Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBROT:2016:1205

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
15-02-2016
Datum publicatie
24-02-2016
Zaaknummer
C/10/492836 / KG ZA 16-33
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Kort geding
Inhoudsindicatie

Overheidsaanbesteding. ARW 2012.vraag of Gemeente terecht besliste dat inschrijver niet over een geldige referentie beschikte gelet op de in het bestek opgenomen eis ‘Kerncompetentie 3: Ervaring hebben met het in besloten ruimte renoveren van collecteur-/stam rioolleidingen met een minimale diameter 1000 mm voor een totaalbedrag van minimaal € 250.000,-’. Uitleg van de eis. Gemeente kon in redelijkheid

komen tot haar beslissing. Vordering afgewezen.

Wetsverwijzingen
Aanbestedingswet 2012
Aanbestedingswet 2012 2.90
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
JAAN 2016/90
Module Aanbesteding 2016/363
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK ROTTERDAM

Team handel

zaaknummer / rolnummer: C/10/492836 / KG ZA 16-33

Vonnis in kort geding van 15 februari 2016

in de zaak van

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

[eiseres] ZEELAND B.V.,

gevestigd te Landerd,

eiseres,

advocaat mr. B.H.H.M. Ramakers,

tegen

de publiekrechtelijke rechtspersoon

GEMEENTE ROTTERDAM,

zetelend te Rotterdam,

gedaagde,

advocaat mr. J.M. Dijkman-Uulders,

en met als tussenkomende partijen

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

[eiseres2] ,

gevestigd te Beesd,

eiseres,

advocaat mr. F.H. Hulshof,

en

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

KWS INFRA B.V.,

gevestigd te Vianen,

eiseres,

advocaat mr. J.F. van Nouhuys.

Partijen zullen hierna [eiseres] , KWS, [eiseres] en Gemeente Rotterdam genoemd worden.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

  • -

    de dagvaarding

  • -

    de producties van [eiseres]

  • -

    de producties van Gemeente Rotterdam

  • -

    de incidentele conclusie tot tussenkomst c.q. voeging van KWS

  • -

    de incidentele conclusie tot tussenkomst c.q. voeging van [eiseres]

  • -

    de mondelinge behandeling op 1 februari 2016, welke mondelinge behandeling gelijktijdig met de mondelinge behandeling van de vorderingen van Kroeze (zaaknummer / rolnummer: C/10/492880 / KG ZA 163-39) en KWS (zaaknummer / rolnummer: C/10/492864 / KG ZA 16-36) jegens Gemeente Rotterdam in het kader van dezelfde aanbesteding heeft plaatsgehad, in welke zaken heden vonnis wordt gewezen,

  • -

    de pleitnota van [eiseres]

  • -

    de pleitnota van Gemeente Rotterdam

  • -

    de pleitnota van KWS

  • -

    de pleitnota van [eiseres] .

1.2.

Ten slotte is vonnis bepaald.

2 De feiten

2.1.

Gemeente Rotterdam heeft een Europese openbare aanbestedingsprocedure geïnitieerd voor de opdracht ‘Goudse Rijweg /Vlietlaan, Herinrichting’.
Op de aanbesteding is het ARW 2012 (Aanbestedingsreglement Werken) van toepassing. Gunningscriterium is laagste prijs.

2.2.

De inschrijving op de aanbesteding wordt geregeld in het bestek met nummer
1-012-15 (hierna: het bestek). Het bestek luidt, voor zover van belang, als volgt.

“(…)

0.02

Procedure

De aanbestedingsprocedure is overeenkomstig de Richtlijn 2004/18/EG van het Europees Parlement en de Raad, van 31 maart 2004, betreffende de coördinatie van de procedures voor het plaatsen van overheidsopdrachten voor werken leveringen en diensten.

De Europese openbare aanbestedingsprocedure vindt plaats met toepassing van hoofdstuk 2 het Aanbestedingsreglement Werken 2012 (ARW 2012).

