Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBROT:2016:2104

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
23-03-2016
Datum publicatie
04-04-2016
Zaaknummer
C/10/494133 / KG ZA 16-109
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Kort geding
Inhoudsindicatie

Geldvordering in kort geding. Geen spoedeisend belang. Vordering niet aannemelijk. Restitutierisico. Artikel 3: 86 lid 1 BW.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK ROTTERDAM

team handel

zaaknummer / rolnummer: C/10/494133 / KG ZA 16-109

Vonnis in kort geding van 23 maart 2016

in de zaak van

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

VOLANTIS B.V.,

gevestigd te Venlo,

eiseres,

advocaat mr. C.M.H.M. van Oijen,

tegen

1. de vennootschap onder firma

VIA NOORD-ZUIDLIJN,

(voorheen) gevestigd te Rotterdam,

2 de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

[gedaagde2]

gevestigd te Rotterdam,

advocaat mr. G. ’t Hart,

3 [gedaagde3] ,

kantoor houdend te Rotterdam,

in zijn hoedanigheid van (voormalig) mede-curator in het faillissement van de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

IMTECH BUILDING SERVICES B.V.

advocaat mr. J.P.M. Borsboom,

4 [gedaagde4] ,

kantoor houdend te Rotterdam,

in zijn hoedanigheid van mede-curator in het faillissement van de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

IMTECH BUILDING SERVICES B.V.

advocaat mr. J.P.M. Borsboom.

Partijen zullen hierna Volantis en gedaagden genoemd worden. Afzonderlijk zullen gedaagden VIA, [gedaagde2] en de curatoren genoemd worden. Imtech Building Services B.V. zal Imtech genoemd worden.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

  • -

    de dagvaarding

  • -

    de overgelegde producties

  • -

    de mondelinge behandeling

  • -

    de pleitnota van Volantis

  • -

    de pleitnota van [gedaagde2]

  • -

    de pleitnota van de curatoren.

1.2.

Ten slotte is vonnis bepaald.

2 De feiten

2.1.

Volantis is een ingenieursbureau.

2.2.

[gedaagde2] en Imtech waren vennoten in de vennootschap onder firma VIA. Deze vennootschap was opgericht ten behoeve van aanleg van de Noord-Zuidmetrolijn in Amsterdam (hierna: het project).

2.3.

VIA had ten behoeve van het project Oskomera Projecten B.V. (hierna: Oskomera) ingeschakeld als leverancier van bouwmaterialen en mede als verzorger van een deel van de engineering. De overeenkomst tussen VIA en Oskomera is gesloten op 3 oktober 2013. Op deze overeenkomst zijn van toepassing verklaard de Uniforme Administratieve Voorwaarden voor Geïntegreerde Contractvormen 2005 (UAV-GC).

2.4.

Oskomera heeft ter uitvoering van het haar opgedragen werk een overeenkomst gesloten met Volantis tot het doen opstellen door Volantis van constructieve advieswerkzaamheden en ontwerpwerkzaamheden. De opdracht is vervat in een offerte van Volantis van 27 november 2014, die door Oskomera per e-mailbericht van 1 december 2014 is geaccepteerd. Op deze overeenkomst zijn de algemene voorwaarden van Volantis (de “DNR 2011”) toepasselijk verklaard.

2.5.

Oskomera is op 16 juni 2015 in staat van faillissement verklaard. Oskomera heeft facturen van Volantis met een beloop van € 39.059,52 exclusief BTW onbetaald gelaten.

2.6.

Tussen [gedaagde2] en Volantis is een gesprek gevoerd over voortzetting van het werk van Volantis ten behoeve van het project buiten Oskomera om. Volantis heeft daarbij voorgesteld om haar werk voort te zetten tegen betaling van haar facturen verminderd met € 20.000,-. [gedaagde2] heeft dit voorstel niet aanvaard.

2.7.

Volantis heeft [gedaagde2] verboden om de door Volantis voor het project vervaardigde tekeningen en berekeningen te gebruiken, onder meer in een brief van 26 juni 2015. In deze brief beroept Volantis zich op artikel 45 van de door haar op de overeenkomst met Oskomera toepasselijk verklaarde DNR 2011. Dit artikel bepaalt, samengevat, dat de opdrachtgever van de architect pas eigenaar wordt van de door de architect opgestelde tekeningen en berekeningen na betaling van de facturen van de architect.

2.8.

[gedaagde2] heeft bij brief van 9 juli 2015 geantwoord dat het haar vrij staat om de tekeningen en berekeningen te gebruiken.

2.9.

Imtech is op 18 augustus 2015 in staat van faillissement verklaard, met benoeming van gedaagden sub 3 en 4 als de curatoren.

2.10.

