Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBROT:2016:3878

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
01-06-2016
Datum publicatie
06-06-2016
Zaaknummer
C/10/485603 / HA ZA 15-1006
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Hoofdelijke schuldenaarschap (borgstelling). Toestemming echtgenoot. IPR. Toepasselijk recht. Art. 10:40 BW. Art. 1:89 jo. art. 1:88 BW.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
AR 2016/1586
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK ROTTERDAM

Afdeling privaatrecht

Team haven en handel

zaaknummer / rolnummer: C/10/485603 / HA ZA 15-1006

Vonnis van 1 juni 2016

in de zaak van

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

MEI SUM REAL ESTATE B.V.,

gevestigd te Rotterdam,

eiseres,

verweerster in reconventie,

advocaat mr. D.L.J. Martens te Rotterdam,

tegen

[gedaagde] ,

wonende te [woonplaats] ,

gedaagde,

eiser in reconventie,

advocaat mr. R.A.W.J. van Eijck te Rotterdam.

Partijen zullen hierna Mei Sum Real Estate en [gedaagde] genoemd worden.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

  • -

    de dagvaarding van 22 september 2015;

  • -

    de akte overlegging producties van Mei Sum Real Estate, met zes producties;

  • -

    de conclusie van antwoord in conventie, tevens houdende conclusie van eis in reconventie, met zeventien producties;

  • -

    het tussenvonnis (de brief) van 13 januari 2016 waarbij een comparitie van partijen is bevolen;

  • -

    de akte van depot van Mei Sum Real Estate van 21 maart 2016, waarbij een origineel exemplaar is gedeponeerd van het stuk dat door Mei Sum Real Estate is overgelegd als productie 3 bij dagvaarding;

  • -

    de conclusie van antwoord in reconventie, met dertien producties;

  • -

    productie 18 van [gedaagde] ;

  • -

    het voorafgaande aan de comparitiezitting ingekomen faxbericht van de advocaat van [gedaagde] van 5 april 2016 met een productie;

  • -

    het proces-verbaal van comparitie van partijen van 5 april 2016;

  • -

    de brief van de advocaat van [gedaagde] van 6 april 2016 met de handgeschreven en de uitgetypte versies van zijn beroep op de vernietiging van de rechtshandeling van 30 september 2011;

  • -

    de akte uitlating productie van Mei Sum Real Estate.

1.2.

Ter comparitie is vonnis bepaald.

2 Het geschil

in conventie

2.1. Mei Sum Real Estate vordert dat de rechtbank bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren vonnis [gedaagde] veroordeelt tot betaling aan Mei Sum Real Estate van:

  1. een bedrag van € 432.134,00, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 1 december 2011 tot de dag van de algehele voldoening;

  2. de proceskosten, inclusief de kosten van de gelegde beslagen, onder de bepaling dat (i) de proceskosten dienen te worden voldaan binnen veertien dagen na dagtekening van het in dezen te wijzen vonnis en, met oog op het geval voldoening niet binnen deze termijn plaatsvindt, (ii) dat deze proceskosten dienen te worden vermeerderd met de wettelijke rente vanaf bedoelde termijn voor voldoening en (iii) dat [gedaagde] veroordeeld wordt in de nakosten van € 131,00 dan wel, indien betekening plaatsvindt, € 199,00.

2.2.

Hieraan legt Mei Sum Real Estate de volgende stellingen ten grondslag:

- Op 30 september 2011 is Mei Sum Food Products B.V. (hierna: Mei Sum Food Products) een aflossingsregeling (hierna: de Overeenkomst) overeengekomen met

(A) Mei Sum Holding B.V. (hierna: Mei Sum Holding),

(B) Mei Sum Toko B.V. (hierna: Mei Sum Toko),

  • -

    C) Restaurant [restaurant Panda] (hierna: Restaurant Panda) en

  • -

    D) [gedaagde] ;

  • -

    In de Overeenkomst heeft [gedaagde] zich hoofdelijk verbonden jegens Mei Sum Food Products tot voldoening van vorderingen van Mei Sum Food Products ten bedrage van in totaal € 432.134,00 op Mei Sum Holding, Mei Sum Toko en Restaurant Panda (hierna: de Vordering); [gedaagde] heeft de Overeenkomst als bevoegde vertegenwoordiger van Mei Sum Holding, Mei Sum Toko en Restaurant Panda en voor zichzelf ondertekend;

  • -

    De Vordering is op 3 oktober 2011 door Mei Sum Food Products overgedragen aan Mei Sum Real Estate, welke overdracht op 20 januari 2012 is medegedeeld aan [gedaagde] , waarmee deze cessie is voltooid;

