Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBROT:2016:2004

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
11-03-2016
Datum publicatie
07-04-2016
Zaaknummer
C/10/479780 / HA RK 15-560
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Verzoekschrift ex artikel 2:298 BW tot ontslag van een bestuurder van een stichting vanwege zijn disfunctioneren en het voeren van financieel wanbeleid. Benoeming nieuwe bestuurders.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
AR 2016/1037
OR-Updates.nl 2016-0120
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

beschikking

RECHTBANK ROTTERDAM

Team haven en handel

zaaknummer / rekestnummer: C/10/479780 / HA RK 15-560

Beschikking van 11 maart 2016

in de verzoekschriftprocedure van

1. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

MARINE ANALYTICS B.V.,

gevestigd en kantoorhoudende te Rotterdam,

2. [verzoeker2],

wonende te [woonplaats] ,

verzoekers,

advocaat mr. Q.F.B.W. Kendall,

tegen

[belanghebbende] ,

wonende te [woonplaats2] ,

belanghebbende,

advocaat mr. M. van Gastel.

Partijen worden hierna aangeduid als “Marine Analytics”, “ [verzoeker2] ” en “ [belanghebbende] ”. Marine Analytics en [verzoeker2] zullen hierna tezamen als “Marine Analytics c.s.” (enkelvoud) worden aangeduid.

1 Het procesverloop

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

  • -

    het verzoekschrift, ingekomen op 2 juli 2015, met bijlagen;

  • -

    de beschikking van 14 juli 2015, waarbij een mondelinge behandeling is gelast;

  • -

    het proces-verbaal van de mondelinge behandeling van 13 augustus 2015;

  • -

    de brief van [belanghebbende] , door de rechtbank ontvangen op 19 augustus 2015, waarin [belanghebbende] heeft vermeld dat hij door zijn vakantie eerst na de mondelinge behandeling kennis heeft kunnen nemen van de onderhavige procedure;

  • -

    de brief van de rechtbank van 20 augustus 2015, waarin de rechtbank partijen heeft opgeroepen voor een nieuwe mondelinge behandeling;

  • -

    het verweerschrift van [belanghebbende] , met bijlagen;

  • -

    het verzoek tot vermindering van haar eis en tot wijziging grondslag van 30 december 2015;

  • -

    de brief van mr. Kendall van 5 januari 2016, met producties 15 en 16;

  • -

    het proces-verbaal van de mondelinge behandeling van 11 januari 2016;

  • -

    de brief van mr. Van Gastel waarin hij namens [belanghebbende] opmerkingen maakt naar aanleiding van het proces-verbaal van 11 januari 2016

1.2.

Ten slotte is de beschikking bepaald op heden.

2 De feiten

Als enerzijds gesteld en anderzijds erkend dan wel niet of onvoldoende gemotiveerd weersproken, gelet ook op de in zoverre niet betwiste inhoud van de in het geding gebrachte producties, staat tussen partijen – voorzover van belang – het volgende vast:

2.1.

Marine Analytics is een technisch ontwerp- en adviesbureau op het gebied van maritieme navigatie research. [verzoeker2] is bestuurder van Marine Analytics.

2.2.

[verzoeker2] en [belanghebbende] zijn de gezamenlijk tot vertegenwoordiging bevoegde bestuurders van de stichting STICHTING CENTRUM VOOR DE ONTWIKKELING VAN TRANSPORT EN LOGTISTIEK IN EUROPA (hierna: CETLE). CETLE houdt zich bezig met het verrichten van technisch speur- en ontwikkelingswerk. Blijkens een uittreksel uit het handelsregister van de Kamer van Koophandel Rotterdam vervult [verzoeker2] de functie van voorzitter en [belanghebbende] de functie van penningmeester/secretaris binnen het bestuur van CETLE.

3 Het verzoek

3.1.

