Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBROT:2015:9732

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
23-12-2015
Datum publicatie
28-12-2015
Zaaknummer
C/10/490209 / KG ZA 15-1312
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Kort geding
Inhoudsindicatie

Eiseres stelt dat de burger misbruik maakt van de bevoegdheid om bij de overheid verzoeken in te dienen. Burgerlijke rechter bevoegd. Misbruik van recht aannemelijk. Aangenomen moet worden dat burger geen redelijk doel had bij het indienen van 259 verzoeken in vijf maanden. Verbod toegewezen. Verbod zal eiseres slechts beperkt helpen gelet op bestaande bestuursrechtelijke rechtspraak. Ingrijpen wetgever lijkt nodig om doel te bereiken.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
FutD 2016-0088
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK ROTTERDAM

Team handel

zaaknummer / rolnummer: C/10/490209 / KG ZA 15-1312

Vonnis in kort geding van 23 december 2015

in de zaak van

de publiekrechtelijke rechtspersoon

OMGEVINGSDIENST ZUID-HOLLAND ZUID,

zetelend te Dordrecht,

eiseres,

advocaat mr. C.N. van der Sluis,

tegen

[gedaagde] ,

wonende te [woonplaats] ,

gedaagde,

verschenen in persoon.

Partijen zullen hierna Omgevingsdienst en [gedaagde] genoemd worden.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

  • -

    de dagvaarding

  • -

    de wijziging van eis

  • -

    de mondelinge behandeling

  • -

    de pleitnota van Omgevingsdienst.

1.2.

Ten slotte is vonnis bepaald.

2 De feiten

2.1.

Omgevingsdienst is een uitvoeringsorganisatie die sinds 1 januari 2011 omgevings- en milieutaken uitvoert namens en met de Provincie Zuid-Holland en zeventien regiogemeenten in Zuid-Holland Zuid, waaronder de gemeente Dordrecht.

2.2.

[gedaagde] heeft een geschil met de Gemeente Dordrecht (hierna: de Gemeente). [gedaagde] heeft naar aanleiding van dit geschil reeds honderden Wob-verzoeken en bezwaarschriften bij de Gemeente ingediend.

2.3.

Vanaf juli 2015 heeft [gedaagde] 259 Wob-verzoeken aan Omgevingsdienst gericht.

2.4.

Omgevingsdienst heeft een mail overgelegd die [gedaagde] op 7 september 2015 aan diverse partijen heeft gezonden. Deze mail luidt – voor zover van belang – als volgt:

“(…)

De Gemeente Dordrecht is na de gedwongen verkoop van mijn panden in een spagaat belandt temeer nu de status quo zo is dat het aantal panden wat ik bezit in de Gemeente Dordrecht tot 0 is gedaald en derhalve de gemeente Dordrecht op mij niks meer kan verhalen, en is de gemeente Dordrecht van jager nu terecht gekomen in de rol van prooi die door mij met brieven, bezwaarschriften, wob verzoeken wordt belaagd een opgejaagd.

Maar is daarmee ook een einde gekomen aan de jarenlange strijd tussen beiden, nee de tweede intifadah ronde is vorige week weer losgebarsten met 10 wob verzoeken die de gemeente in behandeling moet nemen ondanks het opgelegde verbod en moeten zij de kosten blijven maken om deze brieven af te handelen en zijn zij numeriek toch in het nadeel gebleven temeer mijn streefgetal van 3.900.000 nog steeds niet behaald is en zij kunnen mij wellicht weer laten gijzelen maar dat lost weer niks op omdat zij de kosten van de gijzeling moeten betalen en dus links of rechtsom toch de kosten voor hun kiezen krijgen en zijn wij weer terug bij af en alles is vanuit het perspectief van de Gemeente Dordrecht voor niks geweest en hebben zij mij ongewild van mij een volksheld gecreeerd in de Turkse opiniebladen.

En kan je dit weer zien als een hoofdstuk in de Never Ending Story: M. [gedaagde] vs Gemeente Dordrecht.

