Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBROT:2016:10257

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
11-11-2016
Datum publicatie
10-02-2017
Zaaknummer
10/701210-15
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Diefstal en grafschending.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Rechtbank Rotterdam

Team straf 1

Parketnummer: 10/701210-15

Datum uitspraak: 11 november 2016

Tegenspraak

Vonnis van de rechtbank Rotterdam , meervoudige kamer voor strafzaken, in de zaak tegen de verdachte:

[verdachte] ,

geboren te [naam 2] op [geboortedatum] ,

ingeschreven in de basisregistratie personen op het adres [adres] [naam 2] ,

gemachtigd raadsvrouw mr. L.A. Middelkoop, advocaat te [naam 2] .

Onderzoek op de terechtzitting

Gelet is op het onderzoek op de terechtzitting van 28 oktober 2016.

Tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd hetgeen is vermeld in de dagvaarding. De tekst van de tenlastelegging is als bijlage I aan dit vonnis gehecht.

Eis officier van justitie

De officier van justitie mr. H. van Galen heeft gevorderd:

  • -

    bewezenverklaring van het onder 1, 2 en 3 ten laste gelegde;

  • -

    veroordeling van de verdachte tot een taakstraf voor de duur van 120 uur, bij niet voldoen te vervangen door 60 dagen hechtenis met aftrek van voorarrest en

  • -

    een gevangenisstraf voor de duur van 3 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaar, met als bijzondere voorwaarde dat de taakstraf wordt uitgevoerd in de vorm van werkzaamheden op de [naam 2] te [naam 2] onder toezicht van de reclassering en/of de politie;

  • -

    toewijzing van de vorderingen van de benadeelde partijen met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel;

  • -

    opheffing van het geschorste bevel voorlopige hechtenis.

Waardering van het bewijs

Het onder 1, 2 en 3 ten laste gelegde is door de verdachte bekend. Deze feiten zullen zonder nadere bespreking bewezen worden verklaard.

In bijlage II heeft de rechtbank een opgave gedaan van wettige bewijsmiddelen, houdende voor de bewezenverklaring redengevende feiten en omstandigheden.

Met deze opgave wordt volstaan, nu de verdachte het bewezen verklaarde heeft bekend en nadien geen vrijspraak is bepleit. Op grond daarvan is wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder 1, 2 en 3 ten laste gelegde heeft begaan op die wijze dat:

1.

hij

op tijdstippen in de periode van 10 juni 2015 tot en met 05 oktober 2015 te [naam 2] , meermalen, telkens met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening vanaf de [naam 2] , gelegen aan de [naam 2] , heeft weggenomen, de hierna te noemen goederen, toebehorende aan de hierna te noemen rechthebbenden, en wel

- vanaf een graf met grafnummer [grafnummer 1] en [grafnummer 2] , vier, kandelaaren brons, toebehorende aan [benadeelde 1] en

- vanaf een graf met grafnummer [grafnummer 3] , twee, vazenmessing

toebehorende aan [benadeelde 2] en

- vanaf een graf in vak A, een vaas koper en een bloembak koper

toebehorende aan [benadeelde 3] en

- vanaf een graf met grafnummer [grafnummer 4] in vak B, twee lantaarnsbrons

toebehorende aan [benadeelde 4] en

- vanaf een graf met grafnummer [grafnummer 5] , een lantaarn brons

toebehorende aan [benadeelde 14] ,

;

2.

hij

op tijdstippen in de periode van 10 juni 2015 tot en met 05 oktober 2015 te [naam 2] , meermalen, telkens met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening vanaf de [naam 2] , gelegen aan de [naam 2] , heeft weggenomen, de hierna te noemen goederen, toebehorende aan de hierna te noemen rechthebbenden, en wel

- vanaf een graf, vier, vazenroestvrijstaal, toebehorende aan [benadeelde 15] en

- vanaf een graf met grafnummer [grafnummer 6] , een beeld brons toebehorende aan [rechthebbende 2] en

- vanaf een graf, een lantaarn brons,

toebehorende aan [benadeelde 9] en

- vanaf een graf, een vaas koper, toebehorende

aan [rechthebbende 4] en

- vanaf een graf met nummer [grafnummer 7] , twee vazenbrons, toebehorende aan [benadeelde 10] en

- vanaf een graf met nummer [grafnummer 8] , een lantaarn brons, toebehorende aan [benadeelde 11] en

