Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBROT:2016:10262

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
28-10-2016
Datum publicatie
16-02-2017
Zaaknummer
10/960144-15
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Verdachte heeft samen met andere banken en internetwinkels, al dan niet met succes, opgelicht. Dagvaarding deels nietig. (Witwasfeit en misbruik identificerende gegevens). Drie jaar gevangenisstraf.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

Rechtbank Rotterdam

Team straf 2

Parketnummer: 10/960144-15

Datum uitspraak: 28 oktober 2016

Tegenspraak

Verkort vonnis van de rechtbank Rotterdam, meervoudige kamer voor strafzaken, in de zaak tegen de verdachte:

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] ,

niet ingeschreven in de basisregistratie personen,

ten tijde van het onderzoek op de terechtzitting preventief gedetineerd in de

Penitentiaire Inrichting Dordrecht,

raadsman mr. J.P.W. Nijboer, advocaat te Utrecht.

1 Onderzoek op de terechtzitting

Gelet is op het onderzoek op de terechtzitting van 14 oktober 2016.

2 Tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd hetgeen is vermeld in de vordering nadere omschrijving tenlastelegging, waarbij de oorspronkelijke opgave van de feiten als bedoeld in artikel 261, derde lid van het Wetboek van Strafvordering op vordering van de officier van justitie zijn gewijzigd. De tekst van de nader omschreven tenlastelegging is als bijlage I aan dit vonnis gehecht.

3 Eis officier van justitie

De officier van justitie mr. B.M.M. Zonneveld heeft gevorderd:

  • -

    vrijspraak van het onder 5 ten laste gelegde;

  • -

    bewezenverklaring van het onder 1, 2, 3, 4, 6, 7, 8, 9, 10, 11, 12, 13 primair en 14 ten laste gelegde;

  • -

    veroordeling van de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 3 jaar, met aftrek van voorarrest;

  • -

    onttrekking aan het verkeer van de goederen vermeld op de lijst van inbeslaggenomen voorwerpen, met uitzondering van een TX Racing Wheel, leather Edition voor XBOX; daarvan is verbeurdverklaring verzocht. De lijst van inbeslaggenomen goederen is als bijlage II aan dit vonnis gehecht.

4 Geldigheid dagvaarding

4.1.

Standpunt verdediging

De verdediging heeft betoogd dat de tenlastelegging ten aanzien van (onderdelen van) de feiten 1, 5, 7, 12A, 12B en 14 nietig is. De stellingen van de verdediging komen er in de kern steeds op neer dat de ten laste gelegde feiten (op onderdelen) onvoldoende specifiek zijn omschreven.

4.2.

Beoordeling

Artikel 261 van het Wetboek van Strafvordering (Sv) eist een voldoende afgebakende en geconcretiseerde omschrijving van het aan de verdachte verweten feit; een tenlastelegging die hieraan niet voldoet, is ondeugdelijk. Een omschrijving van de verweten feiten is onvoldoende afgebakend en geconcretiseerd, als voor de verdachte niet (voldoende) duidelijk is waartegen hij zich dient te verweren. Een onduidelijke tenlastelegging leidt tot nietigverklaring van de dagvaarding.

4.2.2.

Ten aanzien van feiten 1, 5, 7, 12A en 12B

Anders dan de verdediging, is de rechtbank van oordeel dat de feiten 1, 5, 7, 12A en 12B voldoende zijn afgebakend en geconcretiseerd, en dus in overeenstemming met de eisen van artikel 261 Sv zijn omschreven. Per feit is immers steeds opgesomd welke feitelijke handelingen zouden hebben geleid tot het tenlastegelegde strafbare feit. Het moet voor de verdachte dan ook voldoende duidelijk zijn geweest wat hem wordt verweten en waartegen hij zich dient te verweren. De vraag of die feitsomschrijvingen in relatie tot de kwalificatieve onderdelen van de tenlasteleggingen ook (voldoende) compleet zijn, is voor de beoordeling van de geldigheid van de dagvaarding niet relevant. De rechtbank zal daarom het verweer verwerpen, voor zover het is gericht tegen de onder 1, 5, 7, 12A en 12B ten laste gelegde feiten.

4.2.3.

Ten aanzien van feit 14

Het verweer slaagt wel voor zover het is gericht tegen feit 14. Bij dit feit ontbreekt immers wel (een voldoende concrete) omschrijving van de feitelijke handelingen die tot het tenlastegelegde strafbare feit zouden hebben geleid. Met de verdediging is de rechtbank van oordeel dat voor iedere de in de tenlastelegging met name genoemde persoon, concreet had moeten worden omschreven op welke wijze en van welk identificerend persoonsgegeven de verdachte misbruik zou hebben gemaakt. Nu dat is nagelaten, is het voor de verdachte onvoldoende duidelijk wat hem wordt verweten en waartegen hij zich dient te verweren. De dagvaarding is daarom nietig voor zover die ziet op feit 14.

4.2.4.

Ambtshalve oordeel ten aanzien van feit 9

De rechtbank komt voorts ambtshalve tot het oordeel dat de dagvaarding nietig is voor zover die ziet op feit 9. Bij dit feit ontbreekt immers ook (per in de tenlastelegging genoemd bedrag) een concrete omschrijving van de feitelijke handelingen die tot het tenlastegelegde strafbare feit zouden hebben geleid. Er wordt een veelheid aan verschillende vormen van witwassen ten laste gelegd, die tezamen gewoontewitwassen zouden moeten opleveren. Echter, voor de afzonderlijke vormen gelden verschillende wettelijke en jurisprudentiële kaders (met name in verband met het witwassen van door eigen misdrijf verkregen zaken). Dit draagt bij aan de onduidelijkheid over hetgeen waarvoor de verdachte zich moet verantwoorden. De tenlastelegging voldoet op dit punt dan ook niet aan de vereisten van artikel 261 Sv.

4.3.

Conclusie

De dagvaarding is nietig voor zover die ziet op de feiten 9 en 14. De dagvaarding is geldig voor zover die ziet op de overige feiten.

5 Ontvankelijkheid officier van justitie ten aanzien van feit 2

5.1.

Standpunt verdediging

De verdediging heeft zich ten aanzien van feit 2 op het standpunt gesteld dat het openbaar ministerie niet ontvankelijk is in de vervolging van de verdachte. Volgens de verdediging handelt het openbaar ministerie in strijd met de beginselen van een goede procesorde, meer in het bijzonder het gelijkheidsbeginsel, door de verdachte in deze zaak te vervolgen, terwijl de zaak tegen medeverdachte [naam medeverdachte 1] is geseponeerd. De zaak tegen [naam medeverdachte 1] is door het openbaar ministerie geseponeerd, vanwege een recente veroordeling van [naam medeverdachte 1] voor een groot aantal vergelijkbare strafbare feiten. Die veroordeling is echter nog niet onherroepelijk en er is in die zaak een procedure in hoger beroep aanhangig. Tegen die achtergrond is de beslissing van het openbaar ministerie om medeverdachte [naam medeverdachte 1] in onderhavige zaak niet te vervolgen, onbegrijpelijk. De vervolgingsbeslissing van het openbaar ministerie brengt mee dat uitsluitend ten aanzien van de verdachte dwangmiddelen zijn toegepast. Door het handelen van het openbaar ministerie wordt bovendien de waarheidsvinding geweld aangedaan. De verdachte wordt benadeelde ten opzichte van [naam medeverdachte 1] als het gaat om zijn positie tegenover benadeelde partijen.

5.2.

Beoordeling

De rechtbank stelt voorop dat het openbaar ministerie vervolging achterwege kan laten op gronden aan het algemeen belang ontleend (artikel 167, eerste lid, Sv). Het openbaar ministerie komt op dit punt een grote (beleids)vrijheid toe om te beslissen tegen wie een vervolging wordt ingesteld.

Anders dan de verdediging, is de rechtbank van oordeel dat de beslissing om de zaak tegen medeverdachte [naam medeverdachte 1] te seponeren, niet onbegrijpelijk is. [naam medeverdachte 1] is bij vonnis van deze rechtbank van 2 oktober 2015 (ECLI:NL:RBROT:2015:7038) veroordeeld voor een groot aantal feiten. Dat deze veroordeling nog niet onherroepelijk is, is daarbij van ondergeschikt belang. Van volkomen gelijke gevallen (van [naam medeverdachte 1] en de verdachte) is geen sprake, zodat evenmin sprake kan zijn van schending van het gelijkheidsbeginsel. Het verweer wordt aldus verworpen.

De omstandigheden die bepalend zijn voor toepassing van dwangmiddelen zijn niet van belang voor een door het openbaar ministerie te nemen vervolgingsbeslissing, zodat dit punt hier verder onbesproken kan blijven. De positie van de verdachte ten opzichte van een benadeelde partij wordt niet beïnvloed door de vraag of medeverdachten al dan niet worden gedagvaard, zodat ook dit niet af kan doen aan de ontvankelijkheid van het openbaar ministerie. Ten slotte ziet de rechtbank niet in op welke wijze de waarheidsvinding in deze zaak geweld is aangedaan doordat de zaak tegen [naam medeverdachte 1] niet vervolgd is; het stond de verdediging immers vrij hem te doen horen als getuige in deze zaak.

5.3.

Conclusie

Het openbaar ministerie heeft niet onjuist gehandeld door de verdachte wel voor feit 2 te dagvaarden, maar deze zaak tegen medeverdachte [naam medeverdachte 1] te seponeren. De officier van justitie is dan ook ontvankelijk, ook in de vervolging van feit 2, en voor strafvermindering bestaat geen grond.

6 Waardering van het bewijs

6.1.

Vrijspraak feit 5 zonder nadere motivering

Met de officier van justitie en de verdediging is de rechtbank van oordeel dat het onder 5 ten laste gelegde niet wettig en overtuigend is bewezen, zodat de verdachte daarvan zonder nadere motivering zal worden vrijgesproken.

6.2.

Bewijswaardering feit 1

6.2.1.

Standpunt verdediging

De verdediging heeft vrijspraak bepleit. Daartoe is aangevoerd dat niet wettig en overtuigend kan worden bewezen dat de verdachte betrokken is bij de tenlastegelegde handelingen. De gegevens die de verdachte identificeren als de gebruiker van het telefoonnummer dat eindigt op [nummer 3] , zijn onrechtmatig verkregen en moeten van het bewijs worden uitgesloten. Dat geldt ook voor de mastgegevens die verkregen zijn over een periode waarop de betreffende vordering als bedoeld in artikel 126n Sv niet zag. Bovendien is er geen sprake van een strafbare poging, omdat de betrokkenen geen uitvoeringshandelingen hebben verricht.

6.2.2.

Feiten en omstandigheden waarvan de rechtbank uitgaat

Niet ter discussie staat dat op 24 oktober 2015 twee personen een bezoek hebben gebracht aan het filiaal van de [naam bank 6] te [plaats 40] . Een van de personen is medeverdachte [naam medeverdachte 2] . De andere persoon is onbekend gebleven. Zij hebben daar aan een medewerkster, medeverdachte [naam medeverdachte 3] , aangegeven dat zij een bankrekening, eindigend op nummer [rekeningnummer 1] ten name van [benadeelde 1] wilden wijzigen in een zogenoemde en/of rekening. De personen hebben daartoe aan [naam medeverdachte 3] een ID-bewijs en een pasje verstrekt. [naam medeverdachte 3] heeft vervolgens diverse handelingen verricht die er op duiden dat zij (een van) de klanten ten onrechte als [benadeelde 1] heeft geïdentificeerd, dat zij het (post)adres van de rekeninghouder wilde wijzigen en dat zij een mederekeninghouder aan de bankrekening wilde toevoegen. De laatste handeling is door [naam medeverdachte 3] afgebroken. Uit onderzoek van de [naam bank 6] is gebleken dat [naam medeverdachte 3] eerder, op 21 oktober 2015, in het systeem van de [naam bank 6] de klant- en rekeninggegevens van [benadeelde 1] heeft geraadpleegd, terwijl daar op dat moment geen enkele legitieme reden voor was. [benadeelde 1] was tijdens al deze handelingen niet in het filiaal in [plaats 40] aanwezig. In een telefoongesprek op diezelfde dag heeft [naam medeverdachte 3] de bankgegevens van [benadeelde 1] , waaronder het banksaldo, het pasnummer en de vervaldatum aan een nog onbekende persoon verstrekt.

6.2.3.

Beoordeling

6.2.3.1. Betrokkenheid verdachte; rechtmatigheid van het verkregen bewijs

De betrokkenheid van de verdachte bij de tenlastegelegde handelingen is door de politie aangenomen (mede) op basis van een telefoongesprek op 19 oktober 2015 tussen medeverdachte [naam medeverdachte 3] en de gebruiker van het telefoonnummer dat eindigt op [nummer 3] . De politie heeft de verdachte als gebruiker van dit telefoonnummer geïdentificeerd (onder meer) op basis van gegevens die zij bij een verkeerscontrole op 22 juli 2015 van de verdachte heeft verkregen. De verdachte heeft bij die gelegenheid op verzoek van de politie een huurcontract (van de huurauto waarin hij reed) getoond, waarop de verdachte als huurder stond vermeld en waarop het telefoonnummer dat eindigt op [nummer 3] stond vermeld als telefoonnummer van de verdachte.

Anders dan de verdediging, is de rechtbank van oordeel dat er geen aanleiding bestaat te veronderstellen dat de politie bij de staandehouding op 22 juli 2015 de verdachte heeft gevorderd de betreffende gegevens te verstrekken. Uit het proces-verbaal van bevindingen met nummer [procesverbaalnummer] (met bijlagen) blijkt dat de vordering van de verbalisant uitsluitend heeft gezien op de identificatie van de verdachte. Omdat de verdachte op dat moment geen identificatiebewijs kon verstreken, heeft de verbalisant gevraagd of de verdachte iets anders bij zich had waar zijn naam op stond. De verdachte heeft toen (kennelijk) – vrijwillig – het huurcontract aan de verbalisant overhandigd en (kennelijk) toestemming gegeven aan de verbalisant om daarvan een kopie te maken.
Het beroep van de verdediging op een arrest van het gerechtshof Amsterdam (kennelijk is bedoeld het arrest van 21 december 2015, ECLI:NL:GHAMS:2015:5307) gaat niet op. Anders dan in die zaak, is er in dit geval geen aanwijzing om te veronderstellen dat de verkeerscontrole voortkwam uit een tevoren geplande op de verdachte gerichte actie en dat de betrokken opsporingsambtenaren wisten dat daarmee werd beoogd (nadere) informatie te verkrijgen omtrent de verdachte.

De conclusie is dan ook dat de gegevens die de politie van de verdachte op 22 juli 2015 heeft gekregen, niet zijn aan te merken als onrechtmatig verkregen bewijs. Er bestaat daarom geen grond deze gegevens uit te sluiten van het bewijs.

6.2.3.2. Betrokkenheid verdachte; voldoende bewijs?

De rechtbank stelt op grond van het voorgaande vast dat de verdachte de gebruiker is van het telefoonnummer dat eindigt op [nummer 3] . Bij gebreke van enige aanwijzing van het tegendeel, gaat de rechtbank er dus van uit dat het de verdachte is geweest met wie [naam medeverdachte 3] op 19 oktober 2015 het telefoongesprek gevoerd heeft.

De rechtbank is van oordeel dat uit dat telefoongesprek onmiskenbaar de betrokkenheid van de verdachte bij de tenlastegelegde handelingen blijkt. In dat gesprek bespreekt de verdachte (samen met [naam medeverdachte 3] ) de plannen die hij heeft bedacht, en dat hij twee andere personen naar het filiaal in [plaats 40] zal sturen om de plannen (met [naam medeverdachte 3] ) op het afgesproken moment uit te voeren. De afspraken tussen de verdachte en [naam medeverdachte 3] komen voorts overeen met de feitelijke handelingen die blijkens de aangifte van de [naam bank 8] in de periode van 21 oktober tot en met 24 oktober 2014 door [naam medeverdachte 3] en twee medeverdachten zijn verricht. Er is in zoverre sprake van een bewuste en nauwe samenwerking tussen de verdachte, [naam medeverdachte 3] en de andere medeverdachten.

Op grond daarvan concludeert de rechtbank dat de verdachte de tenlastegelegde handelingen tezamen en in vereniging met [naam medeverdachte 3] en de andere medeverdachten heeft verricht.

6.2.3.3. Begin van uitvoering?

Uit het getapte telefoongesprek blijkt tevens onmiskenbaar dat de verdachte de bedoeling heeft gehad om, eenmaal gemachtigd voor de bankrekening van [benadeelde 1] , een (groot) geldbedrag van de rekening af te halen. De verdachte bespreekt in het getapte telefoongesprek met [naam medeverdachte 3] op welke wijze dat kan worden bewerkstelligd en dat hij mensen zal sturen om dat uit te voeren. Vast staat dat zij daartoe niet bevoegd waren en daartoe evenmin de toestemming van [benadeelde 1] en/of de [naam bank 6] hadden.

Daaruit concludeert de rechtbank dat de verdachte en zijn medeverdachten het oogmerk hebben gehad tot oplichting van de [naam bank 6] in de zin van artikel 326 van het Wetboek van Strafrecht (Sr), door deze te bewegen tot afgifte van een (groot) geldbedrag. Nu de handelingen voortijdig zijn afgebroken, is er geen sprake van een voltooide oplichting. Echter, anders dan de verdediging heeft aangevoerd zijn de handelingen die de verdachte en zijn medeverdachten hebben verricht, wel degelijk aan te merken als uitvoeringshandelingen. Daarmee hebben zij een begin van uitvoering van de (beoogde) oplichting van de [naam bank 8] gemaakt. Er is dan ook sprake van een poging tot oplichting.