Marine Analytics c.s. heeft de rechtbank verzocht:

I. over te gaan tot ontslag van [belanghebbende] als bestuurder van CETLE op grond van zijn disfunctioneren en het voeren van een financieel wanbeleid;

II. [belanghebbende] te veroordelen tot de volledige overdracht van de volledige administratie van CETLE aan [verzoeker2] op straffe van een dwangsom van

€ 1.000,00 voor elke dag dat hij hierin tekort schiet;

III. [belanghebbende] te veroordelen in de kosten van het op orde brengen van de administratie van CETLE;

IV. [belanghebbende] te veroordelen in de kosten van deze procedure.

3.2.

Op het verzoek en de onderbouwing daarvan wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4 Het verweer

4.1.

[belanghebbende] heeft verweer gevoerd en in zijn verweerschrift verzocht om het verzoek van Marine Analytics c.s. niet ontvankelijk te verklaren dan wel hun vorderingen af te wijzen, met veroordeling van Marine Analytics c.s. in de kosten van deze procedure.

4.2.

Op het verweer wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

5 De beoordeling

5.1.

Aan de rechtbank ligt thans het verzoek voor om [belanghebbende] te ontslaan als bestuurslid van CETLE op grond van het bepaalde in de artikelen 2:298 jo 2:8 van het Burgerlijk Wetboek (hierna: BW).

Bevoegdheid

5.2.

De rechtbank acht zich bevoegd om van het verzoekschrift kennis te nemen nu CETLE is gevestigd te Rotterdam.

Ontvankelijkheid Marine Analytics

5.3.

[belanghebbende] heeft gesteld dat Marine Analytics in de onderhavige procedure niet als belanghebbende kan worden aangemerkt en dat Marine Analytics om die reden ter zake van de ingediende verzoeken niet ontvankelijk dient te worden verklaard. Marine Analytics is immers geen bestuurder van CETLE, ze maakt geen deel uit van een orgaan van CETLE, noch is zij gerechtigd tot een uitkering als bedoeld in artikel 2:285 lid 2 BW. Van de door [verzoeker2] gestelde vordering van Marine Analytics jegens CETLE is niet gebleken.

5.4.

De rechtbank overweegt als volgt. Ingevolge artikel 2:298 BW lid 1 kan op verzoek van iedere belanghebbende een verzoek worden gedaan om een bestuurder van een stichting te ontslaan. Degene die een verzoek doet, zal zijn belang moeten stellen en zo nodig aantonen. Volgens vaste jurisprudentie dient aan de hand van de twee kringenleer te worden beoordeeld of een verzoeker belanghebbende is (HR 10 november 2006, ECLI:NL:HR:2006:AY8290). De twee kringenleer veronderstelt dat er twee categorieën van belanghebbenden bestaan, namelijk i) degenen die bij de uitkomst van de procedure een eigen belang hebben, en dat moeten stellen en bewijzen en ii) degenen die op een andere wijze zo nauw zijn betrokken bij het onderwerp van de procedure dat zij op grond van die betrokkenheid een belang hebben om in de procedure te verschijnen.

[verzoeker2] heeft gesteld dat Marine Analytics een schuldeiser is van CETLE. Hij heeft daartoe als productie 15 een factuur in het geding gebracht, geadresseerd aan “Hoofd van het bureau van Cetle” met als afzender “ [verzoeker2] , Maritime Traffic Engineering Consultant”. Ter mondelinge behandeling heeft [verzoeker2] verklaard dat deze factuur in feite een factuur is die afkomstig is van Marine Analytics. Dit komt omdat consultants volgens de regels afkomstig van de Europese Unie onafhankelijk moeten zijn, waardoor er niet gewerkt mag worden vanuit een B.V. [belanghebbende] heeft de factuur betwist.

