Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBROT:2016:4345

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
10-06-2016
Datum publicatie
14-07-2016
Zaaknummer
4678764 CV EXPL 15-54626
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Verhuurder vordert verwijdering schotelantenne op balustrade. Vormt de weigering van verhuurder toestemming te verlenen in de gegeven omstandigheden een gerechtvaardigde inbreuk ex artikel 10 lid 2 EVRM op het grondrecht op vrije nieuwsgaring?

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Onder redactie van Tina van der Linden – Smit en Kea Kroeks – de Raaij annotatie in IR 2016/108, UDH:IR/13455
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

zaaknummer: 4678764 / CV EXPL 15-54626

uitspraak: 10 juni 2016

vonnis van de kantonrechter, zitting houdende te Rotterdam,

in de zaak van

de stichting

Stichting Woonstad Rotterdam,

gevestigd te Rotterdam,

eiseres,

gemachtigde: mr. K.J. van Bergenhenegouwen te Rotterdam,

tegen

[gedaagde] ,

wonende te Rotterdam,

gedaagde,

gemachtigde: mr. I. Car te Rotterdam.

Partijen worden hierna “Woonstad” respectievelijk “[gedaagde]” genoemd.

1 Het verloop van de procedure

1.1

Het verloop van de procedure volgt uit de volgende processtukken, waarvan de kantonrechter heeft kennis genomen:

  • -

    het exploot van dagvaarding van 3 december 2015, met producties;

  • -

    de conclusie van antwoord;

  • -

    het tussenvonnis van 14 januari 2016, waarbij een comparitie van partijen is bepaald;

  • -

    de brieven van de gemachtigde van Woonstad van 16 en 24 februari 2016, met aanvullende producties;

  • -

    het proces-verbaal van de op 25 februari 2016 gehouden comparitie van partijen;

  • -

    de akte zijdens [gedaagde].

1.2

De uitspraak van het vonnis is nader bepaald op heden.

2 De vaststaande feiten

Als enerzijds gesteld en anderzijds erkend, dan wel niet of onvoldoende gemotiveerd weersproken, alsmede op grond van de in zoverre niet weersproken inhoud van de producties, staat tussen partijen het volgende vast.

2.1

Op 20 juni 2013 hebben [echtgenoot van gedaagde] en zijn echtgenote, [gedaagde], een machtigingsformulier ondertekend, waarin zij hun zoon, [de zoon], tot 10 september 2013 machtigen om uit hun naam onder meer een woning te accepteren en een nieuwe huurovereenkomst te tekenen.

2.2

Op 15 juli 2013 heeft Woonstad een huurovereenkomst gesloten met [echtgenoot van gedaagde] voor de woning gelegen aan de [straatnaam, huisnummer en plaatsnaam] (“het gehuurde”).

De huurovereenkomst is namens [echtgenoot van gedaagde] ondertekend door [de zoon].

Na het overlijden van [echtgenoot van gedaagde] is de huurovereenkomst door [gedaagde] voortgezet.

2.3

In de huurovereenkomst is onder meer het volgende bepaald:

“(…)

8. De algemene voorwaarden van verhuurder

8.1

Op deze huurovereenkomst zijn van toepassing de Algemene voorwaarden van Woonstad Rotterdam behorende bij een huurovereenkomst van een zelfstandige woonruimte, versie juni 2009 .

8.2

Huurder verklaart door ondertekening van deze huurovereenkomst bekend en akkoord te zijn met deze voorwaarden en daarvan een exemplaar te hebben ontvangen.

(…)

10 Bij de huurovereenkomst behorende bijlagen

10.1

Huurder verklaart van verhuurder de navolgende bijlagen te hebben ontvangen:

- de Algemene voorwaarden van Woonstad Rotterdam behorende bij een huurovereenkomst van een zelfstandige woonruimte, versie juni 2009 ;

(…)

10.2

De in artikel 10.1 genoemde bijlagen maken onlosmakelijk deel uit van de huurovereenkomst.

