Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBROT:2016:1569

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
02-03-2016
Datum publicatie
02-03-2016
Zaaknummer
10/680636-14
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Ramkraken kledingzaken, soortgelijke handelswijze, bewijsverweren, medeverdachten, gevangenisstraf.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Rechtbank Rotterdam

Team straf 3

Parketnummer: 10/680636-14

Datum uitspraak: 2 maart 2016

Tegenspraak

Vonnis van de rechtbank Rotterdam, meervoudige kamer voor strafzaken, in de gevoegde zaken tegen de verdachte:

[verdachte]

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] ,

ingeschreven in de basisregistratie personen op het adres:

[adres] .

Gemachtigd raadsman A.H.J. Bals te Kloetinge.

1 Onderzoek op de terechtzitting

Gelet is op het onderzoek op de terechtzittingen van 3 maart 2015, 28 mei 2015, 13 augustus 2015, 9 februari 2016, 11 februari 2016 en 2 maart 2016. Op vermelde data in februari 2016 is de strafzaak tegen de verdachte inhoudelijk behandeld.

2 Tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd hetgeen is vermeld in de dagvaarding. De tekst van de tenlastelegging is als bijlage I aan dit vonnis gehecht.

3 Eis officier van justitie

De officier van justitie mr. M. Luijpen heeft gevorderd:

  • -

    vrijspraak van het onder 3 en 4 primair en subsidiair ten laste gelegde;

  • -

    bewezenverklaring van het onder 1, 2, 4 impliciet meest subsidiair en 5 ten laste gelegde;

  • -

    veroordeling van de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 42 maanden met aftrek van voorarrest, waarvan 12 maanden voorwaardelijk, met een proeftijd van 2 jaar en als bijzondere voorwaarden een meldplicht, een gedragsinterventie gericht op arbeidsvaardigheden, een ambulante behandeling en een contactverbod met de medeverdachten.

4 Waardering van het bewijs

4.1.

Vrijspraak zonder nadere motivering feit 3

Met de officier van justitie en de verdediging is de rechtbank van oordeel dat het onder 3 ten laste gelegde niet wettig en overtuigend is bewezen, zodat de verdachte daarvan zonder nadere motivering zal worden vrijgesproken.

4.2.

Vrijspraak feit 4

Met de verdediging is de rechtbank van oordeel dat het onder 4 ten laste gelegde niet wettig en overtuigend is bewezen, zodat de verdachte daarvan zal worden vrijgesproken. De rechtbank overweegt hiertoe als volgt.

Anders dan de officier van justitie is de rechtbank van oordeel dat niet kan worden bewezen dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het onder 4 meest subsidiair ten laste gelegde medeplegen van mishandeling. Uit het dossier blijkt niet dat sprake was van een nauwe en bewuste samenwerking tussen verdachte, [medeverdachte 1] en de overige medeverdachten. Het feit dat verdachte is meegegaan naar de nagelstudio van de aangeefster is daarvoor onvoldoende. Ook overigens is niet gebleken dat verdachte aangeefster heeft mishandeld. Uit de verklaringen van aangeefster volgt immers niet duidelijk door wie en door hoeveel personen zij is mishandeld en uit de verklaring van [medeverdachte 2] blijkt dat alleen [medeverdachte 1] de aangeefster heeft geslagen.

4.3.

Bewijswaardering feiten 1 en 2

De verdediging heeft vrijspraak bepleit ten aanzien van de verdenkingen onder 1 en 2 op de tenlastelegging.

De rechtbank volgt de verdediging niet en komt tot een bewezenverklaring van de feiten 1 en 2 op de dagvaarding. Zij overweegt hiertoe als volgt.

4.3.1.

Ten aanzien van feit 1

Dat de verdachte op 6 september 2014 ‘s middags een bezoek heeft gebracht aan de kledingzaak ‘Gentlemen Mode’ te Oud-Beijerland en dat er in de nacht van 8 op 9 september 2014 bij deze herenmodezaak een ramkraak heeft plaatsgevonden waarbij vijf personen betrokken waren, vormt – ook naar het oordeel van de verdediging – geen punt van discussie. Betwist wordt dat bewezen kan worden dat verdachte één van de daders van de ramkraak is geweest.

Naar het oordeel van de rechtbank kan wettig en overtuigend bewezen worden dat verdachte samen met zijn vier medeverdachten de ramkraak heeft gepleegd en daarbij kledingstukken uit het winkelpand heeft weggenomen. Geen van de verdachten heeft inhoudelijk over de zaak willen verklaren. Hieronder zet de rechtbank haar bevindingen en visie op het bewijs uiteen.

Gebeurtenissen 6 september 2014 en de ramkraak

Op camerabeelden afkomstig van de bewakingscamera van Gentlemen Mode wordt gezien dat op 6 september 2014 rond 15:38 uur een drietal mannen de kledingwinkel binnenloopt. [verdachte] wordt door vijf verbalisanten herkend op de camerabeelden als één van de drie mannen en heeft zelf ook ter terechtzitting erkend dat hij de kledingzaak die dag heeft bezocht. De andere twee mannen worden door verbalisanten herkend als de verdachten [medeverdachte 2] en [medeverdachte 1] .

Volgens verkoopmedewerkster [naam 1] die op 6 september in de winkel staat, lopen de drie mannen bij binnenkomst rechtstreeks naar de spijkerbroeken van het merk ‘Jacob Cohen’. Ook bekijken de mannen de kleding van het merk ‘GANT’ en ‘Stone Island’. De mannen verlaten de winkel zonder iets te kopen.

In de nacht van 8 op 9 september vindt er bij dit winkelpand een ramkraak plaats. Op de beelden van de bewakingscamera’s is te zien hoe één dader met een auto de pui van het winkelpand ramt waarna vier daders in nog geen drie minuten de winkel via het verbroken en verbogen rolhek betreden, een groot aantal kledingstukken in grote tassen stoppen en vervolgens de winkel via het rolhek weer verlaten. Door aangever [naam 2] wordt een plattegrond van de winkel aangeleverd waarop te zien is dat de route die de drie verdachten op 6 september 2014 in de winkel hebben gelopen nagenoeg identiek is aan de route die de daders van de ramkraak en de daadwerkelijke diefstal hebben afgelegd. Voorts blijkt dat de door de daders weggenomen kleding voornamelijk bestaat uit kleding van de merken Jacob Cohen, GANT en Stone Island: de merken die de drie verdachten op 6 september hebben bekeken. Het bezoek aan de winkel op 6 september kan gelet op deze bevindingen niet anders worden beschouwd dan als een voorverkenning.