Bestudering van de factuur en de daarop gegeven toelichting leidt bij de rechtbank tot het oordeel dat niet is komen vast te staan dat Marine Analytics als schuldeiser van CETLE dient te worden aangemerkt. [verzoeker2] heeft zijn stelling dat er sprake is van een vordering – anders dan een blote stelling ter zitting – op geen enkele wijze onderbouwd. Op de overgelegde factuur staat Marine Analytics niet vermeld. De stelling van [verzoeker2] dat dit komt door de regelgeving uit de Europese Unie is ook op geen enkele wijze onderbouwd, terwijl het op de weg van [verzoeker2] gelegen om zijn stellingen nader en gemotiveerd te onderbouwen met stukken waaruit daadwerkelijk kan worden afgeleid dat Marine Analytics een schuldeiser van CETLE is. Nu het belang van Marine Analytics bij de onderhavige verzoeken danwel de betrokkenheid van Marine Analytics bij deze procedure op geen enkele (andere) wijze is onderbouwd, kan Marine Analytics niet als belanghebbende in de zin van artikel 2:298 BW worden aangemerkt en zal de rechtbank Marine Analytics niet ontvankelijk verklaren in haar verzoeken.

Ontslag [belanghebbende]

5.5.

Marine Analytics c.s. heeft aan haar ontslagverzoek ten grondslag gelegd dat er sprake is van disfunctioneren en het voeren van financieel wanbeleid. Marine Analytics c.s. heeft daartoe aangevoerd dat CETLE al geruime tijd niet aan haar financiële verplichtingen voldoet. Zij heeft enkele door CETLE onbetaald gebleven facturen overgelegd. Daarnaast heeft CETLE al enige jaren, in strijd met haar statutaire bepalingen, geen begrotingen, jaarrekeningen en jaarverslagen opgesteld. [verzoeker2] heeft in zijn hoedanigheid van voorzitter [belanghebbende] meermalen vergeefs verzocht inzage te geven in de financiële administratie, de jaarrekeningen op te stellen en voor de nakoming van de financiële verplichtingen van CETLE te zorgen. Nu [verzoeker2] met [belanghebbende] een tweekoppig bestuur vormt en [belanghebbende] ondanks herhaalde verzoeken geen medewerking verleent, is het voor [verzoeker2] niet mogelijk namens CETLE besluiten te nemen.

5.6.

Het verweer van [belanghebbende] komt er – kort gezegd – op neer dat er geen sprake is van wanbeleid. Er zijn geen crediteuren onbetaald gelaten, CETLE heeft aan haar financiële verplichtingen voldaan. Marine Analytics c.s. legt slechts een tweetal facturen over van dezelfde adviseur. Voor deze adviseur geldt een gelijke regeling zoals vastgelegd in artikel 3.8. van de overeenkomst met [verzoeker2] inhoudende dat betaling pas aan de orde is na definitieve subsidieverlening en betaling door de Europese Unie. Als er al sprake zou zijn van omstandigheden waarbij CETLE niet aan haar financiële verplichtingen zou hebben voldaan, dan is dit het gevolg van vermeend disfunctioneren van [verzoeker2] en/of het niet verkrijgen van EU-subsidies.

Alleen bij de oprichting is een begroting opgesteld, daarna is per project een begroting gemaakt. Tegen deze werkwijze is door [verzoeker2] , terwijl hij hiervan op de hoogte was, geen bezwaar gemaakt. Ook is er voldoende projectadministratie bijgehouden. [verzoeker2] had hiernaar kunnen vragen maar heeft dat nimmer gedaan. Het is onjuist dat [belanghebbende] aan [verzoeker2] geen inzage wil geven in de administratie. Voorts zijn over de jaren 2006 tot en met 2010 accountantsverklaringen afgegeven.

Financieel wanbeheer is aan [verzoeker2] zelf te wijten; hij heeft € 95.500,- teveel aan zichzelf uitbetaald. Dat [belanghebbende] privébetalingen heeft verricht is juist, hij had een vordering op CETLE uit hoofde van een overeenkomst en heeft net als [verzoeker2] zijn eigen facturen betaald ten laste van CETLE. Dit levert geen financieel wanbeleid of onjuist financieel beleid op.

5.7.

De rechtbank overweegt als volgt.

Uit de door beide partijen overgelegde stukken, waaronder de statuten van CETLE, alsmede de toelichting hierop ter mondelinge behandeling, is het de rechtbank gebleken dat een aantal statutaire bepalingen zijn geschonden. Zo wordt CETLE bestuurd door twee bestuurders in plaats van de statutair voorgeschreven drie bestuursleden (artikel 4 van de statuten), zijn de jaarstukken niet door het bestuur opgesteld en onderzocht door een door het bestuur aan te wijzen registeraccount (artikel 10 lid 3 van de statuten) en is niet gebleken dat jaarverslagen zijn opgesteld (artikel 10 lid 5 van de statuten).

