Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBROT:2016:1431

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
25-02-2016
Datum publicatie
16-03-2016
Zaaknummer
C/10/493803 / KG ZA 16-92
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Kort geding
Op tegenspraak
Inhoudsindicatie

Staken publicatie en promotie boek en rectificatie

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK ROTTERDAM

Team Handel

zaaknummer / rolnummer: C/10/493803 / KG ZA 16-92

Vonnis in kort geding van 25 februari 2016

in de zaak van

1 [eiser 1] ,

2. [eiser 1]

in zijn hoedanigheid van wettelijk vertegenwoordiger van

[de minderjarige] ,

beiden wonende te Hengelo,

eisers,

advocaat mr. A.J.W. Bovenmars-Wilmink,

tegen

[gedaagde] ,

wonende te Vlaardingen,

gedaagde,

advocaat mr. W.J.J. Trooster.

Partijen zullen hierna [eisers] , [eiser 1] (eiser sub 1) en [gedaagde] genoemd worden.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

  • -

    de dagvaarding d.d. 2 februari 2016, met producties,

  • -

    de aanvullende producties van [eisers] , toegezonden bij brief van 8 februari 2016 en fax van 9 februari 2016,

  • -

    de producties van [gedaagde] , toegezonden bij brief van 8 februari 2016,

  • -

    de conclusie van antwoord van [gedaagde] , toegezonden bij fax van 10 februari 2016,

  • -

    de mondelinge behandeling ter zitting van 11 februari 2016,

  • -

    de pleitnota van [eisers] .

1.2.

Ten slotte is vonnis bepaald.

2 De feiten

2.1.

[eiser 1] en [gedaagde] zijn voormalige echtelieden. Hun huwelijk is in 2011 door echtscheiding ontbonden. Uit hun huwelijk is op [geboortedatum] geboren [de minderjarige] (verder: de dochter). De hoofdverblijfplaats van de dochter is bij [eiser 1] , die alleen het gezag over haar uitoefent.

2.2.

[gedaagde] heeft een boek geschreven met de titel “ [X] ” (verder: het boek). Dit boek wordt sinds november 2015 uitgegeven door Boekscout.nl.

2.3.

Op voorzijde van de kaft van het boek is vermeld:

“Een waargebeurd verhaal over huiselijk geweld, inaccurate wetgeving en falende hulpverlening”.

2.4.

Op de achterzijde van de kaft staat een portret van [gedaagde] met een tekst, die – voor zover hier van belang – luidt:

[-] [gedaagde] (…) werkte in de zorg en stond samen met haar man op de markt. Toen ze wilde scheiden, merkte ze dat het met een autistisch kind en een eigen bedrijf onmogelijk was om van haar wraakzuchtige man af te komen. In de hoop dit te veranderen schreef ze aan de hand van haar verslagen uit deze periode dit aangrijpende verhaal. (...)”.

2.5.

Op pagina 4 van het boek staat de tekst:

“Dit is een persoonlijk verhaal. Alles is waargebeurd en kan officieel worden aangetoond door middel van processen-verbaal, aangiftes, rechterlijke uitspraken en andere officiële stukken. Alle namen, ook die van mij, en enkele geografische plaatsaanduidingen, chronologische details en die op grond waarvan iemand geïdentificeerd zou kunnen worden, zijn om redenen van privacy en veiligheid gewijzigd. Enkele figuren zijn weggelaten of gecombineerd.”

2.6.

In het boek draagt de echtgenoot van de vrouwelijke hoofdfiguur de naam [y] .

3 Het geschil

3.1.