(…)

0.04

Inschrijving

1. Verwezen wordt naar artikel 2.15 en 2.16 van het ARW 2012, en naar artikel 01.01.02 van de Standaard RAW Bepalingen (Standaard 2010).

2. De inschrijving dient uiterlijk op het tijdstip van aanbesteding via het aanbestedingsplatform te zijn ingediend. Zie hiervoor de instructies op het aanbestedingsplatform. De inschrijver draagt het risico voor tijdige en volledige indiening van zijn inschrijving.

Alle voor de inschrijving benodigde stukken dienen digitaal op het aanbestedingsplatform te worden ingediend, rechtsgeldig ondertekend en gescand als PDF.

3. De inschrijving dient te geschieden met gebruikmaking van het inschrijvingsbiljet dat bij het bestek is gevoegd.

De gegevens die door de inschrijver bij de inschrijving moeten worden ingediend om in aanmerking te kunnen komen voor de opdracht van het werk als bedoeld in artikel 2.5 tot en met 2.10 van het ARW 2012 zijn, naast het inschrijvingsbiljet en de inschrijvingsstaat:

(…)

c. Een opgave van de referenties en tevredenheidsverklaringen om aan te tonen dat Inschrijver voldoet aan de gestelde kerncompetenties zoals bedoeld onder lid 5 sub c.

(…)

5. De eisen waaraan een inschrijver als bedoeld in artikel 2.5 tot en met 2.10 van het ARW 2012 moet voldoen zijn:

(…)

c. ervaring hebben met het in de laatste vijf jaar uitvoeren van vergelijkbare opdrachten, elk

aantoonbaar naar tevredenheid van de opdrachtgever(s) hebben uitgevoerd en tijdig opgeleverd, verleend uitstel daarin begrepen. De ervaring dient minimaal te zijn opgebouwd uit de volgende kerncompetenties:

(…)

- Kerncompetentie 3: Ervaring hebben met het in besloten ruimte renoveren van

collecteur-/stam rioolleidingen met een minimale diameter 1000 mm voor een

totaalbedrag van minimaal € 250.000,-; (hierna in dit vonnis aangeduid met kerncompetentie 3)

(…)

De inschrijver dient per kerncompetentie één referentie inclusief een tevredenheidsverklaring van de opdrachtgever over te leggen. In één referentie mogen ook meerdere kerncompetenties voorkomen.

(…)

In de begeleidende brief bij het bestek is bepaald dat de inschrijving uiterlijk op 18 november vóór 11.00 dient te worden ingediend op het aanbestedingsplatform, zoals omschreven in het bestek.

2.3.

[eiseres] heeft zich ingeschreven als gegadigde voor de aanbesteding.
Naast [eiseres] hebben KWS, [eiseres] en 5 andere bedrijven, waaronder [bedrijf1] (hierna: [bedrijf1] ), zich ingeschreven.

2.4.

[eiseres] heeft als productie 3 bij de dagvaarding de pagina van het Bestek RWZI Oijen, project A ontvangwerk overgelegd, die zij heeft gezonden aan Gemeente Rotterdam ter onderbouwing van haar standpunt dat zij voldoet aan de ervaringseis Kerncompetentie 3. Deze pagina luidt, voor zover van belang, als volgt:

“(…)

Waterschap AA en Maas

1 Algemeen

1.1

Algemene omschrijving van het werk

Het werk omvat het vervangen en/of aanpassen van de werktuigbouwkundige en elektrotechnische installaties en bouwkundige aanpassingen: het demonteren en afvoeren van de bestaande installaties en het detailleren, vervaardigen, conserveren, leveren, monteren, installeren, testen, bedrijfsvaardig opleveren en onderhouden gedurende de garantieperiode van de werktuigbouwkundige en elektrotechnische installatie en het uitvoeren van civiele/ bouwkundige aanpassingen aan het ontvangwerk

van de rwzi Oijen. Het werk is opgedeeld in drie percelen. In grote lijnen betreft het de volgende werkzaamheden:

Perceel 1: Civiele en bouwkundige werkzaamheden:

- vervangen van de betonbescherming in de ontvangkelder,

- vervangen van de aluminium afdekking op de ontvangkelder en vijzelgoten,

- plaatsen van trappen en leuningwerk.