Op de camerabeelden van 6 september is voorts te zien dat een vierde persoon buiten voor de winkel wacht terwijl de andere drie mannen de winkel betreden. Deze vierde persoon is een man en draagt een trainingsjas in de kleuren rood en grijs. [getuige 1] beschrijft dat deze vierde man hoort bij de andere drie mannen. [getuige 2] verklaart dat haar ex-vriend – [medeverdachte 3] – haar op haar laptop een filmpje heeft laten zien van drie mannen die in een winkel rondkijken. Uit onderzoek aan de laptop van [getuige 2] blijkt dat op 11 september 2014 een website is bezocht waarop een uitzending gewijd aan de ramkraak op Gentlemen Mode te zien was. [medeverdachte 3] heeft [getuige 2] gezegd dat hij hierbij aanwezig was maar dat hij niet op de beelden is te zien omdat hij buiten voor de winkel is blijven staan: hij was namelijk al eens eerder in die kledingzaak geweest. Uit nader onderzoek door de politie is gebleken dat deze verklaring van [getuige 2] informatie bevat die zij enkel van (één van de) vier mannen zelf heeft kunnen vernemen: in de tv-en radio uitzendingen over dit onderwerp is nimmer gesproken over het feit dat er tijdens de zogenoemde ‘voorverkenning’ op 6 september een persoon buiten voor de winkel is blijven wachten.

[naam 5] , het broertje van [medeverdachte 3] , verklaart bij de politie dat hij zijn broer op de beelden herkent als de persoon die buiten voor de winkel staat te wachten en er wordt bij een doorzoeking op het adres van [medeverdachte 3] door de politie een trainingsjas in de kleuren rood en grijs aangetroffen, gelijkend op de jas van de persoon die buiten wacht.

[naam 5] en [naam 6] verklaren voorts dat zij in één huis wonen met hun broer [medeverdachte 3] en dat [verdachte] en [medeverdachte 1] wel eens bij hen aan de deur kwamen voor een praatje. [naam 5] verklaart dat er enige tijd geleden door het groepje (waarmee hij met name lijkt te bedoelen: door [verdachte] en [medeverdachte 3] ) werd gesproken over ramkraken. Er werd gesproken over waar de winkels lagen en over welke merkkleding er in die winkels lag. [naam 5] verklaart dat werd verteld dat “ze” langs waren geweest en dat er dure kleding hing en dat ze bij Opsporing Verzocht beelden uit hadden gezonden waarop ze te zien waren.

Verdachten [verdachte] , [medeverdachte 1] , [medeverdachte 2] en [medeverdachte 3] worden in de periode rond de ramkraak op verschillende tijdstippen in elkaars aanwezigheid gesignaleerd. Zo ziet [verbalisant] op 18 september 2014 [verdachte] , [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] samen lopen in Rotterdam en herkent hij op de beelden van 9 september 2014 afkomstig van een bewakingscamera van een kledingwinkel in Sliedrecht de verdachten [verdachte] , [medeverdachte 1] , [medeverdachte 3] en [medeverdachte 4] . [medeverdachte 4] wordt op 6 september 2014 niet met de andere vier verdachten gezien, maar op 9 september 2014 wel met drie van hen. Het bezoek van de mannen aan een kledingwinkel in Sliedrecht verloopt, blijkens de verklaring van het aanwezige winkelpersoneel, op identieke wijze als het bezoek op 6 september aan de kledingwinkel Gentlemen Mode. Er is sprake van bijzondere belangstelling voor exclusieve dure kleding zodanig dat het gedrag de aandacht trekt van het winkelpersoneel en er wordt niets gepast en gekocht.

Voorts blijkt uit een analyse van de historische belgegevens van de nummers in gebruik bij de verdachten dat er frequent telefonische contacten tussen de vijf verdachten plaatsvinden, waarbij met name [verdachte] een bijzondere positie inneemt. Hij heeft als enige verdachte met iedere medeverdachte afzonderlijk telefonisch contact.

Op grond van bovenstaande bevindingen concludeert de rechtbank dat de mannen op de camerabeelden van 6 september 2014 de verdachten [verdachte] , [medeverdachte 1] , [medeverdachte 2] en [medeverdachte 3] betreffen die op die dag de voorverkenning hebben uitgevoerd voor de ramkraak.

Nu de rechtbank heeft vastgesteld dat vier van de vijf verdachten op de camerabeelden van 6 september 2014 te zien zijn, komt zij toe aan de bespreking van de bewijsmiddelen die de rechtbank de overtuiging geven dat deze vier verdachten, samen met [medeverdachte 4] de ramkraak op Gentlemen Mode in de nacht van 8 op 9 september 2014 hebben gepleegd.

De overtuiging dat de vier verdachten op de camerabeelden van 6 september ook de daders van de ramkraak zijn baseert de rechtbank enerzijds op bewijsmiddelen die hierboven al zijn aangehaald en die een link leggen tussen de ramkraak en de gebeurtenissen op 6 september in het algemeen (en die dus niet specifiek een link leggen tussen de ramkraak en de individuele verdachten), en anderzijds op de bewijsmiddelen die juist specifiek verband leggen tussen een bepaalde verdachte en de betreffende ramkraak. Nu [medeverdachte 4] geen deel uitmaakte van de groep die op 6 september 2014 een bezoek bracht aan Gentlemen Mode zal het bewijs van zijn aandeel bij de ramkraak bestaan uit bewijsmiddelen van het laatste soort.

Het bewijs dat in algemene zin bijdraagt aan de overtuiging dat de daders van de ramkraak dezelfde personen zijn als de personen die op 6 september 2014 de kledingwinkel hebben bezocht, wordt gevormd door de nagenoeg identieke route die is afgelegd door de verdachten tijdens het bezoek op 6 september 2014 en de daders van de ramkraak en de diefstal. De overtuiging wordt voorts versterkt door het feit dat bij de diefstal voornamelijk kleding is weggenomen van de merken waar de verdachten op 6 september specifiek aandacht aan besteedden. Bovendien zijn de verklaringen van [getuige 2] en [naam 5] op dit punt helder: voorafgaand aan de ramkraak hebben de daders een zogenaamde voorverkenning uitgevoerd. [getuige 2] gaat in haar verklaring nog een stapje verder nu zij verklaart dat [medeverdachte 3] haar heeft verteld dat de drie jongens op de camerabeelden van 6 september, een vierde jongen en hijzelf na de voorverkenning met een auto de winkel binnen waren gereden en kleding hadden meegenomen.