[eisers] vordert – samengevat – [gedaagde] te veroordelen om binnen 48 uren na betekening van het in deze te wijzen vonnis:

I. het drukken, vermenigvuldigen en op welke wijze dan ook verspreiden van het boek per direct te staken en gestaakt te houden, alsook (een deel van) de inhoud van het boek op andere wijze kenbaar te maken, zulks op verbeurte van een dwangsom;

II. een voor rekening van [gedaagde] door een registeraccountant gecontroleerde en akkoord bevonden opgave te doen toekomen van het totaal aantal exemplaren dat is vervaardigd van het boek, zulks op verbeurte van een dwangsom;

III. de nog aanwezige (handels)voorraden van het boek terug te halen en om die voorraden en de bij [gedaagde] zelf aanwezige voorraden van het boek voor eigen rekening te vernietigen of te doen vernietigen, zulks onder, voor rekening van [gedaagde] , door een registeraccountant gecontroleerde en akkoord bevonden schriftelijke opgave van de vernietigde aantallen, zulks op verbeurte van een dwangsom;

IV. de reeds uitgeleverde exemplaren van het boek terug te halen en om deze exemplaren voor eigen rekening te vernietigen of te doen vernietigen, zulks onder, voor rekening van [gedaagde] , door een registeraccountant gecontroleerde en akkoord bevonden schriftelijke opgave van de vernietigde aantallen, zulks op verbeurte van een dwangsom;

V. promotie van het boek, op welke wijze dan ook, en via welk medium dan ook, waaronder, doch niet beperkt tot, facebook, te staken en gestaakt te houden en per direct te verwijderen en verwijderd te houden van internet, zulks op verbeurte van een dwangsom;

VI. centraal op de facebookpagina “ [X] ” en op de website van Boekscout.nl en zonder verdere toevoegingen, in een zowel qua formaat als stijl als contrast goed leesbaar lettertype, de volgende tekst op te nemen en deze tekst op voornoemde wijze daar gepubliceerd te houden gedurende een periode van ten minste 3 maanden:

“In november 2015 hebben wij een boek op de markt gebracht genaamd [X] . Hoewel dit boek onder de noemer van een waargebeurd verhaal is uitgebracht, berust de inhoud van het boek niet op waarheid. In het boek staan een veelheid van onwaarheden. Zo worden in het boek personages, waaronder de personage van [y] , beschuldigd van geweldpleging en andere kwalijke zaken. Zulks ten onrechte. Wij verzoeken u dan ook het boek aan ons terug te zenden. Voor zover van toepassing krijgt u van ons het aankoopbedrag terug.”,

zulks op verbeurte van een dwangsom;

VII. aan [eiser 1] te voldoen een bedrag ad € 10.000,-- bij wege van voorschot op de door [eiser 1] als gevolg van het onrechtmatig handelen zijdens [gedaagde] geleden en nog te lijden schade, althans een door de voorzieningenrechter in goede justitie te bepalen voorschot;

VIII. aan de dochter te voldoen een bedrag ad € 10.000,-- bij wege van voorschot op de door de dochter als gevolg van het onrechtmatig handelen zijdens [gedaagde] geleden en nog te lijden schade, althans een door de voorzieningenrechter in goede justitie te bepalen voorschot;

dit alles met veroordeling van [gedaagde] in de kosten van deze procedure, te voldoen binnen veertien dagen na dagtekening van dit vonnis, en - voor het geval voldoening binnen bedoelde termijn niet plaatsvindt - te vermeerderen met de nakosten.

3.2.

[gedaagde] voert verweer.

3.3.

Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4 De beoordeling

4.1.

[eiser 1] heeft desgevraagd verklaard dat hij niet beschikt over een machtiging van de kantonrechter om in rechte voor de dochter op te treden. Op grond van artikel 1: 253k BW juncto artikel 1:349 BW dient [eiser 1] derhalve niet-ontvankelijk te worden verklaard in de door hem in zijn hoedanigheid van wettelijk vertegenwoordiger van de dochter ingestelde vorderingen.

4.2.

