Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBROT:2016:3581

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
24-03-2016
Datum publicatie
12-05-2016
Zaaknummer
4289713 CV EXPL 15-5645
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Geen opzettelijke schending mededelingsplicht als bedoeld in art. 7:941 lid 2 BW. Vraag op aanrijdingsformulier, “Met welke snelheid reed u toen u werd aangereden?”, is voor verschillende uitleg vatbaar.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

zaaknummer: 4289713 CV EXPL 15-5645

uitspraak: 24 maart 2016

vonnis van de kantonrechter, zitting houdende te Dordrecht,

in de zaak van:

de naamloze vennootschap

Delta Lloyd Schadeverzekeringen N.V.,

gevestigd te Amsterdam,

eiseres in conventie,

verweerster in reconventie,

gemachtigden: mr. J.D. van de Meent en mr. M. Jongkind,

tegen:

[gedaagde] ,

h.o.d.n. [handelsnaam gedaagde] ,

wonende te [woonplaats] ,

gedaagde in conventie,

eiser in reconventie,

gemachtigde: mr. T.W. Phea.

Partijen worden hierna aangeduid als ‘Delta Lloyd’ en ‘ [gedaagde] ’.

Verloop van de procedure

Het verloop van de procedure blijkt uit:

  1. de dagvaarding van 8 juli 2015, met producties;

  2. de incidentele conclusie tot oproeping in vrijwaring, met producties;

  3. de conclusie van antwoord in het incident;

  4. het vonnis in het incident van 19 november 2015;

  5. de conclusie van antwoord tevens conclusie van eis in reconventie, met producties;

  6. de conclusie van antwoord in reconventie, met producties;

  7. het tussenvonnis van 24 december 2015 waarin een comparitie van partijen is bepaald;

  8. de bij akte van 29 januari 2016 ingediende productie van de zijde van [gedaagde] ;

  9. de aantekening dat de comparitie heeft plaatsgevonden op 5 februari 2016.

Het vonnis is nader bepaald op heden.

Omschrijving van het geschil

1. De feiten

1.1

Als enerzijds gesteld en anderzijds niet of onvoldoende weersproken, staat het volgende tussen partijen vast.

1.2

[gedaagde] heeft voor zijn bestelbus een verzekering afgesloten bij Delta Lloyd.

1.3

Op 20 februari 2014 heeft [gedaagde] een aanrijding gekregen met zijn bestelbus. Hij heeft hiervoor een claim ingediend bij Delta Lloyd die hiervoor aan hem een bedrag van € 3.670,66 heeft uitgekeerd.

1.4

Na de aanrijding heeft [gedaagde] een aanrijdingsformulier ingevuld dat hij bij het indienen van de claim aan Delta Lloyd heeft gestuurd. Op dat formulier heeft [gedaagde] bij ‘de toedracht’ het vakje bij “stond geparkeerd/stond stil” niet aangekruist. Daarnaast heeft [gedaagde] ingevuld dat werd gereden met een snelheid van ±40 km per uur.

1.5

Op 22 mei 2014 is Delta Lloyd een intern onderzoek gestart naar de schade. Het onderzoek is uitgevoerd door mevrouw [S.] . Gedurende het onderzoek heeft mevrouw [S.] van Delta Lloyd telefonisch contact opgenomen met [gedaagde] . In dat gesprek heeft [gedaagde] gezegd dat er vóór het ongeluk geen zichtbare schade op de bestelbus aanwezig was en dat hij 40 km per uur reed toen hij werd aangereden.