(…)”

2.4

In de Algemene voorwaarden van Woonstad, versie juni 2009 (hierna: “de algemene voorwaarden”), is onder meer het volgende vermeld:

“(…)

10. Veranderingen door huurder

(…)

10.2

Voor overige veranderingen en toevoegingen aan het gehuurde geldt dat het huurder is toegestaan deze aan te brengen, mits huurder daartoe vóórafgaande schriftelijke toestemming van verhuurder heeft verkregen. Tot deze veranderingen worden in ieder geval gerekend:

- (…)

- plaatsen van buitenantennes, schotelantennes, zendmasten;

(…)”

2.5

Woonstad heeft in 2009 een gemeenschappelijke satellietontvanger (hierna: “de GSO”) aangebracht op het complex waartoe het gehuurde behoort, waarmee de huurders internationale televisiezenders kunnen ontvangen.

2.6

[gedaagde] heeft aan de buitenzijde van het gehuurde, aan de balustrade van het balkon, een schotelantenne geplaatst.

2.7

Zowel Woonstad als haar gemachtigde hebben [gedaagde] gesommeerd de schotelantenne te verwijderen. [gedaagde] heeft aan de sommaties geen gehoor gegeven.

3 Het geschil en de stellingen van partijen

3.1

Woonstad heeft gevorderd bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad:

1. [gedaagde] te veroordelen om binnen 14 dagen na betekening van het vonnis de schotelantenne inclusief het bevestigingsmateriaal op of aan het gehuurde te verwijderen en verwijderd te houden, één en ander op straffe van een dwangsom van € 250,00 per dag voor zolang [gedaagde] in strijd met het vonnis de schotelantenne niet verwijdert of niet verwijderd houdt, met een maximum van € 2.500,00;

2. indien [gedaagde] niet aan het vonnis voldoet en het maximum van € 2.500,00 aan verbeurde dwangsommen is bereikt, Woonstad te machtigen om de schotelantenne inclusief het bevestigingsmateriaal te (laten) verwijderen, op kosten van [gedaagde];

3. [gedaagde] te veroordelen te gedogen dat de schotelantenne wordt verwijderd door Woonstad dan wel door degene die Woonstad hiertoe opdracht heeft gegeven;

4. [gedaagde] te veroordelen in de kosten van de procedure.

3.2

Aan haar vordering heeft Woonstad het volgende ten grondslag gelegd.

Op grond van artikel 7:215 lid 6 BW is het de verhuurder toegestaan contractueel vast te leggen dat de plaatsing van een schotelantenne alleen met haar toestemming mag worden gedaan. Woonstad heeft van deze mogelijkheid gebruik gemaakt door in artikel 10.2 van de algemene voorwaarden de plaatsing van een schotelantenne aan haar toestemming te onderwerpen. Doordat de huurovereenkomst is ondertekend door haar zoon op basis van een rechtsgeldige machtiging, is [gedaagde] gebonden aan de algemene voorwaarden. Aangezien [gedaagde] geen toestemming heeft gevraagd en evenmin verkregen voor het plaatsen van de schotelantenne, dient de schotelantenne te worden verwijderd.

Woonstad meent dat de inbreuk op het recht van [gedaagde] op vrije nieuwsgaring door geen schotelantenne toe te staan in dit geval gerechtvaardigd is. Door ondertekening van de huurovereenkomst heeft [gedaagde] ermee ingestemd dat haar recht op vrije nieuwsgaring wordt beperkt. Bovendien heeft [gedaagde] voldoende alternatieven om internationale televisiezenders te ontvangen, niet alleen via de GSO maar ook via het internet (streaming). Thans hanteert Woonstad het strikte beleid om helemaal geen toestemming meer te geven voor het plaatsen van een schotel. Daarmee wil Woonstad het risico op schade aan derden (waarvoor zij aansprakelijk is) beperken en schade aan haar woningbezit, alsmede het ontsierende effect van schotelantennes voorkomen.

3.3

Het verweer strekt ertoe Woonstad niet-ontvankelijk te verklaren althans de vordering af te wijzen, met veroordeling van Woonstad in de kosten van het geding.

