Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBROT:2016:4049

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
02-06-2016
Datum publicatie
02-06-2016
Zaaknummer
10/750052-16
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

De verdachte heeft zich samen met anderen schuldig gemaakt aan mensensmokkel doordat hij twee personen met de Syrische nationaliteit, die in kasten achter in een bestelbus verstopt zaten, door heeft Nederland gesmokkeld. De rechtbank veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 4 maanden.

Door mensensmokkel wordt niet alleen het overheidsbeleid inzake bestrijding van illegaal verblijf in en illegale toegang tot Nederland en andere landen van de Europese Unie doorkruist, maar wordt ook bijgedragen aan het in standhouden van een illegaal circuit, waardoor het maatschappelijk verkeer wordt of kan worden gefrustreerd en gecorrumpeerd, terwijl het beeld en de positie van de 'echte' asielzoeker daardoor kan worden geschaad.

Hoewel niet is gebleken dat de verdachte de initiator was van de mensensmokkel, is zijn handelen wel te beschouwen als een onmisbare schakel daarin. Van algemene bekendheid is dat voor in elk geval de achterliggende organisatie financieel gewin de belangrijkste drijfveer is. De rechtbank verwijt de verdachte dat hij niet heeft stilgestaan bij het ontwrichtende karakter van mensensmokkel.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Rechtbank Rotterdam

Team straf 1

Parketnummer: 10/750052-16

Datum uitspraak: 2 juni 2016

Tegenspraak

Vonnis van de rechtbank Rotterdam, meervoudige kamer voor strafzaken, in de zaak tegen de verdachte:

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] ,

zonder bekende feitelijke woon- of verblijfplaats in Nederland,

ten tijde van het onderzoek op de terechtzitting preventief gedetineerd in de Penitentiaire Inrichting Krimpen aan den IJssel,

raadsvrouw mr. D.N. de Jonge, advocaat te Rotterdam, waarnemend voor mr. P.T. Verweijen.

Onderzoek op de terechtzitting

Gelet is op het onderzoek op de terechtzitting van 19 mei 2016.

Tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd hetgeen is vermeld in de dagvaarding. De tekst van de tenlastelegging is als bijlage I aan dit vonnis gehecht.

Eis officier van justitie

De officier van justitie mr. M. Blom heeft gevorderd:

  • bewezenverklaring van het ten laste gelegde met uitzondering van het in lid 5 van artikel 197a van het Wetboek van Strafrecht genoemde (strafverzwarende) bestanddeel ‘levensgevaar voor een ander te duchten is’;

  • veroordeling van de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 10 maanden met aftrek van voorarrest.

Bewijsoverwegingen

Vast staat dat de verdachte op 3 februari 2016 zich te Hoek van Holland rond 19.15 uur heeft gemeld om aan boord te gaan van een ferry van de Stena Line naar Engeland, als bestuurder van een bestelbus Citroën Jumper. Hij had passage voor de bus en een persoon met een eenpersoons hut geboekt en contant betaald. Achterin die bestelbus waren meubels geladen. In twee kasten, die onder een dressoir lagen, zaten twee mannen verborgen, [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] . Zij kwamen uit Syrië en wilden volgens hun eigen verklaring naar Engeland. Zij waren niet in het bezit van geldige verblijfspapieren. [slachtoffer 1] heeft verklaard dat hij zich eerder die dag nog in Calais had bevonden. Hij werd samen met zijn broer door een onbekende man naar een park buiten Calais gebracht waar de desbetreffende bestelbus klaar stond met de achterdeuren open. Nadat zij waren ingestapt en zich hadden verstopt in “dozen” is de bestelbus gelijk weggereden. Hij had niemand anders gezien dan de man die hen naar de bestelbus had gebracht. Toen hij instapte was het ochtend maar het was nog niet licht. Hij zag de chauffeur (dat is: de verdachte) voor het eerst toen zij in Nederland uit de bestelbus kwamen en het inmiddels weer donker was geworden.

De verbalisant die de bestelbus heeft gecontroleerd, heeft geverbaliseerd dat hij het dressoir niet alleen uit de auto kon tillen, de verdachte niet wilde meehelpen en hij een collega heeft gevraagd hem te helpen.