Perceel 2: Werktuigbouwkundige installatie:

- aanpassen van vijzels met toebehoren en vervangen van de aandrijving;

- leveren en plaatsen van containers t.b.v. roostergoed- en zandopslag;

- aansluiten van bovengenoemde containers op de luchtafzuiging;

- installeren, ombouwen, onderhouden en demonteren van de tijdelijke pompinstallatie, tevens alle onderdelen behalve de pompen leveren, zie bijlage B.

Perceel 3: Elektrotechnische installatie:

- vervangen van (delen van) de aandrijving van vijzels en pompen;

- plaatsen van frequentie omvormers op vijzels en pompen;

- installeren van diverse metingen;

- aansluiten van bekabeling en besturing van de roostergoed- en zandopslag containers.

(…)

2.5.

Op 21 december 2015 heeft Gemeente Rotterdam bij brief aan [eiseres] bericht dat haar inschrijving ongeldig was verklaard. De brief luidt, voor zover van belang, als volgt:

(…)

Naar aanleiding van de op 2 december 2015 gehouden aanbesteding met betrekking tot het

verrichten van werkzaamheden ten behoeve van het herinrichten van de Goudse Rijweg

Vlietlaan in de gemeente Rotterdam, overeenkomstig bestek nr. 1-012-15, en de
EU-publicatie op TED met kenmerk 2015/S 197-355905 van 10 oktober 2015, delen wij u mede dat de opdrachtgever, op grond van het gunningcriterium de laagste geldige inschrijving, voornemens is het werk te gunnen aan [bedrijf1] . te Geldermalsen.

Op basis van de aangeleverde bewijsstukken is niet aangetoond dat u, [eiseres]

, ervaring heeft met de gestelde eis in paragraaf 0.04 lid 5 sub c van het bestek, te weten: “Kerncompetentie 3: Ervaring hebben met het in besloten ruimte renoveren van collecteur-/stam rioolleidingen met een minimale diameter 1000 mm voor een totaalbedrag van minimaal €250.000,-”

U meldt in uw begeleidende brief ‘Beantwoording vragen betreffende kerncompetenties m.b.t. project Goudse Rijweg en Vlietlaan te Rotterdam.’ van 7 december 2015 alleen tekstueel dat een aansluiting van een collecteur-/ stamrioolleiding gerenoveerd is. Tevens geeft u aan ervaring te hebben met het werken in besloten ruimtes van de ontvangstput. Zie uw bewijsstukken van 07-12-15, bijlage 5, blz 11. Uw antwoord op onze verduidelijkingsvraag d.d. 10 december 2015 toont ook niet aan dat u ervaring heeft met de kerncompetentie inzake “Kerncompetentie 3: Ervaring hebben met het in besloten ruimte renoveren van collecteur-/stam rioolleidingen met een minimale diameter 7000 mm voor een totaalbedrag van minimaal €250.000,-”. Navraag bij opdrachtgever Waterschap Aa en Maas heeft ons aangetoond dat de ingediende referentie niet voldoet aan de gestelde eis.

(…)

2.6.

[eiseres] heeft op 24 december 2015 aan Gemeente Rotterdam – kort gezegd – bericht dat de exacte redenen voor de afwijzing haar niet duidelijk waren.

2.7.

Op 5 januari 2015 heeft Gemeente Rotterdam gereageerd op de brief van [eiseres] van 24 december 2015. De reactie luidt, voor zover van belang, als volgt:

“(…)

Wij ontvingen uw brief van 24 december 2015 over de afwijzing van [eiseres] in de aanbesteding 1-012-15 (herinrichting Goudse Rijweg).