In de eerste plaats heeft [gedaagde] aangevoerd dat de algemene voorwaarden niet op haar van toepassing zijn, nu de algemene voorwaarden niet vallen onder de dekking van de machtiging en evenmin aan haar of wijlen haar echtgenoot ter hand zijn gesteld. Bovendien is artikel 10.2 van de algemene voorwaarden niet redelijk. De schotelantenne kan bij het einde van de huur zonder schade en noemenswaardige kosten worden verwijderd, zodat [gedaagde] op grond van artikel 7:215 BW voor het plaatsen van de antenne geen schriftelijke toestemming nodig heeft van Woonstad.

Voorts stelt [gedaagde] zich op het standpunt dat er sprake is van een ongerechtvaardigde inbreuk op haar recht op vrije nieuwsgaring ingevolge artikel 10 EVRM. Betwist wordt dat zij afstand heeft gedaan van dit recht. [gedaagde] is bijna 80 jaar en haar moedertaal is alleen Berbers. Daarnaast spreekt zij beperkt Arabisch. Zij kijkt naar zender 8, een Marokkaans Berberse zender, en naar Al Manar, een religieus getinte Libanese zender. Beide zenders worden niet uitgezonden via de GSO. Of de twee zenders via internet te bekijken is, is niet zeker, maar [gedaagde] is digibeet. Zij heeft thuis geen internet, pc of tablet en zij kan niet worden gedwongen om daarvoor kosten te maken. [gedaagde] vult haar dag met het bekijken van programma’s via de schotel en voor haar is tv kijken via de schotel de enige optie. Verder is de schotel deskundig aangebracht, zodat er geen risico is op schade of gevaar. Mocht de schotel vallen, dan valt deze bovendien in de gemeenschappelijke tuin waar niemand komt. Het complex waartoe het gehuurde behoort, is niet van bijzondere architectuur, zodat een ontsierend effect niet als zwaarwegende reden kan worden aangevoerd.

3.4

De nadere stellingen partijen worden, voor zover relevant, besproken bij de beoordeling van het geschil.

4 De beoordeling van het geschil

4.1

Ten aanzien van de vraag of [gedaagde] gebonden is aan de algemene voorwaarden, wordt het volgende overwogen.

4.2

In beginsel zijn algemene voorwaarden van toepassing indien deze door de wederpartij zijn aanvaard. Of [gedaagde] de gelding van de algemene voorwaarden heeft aanvaard, moet worden beoordeeld aan de hand van de bepalingen over aanbod en aanvaarding (artikel 6:217 e.v. BW) en de totstandkoming van rechtshandelingen in het algemeen (artikel 3:33 e.v. BW). Onweersproken staat vast dat [de zoon] ten tijde van het ondertekenen van de huurovereenkomst gemachtigd was om namens zijn ouders een nieuwe huurovereenkomst te tekenen. Door die ondertekening is [gedaagde] gebonden aan de bepalingen uit de huurovereenkomst. Nu in artikel 10.2 van de huurovereenkomst is bepaald dat de algemene voorwaarden onlosmakelijk deel uitmaken van de huurovereenkomst, wordt [gedaagde] geacht de toepasselijkheid van de algemene voorwaarden te hebben aanvaard.

4.3

Uit het verweer dat de algemene voorwaarden niet aan [gedaagde] ter hand zijn gesteld en om die reden niet toepasselijk zijn, begrijpt de kantonrechter dat [gedaagde] een beroep doet op vernietiging van de algemene voorwaarden op grond van artikel 6:233 sub b jo. 6:234 lid 1 sub a BW. Ook dit verweer kan niet slagen. Door ondertekening van de huurovereenkomst heeft [de zoon] verklaard dat hij de algemene voorwaarden van Woonstad heeft ontvangen. Met het verstrekken van de algemene voorwaarden aan [de zoon] als gemachtigde van [gedaagde], heeft Woonstad voldaan aan de in artikel 6:234 lid 1 sub a BW bedoelde terhandstelling. Dat [de zoon] de algemene voorwaarden vervolgens niet meer aan [gedaagde] heeft verstrekt of met haar heeft besproken, hetgeen wel op zijn weg had gelegen als gemachtigde, kan niet aan Woonstad worden tegengeworpen.