5.8.

Partijen twisten over de vraag wie financieel wanbeleid heeft gepleegd en wie voor bovenstaande schendingen van de statuten verantwoordelijk is.

5.9.

Marine Analytics c.s. heeft gesteld dat [belanghebbende] zich schuldig heeft gemaakt aan wanbeheer in zijn hoedanigheid van penningmeester. Zo wijst Marine Analytics c.s. op betalingen die door [belanghebbende] zijn verricht van de bankrekening van CETLE. Volgens de rekeningafschriften van CETLE zijn de volgende betalingen verricht:

  1. een tweetal afschrijvingen (€ 445 + € 1.266,40) ten gunste van ‘ [bedrijf2] ’ in Hellevoetsluis;

  2. een vijftal betalingen aan de Belastingdienst (€ 14.739,00 + € 22.524,00 +

€ 42.000,00 + € 28.000,00 + € 75.000,00), waarvan een aantal aansluitnummers corresponderen met de aansluitnummers die zijn vermeld in het overgelegde proces-verbaal van executoriaal beslag op de woning van [belanghebbende] en zijn echtgenote in verband met dwangbevelen van de Belastingdienst;

3. een tweetal afschrijvingen (€ 59,00 + € 47,00) ten gunste van het Centraal Justitieel Incassobureau;

4. een afschrijving ad € 880,00 ten behoeve van [bedrijf1] te Almere.

5. een afschrijving ad € 2.277,21 ten behoeve van Allsafe Rotterdam.

[verzoeker2] heeft inmiddels bij de politie aangifte gedaan tegen [belanghebbende] .

5.10.

[belanghebbende] heeft bevestigd dat hij deze betalingen heeft verricht. Bij de mondelinge behandeling op 11 januari 2016 heeft hij toegegeven dat de kosten die gemaakt zijn bij [bedrijf2] een privéfeestje betroffen. De afschrijvingen ten behoeve van het Centraal Justitieel Incassobureau betreffen (verkeers)boetes. De rekening van All Safe betreft kosten die zijn gemaakt voor het opslaan van privégoederen. Al deze bedragen zijn op een later moment verrekend met gelden die aan [belanghebbende] toekwamen. De gelden die zijn voldaan aan [bedrijf1] zijn volgens [belanghebbende] later door hem teruggestort. Daartegenover heeft hij gesteld dat juist [verzoeker2] betalingen voor zijn eigen advieswerk zonder overleg met [belanghebbende] aan zichzelf heeft overgeboekt en aanzienlijke bedragen op zijn privé-rekening heeft gestort.

5.11.

De rechtbank overweegt als volgt. Ingevolge artikel 2:9 en 2:10 BW is elke bestuurder tegenover een rechtspersoon gehouden tot een behoorlijke vervulling van de hem opgedragen taak. Indien het een aangelegenheid betreft die tot de werkkring van twee of meer bestuurders behoort, is ieder van hen voor het geheel aansprakelijk voor een eventuele tekortkoming. Voorts is het bestuur verplicht een administratie te voeren waaruit te allen tijde de rechten en verplichtingen van de rechtspersoon kunnen worden gekend. Voorts is het bestuur wettelijk verplicht om binnen zes maanden na het einde van het boekjaar de balans en de staat van baten en lasten op te stellen. Deze verplichtingen zijn ook statutair opgelegd aan het bestuur.

5.12.

