Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBROT:2016:3584

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
04-05-2016
Datum publicatie
13-05-2016
Zaaknummer
C/10/473389 / HA ZA 15-325
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Vordering tot uitkering van managementfee. In geschil is of eiseres vorderingsgerechtigd is en of een managementfee voor het betreffende jaar was overeengekomen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK ROTTERDAM

Team haven en handel

zaaknummer / rolnummer: C/10/473389 / HA ZA 15-325

Vonnis van 4 mei 2016

in de zaak van

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

BURGER SERVICES B.V.,

gevestigd te Poortugaal, gemeente Albrandswaard,

eiseres,

advocaat mr. A.E.M. Bierens te Veghel,

tegen

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

CHINA SHIPPING AGENCY CO. (NETHERLANDS) B.V.,

gevestigd te Rotterdam,

gedaagde,

advocaat mr. R.A. Klaassen te Rotterdam.

Partijen zullen hierna Burger Services en China Shipping genoemd worden.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

  • -

    de dagvaarding d.d. 18 maart 2015, met de producties A en 1 t/m 6;

  • -

    de conclusie van antwoord, met de producties 1 en 2;

  • -

    het tussenvonnis van 24 juni 2015 waarin een comparitie van partijen is bepaald;

  • -

    de bij fax van 25 augustus 2015 zijdens Burger Services in het geding gebrachte stukken;

  • -

    het proces-verbaal van comparitie van 1 september 2015.

1.2.

Ter comparitie is vonnis bepaald.

1.3.

Bij brief van 6 april 2016 heeft de rechtbank partijen laten weten dat de rechter ten overstaan van wie de comparitie heeft plaatsgevonden niet meer beschikbaar is om het vonnis te wijzen. Partijen hebben op die brief niet gereageerd.

2 De feiten

2.1.

Burger Services houdt zich bezig met scheepvaartagentuur en vertegenwoordigt als zodanig diverse rederijen. Zij maakt onderdeel uit van de RoyalBurgerGroup waartoe ook de holdingmaatschappij Koninklijke Burger Groep B.V. (hierna: Koninklijke Burger Groep) behoort. Burger Services is een 100% dochter van Koninklijke Burger Groep. Ook Tustal B.V. (hierna: Tustal) is een 100% dochter van Koninklijke Burger Groep. Tustal hield van 2001 tot 16 mei 2014 40% van de aandelen in China Shipping.

2.2.

China Shipping is een dochtervennootschap van China Shipping (Europe) Holding GmbH (hierna: China Shipping Europe). Tot 2014 hield China Shipping Europe 60% van de aandelen in China Shipping. In 2014 heeft China Shipping Europe de aandelen van Tustal in China Shipping gekocht en werd zij 100% aandeelhouder in China Shipping.

2.3.

Op 4 juni 2012 is een “Combined Annual Shareholders and Supervisory Board meeting of China Shipping” (hierna de gecombineerde aandeelhoudersvergadering 2012 genoemd) gehouden. De overgelegde notulen van deze gecombineerde aandeelhoudersvergadering luiden, voor zover van belang, als volgt:

“Present as shareholders:

[persoon 1] President China Shipping (Europe) Holding GmbH

[persoon 2] Koninklijke Burger Groep B.V. (Royal Burger Group)

and

Present as Supervisory Board and management:

[persoon 1] Chairman Supervisory Board and representing by proxy [persoon 3] and [persoon 4]

[persoon 2] Supervisory Board member for Koninklijke Burger Groep B.V. (Royal Burger Group)

..

The Chairman stated that 100% of the shareholders are represented due to his and [persoon 2] presence. Therefore legally valid decisions can be taken.

..

[persoon 1] mentioned that he gave full explanation tot he introduction of the service fee agreement. The fee is covering the management and coordination activities as performed by CS Holding, and will be solely charged by CS Holding.