6.2.4.

Conclusie

Dit alles betekent dat bewezen is dat de verdachte zich tezamen en in vereniging met anderen schuldig heeft gemaakt aan de tenlastegelegde poging tot oplichting.

Bij deze stand van zaken behoeft het verweer ter zake de mastgegevens geen nadere bespreking, nu deze gegevens niet voor het bewijs worden gebruikt.

6.3.

Bewijswaarding feit 2

6.3.1.

Standpunt van de verdediging

De verdediging heeft betoogd dat de verdachte moet worden vrijgesproken van feit 2, nu niet kan worden bewezen dat hij samen met medeverdachten [naam medeverdachte 1] en [naam medeverdachte 4] de [naam bank 7] en/of rekeninghouder [benadeelde 2] heeft opgelicht.

6.3.2.

Beoordeling

Vaststaat dat er in de periode van 6 tot en met 10 februari 2014, zonder toestemming en/of machtiging van de rekeninghouder, in drie afzonderlijke overboekingen, in totaal een bedrag van € 52.960,-- is afgeschreven van de bankrekening van [benadeelde 2] bij [naam bank 7] naar een bankrekening op naam van [naam medeverdachte 5] . Vanaf die bankrekening zijn vervolgens bedragen overgeboekt naar diverse andere bankrekeningen van katvangers. Om die overschrijvingen mogelijk te maken is op of omstreeks 6 februari 2014 zonder toestemming van [naam bank 7] en/of [benadeelde 2] (via internetbankieren) ingelogd op het account van [benadeelde 2] bij [naam bank 7] . Vervolgens zijn het telefoonnummer en het e-mailadres van [benadeelde 2] gewijzigd en is [naam medeverdachte 5] als mederekeninghouder toegevoegd.

Bij medeverdachte [naam medeverdachte 1] zijn een telefoon en een computer in beslag genomen waarop gegevens staan opgeslagen van Whatsapp-gesprekken en Skype-gesprekken tussen de verdachte, [naam medeverdachte 1] , en medeverdachte [naam medeverdachte 4] . De rechtbank is van oordeel dat uit die gegevens blijkt dat de verdachte, via [naam medeverdachte 4] , [naam medeverdachte 1] heeft benaderd voor de oplichting van [naam bank 7] , waarbij hij door zowel hemzelf als door [naam medeverdachte 4] is gepresenteerd als de grote baas op dit gebied. Voorts blijkt daaruit dat [naam medeverdachte 1] aan [naam medeverdachte 4] de gegevens van [benadeelde 2] verstrekt en dat de verdachte het vanaf dat moment van [naam medeverdachte 1] overneemt. Dat heeft ook tot onenigheid geleid tussen [naam medeverdachte 1] en de verdachte, omdat [naam medeverdachte 1] wilde weten hoe de verdachte te werk ging en de verdachte zijn methodes niet aan [naam medeverdachte 1] wilde prijsgeven. Om [naam medeverdachte 1] toch enigszins gerust te stellen, beloofde de verdachte dat [naam medeverdachte 1] op 10 of 11 februari 2014 zijn geld zou krijgen. De gesprekken waaruit dit alles blijkt sluiten voor wat betreft de tijdslijn naadloos aan bij de tijdslijn van de tenlastegelegde handelingen. Daaruit valt dan ook niet anders af te leiden dan dat er sprake is geweest van gecoördineerde handelingen tussen [naam medeverdachte 1] , [naam medeverdachte 4] en de verdachte en dat zij bewust en nauw hebben samengewerkt bij de uitvoering van de tenlastegelegde handelingen. De verdachte is daarbij degene die de touwtjes in handen heeft gehad.

Het voorgaande betekent dat ervan uitgegaan moet worden dat de verdachte samen met [naam medeverdachte 1] en [naam medeverdachte 4] het geld van de bankrekening van [benadeelde 2] heeft weggesluisd naar de bankrekeningen van de verschillende katvangers. Door aldus [naam bank 7] te bewegen tot afgifte van het geldbedrag, hebben zij zich schuldig gemaakt aan oplichting van [naam bank 7] in de zin van artikel 326 Sr.

6.3.3.

Conclusie

Bewezen is dat de verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het medeplegen van oplichting van de [naam bank 7]

6.4.

Bewijswaardering feit 3

6.4.1.

Standpunt van de verdediging

De verdediging heeft vrijspraak van het onder 3 tenlastegelegde feit , althans ontslag van rechtsvervolging van de verdachte bepleit. Daartoe is aangevoerd dat de betrokkenheid van de verdachte beperkt is gebleven tot “casher” van het geld. Hij heeft geen bemoeienissen gehad met het inloggen op accounts van de verschillende betrokkenen en ook niet met het overboeken van het geld naar de rekeningen van katvangers. Hij kan daarom niet worden aangemerkt als medepleger van de tenlastegelegde handelingen. Bovendien geldt dat de feitelijke handelingen die in de tenlastelegging zijn omschreven niet kunnen worden aangemerkt als oplichting, maar slechts als diefstal. Dat laatste is niet tenlastegelegd.

6.4.2.

Beoordeling

De rechtbank verwerpt het betoog van de verdediging. Vaststaat dat er van de bankrekeningen van twee rekeninghouders bij [naam bank 6] en één rekeninghouder bij [naam bank 5] geld is overgemaakt. Dit is gebeurd zonder toestemming van de bank en/of de rekeninghouders. Het geld is overgemaakt naar bankrekeningen van katvangers. De verdachte heeft bekend dat hij het geld van die bankrekeningen heeft afgehaald (“gecasht”). Dat heeft hij gedaan door verschillende geldbedragen op te nemen bij geldautomaten en door zogenoemde 3V-vouchers te kopen die hij met pin betaalde. Hij deed dat met de pinpas en de pincode van de betreffende katvanger. Uit de gegevens die zijn gevonden op de telefoon en de computer die bij de verdachte in beslag zijn genomen, blijkt dat hij deze pintransacties en pinopnamen steeds deed korte tijd nadat de elektronische overboekingen van de bankrekeningen waren verricht. Zodra het geld op de bankrekening van de katvanger stond, haalde de verdachte dat geld direct van de rekening. De verdachte stemde dit telefonisch af met de degene die de overboekingen deed. Dit duidt op een bewuste en nauwe samenwerking die goed was voorbereid en gecoördineerd. Dat de verdachte feitelijk alleen de buit heeft “gecasht” doet daaraan niet af: zijn handelingen zijn noodzakelijk voor het slagen van de gehele onderneming. Degene die onrechtmatig het geld overboekt, heeft daar namelijk niets aan als het niet door een betrouwbare mededader van de rekeningen van katvangers wordt afgehaald. De rechtbank merkt de verdachte dan ook aan als medepleger van de tenlastegelegde oplichtingshandelingen.

Het betoog dat slechts sprake is van diefstal, wordt verworpen. De feitelijke handelingen zijn bewijsbaar en eveneens is bewijsbaar dat hierdoor – kort gezegd – de banken werden bewogen tot afgifte.

6.4.3.

Conclusie

Gelet op hetgeen hiervoor is overwogen komt de rechtbank tot een bewezenverklaring van medeplegen van oplichting, meermalen gepleegd. Bewezen is dat de verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het onder 3 tenlastegelegde feit.

6.5.

Bewijswaardering feit 4

6.5.1.

Standpunt verdediging

De vraag is of cliënt als medepleger kan worden beschouwd van de gedragingen die ten laste zijn gelegd. Die vraag moet ontkennend worden beantwoord. De handelingen van cliënt (bijvoorbeeld het bij zich houden van de pas van [naam 8] en het versturen van foto’s van die pas naar [medeverdacht] ) zijn veel eerder faciliterend en liggen aldus veel meer in de sfeer van de medeplichtigheid. Er is echter slechts medeplegen ten laste gelegd. De verdediging meent dat daarvan echter geen sprake is. Cliënt dient dan ook voor dit feit te worden vrijgesproken.

6.5.2.

Beoordeling

De rechtbank verwerpt het verweer. Onder verwijzing naar hetgeen hierboven onder 6.4.2 al is geoordeeld, is de rechtbank van oordeel dat de verdachte als casher een medepleger is van de oplichtingshandelingen.

Het feit kan wettig en overtuigend bewezen worden verklaard.

6.6.

Bewijswaardering feit 6

6.6.1.

Standpunt verdediging

De verdediging stelt zich op het standpunt dat de verdachte van dit feit moet worden vrijgesproken. Niet de verdachte, maar een medeverdachte onder de (schuil)naam [medeverdacht] of [medeverdacht] heeft dit feit gepleegd. Dat er internetverkeer wordt gezien vanaf een IP-adres dat in gebruik is bij de partner van de verdachte kan worden verklaard doordat [medeverdacht] de computer van de verdachte op afstand heeft overgenomen.

6.6.2.

Beoordeling

De rechtbank verwerpt het betoog van de verdediging. Het is feitelijk niet aannemelijk geworden en zelfs als al van de juistheid zou moeten worden uitgegaan, leidt het er niet toe dat de verdachte geen medepleger is.

Uit het onderzoek van de computer van de verdachte is slechts gebleken dat de computer éénmalig, namelijk op 11 januari 2016 is overgenomen en voor een tijdsbestek van tien minuten. Voor het overnemen van de computer op andere momenten, gedurende een langere periode, bestaat geen enkele aanwijzing.

Maar zelfs als de besturing van de computer wel meermalen zou zijn overgenomen, kan dat de verdachte niet baten. Uit zijn eigen verklaring blijkt dat hij bewust toeliet dat [medeverdacht] zijn computer overnam en zag wat er gebeurde. Dit maakt de verdachte, mede gelet op zijn feitelijke rol aan het einde van het oplichtingstraject, al tot mededader. De rechtbank verwijst naar hetgeen zij hierboven onder 6.4.2 al heeft geoordeeld.

Het feit kan wettig en overtuigend bewezen worden verklaard.

6.7.

Bewijswaardering feit 7

Onder verwijzing naar hetgeen hierboven onder 6.4.2 en 6.6.2 al is geoordeeld is de rechtbank van oordeel dat dit feit, gelet op de voorhanden bewijsmiddelen, wettig en overtuigend bewezen kan worden verklaard.

6.8.

Bewijswaardering feit 8

Het mededaderschap van de verdachte volgt zonder nadere toelichting uit de door de rechtbank gebezigde bewijsmiddelen, zodat dit feit wettig en overtuigend bewezen kan worden verklaard.

6.9.

Bewijswaardering feit 10

6.9.1.

Standpunt verdediging

De verdediging heeft betoogd dat uit de aanwezigheid van afbeeldingen op de mobiele telefoon van de verdachte, zijn betrokkenheid bij het feit niet kan worden afgeleid. Immers, onduidelijk is of de verdachte deze afbeeldingen zelf heeft gemaakt. Het kan ook zijn dat de afbeeldingen zijn ontvangen van anderen en dat de telefoon deze automatisch heeft opgeslagen.

Voorts kan niet worden bewezen dat het delict voltooid is.

6.9.2.

Beoordeling

6.9.2.1. Afbeeldingen in de telefoon; betrokkenheid van de verdachte

De rechtbank verwerpt het gevoerde verweer.

Uit de bewijsmiddelen valt niet op te maken op welke wijze de afbeeldingen op de telefoon van de verdachte terecht zijn gekomen, maar dat maakt ook niet uit.

Als hij ze zelf heeft gemaakt, volgt hieruit zonder nadere toelichting de betrokkenheid van de verdachte als mededader.

Als hij ze niet zelf heeft gemaakt, maar heeft ontvangen van anderen, geldt het volgende. Er is voor een ander die een strafbaar feit pleegt, geen enkele logische reden om het bewijs van dat strafbare feit te delen met een willekeurige derde en al helemaal niet direct nadat bepaalde handelingen hebben plaatsgevonden. De momenten van opslag van de afbeeldingen stemmen in grote mate overeen met de tijdlijn die kan worden opgesteld uit andere bronnen, zoals computersystemen van de bank en de aangifte van [naam 55] . Uit deze omstandigheden volgt dat het niet anders kan zijn dan dat, als ervan moet worden uitgegaan dat de verdachte de afbeeldingen alleen heeft ontvangen, hij ze heeft ontvangen van iemand met wie hij nauw en bewust samenwerkte.

In beide gevallen leidt een en ander dus tot bewezenverklaring van medeplegen.

6.9.2.2. Voltooiing van het feit

Dat het feit is voltooid blijkt uit afbeelding 9 op pagina 13 van het zaaksproces-verbaal.

6.9.3.

Conclusie

Dit feit kan wettig en overtuigend bewezen worden verklaard.

6.10.

Bewijswaardering feit 11

Onder verwijzing naar hetgeen hierboven onder 6.9.2.1 is overwogen is de rechtbank van oordeel dat dit feit, gelet op de voorhanden bewijsmiddelen, wettig en overtuigend bewezen kan worden verklaard.

6.11.

Bewijswaardering feit 12

6.11.1.

Standpunt verdediging

De verdediging heeft betoogd dat geen begin is gemaakt met de uitvoering van het delict, zodat een poging niet kan worden bewezen.

6.11.2.

Beoordeling

De rechtbank verwerpt het betoog van de verdediging. Kennelijk is er sprake van een vooropgezet plan, dat eruit bestaat dat er een onjuiste tegenrekening wordt gekoppeld aan de spaarrekening van het slachtoffer, zodat het spaargeld naar die onjuiste nieuwe tegenrekening kan worden overgemaakt. Met de uitvoering van dit plan is begonnen: het staat buiten kijf dat is verzocht de onjuiste tegenrekening te koppelen.

6.12.

Bewijswaardering feit 12A

6.12.1.

Standpunt verdediging

De verdediging heeft betoogd dat een feitelijk ten laste gelegde handelingen niet het ten laste gelegde delict kunnen opleveren en dat voor het eerste deel van het tweede gedachtestreepje onvoldoende bewijs van (mede)daderschap is.

6.12.2.

Beoordeling

De rechtbank zal alleen het eerste deel van het tweede gedachtestreepje bewezen verklaren en laat daarom bespreking van hetgeen tegen de andere onderdelen van dit feit is aangevoerd, achterwege.

Bij dit ten laste gelegde feit gaat het erom, net als bij vrijwel alle andere feiten, dat de verschillende handelingen nauwkeurig op elkaar afgestemd moeten worden: het illegaal inloggen in computeromgevingen, het verzenden van de verzoeken tot koppeling van onjuiste tegenrekeningen, het leeghalen van de spaarrekeningen naar rekeningen van katvangers en het leeghalen van katvangersrekeningen. Als de verschillende handelingen door verschillende daders worden verricht, blijkt daaruit hun opzet op nauwe en bewuste samenwerking ten aanzien van het geheel.

Gelet hierop, komt de rechtbank tot bewezenverklaring van feit 12A, op de wijze zoals hierna is opgenomen.

6.13.

Bewijswaardering feit 12B

Hetgeen is aangevoerd met betrekking tot het eerste, tweede en vierde gedachtestreepje kan onbesproken blijven, nu de verdachte hiervan wordt vrijgesproken.

Voor zover met betrekking tot het derde en vijfde streepje het mededaderschap van de verdachte wordt betwist, verwijst de rechtbank naar hetgeen hierboven onder 6.12.2 is geoordeeld.

Voort is de rechtbank van oordeel dat de betekenis van ‘inloggen bij een bank’ in het dagelijks taalgebruik gelijk staat aan: inloggen op de computersystemen (geautomatiseerde werken) die bij die bank in gebruik zijn.

Ten slotte is het een feit van algemene bekendheid dat e‑mail wordt opgeslagen in geautomatiseerde werken. Daaruit volgt dat het illegaal inloggen op een e‑mailaccount een vorm van binnendringen in het betreffende geautomatiseerde werk is.

Gelet op het voorgaande, komt de rechtbank tot bewezenverklaring van feit 12B, op de wijze zoals hierna is opgenomen.

6.14.

Bewijswaardering feit 13

De bewezenverklaring kan zonder nadere toelichting volgen uit de door de rechtbank gebezigde bewijsmiddelen.

6.15.

Bewezenverklaring

Wettig en overtuigend is bewezen dat de verdachte het onder ten laste gelegde heeft begaan op die wijze dat:

1.

