Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBROT:2015:9310

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
25-11-2015
Datum publicatie
16-12-2015
Zaaknummer
C/10/473105 / HA ZA 15-314
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Vervolg op ECLI:NL:RBROT:2015:5293. Soyuz heeft vorderingen tegen Wilson c.s. wegens door OW Bunker onbetaald gelaten bunkerleveranties ingetrokken. De rechtbank constateert dat de door artikel 7.1 Landelijk Procesreglement voor onttrekking van de advocaat voorgeschreven formaliteiten (nog) niet in acht zijn genomen. Zo is (vooralsnog) geen sprake van onttrekking op een roldatum door middel van een B formulier en evenmin is gebleken van de vereiste mededeling aan Soyuz door haar advocaat over de gevolgen van de onttrekking. Nu Soyuz echter kennelijk niet beoogt een nieuwe advocaat te instrueren maar juist uitdrukkelijk heeft aangegeven dat zij haar vorderingen intrekt, ziet de rechtbank geen voldoende belang om de zaak eerst op de rol te plaatsen voor het alsnog afwikkelen van voornoemde formaliteiten, hetgeen slechts tot extra kosten en onnodige vertraging zou leiden. Formeel bezien is dus nog geen sprake van onttrekking van de advocaat van Soyuz, maar materieel bezien wel. Volgt kostenveroordeling.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK ROTTERDAM

Team haven en handel

zaaknummer / rolnummer: C/10/473105 / HA ZA 15-314

Vonnis van 25 november 2015

in de zaak van

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

SOYUZ BUNKERING GROUP EUROPE B.V.,

gevestigd te Rotterdam,

eiseres,

advocaat mr. P. van der Velden,

tegen

1. de vennootschap naar vreemd recht

WILSON EUROCARRIERS AS,

gevestigd te Bergen, Noorwegen,

2. de vennootschap naar vreemd recht

WILSON SHIPOWNING II AS,

gevestigd te Bergen, Noorwegen,

3. de vennootschap naar vreemd recht

WILSON SHIPOWNING AS,

gevestigd te Bergen, Noorwegen,

4. de vennootschap naar vreemd recht

PARTREDERIET FÖR MINI STAR,

gevestigd te Bergen, Noorwegen,

gedaagden,

advocaat mr. M. Wattel.

Partijen zullen hierna Soyuz en Wilson c.s. genoemd worden. Gedaagden zullen waar nodig afzonderlijk worden aangeduid als Wilson Eurocarriers, Wilson Shipowning II, Wilson Shipowning respectievelijk Partrederiet.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

  • -

    het tussenvonnis van 16 september 2015 en de daaraan ten grondslag liggende stukken

  • -

    de ten behoeve van de comparitie toegezonden akte overlegging producties van Wilson c.s., met productie 3,

  • -

    de ten behoeve van de comparitie toegezonden ‘akte in verband met comparitie/houdende overlegging producties tevens vermeerdering van eis’ van Soyuz, met producties

  • -

    het proces-verbaal van comparitie van 20 november 2015.

1.2.

Ten slotte is vonnis bepaald.

2 Het geschil en de beoordeling daarvan

2.1.

Soyuz heeft samengevat - gevorderd dat de rechtbank bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad:

ten eerste

  1. Wilson Eurocarriers

  2. Wilson Shipowning II

  3. Wilson Shipowning,

  4. Partrederiet

veroordeelt tot betaling van:

  1. USD 250.494,38 althans USD 227.652,58

  2. USD 227.652,58, althans een in goede justitie te bepalen bedrag,

  3. USD 11.520,14, respectievelijk

  4. USD 11.321,66

steeds vermeerderd met de contractuele rente van 3 procent per maand, subsidiair de wettelijke handelsrente over genoemd bedrag vanaf de datum van:

  1. de (oorspronkelijke dan wel gereviseerde) facturen gedateerd respectievelijk 10, 17, 21, 28 en 31 oktober 2014

  2. de facturen 2014749, 2014805 en 2014842 gedateerd respectievelijk 10, 21 en 31 oktober 2014