(…)

2.5.

Op 26 mei 2015 is door het gerechtshof Den Haag in een procedure tussen [gedaagde] als appellant en de gemeente Dordrecht als geïntimideerde (zaak- en rolnummer C/10/458830/KG ZA 14-841) een arrest gewezen. Dit arrest luidt, voor zover van belang, als volgt.

“(…)

Beoordeling van het hoger beroep

2. Het hof gaat uit van de volgende feiten.

  1. De Gemeente heeft haar beleid om illegale kamerverhuur tegen te gaan sinds 2008 geïntensiveerd.

  2. [gedaagde] was eigenaar van circa 42 panden in Dordrecht, die hij geheel of gedeeltelijk kamergewijs verhuurt, of verhuurde. De Gemeente heeft aan [gedaagde] dwangsommen opgelegd en bestuursdwang toegepast wegens illegale kamerverhuur. De Gemeente heeft in 2012 twee panden van [gedaagde] executoriaal doen verkopen wegens niet betaalde dwangsommen.

  3. Bij vonnis in kort geding van de voorzieningenrechter in de rechtbank Rotterdam van 21 maart 2013 is [gedaagde] op vordering van de Gemeente op grond van –samengevat – misbruik van bevoegdheid verboden om zich gedurende twee jaar vaker dan tien keer per maand met brieven, faxen of e-mails tot de Gemeente te wenden, behalve voor zover deze brieven, faxen of e-mails betrekking hebben op vergunningaanvragen door of namens [gedaagde] ingediend, dan wel betrekking hebben op bezwaar- en beroepschriften van [gedaagde] tegen beschikkingen die de Gemeente aan [gedaagde] heeft gericht, dit alles op straffe van verbeurte van een dwangsom van € 300,- per overtreding, met een maximum van € 100.000,-. Bij arrest van dit hof van 28 januari 2014 is voormeld vonnis in kort geding bekrachtigd met dien verstande dat de in het dictum vermelde dwangsom voor overtredingen die zijn begaan na betekening van het arrest is verhoogd tot € 1.260,- voor elke overtreding en dat het maximum bedrag aan dwangsommen dat kan worden verbeurd is verhoogd tot € 300.000,-.

  4. In een artikel in het NRC Handelsblad van 4 april 2013 wordt [gedaagde] onder meer als volgt geciteerd: “De Gemeente veilde twee van mijn panden. Om ze terug te pakken ben ik extra veel WOB-verzoeken gaan sturen. De rechter heeft dat nu beperkt. Ik ga in hoger beroep. Intussen laat ik andere mensen WOB-verzoeken sturen.”

  5. In een artikel in het Algemeen Dagblad / De Dordtenaar van 20 juni 2013 wordt [gedaagde] onder meer als volgt geciteerd: “Ze doen hun best maar, ik wens ze veel plezier. Tot nu toe had ik al vierenhalve ton schuld aan de gemeente en die kunnen ze ook niet incasseren. Hoe hoger het bedrag wordt, hoe moeilijker het voor ze wordt om politiek draagvlak voor een oplossing te vinden. Zo lang ik adem ga ik door”

  6. Bij deurwaardersexploot van 28 februari 2014 heeft de gemeente Dordrecht aan [gedaagde] de executie van het maximum bedrag aan verbeurde dwangsommen van € 300.000,- en proceskosten doen aanzeggen.

  7. Bij e-mails aan de Gemeente heeft [gedaagde] – voor zover hier van belang – medegedeeld:

- e-mail d.d. 15 april 2013:

”(…) U zult weer het tienvoudige aan proceskosten kwijt zijn zelfs zonder dat u ook maar 1 cent opbrengst zal kunnen genereren en ik kan u verzekeren dat er ook geen einde zal komen van de WOB/beroep/hogerberoep zaken die ik zal aanvangen en of voortzetten. (…).”