Hij op (een) tijdstippen in de periode van 19 oktober 2015 tot en met 24 oktober 2015 te [plaats 38] , [plaats 39] , [plaats 40] en [plaats 41] ,

tezamen en in vereniging met een ander of anderen,

ter uitvoering van het door hem, verdachte, voorgenomen misdrijf

om met het oogmerk zich en/of (een) ander (en) wederrechtelijk te bevoordelen

door het aannemen van een valse naam en een valse hoedanigheid de [naam bank 8] te bewegen tot het verlenen van een dienst en tot afgifte van 30.000 euro, ,

met voren omschreven oogmerk –zakelijk weergegeven - valselijk en/of in strijd met de waarheid de navolgende handelingen (telkens) met dat oogmerk verricht:

- ( telefonisch) contact gehad over het wijzigen van een bankrekening naar een en/of-rekening bij de [naam bank 8] , en

- informatie gegeven over de werkwijze van de [naam bank 8] omtrent het machtigen van personen bij een bankrekening van een ING-rekeninghouder, en

- de naam en/of het adres gegeven van de houder van een ING-rekening (ten name van [benadeelde 1] ), en/of de geboortedatum van die [benadeelde 1] en/of het/een (ander) rekeningnummer [nummer 4] (van die [naam 14] ), en/of het saldo van die rekening van die [benadeelde 1] en gegevens van de bankpas (nummer en/of vervaldatum) van die [benadeelde 1] , althans bankgegevens en persoonsgegevens van die [benadeelde 1] en - afgesproken dat twee personen zich aan de balie zullen melden waarvan één een geldig en één een vals identiteitsbewijs (ten name van [benadeelde 1] ) zal tonen, en

- aan die perso(o)n(en) de opdracht gegeven, dat zij bij de niet-blonde medewerkster in de [naam bank 8] in [plaats 40] de aanvraag “machtiging voor de rekening van [benadeelde 1] ” enf de aanvraag voor de “en/of rekening ten name van [benadeelde 1] ” zullen doen, en/of-gezegd dat aan die te machtigen perso(o)n(en) die de bank binnen gaan een bankpas met pincode mee gegeven moet worden en/of gebruikt moet worden en

- afgesproken slechts één identiteitsbewijs te scannen van de twee personen die komen voor de “en/of rekening” van die [naam 14] , en

- ( die [naam medeverdachte 6] en/of onbekend gebleven persoon) zich (op 24 oktober 2015) voorgedaan als de bevoegde(n) en/of gemachtigde(n) voor bankrekeningnummer ten name van die [naam 14] , en

- ( aan de niet blonde vrouw in het bankfiliaal) gevraagd die [naam medeverdachte 8] en/of die (onbekend gebleven) persoon in de [naam bank 8] in [plaats 40] te machtigen voor (de) bankrekening, althans een ING-rekening [rekeningnummer 2] (van die [benadeelde 1] ), en

- een identiteitsbewijs van [naam medeverdachte 6] overhandigd aan die niet-blonde medewerkster ( [naam medeverdachte 3] ), en/of

- een identiteitsbewijs van die [naam medeverdachte 6] in ontvangst genomen, en

- een (vervalst) identiteitsbewijs ten name van die [naam 14] overhandigd aan die niet-blonde medewerkster ( [naam medeverdachte 3] ),

- een (vervalst) identiteitsbewijs in ontvangst genomen, en

- genoegen genomen met dat/die identiteitsbewijs(zen) voor het opmaken van een aanvraag voor een “en/of rekening” ten name van die [naam 14] , en

- ter authenticatie een rijbewijs, ten name van die [naam medeverdachte 2] laten scannen/gescand ten behoeve van deze machtiging, en

- opgestart (in het computersysteem in de bank) het “identificeren en authentiseren klant”

en/of ingevuld dat is geauthentiseerd cliënt [naam 14] op niveau 3 en/of ingevuld dat de cliënt [naam 14] fysiek aanwezig was en/of ingevuld dat controlevragen zouden zijn gesteld en ingevuld dat de klant ( [benadeelde 1] ) is geauthentiseerd aan de hand van een identiteitsbewijs, te weten een documenttype 5 en

-het adres van die rekeninghouder ( [benadeelde 1] ) gewijzigd en/of - het email adres van die rekeninghouder ( [benadeelde 1] ) gewijzigd,

terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

2.

hij in of omstreeks de periode van 14 januari 2014 tot en met 11 februari 2014 te [plaats 38] en [plaats 5] ,

, tezamen en in vereniging met anderen,

(telkens) met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse naam en/of van een valse hoedanigheid

(telkens) de [naam bank 7] heeft bewogen tot de afgifte van 52.960 euro

immers heeft/hebben verdachte en/of zijn mededader(s) (telkens) met dat oogmerk - zakelijk weergegeven - valselijk en/of in strijd met de waarheid:

-(op 6 februari 2014) zonder toestemming ingelogd (met digicode) (middels internetbankieren) op het account van de [naam 15] rekening van P.H.B. [benadeelde 2] , en

-het emailadres en/of het telefoonnummer van die [benadeelde 2] gewijzigd (naar [naam 16] en

-een (gezamenlijke) “en/of rekening” [rekeningnummer 3] ) op naam van die [benadeelde 2] en A.S. [naam medeverdachte 5] (bij de [naam bank 7] ) geopend (onder rekeningnummer [nummer 5] ten name van [benadeelde 2] ), en

-(op 7 en/of 8 februari 2014) (meerdere, althans een) overschrijf-/betaalopdracht(en) gemaakt en/of die opdracht(en) verstuurd en/of klaar gezet en/of overgeboekt (een) geldbedrag(en), namelijk ter zake

- ( in totaal 68.010 euro)van de (spaar)rekening van die [benadeelde 2] (met rekeningnummer [nummer 6] ) naar de (gezamenlijke) “en/of rekening” (met rekeningnummer [nummer 5] ) en

- ( van die “en/of rekening” van [benadeelde 2] (en/of [naam medeverdachte 5] ) en/of van de [naam 15] rekening [rekeningnummer 4] tnv die [benadeelde 2] ) (een) geldbedragen (in totaal circa 52.960 euro) naar een (andere) [naam 66] /ANS-(betaal)rekening van die [naam medeverdachte 5] ((rekeningnummer [nummer 7] ) en/of naar de ING rekening van die [naam medeverdachte 5] ( [nummer 8] ) en

waardoor (telkens) de [naam bank 7] (en/of die [benadeelde 2] ) werd bewogen tot voornoemde overboekingen en/of betalingen en/of afgiftes;

3.

hij op (een) tijdstip(pen) in de periode van 7 oktober 2015 tot en met 20 oktober 2015 te [plaats 38] en [plaats 6] ,

tezamen en in vereniging met een ander of anderen

(telkens) met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse naam en een valse hoedanigheid ,

de [naam bank 8] , en [naam 17] bank

heeft bewogen tot afgifte van

2.972 euro en 4.952,30 euro en 591,37 euro en 593,74 euro en 390,82 euro,

immers, hebben hij, verdachte, en/of zijn mededader(s), (telkens) met voren omschreven oogmerk – zakelijk weergegeven – valselijk en/of in strijd met de waarheid de navolgende handelingen verricht:

- (meerdere malen) ingelogd op het MING-account van die [benadeelde 3] en [benadeelde 4] , en

-overgeboekt en/of een overschrijf-/betaalopdracht gemaakt van een geldbedrag van EUR 2.972, althans een geldbedrag naar het rekeningnummer [nummer 9] ten name van [medeverdachte 1] en/of die overschrijf-/betaalopdracht klaar gezet en/of verstuurd

-(meerdere malen) ingelogd op het MING-account van die [naam 22] , en

-overgeboekt en/of een overschrijf-/betaalopdracht gemaakt van een geldbedrag van EUR 4.952,30, althans een geldbedrag, naar rekeningnummer [nummer 10] ten name van [medeverdachte 3] en/of [medeverdachte 2] en/of die overschrijf-/betaalopdracht klaar gezet en/of verstuurd

-(meerdere malen) ingelogd op het MING-account van [benadeelde 8] en/of [benadeelde 12] - [naam 30] en/of [benadeelde 10] en/of [benadeelde 11]

-overgeboekt en/of een overschrijf-/betaalopdracht gemaakt van een geldbedrag van EUR 591,37 vanaf de rekening van [benadeelde 12] naar de rekeningnummer [nummer 11] ten name van I.A.B. [medeverdachte 7] en/of die overschrijf-/betaalopdracht klaar gezet en/of verstuurd, en

-overgeboekt en/of een overschrijf-/betaalopdracht gemaakt van een geldbedrag van EUR 593,74 vanaf de rekening van G.A. [benadeelde 12] en/of [benadeelde 12] naar de rekening van die [medeverdachte 7] en/of die overschrijf-/betaalopdracht klaar gezet en/of verstuurd, en/of

- overgeboekt en/of een overschrijf-/betaalopdracht gemaakt van een geldbedrag van EUR 390,82 vanaf de rekeningen van [benadeelde 11] naar de rekening van die [medeverdachte 7] en/of die overschrijf-/betaalopdracht klaar gezet en/of verstuurd;

waardoor (telkens) de [naam bank 8] , respectievelijk [naam 17] bank werd(en) bewogen tot voornoemde afgiftes;

4.

hij op tijdstippen in de periode van 1 januari 2016 tot en met 31 januari 2016 te [plaats 38] en [plaats 7] ,

tezamen en in vereniging met (een) ander(en),

(telkens) met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse naam en/of een valse hoedanigheid ,

-de [naam benadeelde bedrijf] ( [naam 36] ) heeft bewogen tot afgifte van 960 euro en 782,58 euro

immers, heeft/hebben hij en/of zijn mededader(s), (telkens) met voren omschreven oogmerk – zakelijk weergegeven – valselijk en/of en/of in strijd met de waarheid de navolgende handelingen verricht:

- gebruik gemaakt van een TWYP (The way you pay) -account ten name van [naam 34]

(met een telefoonnummer [nummer 12] en emailadres [naam 35] ) en

- gebeld met [naam 36] (met de afdeling Verlies en Diefstal) onder de naam [valse naam] [naam benadeelde 6] [naam 172] en/of aan [naam 36] gezegd dat een internettransactie niet lukte en-

- de afdeling fraudedetectie van [naam 36] gebeld teneinde geld over te boeken van de [naam benadeelde 12] van ( [naam benadeelde 8] naar het TWYP-account (via een mobieltje) en/of een antwoord te geven op een controlevraag en

- overgeboekt en/of een overschrijf-/betaalopdracht gemaakt van 960 euro, althans een geldbedragen, (op 22 januari 2016) van ( [naam 17] Mastercard en/of) [naam benadeelde 12] van die ( [naam benadeelde 8] naar een/het TWYP-account (ten name van [naam 34] ) en/of die overschrijf-/betaalopdracht klaar gezet en/of verstuurd en

- het creditcardnummer (eindigend op [nummer 13] ) en/of de naam op de creditcard en het toegangsnummer (code) van [naam 36] en/of [naam 118] van die [naam 119] ingevuld en/of gebruikt en- gebruik gemaakt van een TWYP (The way you pay) -account aangemaakt ten name van [naam 45] (met emailadres [naam 46] en telefoonnummer [nummer 14] ) en

- (12 januari 2016) overgeboekt en/of een overschrijf-/betaalopdracht gemaakt van 782,58 euro, althans een geldbedragen van [naam 118] van die [naam 119] naar een/het TWYP-account (ten name van [naam 45] ) en/of die overschrijf-/betaalopdracht verstuurd en

waardoor de [naam 36] werden bewogen tot voornoemde afgiftes;

6.

Hij op tijdstippen in de periode van 1 januari 2016 tot en met 26 januari 2016 te [plaats 38] en [plaats 8] ,

tezamen en in vereniging met een ander of anderen,

(telkens) opzettelijk en wederrechtelijk gegevens die door middel van een geautomatiseerd werk worden verwerkt heeft veranderd , dan wel andere gegevens daaraan heeft toegevoegd,

immers heeft hij, tezamen en in vereniging met zijn medeverdachte(n),

- ingelogd in een server van [naam 49] en/of bij [naam 49] .nl en

- op 24 januari 2016 ingelogd op het [naam account] van R. [naam 55] zonder diens toestemming en het afleveradres van dat account gewijzigd, en

- op 25 januari 2016 ingelogd op het [naam account] van A.M. [naam 56] zonder diens toestemming en het afleveradres van dat account gewijzigd, en

- op 25 januari 2016 ingelogd op het [naam account] van L. [naam 58] zonder diens toestemming en het afleveradres van dat account gewijzigd en

- goederen besteld ten name van die [naam 55] en [naam 56] en [naam 58] ;

7.

Hij op tijdstippen in de periode van 1 januari 2016 tot en met 26 januari 2016 te [plaats 38] en [plaats 9] ,

tezamen en in vereniging met een ander of anderen,

(telkens) opzettelijk en wederrechtelijk is binnengedrongen in

aan anderen toebehorende geautomatiseerde werken,

te weten computers en emailpostbussen van [naam 49] en R. [naam 55] en A.M. [naam 56] en L. [naam 58] , ,

immers heeft hij, tezamen en in vereniging met zijn mededader(s)

(telkens met dat opzet)

- ingelogd bij [naam 49] .nl met een emailadres en een wachtwoord, van die [naam 55] en [naam 56] en [naam 58] zonder hun toestemming en

- ( vervolgens) goederen besteld ten name van die [naam 55] en [naam 56] [naam 59] en

- het afleveradres van die [naam 55] en [naam 56] en [naam 58] gewijzigd en

- zich de toegang verschaft tot de (persoonlijke) e-mailpostbussen van A.M. [naam 56] en R. [naam 55] en L. [naam 58] zonder zijn/haar/diens toestemming;

8.

Hij op tijdstippen in de periode van 1 januari 2016 tot en met 26 januari 2016 te [plaats 38] en [plaats 10] ,

tezamen en in vereniging met een anderen,

(telkens) met het oogmerk om zich en anderen wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse naam en een valse hoedanigheid ,

[naam 49] heeft bewogen tot afgifte van goederen ,

immers heeft/hebben hij en/of zijn mededader(s), met voren omschreven oogmerk – zakelijk weergegeven – valselijk en/of listiglijk en/of bedrieglijk en/of in strijd met de waarheid de navolgende handelingen verricht:

-(op 24 januari 2016) (meerdere keren) ingelogd op het [naam account] van R. [naam 55] zonder diens toestemming, en

-het afleveradres van die [naam 55] gewijzigd, en

-goederen (2 iPads Air, 2 tablets (9,7 inch), 2 laptops (17 inch), 2 PlayStations, 2 laptoptassen, 4 North Face jassen, althans kledingstukken, 4 paar UGGs laarzen, althans laarzen/schoenen en/of laptoptassen) besteld met het [naam account] van die [naam 55] , (via internet bij [naam 49] .nl) en

-(meerdere keren) ingelogd op het e-mailaccount van die [naam 55] zonder diens toestemming en

- zich (daarbij) voorgedaan als de die R. [naam 55] en/of het afleveradres van die [naam 55] voor een bezorging van dat/die goederen en/of een pakketten gewijzigd, en

-(op of omstreeks de periode van 14 januari tot en met 25 januari 2016) (meerdere keren) ingelogd op het [naam account] van A.M. [naam 56] zonder haar toestemming, en

-het afleveradres van die [naam 56] gewijzigd, en -goederen, althans elektronica en/of schoenen hoofd-/koptelefoon, en/of sneakers en/of (spel)computers en/of een stuurwiel (2 PlayStations 4, 2 PlayStations 4 500 GB, 2 Xbox One, 6 PS4 controllers, 3 paar sneakers en 3 koptelefoons, Fifa 16,TX Racing wheel Leather Edition ) besteld met het [naam account] van die [naam 56] (via internet bij [naam 49] .nl), en

- zich (daarbij) voorgedaan als de die A.M. [naam 56] (zonder haar toestemming), en

-(op 25 januari 2016) (meerdere keren) ingelogd op het [naam account] van L. [naam 58] zonder diens toestemming, en

-het afleveradres van die [naam 58] gewijzigd, en -(op 26 januari 2016) goederen, althans elektronica en koptelefoons en stuurwiel en(computer)spellen(programma’s en computers (2 Xbox One, 1 iPad Air, 1 Xbox One Kinect Sensort, 2 FIFA 16 Xbox spellen, 1 17 inch laptop, 3 koptelefoons, 1 Rise of the Tom Xbox spel, 1 Thrustmaster racestuur, 2 laptoptassen, 1 PlayStation 4 en 1 17,3 inch laptop, Sony 986543 1TB + extra Dual Shock controller en een Sony 9803348 DualShock controller ) besteld met het [naam account] van die [naam 58] (via internet) (bij [naam 49] .nl), en -(in de maand januari 2016) (meerdere keren) ingelogd op het e-mailaccount van die [naam 58]

en zich (daarbij) voorgedaan als die L. [naam 58] zonder diens toestemming,

waardoor (telkens) de [naam 49] werd bewogen tot voornoemde afgiftes;

10.

Hij op (een) tijdstip(pen) in de periode van 1 augustus 2015 tot en met 20 augustus 2015 te [plaats 38] en [plaats 11] ,

op verschillende tijdstippen, tezamen en in vereniging met een ander(en),

(telkens) met het oogmerk om zich en een ander wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse naam en van een valse hoedanigheid ,

de [naam 66] Bank heeft bewogen tot de afgifte van EUR 14.750, en het verlenen van een dienst ,

immers heeft verdachte en/of zijn mededader(s) (telkens) met voren omschreven oogmerk – zakelijk weergegeven - valselijk en/of in strijd met de waarheid:

-het formulier ‘wijzigen tegenrekening’ ingevuld als ware hij, verdachte, de rechtmatige houder van rekeningnummer [nummer 16] (teneinde een nieuwe tegenrekening te koppelen aan de [naam 66] bankrekening met rekeningnummer [nummer 16] ten name van S. [naam 55] ), en

-(daarbij) als (nieuwe) tegenrekening het rekeningnummer [nummer 17] ten name van die [naam 55] ingevuld, en

-het wijzigingsformulier ondertekend als ware hij en/of zijn mededader(s) die [naam 55] , en

-het wijzigingsformulier met een (gescande) kopie van het paspoort, van die [naam 55] eneen (vervalste) schermafdruk van ING internetbankieren van de nieuwe tegenrekening met rekeningnummer [nummer 17] (per post) verstuurd naar de [naam 66] Bank, en

-een betalings-/overboekingsopdracht gedaan van EUR 14.750, althans van een geldbedrag, van de rekening van die [naam 55] naar de rekening van de nieuw gekoppelde tegenrekening, waardoor de [naam 66] Bank (en/of S. [naam 55] ) werd bewogen tot afgifte en overboeking/betaling van bovengenoemd geldbedrag;

11.