  • -

    In artikel 3 van de Overeenkomst is bepaald dat [gedaagde] hoofdelijk aansprakelijk is voor de Vordering en dat de Vordering zonder nadere ingebrekestelling direct opeisbaar is, indien vóór 1 december 2011 geen betalingsregeling tot stand is gekomen;

  • -

    Aan deze voorwaarde is voldaan; vóór 1 december 2011 is geen betalingsregeling tot stand gekomen; Mei Sum Real Estate heeft [gedaagde] verscheidene malen verzocht c.q. gesommeerd tot betaling van het openstaande bedrag over te gaan; [gedaagde] heeft niet aan deze verzoeken en sommaties gehoor gegeven; sterker nog, [gedaagde] heeft verscheidene malen aangegeven niet te kunnen en zullen betaling; hij verkeert derhalve in verzuim;

  • -

    Ter verzekering van hetgeen zij in de onderhavige zaak vordert van [gedaagde] heeft Mei Sum Real Estate op 11, 14 en 15 september 2015 na daartoe op 11 september 2015 verleend verlof conservatoire (derden)beslagen doen leggen ten laste van [gedaagde] .

2.3.

[gedaagde] voert verweer en concludeert tot afwijzing van het gevorderde, met veroordeling van Mei Sum Real Estate in de proceskosten bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren vonnis.

2.4.

Hiertoe voert [gedaagde] - samengevat - de volgende argumenten aan:

- [gedaagde] is de Overeenkomst niet aangegaan, want hij heeft deze niet getekend;

- Met het oog op het geval dat de rechtbank niettemin van oordeel is dat [gedaagde] de Overeenkomst wél is aangegaan, voert [gedaagde] - samengevat - de volgende subsidiaire verweren:

( i) [gedaagde] heeft gedwaald bij het aangaan van de Overeenkomst;

(ii) De Vordering ontbeert een rechtsgrond en bestaat dus niet;

(iii) De cessie van de Vordering is niet rechtsgeldig;

(iv) De Overeenkomst heeft een andere strekking dan door Mei Sum Real Estate is betoogd; de strekking van de Overeenkomst is namelijk dat [gedaagde] een (persoonlijke) borg wordt, indien Mei Sum Food Products (Mei Sum Real Estate) zich heeft ingespannen om niet voldaan aan de in artikel 3 van de Overeenkomst neergelegde opschortende voorwaarde, zodat [gedaagde] niet gehouden is tot betaling;

( v) Artikel 3 van de Overeenkomst strekt ertoe dat [gedaagde] zich borg stelt of zich tot tijdig een betalingsregeling tot stand te brengen met Mei Sum Holding, Mei Sum Toko en Restaurant Panda in de zin van artikel 3 van de Overeenkomst én deze betalingsregeling desalniettemin niet vóór 1 december 2011 tot stand komt is gekomen; aangezien Mei Sum Food Products B.V. (dan wel Mei Sum Real Estate) zich dergelijke inspanningen niet heeft getroost, is dan ook hoofdelijk medeschuldenaar stelt; [gedaagde] is de Overeenkomst aangegaan zonder toestemming van zijn echtgenote, mevrouw [echtgenote] (hierna: [echtgenote] ); [echtgenote] heeft bij e-mailbericht van 4 april 2016 om 20.50 uur de Overeenkomst - voor zover nodig buitengerechtelijk vernietigd; [gedaagde] doet een beroep op deze vernietiging.

in reconventie

2.5.

[gedaagde] vordert dat de rechtbank bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren vonnis:

primair:

- de door Mei Sum Real Estate ten laste van [gedaagde] gelegde beslagen opheft;

subsidiair:

- Mei Sum Real Estate veroordeelt tot opheffing van de door Mei Sum Real Estate ten laste van [gedaagde] gelegde beslagen binnen twee dagen na betekening van het in dezen te wijzen vonnis, op straffe van een dwangsom van € 10.000,00 en € 1.000,00 per dag dat zij daarmee in gebreke blijft;

zowel primair en subsidiair:

- Mei Sum Real Estate veroordeelt tot schadevergoeding, nader op te maken bij staat en te vereffenen volgens de wet;

- Mei Sum Real Estate veroordeelt in de proceskosten.

2.6.

Hieraan legt [gedaagde] - samengevat - de volgende stellingen ten grondslag:

  • -

    Aangezien de vorderingen die Mei Sum Real Estate zegt te hebben op [gedaagde] (geheel) ongegrond zijn, zijn de onderhavige, ten laste van [gedaagde] gelegde, beslagen onrechtmatig;

  • -

    Daarom dienen deze beslagen te worden opgeheven en dient Mei Sum Real Estate te worden veroordeeld tot betaling aan [gedaagde] van de door deze beslagen ontstane schade voor [gedaagde] .

