Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBROT:2016:3411

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
29-04-2016
Datum publicatie
09-05-2016
Zaaknummer
4851491 VZ VERZ 16-3242
Rechtsgebieden
Arbeidsrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Verzoek ontbinding arbeidsovereenkomst wegens disfunctioneren en verwijtbaar handelen afgewezen

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
AR-Updates.nl 2016-0486
AR 2016/1293
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

zaaknummer: 4851491 VZ VERZ 16-3242

uitspraak: 29 april 2016

beschikking van de kantonrechter, zitting houdende te Rotterdam,

in de zaak van

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

B.V. Rotterdamse Garage- en Automobiel Mij.,

gevestigd te Bergschenhoek,

verzoekster,

gemachtigde: mr. M.J.B.R. Hermans te Rotterdam,

tegen

[verweerder] ,

wonende te [woonplaats],

verweerder,

gemachtigde: mr. U. Karatas te Rotterdam.

Partijen worden hierna aangeduid als Rogam en [verweerder].

1 Het verloop van de procedure

1.1

De kantonrechter heeft kennisgenomen van de volgende processtukken:

  • -

    het verzoekschrift, met producties, ter griffie ontvangen op 17 februari 2016;

  • -

    het verweerschrift, met één productie;

  • -

    de schriftelijke reactie op het verweerschrift, met producties, zijdens Rogam.

1.2

De mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden op 6 april 2016. Namens Rogam zijn [C.] (directeur Financiën & Control) en [H.] (After Sales Manager, hierna: [H.]) verschenen, bijgestaan door mr. M. Fiers namens de gemachtigde. [verweerder] is in persoon verschenen, bijgestaan door de gemachtigde. Van het verhandelde ter zitting heeft de griffier aantekeningen gemaakt.

1.3

De kantonrechter heeft de beschikking nader bepaald op heden.

2 De vaststaande feiten

In deze procedure wordt uitgegaan van de volgende feiten.

2.1

[verweerder] is sinds 1 september 2008 bij (de rechtsvoorganger van) Rogam in dienst, in

de functie van Autotechnicus.

2.2

In het “Formulier Beoordelingsgesprek” van 8 oktober 2014 is, voor zover thans van

belang, het volgende opgenomen:

“Ondanks dat je geen eerste monteurs diploma hebt liggen je vaardigheden wel op dit niveau. Afgesproken is dat we de komende 6 maanden gaan bekijken welke ontwikkelings-mogelijkheden het EVC traject voor jou biedt. Je past de door mij uitgelegde procedures echter nog onvoldoende toe. Hierdoor scoor je hier ook nog niet voldoende op. Afgesproken is dat dit de komende 6 maanden moet veranderen. Verdiep je nogmaals in RSP 2015 map. Afgesproken is dat je door middel van zelfstudie hier aan gaat werken. Vragen over de procedures kun je aan mij stellen. Ook de ontwikkelingen van het merk volg je onvoldoende. Zelf heb je aangegeven dat dit komt omdat je niet op cursus gaat. Ik heb je bewust gemaakt van het feit dat dit naast de cursussen ook voor een groot deel bij jezelf vandaan komt. Als je interesse toont, Rogam net en Dashboard leest ben je al veel beter op de hoogte. Afgesproken is dat je hieraan gaat werken. Ten aanzien van de cursussen heb ik toegezegd dat we de komende maanden samen een opleidingstraject voor jou bepalen bij Global Training. Voorwaarde is wel dat je motivatie en sociale vaardigheden verbeterd en dat je jezelf maximaal inzet voor het bedrijf en om ruim voldoende studie resultaten te behalen. Let tevens op de eindtijden op de werkorders zoals beschreven in het RSP 2015 Handboek. Afgesproken is dat je hierop gaat letten. […]

Je resultaten zijn matig. Dit komt voornamelijk door je motivatie en sociale vaardigheden. Als je gefocust en gemotiveerd bent gaat het goed. Echter te vaak toon je te weinig interesse en is daardoor vooral je efficiency matig. Afgesproken is dat binnen 6 maanden je efficiency minimaal 80% moet zijn. Je zit nu op 65%. Je overlegt tijdens werk met collega’s over niet werk gerelateerde zaken. Ook bij grote klussen werk je te langzaam waardoor de efficiency onvoldoende is. Als we in gesprek gaan heb je voldoende ideeën over hoe het beter kan. Je kunt het wel maar bent niet gemotiveerd genoeg. Dit moet binnen 6 maanden gaan veranderen zo hebben wij afgesproken. […]

