot op heden begroot op € 1.990,80, waarvan € 70,35 aan explootkosten, te voldoen aan de griffier overeenkomstig de betaalinstructies in de door het Landelijk Dienstencentrum voor de Rechtspraak (LDCR) toe te zenden nota;

3.7.

verklaart dit vonnis wat betreft de onder 3.2 tot en met 3.6 genoemde beslissingen uitvoerbaar bij voorraad;

3.8.

wijst het meer of anders gevorderde af.

Dit vonnis is gewezen door mr. G.J. Heevel en in het openbaar uitgesproken op 8 juni 2016.

[2066/1515]