Dutch shareholders commented that they seek a reasonable contribution for the supervising tasks they are performing for CSA Rotterdam. After some discussion it was agreed that a management fee of

€ 100,000 for 2012 will be established, to be shared according to the shareholders ratio (60/40).

Before closing the meeting [persoon 1] summarized and highlighted a number of topics;

..

- Management fee will continue, but against level of € 100,000 for 2012.”

2.4.

Op 16 april 2013 is een “Annual Shareholders meeting of China Shipping Agency Co. (Netherlands) B.V.” (hierna de aandeelhoudersvergadering 2013 genoemd) en een “Combined Annual Shareholders and Supervisory Board meeting of China Shipping Agency CO. (Netherlands) B.V.” (hierna de gecombineerde aandeelhoudersvergadering 2013 genoemd) gehouden. De overgelegde notulen van de aandeelhoudersvergadering 2013 luiden, voor zover van belang, als volgt:

“Present as shareholders:

[persoon 1] President China Shipping (Europe) Holding GmbH

[persoon 2] Koninklijke Burger Groep B.V. (Royal Burger Group)

[persoon 1] Zhongping (chairman) opened the meeting, and concluded that 100% of shareholders are respresented duet o his and [persoon 2] ’s presence. Therefore legally valid decisions can be taken.”

En de notulen van de gecombineerde aandeelhoudersvergadering 2013 luiden voor zover hier van belang:

“Present as shareholders:

[persoon 1] President China Shipping (Europe) Holding GmbH

[persoon 2] Koninklijke Burger Groep B.V. (Royal Burger Group)

and

Present as Supervisory Board and management:

[persoon 1] Chairman Supervisory Board and representing by proxy [persoon 3] and [persoon 4]

[persoon 2] Supervisory Board member for Koninklijke Burger Groep B.V. (Royal Burger Group)

..

[persoon 1] is prepared to continue with the 2012 management fee, but he suggested Burger to review its position to either continue with the management fee, or keep the fee in the company for later distribution as dividend. Burger promised to revert on this after the meeting.

..

Before closing the meeting [persoon 1] summarized and highligthed a number of topics;

..

- For management fee [persoon 1] suggests to consult E&Y tax advisor, so that Burger can decide to continue with management fee agreement or pay out as dividend.”

2.5.

Burger Services heeft op 23 december 2013 China Shipping een factuur ad

€ 48.400,00 gestuurd. De omschrijving op de factuur luidt: “We herewith charge you for the Management for the year 2013, as par Consulting an Management agreement with Royal Burger Group B.V.”

2.6.

Bij mail van 4 maart 2014 heeft Zhixlang Yang namens China Shipping Europe aan [persoon 2] (Koninklijke Burger Groep) en [persoon 1] (China Shipping Europe) onder meer en voor zover hier van belang het volgende bericht:

“(…) For easy reference purpose, we quote the following table of management fee in past years:

10 thousands EURO

Year

management fee

2003

44,00

2004

61,60

2005

63,50

2006

58,80

2007

80,90

2008

45,00

2009

12,20

2010

60,00

2011

24,00

2012

10,00

2013

10,00

TOTAL

470,0

(…)”

3 Het geschil

3.1.

Burger Services vordert samengevat - veroordeling van China Shipping, bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad, tot betaling van de hoofdsom van € 48.400,00 vermeerderd met de wettelijke handelsrente over de hoofdsom en vermeerderd met primair de contractuele buitengerechtelijke incassokosten van € 4.840,00, subsidiair de buitengerechtelijke kosten op grond van artikel 6:96 lid 2 onder c BW, met veroordeling van China Shipping in de kosten van het geding, vermeerderd met de wettelijke rente hierover.

3.2.

China Shipping voert verweer en concludeert tot afwijzing van de vordering van Burger Services met veroordeling van Burger Services in de (reëele) kosten van deze procedure.

3.3.

Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4 De beoordeling

4.1.