Je motivatie is zwaar onvoldoende. Je bent te luidruchtig in de werkplaats, voert onder werktijd af en toe privé telefoon gesprekken, stoort collega’s in hun werkzaamheden met niet werk gerelateerde zaken. Ik heb je duidelijk gemaakt dat dit gedrag onacceptabel is. Vanaf nu mag dit gedrag niet meer voorkomen, zo is door ons afgesproken. Verander je dit niet per direct dan zal ik genoodzaakt zijn minder plezierige maatregelen te nemen zoals we hebben afgesproken. Je maakt de indruk niet geïnteresseerd te zijn in Rogam en gaat laks met spullen en af en toe ook met klant auto’s om. Ook dit moet per direct veranderen en mag niet meer voorkomen. Jij wenst dat wij investeren in jou ontwikkelingen. Investeer dan ook in ons zodat we er samen iets moois van kunnen maken. Werk mee aan de verbeteringen op de vestiging en stel je sociaal op. […]

Je vertoond onacceptabel sociaal gedrag zoals ook al op de vorige pagina beschreven. Je houding naar de werkplaats leiding en naar mij is matig geweest. De laatste maand gaat het gelukkig wel iets beter. Houdt de verbetering vast. Ook je sociale vaardigheden moeten binnen 6 maanden op voldoende niveau zijn. Je bent onvoldoende bereid overwerk te verrichten. Afgesproken is dat je je vanaf heden coöperatief opsteld ten opzichte van overwerk. […]

Als conclusie van het gesprek kunnen we stellen dat je je Houding, Gedrag en Motivatie aanzienlijk zult moeten verbeteren. Zelf wil je graag aan je ontwikkeling werken. Afgesproken is dat jij jezelf verbeterd en dat wij dan met je ontwikkeling aan de slag gaan. Je bezit grotendeels de juiste vaardigheden. Nu nog de rest. Succes met je verbeteringstraject!”

2.3

Op 14 januari 2016 heeft Rogam [verweerder] medegedeeld beëindiging van de arbeids-overeenkomst na te streven.

3 Het verzoek en de grondslag daarvan

3.1

Het verzoek strekt tot ontbinding van de tussen partijen bestaande arbeidsovereenkomst wegens disfunctioneren ex artikel 7:669 lid 3 sub d BW of wegens verwijtbaar handelen ex artikel 7:669 lid 3 sub e BW, met toekenning aan [verweerder] van de transitievergoeding ad € 5.245,00 bruto.

3.2

Aan haar verzoek heeft Rogam in het verzoekschrift, naast de hiervoor vermelde vaststaande feiten en voor zover thans van belang, het volgende ten grondslag gelegd.

3.2.1

De reden dat sprake is van disfunctioneren en verwijtbaar handelen en/of nalaten komt er in de kern op neer dat [verweerder]:

  • -

    ongemotiveerd/onwelwillend is;

  • -

    een negatieve houding aanneemt;

  • -

    meermaals op zijn ondermaatse prestaties is aangesproken en hem meermaals de mogelijkheid is geboden zich op kosten van Rogam te verbeteren, maar dat dit als zodanig niet tot verbetering heeft geleid;

  • -

    onzorgvuldig met voertuigen van klanten omgaat;

  • -

    zich niet aan de regels en voorschriften van Rogam houdt.

3.2.2

Het functioneren van [verweerder] is reeds sinds 2010 suboptimaal. [verweerder] voert doorlopend discussies met zijn werkplaats-chef en bemoeit zich ongevraagd met bezigheden die buiten zijn eigen werkzaamheden vallen. De productiviteit van [verweerder] is onder de maat. Hij komt voorts met regelmaat te laat op zijn werk waardoor collega’s extra worden belast, omdat [verweerder] niet beschikbaar is om aan het begin van de dag de garage leeg te rijden. Dit is tijdens het functioneringsgesprek op 22 februari 2010 met [verweerder] besproken.