- e-mail d.d. 19 december 2013:

“(…) Zoals je al heb gemerkt heb ik de afgelopen dagen weer mijn stinkende best gedaan, en is mijn motto de Sky is the limit. (…)”

- e-mail d.d. 13 februari 2014:

“(…)

U kunt dus van uw recht gebruik maken om de panden te laten veilen en ik zal er zo veel mogelijk voor doen om de opbrengst zo laag mogelijk te laten uitvallen.

(…)

Ik hoef jullie er wellicht niet aan te herinneren dat ik het hier niet bij zal laten zitten en alle juridische en maatschappelijke middelen zal gebruiken om jullie in lengte van dagen dwars te zitten en zal de veiling van mijn eigendommen geen meerwaarde voor jullie opleveren op lange termijn.

Dit is geen dreigement anders gaan jullie wellicht weer heel zielig aangifte doen maar een waarschuwing of tip om de toekomstige schade voor beiden te minimaliseren ook moet je er aan denken dat de door de Gemeente Dordrecht betaalde out of pocket kosten die jullie nog van mij tegemoet hebben wellicht ook niet betaald kunnen worden en zult u voor de komende jaren exclusief voor mij honderden duizenden euros kwijt zijn met onnodige geld kostende procedures en verwijs u naar de bijlage van de Gemeente Breda die het na 3 WOB verzoeken en 3 bezwaarschriften van mij genoeg vond en een oplossing hebben gevonden om met mij een deal te sluiten (…).

Zoals ik heb aangegeven is de Gemeente Dordrecht in de numerieke minderheid daar jullie maar tot 39 (immers ik ben maar eigenaar van deze aantal panden) kunnen gaan terwijl mijn mogelijkheden onbegrensd zijn namelijk 39, 390, 3900, 39.000,00, 390.000,00, 3.900.000,00 etc the sky is the limit voor mij temeer al gisteren 22 bezwaarschriften zijn behandeld volgende week weer 8 bezwaarschriften en kunt tot de conclusie komen dat ik al in twee weken tijd al aan de 30 procedures kan komen en dan heb ik het nog rustig aangedaan. Het is aan de Gemeente Dordrecht om een keuze te maken voor een snelle en meest efficiente oplossing voor te kiezen of voor een papieren loopgraven oorlog waarvan je nu al niet kan vaststellen hoeveel jaar deze mogelijk zou gaan duren.”

- e-mail d.d. 5 juni 2014:

“(…) ps alleen heb ik vandaag al meer dan 50 bezwaarschriften doen toekomen terwijl het aantal panden met 14 is verminderd.”

3. De Gemeente vordert in dit kort geding dat [gedaagde] wordt verboden om zich per kalendermaand gedurende een aaneengesloten periode van vijf jaar, meer dan twee keer met brieven, faxen en e-mails of op welke wijze dan ook tot de Gemeente en/of haar medewerkers te wenden, tenzij het betrekking heeft op (1) vergunningaanvragen door of namens [gedaagde] ingediend, (2) bezwaar- of beroepschriften van [gedaagde] tegen beschikkingen uit hoofde van een last onder dwangsom en last onder bestuursdwang opgelegd door de Gemeente en (3) bezwaar- en beroepschriften tegen beschikkingen die Gemeentebelastingen Drechtsteden aan [gedaagde] heeft opgelegd, op straffe van lijfsdwang. De Gemeente heeft voorts gevorderd dat het [gedaagde] gedurende een aaneengesloten periode van vijf jaar wordt verboden als gemachtigde op te treden of bijstand te verlenen bij aanvragen en procedures waarbij de Gemeente betrokken is, eveneens op straffe van lijfsdwang.

4. De voorzieningenrechter heeft deze vordering toegewezen met dien verstande dat de uitgesproken verboden gelden voor een aaneengesloten periode van twee in plaats van de gevorderde vijf jaar.