Burger Services vordert in deze procedure van China Shipping een ‘management fee’ ad € 48.400,00 over het jaar 2013. Burger Services heeft hiertoe aangevoerd dat Koninklijke Burger Groep aanspraak kan maken op een management fee op grond van een daartoe tussen de aandeelhouders van China Shipping gesloten overeenkomst. In de verhouding tussen de aandeelhouders van China Shipping werd hierover jaarlijks beslist. In de dagvaarding heeft Burger Services in dit verband gewezen op de gecombineerde aandeelhoudersvergadering van 4 juni 2012. Ter voorbereiding op de comparitie heeft Burger Services de in 2.4 weergegeven notulen overgelegd. Burger Services heeft gesteld dat, voor zover in die laatste stukken gesproken wordt van een voorstel van de zijde van China Shipping Europe om de management fee niet uit te keren maar in de onderneming te houden, dit voorstel door Koninklijke Burger Groep is geweigerd. De vergoeding was bedoeld voor de commissarissen en andere personen binnen de groep die werkzaamheden ten behoeve van China Shipping verrichten. Burger Services heeft van Koninklijke Burger Groep de last gekregen om deze vordering op eigen naam te incasseren.

4.2.

China Shipping betwist dat zij gehouden is tot het betalen van een management fee aan Burger Services. Zij heeft tegen de vordering van Burger Services een aantal verweren gevoerd die hierna zullen worden behandeld.

4.3.

China Shipping voert allereerst aan dat Burger Services niet vorderingsgerechtigd is omdat niet Koninklijke Burger Groep maar Tustal in 2013 aandeelhouder was van de 40% aandelen in China Shipping. De rechtbank overweegt op dit punt als volgt.

4.4.

Burger Services heeft onweersproken gesteld dat het – “sinds jaar en dag” – gebruikelijk was dat niet Tustal maar haar moedermaatschappij Koninklijke Burger Groep – dus niet de aandeelhouder van China Shipping – naar de aandeelhoudersvergaderingen van China Shipping ging en daar afspraken maakte over, onder meer, de management fee. De rechtbank begrijpt dit standpunt aldus dat het volgens Burger Services tussen de aandeelhouders van China Shipping geen punt van discussie was dat Koninklijke Burger Groep ter vergadering van de aandeelhouders (in plaats van Tustal) aanwezig was en ook door de andere aandeelhouder in feite als mede-aandeelhouder werd beschouwd. Dit is niet weersproken door China Shipping en vindt met zoveel woorden bevestiging in de overgelegde notulen van de (gecombineerde) aandeelhoudersvergaderingen 2012 en 2013. Daarin staat immers bij ‘present as shareholders’, naast China Shipping Europe, Koninklijke Burger Groep vermeld. Ook blijkt de juistheid van het hier bedoelde standpunt van Burger Services uit de opmerkingen van de voorzitter van de gecombineerde aandeelhoudervergadering 2012, [persoon 1] , dat door de aanwezigheid van [persoon 2] (namens Koninklijke Burger Groep) en hemzelf, 100% van de aandeelhouders is vertegenwoordigd en dat daarom juridisch geldige besluiten genomen kunnen worden. [persoon 1] herhaalt deze opmerking op de aandeelhoudersvergadering 2013.

4.5.

Tegen de achtergrond van deze kennelijk ontstane praktijk kunnen de notulen van de aandeelhoudersvergaderingen in redelijkheid niet anders worden begrepen dan in die zin dat, daar waar in die notulen over de aandeelhouders wordt gesproken, bedoeld zijn China Shipping Europe en Koninklijke Burger Groep. Nu in die notulen steeds wordt gesproken over een aan de aandeelhouders (al dan niet) toekomende management fee, volgt hieruit dat het ook Koninklijke Burger Groep is die (al dan niet) op die management fee aanspraak kan maken. Niet ter discussie staat dat Burger Services van Koninklijke Burger Groep last heeft gekregen om deze vordering te incasseren. Het verweer van China Shipping op dit punt kan daarom niet slagen.