De bewijsmiddelen die een link leggen tussen de ramkraak en de verdachten als individu worden hieronder besproken. De rechtbank heeft middels tussenkopjes de bewijsmiddelen gecategoriseerd naar onderwerp en geeft aan het einde van ieder tussenkopje kort aan hoe zij door deze bewijsmiddelen in haar overtuiging wordt gesteund dat de verdachten het tenlastegelegde feit hebben begaan.

Aangetroffen kledingstukken

Bij de aanhoudingen en de doorzoekingen in de woningen van de verdachten [verdachte] , [medeverdachte 2] , [medeverdachte 4] en [medeverdachte 3] (in de woning van de verdachte [medeverdachte 1] heeft geen doorzoeking plaatsgevonden) worden diverse kledingstukken aangetroffen van merken die tijdens de ramkraak bij Gentlemen Mode zijn weggenomen. Het betreffen spijkerbroeken van het merk Jacob Cohen, jassen van Stone Island, jassen van Woolrich, een jas van GANT, een jas van Hugo Boss, een jas van Jott en een vest van Mason’s. Bij een groot deel van de aangetroffen kledingstukken zijn de labels met daarop het artikelnummer er uit geknipt. De aangetroffen kleding betreft stuk voor stuk exclusieve kleding uit het duurdere segment. Voor een aantal van de onder verdachten aangetroffen items geldt dat deze in Nederland door de leveranciers van voornoemde merken zeer beperkt zijn geleverd. De rechtbank zal op een aantal kledingstukken nader ingaan.

Insluitingsfouillering en doorzoeking woning [medeverdachte 3]

Tijdens zijn insluitingsfouillering droeg [medeverdachte 3] een jas van het merk GANT, maat M, artikelnummer 70059. Aangever [naam 2] herkent deze jas als een jas die afkomstig was uit de collectie van Gentlemen Mode en die tijdens de ramkraak is weggenomen. [naam 2] verklaart dat maar tien andere winkels in Nederland deze jas hebben ingekocht.

Tijdens een doorzoeking in de woning van [medeverdachte 3] worden in zijn kledingkast twee kledingetiketten aangetroffen van Gentlemen Mode. Deze etiketten hebben betrekking op een Jacob Cohen spijkerbroek maat 33-34. In de kast van zijn broer [naam 5] wordt een Jacob Cohen spijkerbroek maat 34-34 aangetroffen. [naam 5] verklaart bij de politie dat hij die broek uit de kast van [medeverdachte 3] heeft gepakt en dat zijn broer vier van zulke broeken in zijn kast had hangen. Op foto B (p. 286) die als bijlage bij het proces-verbaal van de doorzoeking is gevoegd en waarop de betreffende spijkerbroek staat afgebeeld is te zien dat aan de broek een prijskaartje hangt van Gentlemen Mode.

Op de telefoon van [naam 5] wordt voorts een vijftal foto’s aangetroffen van spijkerbroeken van het merk Jacob Cohen. Deze foto’s zijn gemaakt in de woning van Waterval en [medeverdachte 3] op 31 oktober 2014. Uit onderzoek aan de telefoon blijkt dat bij deze foto’s een link naar de website Marktplaats zichtbaar is. Uit informatie verkregen van Marktplaats blijkt dat er onder het account van [naam 6] (de andere broer van [medeverdachte 3] ) een advertentie is geplaatst waarin een Jacob Cohen spijkerbroek maat 33-34 te koop wordt aangeboden waarbij precies dezelfde vijf foto’s van spijkerbroeken zijn gevoegd die zijn aangetroffen op de telefoon van [naam 5] . In de advertentie staat dat voor vragen contact opgenomen kan worden via het mailadres [naam 5] . Door aangever [naam 2] wordt het prijskaartje dat op één van de foto’s zichtbaar is herkend als een prijskaartje dat afkomstig is uit zijn winkel. [naam 5] verklaart bij de politie dat [medeverdachte 3] , hem vroeg of hij zijn telefoon mocht lenen om foto’s te maken van kledingstukken en deze vervolgens op marktplaats te zetten. Op de telefoon worden voorts foto’s aangetroffen van een Woolrich jas (foto gemaakt één dag na de ramkraak en via een advertentie op marktplaats gezet) en van jassen van Stone Island.

Insluitingsfouillering en doorzoeking woning [medeverdachte 4]

Bij zijn insluitingsfouillering droeg [medeverdachte 4] een spijkerbroek van het merk Jacob Cohen en een winterjas van het merk Woolrich en tijdens een doorzoeking worden in zijn slaapkamer zes jassen aangetroffen van de merken Stone Island, GANT, Woolrich, Mason’s, Hugo Boss en Jott. Kleding van precies deze merken is tijdens de ramkraak bij Gentlemen Mode wegenomen. Ook worden er in zijn slaapkamer zes spijkerbroeken van het merk Jacob Cohen aangetroffen. Aangever [naam 2] herkent bovengenoemde kledingstukken als soortgelijke kleding die is weggenomen tijdens de ramkraak. De jas van GANT wordt zeer beperkt verkocht: maar vijf andere winkels in Nederland verkopen deze jas. De jassen van Hugo Boss en Mason’s zijn voorzien van een artikelnummer en die nummers komen overeen met de serie jassen die tijdens de ramkraak zijn weggenomen. Ten aanzien van de spijkerbroeken van Jacob Cohen merkt [naam 2] op dat één van deze broeken “uniek” is nu de achterzijde is ingelegd met roggeleer en Gentlemen Mode één van de vier locaties in Nederland is die deze broek heeft ingekocht. Het feit dat deze broek samen met de andere vijf spijkerbroeken van Jacob Cohen is aangetroffen maakt dat de aangever zeker weet dat al deze broeken in zijn winkel zijn weggenomen. Er is namelijk geen andere winkel in Nederland die al deze specifieke artikelen naast elkaar aanbiedt.

Jacob Cohen spijkerbroeken

Aangever [naam 2] verklaart dat de broeken van Jacob Cohen standaard worden geleverd met een los zakje in de kleuren rood of wit, met daarin een klosje garen. Elke broek heeft een eigen kleur garen en bij elke broek wordt met dit zakje die eigen kleur garen meegeleverd. Tijdens de doorzoekingen in de woningen van de verdachten zijn op verschillende plaatsen dergelijke zakjes met garen aangetroffen. Zo worden er in de woning van [verdachte] twee van deze zakjes aangetroffen en worden er op straat voor de woning van [medeverdachte 3] en in zijn kast eveneens dergelijke zakjes gevonden.