In tegenstelling tot wat u stelt bevat onze brief van 21 december 2015 wel een inhoudelijke

motivering van de conclusie dat het ingediende referentieproject niet voldoet en wel in de

alinea die volgt op de door u geciteerde tekst uit de afwijzingsbrief.

In die motivering is aangegeven waarom het ingediende referentieproject niet voldoet aan de gevraagde competentie. Uit de ingediende informatie over het referentieproject blijkt dat uw cliënte heeft gewerkt in het ontvangwerk van de RWZI Oijen, maar niet in een collecteur/stamrioolleiding. Het ontvangwerk (ontvangput en bassin) en een collecteur-/stamrioolleiding maken beide onderdeel uit van de afvalwaterketen. Een ontvangput verschilt echter wezenlijk van een collecteur-/stamrioolleiding. Ook uit het antwoord van uw cliënte op de verduidelijkingsvraag van de gemeente Rotterdam (d.d. 10-12-2015) is niet gebleken dat het in besloten ruimte renoveren van een collecteur-/stamrioolleiding onderdeel uitmaakte van de werkzaamheden van uw cliënte. Tijdens telefonisch contact (d.d. 10-12-2015) tussen de Gemeente Rotterdam en de heer Boersma heeft de heer Boersma van Waterschap Aa en Maas bevestigd dat het renoveren van de collecteur-/stamrioolleiding geen onderdeel uitmaakte van de werkzaamheden van uw cliënte.

Het antwoord op de verduidelijkingsvraag en de informatie van Waterschap Aa en Maas

maakten voor de gemeente voldoende duidelijk dat het ingediende referentieproject niet

voldoet om aan te tonen dat uw cliënte beschikt over de gevraagde competentie. Er is dus

geen sprake van een onduidelijkheid aan de zijde van de gemeente.

(…)”

3 Het geschil

3.1.

[eiseres] vordert bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad, kort gezegd:

I.Gemeente Rotterdam te verbieden het werk volgens het bestek 1-012-15 op te dragen aan een ander dan aan [eiseres] ;

II.Gemeente Rotterdam te veroordelen in de proceskosten, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 14 dagen na dagtekening van het vonnis.

3.2.

[eiseres] heeft de schending van beginselen van het aanbestedingsrecht aan haar vordering ten grondslag gelegd. Zij stelt hiertoe:

[eiseres] beschikt over de vereiste ervaring inzake Kerncompetentie 3 blijkens het referentiewerk “Renovatie Ontvangwerk RWZI Oijen” dat ziet op alle elementen van Kerncompetentie 3. Er is gewerkt in besloten ruimten (aansluitende leidingen, ontvangput, ontvangkelder en vijzelputten), er was sprake van renovatiewerkzaamheden, het betrof het werken aan een hoofdrioolleiding, de diameter was groter dan de minimale diameter van 1000 mm en het bedrag van € 250.000,- is overschreden.

Er vanuit gaande dat niet alleen in de ontvangput, maar ook in de aansluitende leidingen werkzaamheden zijn uitgevoerd, voldeed het referentiewerk aan de Kerncompetentie 3 en kon Gemeente Rotterdam niet komen tot de beslissing dat [eiseres] niet voor gunning in aanmerking komt. Nu [eiseres] de laagste prijs heeft ingediend, kan Gemeente Rotterdam worden veroordeeld, indien Gemeente Rotterdam het werk wil opdragen, dit te doen aan [eiseres] .

3.3.

Gemeente Rotterdam voert verweer.

3.4.

KWS vordert in het incident – kort gezegd – primair te mogen tussenkomen en subsidiair voeging aan de zijde van Gemeente Rotterdam.