- vanaf twee graven met grafnummer [grafnummer 9] en [grafnummer 10] , twee, vazen

brons, toebehorende aan [rechthebbende 7] en

- vanaf een graf, een kandelaar brons,

toebehorende aan [rechthebbende 8] en

- vanaf een graf ter hoogte van [vaknummer 1] , nummer [grafnummer 11] , een windlicht brons, toebehorende aan [rechthebbende 9] en

- vanaf een graf ter hoogte van [vaknummer 2] , nummer [grafnummer 12] , een kaarslantaarn brons, toebehorende aan [benadeelde 12] ,

;

3.

hij

op tijdstippen in de periode van 10 juni 2015 tot en met 05 oktober 2015 te [naam 2] , meermalen, telkens opzettelijk meerdere graven, gelegen op de [naam 2] aan de [naam 2] , heeft geschonden door daarvan voorwerpen weg te nemen, te weten

- een graf met grafnummer [grafnummer 1] en [grafnummer 13] en

- een graf met grafnummer [grafnummer 14] en

- een graf in vak [grafvak 1] en

- een graf met grafnummer [grafnummer 15] in vak [grafvak 2] en

- een graf met grafnummer [grafnummer 16] en

- een graf met grafnummer [grafnummer 17] en

- een graf met nummer [grafnummer 18] en

- een graf met nummer [grafnummer 8] en

- twee graven met grafnummer [grafnummer 19] en [grafnummer 20] en

- een graf ter hoogte van [grafvak 3] , nummer [grafnummer 21] en

- een graf ter hoogte van vak [grafvak 4] , nummer [grafnummer 22]

Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd is niet bewezen. De verdachte moet daarvan worden vrijgesproken.

Strafbaarheid feiten

De bewezen feiten leveren op:

1., 2. telkens

diefstal, meermalen gepleegd;

3.

Opzettelijk een graf schenden, meermalen gepleegd.

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten.

De feiten zijn dus strafbaar.

Strafbaarheid verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluit.

De verdachte is dus strafbaar.

Motivering straf

De straf die aan de verdachte wordt opgelegd, is gegrond op de ernst van de feiten, de omstandigheden waaronder de feiten zijn begaan en de persoon en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte. Daarbij wordt in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.

De verdachte heeft in de bewezen verklaarde periode meerdere keren ornamenten van koper, brons of messing gestolen vanaf graven op de [naam 2] te [naam 2] , waaronder lantaarns, kandelaars, vazen en een beeld. Diverse malen brak hij daarbij ornamenten af of schroefde hij deze los. Hierdoor zijn die graven ontsierd en is aan die graven (onherstelbare) schade toegebracht.

De verdachte pleegde deze diefstallen in een periode waarin hij was teruggevallen in drugsgebruik. Om aan geld te komen nam hij de betreffende ornamenten weg en verkocht hij deze aan oud-ijzerhandelaren om met het beetje geld dat hij hiervoor kreeg drugs te kopen en in zijn verslaving te voorzien.

Met zijn handelen heeft de verdachte blijk gegeven van een volledig gebrek aan respect voor de overledenen en hun nabestaanden.

De diefstallen en de schade die de verdachte heeft toegebracht aan de diverse graven, vormen een ernstige inbreuk op de laatste rustplaats van de overledenen. De graven zijn niet veilig gebleken voor de stelende handen van de verdachte. Op de nabestaanden heeft het handelen van de verdachte grote impact gehad, zoals ook op de terechtzitting is gebleken. Naast de geleden financiële schade blijkt dat zij met name emotioneel diep zijn geraakt. Er is sprake van gevoelens van verdriet, onmacht, boosheid en onbegrip. Betreurd wordt ook de omstandigheid dat de verdachte niet aanwezig is op de zitting om verantwoording af te leggen en spijt te betuigen.

De verdachte is vanwege zijn gezondheidstoestand (COPD in een vergevorderd stadium) recent opgenomen in het ziekenhuis, en zijn vooruitzichten zijn slecht. Via een door de verdachte zelf geschreven schriftelijke verklaring, voorgelezen door zijn raadsvrouw, heeft hij zijn spijt betuigd over de door hem gepleegde diefstallen en over het feit dat hij niet op de zitting aanwezig kan zijn om aan de nabestaanden persoonlijk zijn excuus aan te bieden.

De raadsvrouw van de verdachte heeft te kennen gegeven dat zij verwacht dat de verdachte, als zijn lichamelijke toestand dit toelaat, op een later moment eventueel bereid is om mee te werken aan een gesprek tussen hem en de slachtoffers.