5. Grief I richt zich tegen het oordeel van de voorzieningenrechter dat hij bevoegd is de vordering van de Gemeente te behandelen, zowel waar het gaat om het gevraagde verbod om de Gemeente zelf te benaderen als ten aanzien van het gevraagde verbod om dit als gemachtigde te doen. Grief II richt zich tegen rechtsoverweging 4.8 van het vonnis waarin de voorzieningenrechter heeft overwogen dat het gevorderde voldoende ruimte biedt om reële geschillen die tussen [gedaagde] en/of de door hem gedreven ondernemingen en de Gemeente ontstaan, aanhangig te maken. Grief III komt op tegen de uitgesproken lijfsdwang, terwijl grief IV is gericht tegen de uitgesproken kostenveroordeling.

6. Het hof stelt vast dat geen grief is gericht tegen rechtsoverweging 4.5 van het bestreden vonnis, waarin de voorzieningenrechter heeft geconcludeerd dat [gedaagde] in 2014 tot en met juni van dat jaar:

- 219 Wob-verzoeken heeft ingediend, waarvan 101 als gemachtigde,

- 444 bezwaarschriften heeft ingediend, waarvan 151 als gemachtigde,

- 106 ingebrekestellingen heeft ingediend, waarvan 11 als gemachtigde,

- 121 keer beroep heeft ingesteld.

De voorzieningenrechter concludeerde tevens dat in de betreffende periode andere burgers in totaal 42 Wob-verzoeken, 139 bezwaarschriften en 16 ingebrekestellingen bij de Gemeente hebben ingediend en dat “de stroom aan door [gedaagde] ingediende aanvragen en verzoeken” toeneemt. Voorts concludeerde de voorzieningenrechter dat [gedaagde] als gemachtigde niet meer dan zes personen heeft bijgestaan, waaronder personen die gelieerd zijn aan één van zijn BV’s en/of woonachtig zijn in Polen en Bulgarije. De aanvragen die [gedaagde] als gemachtigde indient zijn daarbij nagenoeg identiek aan aanvragen die voorheen van [gedaagde] zijn ontvangen.

7. Evenmin is een grief gericht tegen rechtsoverweging 4.6 van het vonnis waarin is geconcludeerd dat [gedaagde] niet heeft bestreden dat hij de bij de weergave van de feiten geciteerde uitlatingen in de pers heeft gedaan en de daar aangehaalde e-mails heeft verzonden.

8. Tot slot is geen grief gericht tegen rechtsoverweging 4.7 waarin is geconcludeerd dat voldoende aannemelijk is dat [gedaagde] uit wrok een buitenproportioneel beslag legt op het gemeentelijk apparaat met geen ander doel dan de Gemeente “een hak te zetten en te schaden”, alsmede dat [gedaagde] daartoe mede gebruik maakt van de mogelijkheid om als gemachtigde van derden op te treden.

9. Deze conclusies dienen het hof aldus tot uitgangspunt.

(…)

Beslissing

Het hof:

- vernietigt het vonnis van de voorzieningenrechter in de rechtbank Rotterdam van 25 september 2014 doch uitsluitend voor zover het [gedaagde] is verboden om zich meer dan twee keer per kalendermaand met brieven, faxen en e-mails of op welke wijze dan ook tot de Gemeente te wenden en,

in zoverre opnieuw rechtdoende:

- veroordeelt [gedaagde] in de plaats daarvan om zich gedurende de in het vonnis genoemde aaneengesloten periode van twee jaar vanaf de datum van dat vonnis, meer dan vijf keer per kalendermaand op genoemde wijze tot de Gemeente en/of haar medewerkers te wenden tenzij zich de in het vonnis genoemde uitzonderingsgevallen voordoen;

- bekrachtigt het vonnis voor het overige;

- veroordeelt [gedaagde] in de kosten van het geding in hoger beroep, aan de zijde van de Gemeente begroot op € 308,- aan verschotten en € 894,- aan salaris van de advocaat;

- verklaart dit arrest uitvoerbaar bij voorraad.

(…)

3 Het geschil

3.1.

