Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBROT:2015:9918

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
24-07-2015
Datum publicatie
24-02-2016
Zaaknummer
10/651010-13
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Publicatie op verzoek.

Voorwaardelijke beëindiging PIJ-maatregel. Artikel 77tb Sr.

zie ook: ECLI:NL:RBROT:2015:9919

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Rechtbank Rotterdam

Team Jeugd

Parketnummer: 10/651010-13

Datum uitspraak: 24 juli 2015

BESCHIKKING

van de rechtbank Rotterdam, meervoudige kamer voor strafzaken, op de vordering van de officier van justitie in dit arrondissement tot verlenging van de maatregel tot plaatsing in een inrichting voor jeugdigen (hierna: PIJ-maatregel), opgelegd aan:

[Naam veroordeelde] , hierna te noemen de veroordeelde,

geboren op [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1996,

in het kader van een PIJ-maatregel verblijvende in Justitiële Jeugdinrichting De Hartelborgt

aan Borgtweg 1, 3202 LJ te Spijkenisse,

raadsman mr. B. Kizilocak, advocaat te Rotterdam.

PROCEDURE

Bij vonnis van deze rechtbank, uitgesproken op 11 juli 2013, is aan de veroordeelde ter zake van medeplegen van verkrachting opgelegd de PIJ-maatregel.

Op 24 juli 2015 heeft de officier van justitie mr. A.P.G. De Beer ter terechtzitting een vordering tot het vaststellen van voorwaarden tijdens voorwaardelijke beëindiging van de PIJ-maatregel, als bedoeld in artikel 77tb, derde lid, van het Wetboek van Strafrecht ingediend en verzocht deze vordering toe te wijzen.

De behandeling van de zaak heeft (gelijktijdig met de vordering tot verlenging van de PIJ-maatregel) plaatsgevonden op de besloten terechtzitting van 24 juli 2015. De officier van justitie mr. A.P.G. de Beer, de veroordeelde, bijgestaan door zijn raadsman voornoemd, de moeder van de veroordeelde, de getuige-deskundige (gedragsdeskundige) dhr. [naam] , werkzaam bij JJI de Hartelborgt en mw. [naam] , als reclasseringsmedewerker werkzaam bij Reclassering Leger des Heils Rotterdam, zijn gehoord.

De veroordeelde en de raadsman hebben zich niet verzet tegen toewijzing van de vordering tot het vaststellen van bijzondere voorwaarden tijdens voorwaardelijke beëindiging.

BEVOEGDHEID

De rechtbank is bevoegd van de vordering kennis te nemen, aangezien zij in eerste aanleg heeft kennis genomen van het misdrijf ter zake waarvan de PIJ-maatregel is gelast.

BEOORDELING

Mevrouw [naam] , reclasseringsmedewerker bij het Leger des Heils Rotterdam, heeft ter terechtzitting verklaard dat zij voor de veroordeelde voorwaarden heeft opgesteld ten behoeve van een voorwaardelijke beëindiging van de PIJ-maatregel. De veroordeelde heeft tijdens zijn behandeling gedurende de PIJ-maatregel zijn best gedaan om overal aan mee te werken. Hij heeft therapieën afgerond en zich aan de afspraken gehouden. Er is nog wel een aantal zaken dat geregeld moet worden, maar deze zaken zijn niet gerelateerd aan een behandeling vanuit de inrichting. Mevrouw [naam] is van mening dat de PIJ-maatregel voorwaardelijk beëindigd kan worden.

De officier van justitie heeft tijdens het onderzoek op de besloten terechtzitting verzocht om middels de vordering tot het vaststellen van voorwaarden tijdens voorwaardelijke beëindiging van de PIJ-maatregel te bepalen dat de veroordeelde vanaf het tijdstip van de ingang van de voorwaardelijke beëindiging van PIJ-maatregel, te weten 26 juli 2015, zich zal houden aan/zal voldoen aan de navolgende voorwaarden:

• veroordeelde zal zich gedurende de voorwaardelijke beëindiging niet schuldig maken aan een strafbaar feit;

• veroordeelde zal zich gedragen naar de aanwijzingen van de reclassering, ook indien deze aanwijzingen een vorm van intensieve begeleiding inhoudt:

• veroordeelde zal ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit zijn medewerking verlenen aan het nemen van één of meer vingerafdrukken of een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht ter inzage aanbieden;

• veroordeelde zal zich niet onttrekken aan het toezicht op de naleving van de voorwaarden;

• veroordeelde houdt zich aan de voorschriften en aanwijzingen hem te geven door Reclassering Leger des Heils;

• veroordeelde stelt zich begeleiders coöperatief en begeleidbaar op en geeft openheid van zaken over al zijn leefgebieden;

• veroordeelde heeft minimaal 26 uren dagbesteding en zet zich voldoende in om deze te behouden;

• veroordeelde is ten allen tijde bereikbaar voor de reclassering en zijn eventuele begeleiders/behandelaren;

• veroordeelde verleent toestemming om contact op te nemen met relevante referenten/netwerkcontacten;

• veroordeelde begeeft zich niet buiten de Nederlandse grenzen zonder toestemming van de Reclassering;

• veroordeelde zal niet zonder toestemming vooraf van de Reclassering van adres wijzigen c.q. verhuizen;

• veroordeelde zal medewerking verlenen aan het verstrekken van een pasfoto en het verstrekken van informatie, zoals bedoeld in het kader van het landelijk opgestelde opsporingsbeleid ten aanzien van PIJ gestelden;

• indien noodzakelijk geacht door de Reclassering zal hulpverlening op het gebied van middelengebruik worden ingezet;

• indien noodzakelijk geacht door de Reclassering wordt ambulante hulpverlening (bijvoorbeeld jongerencoach) ingezet om veroordeelde wat meer hand in hand te begeleiden.