Hij op tijdstippen in de periode van 1 augustus 2015 tot en met 20 augustus 2015 te [plaats 38] en [plaats 12] en [plaats 13] , op verschillende tijdstippen, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om (telkens) met het oogmerk om zich en (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse naam en van een valse hoedanigheid

de [naam bank 7] te bewegen tot de afgifte van

1.500 euro en/of 50 euro en/of 30.000 euro,

en het verlenen van een dienst en

(telkens) met voren omschreven oogmerk – zakelijk weergegeven - valselijk en/of in strijd met de waarheid:

- een emailadres en telefoonnummer ten name van die P.J.M. [naam 69] bij de [naam 66] Bank gewijzigd zonder zijn/haar/diens toestemming en

- ( een) wijzigingsformulieren ingevuld teneinde een bankrekening te koppelen aan de bankrekeningen van voormelde [naam 67] en [naam 68] en [naam 69] (de partner van [naam 68] ) en

- ( daarbij) een bankrekening van een te koppelen rekeningnummer ingevuld en

- ingevuld dat de rekeningen stond ten name van die Van [naam 67] en [naam 68] en

- ( op 21 juli 2015) als te koppelen bankrekening bij de rekening van Van [naam 67] ingevuld de spaarrekening bij [naam 15] ( [rekeningnummer 5] ) tnv [naam 70] en het adres van die [naam 70] aangepast/gewijzigd in het adres van Van [naam 67] en

- als te koppelen rekening bij die van [naam 68] ingevuld de ABN-bankrekening [rekeningnummer 6] en

- het emailadres van rekeninghouder [naam 68] en/of [naam 69] bij de [naam 66] bank gewijzigd in [naam 71] en

- die wijzigingsformulieren ondertekend als ware hij die Van [naam 67] en [naam 68] en [naam 69] en

-(op 30 juli 2015) in de cliëntendatabase bij [naam 66] [naam 72] in te schrijven op hetzelfde adres als die [naam 68] en

- ( op 22 juli 2015) overschrijf-/betaalopdrachten gemaakt van 1.500 euro en 50 euro, van de rekening van Van [naam 67] naar de rekening van A.J.M. De [naam 70] en die overschrijf-/betaalopdracht klaar gezet en verstuurd en

- ( een) overschrijf/betaalopdracht(en) gemaakt en klaar gezet van 30.000 euro, van de rekening van die [naam 68] naar die gekoppelde rekening [rekeningnummer 6] (ten name van [naam 73] ) en die overschrijf-/betaalopdracht klaar gezet en verstuurd,

terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid.

12.

Hij op tijdstippen in de periode van 20 november 2015 tot en met 10 december 2015 in [plaats 38] en [plaats 14] ,

tezamen en in vereniging met (een) andere(n),

ter uitvoering van het door verdachte en zijn mededader(s) voorgenomen misdrijf om met het oogmerk om zich en ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse naam en van een valse hoedanigheid , de [naam 74] Bank te bewegen tot de afgifte van (een) geldbedrag(en), en het verlenen van een dienst

(telkens) met voren omschreven oogmerk – zakelijk weergegeven - valselijk en/of in strijd met de waarheid:

- ingelogd op het account van J.F. [naam 76] bij de [naam 74] Bank (met wachtwoord en gebruikersnaam van die rekeninghouder [naam 76] zonder diens toestemming), en

- het telefoonnummer in het account van J.F. [naam 76] bij de [naam 74] Bank gewijzigd, en

-een verzoek tot wijziging van de tegenrekening van de bankrekening van [naam 76] met rekeningnummer [nummer 18] naar rekeningnummer [nummer 19] gedaan, en

- ingelogd in het emailaccount van die [naam 76] zonder diens toestemming, en

-een emailbericht verstuurd vanaf het emailaccount van die [naam 76] aan de [naam 74] bank met daarbij een kopie van een (vervalst) rekeningoverzicht van een bankrekening met rekeningnummer [nummer 20] ten name van die [naam 76] ,

terwijl de uitvoering van het voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

en

12A.

Hij op tijdstippen in de periode van 20 november 2015 tot en met 10 december 2015 in [plaats 38] en [plaats 15] ,

tezamen en in vereniging met een ander of anderen, (telkens) opzettelijk en wederrechtelijk gegevens die door middel van een geautomatiseerd werk worden verwerkt heeft veranderd

immers heeft hij, tezamen en in vereniging met zijn medeverdachte(n),

- ingelogd op het Aegonaccount van J.F. [naam 76] met gebruikersnaam en wachtwoord zonder diens toestemming en het telefoonnummer en contactgegevens van die [naam 76] gewijzigd,

en

12B.

Hij op tijdstippen in de periode van 1 januari 2016 tot en met 26 januari 2016 te [plaats 38] en [plaats 16] ,

tezamen en in vereniging met een ander of anderen, (telkens) opzettelijk en wederrechtelijk is binnengedrongen in

in een of meer (aan een of meer ander(en) toebehorend(e)) geautomatiseerde werk (en) ,

te weten computer(s)(netwerk) van [naam 74] Bank en van J.F. [naam 76] en [naam 77] immers heeft hij, tezamen en in vereniging met zijn mededader(s)

(telkens met dat opzet)

- ingelogd bij [naam 74] Bank en met accountnaam en wachtwoord, althans met inloggegevens van die [naam 76] zonder toestemming van die [naam 76] en

- zich de toegang verschaft tot de (persoonlijke) e-mailpostbussen van die [naam 76] en [naam 77] , zonder hun toestemming;

13. primair

Hij op tijdstippen in de periode van 10 januari 2016 tot en met 8 februari 2016 in [plaats 38] en [plaats 17] ,

tezamen en in vereniging met (een) andere(n),

ter uitvoering van het door verdachte en/of zijn mededader(s) voorgenomen misdrijf om met het oogmerk om zich en/(een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse naam en/of van een valse hoedanigheid [naam 78] te bewegen tot de afgifte van (een) geldbedrag(en), ,

immers heeft verdachte en/of zijn mededader(s) (telkens) met voren omschreven oogmerk – zakelijk weergegeven - valselijk en/of in strijd met de waarheid:

- een wijzigingsformulier spaar- en beleggingsrekening van [naam 79] gedownload en ingevuld en ondertekend met [naam 80] met het verzoek om een bankrekening met rekeningnummer “ [nummer 21] ten name van mw. [naam 81] ” te koppelen aan het rekeningnummer van die [naam 82] bij [naam 78] , en

-een kopie/ van het paspoort van [naam 83] meegestuurd met dit wijzigingsformulier, en

-een kopie van een (vervalst) bankafschrift/printscreen van het rekeningoverzicht van de te koppelen bankrekening met rekeningnummer [nummer 22] meegestuurd met het wijzigingsformulier en

-(meerdere malen) zonder toestemming ingelogd op het emailaccount van die [naam 84] , en

-(meerdere malen) zonder toestemming ingelogd op de [naam 78] internetbankieromgeving van die [naam 85] ,

terwijl de uitvoering van het voorgenomen misdrijf niet is voltooid.

Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd is niet bewezen. De verdachte moet ook daarvan worden vrijgesproken.

De overtuiging dat de verdachte het bewezen verklaarde heeft begaan is gegrond op de redengevende inhoud van het voorgaande en op de inhoud van de wettige bewijsmiddelen, houdende tot bewezenverklaring redengevende feiten en omstandigheden. Het vonnis zal in die gevallen waarin de wet dit vereist worden aangevuld met een later bij dit vonnis te voegen bijlage met daarin de inhoud dan wel de opgave van de bewijsmiddelen.

7. Strafbaarheid feiten

7.1.

Verweren van de verdediging

7.1.1.

Feit 1: vrijwillige terugtred

De verdediging heeft betoogd dat er sprake zou zijn van een vrijwillige terugtred in de zin van artikel 46b Sr, omdat [naam medeverdachte 3] uit eigen wil besloot de handelingen te staken.

De rechtbank is echter van oordeel dat uit de bewijsmiddelen volgt dat [naam medeverdachte 3] de handelingen heeft afgebroken, omdat zij niet beschikte over de juiste gegevens om die te voltooien. Dat de beoogde oplichting niet is voltooid, is dus niet afhankelijk geweest van omstandigheden die van de wil van [naam medeverdachte 3] afhankelijk waren (laat staan van de wil van de verdachte). De oplichting is simpelweg mislukt. Het verweer wordt daarom verworpen.

7.1.2.

Feiten 12A en 13

De verdediging heeft niet nader onderbouwd waarom feiten 12A en 13, indien bewezen verklaard, niet zouden kunnen worden gekwalificeerd als pogingen tot oplichting, zodat de rechtbank dit standpunt zonder nadere motivering verwerpt.

7.2.

Kwalificaties

De bewezen feiten leveren op:

1 medeplegen van poging tot oplichting

2. medeplegen van oplichting, meermalen gepleegd

3. medeplegen van oplichting, meermalen gepleegd

4. medeplegen van oplichting, meermalen gepleegd

6. medeplegen van opzettelijk en wederrechtelijk gegevens die door middel van een geautomatiseerd werk worden verwerkt, veranderen, dan wel andere gegevens daaraan toevoegen, meermalen gepleegd

7. medeplegen van computervredebreuk, meermalen gepleegd

8. medeplegen van oplichting, meermalen gepleegd

10. medeplegen van oplichting

11. medeplegen van poging tot oplichting, meermalen gepleegd

12. medeplegen van poging tot oplichting

12A. medeplegen van opzettelijk en wederrechtelijk gegevens die door middel van een geautomatiseerd werk worden verwerkt, veranderen, dan wel andere gegevens daaraan toevoegen, meermalen gepleegd

12B. medeplegen van computervredebreuk, meermalen gepleegd

13. medeplegen van poging tot oplichting

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten.

De feiten zijn dus strafbaar.

8 Strafbaarheid verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluit.

De verdachte is dus strafbaar.

9 Motivering straf

9.1.

Algemene overweging

De straf die aan de verdachte wordt opgelegd, is gegrond op de ernst van de feiten, de omstandigheden waaronder deze zijn begaan en de persoon en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte. Daarbij wordt in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.

9.2.

Feiten waarop de straf is gebaseerd

De verdachte heeft zich samen met een of meer anderen gedurende een periode van circa twee jaren schuldig gemaakt aan het plegen van internetfraude. Hierbij werden telkens persoonlijke- en bankgegevens van de slachtoffers misbruikt door deze via verzoeken op frauduleuze wijze te koppelen aan bankrekeningen van derden (katvangers) die de verdachte onder controle had. Er werd gebruik gemaakt van de internetbankieromgeving van de slachtoffers om zodoende een wijzigingsverzoek in te kunnen dienen of de uiteindelijke frauduleuze overboekingen en bestellingen uit te voeren. De toegang werd verschaft door op naam van de slachtoffers valselijk opgemaakte aanvraagformulieren, kopieën van identiteitsbewijzen en valselijk opgemaakte rekeningafschriften te verstrekken aan financiële instellingen.

Daarnaast heeft de verdachte goederen besteld bij internetwinkels op naam van (onwetende) derden door in te loggen op hun account bij de betreffende webwinkel. Daarbij heeft hij het afleveradres gewijzigd in een adres van een katvanger. Hoewel een deel van de bestellingen door de internetwinkels werden geannuleerd, is ook een deel geleverd. Deze goederen zijn door de webwinkel aan de accounthouder gefactureerd. Goederen die werden geleverd, zijn voor het overgrote deel doorverkocht.

Ten slotte heeft de verdachte niet alleen in de wereld van het internet gewerkt, maar ook in de fysieke wereld. Hij heeft geprobeerd om een bankrekening om te zetten in een en/of-rekening op naam van een mededader. Dit had moeten gebeuren via een autorisatie aan de balie in een bankkantoor, door een bankmedewerker die in het complot zat. Het is niet gelukt, omdat degenen die aan haar balie verschenen, niet de juiste gegevens en stukken bij zich hadden.

De verdachte heeft niet alleen de direct benadeelden – klanten, banken, internetwinkels – veel schade toegebracht, maar hij heeft door zijn handelen het vertrouwen dat moet kunnen worden gesteld in de integriteit en veiligheid van het (financiële) internetverkeer ernstig ondermijnd.

Bij dit alles valt de professionele werkwijze op. Er wordt structureel samengewerkt om zo veel mogelijk buit te maken. De verschillende onderdelen van het proces worden door de verschillende daders nauw op elkaar afgestemd. Ze houden elkaar voortdurend op de hoogte van wat er gebeurt en wat er nog moet gebeuren. Bedragen worden weggesluisd via katvangers en via moeilijk te traceren middelen, zoals prepaid creditcards.

9.3.

Persoonlijke omstandigheden van de verdachte

9.3.1.

Strafblad

De rechtbank heeft acht geslagen op een uittreksel uit de justitiële documentatie van 25 augustus 2016, waaruit blijkt dat de verdachte eerder is veroordeeld voor soortgelijke strafbare feiten. De rechtbank is zich ervan bewust dat niet alle eerdere veroordelingen onherroepelijk zijn en zal de onherroepelijke niet in de strafmaat betrekken.

9.3.2.

Rapportages

Reclassering Nederland heeft een rapport over de verdachte opgemaakt, gedateerd 31 augustus 2016. De rechtbank heeft acht geslagen op dit rapport.

9.3.3.

Vergelijking met medeverdachten; voorlopige hechtenis

De verdediging heeft gewezen op de verschillen in de wijze vervolging van medeverdachten in de zaken [benadeelde 2] en [plaats 40] en heeft de rechtbank verzocht daar in de strafoplegging mee rekening te houden.

De rechtbank verwerpt dit betoog. De mogelijkheid en opportuniteit van voorlopige hechtenis is afhankelijk van de betreffende verdachte. Dat een ander dus niet in voorlopige hechtenis is gesteld, is niet van belang voor de strafmaat in de zaak tegen de verdachte. Ook hier geldt immers, dat voorlopige hechtenis geen voorschot is op een strafoplegging.

9.4.

Conclusies van de rechtbank

Gelet op hetgeen de rechtbank hierboven heeft overwogen, komt zij tot de volgende conclusies.

Gezien de ernst van het de feiten kan niet anders worden gereageerd dan met het opleggen van een gevangenisstraf. Bij de bepaling van de duur van de gevangenisstraf heeft de rechtbank acht geslagen op straffen die in soortgelijke zaken plegen te worden opgelegd.

De verdediging heeft verzocht een (langere) onvoorwaardelijke gevangenisstraf achterwege te laten. Hiervoor bestaat echter geen aanleiding, gezien het strafblad en de proceshouding van de verdachte, evenals de ernst en veelvuldigheid van de bewezenverklaarde feiten. De feiten maken deel uit van een patroon van handelen, de verdachte is al vele malen eerder – ook onherroepelijk – voor fraudedelicten veroordeeld en ook tot forse gevangenisstraffen. Wat er ook zij van de juistheid van de veroordeling van 9 juni 2011 en 23 april 2015, deze hebben de verdachte er kennelijk niet van weerhouden de feiten te plegen waarvoor hij thans wordt veroordeeld. Hoe dan ook: als geen ander wist de verdachte wat het gevangenisleven inhield voordat hij aan feiten begon waarvoor hij nu wordt veroordeeld en als geen ander kende hij de laakbaarheid van zijn handelen.

Een voorwaardelijk strafdeel is dan ook niet op zijn plaats, ook niet om reclasserings of andere begeleiding mogelijk te maken. Het is aan de verdachte om zijn leven op orde te brengen en hij zal daarbij zelf initiatief moeten nemen.

Dat de verdachte niet wordt veroordeeld voor de feiten 9 en 14 is voor de strafmaat van ondergeschikt belang, omdat deze feiten zeer nauw samenhangen met de feiten waarvoor hij wel wordt veroordeeld.

Alles afwegend worden na te noemen straffen, daaronder begrepen de verbeurdverklaringen die hierna worden besproken, passend en geboden geacht.

10 In beslag genomen voorwerpen

10.1.

Standpunt officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd de in beslag genomen goederen te onttrekken aan het verkeer, behalve een TX Racing Wheel, leather Edition voor XBOX dat verbeurd zou moeten worden verklaard.

Een kopie van de originele lijst met in beslaggenomen voorwerpen is als bijlage II aan dit vonnis gehecht.

10.2.

Standpunt verdediging

De verdediging heeft zich gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank met betrekking tot de inbeslaggenomen voorwerpen, met de opmerking dat teruggave van een telefoon gewenst is.

10.3.