De verdachte heeft aangevoerd dat hij met de trein was gekomen naar de plek waar hij was en dat hij niet wist dat zich twee personen achter in de bus bevonden. Hij was pas 15 of 20 meter voor de grenscontrole in de bus gestapt. Een man en een vrouw die hij daar in een eetgelegenheid had ontmoet, zouden hem hebben gevraagd de bus op de ferry te rijden omdat zij geen rijbewijs hadden en niet in staat waren de auto te besturen. De verdachte zou daarvoor 50 tot 60 of 100 euro krijgen. De verdachte heeft verklaard dat hij geen rijbewijs heeft.

De raadsvrouw van de verdachte heeft vrijspraak bepleit.

De rechtbank overweegt als volgt.

De meest voor de hand liggende verklaring voor het aantreffen van de verdachte als bestuurder van een bestelbus in Hoek van Holland, voor de grensdoorlaatpost en met passage voor de ferry naar Engeland, is dat de verdachte vanuit Calais de bestelbus naar Hoek van Holland heeft gereden om naar Engeland te gaan. Dan kan het, gelet op de omstandigheden waaronder de Syrische mannen in de bestelbus zijn gestapt en gelet op de onwil van de verdachte om mee te helpen het dressoir uit de bestelbus te tillen, niet anders zijn dan dat de verdachte wist dat zich in de laadruimte twee mannen verborgen hielden.

Het door de verdachte aangevoerde alternatieve scenario is niet aannemelijk geworden. Desgevraagd heeft hij spontaan geen details van zijn treinreis naar Hoek van Holland gegeven en heeft hij niet kunnen uitleggen hoe hij, nadat hij ergens in België aan voor hem onbekenden zou hebben gevraagd "hoe kom ik in Engeland" in Hoek van Holland terecht was gekomen. Ook overigens is zijn verklaring ongeloofwaardig, heeft hij bij de Koninklijke marechaussee tegenstrijdige verklaringen afgelegd, terwijl hij geen verdere informatie heeft gegeven waardoor nader onderzoek kon worden gedaan, bijvoorbeeld naar de namen van de personen in de telefoon die hij bij zijn aanhouding in zijn bezit had. Nu een andere verklaring voor de omstandigheid dat de verdachte een bestelbus heeft bestuurd waarin twee illegalen waren verborgen niet is aangevoerd of aannemelijk is geworden, is het ten laste gelegde bewezen en wordt het verweer verworpen.

Bewezenverklaring

In bijlage II heeft de recht­bank de inhoud opgenomen van de wettige bewijsmiddelen die zien op de redengevende feiten en omstandig­heden waarop de bewezenverklaring steunt. Op grond daarvan en op grond van bovenstaande bewijsoverwegingen, is wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het ten laste gelegde heeft begaan op die wijze dat:

hij in of omstreeks op 3 februari 2016 te Hoek van Holland, gemeente Rotterdam,

althans in Nederland, tezamen en in vereniging met anderen, althans alleen, 2

(twee), althans één of meer perso(o)n(en) met de Syrische nationaliteit,

althans van buitenlandse afkomst,

behulpzaam is geweest bij het zich verschaffen van toegang tot of doorreis

door, en/of

- uit winstbejag behulpzaam is geweest bij het zich verschaffen van verblijf

in Nederland en/of een andere lidstaat van de Europese Unie en/of IJsland en/of

Noorwegen en/of een staat die is toegetreden tot het op 15 november 2000 te

New York totstandgekomen Protocol tegen de smokkel van migranten over land,

over de zee en in de lucht, tot aanvulling van het op 15 november 2000 te New

York totstandgekomen Verdrag tegen transnationale georganiseerde misdaad, of

die ander(en) (telkens) daartoe gelegenheid, middelen of inlichtingen

heeft/hebben verschaft terwijl hij, verdachte en/of zijn mededader(s)

(telkens) wist(en) of ernstige redenen had(den) te vermoeden dat die toegang

of die doorreis en/of dat verblijf wederrechtelijk was,

immers heeft hij, verdachte, tezamen en in vereniging met één of meer van zijn

mededaders, althans alleen,

- bovengenoemde perso(o)n(en) in (kasten en/of meubels, achterin) een

bestelbus vervoerd van België naar Nederland en/of door Nederland, en/of

- een ticket aangeschaft voor de ferry (Stena Line) naar Groot-Brittannië en

(aldus) het verblijf in Nederland en/of het transport en de doorreis door

Nederland van die bovengenoemde pers(o)n(en) georganiseerd en/of

gecoördineerd en/of gefaciliteerd,

terwijl als gevolg hiervan levensgevaar voor een ander, te weten voornoemde 2

(twee), althans één of meer perso(o)n(en) met de Syrische nationaliteit, te

duchten was.