2.7. Mei Sum Real Estate voert verweer en concludeert tot afwijzing van het gevorderde, met veroordeling bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren vonnis van [gedaagde] in de proceskosten, onder de bepaling dat (i) de proceskosten dienen te worden voldaan binnen veertien dagen na dagtekening van het in dezen te wijzen vonnis en, met oog op het geval voldoening niet binnen deze termijn plaatsvindt, (ii) dat deze proceskosten dienen te worden vermeerderd met de wettelijke rente vanaf bedoelde termijn voor voldoening en (iii) dat [gedaagde] veroordeeld wordt in de nakosten van € 131,00 dan wel, indien betekening plaatsvindt, € 199,00.

2.8.

Hiertoe voert Mei Sum Real Estate dezelfde stellingen aan als de stellingen die zij aan haar vorderingen in conventie ten grondslag legt.

3 De beoordeling

in conventie

3.1. Mei Sum Real Estate baseert haar vordering op cessie van de Vordering, die is gebaseerd op de Overeenkomst. Een van de meest verstrekkende verweren van [gedaagde] vormt zijn beroep op vernietiging van de Overeenkomst door [echtgenote] bij schrijven van 4 april 2016.

3.2.

[gedaagde] baseert zijn beroep op de door hem gestelde vernietiging van de Overeenkomst door [echtgenote] op artikel 1:89 BW juncto artikel 1:88 BW.

3.3.

Artikel 1:88 BW luidt - aangehaald voor zover relevant - als volgt:

1. Een echtgenoot behoeft de toestemming van de andere echtgenoot voor de volgende rechtshandelingen:

(…)

overeenkomsten die ertoe strekken dat hij, anders dan in de normale uitoefening van zijn beroep of bedrijf, zich als borg of hoofdelijk medeschuldenaar verbindt, zich voor een derde sterk maakt, of zich tot zekerheidstelling voor een schuld van de derde verbindt;

(…)

5. Toestemming voor een rechtshandeling als bedoeld in lid 1 onder c, is niet vereist, indien zij wordt verricht door een bestuurder van een naamloze vennootschap of van een besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid, die daarvan alleen of met zijn medebestuurders de meerderheid der aandelen houdt en mits zij geschiedt ten behoeve van de normale uitoefening van het bedrijf van dit vennootschap.

(…)

3.4.

[gedaagde] heeft ter zitting verklaard dat hij op 3 november 2005 naar Chinees recht is getrouwd met [echtgenote] en dat hij en [echtgenote] sedert omstreeks april 2006 in Barendrecht wonen.

Mei Sum Real Estate betwist die stellingen. Mei Sum Real Estate betwist voorts de stelling van [gedaagde] dat [echtgenote] de Overeenkomst heeft vernietigd in de zin van artikel 1:89 BW juncto artikel 1:88 BW door middel van het ‘Vernietiging rechtshandeling’ getitelde en op 4 april 2016 gedateerde stuk, waarvan de advocaat van [gedaagde] bij faxbericht van 5 april 2016 een fotokopie in het geding heeft gebracht.

3.5.

Gelet op hetgeen is bepaald in artikel 10:40 BW - de voor de Nederlandse rechter geldende ipr-conflictregel inzake het toepasselijke recht op (de gevolgen van het ontbreken van) de toestemming van de echtgenoot in de zin van artikel 1:88 BW - ziet de rechtbank aanleiding allereerst te beoordelen welk recht in de onderhavige zaak van toepassing is volgens deze conflictregel.

3.6.

Artikel 10:40 BW luidt als volgt:

De vraag of een echtgenoot voor een rechtshandeling de toestemming van de andere echtgenoot behoeft, en zo ja, in welke vorm deze toestemming moet worden verleend, of zij kan worden vervangen door een beslissing van de rechter of een zekere autoriteit, alsmede welke de gevolgen zijn van het ontbreken van deze toestemming, wordt beheerst door het recht van de staat waar de andere echtgenoot ten tijde van het verrichten van die rechtshandeling zijn gewone verblijfplaats heeft.

Het bepaalde in de artikelen 1:88 BW en 1:89 BW is derhalve van toepassing, indien [echtgenote] , ten tijde van het aangaan van de Overeenkomst, op 30 september 2011, de echtgenote was van [gedaagde] en [echtgenote] haar gewone verblijfplaats in Nederland had en [echtgenote] de Overeenkomst buitengerechtelijk heeft vernietigd in de zin van artikel 1:89 BW juncto artikel 1:88 BW door middel van het ‘Vernietiging rechtshandeling’ getitelde en op 4 april 2016 gedateerde stuk, waarvan [gedaagde] bij faxbericht van 5 april 2016 een fotokopie in het geding heeft gebracht.