Kleding aangetroffen bij [naam 7]

Op 21 november 2014 voert de vriendin van verdachte [medeverdachte 2] , [naam 8] , een telefoongesprek met [naam 7] . Uit dit afgeluisterde gesprek valt op te maken dat [naam 8] spullen wil onderbrengen bij [naam 7] . [naam 8] zegt tijdens dit gesprek dat ze niet goed kan praten omdat ze wordt getapt maar dat ze de spullen uit haar huis wil hebben omdat de politie deze anders zal aantreffen tijdens een doorzoeking. [naam 7] zegt dat het goed is. Op 13 januari 2015 wordt in de woning op aanwijzing van [naam 7] een tas aangetroffen met daarin onder andere twee spijkerbroeken van het merk Jacob Cohen. Zij bevestigt dat zij deze tas op verzoek van [naam 8] in bewaring heeft.

Insluitingsfouillering verdachte [medeverdachte 2]

Tijdens zijn insluitingsfouillering droeg [medeverdachte 2] een spijkerbroek van het merk Jacob Cohen. Het artikelnummer in deze broek was nog zichtbaar en aangever [naam 2] verklaart dat een soortgelijke broek is weggenomen tijdens de ramkraak. Deze broek werd maar door vijf andere winkels in Nederland ingekocht.

Conclusie rechtbank ten aanzien van de aangetroffen kledingstukken

Onder [medeverdachte 3] , [medeverdachte 4] , [verdachte] en [medeverdachte 2] zijn diverse kledingstukken aangetroffen van merken die bij de ramkraak in Oud-Beijerland zijn weggenomen. Het inkomen en de verdiensten van de verdachten afgezet tegen de verkoopprijs van de aangetroffen kleding maken het kopen van deze merkkleding welhaast onmogelijk en verdachten hebben geen plausibele verklaring willen geven die de herkomst van de onder hen aangetroffen kledingstukken kan verklaren.

Gelet hierop en gelet op het feit dat er kleding werd verstopt en ondergebracht bij derden en voorts is gebleken dat de kleding klaarblijkelijk niet enkel voor eigen gebruik werd aangewend (de kleding werd immers ook op marktplaats te koop aangeboden) kan het naar het oordeel van de rechtbank niet anders zijn dan dat de aangetroffen kleding een illegale herkomst heeft.

Hoewel niet ieder kledingstuk vanwege het ontbreken van labels één op één geïdentificeerd kan worden als specifiek afkomstig uit de winkel Gentlemen Mode acht de rechtbank de kans dat de aangetroffen kleding afkomstig is uit een andere kledingzaak of andere kledingzaken dan Gentlemen Mode verwaarloosbaar klein. De door de politie en op genoemde foto’s aangetroffen kledingstukken vormen een vrijwel unieke verzameling kledingstukken; het kan niet anders zijn dan dat deze specifieke kledingstukken van betrekkelijk exclusieve merken, waarbij een aantal kledingstukken behoort tot specifieke series en enkele kledingstukken een label van Gentlemen Mode dragen, afkomstig zijn van Gentlemen Mode. De rechtbank heeft dan ook de overtuiging gekregen dat de onder de verdachten aangetroffen kleding afkomstig is van Gentlemen Mode en tijdens de ramkraak is weggenomen.

Scooters

Uit diverse getuigenverklaringen blijkt dat de daders van de ramkraak op scooters zijn weggevlucht. Er is één getuige die hierover een uitgebreide verklaring aflegt. Dit betreft [getuige 3] . Ongeveer een kwartier na de ramkraak op 9 september 2014 meldt deze getuige een verdachte situatie. Vanuit de richting van de Heinenoordtunnel ziet hij vier scooters met hoge snelheid zonder verlichting komen. De scooters droegen geen kentekenplaten en elke scooter voerde een grote tas mee. Op één scooter zag hij twee personen zitten en alle personen droegen een bivakmuts. [getuige 3] is achter de scooters aan gaan rijden omdat hij de situatie niet vertrouwde. Hij heeft de scooters een tijdje gevolgd en geeft een uitgebreide beschrijving van de kenmerken van deze scooters. Op enig moment wordt deze getuige door de politie uitgenodigd om in een loods een negentiental scooters te bekijken. De getuige wijst van deze negentien scooters drie scooters aan als scooters die hij in de nacht van 9 september 2014 heeft zien rijden. Hij beschrijft de overeenkomsten van de scooters die hij zag die nacht en de scooters die in de loods staan en onderbouwt waarom hij concludeert dat het dezelfde soort scooters betreft. De getuige is hierin heel gedetailleerd. Twee van de door de getuige aangewezen scooters zijn in beslag genomen onder de verdachte [medeverdachte 2] . Deze scooters werden in zijn voortuin en in de berging bij zijn woning aangetroffen. De andere scooter is in beslag genomen onder de [medeverdachte 4] nadat hij als bestuurder van deze scooter was aangehouden.

De getuige is naar eigen zeggen een groot liefhebber van scooters. Hij kan aan het geluid van een scooter horen wat voor een soort motor het is en direct zien welk merk en type scooter het betreft. De rechtbank beoordeelt zijn verklaringen als zeer betrouwbaar, gelet op de gedetailleerdheid ervan ten aanzien van de kenmerken van de door hem op 9 september 2014 waargenomen scooters waarvan er drie onder verdachten zijn aangetroffen.

Gelet op de bevindingen van [getuige 3] in de nacht van de ramkraak heeft de rechtbank de overtuiging gekregen dat deze getuige op de scooters de daders van de ramkraak heeft gezien en dat gelet op de herkenning van de scooters aangetroffen onder [medeverdachte 2] en [medeverdachte 4] deze twee verdachten deel uitmaakten van de groep die de ramkraak heeft gepleegd.

Tanken door [medeverdachte 4]

Op camerabeelden van het Shell tankstation aan de Maasboulevard in Rotterdam is te zien hoe twee mannen op 9 september 2014 omstreeks 00:29 uur hun scooters en twee jerrycans aftanken en wegrijden zonder te betalen. Opgemerkt wordt dat de scooters niet voorzien waren van kentekenplaten. [medeverdachte 4] wordt op de beelden herkend en bekent bij de politie dat hij één van de twee mannen was die getankt hebben zonder te betalen. Uit onderzoek is gebleken dat [medeverdachte 4] kort voor het tanken (tussen 00:13 en 00:19 uur) negen maal heeft getracht in contact te komen met de telefoon van [verdachte] . Voorts blijkt uit de camerabeelden van de ramkraak en uit het proces-verbaal van sporenonderzoek dat de auto waarmee de gevel en de pui van de kledingzaak Gentlemen Mode zijn geraakt, in brand is gestoken door de bestuurder. In en rondom de auto neemt de politie een benzinelucht waar. Gelet op het tijdstip van het tanken van de scooters en de jerrycans, het feit dat de scooters net als de scooters waarop de daders van de ramkraak vluchtten, geen kentekenplaten voerden, het belgedrag van [medeverdachte 4] en de constatering van de benzinelucht rondom de in de brand gestoken auto gaat de rechtbank ervan uit dat de brandstof in de jerrycan van pas zou komen voor het bijtanken van de scooters en het in brand steken van de auto die gebruikt is bij de ramkraak. Dit steunt de rechtbank in haar overtuiging dat [medeverdachte 4] één van de daders van de ramkraak is.