[eiser 1] legt aan zijn vorderingen ten grondslag dat het [gedaagde] met de publicatie van het boek onrechtmatig jegens hem handelt, omdat het boek een aantasting oplevert van zijn eer en goede naam en inbreuk maakt op zijn persoonlijke levenssfeer. [gedaagde] betwist dat. Zij beroept zich op haar recht van vrije meningsuiting en voert aan dat zij zoveel als mogelijk heeft gedaan om herkenning van [eiser 1] te voorkomen. Zij stelt dat de in het boek over het optreden van [eiser 1] opgenomen feiten voldoende steun vinden in het beschikbare feitenmateriaal.

4.3.

Het gaat in deze zaak om een botsing van twee fundamentele rechten, namelijk het recht op vrijheid van meningsuiting tegenover het recht op eer en goede naam en op eerbiediging van de persoonlijke levenssfeer. Het antwoord op de vraag welk recht in het onderhavige geval zwaarder weegt, moet worden gevonden door een afweging van alle ter zake dienende omstandigheden van het geval. Bij deze afweging komt niet in beginsel voorrang toe aan het door artikel 7 Gw en artikel 10 EVRM gewaarborgde recht op vrijheid van meningsuiting. Ditzelfde geldt voor de door artikel 8 EVRM beschermde rechten. Dit brengt mee dat de toetsing in één keer dient te geschieden waarbij het oordeel dat een van beide rechten, gelet op alle ter zake dienende omstandigheden, zwaarder weegt dan het andere recht, meebrengt dat daarmee de inbreuk op het andere recht voldoet aan de noodzakelijkheidstoets van het tweede lid van artikel 8 onderscheidenlijk artikel 10 EVRM (HR 18-1-2008, NJ 2008, 274).

4.4.

Door het gebruik van haar naam en portret op het boek kan [gedaagde] eenvoudig als de auteur van het boek worden geïdentificeerd. De vermelding op en in het boek dat het een waargebeurd en persoonlijk verhaal betreft, maakt duidelijk dat het personage [y] in het boek de ex-echtgenoot van [gedaagde] is. Dit maakt aannemelijk dat het voor derden die beide partijen kennen en weten dat zij getrouwd waren duidelijk zal zijn dat met het personage [y] in het boek [eiser 1] wordt beschreven. De door [gedaagde] aangevoerde omstandigheden dat zij tijdens het huwelijk haar meisjesnaam niet gebruikte en dat het boek geen aanknopingspunt bevat voor de plaatsen waar het verhaal zich afspeelt maken dat niet anders, omdat vorenbedoelde derden [gedaagde] aan de hand van haar portret op de kaft van het boek kunnen herkennen.

4.5.

[gedaagde] voert aan dat zij het boek heeft geschreven met als doel dat professionals in de hulpverlening lering zouden kunnen trekken uit haar ervaringen. Dit op zich te respecteren doel maakt het niet noodzakelijk dat het boek wordt gepubliceerd onder de eigen naam en met een portret van [gedaagde] als auteur. De door [gedaagde] aangevoerde omstandigheden dat zij tijdens het huwelijk de naam van [eiser 1] heeft gedragen en gedurende een lange tijd schuilnamen heeft moeten gebruiken, maakt dat niet anders. Voorts kan voormeld doel niet rechtvaardigen dat het recht op eer en goede naam en op eerbiediging van de persoonlijke levenssfeer van [eiser 1] wordt aangetast.

4.6.

Het boek is op basis van de eigen belevingen en ervaringen van [gedaagde] geschreven en voor het ‘publiek’, ieder redelijk denkend lezer, zal ook aanstonds duidelijk zijn dat dit zo is. De in het boek beschreven feiten worden uitdrukkelijk gepresenteerd als waargebeurde feiten die kunnen worden aangetoond, zodat ook de redelijk denkend lezer er van zal uitgaan dat deze zich daadwerkelijk zo hebben voorgedaan zoals ze door [gedaagde] zijn beschreven.

4.7.

Onder de bescherming van de vrijheid van meningsuiting valt niet de openbaarmaking van feiten over het privéleven van derden die onjuist zijn of waarvoor onvoldoende steun gevonden kan worden in het beschikbare feitenmateriaal.