De in 5.9 opgesomde betalingen voor privédoeleinden leiden bij de rechtbank tot het oordeel dat [belanghebbende] tekort is geschoten ten aanzien van het beheer van het vermogen van CETLE dat aan hem als penningmeester was toevertrouwd. [belanghebbende] heeft zijn functie van penningmeester niet vervuld op een wijze die van hem onder de gegeven omstandigheden mocht worden verwacht. Het vermogen van CETLE had niet mogen worden aangewend voor privébetalingen. Nog afgezien of van de vraag of het [belanghebbende] was toegestaan om bedragen van CETLE voor enige tijd te ‘lenen’, overweegt de rechtbank dat [belanghebbende] zijn stelling dat de betreffende bedragen inmiddels door verrekening weer zijn teruggevloeid in het vermogen van CETLE, op geen enkele wijze onderbouwd. Hij heeft niet aan de hand van facturen of andere financiële bescheiden inzichtelijk gemaakt dat hij de betreffende bedragen – al dan niet door verrekening – weer heeft terugbetaald, terwijl het op zijn weg had gelegen om deze stellingen nader en gemotiveerd te onderbouwen.

Voorts zijn blijkens het uittreksel uit het handelsregister van de Kamer van Koophandel nimmer jaarstukken gedeponeerd. Als mede-bestuurslid was [belanghebbende] verantwoordelijk om ervoor te zorgen dat deze jaarstukken werden opgemaakt en gedeponeerd bij het handelsregister. Dat hij vervolgens wijst op accountantsverklaringen over de jaren 2006 t/m 2009 doet hier niet aan af. Uit deze accountantsverklaringen valt af te leiden dat deze betrekking hebben op de gevoerde projectadministratie (EC Contract), hetgeen van andere orde is dan een door een registeraccountant goedgekeurde jaarrekening. De projectadministratie voldoet niet aan de eisen die de statuten in artikel 10 stellen aan de door CETLE gevoerde administratie. Niet gebleken is dat er door CETLE een administratie is gevoerd die voldoet aan de vereisten van artikel 10 lid 2 van de statuten. Ten aanzien van het verweer van [belanghebbende] dat [verzoeker2] (ook) financieel wanbeleid heeft gepleegd, overweegt de rechtbank als volgt. Medebestuurder [verzoeker2] heeft bij de mondelinge behandeling toegegeven dat hij tegoeden van CETLE naar zijn privé-rekening heeft overgeschreven omdat hij bang was dat [belanghebbende] doorging met het afschrijven van zogenaamde bedragen uit de subsidies die ten behoeve van een project waren verstrekt. Wat daarvan ook zij, het handelen van [verzoeker2] ontslaat [belanghebbende] niet van zijn verplichtingen tot het behoorlijk vervullen van de aan hem opgedragen taak als penningmeester van CETLE. Daarbij merkt de rechtbank op dat aan haar het verzoek tot het ontslag van [belanghebbende] aan haar voorligt en dat niet een verzoek is ingediend om (ook) [verzoeker2] te ontslaan.

5.13.

Het vorenstaande leidt tot de conclusie dat het verzochte ontslag van [belanghebbende] dient te worden toegewezen.

5.14.

Ingevolge artikel 4 van de statuten van CETLE dient haar bestuur uit ten minste drie leden en ten hoogste zeven leden te bestaan. Door het ontslag van [belanghebbende] zal het bestuur van CETLE enkel uit [verzoeker2] bestaan. De rechtbank acht dit, mede gelet op het in punt 5.4. overwogene, onwenselijk. [verzoeker2] heeft bij de mondelinge behandeling verklaard dat hij nog twee lopende projecten financieel wil afwikkelen en dat hij daarna voornemens is om CETLE te liquideren. Voorts heeft [verzoeker2] bij de mondelinge behandeling medegedeeld dat hij behoefte heeft aan ten minste een financieel onderlegd bestuurslid die naast hem plaats zal nemen in het bestuur van CETLE. De rechtbank vat dit op als een verzoek tot benoeming van de twee ledige plaatsen in het bestuur van CETLE. Gelet op de voorgenomen liquidatie en de huidige financiële toestand van CETLE waarin onder meer de verplichte jaarrekeningen ontbreken, komt het de rechtbank voor dat een bestuurder met boekhoudkundige achtergrond en een bestuurder met ervaring op het gebied van liquidatie en vereffening dient te worden benoemd. De rechtbank is voornemens tot bestuurders te benoemen: [persoon1] , werkzaam ten kantore van Houthoff Buruma, alsmede [persoon2] RA RV, werkzaam ten kantore van DRV Corporate Finance.