1.6

Op 6 juni 2014 heeft Delta Lloyd het interne onderzoek afgerond. De conclusies van het onderzoek luidden als volgt:

“ Uit het door mij, [S.] , ingestelde onderzoek is gebleken dat:

- alle schade aan de kinderzijkant van de VW Transporter onmogelijk door de onderhavige aanrijding ontstaan kan zijn;

- met uitzondering van de krassen in de lengterichting, alle schaden aan de linkerzijkant van de Volkswagen zijn ontstaan bij (nagenoeg) stilstand;

- de krassen in de lengterichting van de Volkswagen niet zijn ontstaan bij onderhavige aanrijding;

- de turbo motor niet defect kan zijn geraakt door onderhavige aanrijding, omdat er geen verband is tussen de turboschade en de overige schaden;

- betrokkenen een onjuiste toedracht op het schadeformulier hebben opgegeven van de aanrijding;

- er kennelijk sprake is van een verzekeringsfraude/opzetaanrijding waar mogelijk beide partijen bij betrokken zijn;

- verzekerde en tegenpartij, kennelijk bewust onjuiste informatie hebben vermeld op het aanrijdingsformulier (valsheid in geschrifte) en tegenpartij bewust onjuist verklaard heeft tegenover een vertegenwoordiger van e verzekeringsmaatschappij met het kennelijke doel een schade-uitkering te ontvangen waarop geen recht bestaat.”

1.7

Delta Lloyd heeft naar aanleiding van het onderzoek het aan [gedaagde] uitbetaalde bedrag teruggevorderd. Tevens heeft zij de gegevens van [gedaagde] opgenomen in het incidentenregister van Delta Lloyd, alsmede in het Extern Verwijzingsregister bij Stichting CIS.

2. De vordering in conventie

2.1

Delta Lloyd vordert dat [gedaagde] bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad, wordt veroordeeld tot betaling van een bedrag van € 4.369,04, te vermeerderen met de wettelijke rente over een bedrag van € 3.670,66 vanaf 13 mei 2015 tot aan de dag van algehele voldoening, met veroordeling van [gedaagde] in de proceskosten.

2.2

Delta Lloyd legt aan haar vordering ten grondslag dat [gedaagde] bij het melden van de schade opzettelijk onjuiste informatie heeft opgegeven, zodat het recht op uitkering is komen te vervallen en het reeds betaalde bedrag onverschuldigd is betaald. Zij maakt tevens aanspraak op een bedrag van € 595,40 aan buitengerechtelijke kosten en € 102,98 aan vervallen wettelijke rente.

2.3

[gedaagde] weerspreekt dat hij opzettelijk onjuiste informatie heeft doorgegeven en daarmee dat het bedrag onverschuldigd is betaald.

3. De vordering in reconventie

3.1

[gedaagde] vordert in reconventie dat bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad:

a. voor recht wordt verklaard dat Delta Lloyd de tussen partijen gesloten bestelautoverzekering voor de Volkswagen Transporter met het kenteken [kenteken] op onjuiste gronden heeft beëindigd;

b. Delta Lloyd wordt veroordeeld om binnen veertien dagen na betekening van het vonnis over te gaan tot het indienen van een schriftelijk verzoek aan het Centrum Bestrijding Verzekeringscriminaliteit van het Verbond van Verzekeraars en aan Stichting CIS, strekkende tot het ongedaan maken en ongedaan gemaakt houden van de registraties ten name van [gedaagde] , evenals het per gelijke post verzenden van een afschrift van genoemd verzoek aan [gedaagde] en voorts alle medewerking te verlenen om de ongedaanmaking van de genoemde registraties te realiseren, zulks op straffe van verbeurte van een dwangsom van € 500,00 voor iedere dag of een gedeelte daarvan dat Delta Lloyd met nakoming van dit gebod in gebreke blijft;

c. Delta Lloyd wordt veroordeeld om binnen veertien dagen na betekening van het vonnis over te gaan tot het ongedaan maken en ongedaan gemaakt houden van de registraties van [gedaagde] in het eigen incidentenregister van Delta Lloyd, zulks op straffe van verbeurte van een dwangsom ten bedrage van € 500,00 voor iedere dag of een gedeelte daarvan, dat Delta Lloyd met de nakoming van dit gebod in gebreke blijft;

d. Delta Lloyd wordt veroordeeld in de proceskosten, waaronder een bedrag aan nakosten, te vermeerderen met de wettelijke rente.

3.2

[gedaagde] betwist dat hij niet naar waarheid heeft verklaard dan wel anderszins heeft gefraudeerd. De registraties zijn daarom onrechtmatig.