Omgevingsdienst vordert – na wijziging van eis – bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad:

[gedaagde] te veroordelen – binnen 24 uur na betekening van het vonnis – tot

I een verbod om per kwartaal, gedurende een aaneengesloten periode van vijf jaar,

dan wel een door de rechter in goede justitie te bepalen termijn, meer dan één

keer met correspondentie (brieven, faxen en e-mails) of op welke wijze dan ook

(sms, telefonisch, balie etc.) tot eiser, haar bestuursorganen en/of zijn

medewerkers of andere organen of instellingen die zich vanwege de in artikel 4 van

de Wob opgenomen doorzendplicht moeten wenden tot de Omgevingsdienst, te

wenden op straffe van lijfsdwang voor de duur van twee dagen, voor iedere keer

dat gedaagde dit verbod overtreedt tot een maximum van een jaar. Hierbij

aangetekend dat de toegestane correspondentie voor zover dat kwalificeert als een

aanvraag als bedoeld in hoofdstuk 4 van de Algemene wet bestuursrecht (zoals

onder meer maar niet uitsluitend verzoeken om handhaving en verzoeken op grond

van de Wob), niet meer dan één aanvraag mag bevatten of niet mag zien op meer

dan één procedure naar aanleiding van een dergelijke aanvraag en iedere extra

aanvraag in de toegestane correspondentie als voornoemde overtreding

kwalificeert.

II. een verbod om gedurende een aaneengesloten periode van vijf jaar, dan wel een

door de rechter in goede justitie te bepalen termijn, als gemachtigde op te treden

of bijstand te verlenen bij aanvragen en Procedures waarbij eiser betrokken is op

straffe van lijfsdwang voor de duur van één dag, voor iedere keer dat gedaagde dit

verbod overtreedt tot een maximum van een jaar.

III. betaling van de kosten van dit geding, te voldoen binnen veertien dagen na

dagtekening van het vonnis, en— voor het geval voldoening van de proceskosten

niet binnen de gestelde termijn plaatsvindt, te vermeerderen met de wettelijke

rente over de proceskosten te rekenen vanaf bedoelde termijn voor voldoening

alsmede te veroordelen tot de betaling van de nakosten ten bedrage van

respectievelijk EUR 131,00 zonder betekening en EUR 199,00 in geval van

betekening, indien voor zover gedaagde niet binnen de wettelijke vereiste termijn

van twee dagen na betekening van het in dezen te wijzen vonnis heeft voldaan.

3.2.

[gedaagde] voert verweer.

3.3.

Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4 De beoordeling

4.1.

Omgevingsdienst vordert – kort gezegd – een verbod op te leggen aan [gedaagde] , omdat sprake is van misbruik van recht respectievelijk onrechtmatig handelen.

4.2.

[gedaagde] heeft primair als verweer aangevoerd dat de voorzieningenrechter van de sector civiel recht niet bevoegd is kennis te nemen van het geschil, maar slechts de bestuursrechter. Dit verweer van [gedaagde] wordt verworpen. Volgens vaste rechtspraak, waaronder een arrest van het gerechtshof Den Haag van 28 januari 2014 (ECLI:NL:GHDHA:2014:75), is de voorzieningenrechter bevoegd kennis te nemen van vorderingen strekkende tot een verbod als hier aan de orde. Ook thans wordt de vordering gegrond op de stelling dat een burger misbruik maakt van de bevoegdheid om bij de overheid verzoeken in te dienen. De voorzieningenrechter acht zich derhalve bevoegd.

4.3.

Zoals uit het voorgaande reeds volgt, kan de burgerlijke rechter wanneer sprake is van misbruik dit misbruik, als zijnde een onrechtmatige daad, verbieden. Daarbij dient evenwel terughoudendheid te worden betracht.

Uit de uitspraak van 16 december 2015 van de Raad van State, Afdeling bestuursrechtspraak in het hoger beroep met zaaknummer 201500790/1/A3 is af te leiden dat een bestuursrechtelijk orgaan zoals Omgevingsdienst slechts na individuele toetsing van ieder verzoek mag overgaan tot het buiten behandeling stellen van verzoeken als deze van de hand van [gedaagde] zijn. De Afdeling overweegt in voornoemde uitspraak evenwel dat de omstandigheid dat verzoeken die kennelijk worden gedaan zonder redelijk doel een rol speelt bij de vraag of zich misbruik van recht voordoet.