3.2.3

Eind 2013 is [verweerder] er mondeling en schriftelijk over aangesproken dat hij, in strijd met het huishoudelijk reglement van Rogam, zijn mobiele telefoon tijdens een belangrijke werkplaatsvergadering heeft opgenomen zonder dat daartoe enige noodzaak was.

3.2.4

Op 28 maart 2014 brandde na door [verweerder] verrichte onderhoudswerkzaamheden het motormanagementlampje van het voertuig nog, waardoor de klant deze niet kon meenemen en een collega van [verweerder] het probleem de volgende ochtend moest verhelpen. Op 2 april 2014 heeft [verweerder] na het verrichten van onderhouds- en reparatiewerkzaamheden aan een voertuig, waarbij de remschijven zijn vervangen, nagelaten de parkeerrem goed af te stellen. Naar aanleiding van deze twee omissies heeft Rogam [verweerder] een officiële waarschuwing gegeven.

3.2.5

Tijdens het beoordelingsgesprek op 8 oktober 2014 is met [verweerder] besproken dat hij over het geheel genomen ondermaats presteert. Afgesproken is dat Rogam samen met [verweerder] een verbeteringstraject zal starten, waarin [verweerder] gedurende een periode van zes maanden de mogelijkheid krijgt zijn functioneren te verbeteren. Het verbeteringstraject is vormgegeven door het Global Training Program van Mercedes Benz. Op 16 maart 2015 heeft [verweerder] voor het eerst de training ‘Elektro’ gevolgd. De toets waarmee deze training werd afgesloten heeft [verweerder] niet gehaald. Op 12 en 13 januari 2016 heeft [verweerder] de training nogmaals gevolgd. Gebleken is dat [verweerder] de “CBT’s” ter voorbereiding op de training niet heeft gemaakt. [verweerder] heeft opnieuw een zware onvoldoende voor de afsluitende toets gehaald.

3.2.6

Op 30 september 2015 heeft [verweerder], ondanks dat alle medewerkers kort daarvoor op de medio 2015 bijgewerkte sleutelprocedure zijn gewezen, twee voertuigen met de sleutel in het contact onbeheerd achtergelaten. [verweerder] is hier schriftelijk op aangesproken.

3.2.7

Er hebben zich, naast hetgeen hiervoor onder 3.2.4 en 3.2.6 is vermeld, de volgende incidenten voorgedaan die leiden tot de conclusie dat [verweerder] verwijtbaar heeft gehandeld.

3.2.8

Op 6 april 2011 heeft [verweerder] tijdens een testrit met het voertuig van een klant een snelheidsovertreding begaan. De toegestane snelheid van 50 kilometer per uur is met 27 kilometer per uur overschreden, waarvoor de klant een bekeuring heeft ontvangen. De hoogte van de bekeuring is ingehouden op het loon van [verweerder].

3.2.9

In mei 2015 is het Rogam gebleken dat [verweerder] op 27 januari en 2 februari 2015 onderdelen heeft meegenomen uit het magazijn voor eigen gebruik zonder dat deze zijn afgerekend, hetgeen in strijd is met het huishoudelijk reglement. [verweerder] heeft hiervoor een officiële waarschuwing gekregen. Begin 2016 heeft Rogam geconstateerd dat [verweerder] onderdelen uit het magazijn heeft gekocht, die tegen een onjuiste verkoopprijs aan [verweerder] zijn gefactureerd. De bruto verkoopprijs is ten onrechte gewijzigd in een netto verkoopprijs. De heer [S.] had juist daarvoor de in het huishoudelijk reglement opgenomen regels omtrent het kopen van onderdelen persoonlijk aan [verweerder] uitgelegd.

3.2.10

Aangezien volgens Rogam sprake is van verwijtbaar handelen van [verweerder], ligt herplaatsing van [verweerder] niet in de rede, nog los van de omstandigheid dat binnen Rogam momenteel geen vacatures beschikbaar zijn die aansluiten bij de opleiding en ervaring van [verweerder] waarin zijn disfunctioneren geen rol zou spelen. Deze zullen evenmin binnen een afzienbare termijn voorhanden zijn.

