Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBROT:2015:9916

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
16-07-2015
Datum publicatie
24-02-2016
Zaaknummer
10/712130-13
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Publicatie op verzoek

TUL bijzonder

zie ook ECLI:NL:RBROT:2015:9917

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

Rechtbank Rotterdam

Team Jeugd

Parketnummer van de vordering TUL (bijzondere voorwaarde): 10/712130-13

Datum beslissing: 16 juli 2015

Beslissing

van de Rechtbank Rotterdam, meervoudige kamer voor strafzaken, op de op 22 juni 2015 ter griffie van deze rechtbank ingekomen vordering van de officier van justitie in dit arrondissement, betreffende een onherroepelijk geworden, op tegenspraak gewezen vonnis van de kinderrechter van deze rechtbank d.d. 16 augustus 2013, waarbij:

[Naam veroordeelde] ,

geboren op [geboortedatum] 1995 te [geboorteplaats] ,

ingeschreven in de basisregistratie personen op het adres,

[BRP adres] ,

thans feitelijk verblijvende op het adres:

[adres]

onder meer is veroordeeld tot een jeugddetentie voor de duur van 6 maanden, met bevel dat deze straf niet zal worden ten uitvoer gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten op grond dat de veroordeelde vóór het einde van de proeftijd zich aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt, dan wel gedurende de proeftijd niet heeft nageleefd de bij dat vonnis gestelde bijzondere voorwaarde, te weten dat de veroordeelde zich gedurende de proeftijd dient te gedragen naar de voorschriften en aanwijzingen gegeven door op namens Bureau Jeugdzorg Stadregio Rotterdam, afdeling jeugdreclassering, zolang deze instelling dit nodig vindt, met opdracht aan voormelde instelling ex artikel 77aa van het Wetboek van Strafrecht.

Procedure

De rechtbank heeft acht geslagen op voormelde vordering en voorts op de navolgende stukken:

* voormeld vonnis van de kinderrechter van deze rechtbank;

* een voortgangsverslag toezicht van Reclassering Nederland d.d. 12 juni 2015;

De rechtbank heeft ter terechtzitting met gesloten deuren op 2 juli 2015, de officier van justitie mr. A.P.G. de Beer, de veroordeelde, bijgestaan door zijn raadsvrouw mr. G.M. van der Ent, de vader van de veroordeelde, mevrouw [naam] , werkzaam bij Reclassering Nederland en de heer [naam] , mentor van de verdachte van JeugdPlusJeugd, gehoord.

Bevoegdheid

De meervoudige strafkamer is bevoegd van de vordering kennis te nemen, aangezien de kinderrechter van deze rechtbank de straf waarvan de tenuitvoerlegging wordt gevorderd, heeft opgelegd en ter terechtzitting van 2 juli 2015 de zaak heeft verwezen naar de meervoudige strafkamer.

Ontvankelijkheid

Uit de stukken blijkt dat de proeftijd is ingegaan op 25 november 2013.

Het openbaar ministerie kan worden ontvangen in zijn vordering, aangezien deze is ingediend binnen de proeftijd.

Beoordeling van de vordering

Door de officier van justitie is gevorderd de bijzondere voorwaarde opgelegd bij het voornoemde vonnis te wijzigen. De raadsman en de veroordeelde hebben ter terechtzitting ingestemd met deze wijziging. De veroordeelde heeft te kennen gegeven zich aan de voorgestelde nieuwe bijzondere voorwaarden te houden.

De veroordeelde werd in het kader van een voorwaardelijke beëindiging van de maatregel tot plaatsing in een inrichting voor jeugdigen (verder: PIJ-maatregel) begeleid door Reclassering Nederland en JeugdPlusJeugd. Deze voorwaardelijke beëindiging van de PIJ-maatregel is echter op vordering van de officier van justitie bij afzonderlijke beschikking van heden omgezet in een onvoorwaardelijke beëindiging van de PIJ-maatregel. Nu de rechtbank voortzetting van de hulp en begeleiding van de veroordeelde door Reclassering Nederland en JeugdPlusJeugd noodzakelijk acht, ziet de rechtbank aanleiding de bijzondere voorwaarden te wijzigen van de bij voormeld vonnis opgelegde voorwaardelijke jeugddetentie. Gelet hierop zal de vordering worden toegewezen.

De rechtbank heeft gelet op de 77cc, 77dd en 77ee van het Wetboek van Strafrecht.

Beslissing

De rechtbank:

wijst de vordering toe en wijzigt de bij vonnis van de kinderrechter van deze rechtbank d.d. 16 augustus 2013 opgelegde bijzondere voorwaarde in dier voege dat deze komt te luiden, dat de veroordeelde:

- zich gedurende de proeftijd dient te gedragen naar de voorschriften en

aanwijzingen die zullen worden gegeven door of namens Reclassering Nederland, zolang

deze instelling dat nodig vindt, met opdracht aan voormelde instelling ex artikel 77aa van

het Wetboek van Strafrecht;

- gedurende de proeftijd zal meewerken aan de begeleiding door JeugdPlusJeugd;

- gedurende de proeftijd zal meewerken aan het vinden en behouden van passende

huisvesting;

- gedurende de proeftijd passende dagbesteding zal hebben dan wel onderwijs zal volgen.

Aldus gedaan door:

mr. P.L. van Dijke, voorzitter, tevens kinderrechter,

en mrs. S.C.C. Hes-Bakkeren en J. uit Beijerse, rechters,

in tegenwoordigheid van mr. C.K. van Dijk, griffier,

en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank op 16 juli 2015

De oudste en jongste rechter zijn buiten staat deze beslissing mede te ondertekenen.