Beoordeling

Tot onttrekking aan het verkeer kan slechts worden gekomen als naar de aard van het goed het ongecontroleerd bezit moet worden tegengegaan. Gelet hierop komt de rechtbank tot de navolgende beslissingen:

De voorwerpen met de hierna vermelde nummers (met korte omschrijving) voorkomend op de lijst van in beslaggenomen voorwerpen zullen worden verbeurd verklaard, te weten:

24. iPhone

26. laptop

27. harde schijf

28. simkaart

29. simkaart

30. SD-card

31. SD-card

32. SD-card

34. Samsung GSM

35. BlackBerry

38. notitieblok aantekeningen

5. ASUS laptop

7. papier met aantekeningen

8. USB-stick

9. bankpas ING

13. GSM

14. BlackBerry

15. envelop met gegevens

16. rijbewijs J. [naam 86]

17. USB-stick

18. bankpas [naam 8]

22. iPhone

23. GSM

De bewezen feiten zijn met behulp van deze voorwerpen begaan of voorbereid.

En voorts:

10. 3 V-kaart

11. 3 V-kaart

12. 3 V-kaart

19. papieren American Express

20. papieren Air France

21. papieren Rabobank

3. verpakkingsmateriaal [naam 49]

4. racing wheel

Deze voorwerpen zijn geheel of grotendeels door middel van de bewezen feiten verkregen.

De voorwerpen met de hierna vermelde nummers (met korte omschrijving) voorkomend op de lijst van in beslaggenomen voorwerpen zullen worden onttrokken aan het verkeer, te weten.

36. blanco creditcard

37. blanco creditcard

Het ongecontroleerde bezit daarvan is in strijd met het algemeen belang.

Ten aanzien van de in beslag genomen voorwerpen vermeld op de daartoe bestemde lijst zal een last worden gegeven tot teruggave aan degenen die als rechthebbenden kunnen worden aangemerkt, te weten:

25. bankpas teruggave aan [naam bank 8]

33. blanco creditcard teruggave aan ABN/AMRO bank

6. bankafschriften teruggave aan [naam 87]

16. rijbewijs J. [naam 88] teruggave aan de Staat

18. bankpas [naam 8] teruggave aan de Rabobank.

11 Vorderingen benadeelde partijen / schadevergoedingsmaatregelen

11.1.

Standpunt verdediging

De vorderingen zijn door de verdediging betwist, omdat geen causaal verband zou bestaan met de ten laste gelegde feiten voor zover deze bewezen zijn verklaard. De verdediging heeft subsidiair aangevoerd dat zij de vorderingen alleen voor zover er sprake is van geldbedragen toewijsbaar acht.

11.2.

Standpunt officier van justitie

De officier van justitie acht de vorderingen van benadeelde partijen toewijsbaar en verzoekt daarbij (telkens) om oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.

11.3.

Beoordeling

11.3.1.

Benadeelde partij [naam bank 8] NV

De [naam bank 8] NV heeft zich als benadeelde partij gevoegd, ter zake van het onder 3 ten laste gelegde feit. De benadeelde partij vordert een vergoeding van € 8.682,86 aan materiële schade.

Nu is komen vast te staan dat aan de benadeelde partij [naam bank 8] NV door het onder 1 bewezen verklaarde strafbare feit, rechtstreeks (materiële) schade is toegebracht en de gevorderde schadevergoeding de rechtbank ook overigens niet onrechtmatig of ongegrond voorkomt en door de verdachte niet (voldoende gemotiveerd) is weersproken, zal de vordering in zijn geheel tot voormeld bedrag worden toegewezen. De rechtbank merkt hierbij op, dat onderzoekskosten naar aanleiding van een onrechtmatige daad ook voor vergoeding in aanmerking komen op grond van artikel 6:96 lid 2 onder b van het Burgerlijk Wetboek (BW).

De benadeelde partij [naam bank 8] NV heeft gevorderd het te vergoeden bedrag te vermeerderen met wettelijke rente. De rechtbank bepaalt dat het te vergoeden schadebedrag vermeerderd wordt met wettelijke rente vanaf 20 oktober 2014, voor zover het ziet op de directe schades (totaal: € 7.242,86) en met wettelijke rente vanaf 28 oktober 2016, voor zover het ziet op de onderzoekskosten (totaal: € 1.440,00).

Nu de vordering van de benadeelde partij [naam bank 8] NV zal worden toegewezen, zal de verdachte worden veroordeeld in de kosten door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil en in de kosten ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken.

11.3.2.

Benadeelde partij [naam 66] Bank NV

De [naam 66] Bank NV heeft zich als benadeelde partij gevoegd, ter zake van het onder 2 ten laste gelegde feit.

De benadeelde partij vordert een vergoeding van € 52.960,- aan materiële schade.

De bewezenverklaring luidt dat de [naam bank 7] het geldbedrag heeft afgegeven. Zonder nadere toelichting, die ontbreekt, kan niet worden vastgesteld dat [naam 66] Bank NV de rechtspersoon is die door het feit rechtstreeks schade heeft geleden. Om dat te kunnen vaststellen is een nadere bewijsronde nodig. Dat levert een onevenredige belasting van het strafgeding op. De benadeelde partij [naam 66] Bank NV zal niet-ontvankelijk worden verklaard. De vordering kan slechts bij de burgerlijke rechter worden aangebracht.

De benadeelde partij wordt veroordeeld in de kosten door de verdachte ter verdediging tegen de vordering gemaakt, welke kosten worden begroot op nihil.

11.3.3.

Benadeelde partij [benadeelde 5] ,

[benadeelde 5] heeft zich als benadeelde partij gevoegd ter zake van het onder 3 ten laste gelegde feit.

De benadeelde partij vordert een vergoeding van € 25,- aan materiële schade, een vergoeding van € 150,- aan immateriële schade en € 204,88 aan proceskosten.

Voorzover het betreft dagwaarde van de (oude) pc is komen vast te staan dat aan de benadeelde partij [benadeelde 5] door het onder 3 bewezen verklaarde strafbare feit, rechtstreeks materiële schade is toegebracht en de gevorderde schadevergoeding de rechtbank ook overigens niet onrechtmatig of ongegrond voorkomt en door de verdachte niet (voldoende gemotiveerd) is weersproken, zal de vordering worden toegewezen tot een bedrag van € 25,-.

De gevorderde vergoeding van immateriële schade zal worden afgewezen. Vergoeding voor geleden immateriële schade is volgens artikel 6:106, eerste lid, van het Burgerlijk Wetboek alleen mogelijk als de verdachte het doel had immateriële schade toe te brengen, of het slachtoffer in de persoon is aangetast of indien sprake is van aantasting van de nagedachtenis van een overledene. Daarvan is in dit geval geen sprake. Dit deel van de vordering van de benadeelde partij zal dan ook worden afgewezen.

De benadeelde partij [benadeelde 5] heeft gevorderd het te vergoeden bedrag te vermeerderen met wettelijke rente. De rechtbank bepaalt dat het te vergoeden schadebedrag vermeerderd wordt met wettelijke rente vanaf 14 oktober 2015.

Nu de vordering van de benadeelde partij [benadeelde 5] zal worden toegewezen, zal de verdachte worden veroordeeld in de proceskosten door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op € 204,88 en in de kosten ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken.

11.3.4.

Benadeelde partij [naam benadeelde 13]

[naam benadeelde 14] heeft zich als benadeelde partij gevoegd ter zake van de onder 4 en 5 ten laste gelegde feiten.

De benadeelde partij vordert een vergoeding van € 420,00 aan materiële schade en een vergoeding van € 1.100,00 aan immateriële schade.

Van de gevorderde materiële schade kunnen alleen de belkosten en de vrije dag in verband met het doen van aangifte worden toegewezen. Deze kosten zijn onvoldoende gemotiveerd betwist en staan in rechtstreeks verband met het onder 4 bewezen verklaarde feit.

De tablet en de laptopreparatie staan in rechtstreeks verband met het onder 5 ten laste gelegde feit. Omdat de verdachte van dat feit wordt vrijgesproken, wordt de benadeelde partij in dit deel van de vordering niet ontvankelijk verklaard.

De gevorderde vergoeding van immateriële schade zal worden afgewezen. Vergoeding voor geleden immateriële schade is volgens artikel 6:106, eerste lid, van het Burgerlijk Wetboek alleen mogelijk als de verdachte het doel had immateriële schade toe te brengen, of het slachtoffer in de persoon is aangetast of indien sprake is van aantasting van de nagedachtenis van een overledene. Daarvan is in dit geval geen sprake. Dit deel van de vordering van de benadeelde partij zal dan ook worden afgewezen.

De benadeelde partij [naam benadeelde 15] heeft gevorderd het te vergoeden bedrag te vermeerderen met wettelijke rente. De rechtbank bepaalt dat het te vergoeden schadebedrag vermeerderd wordt met wettelijke rente vanaf 28 oktober 2016.

Nu de vordering van de benadeelde partij [naam benadeelde 16] (deels) zal worden toegewezen, zal de verdachte worden veroordeeld in de kosten door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil en in de kosten ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken.

11.3.5.

Benadeelde partij [naam benadeelde bedrijf] ( [naam 36] )

[naam benadeelde bedrijf] heeft zich als benadeelde partij gevoegd ter zake van het onder 4 ten laste gelegde feit.

De benadeelde partij vordert een vergoeding van € 2.557,08 aan materiële schade.

Nu is komen vast te staan dat aan de benadeelde partij [naam benadeelde bedrijf] door het onder 4 bewezen verklaarde strafbare feit, rechtstreeks (materiële) schade is toegebracht en de gevorderde schadevergoeding de rechtbank ook overigens niet onrechtmatig of ongegrond voorkomt en door de verdachte niet (voldoende gemotiveerd) is weersproken, zal de vordering gedeeltelijk worden toegewezen tot een bedrag van € 1.742,-.

Omdat er met betrekking tot kaarthouder [naam 96] geen feiten bewezen zijn verklaard en daarvoor dus ook geen straf of maatregel is opgelegd of artikel 9a van het Wetboek van Strafrecht toepassing heeft gevonden, zal de vordering voor dat deel van de vordering dat daarop betrekking heeft niet-ontvankelijk worden verklaard.

Nu de vordering van de benadeelde partij (deels) zal worden toegewezen, zal de verdachte worden veroordeeld in de kosten door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil en in de kosten ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken.

11.3.6.

Benadeelde partij [naam 99]

heeft zich als benadeelde partij gevoegd ter zake van het onder 8 ten laste gelegde feit.

De benadeelde partij vordert een vergoeding van € 13.606,58 aan materiële schade.

De bewezenverklaring luidt dat [naam 49] goederen heeft afgegeven. Zonder nadere toelichting, die ontbreekt, kan niet worden vastgesteld dat [naam 99] de rechtspersoon is die door het feit rechtstreeks schade heeft geleden. Om dat te kunnen vaststellen is een nadere bewijsronde nodig. Dat levert een onevenredige belasting van het strafgeding op. De benadeelde partij [naam 98] [naam 100] zal niet-ontvankelijk worden verklaard. De vordering kan slechts bij de burgerlijke rechter worden aangebracht.

De benadeelde partij wordt veroordeeld in de kosten door de verdachte ter verdediging tegen de vordering gemaakt, welke kosten worden begroot op nihil.

11.3.7.

Benadeelde partij J.F. [naam 76]

J.F. [naam 76] heeft zich als benadeelde partij gevoegd ter zake van de onder 12, 12A, 12B en 14 ten laste gelegde feiten.

De benadeelde partij vordert een vergoeding van € 909,08 aan materiële schade

De verdachte wordt vrijgesproken van het op de computers van het slachtoffer plaatsen van bestanden. Er is dan ook geen rechtstreeks verband tussen het bewezen verklaarde en de gestelde schade vanwege het schonen van die computers. Dit deel van de vordering wordt niet ontvankelijk verklaard.

Vast is komen te staan dat de benadeelde partij schade heeft geleden, doordat hij van feiten 12, 12A en 12B aangifte heeft moeten doen in werktijd. De schade die hierdoor is ontstaan, is niet de gederfde omzet, maar gederfde winst. De rechtbank begroot de hoogte van deze schade schattenderwijs op € 400,00. Dit deel van de vordering kan dus worden toegewezen en wijst de vordering met betrekking tot gederfde inkomsten dus af voor het resterende deel van € 440,00.

De benadeelde partij J.F. [naam 76] heeft gevorderd het te vergoeden bedrag te vermeerderen met wettelijke rente. De rechtbank bepaalt dat het te vergoeden schadebedrag vermeerderd wordt met wettelijke rente vanaf 28 oktober 2016.

Nu de vordering van de benadeelde partij J.F. [naam 76] (deels) zal worden toegewezen, zal de verdachte worden veroordeeld in de kosten door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil en in de kosten ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken.

11.3.8.

Schadevergoedingsmaatregelen

Voor zover sprake is van (gedeeltelijke) toewijzing van de hoofdsom van de vorderingen, is de oplegging van de hierna te noemen maatregel als bedoeld in artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht passend en geboden.

11.3.9.

Hoofdelijke veroordelingen

In alle gevallen waarin de vordering geheel of gedeeltelijk is toegewezen, is sprake van het gezamenlijk plegen van een feit door twee of meer daders. Daarom is telkens de verdachte, naast zijn mededaders, op grond van artikel 6:166 lid 2 van het BW, hoofdelijk aansprakelijk voor het geheel. Indien en voor zover de mededaders de betreffende benadeelde partij betalen is de verdachte in zoverre jegens die benadeelde partij van zijn betalingsverplichting bevrijd.

De verplichting om aan de Staat te betalen in het kader van de schadevergoedingsmaatregel wordt eveneens verminderd met dat deel van de schade die reeds door een mededader is vergoed en omgekeerd.

12 Voorlopige hechtenis

Het bevel tot gevangenhouding is op dit moment verleend op een andere omschrijving van de feiten dan de bewezenverklaring. Omwille van de duidelijkheid zal de rechtbank het bevel tot gevangenhouding dan ook opheffen onder gelijktijdige verlening van een bevel tot gevangenneming voor de feiten waarvoor de verdachte nu wordt veroordeeld, voor zover voor deze feiten voorlopige hechtenis is toegelaten.

De grond voor de voorlopige hechtenis blijft hetzelfde, namelijk het recidivegevaar zoals omschreven in het opgeheven bevel gevangenhouding.

13 Toepasselijke wettelijke voorschriften

Gelet is op de artikelen 45, 47, 57, 63, 138ab, 326, 350a van het Wetboek van Strafrecht.

14 Bijlagen

De in dit vonnis genoemde bijlagen maken deel uit van dit vonnis.

15 Beslissing

De rechtbank:

verklaart met betrekking tot de feiten 9 en 14 de dagvaarding nietig;

verklaart de dagvaarding voor het overige geldig;

verklaart niet bewezen, dat de verdachte het onder 5 ten laste gelegde feit heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij;

verklaart bewezen, dat de verdachte de onder 1, 2, 3, 4, 6, 7, 8, 10, 11, 12, 12A, 12B en 13 primair ten laste gelegde feiten, zoals hiervoor omschreven, heeft begaan;

verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte meer of anders ten laste is gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard en spreekt de verdachte ook daarvan vrij;

stelt vast dat het bewezen verklaarde oplevert de hiervoor vermelde strafbare feiten;

verklaart de verdachte strafbaar;

veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 3 (drie) jaar;

beveelt dat de tijd die door de veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering wordt gebracht, voor zover deze tijd niet reeds op een andere vrijheidsstraf in mindering is gebracht;


heft op het bevel tot gevangenhouding van de verdachte met ingang van heden onder gelijktijdige verlening van een bevel tot gevangenneming voor de feiten onder 1, 2, 3, 4, 8, 10, 11, 12 en 13 waarvoor de verdachte thans wordt veroordeeld, op de grond zoals omschreven in het opgeheven bevel tot gevangenhouding;

veroordeelt de verdachte hoofdelijk met diens mededader(s) om tegen behoorlijk bewijs van kwijting aan de benadeelde partij [naam bank 8] NV, te betalen een bedrag van € 8.682,82 (zegge: achtduizend zeshonderdtweeëntachtig euro en tweeëntachtig cent), bestaande uit materiële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente hierover zoals omschreven onder 11.3.1 tot aan de dag der algehele voldoening, met dien verstande dat indien en voor zover zijn mededader of mededaders betalen de verdachte in zoverre van deze verplichting is bevrijd;

veroordeelt de verdachte in de proceskosten door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden aan de zijde van de benadeelde partij begroot op nihil en in de kosten ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken;

legt aan de verdachte de maatregel tot schadevergoeding op, inhoudende de verplichting aan de staat ten behoeve van de benadeelde partij [naam bank 8] NV te betalen