De ramauto

De auto waarmee de ramkraak is gepleegd, is op 7 september 2014 tussen 03:00 en 11:15 uur gestolen vanaf een parkeerplaats aan de Huigendijk te Rotterdam. Om 03:16 uur die dag belt het telefoonnummer van [verdachte] met een onbekend gebleven nummer en straalt op dat moment een zendmast in de buurt van de Huigendijk aan. Dit gegeven past goed in het scenario dat [verdachte] , al dan niet tezamen met één of meer andere leden van de groep, toen de ramauto verwierf. Deze bevinding steunt de rechtbank in haar overtuiging dat [verdachte] één van de daders van de ramkraak op Gentlemen Mode is geweest.

Geruite tas

Naast kleding wordt er tijdens de doorzoeking in de schuur bij de woning van [medeverdachte 3] een grote rode geruite tas aangetroffen gelijk aan de soort tas waarin de daders van de ramkraak de kleding afvoerden. Op de camerabeelden van de ramkraak zijn deze tassen goed te zien en ook [getuige 3] spreekt over personen op scooters met meerkleurige geruite tassen. Hoewel dergelijke tassen niet exclusief verkrijgbaar zijn wordt de rechtbank- naast het aantreffen van prijskaartjes van Gentlemen Mode in de kledingkast van [medeverdachte 3] - door de vondst van deze tas gesteund in haar overtuiging dat [medeverdachte 3] één van de daders van de ramkraak is geweest.

Broek met witte streep

Op de camerabeelden afkomstig van de bewakingscamera van Gentlemen Mode wordt gezien dat één van de mannen tijdens hun bezoek op 6 september 2014 een donkere trainingsbroek draagt met daarop een verticale witte streep lopend vanaf de knie naar de onderkant van de broekspijp. Deze man wordt door een verbalisant herkend als zijnde de verdachte [medeverdachte 1] . Op de camerabeelden van de ramkraak is te zien dat één van de daders zo’n zelfde soort broek draagt. Deze bevinding steunt de rechtbank in haar overtuiging dat [medeverdachte 1] één van de daders van de ramkraak op Gentlemen Mode is geweest.

Concluderend en alles in onderlinge samenhang en verband beschouwd volgt naar het oordeel van de rechtbank uit de aangehaalde bewijsmiddelen dat de hierboven genoemde vijf verdachten een ramkraak hebben gepleegd op de kledingzaak “Gentlemen Mode” en dat hierbij door de verdachten diverse kledingstukken van de merken Jacob Cohen, Stone Island, Hugo Boss en GANT zijn weggenomen.

4.3.2.

Ten aanzien van feit 2

Op dinsdag 15 juli 2014 omstreeks 03:30 uur heeft een ramkraak plaatsgevonden in de kledingwinkel Blue Hotel by Reporter (hierna: Blue Hotel) gevestigd te Ridderkerk aan het Koningshof 106-108. De daders hebben met een gestolen auto de gevel van de winkel geramd waarbij zij het rolluik en de toegangsdeuren hebben vernield. De daders hebben een grote hoeveelheid kleding van de exclusieve merken Stone Island en Sundek meegenomen. De drie daders zijn vervolgens vertrokken op twee zwarte scooters. De daders waren drie in het zwart geklede, gemaskerde jongemannen. De daders hebben de kleding in plastic tassen gestopt. De kentekenplaten waren van de scooters verwijderd. Betwist wordt dat bewezen kan worden dat verdachte één van de daders van de ramkraak is geweest.

Naar het oordeel van de rechtbank kan wettig en overtuigend bewezen worden dat verdachte samen met zijn medeverdachte en een onbekend gebleven mededader de ramkraak heeft gepleegd en daarbij kledingstukken uit het winkelpand heeft weggenomen. Geen van de verdachten heeft inhoudelijk over de zaak willen verklaren. Hieronder zet de rechtbank haar bevindingen en visie op het bewijs uiteen.

Voorverkenning

Op maandag 14 juli bezoeken twee jongemannen de kledingwinkel tussen drie en vier uur in de middag. Zij trekken de aandacht van het personeel door hun gedrag. Ze bekijken de collectie van de winkel, merken op dat de winkel mooie merken heeft en vragen naar enkele andere exclusieve merken. Ze hebben bijzondere aandacht voor de rekken van de zwembroeken, het rek van de jasjes en het rek met de truitjes en de sweaters. [medeverdachte 2] wordt later herkend als één van beide bezoekers. [getuige 4] herkent de rastajongen, [medeverdachte 2] , en de jas die hij aanheeft bij de voorverkenning bij Gentlemen Mode, wanneer haar beelden daarvan worden getoond. Het telefoontoestel van [verdachte] straalt op 14 juli omstreeks 14:35 uur de zendmast op de P.C. Hoofdstraat 10 te Ridderkerk aan. Dit is in de nabijheid van Blue Hotel.

Gereed zetten ramauto

Op maandagavond 14 juli omstreeks 22.00 uur is [getuige 5] aan het hardlopen. Zijn aandacht wordt getrokken door twee jongemannen met een grijze Ford Ka en een Citroën Picasso. De jongeman in de Citroën Picasso heeft halflang rastahaar en is ongeveer 25 jaar oud volgens de getuige. Hij parkeert de auto en loopt vervolgens in de richting van de Ford Ka die op hem staat te wachten met draaiende motor. Voor de ramkraak is een Citroën Picasso gebruikt. [verdachte] heeft op dat moment de beschikking over een grijze Ford Ka. Om 23:08 uur die avond hebben de telefoontoestellen van [medeverdachte 2] en [verdachte] met elkaar contact, terwijl het toestel van [verdachte] een zendmast op de Sportlaan 2 te Ridderkerk aanstraalde.