4 Het verweer

Het verweer strekt tot afwijzing van het verzoek. Subsidiair, voor het geval de arbeids-overeenkomst toch wordt ontbonden, verzoekt [verweerder] aan hem de wettelijke transitie-vergoeding en een billijke vergoeding toe te kennen.

Op het verweer wordt, voor zover nodig, onder de beoordeling nader ingegaan.

5 De beoordeling

5.1

Met het oog op artikel 7:671b lid 2 BW constateert de kantonrechter allereerst dat Rogam onweersproken heeft gesteld dat het onderhavige verzoek geen verband houdt met het bestaan van enig opzegverbod. De kantonrechter heeft geen aanleiding daarover anders te oordelen en gaat daarom uit van de juistheid van die mededeling.

5.2

De kantonrechter kan de arbeidsovereenkomst tussen partijen op verzoek van Rogam ontbinden indien daar een redelijke grond voor is en herplaatsing van [verweerder] binnen een redelijke termijn niet mogelijk is of niet in de rede ligt. In artikel 7:669 lid 3 BW is nader omschreven wat onder een redelijke grond moet worden verstaan. Rogam voert aan dat de redelijke grond voor ontbinding is gelegen in het disfunctioneren van [verweerder] alsmede verwijtbaar handelen en/of nalaten van [verweerder], zoals bedoeld in artikel 7:669 lid 3 sub d en e BW. Deze gronden worden ieder afzonderlijk beoordeeld. Daarbij wordt vooropgesteld dat verschillende gronden die elk op zichzelf onvoldoende zijn voor ontbinding niet bij elkaar kunnen worden “opgeteld” om een ontbinding te kunnen dragen. Van de door Rogam aangevoerde gronden moet er ten minste één op zichzelf voldragen zijn.

disfunctioneren

5.3

Uit artikel 7:669 lid 3 sub d BW volgt dat de arbeidsovereenkomst kan worden ontbonden als sprake is van ongeschiktheid van de werknemer tot het verrichten van de bedongen arbeid, anders dan ten gevolge van ziekte of gebreken van de werknemer, mits de werkgever de werknemer hiervan tijdig in kennis heeft gesteld en hem in voldoende mate in de gelegenheid heeft gesteld zijn functioneren te verbeteren en de ongeschiktheid niet het gevolg is van onvoldoende zorg van de werkgever voor scholing van de werknemer of voor de arbeidsomstandigheden van de werknemer.

5.4

[verweerder] heeft gemotiveerd betwist dat sprake zou zijn van onvoldoende functioneren. [verweerder] heeft daartoe onder meer het volgende aangevoerd.

Dat de productiviteit van [verweerder] te laag zou zijn, blijkt nergens uit en wordt betwist. Na het functioneringsgesprek op 22 februari 2010 is [verweerder] niet meer aangesproken op te laat komen. Van (voortdurend) te laat komen is sindsdien ook geen sprake meer. Over het hiervoor onder 3.2.3 genoemde incident in 2013 heeft [verweerder] (reeds toen) verklaard dat hij zijn mobiele telefoon niet opnam, maar wegdrukte. Na de (hiervoor onder 3.2.4 genoemde) reparatie op 28 maart 2014 heeft [verweerder] een testrit met de auto gemaakt. Het waarschuwingslampje brandde toen niet. Dat de klant vervolgens een lampje heeft zien branden, kan [verweerder] niet worden verweten. Het komt regelmatig voor dat een bepaalde storingslamp dan weer wel en dan weer niet brandt. Over het niet afstellen van de parkeer-rem heeft [verweerder] (reeds toen) verklaard dat dit niet op de werkorder stond aangegeven. Bovendien is de auto na de werkzaamheden door [verweerder] APK-goedgekeurd door een collega. [verweerder] erkent dat hij eenmalig is vergeten tijdens zijn pauze de sleutels uit de auto waaraan hij werkte te halen. Dit is een menselijke fout, aldus [verweerder]. [verweerder] heeft verder verklaard dat hij op papier een tweede monteur is, terwijl hij in de praktijk al jarenlang de (meer ingewikkelde) werkzaamheden van een eerste monteur verricht. Dat de functietechnische kennis en vaardigheden van [verweerder] een diplomaniveau hoger zijn, blijkt uit hetgeen hiervoor onder 2.2 is weergegeven uit het Formulier Beoordelingsgesprek.