€ 8.682,82 (zegge: achtduizend zeshonderdtweeëntachtig euro en tweeëntachtig cent; beveelt dat bij gebreke van volledige betaling en volledig verhaal van het bedrag van € 8.682,82 vervangende hechtenis zal worden toegepast voor de duur van 78 dagen; toepassing van de vervangende hechtenis heft de betalingsverplichting niet op;

veroordeelt de verdachte hoofdelijk met diens mededader(s) om tegen behoorlijk bewijs van kwijting aan de benadeelde partij [benadeelde 5], te betalen een bedrag van € 25,- (zegge: vijfentwintig euro), bestaande uit materiële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente hierover vanaf 14 oktober 2015 tot aan de dag der algehele voldoening, met dien verstande dat indien en voor zover zijn mededader of mededaders betalen de verdachte in zoverre van deze verplichting is bevrijd;

veroordeelt de verdachte in de proceskosten door de benadeelde partij [benadeelde 5] gemaakt, tot op heden aan de zijde van de benadeelde partij begroot op € 204,88, alsmede in de kosten ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken;

legt aan de verdachte de maatregel tot schadevergoeding op, inhoudende de verplichting aan de staat ten behoeve van de benadeelde partij [benadeelde 5] te betalen € 25,- (zegge: vijfentwintig euro); beveelt dat bij gebreke van volledige betaling en volledig verhaal van het bedrag van € 25,- vervangende hechtenis zal worden toegepast voor de duur van 1 dag; toepassing van de vervangende hechtenis heft de betalingsverplichting niet op;

veroordeelt de verdachte hoofdelijk met diens mededader(s) om tegen behoorlijk bewijs van kwijting aan de benadeelde partij [naam 165], te betalen een bedrag van € 175,- (zegge: honderdvijfenzeventig euro), bestaande uit materiële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente hierover vanaf 28 oktober 2016 tot aan de dag der algehele voldoening, met dien verstande dat indien en voor zover zijn mededader betaalt/zijn mededaders betalen de verdachte in zoverre van deze verplichting is bevrijd;

wijst af de vordering van de benadeelde partij [naam 166] met betrekking tot de gevorderde immateriële schade;

verklaart de benadeelde partij [naam 167] voor het overige gevorderde niet ontvankelijk in de vordering;

veroordeelt de verdachte in de proceskosten door de benadeelde partij [naam 168] gemaakt, tot op heden aan de zijde van de benadeelde partij begroot op nihil en in de kosten ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken;

legt aan de verdachte de maatregel tot schadevergoeding op, inhoudende de verplichting aan de staat ten behoeve van de benadeelde partij [naam 169] te betalen € 175,- (zegge: honderdvijfenzeventig euro); beveelt dat bij gebreke van volledige betaling en volledig verhaal van het bedrag van € 175,- vervangende hechtenis zal worden toegepast voor de duur van 3 dagen; toepassing van de vervangende hechtenis heft de betalingsverplichting niet op;

veroordeelt de verdachte hoofdelijk met diens mededader(s) om tegen behoorlijk bewijs van kwijting aan de benadeelde partij [naam benadeelde bedrijf], te betalen een bedrag van € 1.742,- (zegge: zeventienhonderdtweeënveertig euro), bestaande uit materiële schade, met dien verstande dat indien en voor zover zijn mededader betaalt/zijn mededaders betalen de verdachte in zoverre van deze verplichting is bevrijd;

verklaart de benadeelde partij [naam benadeelde bedrijf] niet ontvankelijk in de vordering voor zo ver de vordering betrekking heeft op de benadeelde [naam 170];

veroordeelt de verdachte in de proceskosten door de benadeelde partij [naam benadeelde bedrijf] gemaakt, tot op heden aan de zijde van de benadeelde partij begroot op nihil en in de kosten ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken;

legt aan de verdachte de maatregel tot schadevergoeding op, inhoudende de verplichting aan de staat ten behoeve van de benadeelde partij [naam benadeelde bedrijf] te betalen € 1.742,- (zegge: zeventienhonderdtweeënveertig euro); beveelt dat bij gebreke van volledige betaling en volledig verhaal van het bedrag van € 1.742,- vervangende hechtenis zal worden toegepast voor de duur van 27 dagen; toepassing van de vervangende hechtenis heft de betalingsverplichting niet op;

veroordeelt de verdachte hoofdelijk met diens mededader(s), des dat de een betalende de ander zal zijn bevrijd, om tegen behoorlijk bewijs van kwijting aan de benadeelde partij

J.F. [naam 76], te betalen een bedrag van € 400,- (zegge: vierhonderd euro), bestaande uit materiële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente hierover vanaf 28 oktober 2016 tot aan de dag der algehele voldoening, met dien verstande dat indien en voor zover zijn mededader betaalt/zijn mededaders betalen de verdachte in zoverre van deze verplichting is bevrijd;

wijst de vordering van de benadeelde partij J.F. [naam 76] af voor zover deze ziet op een hogere gevorderde schadevergoeding ter zake van inkomstenderving (een bedrag van € 440,00);

verklaart de benadeelde partij J.F. [naam 76] voor het overige gevorderde niet ontvankelijk in de vordering;

legt aan de verdachte de maatregel tot schadevergoeding op, inhoudende de verplichting aan de staat ten behoeve van de benadeelde partij J.F. [naam 76] te betalen € 400,- (zegge: vierhonderd euro); beveelt dat bij gebreke van volledige betaling en volledig verhaal van het bedrag van € 400,- vervangende hechtenis zal worden toegepast voor de duur van 8 dagen; toepassing van de vervangende hechtenis heft de betalingsverplichting niet op;

verklaart de benadeelde partij [naam 66] Bank NV niet-ontvankelijk in de vordering;

verklaart de benadeelde partij [naam 99] niet ontvankelijk in de vordering;

verstaat telkens dat de betaling aan de betreffende benadeelde partij, waaronder begrepen betaling door een mededader of mededaders, tevens geldt als betaling aan de staat ten behoeve van die benadeelde partij en omgekeerd.

Dit vonnis is gewezen door:

mr. J. van den Bos, voorzitter,

en mrs. F.W.H. van den Emster en M. Smit, rechters,

in tegenwoordigheid van J. Nederlof, griffier,

en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank op 28 oktober 2016.

De oudste rechter en de jongste rechter zijn buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.

Bijlage I

tekst nader omschreven tenlastelegging

Aan de verdachte wordt ten laste gelegd dat

Feit 1 (ZD 3 [plaats 40] )

Hij op (een) tijdstippen in of omstreeks de periode van 19 oktober 2015 tot en met 24 oktober 2015 te [plaats 38] , [plaats 18] , [plaats 40] en [plaats 41] , althans in Nederland,

tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,

ter uitvoering van het door hem, verdachte, voorgenomen misdrijf

om met het oogmerk zich en/of (een) ander (en) wederrechtelijk te bevoordelen

door het aannemen van een valse naam en/of een valse hoedanigheid en/of door

een of meer listige kunstgrepen en/of door een samenweefsel van verdichtsels, (een medewerk(st)er van) de [naam bank 8] te bewegen tot het verlenen van een dienst en/of tot afgifte van 30.000 euro, althans een (groot) geldbedrag,

en/of het ter beschikking stellen van gegevens en/of het aangaan van een schuld en/of het teniet doen van een inschuld,

immers heeft/hebben hij en/of zijn mededader(s) (I.A. [naam medeverdachte 3] en/of [naam medeverdachte 6] en/of [naam 101] en/of (een) ander(en)) (telkens) met voren omschreven oogmerk –zakelijk weergegeven - valselijk en/of listiglijk en/of bedrieglijk en/of in strijd met de waarheid de navolgende handelingen (telkens) met dat oogmerk verricht:

- ( telefonisch) contact gehad over het wijzigen van een bankrekening naar een en/of-rekening bij de [naam bank 8] , en/of

- informatie gegeven over de werkwijze van de [naam bank 8] omtrent het machtigen van personen bij een bankrekening van een ING-rekeninghouder, en/of

- de naam en/of het adres gegeven van de houder van een ING-rekening (ten name van [benadeelde 1] ), en/of de geboortedatum van die [benadeelde 1] en/of het/een (ander) rekeningnummer [nummer 23] (van die [naam 14] ), en/of het saldo van die rekening van die [benadeelde 1] en/of gegevens van de bankpas (nummer en/of vervaldatum) van die [benadeelde 1] , althans bankgegevens en/of persoonsgegevens van die [benadeelde 1] , althans de rekeninghouder verstrekt, en/of - afgesproken dat twee personen zich aan de balie zullen melden waarvan één een geldig en één een vals identiteitsbewijs (ten name van [benadeelde 1] ) zal tonen, en/of

- aan die perso(o)n(en), althans aan [naam medeverdachte 6] en een (onbekend gebleven) persoon de opdracht gegeven, dat zij bij de niet-blonde medewerkster in de [naam bank 8] in [plaats 40] de aanvraag “machtiging voor de rekening van [benadeelde 1] ” en/of de aanvraag voor de “en/of rekening ten name van [benadeelde 1] ” zullen doen, en/of-gezegd dat aan die te machtigen perso(o)n(en) die de bank binnen gaan een bankpas met pincode mee gegeven moet worden en/of gebruikt moet worden en/of

- afgesproken slechts één identiteitsbewijs te scannen van de twee personen die komen voor de “en/of rekening” van die [naam 14] , en/of

- ( die [naam medeverdachte 6] en/of onbekend gebleven persoon) zich (op 24 oktober 2015) voorgedaan als de bevoegde(n) en/of gemachtigde(n) voor bankrekeningnummer ten name van die [naam 14] , en/of

- (aan de niet blonde vrouw in het bankfiliaal) gevraagd die [naam medeverdachte 2] en/of die (onbekend gebleven) persoon in de [naam bank 8] in [plaats 40] te machtigen voor (de) bankrekening, althans een ING-rekening [rekeningnummer 7] (van die [benadeelde 1] ), en/of

- een identiteitsbewijs van [naam medeverdachte 6] overhandigd aan die niet-blonde medewerkster ( [naam medeverdachte 3] ), en/of

- een identiteitsbewijs van die [naam medeverdachte 6] in ontvangst genomen, en/of

- een (vervalst) identiteitsbewijs ten name van die [naam 14] overhandigd aan die niet-blonde medewerkster ( [naam medeverdachte 3] ),

- een (vervalst) identiteitsbewijs in ontvangst genomen, en/of

- genoegen genomen met dat/die identiteitsbewijs(zen) voor het opmaken van een aanvraag voor een “en/of rekening” ten name van die [naam 14] , en/of

- ter authenticatie een rijbewijs, althans identificatiebewijs ten name van die [naam medeverdachte 2] laten scannen/gescand ten behoeve van deze machtiging, en/of

- opgestart (in het computersysteem in de bank) het “identificeren en authentiseren klant”

en/of ingevuld dat is geauthentiseerd cliënt [naam 14] op niveau 3 en/of ingevuld dat de cliënt [naam 14] fysiek aanwezig was en/of ingevuld dat controlevragen zouden zijn gesteld en/of ingevuld dat de klant ( [benadeelde 1] ) is geauthentiseerd aan de hand van een identiteitsbewijs, te weten een documenttype 5, althans een rijbewijs (met documentnummer [nummer 24] van Nederland, geldig tot 19-11-2020 ), althans in het banksysteem handelingen opgestart om een tweede persoon als rekening houder toe te voegen aan de rekening van die [naam 14] en/of -het adres van die rekeninghouder ( [benadeelde 1] ) gewijzigd en/of - het email adres van die rekeninghouder ( [benadeelde 1] ) gewijzigd,

terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

artt. 326, 45, 47 Wetboek van Strafrecht

Feit 2: (ZD 1 [benadeelde 2] )

hij in of omstreeks de periode van 14 januari 2014 tot en met 11 februari 2014 te [plaats 38] en/of [plaats 19] , althans in Nederland,

meermalen, althans eenmaal, tezamen en in vereniging met (een) ander(en),

(telkens) met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse naam en/of van een valse hoedanigheid en/of door een of meer listige kunstgrepen en/of door een samenweefsel van verdichtsels,

(telkens) de [naam bank 7] (en/of P.H.B. [benadeelde 2] ) heeft bewogen tot de afgifte en/of overboeking van 68.010 euro, althans 52.960 euro, althans 48.905 euro, althans (een) geldbedrag(en), in elk geval van enig goed,

en/of het ter beschikking stellen van gegevens en/of het aangaan van een schuld en/of het teniet doen van een inschuld,

immers heeft/hebben verdachte en/of zijn mededader(s) (telkens) met dat oogmerk - zakelijk weergegeven - valselijk en/of listiglijk en/of bedrieglijk en/of in strijd met de waarheid:

-(op of omstreeks 6 februari 2014) zonder toestemming ingelogd (met digicode) (middels internetbankieren)

op het account van de [naam 15] rekening van P.H.B. [benadeelde 2] , en/of

-het emailadres en/of het telefoonnummer van die [benadeelde 2] gewijzigd (naar [naam 102] respectievelijk [nummer 25] ), en/of

-een (gezamenlijke) “en/of rekening” [rekeningnummer 3] ) op naam van die [benadeelde 2] en A.S. [naam medeverdachte 5] (bij de [naam bank 7] ) geopend (onder rekeningnummer [nummer 5] ten name van [benadeelde 2] ), en/of

-(op of omstreeks 7 en/of 8 februari 2014) (meerdere, althans een) overschrijf-/betaalopdracht(en) gemaakt en/of die opdracht(en) verstuurd en/of klaar gezet en/of overgeboekt (een) geldbedrag(en), namelijk ter zake

- ( in totaal 68.010 euro)van de (spaar)rekening van die [benadeelde 2] (met rekeningnummer [nummer 6] ) naar de (gezamenlijke) “en/of rekening” (met rekeningnummer [nummer 5] ) en/of

- ( van die “en/of rekening” van [benadeelde 2] (en/of [naam medeverdachte 5] ) en/of van de [naam 15] rekening [rekeningnummer 4] tnv die [benadeelde 2] ) (een) geldbedragen (in totaal circa 52.960 euro) naar een (andere) [naam 66] /ANS-(betaal)rekening van die [naam medeverdachte 5] ((rekeningnummer [nummer 7] ) en/ofnaar de ING rekening van die [naam medeverdachte 5] ( [nummer 8] ) en/of

- ( van de rekening van [naam medeverdachte 5] ) (een) geldbedragen (in totaal circa 48.905 euro ) naar (andere) rekeningen (van [naam medeverdachte 5] en van derden), waardoor (telkens) de [naam bank 7] (en/of die [benadeelde 2] ) werd bewogen tot voornoemde overboekingen en/of betalingen en/of afgiftes;

artt. 326, 47 Wetboek van Strafrecht

Feit 3 (ZD 2 3V)

hij op (een) tijdstippen in of omstreeks de periode van 7 oktober 2015 tot en met 20 oktober 2015 te [plaats 38] en/of [plaats 20] , althans in Nederland

tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,

(telkens) met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse naam en/of een valse hoedanigheid en/of door een of meer listige kunstgrepen en/of door een samenweefsel van verdichtsels,

de [naam bank 8] , en/of [naam 17] bank

(en/of A. [benadeelde 3] en/of [benadeelde 5] en/of [benadeelde 8] en/of [benadeelde 12] en/of G.A. [benadeelde 12] en/of [benadeelde 11] ) heeft bewogen tot afgifte van

2.972 euro en/of 4.952,30 euro en/of 591,37 euro en/of 593,74 euro en/of 390,82 euro, althans

(een of meer) geldbedragen, althans van (enig) goed(eren) en/of het verlenen van een dienst en/of het ter beschikking stellen van gegevens en/of het aangaan van een schuld en/of het teniet doen van een inschuld,

immers, heeft/hebben hij, verdachte, en/of zijn mededader(s), (telkens) met voren omschreven oogmerk – zakelijk weergegeven – valselijk en/of listiglijk en/of bedrieglijk en/of in strijd met de waarheid de navolgende handelingen verricht:

(ZD 3V (ZD [benadeelde 3] ):

- ( meerdere malen) ingelogd op het MING-account van die [benadeelde 3] en/of [naam 19] , en/of

-overgeboekt en/of een overschrijf-/betaalopdracht gemaakt van een geldbedrag van EUR 2.972, althans een geldbedrag naar het rekeningnummer [nummer 9] ten name van [medeverdachte 1] en/of die overschrijf-/betaalopdracht klaar gezet en/of verstuurd

(ZD 3V (ZD [benadeelde 5] – [medeverdachte 2] ):

-(meerdere malen) ingelogd op het MING-account van die [benadeelde 6] , en/of

-overgeboekt en/of een overschrijf-/betaalopdracht gemaakt van een geldbedrag van EUR 4.952,30, althans een geldbedrag, naar rekeningnummer [nummer 10] ten name van [medeverdachte 3] en/of [medeverdachte 4] en/of die overschrijf-/betaalopdracht klaar gezet en/of verstuurd

(ZD 3V (ZD [benadeelde 7] – I.A.B. [medeverdachte 7] ):

-(meerdere malen) ingelogd op het MING-account van [benadeelde 8] en/of [benadeelde 13] en/of [benadeelde 10] en/of [benadeelde 11]

-overgeboekt en/of een overschrijf-/betaalopdracht gemaakt van een geldbedrag van EUR 591,37 vanaf de rekening van [benadeelde 12] naar de rekeningnummer [nummer 11] ten name van I.A.B. [medeverdachte 7] en/of die overschrijf-/betaalopdracht klaar gezet en/of verstuurd, en/of

-overgeboekt en/of een overschrijf-/betaalopdracht gemaakt van een geldbedrag van EUR 593,74 vanaf de rekening van G.A. [benadeelde 12] en/of [benadeelde 12] naar de rekening van die [medeverdachte 7] en/of die overschrijf-/betaalopdracht klaar gezet en/of verstuurd, en/of