KWS vordert in de hoofdzaak, samengevat, de vordering van [eiseres] af te wijzen, met veroordeling van [eiseres] in de proceskosten, de nakosten daaronder begrepen, en te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 14 dagen na het te wijzen vonnis.

Voorts vordert KWS in de hoofdzaak bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad, samengevat:

Primair

Gemeente Rotterdam te gebieden de opdracht te gunnen aan KWS, althans te verbieden de opdracht te gunnen aan een ander dan KWS,

Subsidiair

Gemeente Rotterdam te verbieden de opdracht te gunnen aan [eiseres2] of enig ander en te gebieden KWS de mogelijkheid tot herstel te bieden van haar inschrijving en tot herbeoordeling over te gaan,

Meer subsidiair

Gemeente Rotterdam te verbieden de opdracht te gunnen aan [eiseres2] of enig ander en tot herbeoordeling over te gaan, zulks met inachtneming van het te wijzen vonnis

Uiterst subsidiair:

Gemeente Rotterdam te verbieden de opdracht te gunnen aan [eiseres2] of enig ander en te gebieden de aanbestedingsprocedure te staken en gestaakt te houden en voor zover Gemeente Rotterdam de opdracht in de markt wenst te plaatsen, deze opnieuw aan te besteden,

Primair, subsidiair, meer subsidiair en uiterst subsidiair

Alles op straffe van een dwangsom van € 100.000,00 per gebod en verbod.

Zowel in het incident als in de hoofdzaak, met veroordeling van [eiseres] in de proceskosten, de nakosten daaronder begrepen en te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 14 dagen na het te wijzen vonnis.

3.5.

[eiseres] vordert in het incident – kort gezegd - primair te mogen tussenkomen en subsidiair voeging aan de zijde van Gemeente Rotterdam.

[eiseres] vordert in de hoofdzaak, samengevat, de vordering van [eiseres] af te wijzen.

Voorts vordert [eiseres] in de hoofdzaak bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad, samengevat:

Gemeente Rotterdam te gebieden de opdracht te gunnen aan [eiseres] , althans te verbieden de opdracht te gunnen aan een ander dan [eiseres] voorzover Gemeente Rotterdam wenst de opdracht te verstrekken op straffe van verbeurte van een dwangsom van € 1.000.000,00.

Zowel in het incident als in de hoofdzaak, met veroordeling van [eiseres] in de proceskosten, de nakosten daaronder begrepen en te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 14 dagen na het te wijzen vonnis.

3.6.

Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4 De beoordeling

In het incident

4.1.

De verzoeken van KWS en Kroeze om te mogen tussenkomen – waartegen door geen van de partijen bezwaar is gemaakt – zijn ter zitting toegewezen, aangezien KWS en [eiseres] geacht kunnen worden belang te hebben bij tussenkomst om benadeling van hun eigen rechten en rechtspositie te voorkomen en aangezien voorts het geding ten gevolge van de tussenkomst niet nodeloos wordt vertraagd of nodeloos ingewikkeld wordt.

In de hoofdzaak

4.2.

Het spoedeisend belang vloeit reeds voort uit de aard van de vorderingen.

De vorderingen van [eiseres]

4.3.

De vraag die in dit geding moet worden beantwoord is of Gemeente Rotterdam aan [eiseres] mocht tegenwerpen dat zij niet over een geldige referentie beschikte gelet op de in het bestek opgenomen eis ‘Kerncompetentie 3: Ervaring hebben met het in besloten ruimte renoveren van collecteur-/stam rioolleidingen met een minimale diameter 1000 mm voor een totaalbedrag van minimaal € 250.000,-’.

Voor het beantwoorden van die vraag zal door middel van uitleg een oordeel moeten worden gegeven over wat onder Kerncompetentie 3, een geschiktheidseis als bedoeld in artikel 2.90 Aanbestedingswet 2012, moet worden verstaan.

4.4.