Als vergoeding kan [persoon1] zijn gebruikelijke tarief als curator hanteren en [persoon2] zijn gebruikelijke uurtarief. [belanghebbende] wordt in de gelegenheid gesteld om zich over de namen van de voorgestelde bestuurders uit te laten. Iedere verdere beslissing omtrent de te benoemen bestuurders zal de rechtbank tot 31 maart 2016 aanhouden. Indien de rechtbank voor 31 maart 2016 geen bericht van [belanghebbende] ontvangt, zal zij de voormelde bestuurders benoemen. Indien [belanghebbende] uiterlijk op voormelde datum reageert, zal de rechtbank een beslissing nemen met inachtneming van zijn reactie.

Overdracht administratie

5.15.

Voorts heeft Marine Analytics c.s. verzocht tot veroordeling van de overdracht van de volledige administratie. De over te leggen administratie zou volgens [verzoeker2] op zijn minst het volgende moeten bevatten:

  • -

    bankboeken (5 rekeningen)

  • -

    in- en uitgaande facturen en in het bijzonder facturen van P&S Management en facturen van catering, huur van vergaderkamers en de parkeerplaats;

  • -

    verstuurde en ontvangen e-mails in verband met projecten van CETLE;

  • -

    administratie ten behoeve van de projecten van MarNIS, MarNIS-Nederland, SKEMA, en RISING zoals contracten met consultants;

  • -

    administratie ten behoeve van de EEG, zoals jaarlijkse declaraties, betalingen en redenen waarom jaarlingen niet zijn gedaan, wellicht aantekeningen van gesprekken met EU functionarissen;

  • -

    belastingaangiften voor de BTW en correspondentie met betrekking tot de toekenning door de Belastingdienst van het Btw-plichtig zijn van CETLE;

  • -

    contracten met internet providers;

bankkaarten van CETLE en de Stichting Derden gelden partners EEG, eventuele creditcards alsmede afrekeningen van deze kaarten.

5.16.

[belanghebbende] heeft zich tegen de afgifte van de administratie als volgt verweerd. Volgens hem is er geen sprake van disfunctioneren of financieel wanbeleid. Afgifte van de volledige administratie ligt dan niet voor de hand, omdat [belanghebbende] dan zijn functie als penningmeester niet goed meer kan uitoefenen.

5.17.

In het voorgaande is reeds geoordeeld dat [belanghebbende] dient te worden ontslagen als bestuurder van CETLE. Nu het verweer ziet op het aanblijven van [belanghebbende] als bestuurder en er voor het overige geen verweer is gevoerd, zal de rechtbank de vordering toewijzen.

De gevorderde dwangsom zal worden beperkt en gemaximeerd zoals hierna weergegeven.

Veroordeling kosten van het op orde brengen van de administratie

5.18.

Onder III heeft Marine Analytics c.s. de rechtbank verzocht om [belanghebbende] te veroordelen in de kosten van het op orde brengen van de administratie.

5.19.

De rechtbank zal deze vordering afwijzen om de navolgende reden. In artikel 10 lid 2 van de statuten van CETLE is neergelegd dat het bestuur verplicht is om van de vermogenstoestand van de stichting en van alles wat de werkzaamheden van de stichting betreft zodanig te administreren dat de rechten en verplichtingen van de stichting reeds kunnen worden gekend en de administratie met alle bescheiden en andere gegevensdragers die daarbij horen zorgvuldig en op voor naslag en controle toegankelijke wijze te bewaren. In artikel 2:10 van het Burgerlijk Wetboek is een gelijkluidende bepaling opgenomen.