4.4.

Omgevingsdienst stelt in het onderhavige geschil dat [gedaagde] geen redelijk doel had bij de door hem ingediende 259 verzoeken in de afgelopen periode van 5 maanden en de verzoeken slechts heeft ingediend om Omgevingsdienst te hinderen en kosten te laten maken. Zij onderbouwt deze stelling onder verwijzing naar onder meer (de vaststaande feiten in) het arrest van het gerechtshof Den Haag van 26 mei 2015, de in 2.4 genoemde e-mail en diverse uitingen van [gedaagde] in de media.

[gedaagde] heeft als verweer aangevoerd dat hij slechts gebruik maakt van zijn rechten als burger en dat zijn belang erin is gelegen dat hij leergierig is en graag leert van de informatie die hij in reactie op de wob-verzoeken verkrijgt.

4.5.

De voorzieningenrechter acht hetgeen [gedaagde] heeft aangevoerd onvoldoende om aan te nemen dat hij een rechtmatig belang heeft bij de vele door hem ingediende verzoeken. Een redelijk doel ontbreekt en het is aannemelijk dat een bodemrechter, later oordelende, zal komen tot het oordeel dat [gedaagde] misbruik van recht maakt.

Daartoe wordt nog het volgende overwogen.

Voorop wordt gesteld dat [gedaagde] de juistheid van de in 2.5 opgenomen feiten in het arrest van het hof Den Haag, waaronder de in de pers geciteerde mededelingen, niet gemotiveerd heeft weersproken en ook niet heeft weersproken de onder 2.4 opgenomen mail te hebben verzonden.

Vaststaat voorts dat [gedaagde] een groot aantal verzoeken heeft gedaan in een relatief kort tijdsbestek. Dat dit hinder heeft opgeleverd voor Omgevingsdienst is zonder meer aannemelijk, terwijl [gedaagde] ter onderbouwing van zijn belang slechts heeft gesteld een nieuwsgierig mens te zijn en dingen te willen leren. Dat belang van [gedaagde] acht de voorzieningenrechter, mede in het licht van de door het hof Den Haag gememoreerde feiten, onvoldoende om aan te nemen dat [gedaagde] een redelijk doel had bij het indienen van 259 verzoeken in 5 maanden. Daarbij is meegewogen dat Omgevingsdienst heeft gesteld dat geen enkel verzoek daadwerkelijk relevant was en dat [gedaagde] niet heeft geantwoord op vragen om verzoeken te verduidelijken. Dit laatste is door [gedaagde] niet gemotiveerd weersproken.

[gedaagde] heeft ter zitting nog toegelicht dat hij meent dat Omgevingsdienst niet moet zeuren, omdat het in behandeling nemen van verzoeken haar taak is. In het onderhavige geval meent de voorzieningenrechter echter dat [gedaagde] misbruik maakt van de mogelijkheden die een burger heeft om verzoeken in te dienen bij de overheid, zodat [gedaagde] niet kan volstaan met te verwijzen naar de taak van de overheid.

4.6.

Op grond van het voorgaande zal de voorzieningenrechter het gevorderde toewijzen, op de wijze als in het dictum bepaald. Daarbij is voor de duur en reikwijdte van het verbod aansluiting gezocht bij eerdere jurisprudentie van het gerechtshof Den Haag.

Een verbod dat slechts de mogelijkheid biedt eens per kwartaal een verzoek te doen acht de voorzieningenrechter gelet op de terughoudendheid die betracht dient te worden, te ver strekkend en niet proportioneel.

Het gevorderde verbod om niet als gemachtigde op te treden is niet gemotiveerd weersproken en zal op de in het dictum bepaalde wijze worden toegewezen.

4.7.

De gevorderde lijfsdwangveroordeling zal worden afgewezen.