3.3

Delta Lloyd concludeert tot afwijzing van de door [gedaagde] ingestelde vorderingen.

Beoordeling van het geschil

4.1

De vordering in conventie en die in reconventie zullen gezamenlijk worden besproken.

4.2

Delta Lloyd stelt dat [gedaagde] opzettelijk de op hem rustende mededelingsplicht als bedoeld in artikel 7:941 lid 2 BW heeft geschonden met het oogmerk een hogere schadevergoeding respectievelijk uitkering te krijgen dan waarop hij op basis van de ware stand van zaken recht zou hebben gehad. Meer in het bijzonder stelt Delta Lloyd dat [gedaagde] heeft verzwegen dat zijn voertuig op het moment van de aanrijding stilstond en voorts dat hij heeft verzwegen dat voorafgaand aan het ongeluk er al schade aan het voertuig aanwezig was. Delta Lloyd beroept zich in dit verband op de bevindingen van het door [S.] uitgevoerde onderzoek.

4.3

Ter zitting heeft [gedaagde] aangevoerd dat het voertuig op het moment van de aanrijding nagenoeg stilstond, omdat hij net voordat de aanrijding had plaatsgevonden vol op zijn rem is gaan staan. Bij het invullen van het aanrijdingsformulier en het beantwoorden van de door [S.] in het telefoongesprek gestelde vragen ging hij er echter van uit dat werd gedoeld op zijn snelheid net voor het moment van de aanrijding, zo voert hij aan. Mede gelet op deze door [gedaagde] gegeven verklaring kan niet worden vastgesteld dat hij opzettelijk heeft verzwegen dat hij op het laatste moment zijn voertuig nagenoeg tot stilstand heeft gebracht, laat staan dat dit met het opzet was om Delta Lloyd te misleiden. Dat met de vraag ‘met welke snelheid werd gereden’ op de achterzijde van het aanrijdingsformulier zou worden gedoeld op de botssnelheid in plaats van op de snelheid kort voor het moment van de aanrijding, ligt geenszins voor de hand. Ook de vraag die onderzoeker [S.] aan [gedaagde] heeft gesteld, t.w.: ‘Met welke snelheid reed u toen u werd aangereden?’ is naar het oordeel van de kantonrechter voor verschillende uitleg vatbaar en de uitleg die [gedaagde] daaraan naar eigen zeggen heeft gegeven, komt de kantonrechter niet zonder meer onbegrijpelijk of ongeloofwaardig voor.

4.4

Over eventueel reeds bestaande ‘oudere’ schade wordt op het aanrijdingsformulier geen vraag gesteld en [gedaagde] heeft hierover dan ook niets ingevuld. Tussen partijen is niet in geschil dat eerdere schade aan het voertuig wel ter sprake is gekomen in het telefoongesprek met [S.] . [gedaagde] heeft ter zitting verklaard dat hij in dat gesprek heeft gezegd dat er vóór de aanrijding op wat gebruiksschade na geen zichtbare schade aan het voertuig aanwezig was. Uit het onderzoek van [S.] blijkt dat, wanneer ervan wordt uitgegaan dat het voertuig op het moment van de aanrijding nagenoeg stilstond, het merendeel van de schade door de aanrijding kan zijn veroorzaakt. Dat [gedaagde] in het telefoongesprek met [S.] niet met zoveel woorden heeft vermeld dat op de bestelbus al wat krassen aanwezig waren, betekent daarom nog niet dat hij Delta Lloyd opzettelijk heeft willen misleiden. Dit geldt temeer nu het op dat moment voor [gedaagde] reeds duidelijk was dat het schadebedrag was berekend aan de hand van de waarde van de auto, en niet aan de hand van de kosten voor herstel. [gedaagde] had er op dat moment dan ook geen belang (meer) bij om te verzwijgen dat op de bestelbus al enige schade aanwezig was.