4.8.

Het boek vermeldt veel misdragingen van het personage [y] ( [eiser 1] ), zoals huiselijk geweld, vernielingen en bedreigingen met mishandeling en de dood. De door [gedaagde] in het geding gebrachte stukken, bieden naar het voorlopig oordeel van de voorzieningenrechter onvoldoende steun voor een groot deel en de meest ernstige van die beschuldigingen. De door [gedaagde] overgelegde processen-verbaal van de aangiftes die zij bij de politie heeft gedaan alleen zijn ontoereikend nu die slechts het relaas dat [gedaagde] destijds bij de politie heeft gedaan aantonen. Vast staat dat geen van die aangiftes heeft geleid tot strafrechtelijke vervolging van [eiser 1] . Voorts ontbreekt enige bevestiging door getuigen van in het boek en de aangiftes beschreven incidenten waarbij (blijkbaar) getuigen aanwezig waren. Een voorbeeld daarvan is de beschrijving van het gedrag van [eiser 1] bij het ophalen van de spullen van [gedaagde] op 16 augustus 2010, waarbij, blijkens de aangifte drie met naam genoemde personen en twee politieagenten (deels) aanwezig waren. De overgelegde rapporten van de Raad voor de Kinderbescherming en Jeugdzorg bieden slechts in zoverre ondersteuning voor de aantijgingen dat er uit kan worden afgeleid dat sprake was ruzies tussen partijen, problemen van [eiser 1] met emotieregulering, een telefonische bedreiging door [eiser 1] en vernieling van een lamp door [eiser 1] .

4.9.

Het vorenstaande leidt naar voorlopig oordeel van de voorzieningenrechter er toe dat het boek zozeer inbreuk maakt op de persoonlijke levenssfeer van [eiser 1] en zijn eer en goede naam zozeer aantasten, dat de publicatie en promotie van het boek onrechtmatig jegens hem moet worden geacht. Dit wordt niet anders doordat [eiser 1] gebruik heeft gemaakt van de mogelijkheid om een review op het boek op de website van Boekscout.nl te plaatsen en daarbij onder zijn eigen naam heeft vermeld dat het boek over hem en zijn dochter gaat.

4.10.

De door [gedaagde] aangevoerde omstandigheid dat het boek geen bestseller is, doet er niet aan af dat de vorderingen I tot en met VI naar hun aard spoedeisend zijn, aangezien zij er toe strekken dat onrechtmatig handelen wordt gestaakt en dat dreigend onrechtmatig handelen wordt voorkomen.

4.11.

Aannemelijk is dat de exploitatierechten van het boek niet bij [gedaagde] maar bij Boekscout.nl berusten, nu [gedaagde] heeft aangevoerd dat zij de exploitatierechten aan Boekscout.nl heeft overgedragen en [eiser 1] na overlegging van de licentieovereenkomst ter zitting dat niet meer heeft bestreden. Boekscout.nl is door [eiser 1] niet mee gedagvaard en derhalve geen partij in dit kort geding. Dit betekent dat voor de onder I. gevorderde veroordeling van [gedaagde] om het drukken, vermenigvuldigen en verspreiden van het boek te staken geen plaats is. Wel kan zij worden veroordeeld tot het mindere van het gevorderde. Voorts geldt dat op grond van de door [gedaagde] overgelegde stukken aannemelijk is dat het boek ook passages bevat die wel zijn gebeurd en dat het recht op vrije meningsuiting van [gedaagde] niet zodanig kan worden beperkt dat zij wordt verhinderd om zich in de privésfeer te uiten over hetgeen in haar beleving is voorgevallen. Dit alles leidt er toe dat vordering sub I zal worden toegewezen als na te melden.

4.12.

Op grond van het vorenstaande is niet aannemelijk dat [gedaagde] beschikt over de administratie van het aantal vervaardigde exemplaren van het boek, zodat geen plaats is voor de onder II gevorderde veroordeling tot afgifte van een door een registeraccountant gecontroleerde opgave van dat aantal vervaardigde exemplaren.