Herkenning kledingstukken

In de fouillering van [verdachte] zijn een zwarte jas en een blauwe trui aangetroffen. [getuige 4] heeft deze goederen A.3.3 en A.3.1 herkend als goederen die in de collectie van Blue Hotel aanwezig waren. Bij de doorzoeking in de woning van [verdachte] wordt een zogenaamde paaltjessleutel gevonden; een dergelijke sleutel is gebruikt door de daders van de ramkraak. Er ontbrak namelijk een ijzeren paaltje waardoor de toegang tot de winkelstraat en Blue Hotel open was.

[medeverdachte 2] droeg bij de voorverkenning bij Gentlemen Mode een exclusieve zwarte jas van het merk Stone Island die slechts aan een viertal winkels in Nederland, waaronder Blue Hotel, is geleverd. Bij [naam 7] is een grijs shirt, merk Stone Island, maat M, aangetroffen; [naam 8] , de vriendin van [medeverdachte 2] , heeft dat bij haar vriendin [naam 7] ondergebracht om ontdekking door de politie te voorkomen, zo kan worden afgeleid uit het hierboven aangehaalde afgeluisterde telefoongesprek tussen beiden.

Bij de bespreking van het bewijs voor het eerste feit heeft de rechtbank aandacht besteed aan de samenstelling van de groep. De verdachte en zijn medeverdachte behoorden indertijd tot een groep jongemannen die regelmatig contact met elkaar onderhielden. Dit bleek zowel uit verklaringen als uit het onderzoek naar de telecomgegevens. Aan de orde kwam tevens dat de kledingstukken die bij Gentlemen Mode zijn buit gemaakt, werden aangetroffen onder leden van de groep. De rechtbank gaat ervan uit dat ook de van Blue Hotel buitgemaakte kleding onder leden van de groep is verspreid. Het gegeven dat kledingstukken zijn aangetroffen bij [medeverdachte 4] en [naam 5] alsmede foto’s van kledingstukken op het telefoontoestel van [medeverdachte 4] en dat van [naam 5] die worden herkend door de medewerkers van Blue Hotel, draagt naar het oordeel van de rechtbank bij aan het bewijs van feit 2.

[naam 5] heeft volgens zijn verklaring van [verdachte] een zwembroek van het merk Sundek gekregen voor zijn vakantie.

Op foto 1 in het toestel van [naam 5] is een foto van een jas te zien met het prijskaartje van Blue Hotel er nog aan.

Bij de doorzoeking in de woning van [medeverdachte 4] worden enkele kledingstukken van de merken Sundek en Stone Island aangetroffen; het gaat om de goednummers B.2.08, B.2.12, B.2.13, B.2.14 en B.2.17.

De jas op de foto in het telefoontoestel van [medeverdachte 4] wordt eveneens herkend aan zijn bijzondere eigenschappen.

Opmerking verdient dat de foto van de jas in het toestel van [medeverdachte 4] gedateerd wordt op 16 juli 2014 en dat het shirt B.2.14 door hem is gedragen in de periode van 18 tot 20 juli 2014.

De verzameling van de onder beide verdachten en onder [naam 5] en [medeverdachte 4] aangetroffen kleding alsmede de beide jassen op beide foto’s vormen een zeer specifieke verzameling goederen. Het gaat om goederen van twee exclusieve merken die slechts beperkt geleverd worden aan kledingzaken. De jas die [medeverdachte 2] droeg bij de voorverkenning bij Gentlemen Mode, was exclusief en zeer beperkt verkrijgbaar. Op foto 1 op het toestel van [naam 5] was het prijskaartje van Blue Hotel nog aanwezig. Gelet op het bijzondere karakter van de samenstelling van deze verzameling kledingstukken, die daadwerkelijk zijn aangetroffen en die staan op foto’s gemaakt door verdachten, kan het niet anders zijn dan dat deze kledingstukken afkomstig zijn van de ramkraak bij Blue Hotel.

Beide verdachten hebben voorbereidingshandelingen voor de ramkraak verricht door een voorverkenning uit te voeren en de ramauto gereed te zetten. Zij en andere leden van hun groep zijn vervolgens in het bezit van buitgemaakte kleding en foto’s daarvan. Beide verdachten geven geen enkele verklaring voor hun aanwezigheid in Ridderkerk op 14 juli 2014 in de middag en vervolgens in de avond. Ook geven ze geen aannemelijke verklaring voor het bezit van de kostbare gestolen kleding die bij henzelf is aangetroffen. Verder stelt de rechtbank vast dat het tweede feit opmerkelijke overeenkomsten met het eerste feit vertoont, zowel in werkwijze (voorverkenning, ramkraak met gestolen auto, gebruik scooters) als in het object (kledingwinkel) en de buit (exclusieve herenkleding). De rechtbank concludeert dan ook dat het niet anders kan zijn dan dat verdachte en zijn medeverdachte dit feit hebben begaan.

4.4.

Bewezenverklaring

In bijlage II heeft de rechtbank de inhoud van wettige bewijsmiddelen opgenomen, houdende voor de bewezenverklaring redengevende feiten en omstandigheden. Op grond daarvan, en op grond van de redengevende inhoud van het voorgaande, is wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder 1, 2 en 5 ten laste gelegde heeft begaan op die wijze dat:

1 .

hij op 09 september 2014 te Oud-Beijerland, tezamen en in vereniging met anderen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in een winkelpand, gelegen aan de Oost Voorstraat, heeft weggenomen kledingstukken (merk Jacob Cohen en Stone Island en Hugo Boss en Gant), toebehorende aan 'Gentlemen Mode' en/of [naam 2] , waarbij verdachte en zijn mededaders zich de toegang tot de plaats des misdrijfs hebben verschaft en de weg te nemen goederen onder hun bereik hebben gebracht door middel van braak en inklimming, te weten door met een (personen)auto (merk Ford, type Escort, voorzien van kenteken SV-JH-06) meermalen (achteruit) tegen de entree/(glazen) toegangsdeuren en het (rol)hek van voornoemd winkelpand (aan) te rijden en (vervolgens) door de aldus ontstane opening (in/aan deze entree/(glazen) toegangsdeuren en het rolhek) het winkelpand te betreden;

2.

hij op 15 juli 2014 te Ridderkerk, tezamen en in vereniging met anderen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in een winkelpand, heeft weggenomen kledingstukken (merk Stone Island en Sundek), toebehorende aan 'Blue Hotel by Reporter' en/of [naam 9] en/of [naam 10] , waarbij verdachte en zijn mededaders zich de toegang tot de plaats des misdrijfs hebben verschaft en de weg te nemen goederen onder hun bereik hebben gebracht door middel van braak en inklimming, te weten door met een (personen)auto (merk Citroen, type Xsara Picasso, voorzien van kenteken 04-XH-PH) (achteruit) tegen de toegangsdeuren en het (rol)hek van voornoemd winkelpand (aan) te rijden en (vervolgens) door de aldus ontstane opening voornoemd winkelpand te betreden;

5.

hij op 21 maart 2013 te Rotterdam een wapen als bedoeld in artikel 2 lid 1 categorie III onder sub 1 van de Wet wapens en munitie, te weten een vuurwapen in de zin van artikel 1 onder 3 van die wet in de vorm van een pistool van het merk Beretta, model 950 B voorzien van het serienummer M28863, kaliber 6,35 mm met bijbehorende munitie voorhanden heeft gehad.

Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd is niet bewezen. De verdachte moet (ook) daarvan worden vrijgesproken.

Voor zover in de bewezen verklaarde tenlastelegging kennelijke verschrijvingen voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. Blijkens het verhandelde ter terechtzitting is de verdachte daardoor niet geschaad in de verdediging.

5 Strafbaarheid feiten

De bewezen feiten leveren op:

1

DIEFSTAL DOOR TWEE OF MEER VERENIGDE PERSONEN, WAARBIJ DE SCHULDIGE ZICH DE TOEGANG TOT DE PLAATS VAN HET MISDRIJF HEEFT VERSCHAFT DOOR MIDDEL VAN BRAAK EN INKLIMMING;

2.

DIEFSTAL DOOR TWEE OF MEER VERENIGDE PERSONEN, WAARBIJ DE SCHULDIGE ZICH DE TOEGANG TOT DE PLAATS VAN HET MISDRIJF HEEFT VERSCHAFT DOOR MIDDEL VAN BRAAK EN INKLIMMING;

5.

HANDELEN IN STRIJD MET ARTIKEL 26, EERSTE LID, VAN DE WET WAPENS EN MUNITIE TERWIJL HET FEIT WORDT BEGAAN MET BETREKKING TOT EEN VUURWAPEN VAN CATEGORIE III

EN

HANDELEN IN STRIJD MET ARTIKEL 26, EERSTE LID, VAN DE WET WAPENS EN MUNITIE.

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten.

De feiten zijn dus strafbaar.

6 Strafbaarheid verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluit.

De verdachte is dus strafbaar.

7 Motivering straf

Algemene overweging

De straf die aan de verdachte wordt opgelegd, is gegrond op de ernst van de feiten, de omstandigheden waaronder de feiten zijn begaan en de persoon en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte. Daarbij wordt in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.

Feiten waarop de straf is gebaseerd

De verdachte heeft zich samen met anderen schuldig gemaakt aan twee ramkraken. Hierbij

werd de toegang geforceerd met behulp van een gestolen auto. Ramkraken leveren grote schade op aan panden en winkelinterieurs. Het is voor winkeliers vrijwel niet mogelijk zich tegen deze vorm van criminaliteit te beveiligen. In de maatschappij wekken dit soort brute diefstallen gevoelens op van grote onrust en onveiligheid. Ook de eigenaren van de gestolen auto’s worden geconfronteerd met overlast en schade. De verdachte heeft zich hiervan niets aangetrokken. Uit zijn handelen spreekt minachting voor andermans eigendom.

Voorts heeft de verdachte zich schuldig gemaakt aan het voorhanden hebben van een vuurwapen, te weten een pistool. Het ongecontroleerd bezit van vuurwapens brengt een onaanvaardbaar risico voor de veiligheid van personen mee. De rechtbank rekent de verdachte daarbij zwaar aan dat het wapen geladen was en in het openbaar werd gedragen.

Persoonlijke omstandigheden van de verdachte

Strafblad

De rechtbank heeft acht geslagen op een uittreksel uit de justitiële documentatie van

4 december 2015, waaruit onder meer blijkt dat de verdachte veelvuldig onherroepelijk is veroordeeld voor vermogensdelicten, al dan niet met geweld. Zijn laatste – niet-onherroepelijke – veroordeling door het Gerechtshof Den Haag op 13 april 2015 betreft een poging tot woninginbraak waarvoor een onvoorwaardelijke gevangenisstraf werd opgelegd van drie maanden. Gelet op het bepaalde in artikel 63 Wetboek van Strafrecht zal de rechtbank in enigszins matigende zin rekening houden met deze recente veroordeling.

Daarnaast is hij reeds tweemaal eerder veroordeeld voor verboden wapenbezit.

Rapportages

Reclassering Nederland heeft op 18 maart 2015 een rapport over verdachte opgemaakt en de bevindingen geactualiseerd in een voortgangsverslag toezicht aan opdrachtgever van

1 februari 2016.

In het rapport wordt beschreven dat, gelet op de houding van de verdachte, ontkennen dan wel het zich op zijn zwijgrecht beroepen, er geen uitspraken kunnen worden gedaan over in hoeverre de geconstateerde problemen op verschillende leefgebieden delict gerelateerd zijn. Wel wordt in de justitiële documentatie een delict patroon aangaande vermogensdelicten gezien. De verdachte beschikt volgens rapporteur over sociale vaardigheden en lijkt ook goed in staat keuzes in zijn leven te maken. Gelet op zijn geschiedenis van anti-sociaal gedrag zoals dat tot uitdrukking komt in zijn strafblad lijkt hij echter in zijn keuzes zijn eigen gewin voorop te stellen boven het belang van anderen.

De verdachte heeft geen werk; er zijn verschillende pogingen voor arbeidstoeleiding geweest, ook in het kader van (schorsings)reclasseringstoezicht. Dit heeft geen (blijvend) resultaat gehad.

Het recidiverisico wordt op basis van de justitiële documentatie ingeschat als hoog. Indien de verdachte schuldig wordt bevonden wordt geadviseerd een (gedeeltelijk) voorwaardelijke gevangenisstraf op te leggen. Hierbij worden de volgende bijzondere voorwaarden geadviseerd:

  • -

    meldplicht

  • -

    gedragsinterventie (GI-RN Arbeidsvaardigheden (ArVa)

  • -

    behandelverplichting – ambulante behandeling (bij (forensische) psychiatrie, Het Dok te Rotterdam of soortgelijke zorg

  • -

    een contactverbod met medeverdachten.

Blijkens het voortgangsverslag, dat werd opgesteld in het kader van opgelegd toezicht na de schorsing preventieve hechtenis, ontvangt de verdachte thans een uitkering en is hij toegeleid naar een dagbestedingsproject, genaamd Schoon Schip. Hij zou zicht hebben op een baan als asbestverwijderaar. De verdachte is zelf op zoek naar huisvesting.