4.5

Delta Lloyd heeft ten slotte gesteld dat de turbo ten tijde van de aanrijding defect was. [gedaagde] heeft weersproken dat dit het geval was en Delta Lloyd heeft op haar beurt niet weersproken dat pas bij de tweede opkoper van het voertuig aan het licht is gekomen dat de turbo defect was en dat er bovendien aan was gesleuteld. Nu Delta Lloyd niet heeft onderbouwd dat en op welke wijze zij heeft vastgesteld dat het defect aan de turbo reeds aanwezig was op het moment van de aanrijding, zal deze stelling als onvoldoende onderbouwd worden gepasseerd.

4.6

Gelet op al het voorgaande kan niet worden vastgesteld dat [gedaagde] Delta Lloyd opzettelijk heeft willen misleiden. De vorderingen in conventie zullen daarom worden afgewezen.

4.7

Delta Lloyd heeft tegen de reconventionele vorderingen geen specifiek verweer gevoerd. De vorderingen in reconventie zullen daarom worden toegewezen, met dien verstande dat de gevorderde dwangsommen zullen worden gemaximeerd.

4.8

Delta Lloyd zal zowel in conventie als in reconventie als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld. Ook de gevorderde nakosten zijn toewijsbaar nu de proceskostenveroordeling hiervoor reeds een executoriale titel geeft en de kantonrechter van oordeel is dat de nakosten zich reeds vooraf laten begroten.

Beslissing

De kantonrechter :

in conventie:

wijst de vorderingen af;

in reconventie:

verklaart voor recht dat Delta Lloyd de tussen partijen gesloten bestelautoverzekering voor de Volkswagen Transporter met het kenteken [kenteken] op onjuiste gronden heeft beëindigd;

veroordeelt Delta Lloyd om binnen veertien dagen na betekening van het vonnis over te gaan tot het indienen van een schriftelijk verzoek aan het Centrum Bestrijding Verzekeringscriminaliteit van het Verbond van Verzekeraars en aan Stichting CIS, strekkende tot het ongedaan maken en ongedaan gemaakt houden van de registraties ten name van [gedaagde] , evenals het per gelijke post verzenden van een afschrift van genoemd verzoek aan [gedaagde] en voorts alle medewerking te verlenen om de ongedaanmaking van de genoemde registraties te realiseren, zulks op straffe van verbeurte van een dwangsom van € 500,00 voor iedere dag of een gedeelte daarvan dat Delta Lloyd met nakoming van dit gebod in gebreke blijft en met een maximum van € 15.000,00;

veroordeelt Delta Lloyd om binnen veertien dagen na betekening van het vonnis over te gaan tot het ongedaan maken en ongedaan gemaakt houden van de registraties van [gedaagde] in het eigen incidentenregister van Delta Lloyd, zulks op straffe van verbeurte van een dwangsom ten bedrage van € 500,00 voor iedere dag of een gedeelte daarvan, dat Delta Lloyd met de nakoming van dit gebod in gebreke blijft en met een maximum van € 15.000,00;

in conventie en in reconventie

veroordeelt Delta Lloyd in de proceskosten, tot aan deze uitspraak aan de zijde van [gedaagde] in conventie vastgesteld op € 400,00 aan salaris voor de gemachtigde en in reconventie vastgesteld op € 400,00 aan salaris voor de gemachtigde, vermeerderd met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW over dit bedrag, ingaande 14 dagen na de datum van dit vonnis tot de dag der algehele voldoening;

en indien Delta Lloyd niet binnen 14 dagen na de datum van dit vonnis vrijwillig aan het vonnis heeft voldaan, begroot op:

- € 75,00 aan nasalaris, te verhogen met een bedrag van € 68,00 aan betekeningskosten onder de voorwaarde dat betekening van dit vonnis heeft plaatsgevonden, een en ander voor zover van toepassing inclusief btw, vermeerderd met de wettelijke rente in de zin van artikel 6:119 BW ingaande 14 dagen na aanzegging van de nakosten aan Delta Lloyd tot de dag der algehele voldoening;

verklaart de veroordelingen in dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;

wijst af het meer of anders gevorderde.

Dit vonnis is gewezen door mr. P. Joele en uitgesproken ter openbare terechtzitting.

371