Gelet hierop en op de tijdens de zitting door diverse nabestaanden geuite wens om de verdachte persoonlijk te spreken, wijst de rechtbank in dit kader op de mogelijkheid voor de nabestaanden om gebruik te maken van slachtoffer-daderbemiddeling die wordt geboden door “Slachtoffer in Beeld”.

Voorts is acht geslagen op het uittreksel uit het algemeen documentatieregister van [datum] , waaruit blijkt dat verdachte reeds diverse malen eerder ter zake van vermogensdelicten is veroordeeld.

Het voorgaande overziend, en in het bijzonder gelet op de gevoelens bij de nabestaanden, de gezondheidstoestand en fysieke beperkingen van de verdachte, wordt een taakstraf te verrichten op de [naam 2] , zoals door de officier van justitie gevorderd, niet passend en geboden geacht. De feiten zoals begaan door de verdacht rechtvaardigen een gevangenisstraf, waarvan een deel voorwaardelijk zal worden opgelegd, met het oog op de gezondheidstoestand van de verdachte.

Vorderingen benadeelde partijen/ schadevergoedingsmaatregelen

Als benadeelde partij hebben zich ter zake van het onder 1 ten laste gelegde feit in het geding gevoegd:

- [benadeelde 1] . De benadeelde partij vordert een vergoeding van € 1.040,= aan materiële schade;

- [benadeelde 2] . De benadeelde partij vordert een vergoeding van € 600,= aan materiële schade;

- [benadeelde 13] . De benadeelde partij vordert een vergoeding van

€ 621,= aan materiële schade;

- [benadeelde 14] . De benadeelde partij vordert een vergoeding van € 190,= aan materiële schade.

Als benadeelde partij hebben zich ter zake van het onder 2 ten laste gelegde feit waarmee bij de strafoplegging rekening is gehouden in het geding gevoegd:

- [benadeelde 15] . De benadeelde partij vordert een vergoeding van € 200,= aan materiële schade en een vergoeding van € 100,= aan immateriële schade;

- [benadeelde 9] . De benadeelde partij vordert een vergoeding van € 275,= aan materiële schade;

  • -

    [benadeelde 10] . De benadeelde partij vordert een vergoeding van € 400,= aan materiële schade;

  • -

    [benadeelde 11] . De benadeelde partij vordert een vergoeding van € 225,= aan materiële schade;

  • -

    [benadeelde 12] . De benadeelde partij vordert een vergoeding van € 291,55 aan materiële schade.

De raadsvrouw heeft met betrekking tot de vorderingen van de benadeelde partijen bepleit

deze alle af te wijzen omdat:

  • -

    de vorderingen niet of onvoldoende zijn onderbouwd, dan wel

  • -

    ten onrechte de aanschafwaarde of vervangingswaarde wordt gevorderd, terwijl slechts de dagwaarde voor vergoeding in aanmerking komt, dan wel

  • -

    de weggenomen goederen inmiddels zijn afgeschreven en dus geen waarde meer vertegenwoordigen.

Beoordeling

Vast is komen te staan dat aan de benadeelde partijen door de bewezen verklaarde strafbare feiten, rechtstreeks (materiële) schade is toegebracht.

De stelling van de raadsvrouw dat slechts de dagwaarde van de gestolen goederen voor vergoeding in aanmerking komt, wordt verworpen. Het gaat erom dat de benadeelde partijen in de positie worden gebracht waarin zij zonder de feiten waardoor schade is toegebracht zouden hebben verkeerd. Bij de schadeberekening aan de hand van de aanschafprijs van een vergelijkbare vervangende zaak wordt in de regel een aftrek van ‘nieuw voor oud’ toegepast om te voorkomen dat de benadeelde partij door de schadevergoeding in een duidelijk voordeliger positie zou komen te verkeren. In de huidige strafzaak lijkt hiervan bij de benadeelde partijen geen sprake. De door hen gevorderde schade betreft het herstel van de ornamenten op de graven in de (zo goed als) oorspronkelijke staat. De kosten die daarvoor door hen gevorderd worden zijn wat dat betreft niet buitensporig hoog en zien ook niet op andere zaken dan hetgeen van de graven is weggenomen.

De rechtbank zal daarom in de onderhavige zaak de vervangingswaarde als uitgangspunt kiezen voor de te vergoeden schade zonder hierop een afschrijving in mindering te brengen.

De gevorderde bedragen komen de rechtbank overigens niet onredelijk voor.