Bij de uitleg van wat onder een geschiktheidseis moet worden verstaan dient het transparantiebeginsel in acht te worden genomen zoals geformuleerd in HvJ EG 29 april 2004, zaak C-496/99. Dit beginsel strekt ertoe te waarborgen dat elk risico van favoritisme en willekeur door de aanbestedende dienst wordt uitgebannen en impliceert dat alle voorwaarden en modaliteiten van de gunningsprocedure in het aanbestedingsbericht of in het bestek worden geformuleerd op een duidelijke, precieze en ondubbelzinnige wijze, opdat, enerzijds, alle behoorlijk geïnformeerde en normaal oplettende inschrijvers de juiste draagwijdte kunnen begrijpen en zij deze op dezelfde manier interpreteren, en, anderzijds, de aanbestedende dienst in staat is om metterdaad na te gaan of de offertes van de inschrijvers beantwoorden aan de criteria welke op de betrokken opdracht van toepassing zijn. Een en ander brengt niet alleen mee dat alle aanbieders gelijk worden behandeld, maar ook dat zij in gelijke mate, mede met het oog op een goede controle achteraf, een duidelijk inzicht moeten hebben in de voorwaarden waaronder de aanbesteding plaats heeft.

Daarnaast dient bij de uitleg van de ervaringseis acht te worden geslagen op de bewoordingen daarvan, gelezen in het licht van de gehele tekst van alle aanbestedingsstukken. Daarbij komt het aan op de betekenis die naar objectieve maatstaven volgt uit de bewoordingen waarin die stukken zijn gesteld.

4.5.

Uitgaande van het hiervoor beschreven toetsingskader komt de voorzieningenrechter tot het oordeel dat Gemeente Rotterdam op goede grond heeft kunnen oordelen dat niet was voldaan aan Kerncompetentie 3.

De voorzieningenrechter overweegt hiertoe als volgt.

4.6.

Ter zitting is door partijen uitvoerig toegelicht wat de kernmerken van (voor zover hier van belang) een ontvangput zijn en wat de kernmerken van een collecteur-/stamrioolleiding zijn. De voorzieningenrechter acht aannemelijk dat een relevant onderscheid kan worden gemaakt tussen de wijze waarop en de omstandigheden waaronder werkzaamheden aan een ontvangput worden uitgevoerd en de wijze waarop en de omstandigheden waaronder werkzaamheden aan een collecteur-/stamrioolleiding worden uitgevoerd. Uit hetgeen partijen naar voren hebben gebracht is af te leiden dat een ontvangput ruimer is dan een collecteur-/stamrioolleiding en dat de deksel van de ontvangpunt ten tijde van het uitvoeren van werkzaamheden aan of in de ontvangpunt open kan staan, terwijl het uitvoeren van renovatiewerkzaamheden in een collecteur-/stamrioolleiding die op de ontvangput uitkomt in een beperktere ruimte plaatsvindt. Laatstgenoemde werkzaamheden vinden over het algemeen plaats in een besloten ruimte op grote(re) afstand van een opening naar buiten, zonder daglicht en met geen of weinig ventilatie.

Deze feitelijke verschillen ten aanzien de werksituaties in een ontvangput en een stamriool kunnen bij partijen bekend worden verondersteld. De juistheid van de feitelijke verschillen tussen een ontvangput en stamriool is ook niet gemotiveerd betwist.

4.7.

Gelet op voornoemde feitelijke verschillen brengt uitleg van Kerncompetentie 3, gelet op de in de omschrijving van de competentie gebruikte bewoordingen, met zich mee dat een referentieproject expliciet moest zien op uitgevoerde werkzaamheden in het kader van renovatie van een collecteur-/stam rioolleiding.