Behandeling bij de Forensische Polikliniek De Waag, waar de verdachte was aangemeld, is nog niet opgestart omdat hij alle afspraken voor een intake heeft afgezegd. De verdachte heeft zich aan de meldplichtafspraken bij de reclassering gehouden.

Conclusies van de rechtbank

Gelet op hetgeen de rechtbank hierboven heeft overwogen, komt zij tot de volgende conclusies.

Straf

Gezien de ernst van de feiten kan niet anders worden gereageerd dan met het opleggen van een gevangenisstraf. Bij de bepaling van de duur van de gevangenisstraf heeft de rechtbank acht geslagen op straffen die in soortgelijke zaken plegen te worden opgelegd en daarmee op de oriëntatiepunten van het Landelijk Overleg Vakinhoud Strafrecht (LOVS).

Voor de bewezenverklaarde ramkraken neemt de rechtbank als uitgangspunt een gevangenisstraf van negen maanden per gepleegde ramkraak. In de omstandigheden van het feit, in het bijzonder de omvang van de schade die is aangericht en voorts in de documentatie van verdachte ziet de rechtbank aanleiding de eerdergenoemde oriëntatiepunten te verhogen tot elf maanden per gepleegde ramkraak.

Voor het bewezen verklaarde wapenbezit gaat de rechtbank uit van een gevangenisstraf van drie maanden. Ook hier is sprake van straf vermeerderende factoren gelet op de eerdere veroordelingen van verdachte voor soortgelijke feiten en de omstandigheid dat het wapen in het openbaar en voorzien van munitie werd gedragen.

De reclassering heeft geadviseerd een gedeelte van de straf voorwaardelijk op te leggen, om een aantal bijzondere voorwaarden mogelijk te maken. De officier van justitie en ook de verdediging hebben gevorderd, respectievelijk bepleit dit in de strafoplegging mee te nemen.

De rechtbank constateert dat de verdachte in het verleden meermalen is veroordeeld tot gedeeltelijk voorwaardelijke straffen, met bijzondere voorwaarden, die er kennelijk niet toe hebben geleid dat de verdachte geen strafbare feiten meer heeft gepleegd. Hierbij komt dat de verdachte kennelijk geen hulpvraag heeft. Veel van de eerdere interventies lijken niet te zijn uitgevoerd en ook in het kader van het huidige schorsingstoezicht is geen behandeling bij De Waag opgestart. Een en ander maakt dat thans een geheel onvoorwaardelijke gevangenisstraf van na te melden duur passend en geboden wordt geacht.

8 Voorlopige hechtenis

De verdediging heeft verzocht om voortduring van de schorsing van de voorlopige hechtenis na de einduitspraak.

De officier van justitie heeft zich tegen dit verzoek verzet en verzoekt de opheffing van de schorsing van de voorlopige hechtenis bij einduitspraak.

De rechtbank overweegt als volgt. De voorlopige hechtenis is destijds geschorst tot aan de dag van de uitspraak omdat er nog geen zicht was op een datum voor de inhoudelijke behandeling en onder die omstandigheid aan het persoonlijke belang van de verdachte bij zijn vrijheid een zwaarder gewicht moest worden toegekend. Nu de behandeling van de strafzaak heeft plaatsgevonden en verdachte in dit vonnis wordt veroordeeld tot een gevangenisstraf van aanzienlijke duur, ziet de rechtbank anders dan de verdediging geen aanleiding de voorlopige hechtenis op te heffen of deze opnieuw te schorsen. De feiten waarvoor de verdachte wordt veroordeeld, zijn dusdanig ernstig en passend in het patroon van vermogensdelicten van verdachte dat het strafvorderlijk belang van de beveiliging van de samenleving moet prevaleren boven het persoonlijk belang van verdachte.

9 In beslag genomen voorwerpen

9.1.

Standpunt officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd de in beslag genomen personenauto (Mitsubishi Carisma TN-FJ-87) terug te geven aan de rechthebbende [naam 5] .

9.2.

Beoordeling

Ten aanzien van de in beslag genomen personenauto (Mitsubishi Carisma TN-FJ-87) zal een last worden gegeven tot teruggave aan [naam 5] nu deze redelijkerwijs als rechthebbende kan worden aangemerkt.

10 Vordering benadeelde partij

Als benadeelde partij heeft zich in het geding gevoegd [benadeelde] ter zake van het onder 4 ten laste gelegde feit. De benadeelde partij vordert een vergoeding van € 17.486,34 aan materiële schade en een vergoeding van € 4.900,00 aan immateriële schade.

De benadeelde partij zal in de vordering niet-ontvankelijk worden verklaard, nu aan de verdachte geen straf of maatregel is opgelegd en artikel 9a van het Wetboek van Strafrecht geen toepassing heeft gevonden.

11 Toepasselijke wettelijke voorschriften

Gelet is op de artikelen 57, 63 en 311 van het Wetboek van Strafrecht

en de artikelen 26 en 55 van de Wet Wapens en Munitie.

12 Bijlagen

De in dit vonnis genoemde bijlagen maken deel uit van dit vonnis.

13 Beslissing

De rechtbank:

verklaart niet bewezen, dat de verdachte de onder 3 en 4 ten laste gelegde feiten heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij;

verklaart bewezen, dat de verdachte de onder 1, 2 en 5 ten laste gelegde feiten, zoals hiervoor omschreven, heeft begaan;

verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte meer of anders ten laste is gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard en spreekt de verdachte ook daarvan vrij;

stelt vast dat het bewezen verklaarde oplevert de hiervoor vermelde strafbare feiten;

verklaart de verdachte strafbaar;

veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 26 (zesentwintig) maanden;

beveelt dat de tijd die door de veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering wordt gebracht, voor zover deze tijd niet reeds op een andere vrijheidsstraf in mindering is gebracht;


beslist ten aanzien van het voorwerp, de personenauto (Mitsubishi Carisma TN-FJ-87), geplaatst op de lijst van inbeslaggenomen en nog niet teruggegeven voorwerpen, als volgt:
- gelast de teruggave aan de rechthebbende [naam 5] ;

wijst af het verzoek tot schorsing van de voorlopige hechtenis van de verdachte;

verklaart de benadeelde partij [benadeelde] niet-ontvankelijk in de vordering.

Dit vonnis is gewezen door:

mr. J.A.M.J. Janssen-Timmermans, voorzitter,

en mrs. C. Vogtschmidt en R. Terpstra, rechters,

in tegenwoordigheid van mr. A.C. Pagano Mirani, griffier,

en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank op de datum die in de kop van dit vonnis is vermeld.