4.13.

[gedaagde] betwist dat er sprake is van een (handels)voorraad van het boek en voert daartoe aan dat het boek door middel van “printing on demand” wordt uitgebracht. Hier tegenover heeft [eiser 1] het bestaan van een (handels)voorraad van het boek niet nader onderbouwd. Dit leidt er toe dat het bestaan van die (handels)voorraad onvoldoende aannemelijk is en dat vordering sub III afgewezen dient te worden.

4.14.

Evenmin is aannemelijk dat [gedaagde] over machtsmiddelen beschikt om uitgeleverde exemplaren van het boek terug te halen. Dit geldt ook voor de vier exemplaren die zij naar eigen zeggen persoonlijk heeft uitgereikt. Vordering sub IV dient derhalve eveneens te worden afgewezen.

4.15.

Vordering sub V zal op grond van hetgeen hiervoor is overwogen als na te melden worden toegewezen.

4.16.

Niet aannemelijk is dat [gedaagde] zeggenschap heeft over de website van Boekscout.nl. Voorts is de door [eiser 1] gevorderde rectificatie te subjectief gesteld. Vordering sub VI zal derhalve als na te melden worden toegewezen.

4.17.

De onder I, V en VI gevorderde dwangsommen zullen worden gematigd en aan na te melden gezamenlijk maximum worden gebonden.

4.18.

Met betrekking tot een voorziening in kort geding, bestaande in veroordeling tot betaling van een geldsom, is terughoudendheid op zijn plaats. De rechter zal daarbij niet alleen hebben te onderzoeken of het bestaan van een vordering van de eiser op de gedaagde voldoende aannemelijk is, maar ook of daarnaast sprake is van feiten en omstandigheden die meebrengen dat uit hoofde van onverwijlde spoed een onmiddellijke voorziening is vereist, terwijl de rechter in de afweging van de belangen van partijen mede zal hebben te betrekken de vraag naar - kort gezegd - het risico van onmogelijkheid van terugbetaling, welk risico kan bijdragen tot weigering van de voorziening.

4.19.

Bij immateriële schade is een prompte schadevergoeding geboden. Nu aannemelijk is dat het boek de eer en goede naam van [eiser 1] aantast en inbreuk maakt op zijn persoonlijke levenssfeer, is eveneens aannemelijk dat hij door de publicatie van het boek immateriële schade lijdt. De omvang daarvan is vooralsnog onduidelijk. Het ontvangen van vreemde telefoontjes nadat het boek is uitgebracht kan niet op de niet onderbouwde stelling van [eiser 1] worden aangenomen. In ieder geval heeft [eiser 1] tegenover de betwisting van [gedaagde] niet aannemelijk gemaakt dat er meer dan 18 exemplaren van het boek zijn uitgegeven. Voorts is op grond van hetgeen in het geding over de financiële positie van partijen naar voren is gekomen, aannemelijk dat er sprake is van een restitutierisico. Dit alles leidt er toe dat het gevorderde voorschot op de door [eiser 1] geleden en nog te lijden schade zal worden toegewezen tot het bedrag van € 1.000,-.

4.20.

[eiser 1] zal als de in het ongelijk gestelde partij in het geding tussen hem in zijn hoedanigheid van wettelijke vertegenwoordiger van de dochter en [gedaagde] in de proceskosten daarvan worden veroordeeld. De kosten aan de zijde van [gedaagde] worden begroot op nihil.

4.21.

[gedaagde] zal als de grotendeels in het ongelijk gestelde partij in het geding tussen haar en de [eiser 1] in de proceskosten daarvan worden veroordeeld. Deze kosten aan de zijde van [eiser 1] worden begroot op:

- door de griffier betaalde explootkosten € 70,56

- overige kosten dagvaarding 23,52

- griffierecht 79,00

- salaris advocaat 816,00

Totaal € 989,08

4.22.

