Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBROT:2016:10066

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
28-12-2016
Datum publicatie
28-12-2016
Zaaknummer
C/10/508056 / HA ZA 16-811
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Relatieve bevoegdheid. Overeenkomst tot stand gekomen? Betekenis beslissingen in incident voor beoordeling in hoofdzaak.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK ROTTERDAM

Team Haven en Handel

zaaknummer / rolnummer: C/10/508056 / HA ZA 16-811

Vonnis in incident van 28 december 2016

in de zaak van

de coöperatie

COOPERATIEVE RABOBANK U.A.,

gevestigd te Utrecht,

eiseres in de hoofdzaak,

verweerster in het incident,

advocaat mr. I.C.J.C. van de Klundert te Eindhoven,

tegen

1. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

BRICK FINANCE B.V.,

gevestigd te Breukelen

gemeente Stichtse Vecht,

2. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

AMB SHIPPING B.V.,

gevestigd te Amsterdam,

gedaagden in de hoofdzaak,

eiseressen in het incident,

advocaat mr. J.G.M. Roijers te Rotterdam.

Partijen worden hierna ‘Rabobank’, ‘Brick Finance’ en ‘ABM Shipping’ genoemd. Eiseressen in het incident zullen gezamenlijk ‘Brick Finance c.s.’ worden genoemd.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

  • -

    de dagvaarding van 1 augustus 2016, met producties;

  • -

    de conclusie van antwoord tevens houdende de incidentele vordering tot onbevoegdheid, met producties, van 2 november 2016;

  • -

    de incidentele conclusie van antwoord van 16 november 2016.

1.2.

Ten slotte is vonnis bepaald in het incident.

2 Het geschil in het incident

2.1.

Brick Finance c.s. vordert dat de rechtbank zich onbevoegd verklaart en de zaak verwijst naar de rechtbank Amsterdam, met veroordeling van Rabobank in de kosten van dit incident.

Brick Finance legt het volgende aan haar vordering ten grondslag. Op grond van artikel 99 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (hierna: Rv) is de rechter van de woonplaats van de gedaagde in de hoofdregel bevoegd. De rechter die ten aanzien van één van de gezamenlijk in het geding betrokken gedaagden bevoegd is, is ook ten aanzien van de overige gedaagden bevoegd, mits blijkt van voldoende samenhang tussen de vorderingen jegens de gedaagden en doelmatigheid een gezamenlijke behandeling rechtvaardigt (artikel 107 Rv). Brick Finance is in Breukelen gevestigd en AMB Schipping is in Amsterdam gevestigd, zodat rechtbank Midden-Nederland of rechtbank Amsterdam bevoegd is de zaak te behandelen. Naar Brick Finance c.s. begrijpt, heeft Rabobank de bevoegdheid van rechtbank Rotterdam aangenomen op grond van het forumkeuzebeding in artikel 7 van de – volgens Brick Finance c.s. – conceptovereenkomst (productie 6 van de dagvaarding). Brick Finance c.s. betwist uitdrukkelijk dat productie 6 een schriftelijke vastlegging zou zijn van partijafspraken, en derhalve ook van het daarin opgenomen forumkeuzebeding. De overeenkomst is niet ingevuld, ongetekend en in het voorjaar 2016 hebben nieuwe onderhandelingen over de overeenkomst plaatsgevonden.

2.2.

Rabobank voert verweer en concludeert tot afwijzing van de incidentele vordering.

Rabobank legt, voor zover van belang, het volgende aan haar verweer ten grondslag. Op 3 september 2015 heeft Brick Finance schriftelijk aangegeven akkoord te zijn met de inhoud van de laatste conceptovereenkomst, waarmee finale overeenstemming tussen partijen was bereikt en er een overeenkomst tot stand is gekomen. Het forumkeuzebeding maakt onderdeel uit van deze overeenkomst. Om te beoordelen of de rechtbank relatief bevoegd is op grond van het forumkeuzebeding in de overeenkomst, dient de rechtbank op grond van artikel 108 lid 4 Rv de gebondenheid van gedaagden in de hoofdzaak aan de overeenkomst inhoudelijk te beoordelen. Het incident kan derhalve uitsluitend gezamenlijk beoordeeld worden met de behandeling en de afdoening van de hoofdzaak.

2.3.

Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

3 De beoordeling

3.1.