Vaststaat dat [gedaagde] in dit jaar reeds 16 dagen gegijzeld is geweest als gevolg van een gelijksoortige veroordeling waaraan lijfsdwang was verbonden. Die opgelegde lijfsdwang heeft echter niet het gewenste effect gesorteerd, nu zij [gedaagde] er niet van heeft weerhouden zijn gedragingen voort te zetten. Ter zitting heeft gedaagde verklaard dat hij zich door een veroordeling tot lijfsdwang niet zal laten weerhouden. De voorzieningenrechter ziet geen reden te twijfelen aan de juistheid van deze verklaring. In deze situatie acht de voorzieningenrechter het opleggen van lijfsdwang, dat in het civiele recht geldt als het uiterste dwangmiddel, zinloos, omdat op voorhand aangenomen mag worden dat deze maatregel het beoogde effect ontbeert.

4.8.

De voorzieningenrechter overweegt dat – blijkens de onder 4.3 vermelde uitspraak – toewijzing van het gevorderde verbod Omgevingsdienst niet ontslaat van de plicht naar aanleiding van de ontvangst van elke brief van [gedaagde] , ook van de brieven die worden ontvangen nadat de limiet in de betreffende maand is bereikt, te beoordelen of deze nader in behandeling moet worden genomen en dat zij nog steeds per zaak moet beoordelen of misbruik van (proces)recht wordt gemaakt.

4.9.

De toewijzing van het gevorderde verbod zal gelet op de bestaande bestuursrechtelijke rechtspraak Omgevingsdienst daarom slechts beperkt helpen om het door haar gewenste doel te bereiken. Om dat doel wel te kunnen bereiken lijkt ingrijpen van de wetgever onontbeerlijk.

4.10.

[gedaagde] zal als de grotendeels in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld. De kosten aan de zijde van Omgevingsdienst worden begroot op:

- dagvaarding € 94,19

- griffierecht 613,00

- salaris advocaat 816,00

Totaal € 1.523,19

De wettelijke rente zal worden toegewezen vanaf de vijftiende dag na betekening van het vonnis. Voor een zelfstandige veroordeling in de nakosten bestaat geen grond, nu de kostenveroordeling ook voor deze nakosten (€ 131,00 aan salaris advocaat, te vermeerderen, onder de voorwaarde dat de overige krakers niet binnen 14 dagen na aanschrijving aan het vonnis heeft voldaan en er vervolgens betekening van de uitspraak heeft plaatsgevonden, met een bedrag van € 68,00 aan salaris advocaat en de explootkosten van betekening van de uitspraak) een executoriale titel oplevert.

5 De beslissing

De voorzieningenrechter

5.1.

verbiedt [gedaagde] om – binnen 24 uur na betekening van het vonnis – zich per kalendermaand, gedurende een aangesloten periode van twee jaar, meer dan twee keer met

brieven, faxen en e-mails of op welke wijze dan ook (sms, telefonisch, balie etc.) tot Omgevingsdienst, haar bestuursorganen en/of zijn medewerkers of andere organen of instellingen die zich vanwege de in artikel 4 van de Wob opgenomen doorzendplicht moeten wenden tot de Omgevingsdienst te wenden, waarbij de correspondentie niet meer dan één aanvraag mag bevatten of niet mag zien op meer dan één procedure naar aanleiding van een dergelijke aanvraag,

5.2.

verbiedt [gedaagde] om – binnen 24 uur na betekening van het vonnis – gedurende een aaneengesloten periode van twee jaar, als gemachtigde op te treden

of bijstand te verlenen bij aanvragen en procedures waarbij Omgevingsdienst betrokken is,

5.3.

veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten, aan de zijde van Omgevingsdienst tot op heden begroot op € 1.523,19, te vermeerderen met de wettelijke rente over dit bedrag met ingang van de vijftiende dag na betekening van dit vonnis tot de dag van volledige betaling,

5.4.

verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad,

5.5.

wijst het meer of anders gevorderde af.

Dit vonnis is gewezen door mr. A.F.L. Geerdes en in het openbaar uitgesproken op 23 december 2015.

1634/676