4.4

Het verweer dat artikel 10.2 van de algemene voorwaarden niet redelijk is (en daarom vernietigbaar op grond van artikel 6:233 sub a BW), wordt gepasseerd. Van de regel dat de huurder, voor veranderingen aan de gehuurde ruimte die zonder noemenswaardige kosten ongedaan kunnen worden gemaakt, geen toestemming behoeft van de verhuurder (artikel 7:215 lid 1 BW), kan op de voet van artikel 7:215 lid 6 BW worden afgeweken als het gaat om de buitenzijde van een gehuurde woonruimte. Het is Woonstad dan ook toegestaan om het plaatsen van schotelantennes te onderwerpen aan haar schriftelijke toestemming. [gedaagde] heeft verder geen feiten of omstandigheden aangevoerd waaruit blijkt dat het onderhavige beding onredelijk bezwarend is voor haar.

4.5

Uit het voorgaande vloeit voort dat [gedaagde] gebonden is aan de algemene voorwaarden.

4.6

Door zonder schriftelijke toestemming van Woonstad een schotelantenne te plaatsen op de balustrade van het gehuurde, handelt [gedaagde] in beginsel in strijd met artikel 10.2 van de algemene voorwaarden. Tegenover deze regel staan echter aard en strekking van artikel 10 lid 1 EVRM, waar [gedaagde] een beroep op doet en waarin onder meer is bepaald dat een ieder recht heeft op de vrijheid om inlichtingen of denkbeelden te ontvangen. Op grond van artikel 10 lid 2 EVRM kan dit recht worden onderworpen aan bepaalde formaliteiten, voorwaarden, beperkingen of sancties die bij de wet zijn voorzien en in een democratische samenleving noodzakelijk zijn, onder meer in het belang van de rechten van anderen.

De kantonrechter zal dienen te beoordelen of de weigering van Woonstad om [gedaagde]

toestemming te verlenen voor het plaatsen van een schotel in de gegeven omstandigheden en gelet op de tussen partijen geldende privaatrechtelijke verhouding, een gerechtvaardigde inbreuk ex artikel 10 lid 2 EVRM vormt op het grondrecht op vrije nieuwsgaring. In het kader van deze belangenafweging wordt het volgende overwogen.

4.7

In lijn met het arrest van het gerechtshof te Den Haag van 6 september 2011 (ECLI:NL:GHSGR:2011:BS8895) wordt geoordeeld dat een schotelantenne aan de buitenkant van een woning een ontsierend en veelal stigmatiserend beeld oplevert, zulks met het risico op verloedering van de leefomgeving met alle negatieve gevolgen van dien (voor alle huurders in de omgeving) alsook dat een huiseigenaar belang heeft bij het voorkomen van extra boorgaten in zijn woning en het beperken van zijn (risico)aansprakelijkheid als bezitter van de opstal ex artikel 6:174 BW. De omstandigheden dat het onderhavige complex van Woonstad geen bijzonder architectonisch gebouw is en de schotelantenne professioneel is aangebracht, doen daar niet aan af. Gelet daarop en het feit dat Woonstad, als woningcorporatie in de zin van artikel 19 lid 1 Woningwet, uitsluitend in het belang van de volkshuisvesting werkzaam is en in dat kader onder meer de verplichting heeft om bij te dragen aan de leefbaarheid in de buurten en wijken waar haar woongelegenheden gelegen zijn, onderkent de kantonrechter het belang van Woonstad om een actief beleid te voeren tegen de wildgroei van schotelantennes teneinde de ontsiering van en schade aan gevels alsook schade aan derden tegen te gaan.