De in de tenlastelegging voorkomende taal- en/of schrijffouten zijn verbeterd. Blijkens het verhandelde op de terechtzitting is de verdachte daardoor niet in zijn verdediging geschaad.

Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd is niet bewezen. De verdachte moet daarvan worden vrijgesproken.

Strafbaarheid feit

Het bewezen feit levert op:

mensensmokkel, terwijl het feit in vereniging wordt begaan door meerdere personen, meermalen gepleegd.

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het feit uitsluiten.

Het feit is dus strafbaar.

Strafbaarheid verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluit.

De verdachte is dus strafbaar.

Motivering straf

Algemene overweging

De straf die aan de verdachte wordt opgelegd, is gegrond op de ernst van het feit, de omstandigheden waaronder het feit is begaan en de persoon en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte. Daarbij wordt in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.

Feit waarop de straf is gebaseerd

De verdachte heeft twee personen met de Syrische nationaliteit, die in kasten achter in een bestelbus verstopt zaten, door Nederland gesmokkeld.

Door mensensmokkel wordt niet alleen het overheidsbeleid inzake bestrijding van illegaal verblijf in en illegale toegang tot Nederland en andere landen van de Europese Unie doorkruist, maar wordt ook bijgedragen aan het in standhouden van een illegaal circuit, waardoor het maatschappelijk verkeer wordt of kan worden gefrustreerd en gecorrumpeerd, terwijl het beeld en de positie van de 'echte' asielzoeker daardoor kan worden geschaad.

Hoewel niet is gebleken dat de verdachte de initiator was van de mensensmokkel, is zijn handelen wel te beschouwen als een onmisbare schakel daarin. Van algemene bekendheid is dat voor in elk geval de achterliggende organisatie financieel gewin de belangrijkste drijfveer is. De rechtbank verwijt de verdachte dat hij niet heeft stilgestaan bij het ontwrichtende karakter van mensensmokkel.

Strafblad

De recht­bank heeft enerzijds acht geslagen op een uittreksel uit de justitiële documentatie van 28 april 2016, waaruit blijkt dat de verdachte in Nederland niet eerder is veroordeeld voor enig strafbaar feit. Anderzijds heeft de rechtbank rekening gehouden met de omstandigheid dat de verdachte blijkens een uittreksel uit het ‘European criminal records information system-ECRIS’ d.d. 17 febr. 2016 in Frankrijk voor ernstige strafbare feiten is veroordeeld.

Straffen

Gezien de ernst van het feit kan niet anders worden gereageerd dan met het opleggen van een gevangenisstraf. Bij de bepaling van de duur van de gevangenis­straf heeft de recht­bank acht geslagen op straffen die in soortgelijke zaken plegen te worden opgelegd.

Slotsom

Alles afwegend worden na te noemen straffen, waaronder de hieronder besproken verbeurd­verklaringen, passend en geboden geacht.

In beslag genomen voorwerpen

Standpunt officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd de in beslag genomen goederen vermeld op de ‘lijst van inbeslaggenomen voorwerpen’ onder 1 tot en met 4, te weten (van het geldbedrag van in totaal € 436,06) een geldbedrag van € 300,00 verbeurd te verklaren alsmede een witte Citroën Jumper, een Samsung zaktelefoon en een navigator verbeurd te verklaren en het resterende geldbedrag van € 136,06 terug te geven aan de verdachte.

Standpunt verdediging

De raadsvrouw heeft verzocht alle in beslag genomen voorwerpen aan de verdachte terug te geven.

Beoordeling

De in beslag genomen goederen vermeld op de ‘lijst van inbeslaggenomen voorwerpen’ onder 2, 3 en 4, te weten een witte Citroën Jumper, een Samsung zaktelefoon en een navigator, zullen worden verbeurd verklaard, omdat het bewezen feit met behulp van deze voor­werpen is begaan.