5.5

Rogam heeft vervolgens de verwijten aan het adres van [verweerder], zoals in het verzoek-schrift reeds (kort) aangekaart, verder onderbouwd. Rogam heeft daarbij aangevoerd dat het disfunctioneren van [verweerder] niet zozeer is gelegen in zijn vaktechnische kennis en vaardigheden, maar vooral in zijn houding, gedrag en motivatie. Daardoor blijven de resultaten van [verweerder] achter en worden basale werkafspraken niet nagekomen. Hoe dit zich verhoudt tot de stelling in het verzoekschrift dat het verbetertraject is vormgegeven door het vakinhoudelijke Global Training Program van Mercedes Benz, meer in het bijzonder de ééndaagse cursus Elektro, is de kantonrechter niet duidelijk kunnen worden. Ter zitting is gebleken dat dit cursusprogramma is bedoeld voor alle medewerkers en niet specifiek voor een disfunctionerende werknemer. Bovendien heeft [H.] ter zitting verklaard dat [verweerder] door het niet behalen van de cursus niet ongeschikt is voor de uitoefening van zijn eigen functie.

5.6

Hoe dan ook, artikel 7:669 lid 3 sub d BW vereist dat de werkgever de werknemer tijdig ervan in kennis heeft gesteld dat naar haar mening sprake is van disfunctioneren en hem in voldoende mate in de gelegenheid heeft gesteld zijn functioneren te verbeteren. De kantonrechter is in dit kader van oordeel dat [verweerder] (in ieder geval) uit de inhoud van het verslag van het beoordelingsgesprek op 8 oktober 2014 moest begrijpen dat Rogam kritiek had op zijn houding, gedrag en motivatie. Niet gebleken is echter dat Rogam [verweerder] op niet mis te verstane wijze kenbaar heeft gemaakt dat bij het uitblijven van concreet omschreven verbetering of bij het herhaald niet nakomen van afspraken, beëindiging van de arbeidsovereenkomst zou worden nagestreefd, hetgeen naar het oordeel van de kantonrechter wel van Rogam mocht worden verwacht. De enkele opmerking in het verslag dat Rogam genoodzaakt zal zijn “minder plezierige maatregelen te nemen” is onvoldoende. In dit kader is tevens van belang dat in géén van de hiervoor onder 3.2.3 t/m 3.2.6 genoemde brieven c.q. officiële waarschuwingen wordt gesproken over de eventuele consequentie van een volgend incident voor het voortbestaan van de arbeidsovereenkomst tussen partijen.

5.7

Daarbij komt dat van een behoorlijk verbetertraject evenmin is gebleken. Zoals hiervoor reeds is opgemerkt, kan het Global Training Program van Mercedes Benz niet als zodanig worden aangemerkt. Rogam heeft ter zitting aangevoerd dat het verbetertraject daarnaast werd vormgegeven door het continue maken van afspraken met [verweerder] en het wijzen op overtredingen daarvan. Ook is tijdens het beoordelingsgesprek op 8 oktober 2014 aan [verweerder] een map met werkinstructies en processen uitgereikt. [verweerder] heeft aangevoerd dat begeleiding tijdens het zogenoemde verbetertraject ontbrak. De kantonrechter stelt in dit kader vast dat begeleiding door Rogam ook nergens uit blijkt. Onduidelijk is gebleven op welke manier Rogam [verweerder] na 8 oktober 2014 heeft ondersteund bij het verbeteren van zijn functioneren. Zo spreekt Rogam over een verbetertraject van zes maanden, maar blijkt nergens uit dat Rogam [verweerder] tijdens deze zes maanden op afspraken c.q. overtredingen daarvan heeft gewezen, dan wel de resultaten van het traject op andere wijze aan [verweerder] heeft teruggekoppeld.