[gedaagde2] heeft de vennootschapsovereenkomst met Imtech opgezegd bij brief van 20 augustus 2015. [gedaagde2] heeft vervolgens de uitvoering van het project zelfstandig voortgezet, handelend onder de naam VIA Noord/ Zuidlijn.

2.11.

De rechtbank Rotterdam heeft bij uitspraak van 1 maart 2016 [gedaagde3] ontslagen als mede-curator in het faillissement van Imtech.

3 Het geschil

3.1.

Volantis vordert, samengevat, gedaagden uitvoerbaar bij voorraad en hoofdelijk te veroordelen tot het volgende:

1. retournering aan Volantis binnen 48 uur na het uitspreken van het vonnis van de in de dagvaarding en als productie 8 overgelegde lijst omschreven documenten;

2. een verbod om van de tekeningen en berekeningen gebruik te (blijven) maken;

3. betaling van een dwangsom indien gedaagden niet voldoen aan de veroordelingen;

4. betaling van een voorschot op schadevergoeding van € 20.000,-;

5. betaling van buitengerechtelijke kosten;

6/7. vergoeding van de proceskosten, waaronder nakosten.

Volantis stelt daartoe het volgende.

3.2.

Op grond van artikel 45 van de DNR 2011 wordt Oskomera pas eigenaar van de tekeningen en berekeningen van Volantis na betaling van de facturen van Volantis. De facturen van Volantis zijn niet voldaan, zodat Oskomera nooit eigenaar is geworden. Oskomera was daarom onbevoegd om de tekeningen en berekeningen aan [gedaagde2] te leveren. Ten onrechte stelt [gedaagde2] dat de facturen van Volantis wel zijn voldaan en dat zij aldus inmiddels wel eigenaar van de tekeningen en berekeningen zou zijn. Volantis beroept zich HR 19 mei 1989, NJ 1990/745 IFN/CBI. Een beroep op artikel 3:86 BW (verkrijging van roerende goederen door een derde te goeder trouw) gaat niet op omdat [gedaagde2] op het moment van verkrijging niet te goeder trouw was, immers:

- [gedaagde2] is een grote bouwonderneming die weet dat het in de branche gebruikelijk is om de DNR (2011) toepasselijk te verklaren. [gedaagde2] hanteert zelf algemene voorwaarden met soortgelijke bedingen als hier in geding.

- uit e-mailcorrespondentie tussen VIA en Oskomera blijkt dat VIA wist dat Oskomera de tekeningen en berekeningen niet zelf had gemaakt en nog niet hadden betaald. Van goede trouw is derhalve geen sprake.

Aangezien gedaagden weigeren de tekeningen en berekeningen te retourneren dienen zij hiertoe veroordeeld te worden.

Volantis heeft buitengerechtelijke incassokosten gemaakt, die voor vergoeding in aanmerking komen.

3.3.

[gedaagde2] voert verweer.

3.4.

De curatoren voeren (separaat) verweer.

3.5.

Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4 De beoordeling

4.1.

Volantis heeft circa acht maanden gewacht voordat zij de onderhavige kort gedingprocedure aanhangig heeft gemaakt. Volantis kon ter zitting geen adequate verklaring geven voor dit talmen, noch kon zij aangeven waarom thans alsnog een voorlopige voorziening geboden zou zijn. De vorderingen zullen afgewezen worden bij gebreke van het vereiste spoedeisende belang. Het desbetreffende verweer van gedaagden slaagt.

4.2.

Ook om inhoudelijke redenen dienen de vorderingen van Volantis te worden afgewezen, op grond van het volgende.

4.3.

Gedaagde 1, VIA, bestaat niet meer. VIA was een vennootschap onder firma waarvan één van de twee vennoten in staat van faillissement is verklaard waarna de andere vennoot de vennootschapsovereenkomst heeft opgezegd. Volantis zal niet-ontvankelijk worden verklaard in haar vorderingen voor zover gericht tegen VIA.

4.4.

Van de twee gedaagde curatoren is er inmiddels één geen curator meer, zij het vanaf een datum die is gelegen nadat hij al was gedagvaard door Volantis. Dit is voor de onderhavige procedure verder niet van belang, nu de vorderingen tegen de curatoren toch al dienen te worden afgewezen. De curatoren hebben ter zitting aangevoerd dat zij de tekeningen en berekeningen niet in hun bezit hebben. Ook hebben zij, onweersproken, aangevoerd dat zij dit al meermaals, en uitdrukkelijk, aan Volantis hebben medegedeeld, zowel voor als na het uitbrengen van dagvaarding. Volantis kon ter zitting in het geheel niet onderbouwen waarom zij niettemin mag menen dat de curatoren de tekeningen en berekeningen in hun bezit hebben. Bij gebreke van ook maar een begin van een onderbouwing, is niet begrijpelijk waarom de curatoren medegedagvaard zijn. De vorderingen voor zover gericht tegen de curatoren zullen derhalve ook hierom worden afgewezen.