Voor een rechtsgeldige buitengerechtelijke vernietiging van een rechtshandeling dient voldaan te zijn aan het bepaalde in artikel 3:50 BW. Mei Sum Real Estate stelt, als gezegd, dat de Overeenkomst niet rechtsgeldig is vernietigd door het ‘Vernietiging rechtshandeling’ getitelde en op 4 april 2016 gedateerde stuk. [gedaagde] dient dan ook aan te tonen dat dit stuk voldoet aan de relevante vereisten voor een buitengerechtelijke vernietiging.

3.7.

[gedaagde] zal worden toegelaten tot het bewijs (a) dat [echtgenote] ten tijde van het aangaan van de Overeenkomst, op 30 september 2011, de echtgenote was van [gedaagde] ingevolge een huwelijk dat in Nederland wordt erkend, (b) van feiten en omstandigheden waaruit volgt dat [echtgenote] op dat tijdstip haar gewone verblijfplaats in Nederland had in de zin van artikel 10:40 BW en (c) dat [echtgenote] de Overeenkomst rechtsgeldig heeft vernietigd in de zin van artikel 1:89 BW juncto artikel 1:88 BW door middel van het ‘Vernietiging rechtshandeling’ getitelde en op 4 april 2016 gedateerde stuk, waarvan [gedaagde] bij faxbericht van 5 april 2016 een fotokopie in het geding heeft gebracht.

3.8.

Met het oog op het geval dat [gedaagde] in dit bewijs slaagt en dus voldaan is aan de toepasselijkheid van de artikelen 1:88 BW en 1:89 BW, overweegt de rechtbank als volgt.

3.8.1.

Anders dan Mei Sum Real Estate betoogt (akte uitlating productie, randnr. 8), is voor het antwoord op de vraag of de in lid 5 van artikel 1:88 BW neergelegde uitzondering op het vereiste van toestemming van de echtgenoot van toepassing is, niet van belang of de rechtshandeling waarvoor hoofdelijk schuldenaarschap of borgstelling is aangegaan behoort tot de normale uitoefening van de in deze bepaling bedoelde vennootschap. Van belang is slechts of het aangaan zélf van hoofdelijk schuldenaarschap of borgstelling door [gedaagde] behoort tot de normale uitoefening van Wongs bedrijven Mei Sum Holding, Mei Sum Toko en Restaurant Panda. Aangezien niet in geschil is dat dat laatste niet het geval is, mist het bepaalde in lid 5 van artikel 1:88 BW dan ook toepassing.

3.8.2.

De verdere beoordeling van het tussen partijen gerezen geschil zal worden aangehouden, waaronder het beroep door Mei Sum Real Estate op verjaring van de mogelijkheid om vernietiging van de Overeenkomst in te roepen.

3.9.

Iedere verdere beslissing zal worden aangehouden.

in reconventie

3.10.

Hangende de verdere beoordeling in conventie zal de rechtbank de behandeling van de vordering in reconventie aanhouden.

4 De beslissing

De rechtbank

in conventie

4.1.

laat [gedaagde] toe te bewijzen:

  • -

    a) dat [echtgenote] ten tijde van het aangaan van de Overeenkomst, op 30 september 2011, de echtgenote was van [gedaagde] ingevolge een huwelijk dat in Nederland wordt erkend; en

  • -

    b) feiten en omstandigheden waaruit volgt dat [echtgenote] op dat tijdstip haar gewone verblijfplaats in Nederland had in de zin van artikel 10:40 BW;

en

( c) feiten of omstandigheden waaruit blijkt dat [echtgenote] de Overeenkomst rechtsgeldig heeft vernietigd in de zin van de artikelen 1:89 BW, 1:88 BW en 3:50 BW door middel van het ‘Vernietiging rechtshandeling’ getitelde en op 4 april 2016 gedateerde stuk waarvan [gedaagde] bij faxbericht van 5 april 2016 een fotokopie in het geding heeft gebracht;

4.2.

bepaalt dat indien Wongbewijs door getuigen wil leveren,

  • -

    a) de getuigen zullen worden verhoord in het gebouw van de rechtbank, Wilhelminaplein 100/125 te Rotterdam ten overstaan van de na te noemen rechter;

  • -

    b) [gedaagde] binnen vier weken na dit vonnis de zijnerzijds voor te brengen getuigen, hun verhinderdata en die van beide partijen en hun advocaten dient op te geven aan de rechtbank;

  • -

    c) de getuigen zullen worden verhoord op een aan de hand van de onder (b) bedoelde opgave te bepalen dag en tijd;

4.3.

houdt iedere verdere beslissing aan;

in reconventie

4.4.

houdt iedere beslissing aan.

Dit vonnis is gewezen door mr. W.P. Sprenger en in het openbaar uitgesproken op 1 juni 2016.

901/1928