Met name nu in de eis, naast de ‘collecteur-/stam rioolleiding’, de bewoordingen zijn gebruikt ‘in besloten ruimte’ en ‘voor een totaalbedrag van € 250.000,00’, moet worden aangenomen dat de eis zodanig moet worden uitgelegd dat expliciet ervaring werd vereist met het in besloten ruimte renoveren van een collecteur-/stam rioolleiding en dat ervaring met werkzaamheden in een ontvangput, of een ander deel van de afvalwaterketen, waarbij ook enige werkzaamheden aan (de aansluiting van) een collecteur-/stam rioolleiding zijn uitgevoerd, niet voldoende is om aan de eis te voldoen.

Van een inschrijver mocht worden verwacht dat hij dit zou begrijpen gelet op de feitelijke verschillen en de in Kerncompetentie 3 gebruikte bewoordingen, waaronder het genoemde totaalbedrag als indicatie van de minimale omvang van aan een collecteur-stam rioolleiding verrichte werkzaamheden.

4.8.

Vaststaat dat het referentiewerk waar [eiseres] zich op beroept, uitgevoerd bij rwzi Oijen, met name werkzaamheden betrof in de ontvangput. Ten aanzien van de collecteur-/stam rioolleiding zijn slechts werkzaamheden verricht voor de aansluiting daarvan op de ontvangput, zodat aangenomen moet worden dat de werkzaamheden aan de rioolleiding beperkt van omvang waren, onder meer gelet op het gegeven dat de opdracht voor de daadwerkelijke renovatie van die een collecteur-/stam rioolleiding bij rwzi Oijen door een andere onderneming is uitgevoerd.

Gelet op het hiervoor overwogene heeft [eiseres] redelijkerwijs moeten begrijpen dat de door haar verrichte werkzaamheden bij rwzi Oijen niet gelijk konden worden gesteld met de vereiste ervaring met het in een besloten ruimte renoveren van een ‘collecteur-/stam rioolleiding met een minimale diameter 1000 mm voor een totaalbedrag van minimaal
€ 250.000,-’.

4.9.

De voorzieningenrechter acht in dit kort geding niet aannemelijk geworden dat de uitleg die [eiseres] geeft aan Kerncompetentie 3 de uitleg is die een behoorlijk geïnformeerde en normaal oplettende inschrijver uit de bepaling kan begrijpen. De stelling dat voor de verschillende situaties dezelfde veiligheidsregels van toepassing zijn, doet aan het vorenstaande niet af.

4.10.

De stelling van [eiseres] dat uitgaande van de definitie van een leiding in de begrippenlijst in hoofdstuk 25.01 van de Standaard RAW bepalingen een ontvangput en de aansluiting van een collecteur-/stam rioolleiding definiëren als leiding, kan niet leiden tot een ander oordeel. Kerncompetentie 3 dient in de context van de aanbestedingstukken en uitgaande van de bewoordingen in de eis zelf te worden uitgelegd. Dat betekent dat niet het enkele woord ‘rioolleiding’ geïsoleerd tot uitgangspunt kan worden genomen, zodat het betoog van [eiseres] ten aanzien van de definitie van leiding in de RAW niet leidt tot het oordeel dat het referentiewerk dús voldoet aan de in het bestek opgenomen Kerncompetentie 3. Uitgaande van de hiervoor reeds voorshands gegeven uitleg van Kerncompetentie 3, is immers niet van doorslaggevend belang of een ontvangput deel uitmaakt van een leiding.

4.11.

Op grond van het bovenstaande is de voorzieningenrechter van oordeel dat aannemelijk is dat Gemeente Rotterdam in redelijkheid kon komen tot haar beslissing dat [eiseres] niet aan de geschiktheidseis Kerncompetentie 3 voldeed. De als productie 10 door [eiseres] overgelegde “Validatie referentiewerk” door Watermeester noopt niet tot een ander oordeel. Het door [eiseres] gevorderde zal daarom worden afgewezen.

4.12.

[eiseres] zal, als de in het ongelijk gestelde partij, in de proceskosten van Gemeente Rotterdam. Zoals ter zitting is bevestigd, althans niet is weersproken, zal in de relatie met de tussenkomende partijen geen proceskostenveroordeling worden opgelegd.