5.8

Dit alles brengt de kantonrechter tot het oordeel dat niet is voldaan aan de vereisten van artikel 7:669 lid 3 sub d BW, zodat niet op die grond tot ontbinding van de arbeids-overeenkomst kan worden overgegaan.

verwijtbaar handelen

5.9

Uit artikel 7:669 lid 3 sub e BW volgt dat de arbeidsovereenkomst kan worden ontbonden wegens verwijtbaar handelen of nalaten van de werknemer, zodanig dat van de werkgever in redelijkheid niet kan worden gevergd de arbeidsovereenkomst te laten voortduren.

5.10

In dit kader merkt de kantonrechter allereerst op dat de snelheidsovertreding van

6 april 2011, onder welke omstandigheden deze ook heeft plaatsgehad, niet op zichzelf tot het oordeel kan leiden dat van Rogam thans in redelijkheid niet kan worden gevergd de arbeidsovereenkomst te laten voortduren. Onduidelijk is waarom dit verwijt, dat destijds is afgedaan met inhouding van het bedrag van de boete op het loon van [verweerder], thans nog zou kunnen bijdragen aan die conclusie.

5.11

Omtrent hetgeen hiervoor onder 3.2.9 is vermeld, heeft [verweerder] het volgende aangevoerd.

Het magazijn wordt bemand door een magazijnbediende. Het is niet mogelijk om zonder zijn toestemming onderdelen uit het magazijn mee te nemen. Toen achteraf bleek dat [verweerder] begin 2015 onderdelen voor eigen gebruik niet had betaald, heeft hij alsnog betaald. Bij het meenemen van onderdelen voor eigen gebruik stelt de magazijnbediende de factuur op. [verweerder] mag erop vertrouwen dat de factuur die hij krijgt, juist is. Het kan [verweerder] niet worden verweten dat de magazijnbediende een verkeerde prijs aan hem in rekening heeft gebracht. De betreffende magazijnbediende heeft dan ook toegegeven dat het zijn fout was en dat [verweerder] niets kwalijk kon worden genomen, aldus [verweerder].

5.12

De kantonrechter stelt vast dat het meenemen van onderdelen zonder daarvoor te betalen reeds is afgehandeld middels een officiële waarschuwing d.d. 10 augustus 2015.

Dat [verweerder] vervolgens (wederom) verwijtbaar heeft gehandeld ter zake van het meenemen van onderdelen uit het magazijn voor eigen gebruik, is onvoldoende feitelijk onderbouwd. In dit kader acht de kantonrechter doorslaggevend dat de factuur volgens de verklaring van [H.] ter zitting door de magazijnbeheerder wordt opgesteld en dat onweersproken is gebleven dat de betreffende magazijnbeheerder de verantwoordelijkheid in deze op zich heeft genomen. Rogam heeft weliswaar aangevoerd dat de prijzen ook voor de monteur inzichtelijk zijn en dat het daarom ook zijn verantwoordelijkheid is dat de factuur klopt, maar dit is door [verweerder] betwist en blijkt nergens uit.

5.13

Nu ook het hiervoor onder 3.2.4 vermelde door Rogam reeds is afgehandeld met een officiële waarschuwing en het op 30 september 2015 tijdens de pauze onbeheerd achterlaten van twee voertuigen met de sleutel in het contact naar het oordeel van de kantonrechter niet zodanig ernstig is dat doordoor van Rogam thans in redelijkheid niet kan worden gevergd de arbeidsovereenkomst met [verweerder] te laten voortduren, kan evenmin op grond van artikel 7:669 lid 3 sub e BW tot ontbinding van de arbeidsovereenkomst worden overgegaan.

5.14

Concluderend is de kantonrechter van oordeel dat geen sprake is van een redelijke grond voor ontbinding van de arbeidsovereenkomst. Het verzoek wordt daarom afgewezen.

5.15

Rogam wordt als de in het ongelijk gestelde partij veroordeeld in de proceskosten.

6 De beslissing

De kantonrechter:

wijst het verzoek af;

veroordeelt Rogam in de kosten van de procedure, tot aan deze uitspraak aan de zijde van [verweerder] vastgesteld op € 600,00 aan salaris voor de gemachtigde, te voldoen rechtstreeks aan die gemachtigde;

verklaart deze beschikking voor wat de proceskostenveroordeling betreft uitvoerbaar bij voorraad.

Deze beschikking is gegeven door mr. A.J.P. van Essen en uitgesproken ter openbare terechtzitting.

673