Voor zover enkele vorderingen niet zijn onderbouwd met facturen of andere bewijsstukken staat dit niet in de weg aan een schatting van de schade en vaststelling van de te betalen schadevergoeding. De gevorderde bedragen liggen namelijk geheel in lijn met andere vorderingen waarin de gevorderde bedragen wel met stukken zijn onderbouwd, en die zien op vergelijkbare grafornamenten. Overigens komen deze gevorderde bedragen de rechtbank niet onredelijk voor.

De rechtbank zal de door benadeelde partij [naam 3] gevorderde immateriële schadevergoeding toewijzen aangezien vast is komen te staan dat deze benadeelde partij door het onder 2 bewezen verklaarde strafbare feit, waarmee bij de strafoplegging rekening is gehouden, rechtstreeks immateriële schade is toegebracht. De door deze benadeelde partij gevorderde immateriële schadevergoeding komt de rechtbank niet onredelijk, voor.

Gezien het vorenstaande zal de rechtbank de vorderingen, met uitzondering van de vordering van de benadeelde partij [benadeelde 13] , naar maatstaven van billijkheid toewijzen tot het bedrag zoals gevorderd.

Door de benadeelde partij [benadeelde 13] is een bedrag van € 621,= gevorderd als vergoeding van de door haar geleden materiele schade. Dit bedrag is gebaseerd op de diefstal van 2 bronzen lantaarns en een bronzen treurduif. Nu de diefstal van de treurduif niet in de tenlastelegging is opgenomen en niet bewezen is verklaard ontbreekt het causale verband tussen het bewezen verklaarde strafbare feit en de door de benadeelde partij ten aanzien van deze treurduif geleden schade. De vordering van de benadeelde partij ten aanzien van de treurduif zal om die reden niet ontvankelijk worden verklaard. De aan de benadeelde partij toe te wijzen schade zal de rechtbank vaststellen op

€ 414,= zijnde de kosten van de twee bronzen lantaarns vermeerderd met de btw over dit bedrag.

De benadeelde partijen hebben gevorderd het te vergoeden bedrag te vermeerderen met wettelijke rente. De rechtbank bepaalt dat het te vergoeden schadebedrag vermeerderd wordt met wettelijke rente vanaf, in het geval van:

- [benadeelde 1] : 30 augustus 2015;

- [benadeelde 2] : 21 augustus 2015;

- [benadeelde 13] : 15 oktober 2015;

- [benadeelde 14] : 10 oktober 2015

- [benadeelde 15] : 9 september 2015;

- [benadeelde 9] : 23 augustus 2015;

- [benadeelde 10] : 15 augustus 2015;

- [benadeelde 11] : 15 augustus 2015;

- [benadeelde 12] : 28 augustus 2015.

Nu de vorderingen van de benadeelde partijen zullen worden toegewezen, zal de verdachte worden veroordeeld in de kosten door de benadeelde partijen gemaakt, tot op heden begroot op nihil.

Tevens wordt oplegging van de hierna te noemen maatregel als bedoeld in artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht passend en geboden geacht.

Mede met het oog op de gezondheidstoestand van de verdachte zal de rechtbank de duur van de vervangende hechtenis voor het geval de verdachte niet voldoet aan zijn betalingsverplichtingen, bepalen op 1 dag.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

Gelet is op de artikelen 14a, 14b, 14c, 36f, 57, 149 en 311 van het Wetboek van Strafrecht.

Bijlage

De in dit vonnis genoemde bijlage maakt deel uit van dit vonnis.

Beslissing

De rechtbank:

verklaart bewezen, dat de verdachte de onder 1, 2 en 3 ten laste gelegde feiten, zoals hiervoor omschreven, heeft begaan;

verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte meer of anders ten laste is gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij;

stelt vast dat het bewezen verklaarde oplevert de hiervoor vermelde strafbare feiten;

verklaart de verdachte strafbaar;

veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 4 (vier) maanden;

bepaalt dat van deze gevangenisstraf een gedeelte, groot 2 (twee) maanden niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechtbank later anders mocht gelasten, omdat de veroordeelde voor het einde van de proeftijd, die hierbij wordt gesteld op 2 jaar, na te melden voorwaarden overtreedt;

stelt als algemene voorwaarde:

de veroordeelde zal zich vóór het einde van de proeftijd niet aan een strafbaar feit schuldig maken;

heft op het bevel tot voorlopige hechtenis van de verdachte, die bij eerdere beslissing is

geschorst;

veroordeelt de verdachte om tegen behoorlijk bewijs van kwijting aan de benadeelde partijen te betalen