- overgeboekt en/of een overschrijf-/betaalopdracht gemaakt van een geldbedrag van EUR 390,82 vanaf de rekeningen van [benadeelde 11] naar de rekening van die [medeverdachte 7] en/of die overschrijf-/betaalopdracht klaar gezet en/of verstuurd;

waardoor (telkens) de [naam bank 8] , respectievelijk [naam 17] bank (en/of die [benadeelde 3] en/of die [naam 22] en/of die [benadeelde 12] en/of G.A. [benadeelde 12] en/of [benadeelde 11] ) werd(en) bewogen tot voornoemde betalingen en/of overboekingen en/of afgiftes;

art. 326, 47 Wetboek van Strafrecht

Feit 4 (ZD 7 [naam benadeelde bedrijf] )

hij op (een) tijdstippen in of omstreeks de periode van 1 januari 2016 tot en met 31 januari 2016 te [plaats 38] en/of [plaats 21] , althans in Nederland

tezamen en in vereniging met [medeverdachte 8] en/of (een) ander(en), althans alleen,

(telkens) met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse naam en/of een valse hoedanigheid en/of door een of meer listige kunstgrepen en/of door een samenweefsel van verdichtsels,

-de [naam benadeelde bedrijf] ( [naam 36] ) en/of [naam 17] Mastercard (en/of [naam benadeelde 7] ) en/of [naam benadeelde 12] (en/of A. [naam benadeelde 9] ) (en/of [naam benadeelde 10] )

heeft bewogen tot afgifte van 960 euro en/of 782,58 euro (een) geldbedragen, althans (enig) goed(eren) en/of het verlenen van een dienst en/of het ter beschikking stellen van gegevens en/of het aangaan van een schuld en/of het teniet doen van een inschuld,

immers, heeft/hebben hij en/of zijn mededader(s), (telkens) met voren omschreven oogmerk – zakelijk weergegeven – valselijk en/of listiglijk en/of bedrieglijk en/of in strijd met de waarheid de navolgende handelingen verricht:

(inzake ( [naam benadeelde 8]):

- ( meermalen, althans eenmaal) ingelogd op het account bij [naam benadeelde bedrijf] ( [naam 36] ) van cardhouders (bij [naam 17] Mastercard) A. ( [naam benadeelde 8] en/of (bij [naam benadeelde 12] ) [naam 110] , en/of

- het creditcardnummer en/of de naam op de creditcard en het toegangsnummer (code) van [naam 36] en/of van een [naam 17] mastercard en/of van een [naam benadeelde 12] van die ( [naam benadeelde 8] ingevuld en/of gebruikt en/of

- een TWYP (The way you pay) -account aangemaakt ten name van [naam 34]

(met een telefoonnummer [nummer 12] en emailadres [naam 35] ), althans gebruik gemaakt van dat Twypaccount en/of

- (op 21 januari 2016) aan het Twypaccount tnv [naam 162] een overschrijf-/betaalopdracht van 955 euro klaargezet en/of verstuurd en/of

- gebeld met [naam 36] (met de afdeling Verlies en Diefstal) onder de naam [naam 112] [naam benadeelde 6] [naam 171] en/of aan [naam 36] gezegd dat een internettransactie om haar mobieltje bij te vullen met The Way You Pay niet lukte en/of gevraagd de internettransactie mogelijk te maken en-of

- de afdeling fraudedetectie van [naam 36] gebeld teneinde geld over te boeken van de [naam benadeelde 12] van ( [naam benadeelde 8] naar het TWYP-account (via een mobieltje) en/of een antwoord te geven op een controlevraag en/of

- overgeboekt en/of een overschrijf-/betaalopdracht gemaakt van 960 euro, althans een geldbedragen, (op 22 januari 2016) van ( [naam 17] Mastercard en/of) [naam benadeelde 12] van die ( [naam benadeelde 8] naar een/het TWYP-account (ten name van [naam 34] ) en/of die overschrijf-/betaalopdracht klaar gezet en/of verstuurd en/of

- (op 26 januari 2016) een overschrijf-/betaalopdracht gemaakt van 960 euro, althans een geldbedragen van een/het TWYP-account (ten name van [naam 34] ) naar rekeningnummer [nummer 26] (tnv [naam 8] ) en/of die overschrijf-/betaalopdracht klaar gezet en/of verstuurd en/of

(inzake [naam 119] )

- ( meerdere malen) ingelogd op het account bij [naam benadeelde bedrijf] ( [naam 36] ) van cardhouder M.M.M. [naam 119] en/of

- het creditcardnummer (eindigend op [nummer 27] ) en/of de naam op de creditcard en het toegangsnummer (code) van [naam 36] en/of [naam 118] van die [naam 119] ingevuld en/of gebruikt en/of

- een TWYP (The way you pay) -account aangemaakt ten name van [naam 45] (met emailadres [naam 120] en telefoonnummer [nummer 28] ) en/of gebruik gemaakt van dat Twypaccount en/of

- (12 januari 2016) overgeboekt en/of een overschrijf-/betaalopdracht gemaakt van 782,58 euro, althans een geldbedragen van [naam 118] van die [naam 119] naar een/het TWYP-account (ten name van [naam 45] ) en/of die overschrijf-/betaalopdracht verstuurd en/of

(13 januari 2016) een overschrijf-/betaalopdracht gemaakt van een geldbedragen van 780 euro, althans een geldbedragen van een/het TWYP-account (ten name van [naam 45] ) naar rekeningnummer [nummer 29] (tnv [naam 8] ) en/of die overschrijf-/betaalopdracht klaar gezet en/of verstuurd

waardoor (meermalen , althans eenmaal) de [naam 36] en/of [naam 17] Mastercard en/of [naam benadeelde 12] en/of [naam 118] (en/of [naam benadeelde 6] [naam 173] en/of [naam 174] en/of [naam 119] ) werd(en) bewogen tot voornoemde betalingen en/of overboekingen en/of afgiftes;

artt. 326, 47 Wetboek van Strafrecht

Feit 5 (ZD 7 [naam 36] )

Hij op (een) tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 1 december 2015 tot en met 31 januari 2016 te [plaats 38] en/of [plaats 22] , althans in Nederland,

tezamen en in vereniging met [medeverdachte 8] en/of een ander(en), althans alleen,

(telkens) opzettelijk en wederrechtelijk is binnengedrongen in een geautomatiseerd werk of in een deel daarvan door middel van het doorbreken van een beveiliging en/of een technische ingreep en/of met behulp van valse signalen of een valse sleutel en/of door het aannemen van een valse hoedanigheid,

immers heeft hij, tezamen en in vereniging met zijn medeverdachte(n),

(telkens) met dat opzet in een of meer (aan een of meer ander(en) toebehorend(e)) geautomatiseerde werk (en), te weten computer(s) (van internetprovider [naam provider 1] (voorheen [naam provider 2] ) en/of A. ( [naam benadeelde 8]

en/of router(s) en/of (een) (beveiligde) draadloze internetverbinding (en), of in een deel daarvan, binnen te dringen, waarbij de beveiliging werd doorbroken, in elk geval de toegang werd verworven door een technische ingreep en/of met behulp van een valse sleutel en/of door het aannemen van een valse hoedanigheid,

(telkens met dat opzet)

- ( in de periode van 20 januari 2016 tot en met 25 januari 2016) zonder toestemming gebruik gemaakt heeft van een e-mailaccount van die ( [naam benadeelde 6] ) [benadeelde 15] en/of van inloggegevens bij [naam provider 1] (voorheen [naam provider 2] ) van die ( [naam benadeelde 6] ) [benadeelde 16] en/of de gebruikersnaam en/of het wachtwoord van die ( [naam benadeelde 8] en/of

- de e-mailbox en/of e-mails van/voor die ( [naam benadeelde 6] )M atijic zonder toestemming heeft gelezen geopend en/of doorgestuurd en/of

- e-mails doorgestuurd naar het e-mailadres [naam emailadres medeverdachte] en/of

- gebruik gemaakt heeft van de gegevens van een Bijenkorf Visacard (van die [benadeelde 17] ) (eindigend op [nummer 30] ) en/of gegevens van een ABN Mastercard (eindigend op [nummer 31] ) van die [benadeelde 18] en/of de gegevens van het [naam 36] account van die ( [naam benadeelde 6] ) [benadeelde 19] ;

Art. 138ab lid 2, 47 Wetboek van Strafrecht

Feit 6 (ZD 8 [naam 49] )

Hij op (een) tijdstippen in of omstreeks de periode van 1 januari 2016 tot en met 26 januari 2016 te [plaats 38] en/of [plaats 23] , althans in Nederland,

tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,

(telkens) opzettelijk en wederrechtelijk gegevens die door middel van een geautomatiseerd werk of door middel van telecommunicatie zijn opgeslagen, worden verwerkt of overgedragen heeft veranderd en/of gewist en/of onbruikbaar of ontoegankelijk gemaakt, dan wel andere gegevens daaraan heeft toegevoegd,

immers heeft hij, tezamen en in vereniging met zijn medeverdachte(n),

- ingelogd in een server van [naam 49] en/of bij [naam 49] .nl en/of

- op of omstreeks 24 januari 2016 ingelogd op het [naam account] van R. [naam 55] zonder diens toestemming en/of het afleveradres van dat account gewijzigd, en/of

- op of omstreeks 25 januari 2016 ingelogd op het [naam account] van A.M. [naam 56] zonder diens toestemming en het afleveradres van dat account gewijzigd, en/of

- op of omstreeks 25 januari 2016 ingelogd op het [naam account] van L. [naam 58] zonder diens toestemming en het afleveradres van dat account gewijzigd en/of

- goederen besteld ten name van die [naam 55] en/of [naam 56] en/of [naam 58] ;

artt. 350a, 47 Wetboek van Strafrecht

Feit 7 (ZD8 [naam 49] )

Hij op (een) tijdstippen in of omstreeks de periode van 1 januari 2016 tot en met 26 januari 2016 te [plaats 38] en/of [plaats 24] , althans in Nederland,

tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,

(telkens) opzettelijk en wederrechtelijk is binnengedrongen in

een of meer (aan een of meer ander(en) toebehorend(e)) geautomatiseerde werk (en) ,

te weten computer(s) en/of emailpostbussen van [naam 49] en/of R. [naam 55] en/of A.M. [naam 56] en/of L. [naam 58] , althans klanten van [naam 49] en/of router(s) en/of (een) (beveiligde) draadloze internetverbinding (en), of in een deel daarvan, binnen te dringen,

waarbij de beveiliging werd doorbroken, in elk geval de toegang werd verworven

door een technische ingreep en/of met behulp van een valse sleutel en/of door

het aannemen van een valse hoedanigheid,

immers heeft hij, tezamen en in vereniging met zijn mededader(s)

(telkens met dat opzet)

- ingelogd bij [naam 49] .nl met een emailadres en een wachtwoord, althans met inloggegevens van die [naam 55] en/of [naam 56] en/of [naam 58] zonder zijn/haar/hun toestemming en/of

- ( vervolgens) goederen besteld ten name van die [naam 55] en/of [naam 56] en/of [naam 58] en/of

- het afleveradres van die [naam 55] en/of [naam 56] en/of [naam 58] gewijzigd en/of

- zich met die gegevens voorgedaan als die [naam 55] en/of [naam 56] en/of [naam 58] en/of

- zich de toegang verschaft tot de (persoonlijke) e-mailpostbussen van A.M. [naam 56] en/of R. [naam 55] en/of L. [naam 58] zonder zijn/haar/diens toestemming;

art. 138ab Wetboek van Strafrecht

Feit 8 (ZD 8 [naam 49] )

Hij op (een) tijdstippen in of omstreeks de periode van 1 januari 2016 tot en met 26 januari 2016 te [plaats 38] en/of [plaats 25] , althans in Nederland,

tezamen en in vereniging met een anderen, althans alleen,

(telkens) met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse naam en/of een valse hoedanigheid en/of door een of meer listige kunstgrepen en/of door een samenweefsel van verdichtsels,

de [naam 49] en/of [naam 99] (en/of R. [naam 55] en/of A.M. [naam 56] en/of L. [naam 58] ) heeft bewogen tot afgifte van (enig) goed(eren) en/of het verlenen van een dienst en/of het ter beschikking stellen van gegevens en/of het aangaan van een schuld en/of het teniet doen van een inschuld,

immers heeft/hebben hij en/of zijn mededader(s), met voren omschreven oogmerk – zakelijk weergegeven – valselijk en/of listiglijk en/of bedrieglijk en/of in strijd met de waarheid de navolgende handelingen verricht:

-(op of omstreeks 24 januari 2016) (meerdere keren) ingelogd op het [naam account] van R. [naam 55] zonder diens toestemming, en/of

-het afleveradres van die [naam 55] gewijzigd, en/of

-goederen (2 iPads Air, 2 tablets (9,7 inch), 2 laptops (17 inch), 2 PlayStations, 2 laptoptassen, 4 North Face jassen, althans kledingstukken, 4 paar UGGs laarzen, althans laarzen/schoenen en/of laptoptassen) besteld met het [naam account] van die [naam 55] , (via internet bij [naam 49] .nl) en/of

-(meerdere keren) ingelogd op het e-mailaccount van die [naam 55] zonder diens toestemming en/of

- zich (daarbij) voorgedaan als de die R. [naam 55] en/of het afleveradres van die [naam 55] voor een bezorging van dat/die goederen en/of een pakketten gewijzigd, en/of

-(op of omstreeks de periode van 14 januari tot en met 25 januari 2016) (meerdere keren) ingelogd op het [naam account] van A.M. [naam 56] zonder haar toestemming, en/of

-het afleveradres van die [naam 56] gewijzigd, en/of -goederen, althans elektronica en/of schoenen hoofd-/koptelefoon, en/of sneakers en/of (spel)computers en/of een stuurwiel (2 PlayStations 4, 2 PlayStations 4 500 GB, 2 Xbox One, 6 PS4 controllers, 3 paar sneakers en 3 koptelefoons, Fifa 16,TX Racing wheel Leather Edition ) besteld met het [naam account] van die [naam 56] (via internet bij [naam 49] .nl), en/of

- zich (daarbij) voorgedaan als de die A.M. [naam 56] (zonder haar toestemming), en/of

-(op of omstreeks 25 januari 2016) (meerdere keren) ingelogd op het [naam account] van L. [naam 58] zonder diens toestemming, en/of

-het afleveradres van die [naam 58] gewijzigd, en/of -(op of omstreeks 26 januari 2016) goederen, althans elektronica en/of koptelefoons en/of stuurwiel en/of (computer)spellen(programma’s en/of computers (2 Xbox One, 1 iPad Air, 1 Xbox One Kinect Sensort, 2 FIFA 16 Xbox spellen, 1 17 inch laptop, 3 koptelefoons, 1 Rise of the Tom Xbox spel, 1 Thrustmaster racestuur, 2 laptoptassen, 1 PlayStation 4 en 1 17,3 inch laptop, Sony 986543 1TB + extra Dual Shock controller en een Sony 9803348 DualShock controller ) besteld met het [naam account] van die [naam 58] (via internet) (bij [naam 49] .nl), en/of -(in de maand januari 2016) (meerdere keren) ingelogd op het e-mailaccount van die [naam 58]

en/of zich (daarbij) voorgedaan als de die L. [naam 58] zonder diens toestemming,

waardoor (telkens) de [naam 49] werd bewogen tot voornoemde afgiftes;

artt. 326, 47 Wetboek van Strafrecht

Feit 9 (ZD 1, 2, 4 en 7)

Hij (een) tijdstippen in of omstreeks de periode van 14 januari 2014 tot en met 31 januari 2016 te [plaats 26] en/of [plaats 38] en/of [plaats 27] althans in Nederland

tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,

van het plegen van witwassen een gewoonte heeft gemaakt,

immers heeft/hebben verdachte en/of zijn medeverdachte(n) (telkens) van (een) (aantal)

voorwerp(en), te weten

-EUR 68.010, althans EUR 52.950, althans EUR 48.905 althans (een) geldbedrag(en) (ZD 1 [benadeelde 2] )

-EUR 2.972, althans (een) geldbedrag(en) (ZD 2 3V [naam 19] / [naam 134] )

-EUR 4.952,30, althans (een) geldbedrag(en) (ZD 2 3V [naam 22] )

-EUR 1.575,93, althans (een) geldbedrag(en) (ZD 2 3V [naam 135] ) -EUR 14.750, althans (een) geldbedrag(en) (ZD 4 [naam 66] [naam 55] ) -EUR 960, althans (een) geldbedrag(en) (ZD 7 [naam 36] [naam 175] ) (26 januari 2016) ( [naam 36] p 14) -EUR 782,58, althans 780, althans 770, althans (een) geldbedrag(en) (ZD 7 [naam 36] [naam 119] ) (13 januari 2016) ( [naam 36] p 20) de werkelijke aard en/of herkomst en/of vindplaats en/of vervreemding en/of verplaatsing verborgen en/of verhuld wie de rechthebbende op dat/die geldbedrag (en) is/zijn, dan wel dat/die geldbedrag(en) verworven en/of voorhanden gehad en/of overgedragen en/of omgezet en/of gebruik gemaakt terwijl hij en/of zijn mededader(s) wist(en), althans redelijkerwijs had(den) moeten vermoeden dat voornoemd(e) voorwerp (en) - onmiddellijk of middellijk - afkomstig was/waren uit enig misdrijf;

artt. 420bis, ter, 47 Wetboek van Strafrecht

Feit 10 (ZD 4 - [naam 66] )

Hij op (een) tijdstippen in of omstreeks de periode van 1 augustus 2015 tot en met 20 augustus 2015 te [plaats 38] en/of [plaats 28] , althans in Nederland,

op verschillende tijdstippen, althans eenmaal, tezamen en in vereniging met [medeverdachte 8] en/of een ander(en),