De kosten aan de zijde van Gemeente Rotterdam worden begroot op:

- griffierecht € 619,00

- salaris advocaat 816,00

Totaal € 1.435,00

De vorderingen van KWS, als tussenkomende partij,

4.13.

In de stellingen van KWS in het incident ligt besloten dat haar belang bij de door haar gevorderde tussenkomst er (met name) in is gelegen te voorkomen dat de vordering van [eiseres] zou worden toegewezen en de inschrijving van [eiseres] alsnog in de beoordeling zou worden betrokken.

Uit hetgeen hiervoor is overwogen volgt dat de vorderingen van [eiseres] worden afgewezen. Bij die stand van zaken heeft KWS geen belang bij toewijzing van haar vorderingen. Deze zullen dan ook worden afgewezen.

Daarbij is meegewogen dat het door KWS naast afwijzing van de vordering van [eiseres] gevorderde in dit kort geding overeenkomt met het door KWS gevorderde in de door haar geëntameerde procedure met kenmerk C/10/492864 / KG ZA 16-36. In die procedure zullen de vorderingen inhoudelijk worden beoordeeld. Door KWS is niet gemotiveerd gesteld dat zij een rechtens te respecteren belang heeft bij het hebben van meerdere titels ten aanzien van hetzelfde geschil tussen haar en Gemeente Rotterdam.

4.14.

Als de in het ongelijk gestelde partij zal KWS in het kader van haar vorderingen worden veroordeeld in de kosten van Gemeente Rotterdam. Deze kosten worden begroot op nihil, nu niet is gebleken dat Gemeente Rotterdam als gevolg van die vorderingen extra kosten heeft moeten maken. Daarom kan een proceskostenveroordeling op dit onderdeel achterwege blijven.

De vorderingen van Kroeze, als tussenkomende partij,

4.15.

In de stellingen in de incidentele conclusie van Kroeze ligt besloten dat haar belang bij de door haar gevorderde tussenkomst er in is gelegen te voorkomen dat de vordering van [eiseres] zou worden toegewezen en de inschrijving van [eiseres] alsnog in de beoordeling zou worden betrokken.

Uit hetgeen hiervoor is overwogen volgt dat de vorderingen van [eiseres] worden afgewezen. Bij die stand van zaken heeft KWS geen belang bij toewijzing van haar vorderingen. Deze zullen dan ook worden afgewezen.

4.16.

Als de in het ongelijk gestelde partij zal Kroeze in het kader van haar vorderingen worden veroordeeld in de kosten van Gemeente Rotterdam. Deze kosten worden begroot op nihil, nu niet is gebleken dat Gemeente Rotterdam als gevolg van die vorderingen extra kosten heeft moeten maken. Daarom kan een proceskostenveroordeling op dit onderdeel achterwege blijven.

5 De beslissing

De voorzieningenrechter

in de incidenten

5.1.

staat de tussenkomst van KWS toe,

5.2.

staat de tussenkomst van [eiseres] toe,

In de hoofdzaak, ter zake de vorderingen van [eiseres]

5.3.

wijst de vorderingen af,

5.4.

veroordeelt [eiseres] in de proceskosten, aan de zijde van Gemeente Rotterdam tot op heden begroot op € 1.435,00,

5.5.

verklaart dit vonnis wat betreft de kostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad,

in de hoofdzaak, ter zake van de vordering van KWS

5.6.

wijst het door KWS gevorderde af,

5.7.

bepaalt dat geen proceskostenvergoeding wordt opgelegd,

in de hoofdzaak, ter zake van de vordering van Kroeze

5.8.

wijst het door Kroeze gevorderde af,

5.9.

bepaalt dat geen proceskostenvergoeding wordt opgelegd.

Dit vonnis is gewezen door mr. A.F.L. Geerdes en in het openbaar uitgesproken op 15 februari 2016.1

1 1634/676