Bij de beantwoording van de vraag of rechtbank Rotterdam bevoegd is, dient aan de hand van de artikelen 3:33 en 3:35 van het Burgerlijk Wetboek beoordeeld te worden of er tussen partijen sprake is van een overeenkomst en, zo ja, of het hier relevante forumkeuzebeding deel uitmaakt van die overeenkomst. Het komt daarbij aan op de door partijen over en weer gedane verklaringen en op de zin die partijen in de gegeven omstandigheden over en weer redelijkerwijs aan elkaars verklaringen en gedragingen mochten toekennen en op hetgeen zij te dien aanzien redelijkerwijs van elkaar mochten verwachten. Hierbij zijn alle concrete omstandigheden van het geval van beslissende betekenis, gewaardeerd naar hetgeen de maatstaven van redelijkheid en billijkheid meebrengen.

3.2.

Voor de beantwoording of er sprake is van een overeenkomst, zijn de volgende omstandigheden van het geval van belang. Rabobank heeft (als hypotheekhouder) toestemming verleend voor de verkoop van een motorvrachtschip tegen een waarde van € 800.000,-. Door Rabobank is hierover onderhandeld met Brick Finance als beoogde koper. In dat kader heeft Rabobank in augustus 2015 een conceptovereenkomst aan Brick Finance toegestuurd, waarmee Brick Finance – op enkele nu niet relevante aspecten na – zich per mail van 1 september 2015 akkoord heeft verklaard. Naar aanleiding daarvan heeft Rabobank een tweede conceptovereenkomst aan Brick Finance voorgelegd. Het onderhavige forumkeuzebeding maakt daarvan deel uit. Bij mail van 3 september 2015 is Brick Finance c.s. hiermee akkoord gegaan (“Dank voor de aanpassingen. Zo is de overeenkomst akkoord. Zodra de koopakte er is meld ik mij weer.”). Vervolgens is het schip voor de tussen Rabobank en Brick Finance afgesproken prijs verkocht door de hypotheekgever aan ABM Shipping. Naar het oordeel van de rechtbank kan uit deze omstandigheden redelijkerwijs niet anders worden afgeleid dan dat tussen partijen, dus tussen Rabobank en Brick Finance, wilsovereenstemming is bereikt over de voorwaarden waaronder Rabobank bereid was mee te werken aan de verkoop van het schip. Met de door Rabobank toegezonden voorwaarden is Brick Finance immers ongeclausuleerd akkoord gegaan. Rabobank heeft hieruit mogen afleiden dat partijen een overeenkomst hadden gesloten. Dat de conceptovereenkomst niet volledig is ingevuld en ondertekend doet hier niet aan af. Evenmin is van belang dat nadien nog discussie is ontstaan over de reikwijdte van een bepaald beding uit de overeenkomst (het ‘donaubeding’) en dat mogelijk geen definitieve wilsovereenstemming met de hypotheekgever is bereikt. Aan het akkoord tussen Rabobank en Brick Finance doet dat niet af.

3.3.

De overeenkomst bevat een forumkeuzebeding, te weten dat deze rechtbank uitsluitend bevoegd is om van eventuele uit de overeenkomst voortvloeiende geschillen tussen partijen kennis te nemen. De rechtbank is derhalve van oordeel dat zij bevoegd is. Op de voet van artikel 107 Rv geldt deze bevoegdheid ook ten aanzien van ABM Shipping. De incidentele vordering moet dus worden afgewezen.

3.4.

Ten overvloede merkt de rechtbank het volgende op. Het geschil tussen partijen in de hoofdzaak draait om de vraag of het hiervoor bedoelde ‘donaubeding’ is overeengekomen. Ook voor het antwoord op die vraag is van belang of tussen Rabobank en Brick Finance een overeenkomst tot stand is gekomen en, zo ja, welke inhoud die overeenkomst heeft. Beslissingen die in het kader van het onderhavige bevoegdheidsincident zijn genomen over punten die ook daarbuiten een rol spelen, binden de rechter buiten dat kader echter niet.

3.5.

Brick Finance c.s. zal als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld.

4 De beslissing

De rechtbank

in het incident

4.1.

wijst het gevorderde af,

4.2.

veroordeelt Brick Finance c.s. in de kosten van het incident, aan de zijde van Rabobank tot op heden begroot op € 452,00,

in de hoofdzaak

4.3.

bepaalt dat de zaak weer op de rol zal komen van 11 januari 2017 voor beraad rolrechter omtrent het bepalen van een comparitie.

Dit vonnis is gewezen door mr. Th. Veling en in het openbaar uitgesproken op 28 december 2016.

2027 / 1980