4.6.

Voorts heeft China Shipping aangevoerd dat er in 2013 geen recht op een management fee bestond. De in 2012 gemaakte afspraak over de management fee had alleen betrekking op het jaar 2012. De management fee werd jaarlijks besproken en kon per jaar worden gewijzigd. In 2013 is er geen aandeelhoudersvergadering en/of vergadering van de Raad van Commissarissen gehouden waarin een definitieve beslissing is genomen over de management fee van dat jaar, aldus China Shipping.

4.7.

In het midden kan blijven of de beslissing over de management fee in de gecombineerde aandeelhoudersvergadering 2012 zich mede uitstrekt over 2013. De rechtbank begrijpt het standpunt van Burger Services aldus dat ook in 2013 een aanspraak op een management fee over dat jaar is komen vast te staan. De rechtbank honoreert dat standpunt. Daartoe wordt als volgt overwogen.

4.8.

In de notulen van de gecombineerde aandeelhoudersvergadering 2013 is namens [persoon 1] opgetekend dat hij bereid is om door te gaan met de ‘2012 management fee’, maar dat Koninklijke Burger Groep zich moet beraden of zij wil doorgaan met de management fee of dat zij dit bedrag in de onderneming houdt om later als dividend uitgekeerd te krijgen. ‘Burger’ zal hier na de vergadering op terugkomen, zo staat in de notulen. In zoverre is de rechtbank met China Shipping van oordeel dat in de hier bedoelde vergadering kennelijk geen definitief besluit over het (opnieuw) toekennen van een management fee aan Koninklijke Burger Groep is genomen. Wel volgt uit de notulen van deze vergadering dat de mede-aandeelhouder (vertegenwoordigd door de heer Liu) op zichzelf wel bereid was om die managementfee opnieuw vast te stellen, en dat het aan Koninklijke Burger Groep was om zich te beraden op uitkering van die fee dan wel op het (vooralsnog) behouden van dat bedrag voor de onderneming. Klaarblijkelijk heeft Koninklijke Burger Groep gekozen voor uitkering van de management fee, zoals zij ter comparitie uitdrukkelijk heeft verklaard en niet door China Shipping is weersproken. Uit de door Burger Services in het geding gebrachte e-mail van China Shipping Europe van 4 maart 2014 (zie 2.6) volgt immers dat de mede-aandeelhouder zelf uitgaat van een “annual management fee plan” en dat (ook) voor 2013 een management van fee van € 100.000,-- is vastgesteld, teneinde te worden “distributed in proportion of shares” tussen de aandeelhouders. Verder acht de rechtbank van belang dat ook China Shipping zelf er vanuit gaat dat (ook) over 2013 aanspraak bestaat op een management fee. Zij heeft zich in deze procedure immers op het standpunt gesteld dat die management fee is verdisconteerd in de prijs van de aandelen in China Shipping, die Burger Services in 2014 aan China Shipping Europe heeft verkocht (waarover nader onder 4.9). Zonder aanspraak op een management fee kan deze niet in de koopprijs worden verdisconteerd. Uit deze omstandigheden in onderlinge samenhang bezien leidt de rechtbank af dat ook over 2013 een aanspraak op een management fee van in totaal € 100.000,-- (te verdelen naar rato onder de beide aandeelhouders) is komen vast te staan.

4.9.

China Shipping heeft bij conclusie van antwoord het verweer gevoerd dat het

“waarschijnlijk [lijkt] dat partijen geen behoefte meer hadden aan zo’n vergadering mogelijk vanwege het feit dat de aandelen van Tustal in China Shipping zouden gaan worden verkocht. De managementfee is dan in de koopprijs en/of het uit te keren dividend over 2013 meegenomen.”