4.8

Daartegenover staat het belang van [gedaagde] om de door haar gewenste televisiezenders te kunnen ontvangen. Eerst ter zitting is aan de kant van [gedaagde] aangegeven om welke zenders het gaat, namelijk een Marokkaanse zender waarop de moedertaal van [gedaagde] (Berbers) wordt gesproken en een Libanese zender die door [gedaagde] vanuit religieus oogpunt wordt bekeken. Woonstad heeft daardoor niet voorafgaand aan de zitting kunnen onderzoeken of de bewuste zenders via andere wijze kunnen worden ontvangen. Hoewel vaststaat dat de zenders niet via de GSO kunnen worden bekeken, valt niet uit te sluiten dat dit wel mogelijk is via internet (streaming). Ter zitting kon de gemachtigde van [gedaagde] niet met zekerheid zeggen dat dit niet mogelijk was, zodat daaruit de gevolgtrekking kan worden gemaakt dat dit door [gedaagde] nog niet nader is onderzocht. Dat [gedaagde] een digibeet is, hoeft er niet aan in de weg te staan dat zij via internet de gewenste zenders kan bekijken. Zoals het thans via de schotelantenne en satellietontvanger voor haar is ingesteld door derden, waardoor zij in een paar eenvoudige stappen televisie kan kijken, kan dit ook worden geregeld met internet via een pc of tablet. Bovendien is gesteld noch gebleken dat deze zenders de enige zenders zijn die aan de behoefte van [gedaagde] voldoen. Ook indien de bewuste zenders niet via het internet te ontvangen zouden zijn, kan worden aangenomen dat [gedaagde] via de GSO en/of het internet toegang heeft tot andere Marokkaans Berberse zenders alsmede zenders die haar specifieke geloof aangaan. Dat dit wellicht extra kosten met zich meebrengt, maakt de situatie niet zonder meer onredelijk bezwarend. [gedaagde] heeft niets concreets gesteld over kosten.

4.9

Voorts wordt in aanmerking genomen dat, nu Woonstad in het kader van haar strikte schotelbeleid de plaatsing van antennes aan haar toestemming heeft onderworpen en [gedaagde] zich bij het aangaan van de huurovereenkomst tevens heeft verbonden aan de algemene voorwaarden en dus ook dit beleid, [gedaagde] minder snel aanspraak kan maken op precies die (kwaliteit van) programma’s die zij wenst te bekijken.

4.10

Een en ander afwegende, is de kantonrechter van oordeel dat de belangen van Woonstad prevaleren boven die van [gedaagde]. De inbreuk op het recht van [gedaagde] op vrije nieuwsgaring is in dit geval gerechtvaardigd, zodat [gedaagde] gehouden is de schotelantenne inclusief het bevestigingsmateriaal te verwijderen dan wel te gedogen dat het door Woonstad wordt verwijderd.

4.11

Dit betekent dat de vordering van Woonstad wordt toegewezen.

4.12

Als de in het ongelijk gestelde partij wordt [gedaagde] veroordeeld in de kosten van de procedure.

5 De beslissing

De kantonrechter:

- veroordeelt [gedaagde] om binnen 14 dagen na betekening van dit vonnis de schotelantenne inclusief het bevestigingsmateriaal op of aan het gehuurde te verwijderen en verwijderd te houden, één en ander op straffe van een dwangsom van € 250,00 per dag voor zolang [gedaagde] in strijd met dit vonnis de schotelantenne niet verwijdert of niet verwijderd houdt, met een maximum van € 2.500,00;

- machtigt Woonstad om de schotelantenne inclusief het bevestigingsmateriaal te (laten) verwijderen op kosten van [gedaagde], indien [gedaagde] niet aan dit vonnis voldoet en het maximum van € 2.500,00 aan verbeurde dwangsommen is bereikt;

- veroordeelt [gedaagde] te gedogen dat de schotelantenne wordt verwijderd door Woonstad dan wel door degen die Woonstad hiertoe opdracht heeft gegeven;

- veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten, tot aan deze uitspraak aan de zijde van Woonstad vastgesteld op € 96,16 aan dagvaardingskosten, € 116,00 aan griffierecht en € 300,00 aan salaris voor de gemachtigde;

- verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen door mr. T.M.J. Smits en uitgesproken ter openbare terechtzitting.

775