4.5.

Dan resteren de vorderingen tegen [gedaagde2] . Hierover wordt als volgt geoordeeld.

4.6.

[gedaagde2] heeft ter zitting verklaard dat zij de tekeningen en berekeningen in digitale vorm hebben ontvangen, zodat zij reeds hierom niet aan de vordering tot afgifte van de genoemde documenten kan voldoen. Nu in dit kort geding niet is komen vast te staan dat [gedaagde2] documenten heeft ontvangen, strandt de vordering tot afgifte ook hierop.

4.7.

Afgezien hiervan heeft [gedaagde2] onbetwist aangevoerd dat de tekeningen en berekeningen inmiddels onderdeel zijn gaan uitmaken van de vergunningen die de gemeente Amsterdam aan [gedaagde2] heeft verleend. Feitelijke afgifte van de tekeningen en berekeningen aan Volantis zou er derhalve niet toe leiden dat [gedaagde2] geen toegang meer zou hebben tot de informatie uit de tekeningen en berekeningen. Toewijzing van de vordering van Volantis sorteert aldus geen effect. Dan valt niet in te zien waarom een voorlopige voorziening nog geboden zou zijn.

4.8.

Voorts wijst de voorzieningenrechter op het navolgende. Artikel 3:86 lid 1 BW bepaalt:

“Ondanks onbevoegdheid van de vervreemder is een overdracht overeenkomstig artikel 90, 91 of 93 van een roerende

zaak, niet-registergoed, of een recht aan toonder of order geldig, indien de overdracht anders dan om niet geschiedt en de verkrijger te goeder trouw is.”

4.9.

In geding is of [gedaagde2] te goeder trouw is in de zin van voormeld artikellid. Dit moet beoordeeld worden naar het moment van verkrijging van de tekeningen en berekeningen door [gedaagde2] . Als op het moment van verkrijging [gedaagde2] te goede trouw was, dan kan deze goeder trouw niet verdwijnen doordat zij nadien alsnog verneemt dat de tekeningen en berekeningen (gesteld) nog steeds in eigendom toebehoren aan Volantis.

4.10.

[gedaagde2] heeft onbetwist gesteld dat op haar overeenkomst met Oskomera algemene voorwaarden (de UAV-GC) toepasselijk zijn verklaard die - net als de algemene voorwaarden van Volantis - een beding kennen (in paragraaf 40-2) dat luidt dat de opdrachtgever (hier: [gedaagde2] ) pas eigenaar wordt van de tekeningen en berekeningen nadat zij de facturen van Oskomera heeft voldaan. [gedaagde2] stelt in dit verband:

-dat met Oskomera is overeengekomen dat Oskomera “lineair” betaald zou worden, naarmate het werk van Oskomera vorderde;

- dat VIA aan Oskomera méér heeft betaald dan Oskomera toekwam, omdat Oskomera

steeds verder achterop raakte met het werk en moeite had om het werk te versnellen;

- dat VIA en Oskomera op 30 april 2015 hebben afgesproken een nadere overeenkomst te zullen sluiten vanwege de ontstane vertraging en de daaruit voortvloeiende discrepantie tussen de betaling van VIA en het werk van Oskomera.

Dit gemotiveerde verweer komt op voorhand aannemelijk voor: het verweer vindt bevestiging in de tekst van een (als productie 25 van Volantis overgelegd) e-mailbericht van Via aan Oskomera van 2 juni 2015. Daarin wordt gerept over afspraken van 30 april en over vrijgave van betalingen door VIA. Dit past goed in het beeld dat [gedaagde2] schetst. Voorts legt [gedaagde2] over een concepttekst van de voormelde, tussen VIA en Oskomera te sluiten nadere overeenkomst. Ook dit vormt een deugdelijke onderbouwing van het standpunt van [gedaagde2] . Bovendien is Oskomera vrij spoedig na 2 juni 2015 in staat van faillissement is verklaard. Ook dit onderschrijft het verweer van [gedaagde2] . De voorzieningenrechter acht het vooralsnog dan ook aannemelijk dat [gedaagde2] haar facturen aan Oskomera heeft voldaan en in feite zelfs teveel heeft betaald. Vanwege deze betalingen is het eigendomsvoorbehoud zoals geformuleerd in de UAV-GC komen te vervallen en is [gedaagde2] eigenaar geworden van de aan haar verstrekte tekeningen en berekeningen.

4.11.