(telkens) met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse naam en/of van een valse hoedanigheid en/of door een of meer listige kunstgrepen en/of door een samenweefsel van verdichtsels,

de [naam 66] Bank (en/of S. [naam 55] ) heeft bewogen tot de afgifte en/of overboeking/betaling van EUR 14.750, althans een geldbedrag, in elk geval van enig goed, en/of het verlenen van een dienst en/of het ter beschikking stellen van gegevens en/of het aangaan van een schuld en/of het teniet doen van een inschuld,

immers heeft/hebben verdachte en/of zijn mededader(s) (telkens) met voren omschreven oogmerk – zakelijk weergegeven - valselijk en/of listiglijk en/of bedrieglijk en/of in strijd met de waarheid:

-het formulier ‘wijzigen tegenrekening’ ingevuld als ware hij, verdachte, de rechtmatige houder van rekeningnummer [nummer 16] (teneinde een nieuwe tegenrekening te koppelen aan de [naam 66] bankrekening met rekeningnummer [nummer 16] ten name van S. [naam 55] ), en/of

-(daarbij) als (nieuwe) tegenrekening het/een rekeningnummer [nummer 17] ten name van die [naam 55] ingevuld, en/of

-het wijzigingsformulier ondertekend als ware hij en/of zijn mededader(s) die [naam 55] , en/of

-het wijzigingsformulier met een (gescande) kopie van het paspoort, althans een identiteitsbewijs, van die [naam 55] en/of een (vervalste) schermafdruk van ING internetbankieren van de nieuwe tegenrekening met rekeningnummer [nummer 17] (per post) verstuurd naar de [naam 66] Bank, en/of

-een betalings-/overboekingsopdracht gedaan van EUR 14.750, althans van een geldbedrag, van de rekening van die [naam 55] naar de rekening van de nieuw gekoppelde tegenrekening,

waardoor de [naam 66] Bank (en/of S. [naam 55] ) werd bewogen tot afgifte en/of overboeking/betaling van bovengenoemd geldbedrag;

artt. 326, 47 Wetboek van Strafrecht

Feit 11 (ZD 4 [naam 66] )

Hij op (een) tijdstippen in of omstreeks de periode van 1 augustus 2015 tot en met 20 augustus 2015 te [plaats 38] en/of [plaats 29] en/of [plaats 30], althans in Nederland, op verschillende tijdstippen, althans eenmaal, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om (telkens) met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse naam en/of van een valse hoedanigheid en/of door een of meer listige kunstgrepen en/of door een samenweefsel van verdichtsels,

de [naam bank 7] en/of [naam 137] en/of [naam 74] bank (en/of F.F.H.J. van [naam 67] en/of M. [naam 68] en/of [naam 69] te bewegen tot de afgifte en/of overboeking/betaling van

1.500 euro en/of 50 euro en/of 30.000 euro , althans een geldbedrag, in elk geval van enig goed,

en/of het verlenen van een dienst en/of het ter beschikking stellen van gegevens en/of het aangaan van een schuld en/of het teniet doen van een inschuld,

(telkens) met voren omschreven oogmerk – zakelijk weergegeven - valselijk en/of listiglijk en/of bedrieglijk en/of in strijd met de waarheid:

- een emailadres en/of telefoonnummer ten name van die Van [naam 67] en/of [naam 68] en/of P.J.M. [naam 69] en/of [naam 138] bij de [naam bank 7] respectievelijk [naam 66] Bank gewijzigd zonder zijn/haar/diens toestemming en/of

- ( een) wijzigingsformulieren ingevuld teneinde een bankrekening te koppelen aan de/een bankrekeningen van voormelde [naam 67] en/of [naam 68] en/of [naam 69] (de partner van [naam 68] ) en/of

- ( daarbij) een bankrekening van een te koppelen rekeningnummer ingevuld en/of

- ingevuld dat de rekeningen stond ten name van die Van [naam 67] en/of [naam 68] en/of [naam 69] en/of

- ( op of omstreeks 21 juli 2015) als te koppelen bankrekening bij de rekening van Van [naam 67] ingevuld de spaarrekening bij [naam 15] ( [rekeningnummer 5] ) tnv [naam 70] en/of het adres van die [naam 70] aangepast/gewijzigd in het adres van Van [naam 67] en/of

- als te koppelen rekening bij die van [naam 68] ingevuld de ABN-bankrekening [rekeningnummer 6] en/of

- ( op 22 april 2015) het emailadres van rekeninghouder [naam 68] en/of [naam 69] bij de [naam 66] bank gewijzigd in [naam 139] en/of

- ( op 22 april 2015) bij de [naam 66] rekening tnv Waterberg internetbankieren aangevraagd

- dat/die wijzigingsformulier(en) ondertekend als ware hij die Van [naam 67] en/of [naam 68] en/of [naam 69] en/of

- dat/die wijzigingsformulier(en) toegestuurd aan de betreffende [naam bank 7] en/of Rabobank en/of [naam 74] en/of (ter legitimatie) een (gescande) kopie van een rijbewijs en/of paspoort, althans identiteitsbewijs ten name van die Van [naam 67] en/of [naam 68] en/of [naam 69] gestuurd, als ware hij de persoon zoals genoemd op het rijbewijs en/of paspoort, althans identiteitsbewijs en/of

-(op 30 juli 2015) in de cliëntendatabase bij [naam 66] [naam 72] in te schrijven op hetzelfde adres als die [naam 68] en/of

- ( op 22 juli 2015) overgeboekt en/of (een) overschrijf-/betaalopdracht(en) gemaakt van 1.500 euro en/of 50 euro, althans een geldbedragen van de rekening van Van [naam 67] naar de rekening van A.J.M. De [naam 70] en/of die overschrijf-/betaalopdracht klaar gezet en/of verstuurd en/of

- overgeboekt en/of (een) overschrijfbetaalopdracht(en) gemaakt en/of klaar gezet van 30.000 euro, althans een geldbedragen van de rekening van die [naam 68] naar die gekoppelde rekening [rekeningnummer 6] (ten name van [naam 73] ) en/of die overschrijf-/betaalopdracht klaar gezet en/of verstuurd, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid.

artt. 326, 45, 47 Wetboek van Strafrecht

Feit 12: (ZD 5 [naam 74] )

Hij op (een) tijdstippen in of omstreeks de periode van 20 november 2015 tot en met 10 december 2015 in [plaats 38] en/of [plaats 31] , althans in Nederland,

tezamen en in vereniging met (een) andere(n), althans alleen,

ter uitvoering van het door verdachte en/of zijn mededader(s) voorgenomen misdrijf om met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse naam en/of van een valse hoedanigheid en/of door een of meer listige kunstgrepen en/of door een samenweefsel van verdichtsels, de [naam 74] Bank (en/of J.F. [naam 76] ) te bewegen tot de afgifte en/of overboeking van (een) geldbedrag(en), in elk geval van enig goed,

en/of het verlenen van een dienst en/of het ter beschikking stellen van gegevens en/of het aangaan van een schuld en/of het teniet doen van een inschuld,

(telkens) met voren omschreven oogmerk – zakelijk weergegeven - valselijk en/of listiglijk en/of bedrieglijk en/of in strijd met de waarheid:

- ingelogd op het account van J.F. [naam 76] bij de [naam 74] Bank (met wachtwoord en gebruikersnaam van die rekeninghouder [naam 76] zonder diens toestemming), en/of

- het telefoonnummer in het account van J.F. [naam 76] bij de [naam 74] Bank gewijzigd, en/of

-een verzoek tot wijziging van de tegenrekening van de bankrekening van [naam 76] met rekeningnummer [nummer 18] naar rekeningnummer [nummer 19] gedaan, en/of - ingelogd in het emailaccount van die [naam 76] zonder diens toestemming, en/of

-een emailbericht verstuurd vanaf het emailaccount van die [naam 76] aan de [naam 74] bank met daarbij een kopie van een (vervalst) rekeningoverzicht van een bankrekening met rekeningnummer [nummer 20] ten name van die [naam 76] , en/of

terwijl de uitvoering van het voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

artt. 326, 45, 47 Wetboek van Strafrecht

en/of

(Feit 12 A)

Hij op (een) tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 20 november 2015 tot en met 10 december 2015 in [plaats 38] en/of [plaats 32] , althans in Nederland,

tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,

(telkens) opzettelijk en wederrechtelijk gegevens die door middel van een geautomatiseerd werk of door middel van telecommunicatie zijn opgeslagen, worden verwerkt of overgedragen heeft veranderd en/of gewist en/of onbruikbaar of ontoegankelijk gemaakt, dan wel andere gegevens daaraan heeft toegevoegd,

immers heeft hij, tezamen en in vereniging met zijn medeverdachte(n),

- ( meermalen) ingelogd in een server van [naam 74] zonder toestemming van de accounthouder met gebruikersnaam en wachtwoord en/of

- ingelogd op het Aegonaccount van J.F. [naam 76] met gebruikersnaam en wachtwoord zonder diens toestemming en het telefoonnummer en contactgegevens van die [naam 76] gewijzigd, en/of een (vervalst) rekening-afschrift gestuurd naar [naam 74] Bank

- ingelogd op de/het computer(netwerk) van J.F. [naam 76] met gebruikersnaam en wachtwoord zonder diens toestemming en/of ingelogd op het email-account en/of in de email-postbus(sen) van J.F. [naam 76] en/of van [naam 140] en/of

- ( vier) bestanden toegevoegd aan de/het computer(netwerk) van die [naam 76] en/of Confid;

artt. 350a, 47 Wetboek van Strafrecht

en/of

(Feit 12 B)

Hij op (een) tijdstippen in of omstreeks de periode van 1 januari 2016 tot en met 26 januari 2016 te [plaats 38] en/of [plaats 33] , althans in Nederland,

tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,

(telkens) opzettelijk en wederrechtelijk is binnengedrongen in

in een of meer (aan een of meer ander(en) toebehorend(e)) geautomatiseerde werk (en) ,

te weten computer(s)(netwerk) van [naam 74] Bank en/of van J.F. [naam 76] en/of [naam 77] en/of router(s) en/of (een) (beveiligde) draadloze internetverbinding (en), of in een deel daarvan, binnen gedrongen,

waarbij de beveiliging werd doorbroken, in elk geval de toegang werd verworven

door een technische ingreep en/of met behulp van een valse sleutel en/of door

het aannemen van een valse hoedanigheid,

immers heeft hij, tezamen en in vereniging met zijn mededader(s)

(telkens met dat opzet)

- ( een) bestand(en) gestuurd naar de/het computer(netwerk) van J.F. [naam 76] en/of [naam 77] en/of

- ( vier) bestanden toegevoegd aan die/dat computer(netwerk) van die [naam 76] en/of die [naam 77]

- ingelogd bij [naam 74] Bank en/of bij J.F. [naam 76] en/of [naam 77] , met accountnaam en wachtwoord, althans met inloggegevens van die [naam 76] zonder toestemming van die [naam 76] en/of

- het telefoonnummer en contact gegevens van die [naam 76] bij [naam 74] Bank gewijzigd en/of

- zich de toegang verschaft tot de (persoonlijke) e-mailpostbussen van die [naam 76] en/of [naam 77], althans gebruik gemaakt van de gegevens van het email-account van die [naam 76] en/of [naam 77] zonder zijn/hun toestemming;

artt. 138ab, 47 Wetboek van Strafrecht

Feit 13 (ZD 6 [naam 78] )

Hij op (een) tijdstippen in of omstreeks de periode van 10 januari 2016 tot en met 8 februari 2016 in [plaats 38] en/of [plaats 34] , althans in Nederland,

tezamen en in vereniging met (een) andere(n), althans alleen,

ter uitvoering van het door verdachte en/of zijn mededader(s) voorgenomen misdrijf om met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse naam en/of van een valse hoedanigheid en/of door een of meer listige kunstgrepen en/of door een samenweefsel van verdichtsels, [naam 78] en/of [naam 141] en/of [naam 142] te bewegen tot de afgifte en/of overboeking van (een) geldbedrag(en), in elk geval van enig goed,

en/of het verlenen van een dienst en/of het ter beschikking stellen van gegevens en/of het aangaan van een schuld en/of het teniet doen van een inschuld,

immers heeft/hebben verdachte en/of zijn mededader(s) (telkens) met voren omschreven oogmerk – zakelijk weergegeven - valselijk en/of listiglijk en/of bedrieglijk en/of in strijd met de waarheid:

-(valselijk) een wijzigingsformulier spaar- en beleggingsrekening van [naam 143] gedownload en/of ingevuld en/of ondertekend met [naam 144] met het verzoek om een bankrekening met rekeningnummer “ [nummer 32] ten name van mw. [naam 145] ” te koppelen aan het rekeningnummer van die [naam 146] bij [naam 78] , en/of

-een kopie/afschrift van het paspoort van [naam 147] meegestuurd met dit wijzigingsformulier, en/of

-een kopie/afschrift van een (vervalst) bankafschrift/printscreen van het rekeningoverzicht van de te koppelen bankrekening met rekeningnummer [nummer 33] meegestuurd met het wijzigingsformulier en/of

-(meerdere malen) zonder toestemming ingelogd op het emailaccount van die [naam 148] , en/of

-(meerdere malen) zonder toestemming ingelogd op de [naam 78] internetbankieromgeving van die [naam 149] ,

terwijl de uitvoering van het voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

artt. 326, 45, 47 Wetboek van Strafrecht

subsidiair, voor zover het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden

Hij in of omstreeks de periode van 10 januari 2016 tot en met 8 februari 2016 in [plaats 38] en/of [plaats 35] , althans in Nederland,

tezamen en in vereniging met één of meer anderen, althans alleen,

een wijzigingsformulier spaar- en beleggingsrekening van [naam 78], althans een formulier van [naam 78] , althans een geschrift, welk(e) geschrift(en) bestemd waren om tot bewijs van enig feit te dienen, valselijk heeft/hebben opgemaakt, althans heeft/hebben vervalst, met het oogmerk om voornoemde geschrift(en), te weten een wijzigingsformulier spaar- en beleggingsrekening van [naam 78], althans een formulier van [naam 78] als echt en onvervalst te gebruiken,

immers heeft die valsheid hierin bestaan dat verdachte en/of zijn mededader(s)

in strijd met de waarheid in voornoemde geschrift(en) heeft/hebben doen

voorkomen dat:

- [naam 150] verzoekt om een bankrekening met rekeningnummer “ [nummer 34] ten name van [naam 151] ” te koppelen aan het rekeningnummer van die [naam 176] bij [naam 78] , en/of

- rekeningnummer [nummer 35] ten name staat van [naam 152]

Artt. 225 lid 1, 47 Wetboek van Strafrecht

Feit 14: (ZD 2, 3, 4, 5,6,7,8)

hij in de periode van 1 januari 2015 tot en met 2 februari 2016 in [plaats 38] en/of [plaats 36] , althans in Nederland,

tezamen en in vereniging met een ander, althans alleen,

opzettelijk en wederrechtelijk identificerende persoonsgegevens van een ander heeft gebruikt met het oogmerk om zijn identiteit te verhelen of de identiteit van de ander te verhelen of te misbruiken, waardoor uit dat gebruik enig nadeel kan ontstaan,

immers heeft/hebben hij en/of zijn mededader(s) met dat opzet de naam en/of bankgegevens en/of gegevens van een rijbewijs en/of paspoort, althans een identiteitsbewijs gebruikt van: P.H.B. [benadeelde 2] (ZD 1 [benadeelde 2] )

A. [naam 19] (ZD 2 3V)

[benadeelde 5] (ZD 2 3V)

G.A. [benadeelde 12] (ZD 2 3V)

[benadeelde 12] (ZD 2 3V)

[benadeelde 11] (ZD 2 3V)

S. [naam 153] (ZD 4 [naam 66] )

F.F.H.J. [naam 67] (ZD 4 [naam 66] )

M. [naam 68] (ZD 4 [naam 66] )

J.F. [naam 76] (ZD 5 [naam 74] )

J.C. [naam 154] (ZD 6 [naam 78] )

W.A. [naam 155] (ZD 6 [naam 78] )

A. [naam 177] (ZD 7 [naam 36] )

M.M.M. [naam 119] (ZD 7 [naam 36] )

L. [naam 58] (ZD 8 [naam 49] )

A.M. [naam 56] (ZD 8 [naam 49] )

R. [naam 55] (ZD 8 [naam 49] )

G.J. [naam 157] (ZD 7 [naam 36] ),

immers heeft/hebben hij en/of zijn mededader(s) die/dat identiteitsbewij(s)(zen) van genoemde personen ingescand en/of gekopieerd en/of (een kopie daarvan) opgeslagen

en/of (de kopie van) het identiteitsbewijs gestuurd aan de (betreffende) bank met een ingevuld wijzigingsformulier en/of zich voorgedaan als de persoon op dat identiteitsbewijs met het verzoek een tegenrekening te koppelen aan de bankrekening van die persoon, althans met als doel dat bij een wijziging/aanvraag bij een bankrekening te gebruiken en/of een [naam 158] card (tnv M. [naam 68] ) (ZD 4 [naam 66] p 29) bij een vliegmaatschappij aangevraagd met dat identiteitsbewijs (van M. [naam 68] ) (ZD 4 [naam 66] p 30) en/of goederen besteld bij de [naam 49] , althans bewaard met als doel goederen bij de [naam 49] en/of andere internetwinkels te bestellen;

artt. 231b, 47 Wetboek van Strafrecht