Door en namens de veroordeelde is ter terechtzitting verklaard dat hij bereid is om zich te houden aan de voorwaarden zoals die zijn opgesteld in de vordering tot het vaststellen van voorwaarden tijdens voorwaardelijke beëindiging van de PIJ-maatregel, zoals die ter terechtzitting is ingediend door de officier van justitie.

De rechtbank overweegt als volgt.

Op grond van de overgelegde stukken en hetgeen ter zitting is besproken, is gebleken dat de veroordeelde zijn behandeling tijdens de PIJ-maatregel goed heeft doorlopen en hij in beginsel voor STP in aanmerking komt. Hij heeft sinds een aantal maanden werk waar hij vanuit de inrichting naartoe gaat. Dit betreft echter uitzendwerk op oproepbasis. Dit heeft er toe geleid dat tot op heden STP niet kon worden aangevraagd. Om deze impasse te doorbreken, heeft de rechtbank bij afzonderlijke uitspraak de verlenging van de PIJ-maatregel afgewezen.

Daardoor en ingevolge het met ingang van 1 juli 2012 geldende en op de onderhavige zaak van toepassing zijnde artikel 77s, zesde lid, van het Wetboek van Strafrecht eindigt de PIJ-maatregel met ingang van 26 juli 2015 van rechtswege voorwaardelijk, waarbij op grond van artikel 77ta eerste lid onder a en b, de algemene voorwaarden komen te gelden dat de veroordeelde geen nieuwe strafbare feiten mag plegen en dat hij zijn medewerking dient te verlenen aan het vaststellen van zijn identiteit alsmede aan het toezicht door de jeugdreclassering of-indien hij inmiddels achttien jaar oud is-, de reclassering.

Ingevolge het met ingang van 1 juli 2012 geldende en op de onderhavige zaak van toepassing zijnde artikel 77tb, derde lid, onder a, van het Wetboek van Strafrecht kan worden bepaald dat de veroordeelde zich binnen het jaar van de voorwaardelijke beëindiging PIJ-maatregel dient te houden aan te stellen bijzondere voorwaarden die het gedrag van de veroordeelde betreffen.

De rechtbank ziet in de situatie van de veroordeelde aanleiding om met toepassing van de zojuist genoemde artikelen te bepalen dat de veroordeelde zich met ingang van de periode van de voorwaardelijke beëindiging van de PIJ-maatregel, zal houden aan de voorwaarden, zoals die door het Leger des Heils, afdeling Reclassering, zijn geadviseerd en door de officier van justitie zijn gevorderd en waar verdachte mee akkoord is gegaan.

De vordering tot het vaststellen van voorwaarden tijdens voorwaardelijke beëindiging zal daarom worden toegewezen.

BESLISSING

De rechtbank

wijst toe de vordering tot het vaststellen van voorwaarden tijdens voorwaardelijke beëindiging van de PIJ-maatregel, opgelegd aan de veroordeelde [Naam veroordeelde] voornoemd, in die zin dat deze bijzondere voorwaarden komen te luiden dat deze veroordeelde met ingang van 26 juli 2015 en voor de duur van de voorwaardelijke beëindiging van de PIJ-maatregel:

- veroordeelde zal zich gedurende de voorwaardelijke beëindiging niet schuldig maken aan een strafbaar feit;

- veroordeelde zal zich gedragen naar de aanwijzingen van de reclassering, ook indien deze aanwijzingen een vorm van intensieve begeleiding inhoudt:

- veroordeelde zal ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit zijn medewerking verlenen aan het nemen van één of meer vingerafdrukken of een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht ter inzage aanbieden;

- veroordeelde zal zich niet onttrekken aan het toezicht op de naleving van de voorwaarden;

- veroordeelde houdt zich aan de voorschriften en aanwijzingen hem te geven door Reclassering Leger des Heils;

- veroordeelde stelt zich begeleiders coöperatief en begeleidbaar op en geeft openheid van zaken over al zijn leefgebieden;

- veroordeelde heeft minimaal 26 uren dagbesteding en zet zich voldoende in om deze te behouden;

- veroordeelde is ten allen tijde bereikbaar voor de reclassering en zijn eventuele begeleiders/behandelaren;

- veroordeelde verleent toestemming om contact op te nemen met relevante referenten/netwerkcontacten;

- veroordeelde begeeft zich niet buiten de Nederlandse grenzen zonder toestemming van de Reclassering;

- veroordeelde zal niet zonder toestemming vooraf van de Reclassering van adres wijzigen c.q. verhuizen;

- veroordeelde zal medewerking verlenen aan het verstrekken van een pasfoto en het verstrekken van informatie, zoals bedoeld in het kader van het landelijk opgestelde opsporingsbeleid ten aanzien van PIJ gestelden;

- indien noodzakelijk geacht door de Reclassering zal hulpverlening op het gebied van middelengebruik worden ingezet;

- indien noodzakelijk geacht door de Reclassering wordt ambulante hulpverlening (bijvoorbeeld jongerencoach) ingezet om veroordeelde wat meer hand in hand te begeleiden.

Deze beslissing is genomen door

mr. L. Feraaune, voorzitter, tevens kinderrechter,

en mrs. J. de Gans en F. Koningsveld, rechters, in tegenwoordigheid van L.J. van Heel griffier, en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank op 24 juli 2015.

De jongste rechter is buiten staat deze beslissing mede te ondertekenen.

Tegen deze beslissing kan het openbaar ministerie binnen veertien dagen na dagtekening en de veroordeelde binnen veertien dagen na betekening daarvan hoger beroep instellen bij het Gerechtshof te Arnhem.