Daarbij komt dat [gedaagde2] heeft aangevoerd dat zij (of althans: VIA) pas op 29 mei 2015 bekend raakte met de mogelijke betrokkenheid van Volantis en dat op dat moment de tekeningen en berekeningen al waren ontvangen van Oskomera. In de onderhavige procedure is niet gebleken dat dit verweer feitelijk onjuist is. Een kort gedingprocedure leent zich niet voor een uitgebreid onderzoek naar feiten en eventuele bewijslevering. Daarom dient het er vooralsnog voor te worden gehouden dat [gedaagde2] te goeder trouw was toen zij de tekeningen en berekening ontving, reeds omdat zij op het moment van ontvangst Volantis niet eens kende.

4.12.

Volantis heeft geen feiten en omstandigheden gesteld die de conclusie rechtvaardigen dat [gedaagde2] (toch) niet te goeder trouw was toen zij de tekeningen en berekeningen verkreeg van Oskomera. In dit oordeel wordt meegewogen dat [gedaagde2] ter zitting heeft aangevoerd dat op deze tekeningen en berekeningen niet eens vermeld stond dat Volantis deze had opgesteld, maar dat, integendeel, op deze tekeningen en berekeningen de naam van Oskomera was aangebracht. Dat dit verweer feitelijk onjuist is, is in deze procedure niet gebleken.

4.13.

De stelling van Volantis dat [gedaagde2] moet weten dat een bedrijf als Volantis de DNR 2011 hanteert, rechtvaardigt nog niet de conclusie dat [gedaagde2] dan ook moet weten dat Oskomera de onderhavige facturen van Volantis niet heeft betaald.

4.14.

Het beroep van Volantis op het door haar aangehaalde arrest van de Hoge Raad noopt niet tot een ander oordeel. Dat arrest ziet op een (onvoorwaardelijke) cessie van een vordering door een cedent die deze vordering eerder voorwaardelijk had gecedeerd aan een ander. Dat is hier niet aan de orde. Hier is aan de orde de vraag of een derde te goeder trouw was bij levering aan haar van roerende goederen door iemand die beschikkingsonbevoegd was. De maatstaf die daarvoor geldt is voormeld artikel 3: 86 lid 1 BW.

4.15.

In hetgeen hiervoor is overwogen ligt besloten dat evenmin toewijsbaar de vordering tot betaling van € 20.000,- als voorschot op schadevergoeding. Het is geenszins zeker dat [gedaagde2] aansprakelijk jegens Volantis is. Afgezien hiervan kon Volantis desgevraagd ter zitting ook niet onderbouwen wat ten aanzien van haar geldvordering het spoedeisend belang is, noch kon zij uitleggen waarom geen sprake is van een restitutierisico in het geval Volantis in een latere gerechtelijke procedure mocht worden veroordeeld tot terugbetaling.

4.16.

Het gevorderde zal derhalve worden afgewezen.

4.17.

Volantis zal als de in het ongelijk gestelde partij worden veroordeeld in de proceskosten van de (bestaande) gedaagden. Deze kosten worden begroot op:

- zijdens [gedaagde2] : € 816,- aan salaris advocaat (standaard tarief kort geding volgens de Liquidatietarieven) en € 1.929,- aan griffierecht (tarief rechtspersoon), nog te vermeerderen met de gevorderde wettelijke rente vanaf 14 dagen na de datum van het vonnis, zij het slechts tot aan de dag der algehele voldoening. Ten onrechte kent de vordering van [gedaagde2] deze beperking niet.

- zijdens de curatoren: € 816,- aan salaris advocaat (standaard tarief kort geding volgens de Liquidatietarieven) en € 885,- aan griffierecht (tarief natuurlijk persoon).

De proceskostenveroordeling zal uitvoerbaar bij voorraad worden verklaard voor zover dit is gevorderd.

De voorzieningenrechter volgt niet het standpunt van Volantis in haar pleitnota dat een vordering van gedaagden tot veroordeling van Volantis in de proceskosten kwalificeert als een vordering in reconventie. Daarom wordt over de proceskosten in conventie beslist.

5 De beslissing

De voorzieningenrechter

5.1.

verklaart Volantis niet ontvankelijk in haar vordering tegen VIA,

5.2.

wijst voor het overige de vorderingen van Volantis af,

5.3.

veroordeelt Volantis in de proceskosten van [gedaagde2] , tot op heden begroot op € 2.745,- vermeerderd met de gevorderde wettelijke rente vanaf 14 dagen na de datum van dit vonnis tot aan de dag der algehele voldoening,

5.4.

veroordeelt, uitvoerbaar bij voorraad, Volantis in de proceskosten van de curatoren, tot op heden begroot op € 1.701,-.

Dit vonnis is gewezen door mr. R.C. Verschuur en in het openbaar uitgesproken op 23 maart 2016.1

1 2323/2517