  3. de factuur 2014785 gedateerd 17 oktober 2014, respectievelijk

  4. de factuur 2014824 gedateerd 28 oktober 2014

althans steeds vanaf de vroegst mogelijke datum, althans vanaf 27 februari 2015,

althans een in goede justitie te bepalen bedrag aan schadevergoeding vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 27 februari 2015,

vermeerderd met € 10.000,-- althans een in goede justitie te bepalen bedrag ter zake van juridische kosten,

ten tweede

verklaart voor recht dat Soyuz aanspraak kan maken althans recht heeft op althans gerechtigd is tot een (maritime) lien naar Engels recht op de zeeschepen ‘Wilson Express’, ‘Wilston Garston’ en ‘Wilson Star’ althans op de schepen die ten tijde van de leveranties die naam voerden,

ten derde

verklaart voor recht dat Wilson c.s. bovengenoemde bedragen aan Soyuz verschuldigd is als bedoeld in de garantie(tekst),

ten vierde

Wilson c.s. veroordeelt in de proceskosten.

2.2.

Wilson c.s. heeft verweer gevoerd en geconcludeerd tot afwijzing, bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad, van de vorderingen met veroordeling van Soyuz in de proceskosten.

2.3.

Op 19 november 2015, daags voor de comparitie op 20 november 2015, heeft Soyuz bij fax aan de rechtbank met kopie aan Wilson c.s. geschreven:

“Vanwege hedenochtend ontvangen instructies van eiseres zie ik mij genoodzaakt u hierbij te berichten dat zowel eiseres als ondergetekende morgen tijdens de zitting niet aanwezig zal zijn.

Dat betekent tevens dat ik mij op de komende roldatum als advocaat voor eiseres zal onttrekken.”

en later:

“In aanvulling op mijn fax van hedenochtend bericht ik u nog - op uitdrukkelijk verzoek van eiseres - dat eiseres haar vorderingen zoals ingesteld in deze procedure hierbij intrekt.

Daarmee komt mijns inziens het nut van de comparitie te vervallen en verzoek dan ook deze geen doorgang te laten vinden.”.

2.4.

Later die middag is namens Wilson verzocht om de comparitie doorgang te laten vinden, ook omdat haar vertegenwoordigers al naar Nederland waren gekomen om de zitting bij te wonen.

2.5.

De rechtbank heeft partijen vervolgens telefonisch bericht dat de zitting zou doorgaan zoals gepland.

2.6.

Ter zitting heeft Wilson c.s. verklaard dat zij geen bezwaar heeft tegen het intrekken van de vorderingen van Soyuz of tegen het zich onttrekken van de advocaat van Soyuz, maar dat zij verzoekt om veroordeling van Soyuz in de door Wilson c.s. gemaakte proceskosten.

2.7.

De rechtbank constateert dat de door artikel 7.1 Landelijk Procesreglement voor onttrekking van de advocaat voorgeschreven formaliteiten (nog) niet in acht zijn genomen. Zo is (vooralsnog) geen sprake van onttrekking op een roldatum door middel van een B‑formulier en evenmin is gebleken van de vereiste mededeling aan Soyuz door haar advocaat over de gevolgen van de onttrekking.

Nu Soyuz echter kennelijk niet beoogt een nieuwe advocaat te instrueren maar juist uitdrukkelijk heeft aangegeven dat zij haar vorderingen intrekt, ziet de rechtbank geen voldoende belang om de zaak eerst op de rol te plaatsen voor het alsnog afwikkelen van voornoemde formaliteiten, hetgeen slechts tot extra kosten en onnodige vertraging zou leiden. Formeel bezien is dus nog geen sprake van onttrekking van de advocaat van Soyuz, maar materieel bezien wel.

2.8.

Gelet op de onder 2.3 weergegeven mededelingen namens Soyuz zal de rechtbank de vorderingen als ingetrokken beschouwen. Aan beoordeling van deze vorderingen komt de rechtbank dus niet toe.

2.9.

Soyuz dient als de in het ongelijk gestelde partij te worden aangemerkt. Soyuz zal daarom in de proceskosten worden veroordeeld. De kosten aan de zijde van Wilson c.s. worden begroot op:

- griffierecht € 3.864,00

- salaris advocaat € 7.740,00 (3,0 punten × tarief € 2.580,00)

Totaal € 11.604,00.

3 De beslissing

De rechtbank

3.1.

verstaat dat de vorderingen van Soyuz zijn ingetrokken,

3.2.

veroordeelt Soyuz in de proceskosten, aan de zijde van Wilson c.s. tot op heden begroot op € 11.604,00,

3.3.

verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen door mr. P.A.M. van Schouwenburg-Laan en in het openbaar uitgesproken op 25 november 2015.

1885/901