Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBROT:2016:10244

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
04-10-2016
Datum publicatie
31-01-2017
Zaaknummer
C/10/504580 / FT RK 16/385
Rechtsgebieden
Insolventierecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

art. 6 Fw. Afwijzing faillissementsaanvraag. Verwijzing naar de Hoge Raad, 06-02-2015, 14/03627, ECLI:NL:HR:2015:251. Ten aanzien van de VOF wordt het faillissement uitgesproken. Ten aanzien van de vennoot is, na betwisting, niet onderbouwd dat hij verkeert in de toestand dat hij is opgehouden aan zijn betalingsverplichtingen te voldoen.’

Wetsverwijzingen
Faillissementswet 6, geldigheid: 2005-12-01
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
INS-Updates.nl 2017-0098
AR 2017/560
NJF 2017/126

Uitspraak

Rechtbank Rotterdam

Team Insolventie

Rekestnummer: [nummer]

BESCHIKKING op het verzoek van:

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

[naam 1] ,

gevestigd te [plaats] ,

verzoekster,

advocaat: mr. J.C. Koster,

strekkende tot faillietverklaring van:

[naam 2] ,

wonende te [adres]

[postcode] [woonplaats] ,

verweerder.

1 De procedure

Verzoekster, bij monde van haar (middellijk) bestuurder, de heer [naam 3] , en haar advocaat, mr. J.C. Koster, en verweerder, in aanwezigheid van [naam 4] , zijn op 27 september 2016 in raadkamer verschenen en gehoord.

Op 1 augustus 2016 heeft verweerder een verweerschrift aan de rechtbank toegezonden.

Ter terechtzitting van 27 september 2016 zijn door mr. Koster en verweerder aanvullende stukken aan de rechtbank overgelegd.

2 De standpunten

Mr. Koster heeft namens verzoekster gesteld dat verzoekster actief is als autoschadeherstelbedrijf. Verzoekster verzorgde het schadeherstel van de voortuigen voor [naam 5] (hierna: de vof), waar verweerder vennoot van is. Er zijn in totaal 42 vennoten. Verzoekster heeft naast het faillissement van verweerder eveneens het faillissement van de vennootschap onder firma aangevraagd. Mr. Koster heeft gesteld dat de vof de facturen niet meer kon betalen. Verzoekster heeft van de vof een bedrag van € 101.095,63 te vorderen. De vof laat naast de vordering van verzoekster ook andere schuldeisers onbetaald en verkeert dan ook in een toestand van te hebben opgehouden te betalen. Ten aanzien van verweerder heeft mr. Koster gesteld dat ook zijn faillissement wordt aangevraagd omdat hij als directie voerend vennoot feitelijk leiding geeft aan de organisatie. Verweerder zou bovendien ook een lening hebben afgesloten bij [naam 6] .

Verweerder heeft gesteld dat er bij de vof geen sprake is van onmacht om de vordering van verzoekster te betalen, maar onwil. De facturen waarop verzoekster haar vordering baseert kloppen niet. De vof voldoet nog steeds aan haar betalingsverplichtingen en verkeert niet in de toestand van te hebben opgehouden te betalen. Verweerder heeft voorts betwist dat hij als de directie voerend vennoot dient te worden aangemerkt. Verweerder verzorgt slechts de administratie van de vennootschap en heeft dezelfde bevoegdheden als de overige vennoten. Verweerder heeft daarnaast betwist dat hij zelf in de toestand verkeert van te hebben opgehouden te betalen. Verweerder laat geen schuldeisers onbetaald en voldoet aan al zijn betalingsverplichtingen.

3 De beoordeling

Ingevolge artikel 6 van de Faillissementswet wordt de faillietverklaring uitgesproken, indien summierlijk blijkt van het bestaan van feiten en omstandigheden die aantonen dat de schuldenaar in de toestand verkeert dat hij heeft opgehouden te betalen en, als een schuldeiser het verzoek doet, ook van het vorderingsrecht van deze. Van de hiervoor bedoelde feiten en omstandigheden blijkt in het algemeen indien sprake is van pluraliteit van schuldeisers terwijl tenminste één vordering opeisbaar is.

De Hoge Raad is in zijn uitspraak van 6 februari 2016 (ECLI:NL:HR:2015:251) teruggekomen van de regel dat het faillissement van een vof steeds en noodzakelijkerwijs het faillissement van de vennoten ten gevolge heeft. Om die reden is van belang dat indien een schuldeiser niet alleen het faillissement van de vof maar ook dat van de vennoten wil bewerkstelligen, hij in zijn verzoekschrift ten aanzien van ieder van hen dit afzonderlijk dient te verzoeken. De rechtbank dient bovendien te onderzoeken of ook ten aanzien van de vennoten afzonderlijk aan de voorwaarden voor faillietverklaring is voldaan.

Verzoekster heeft tegenover de gemotiveerde betwisting van verweerder niet nader onderbouwd dat hij meerdere vorderingen onbetaald laat. De rechtbank is dan ook van oordeel dat ten aanzien van verweerder niet summierlijk is gebleken van het bestaan van feiten of omstandigheden die aantonen dat hij in de toestand verkeert dat hij heeft opgehouden te betalen.

Het verzoek tot faillietverklaring wordt daarom afgewezen.

4 De beslissing

De rechtbank:

- wijst af het verzoek tot faillietverklaring.

Deze beschikking is op 4 oktober 2016 gegeven door mr. A.J. van Spengen, rechter, in aanwezigheid van mr. S. Verberne, griffier.1

1 Tegen deze uitspraak kan degene aan wie de Faillissementswet dat recht toekent, gedurende acht dagen na de dag van deze uitspraak, hoger beroep instellen. Het hoger beroep kan uitsluitend door een advocaat worden ingesteld bij een verzoekschrift, in te dienen ter griffie van het gerechtshof dat van deze zaak kennis moet nemen.