Voor de door [eiser 1] gevorderde zelfstandige veroordeling in de nakosten bestaat geen grond, nu de kostenveroordeling ook voor deze nakosten (€ 131,00 aan salaris advocaat, te vermeerderen, onder de voorwaarde dat [gedaagde] niet binnen 14 dagen na aanschrijving aan het vonnis heeft voldaan en er vervolgens betekening van de uitspraak heeft plaatsgevonden, met een bedrag van € 68,00 aan salaris advocaat en de explootkosten van betekening van de uitspraak) een executoriale titel oplevert.

5 De beslissing

De voorzieningenrechter

veroordeelt [gedaagde] om binnen 48 uur na betekening van dit vonnis Boekscout.nl per brief, onder toezending van een afschrift van dit vonnis, te verzoeken het drukken, vermenigvuldigen en op welke wijze dan ook verspreiden van het boek per direct te staken en gestaakt te houden, zulks onder toezending van een kopie van deze brief aan de advocaat van [eiser 1] ,

veroordeelt [gedaagde] om binnen 48 uur na betekening van dit vonnis promotie van het boek, op welke wijze dan ook, en via welk medium dan ook, waaronder, doch niet beperkt tot, facebook, te staken en gestaakt te houden en te verwijderen en verwijderd te houden van internet,

veroordeelt [gedaagde] om binnen 48 uren na betekening van dit vonnis centraal op de facebookpagina “ [X] ” en zonder verdere toevoegingen, in een zowel qua formaat als stijl als contrast goed leesbaar lettertype, de volgende tekst op te nemen en deze tekst op voornoemde wijze daar gepubliceerd te houden gedurende een periode van ten minste drie maanden:

“In november 2015 is een door mij geschreven boek genaamd [X] op de markt gebracht. In dit boek dat, als een persoonlijk en waargebeurd verhaal wordt gepresenteerd, wordt met het personage [y] mijn ex-echtgenoot beschreven en wordt deze beschuldigd van veel misdragingen, zoals huiselijk geweld, vernielingen en bedreigingen met mishandeling en de dood. De voorzieningenrechter van de rechtbank Rotterdam heeft bij vonnis van 25 februari 2016 geoordeeld dat een groot deel en de meest ernstige van deze beschuldigingen onvoldoende steun vinden in het ter beschikking staande feitenmateriaal en dat de publicatie van het boek onrechtmatig is jegens mijn ex-echtgenoot.”

bepaalt dat [gedaagde] een dwangsom verbeurt van € 500,- per dag of gedeelte van een dag dat zij in gebreke blijft met de nakoming van één van de voormelde veroordelingen, zulks tot een gezamenlijk maximum van € 25.000,-,

veroordeelt [gedaagde] om binnen 48 uur na betekening van dit vonnis aan [eiser 1] te voldoen het bedrag van € 1.000,- bij wege van voorschot op de door [eiser 1] als gevolg van het onrechtmatig handelen zijdens [gedaagde] geleden en nog te lijden schade,

veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten, aan de zijde van [eiser 1] tot op heden begroot op € 989,08, waarvan € 70,56 aan explootkosten, te voldoen aan de griffier overeenkomstig de betaalinstructies in de door het Landelijk Dienstencentrum voor de Rechtspraak (LDCR) toe te zenden nota,

verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad,

verklaart [eiser 1] niet-ontvankelijk in de door hem in zijn hoedanigheid van wettelijk vertegenwoordiger van de dochter ingestelde vorderingen,

wijst af het door [eiser 1] voor zichzelf meer of anders gevorderde,

veroordeelt [eiser 1] in de proceskosten van het door hem in de hoedanigheid van wettelijk vertegenwoordiger van de dochter gevoerde geding , aan de zijde van [gedaagde] tot op heden begroot op nihil.

Dit vonnis is gewezen door mr. P. de Bruin en in het openbaar uitgesproken op 25 februari 2016.

2515/2009