De verplichting tot het bijhouden van een deugdelijke administratie is derhalve een verantwoordelijkheid van het bestuur en niet van een individuele bestuurder. Er is sprake van een collegiaal bestuur. Bestudering van hetgeen in het geding is gebracht, leidt tot de conclusie dat gedurende 10 jaren geen uitvoering is gegeven aan het opmaken van de financiële stukken, terwijl deze verplichtingen statutair aan het gezamenlijke bestuur zijn opgedragen. Daarbij overweegt de rechtbank dat CETLE een stichting is die subsidies van de Europese Unie ontvangt en dat in CETLE volgens de verklaring van [verzoeker2]

€ 3.000.000,00 omzet is gemaakt. Een dergelijk hoge omzet alsmede de aard daarvan (Europese gemeenschapsgelden) noopt tot een zorgvuldige financiële administratie. Daaraan is echter door het bestuur geen enkele invulling gegeven. Voorts is in de statuten in artikel 10 lid 3 opgenomen dat de jaarrekening door een registeraccountant dient te worden onderzocht, voordat het bestuur de jaarrekening vaststelt. [verzoeker2] heeft bij de mondelinge behandeling op 13 augustus 2015 verklaard dat er nooit een registeraccountant is aangesteld. Gelet op vorenstaande gezamenlijke verantwoordelijkheden en de afwezigheid van het geven van invulling daaraan door het gehele bestuur alsmede het feit dat boekhoudkundige kosten in beginsel kosten zijn die door een vennootschap dienen te worden gedragen, ligt het niet voor de hand om alleen [belanghebbende] te veroordelen tot vergoeding van de kosten van het op orde brengen van de administratie. De rechtbank zal de vordering om die reden afwijzen.

5.20.

[belanghebbende] zal als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten veroordeeld in de kosten van deze verzoekschriftprocedure. Deze kosten worden begroot op € 613,00 aan griffierecht en € 1152,00 aan salaris advocaat.

5.21.

Deze beslissing zal overeenkomstig het bepaalde in artikel 2:302 BW door de griffier ter inschrijving worden aangeboden aan het handelsregister.

6 De beslissing

De rechtbank

6.1.

verklaart Marine Analytics niet ontvankelijk in haar verzoeken,

6.2.

ontslaat [belanghebbende], wonende te [woonplaats2] , als bestuurslid van STICHTING CENTRUM VOOR DE ONTWIKKELING VAN TRANSPORT EN LOGTISTIEK IN EUROPA, statutair gevestigd te Rotterdam,

6.3.

veroordeelt voornoemde [belanghebbende] tot de volledige overdracht van de onder hem berustende administratie van CETLE aan [verzoeker2] , bevattende:

  • -

    de afschriften van de bankrekeningen ten name van CETLE;

  • -

    in- en uitgaande facturen van CETLE, waaronder begrepen facturen van P&S Management en facturen van catering, huur van vergaderkamers en de parkeerplaats;

  • -

    verstuurde en ontvangen e-mails in verband met projecten van CETLE;

  • -

    administratie ten behoeve van de projecten van MarNIS, MarNIS-Nederland, SKEMA, en RISING zoals contracten met consultants;

  • -

    administratie ten behoeve van de Europese Unie, zoals jaarlijkse declaraties en betalingen;

  • -

    belastingaangiften voor de BTW en correspondentie met betrekking tot de toekenning door de Belastingdienst;

  • -

    contracten met internet providers;

  • -

    bankpasjes van CETLE en de Stichting Derden gelden partners EEG, eventuele creditcards alsmede afrekeningen van deze kaarten,

zulks op straffe van een dwangsom van € 500,00 per dag dat [belanghebbende] daarmee in gebreke blijft, met een maximum aan te verbeuren dwangsommen van € 20.000,00,

6.4.

bepaalt dat [verzoeker2] zich bij brief, door de rechtbank te ontvangen uiterlijk op 31 maart 2016, mag uitlaten over de namen van voormelde te benoemen bestuurders;

6.5.

veroordeelt [belanghebbende] in de proceskosten, aan de zijde van [verzoeker2] tot op heden begroot op € 1765,00,

6.6.

gelast de griffier nadat de beslissing in kracht van gewijsde is gegaan, deze in te schrijven in het in artikel 2:289 BW genoemde register;

6.7.

houdt iedere verdere beslissing aan.

Deze beschikking is gegeven door mr. A.A. Muilwijk-Schaaij en in het openbaar uitgesproken op 11 maart 2016.