- [benadeelde 23] : een bedrag van € 1.040,= (zegge: duizendveertig euro) aan materiële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente hierover vanaf 30 augustus 2015 tot aan de dag der algehele voldoening;

- [benadeelde 24] : een bedrag van € 600,= (zegge: zeshonderd euro) aan materiële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente hierover vanaf 21 augustus 2015 tot aan de dag der algehele voldoening;

[benadeelde 25] : een bedrag van € 414,= (zegge: vierhonderdveertien euro) aan materiële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente hierover vanaf 15 oktober 2015 tot aan de dag der algehele voldoening;

- [benadeelde 26] : een bedrag van € 190,= (zegge: honderdnegentig euro) aan materiële

schade, te vermeerderen met de wettelijke rente hierover vanaf 10 oktober 2015 tot aan

de dag der algehele voldoening;

- [benadeelde 27] : een bedrag van € 200,= (zegge: tweehonderd euro) aan materiële schade en € 100,= (zegge: honderd euro) aan immateriële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente hierover vanaf 9 september 2015 tot aan de dag der algehele voldoening;

- [benadeelde 28] : een bedrag van € 275,= (zegge: tweehondervijfenzeventig euro) aan materiële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente hierover vanaf 23 augustus 2015 tot aan de dag der algehele voldoening;

[benadeelde 29] : een bedrag van € 400,= (zegge: vierhonderd euro) aan materiële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente hierover vanaf 15 augustus 2015 tot aan de dag der algehele voldoening;

[benadeelde 30] : een bedrag van € 225,= (zegge: tweehonderdvijfentwintig euro) aan materiële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente hierover vanaf 15 augustus 2015 tot aan de dag der algehele voldoening;

[benadeelde 31] : een bedrag van € 291,55 (zegge: tweehonderdeenennegentig euro en vijfenvijftig cent) aan materiële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente hierover vanaf 28 augustus 2015 tot aan de dag der algehele voldoening;

verklaart de benadeelde partij [benadeelde 32] voor het overige niet ontvankelijk;

veroordeelt de verdachte in de proceskosten door de bena­deelde partijen gemaakt, tot op heden aan de zijde van de benadeelde partijen begroot op nihil;

legt aan de verdachte de maatregel tot schadevergoeding op, inhoudende de verplichting aan de staat ten behoeve van de benadeelde partijen te betalen de bovengenoemde bedragen, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf

- [benadeelde 33] : 30 augustus 2015;

- [benadeelde 34] : 21 augustus 2015;

- [benadeelde 35] : 15 oktober 2015;

- [benadeelde 36] : 10 oktober 2015;

- [benadeelde 37] : 9 september 2015;

- [benadeelde 38] : 23 augustus 2015;

- [benadeelde 39] : 15 augustus 2015;

- [benadeelde 40] : 15 augustus 2015;

- [benadeelde 41] : 28 augustus 2015;

telkens tot aan de dag van de algehele voldoening;

beveelt dat bij gebreke van volledige betaling en volledig verhaal van een of meerdere van bovengenoemd(e) bedrag(en) (telkens) vervangende hechtenis zal worden toegepast voor de duur van 1 dag; toepassing van de vervangende hechtenis heft de betalingsverplichting niet op.

Dit vonnis is gewezen door:

mr. M.C. Franken, voorzitter,

en mrs. W.H.S. Duinkerke en A. Greve-Kortrijk, rechters,

in tegenwoordigheid van mr. M.E. Boekholtz, griffier,

en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank op de datum die in de kop van dit vonnis is vermeld.

De jongste rechter is buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.

Bijlage I

Tekst tenlastelegging

Aan de verdachte wordt ten laste gelegd dat

1.

hij

op één of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 10 juni 2015 tot en met 05 oktober 2015 te [naam 2] , meermalen, althans éénmaal, (telkens) met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening vanaf de [naam 2] , gelegen op/aan de [naam 2] , heeft weggenomen, de hierna te noemen goederen, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan de hierna te noemen rechthebbenden, in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte, en wel

- vanaf een graf met grafnummer [grafnummer 1] en [grafnummer 23] , vier, althans één of meer, kandela(a)r(en)

(brons), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [benadeelde 1] en/of

- vanaf een graf met grafnummer [grafnummer 24] , twee, althans één, vazen/vaas (messing), in elk geval

Enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [benadeelde 2] en/of

- vanaf een graf in vak [grafvak 5] een vaas (koper) en/of een bloembak (koper), in elk geval enig

goed, geheel of ten dele toebehorende aan [benadeelde 16] en/of

- vanaf een graf met grafnummer [grafnummer 25] in vak [grafvak 6] , twee, althans één lantaarn(s) (brons), in elk

geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [benadeelde 17] en/of

- vanaf een graf met grafnummer [grafnummer 26] , een kandelaar/lantaarn (brons), in elk geval enig

goed, geheel of ten dele toebehorende aan [benadeelde 14] ,

waarbij verdachte zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft verschaft en/of de/het weg te nemen goed(eren) onder zijn bereik heeft gebracht door middel van braak en/of verbreking;

art 311 lid 1 ahf/sub 5 Wetboek van Strafrecht

art 310 Wetboek van Strafrecht

2.

hij

op één of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 10 juni 2015 tot en met 05 oktober 2015 te [naam 2] , meermalen, althans éénmaal, (telkens) met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening vanaf de [naam 2] , gelegen op/aan de [naam 2] , heeft weggenomen, de hierna te noemen goederen, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan de hierna te noemen rechthebbenden, in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte, en wel

- vanaf een graf, vier, althans één of meer, vazen/vaas (roestvrijstaal), in elk geval enig

goed, geheel of ten dele toebehorende aan [benadeelde 15] en/of

- vanaf een graf met grafnummer [grafnummer 27] , een beeld (brons), in elk geval enig goed, geheel of

ten dele toebehorende aan [benadeelde 18] en/of

- vanaf een graf, een lantaarn (brons), in elk geval enig goed, geheel of ten dele

toebehorende aan [benadeelde 9] en/of

- vanaf een graf, een vaas (koper), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende

aan [benadeelde 19] en/of

- vanaf een graf met nummer [grafnummer 28] twee, althans één, vazen/vaas (brons), in elk geval enig

goed, geheel of ten dele toebehorende aan [benadeelde 10] en/of

- vanaf een graf met nummer [grafnummer 8] , een lantaarn (brons), in elk geval enig goed, geheel of

ten dele toebehorende aan [benadeelde 11] en/of

- vanaf twee graven met grafnummer [grafnummer 29] en [grafnummer 30] , twee, althans één, vazen/vaas

(brons), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [benadeelde 20] en/of

- vanaf een graf, een kandelaar (brons), in elk geval enig goed, geheel of ten dele

toebehorende aan [benadeelde 21] en/of

- vanaf een graf ter hoogte van [grafvak 7] , een windlicht (brons), in elk geval enig

goed, geheel of ten dele toebehorende aan [benadeelde 22] en/of

- vanaf een graf ter hoogte van vak [grafvak 8] , een kaarslantaarn (brons), in elk

geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [benadeelde 12] ,

waarbij verdachte zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft verschaft en/of de/het weg te nemen goed(eren) onder zijn bereik heeft gebracht door middel van braak en/of verbreking;

art 310 Wetboek van Strafrecht

art 311 lid 1 ahf/sub 5 Wetboek van Strafrecht

3.

hij

op één of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 10 juni 2015 tot en met 05 oktober 2015 te [naam 2] , meermalen, althans éénmaal, (telkens) opzettelijk meerdere, althans één, graven/graf, gelegen op de [naam 2] op/aan de [naam 2] , heeft geschonden door daarvan voorwerpen weg te nemen, en/of opzettelijk en wederrechtelijk enig op een begraafplaats opgericht gedenkteken heeft vernield en/of beschadigd, te weten

- een graf met grafnummer [grafnummer 1] en [grafnummer 31] en/of

- een graf met grafnummer [grafnummer 32] en/of

- een graf in vak [grafvak 9] en/of

- een graf met grafnummer [grafnummer 33] in vak [grafvak 10] en/of

- een graf met grafnummer [grafnummer 34] en/of

- een graf met grafnummer [grafnummer 35] en/of

- een graf met nummer [grafnummer 36] en/of

- een graf met nummer [grafnummer 8] en/of

- twee graven met grafnummer [grafnummer 37] en [grafnummer 38] en/of

- een graf ter hoogte van [grafvak 11] , nummer [grafnummer 39] en/of

- een graf ter hoogte van vak [grafvak 12] , nummer [grafnummer 40] .

art 149 Wetboek van Strafrecht