Ten aanzien van het op de ‘lijst van inbeslaggenomen voorwerpen’ onder 1 genoemde geldbedrag ad € 436,06, zal een last worden gegeven tot teruggave aan de verdachte.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

Gelet is op de artikelen: 33, 33a, 47, 57 en 197a van het Wetboek van Strafrecht.

Bijlagen

De in dit vonnis genoemde bijlagen maken deel uit van dit vonnis.

Beslissing

De rechtbank:

verklaart bewezen, dat de verdachte het ten laste gelegde feit, zoals hiervoor omschreven, heeft begaan;

verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte meer of anders ten laste is gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij;

stelt vast dat het bewezen verklaarde oplevert het hiervoor vermelde strafbare feit;

verklaart de verdachte strafbaar;

veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 4 (vier) maanden;

beveelt dat de tijd die door de veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering wordt gebracht, voor zover deze tijd niet reeds op een andere vrijheidsstraf in mindering is gebracht;

beslist ten aanzien van de voorwerpen, geplaatst op de lijst van inbeslaggenomen en nog niet teruggegeven voorwerpen, als volgt: - verklaart verbeurd als bijkomende straf: de witte Citroën Jumper, de Samsung zaktelefoon en de navigator;

- gelast de teruggave aan de verdachte van een geldbedrag ad € 436,06;

heft op het bevel tot voorlopige hechtenis van de verdachte met ingang van de dag waarop de totale duur van de tot dan toe ondergane verzekering en voorlopige hechtenis gelijk zal zijn aan die van de opgelegde gevangenisstraf.

Dit vonnis is gewezen door:

mr. J. van der Groen, voorzitter,

en mrs. J.L.M. Boek en D.L. Spierings, rechters,

in tegenwoordigheid van mr. J.A.N. Maat, griffier,

en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank op de datum die in de kop van dit vonnis is vermeld.

De jongste rechter is buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.

Bijlage I

Tekst tenlastelegging

Aan de verdachte wordt ten laste gelegd dat

hij in of omstreeks 3 februari 2016 te Hoek van Holland, gemeente Rotterdam,

althans in Nederland, tezamen en in vereniging met anderen, althans alleen, 2

(twee), althans één of meer perso(o)n(en) met de Syrische nationaliteit,

althans van buitenlandse afkomst,

behulpzaam is geweest bij het zich verschaffen van toegang tot of doorreis

door, en/of

- uit winstbejag behulpzaam is geweest bij het zich verschaffen van verblijf

in

Nederland en/of een andere lidstaat van de Europese Unie en/of IJsland en/of

Noorwegen en/of een staat die is toegetreden tot het op 15 november 2000 te

New York totstandgekomen Protocol tegen de smokkel van migranten over land,

over de zee en in de lucht, tot aanvulling van het op 15 november 2000 te New

York totstandgekomen Verdrag tegen transnationale georganiseerde misdaad, of

die ander(en) (telkens) daartoe gelegenheid, middelen of inlichtingen

heeft/hebben verschaft terwijl hij, verdachte en/of zijn mededader(s)

(telkens) wist(en) of ernstige redenen had(den) te vermoeden dat die toegang

of die doorreis en/of dat verblijf wederrechtelijk was,

immers heeft hij, verdachte, tezamen en in vereniging met één of meer van zijn

mededaders, althans alleen,

- bovengenoemde perso(o)n(en) in (kasten en/of meubels, achterin) een

bestelbus vervoerd van België naar Nederland en/of door Nederland, en/of

- een ticket aangeschaft voor de ferry (Stena Line) naar Groot-Brittannië

(aldus) het verblijf in Nederland en/of het transport en de doorreis door

Nederland van die bovengenoemde pers(o)n(en) georganiseerd en/of

gecoördineerd en/of gefaciliteerd,

terwijl als gevolg hiervan levensgevaar voor een ander, te weten voornoemde 2

(twee), althans één of meer perso(o)n(en) met de Syrische nationaliteit, te

duchten was;

artikel 197a lid 1, 2, 3 en 5 Wetboek van Strafrecht