Op dit – in tamelijk vage bewoordingen geformuleerde – verweer heeft Burger Services ter comparitie concreet gereageerd. Zij heeft erop gewezen dat in het kader van de aandelentransactie een belastinggarantie van € 100.000,-- is afgegeven voor het geval de fiscus in verband met de management fee een navordering zou opleggen. Ook heeft zij gesteld dat de koopprijs is berekend volgens EBITDA waarop een ‘multiplier’ is toegepast. Het had gelet op dit concrete betoog op de weg van China Shipping gelegen ook op haar beurt haar standpunt te concretiseren. Dat heeft zij niet gedaan. Zij heeft volstaan met louter haar stelling dat de management fee in de koopprijs van de aandelen is verdisconteerd. Dat is onvoldoende. Als vaststaand moet daarom worden aangenomen dat de management fee over 2013 niet in de koopprijs van de aandelen is verdisconteerd.

4.10.

Het hiervoor overwogene leidt ertoe dat de vordering van Burger Services ad

€ 48.400,00, dat wil zeggen 40% van € 100.000,00 en vermeerderd met BTW, zal worden toegewezen.

4.11.

De aanspraak van Burger Services op de wettelijke handelsrente ex artikel 6:119a BW vanaf 30 dagen na factuurdatum zal als onweersproken worden toegewezen.

4.12.

Burger Services vordert primair op grond van de Algemene Nederlandse Cargadoorsvoorwaarden een bedrag van € 4.840,00 aan buitengerechtelijke incassokosten. Subsidiar vordert Burger Services de buitengerechtelijke kosten op grond van artikel 6:96 lid 2 onder c BW. China Shipping betwist dat Burger Services op grond van de Algemene Nederlandse Cargadoorsvoorwaarden aanspraak heeft op vergoeding van buitengerechtelijke kosten. Zij betwist dat deze voorwaarden van toepassing zijn op het onderhavige geschil. China Shipping heeft de voorwaarden vernietigd.

4.13.

Naar het oordeel van de rechtbank zijn de Algemene Cargadoorsvoorwaarden hier niet van toepassing. Burger Services heeft niet gereageerd op het verweer van China Shipping dat deze voorwaarden niet van toepassing zijn, nu het hier niet gaat om het verrichten van cargadoorswerkzaamheden maar om het verkrijgen van een vergoeding als aandeelhouder. Burger Services heeft haar standpunt daarom onvoldoende gemotiveerd gehandhaafd.

4.14.

De rechtbank constateert dat Burger Services haar stelling dat zij buitengerechtelijke incassowerkzaamheden heeft verricht op geen enkele wijze heeft geconcretiseerd. De vordering tot vergoeding van de daarmee gemoeide kosten zal daarom als onvoldoende onderbouwd worden afgewezen.

4.15.

China Shipping zal als de grotendeels in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld. De kosten aan de zijde van Burger Services worden begroot op:

- dagvaarding € 84,84

- griffierecht € 1.909,00

- salaris advocaat € 1.788,00 (2 punt × tarief € 894,00)

Totaal € 3.781,84

5 De beslissing

De rechtbank

5.1.

veroordeelt China Shipping om aan Burger Services te betalen een bedrag van € 48.400,00 (achtenveertig duizendvierhonderd euro), vermeerderd met de wettelijke rente als bedoeld in art. 6:119a BW over het toegewezen bedrag vanaf 30 dagen na de factuurdatum tot de dag van volledige betaling;

5.2.

veroordeelt China Shipping in de proceskosten, aan de zijde van Burger Services tot op heden begroot op € 3.781,84, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in art. 6:119 BW over dit bedrag met ingang vanaf veertien dagen na dit vonnis tot de dag van volledige betaling;

5.3.

verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad;

5.4.

wijst het meer of anders gevorderde af.

Dit vonnis is gewezen door mr. Th. Veling en in het openbaar uitgesproken op 4 mei 2016.

1295/1980